<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR315499_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering 2013 Ridderkerk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-393.html">Elektronisch publicatieblad, 06-01-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering 2013 Ridderkerk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020611">Wet inburgering, art. 8, 19 vijfde en zesde lid, 23 derde lid, 24e, 24 en 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0032031">Wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering, art. X</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-04-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentestukken 2013-329</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels handhaving inburgering</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening Wet inburgering Samenwerkingsverband Gemeenten Ridderkerk en Albrandswaard 2009 wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering 2013 Ridderkerk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29
                        oktober 2013, nummer 329;</al><al/><al>gelet op artikelen </al><al/><al>8, 19, vijfde en zesde lid, 23, derde lid, 24e en 24 en 35 van de Wet
                        inburgering, zoals deze luidde op 31 december 2012 en artikel X van de Wet
                        van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering (2012, 430);</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>de Verordening Wet inburgering 2013 Ridderkerk vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Ridderkerk; </al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering zoals deze luidde op 31 december
                                        2012; </al></li><li nr="c."><al>de Wet inburgering 2013: de wet van 13 september 2012 tot
                                        wijziging van de Wet inburgering per 1 januari 2013 en
                                        enkele andere wetten in verband met de versterking van de
                                        eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige
                                        (Stb.2012, 430);</al></li><li nr="d."><al>inburgeringsplichtige: persoon, bedoeld in artikel X, 2e t/m
                                        5e lid van de Wet inburgering 2013 tenzij nadrukkelijk
                                        anders aangegeven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet, de Wet inburgering 2013 en de
                                daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die
                                in deze verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten op grond van de wet (ook Wet inburgering 2013)
                                en over het aanbod van en de toegang tot
                                inburgeringsvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college vult de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen op passende wijze in.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De informatieverstrekking vindt in elk geval plaats op aanvraag van
                                de inburgeringsplichtige.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inburgeringsaanbod</titel></kop><al>Het college biedt aan de inburgeringsplichtige, als bedoeld in artikel
                            X, lid 3 van de Wet inburgering 2013 een inburgeringsvoorziening aan, te
                            weten: </al><lijst><li nr="a."><al>de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28
                                    van de Vreemdelingenwet 2000 en </al></li><li nr="b."><al>de geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g van
                                    de wet, die geen oudkomer is als bedoeld in artikel 1, onderdeel
                                    c, van de wet, voor zover deze uiterlijk op 31 december 2012
                                    inburgeringsplichtig is geworden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening aan de
                                inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a, een
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt
                                het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a, biedt het
                                college maatschappelijke begeleiding aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is
                                geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>activiteiten gericht op arbeid of de verwerving daarvan,
                                        zoals stages, regulier of gesubsidieerd betaald werk,
                                        vrijwilligerswerk, bemiddeling naar arbeid etc.;</al></li><li nr="b."><al>activiteiten gericht op vervolgopleiding of voorbereiding
                                        daarop;</al></li><li nr="c."><al>activiteiten gericht op participatie, gezin en
                                        zelfredzaamheid</al></li><li nr="d."><al>sociale vaardigheden, financiële administratie, computer en
                                        internet, opvoedingsondersteuning, gezondheid, thuisstudie
                                        met behulp van de computer, tv en radio etc.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste twaalf termijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen in geval van acceptatie gemeentelijk
                                aanbod</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 bij
                            beschikking een of meer van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening; </al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider; </al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken; </al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald; </al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>het melden van relevante wijzigingen in de situatie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 in de
                                gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en
                                verplichtingen vermeld die aan die voorziening worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod
                                wordt gedaan, deelt per omgaande het college schriftelijk mee of hij
                                het aanbod al dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet aanvaarden van een aanbod ontslaat de inburgeringsplichtige
                                bedoeld in artikel 3 niet van de verplichtingen als benoemd in
                                artikel 7 van de wet. Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in
                                artikel 3 het aanbod niet aanvaardt, geeft het college een
                                kennisgeving af waarin de termijn zoals bedoeld in artikel 7 van de
                                wet, wordt meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod
                                aanvaardt, neemt het college binnen twee weken na ontvangst van deze
                                mededeling het besluit tot vaststelling van de
                                inburgeringsvoorziening overeenkomstig het aanbod dat gedaan
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening; </al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de inburgeringsplichtige een bestuurlijke boete
