<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR315528_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Reclameheffing Burgum centrum 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWB:r:WWW.OFFICIELEBEKENDMAKINGEN.NL">30 December 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Reclameheffing Burgum centrum 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikelen 147, 216 e.v. en 227</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2020-2551</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Reclameheffing Burgum centrum 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>BESLUIT</vet></al><al/><al>Gemeente Tytsjerksteradiel</al><al/><al>Raadsvergadering d.d. 19 december 2013, agendapunt 15</al><al/><al>De Raad van de gemeente Tytsjerksteradiel:</al><al/><al>overwegende dat:</al><al/><al>de belastingverordeningen lokale heffingen en bijbehorende tarieventabellen
                        aangepast moeten worden;</al><al/><lijst><li nr=""><al>gelezen de voorstellen van het College d.d. 1 oktober 2013 en d.d.
                                26 november 2013;</al></li><li nr=""><al>gelet op het bepaalde in de artikelen 147, 216 e.v. en 227 van de
                                Gemeentewet;</al></li></lijst><al/><al/><al>BESLUIT: </al><al/><al/><al>a.De volgende, als bijlage ter inzage liggende en bij dit raadsbesluit
                        behorendebelastingverordeningen 2014 en waar van toepassing de bijbehorende
                        tarieventabellen, vast te stellen:</al><al>- verordening onroerende zaakbelasting 2014;</al><al>- verordening afvalstoffenheffing 2014;</al><al>- verordening reinigingsrechten 2014;</al><al>- verordening éénmalig aansluitrecht 2014;</al><al>- verordening begrafenisrechten 2014;</al><al>- verordening haven- kade- en opslaggeld 2014;</al><al>- verordening standplaatsgelden 2014;</al><al>- verordening rioolheffing 2014;</al><al>- verordening leges 2014;</al><al>- verordening toeristenbelasting 2014.</al><al/><al>b.In te trekken de belastingverordeningen als onder a. genoemd, voor het
                        jaar 2013 en</al><al>tarieventabellen 2013 behoudens de respectievelijke overgangsbepalingen in
                        de nieuwe </al><al>verordeningen 2014.</al><al/><al>c.Tot het invoeren van een Reclamebelasting voor het centrum van Burgum en
                        daartoe vast te stellen de navolgende ‘Verordening Reclameheffing Burgum
                        centrum 2014’:</al><al/><al><vet>Verordening Reclameheffing Burgum centrum</vet><vet> 2014</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren,
                        of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;</al><al/><al>b. openbare aankondiging: alle tot het publiek gerichte mededelingen die
                        erop gericht zijn de belangstelling van het publiek te trekken voor hetgeen
                        wordt aangekondigd;</al><al/><al>c. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of
                        ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect
                        met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op
                        de grond;</al><al/><al>d. onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet
                        waardering onroerende zaken;</al><al/><al>e. jaar: een kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gebiedsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel in het centrum van Burgum zoals aangegeven op de bij deze
                        verordening behorende kaart.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de titel ‘reclameheffing’ wordt onder de in de bij deze verordening
                        behorende tarieventabel gestelde voorwaarden, binnen het gebied als bedoeld
                        in artikel 2 een directe reclamebelasting geheven ter zake van openbare
                        aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1.De reclameheffing wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak,
                        waarop en waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen, dan wel
                        ten behoeve van wie, al dan niet met vergunning, de reclameobjecten worden
                        aangetroffen.</al><al/><al>2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting
                        ter zake van reclameobjecten, die met vermelding van de naam van een
                        tussenpersoon zijn gedaan in verband met de huur of de verkoop van roerende
                        of onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon.</al><al/><al>3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de
                        reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst van een
                        exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclameheffing wordt geheven per onroerende zaak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is een vast bedrag vermeerderd met een bedrag dat
                            afhankelijk is van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                            onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het
                            kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het vaste bedrag van de reclameheffing bedraagt € 75,00. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het vorige lid genoemde bedrag wordt vermeerderd met een bedrag
                            van € 1,90 per € 1.000,00 van de WOZ-waarde geldend in het
                            belastingjaar, met een maximum van € 725,00, per pand. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De heffing bedraagt maximaal € 725,00 en € 75,00 = € 800,00.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden
                            wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de
                            lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de
                            reclameheffing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
                            aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            is de reclameheffing verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde reclameheffing als er in dat jaar, na het
                            tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclameheffing als
                            er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De reclameheffing wordt geheven bij wege van aanslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De reclameheffing wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: </al><al>a.die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen
                        zijn geplaatst aan een pand of in een voorziening waarin, waaraan of waarop
                        wisselende openbare aankondigingen worden geplaatst, die individueel korter
                        dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare
                        aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn;</al><al/><al>b.waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de
                        gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente
                        verschuldigd is; </al><al/><al>c.die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend,
                        kunnen worden aangemerkt;</al><al/><al>d.die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of
                        aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter
                        uitvoering van de publieke taak; </al><al/><al>e.die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk
                        te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking
                        hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk,
                        charitatief of ideëel belang dienen;</al><al/><al>f.aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement,
                        waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil
                        met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement;</al><al/><al>g.aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks
                        betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde
                        bouwwerkzaamheden;</al><al/><al>h. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang
                        dienen;</al><al/><al>i. die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde artikelen
                        en producten in een etalage of in de winkel;</al><al/><al>j.bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze
                        aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te
                        verhuren zaak;</al><al/><al>k.aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en
                        moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het gebouw. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Betalingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van
                            de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval de gemeente is
                            gemachtigd tot automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald
                            in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                            een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt ingeval het
                            totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende
                            zaakbelastingen of andere heffing gelijk of meer is dan € 3.176,00 dat
                            de aanslagen moeten worden betaald in één termijn welke vervalt 3
                            maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het lid 1 t/m 3
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de reclameheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                                de bekendmaking.</al><al/></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al><al/></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                Reclameheffing Burgumcentrum ’.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel van 19 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra drs. E.J. ter Keurs </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Tytsjerksteradiel/i233192.pdf">Begrenzing reclamebelasting Burgum 2014</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>