<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR315930_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening reinigingsheffingen gemeente Vlagtwedde 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlagtwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlagtwedde</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">TAC</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen gemeente Vlagtwedde 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>TAC</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening reinigingsheffingen gemeente Vlagtwedde 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING
                            EN REINIGINGSRECHTEN 2014.</titel></kop><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK 1 Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 1 - Inleidende
                                    bepaling</onderstreept></titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><al>a. een afvalstoffenheffing;</al><al>b. reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 2 -
                                        Begripsomschrijvingen</onderstreept></titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof
                                bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken,
                                afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of
                                hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK 2 Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar
                                        feit</onderstreept></titel></kop><al>1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer .</al><al>2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 4
                                    Belastingplicht</onderstreept></titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                                omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit,
                                beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten
                                aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                                milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                                afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 5 - Maatstaf van heffing en
                                        belastingtarief</onderstreept></titel></kop><al>1. De belasting bedraagt per belastingjaar € 257,63 per
                                perceel.</al><al>2. Het recht voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke
                                afvalstoffen bedraagt € 10,-- per kubieke meter of gedeelte
                                daarvan.</al><al>3. Voor het ingevolge lid 2 geheven recht wordt geen kwijtschelding
                                verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 6 -
                                    Belastingjaar</onderstreept></titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 7 - Wijze van
                                    heffing</onderstreept></titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 8 - Ontstaan van de belastingschuld en
                                        heffing naar tijdsgelang</onderstreept></titel></kop><al>1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar,
                                of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
                                jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al><al>3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
                                jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al><al>4 Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 9 - Termijnen van
                                        betaling</onderstreept></titel></kop><al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                1990 moeten de aanslagen, die worden opgelegd in het belastingjaar
                                waarop zij betrekking hebben, worden betaald in twee gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt twee maanden na de dagtekening
                                van het aanslagbiljet, de tweede vier maanden na de
                                dagtekening.</al><al>2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de
                                verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                                kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald
                                in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van
                                het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de
                                aanslagen zijn opgelegd overblijven, met dien verstande dat het
                                aantal termijnen tenminste zeven en ten hoogste tien bedraagt. De
                                eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al><al>3. Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, moeten worden
                                betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al><al>4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                eerste lid gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 10 -
                                    Vrijstelling</onderstreept></titel></kop><al>De belasting, als bedoeld in artikel 3, wordt niet geheven, indien
                                met vergunning van het college van burgemeester en wethouders door
                                een ander dan de aangewezen inzameldienst periodiek de
                                huishoudelijke afvalstoffen van een in die vergunning vermeld
                                perceel worden ingezameld.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK 3 Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 11 - Belastbaar
                                    feit</onderstreept></titel></kop><al>Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor
                                het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor
                                het gebruik van voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in
                                beheer of onderhoud zijn, wegens het periodiek verwijderen van
                                bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 12 -
                                    Belastingplicht</onderstreept></titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                                behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                                bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 13 - Maatstaf van heffing en
                                        belastingtarief</onderstreept></titel></kop><al>1. De rechten bedragen voor het periodiek verwijderen van
                                bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid per belastingjaar €
                                257,63 (+ BTW) per bedrijfspand.</al><al>2. Het recht voor het achterlaten van afvalstoffen op een daartoe
                                van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats bedraagt per
                                kubieke meter of een gedeelte daarvan</al><al>€ 5,--.</al><al>3. Voor het ingevolge lid 2 bedoelde recht wordt geen kwijtschelding
                                verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 14 -
                                    Belastingjaar</onderstreept></titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven, is het
                                belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 15 - Wijze van
                                    heffing</onderstreept></titel></kop><al>1. De rechten bedoeld in artikel 13, lid 1, worden bij wege van
                                aanslag geheven.</al><al>2. De rechten bedoeld in artikel 13, lid 2, dienen te worden voldaan
                                bij de aanbieding.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 16 - Ontstaan van de belastingschuld en
                                        de heffing naar tijdsgelang voor de verschuldigde
                                        rechten</onderstreept></titel></kop><al>1. De rechten bedoeld in artikel 13, zijn verschuldigd bij het begin
                                van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al><al>2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten
                                van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al><al>3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat
                                jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al><al>4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 17 - Termijnen van
                                        betaling</onderstreept></titel></kop><al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                1990 moeten de aanslagen die worden opgelegd in het belastingjaar
                                waarop zij betrekking hebben, worden betaald in twee gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt twee maanden na de dagtekening
                                van het aanslagbiljet, de tweede vier maanden na de
                                dagtekening.</al><al>2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de
                                verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                                kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald
                                in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van
                                het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de
                                aanslagen zijn opgelegd overblijven, met dien verstande dat het
                                aantal termijnen ten minste zeven en ten hoogste tien bedraagt. De
                                eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al><al>3. Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, moeten worden
                                betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al><al>4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                eerste lid gestelde termijnen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK 4 Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 18 - Nadere regels door het college van
                                        burgemeester en wethouders</onderstreept></titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven
                                met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                                reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 19 – Inwerkingtreding,
                                        overgangsbepaling en citeertitel</onderstreept></titel></kop><al>1. De "Verordening reinigingsheffingen gemeente Vlagtwedde 2013",
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2012, no. 11, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                na die van de bekendmaking.</al><al>3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al><al>4. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                reinigingsheffingen gemeente Vlagtwedde 2014”.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>