                                opleggen ten bedrage van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>€ 200,- indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien
                                van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende gehoor geeft aan de
                                oproep dan wel medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in
                                artikel 25, vierde lid van de wet.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>€ 400,- indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende
                                medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de
                                wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
                                verordening. </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>€ 500,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7,
                                eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
                                college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
                                verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, lid
                                1 onderdeel a, bedraagt € 500,- indien de inburgeringsplichtige zich
                                binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                                overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, lid
                                1 onderdeel b, bedraagt € 500,- indien de inburgeringsplichtige zich
                                binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                                overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 1000,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikelen 32 en 33 van de wet vastgestelde termijn zijn
                                inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in op de dag na bekendmaking en werkt
                                    terug tot 1 januari 2013.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Wet inburgering Samenwerkingsverband Gemeenten
                                    Ridderkerk en Albrandswaard 2009, zoals vastgesteld op 5
                                    november 2009, wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop
                                    deze verordening in werking treedt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ridderkerk, 12 december 2013</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>MAW/265/</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting </titel></kop><al>Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet inburgering gewijzigd. </al><al>In de wet zoals die gold tot 31 december 2012 was aan gemeenten een
                            aantal belangrijke taken toebedeeld. Door de gewijzigde wet vervallen de
                            inburgeringstaken van de gemeenten. Wel blijven de gemeenten op grond
                            van het overgangsrecht met name de eerste jaren na inwerkingtreding van
                            de wetswijziging een aantal taken uitoefenen. Dit betreft met name
                            inburgeraars die al met een traject gestart zijn in staat te stellen dit
                            af te maken. Daarnaast blijven de gemeenten de inburgeringsplicht
                            handhaven van degenen die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn
                            geworden. </al><al/><al>De voor de gemeenten belangrijkste wijzigingen zijn: </al><lijst><li nr="1."><al>Gemeenten mogen geen aanbod meer doen aan inburgeringsplichtigen
                                    die vanaf 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden. De
                                    verantwoordelijkheid voor inburgering wordt bij de
                                    inburgeringsplichtige gelegd. Dit betekent dat het tot de eigen
                                    verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige behoort om te
                                    bepalen hoe hij aan zijn inburgeringsplicht voldoet en dat hij
                                    daarvoor zelf de kosten draagt. Daarmee vervalt de plicht van
                                    gemeenten om voor inburgeringsvoorzieningen te zorgen. De taken
                                    die de gemeente heeft ten aanzien van het oproepen van
                                    (potentieel) inburgeringsplichtigen en het doen van een
                                    onderzoek (intake) vervallen daarmee eveneens. </al></li><li nr="2."><al>De mogelijkheid voor gemeenten om vrijwillige inburgeraars
                                    (EU-onderdanen en genaturaliseerde Nederlanders) op grond van de
                                    Wet inburgering 2013 een inburgeringsvoorziening (uit het
                                    Participatiebudget) aan te bieden vervalt eveneens. Vrijwillige
                                    inburgeraars kunnen net als iedere andere burger via het
                                    reguliere onderwijs de noodzakelijke (taal) vaardigheid en
                                    kennis verwerven om volledig deel te kunnen nemen aan de
                                    samenleving. </al><al/></li></lijst><al>Gemeentelijke taken gedurende overgangsperiode: </al><al>Gedurende een overgangsperiode zullen de gemeenten nog een aantal taken
                            op het terrein van inburgering uitoefenen. Per 1 januari 2013 blijft de
                            gemeente nog verantwoordelijk voor de volgende groepen (1 t/m 3) en
                            bijhorende taken volgens de overgangsregeling/ het overgangsrecht: </al><al/><lijst><li nr="1."><al>De gemeente blijft de verplichte én vrijwillige inburgeraars die
                                    vóór 1 januari 2013 zijn gestart met hun inburgeringstraject
                                    begeleiden/handhaven bij hun lopende inburgeringsvoorzieningen;
                                </al></li><li nr="2."><al>De gemeente blijft de plicht van de inburgeraars die vóór 1
                                    januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden, maar géén
                                    inburgeringsvoorziening hebben, handhaven. Deze handhaving vindt
                                    plaats gedurende de geldende inburgeringstermijn waarbinnen de
                                    inburgeraars aan hun inburgeringsplicht (moeten) voldoen. Onder
                                    het handhaven wordt verstaan het in voorkomende gevallen
                                    verlenen van verlengingen van de termijn, het waar nodig
                                    opleggen van boetes en het afgeven van ontheffingen en
                                    vrijstellingen van de inburgeringsplicht;</al></li><li nr="3."><al>De gemeente moet en kan alleen nog een inburgeringsvoorziening
                                    aanbieden aan asielgerechtigden en geestelijk bedienaren die
                                    vóór 1 januari 2013 hun verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
                                    hebben gekregen voor een niet-tijdelijk doel (asiel of
                                    gezinsvorming/hereniging of als geestelijke bedienaar), en die
                                    zich pas na 1 januari 2013 in de gemeente hebben gevestigd.
                                    Daarbij blijft ongewijzigd dat voor asielgerechtigde
                                    inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening ook uit
                                    maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid van de wet)
                                    bestaat;</al><al/></li></lijst><al>Met ingang van 1 januari 2013 zullen de gemeenten per nieuwe
                            inburgeringsplichtige asielgerechtigde van de regering een eenmalige
                            bijdrage ontvangen van € 1000. Dat bedrag is tijdelijk verhoogd naar
                            €2000,- (alleen voor inburgeringsplichtige asielgerechtigden en
                            inburgeringsplichtige nareizende gezinsleden die gedurende 2013 hun
                            verblijfsvergunning krijgen; daarna wordt de bijdrage weer € 1000). </al><al/><al>Hierbij is het overgangsrecht, zoals neergelegd in artikel X van de wet
                            van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering (2012, 430)
                            van toepassing. Dit houdt in dat de wetsartikelen van vóór de
                            wetswijziging, die voor de gemeente van belang zijn om hun resterende
                            taken uit te kunnen voeren, van kracht blijven (zoals de artikelen over
                            het inburgeringsexamen, de vrijwillige inburgeraars, vrijstelling en
                            ontheffing e.a.). Voor een aantal van deze artikelen van vóór 1 januari
                            2013 heeft de gemeente op grond van dit overgangsrecht nog steeds de
                            plicht om nadere regels op te stellen in een verordening (zie verder). </al><al/><al>Deze nieuwe Verordening Wet inburgering 2013 baseert zich op het
                            aanbodstelsel, op basis van het overgangsrecht in de wet. Dit stelsel
                            houdt in dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod doet en
                            deze voorziening pas vaststelt als de inburgeringsplichtige het aanbod
                            heeft aanvaard. </al><al/><al>Met het oog op de wetswijziging dient de gemeenten voor het uitvoeren
                            van haar inburgeringstaken die nog onder het overgangsrecht vallen, bij
                            verordening hiervoor regels te stellen over onder andere de volgende
                            onderwerpen: </al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de <vet>informatieverstrekking</vet>door
                                    de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten
                                    en plichten uit hoofde van deze wet, evenals van het aanbod van
                                    en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 van de
                                    wet). </al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het <vet>aanbieden van
                                        inburgeringsvoorzieningen</vet> aan asielgerechtigden en
                                    geestelijk bedienaren die voor 1 januari 2013
                                    inburgeringsplichtig werden. En tevens over de bijbehorende
                                    rechten en plichten (m.b.t. handhaving) en van de
                                    inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                                    vastgesteld Artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid,
                                    van de wet). </al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van <cursief>de
                                        </cursief><vet>bestuurlijke boetes</vet>die voor
                                    de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35
                                    van de wet).</al><al/></li></lijst><al><vet>AD 1. Regels over de informatieverstrekking aan
                                inburgeringsplichtigen </vet></al><al>Artikel 8 van de wet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels
                            vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de rechten en
                            plichten op grond van de Wet inburgering 2013 en informatie over het
                            aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die
                            voorzieningen. </al><al/><al><vet>AD 2. Regels met betrekking tot het aanbieden van
                                inburgeringsvoorzieningen </vet></al><al>Het uitgangspunt van de Wet inburgering 2013 is de eigen
                            verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij
                            zich voorbereidt op het inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen een
                            bepaalde groep inburgeringsplichtigen nog ondersteunen door het
                            aanbieden van een inburgeringsvoorziening. Onder het overgangsrecht zijn
                            gemeenten verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan alle
                            asielgerechtigde inburgeringsplichtigen en geestelijke bedienaren
                            (artikel 19, tweede lid van de wet) die voor 1 januari 2013
                            inburgeringsplichtig zijn geworden en nog geen voorziening hebben
                            aangeboden gekregen. Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het
                            inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                            II en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. De
                            inburgeringsplichtige is verplicht een eigen bijdrage van € 270 te
                            betalen, in het geval hij binnen de eerste drie maanden van de
                            inburgeringsvoorziening minder dan 80% aanwezig is geweest. </al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een
                            inburgeringsvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel
                            19, zesde lid van de wet).</al><al/><al><vet>AD 3. Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete
                            </vet></al><al>Artikel 35 van de wet draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van
                            de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                            overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het
                            bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd. </al><al>Gezien de fundamentele aanpassingen die in de verordening nodig zijn ten
                            gevolge van de wetswijziging, wordt voorgesteld om de huidige
                            verordening in te trekken en een nieuwe Verordening Wet inburgering 2013
                            vast te stellen.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Het eerste lid geeft aan wie er onder inburgeringsplichtige wordt
                            verstaan. Dat zijn de personen zoals bedoeld in artikel X, 2e t/m 5e lid
                            van de wetswijziging. </al><al>Onder artikel X, lid 2 wordt de inburgeringsplichtige bedoeld die
                            gehandhaafd wordt. </al><al>Onder artikel X, lid 3 wordt de inburgeringsplichtige bedoeld die
                            gehandhaafd wordt en tevens een aanbod krijgt (de asielgerechtigden en
                            geestelijke bedienaren, voor zover zij voor 1 januari 2013 hun
                            verblijfsvergunning hebben gekregen en inburgeringsplichtig zijn
                            geworden, maar die zich pas na 1 januari 2013 in de gemeente Ridderkerk
                            hebben gevestigd. </al><al>Onder artikel X, lid 5 wordt bedoeld de vrijwillige inburgeraar die voor
                            1 januari 2013 een inburgeringsovereenkomst heeft gesloten met de
                            gemeente. </al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die
                            worden gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit
                            inburgering en de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze
                            verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente
                            goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de
                            Wet inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke
                            wijze de informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt
                            georganiseerd. Wel bepaalt artikel 8 van de wet dat de gemeenteraad bij
                            verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking door de
                            gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en
                            plichten uit hoofde van deze wet, evenals van het aanbod van en de
                            toegang tot inburgerings-voorzieningen. Dit artikel in de verordening
                            vormt de uitwerking van deze verplichting. De gemeente kiest ervoor om
                            in de verordening alleen de kaders vast te stellen voor een adequate
                            informatievoorziening door het college aan de inburgeringsplichtigen.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inburgeringsaanbod</titel></kop><al>Vanaf 1 januari 2013 is het college alleen nog verplicht een
                            inburgeringsvoorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en een
                            inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren die voor 1 januari
                            2013 inburgeringsplichtig zijn geworden. Andere inburgeringsplichtigen
                            en vrijwillige inburgeraars kunnen van de gemeente geen
                            inburgeringsvoorziening meer krijgen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                            vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening,
                            met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van die voorziening
                            (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). </al><al/><al><cursief>Geestelijk bedienaren</cursief></al><al>In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de
                            opdracht heeft om voor de asielgerechtigde inburgeringsplichtige, een op
                            de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen. </al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een
                            passende inburgeringsvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van
                            de geschiktheid van een voorziening kunnen de volgende factoren een rol
                            spelen: </al><lijst><li nr="-"><al>de kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal
                                    en de Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit;
                                </al></li><li nr="-"><al>de maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of
                                    gaat vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden
                                    gedacht aan het verrichten van betaalde arbeid en/of het
                                    opvoeden van kinderen; </al></li><li nr="-"><al>de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij
                                    kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                                    inburgeringsplichtige moet vervullen. </al></li></lijst><al/><al><cursief>Geestelijke bedienaren </cursief></al><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke
                            bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben
                            dus niet de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan
                            geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven. </al><al/><al><cursief>Uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen </cursief></al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een
                            voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen
                            opleveren de inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt
                            is wel, zo blijkt uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod
                            voor een inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde
                            inburgeringsplichtige niet wordt gedaan, indien dat diens
                            arbeidsinschakeling belemmert. De Wet inburgering bepaalt dat de
                            inburgerings-voorziening gecombineerd moet worden met een voorziening
                            gericht op arbeidsinschakeling (re-integratievoorziening) als een
                            inburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige
                            die bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een
                            andere socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling én die
                            verplicht is om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20,
                            eerste lid van de wet). Het college is verantwoordelijk voor het
                            aanbieden van de gecombineerde inburgeringsvoorziening (artikel 20,
                            tweede lid van de wet). </al><al/><al>Het tweede lid van artikel 4 van de verordening draagt het college op om
                            er voor te zorgen dat de inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de
                            re-integratievoorziening. Aangezien deze voorzieningen in het kader van
                            de uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of
                            -regelingen ook door andere partijen dan het college (kunnen) worden
                            verstrekt, zal het college afspraken moeten maken met de
                            verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet of -regeling:
                            het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),
                            eigenrisicodragers of overheidswerkgevers (artikel 21 van de wet). </al><al/><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                            onderdeel van de inburgeringsvoorziening kan opnemen. In de wet is
                            geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet
                            bestaan: een cursus die toeleidt naar het inburgeringsexamen of het
                            staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos
                            afleggen van het desbetreffende examen (artikel 19, derde lid van de
                            wet). </al><al/><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen maakt ook maatschappelijke
                            begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening
                            (artikel 19, zesde lid van de wet). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op
                            de inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het
                            college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde
                            lid van de wet). De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet
                            en bedraagt € 270,00. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen in geval van acceptatie gemeentelijk
                                aanbod</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid van de wet dat
                            bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten
                            en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Dit artikel delegeert de
                            bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel
                            worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                            inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt in de beschikking
                            tot de vaststelling van de inburgeringsvoorziening deze verplichtingen
                            vast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten
                            zorgen dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is
                            van belang omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die - als het
                            goed is - leidt tot een besluit tot het toekennen van een
                            inburgeringsvoorziening. </al><al/><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het
                            aanbod van een inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige op
                            schriftelijke wijze doet en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het
                            adres waar de inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op
                            deze wijze kan er geen onduidelijkheid ontstaan over het feit dat het
                            college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan. </al><al/><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                            uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming
                            met het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking
                            tot het vaststellen van de inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door
                            de gemeente wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde
                            inhoud hebben als het aanbod (het vierde lid). </al><al/><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de
                            inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit
                            schriftelijk aan de gemeente meedeelt (het derde lid). Het kan
                            natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente meldt
                            dat hij wel een inburgeringsvoorziening wil, maar dat hij gelet op zijn
                            situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod
                            van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het
                            gedane aanbod moeten aanpassen. Een inburgeringsplichtige hoeft een
                            aanbod niet te accepteren. Weigert de inburgeringsplichtige het aanbod,
                            dan zal hij zich zelfstandig moeten voorbereiden op het
                            inburgeringsexamen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het vaststellen van een inburgeringsvoorziening is een
                            beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid
                            heeft tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel
                            wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten
                            worden neergelegd. In de beschikking zullen de toegekende voorziening en
                            de daaraan verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige
                            nauwkeurig moeten worden vermeld (onderdelen a en b). </al><al/><al>De inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan
                            de uitvoering van de inburgeringsvoorziening (artikel 23, eerste lid,
                            van de wet). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen
                            van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de
                            betrokkene (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn
                            gemaakt. De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het
                            inburgeringsexamen moet hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7,
                            eerste lid, van de wet). </al><al>In de beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden
                            gemaakt (onderdeel c). Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet
                            worden vastgelegd in hoeveel termijnen de eigen bijdrage kan worden
                            betaald. Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 van de wet draagt de gemeenteraad op bij verordening de
                            hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 van de
                            Wet inburgering zijn voor de verschillende overtredingen de
                            maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. Het college zal
                            bij elke overtreding het al dan niet opleggen van een bestuurlijke boete
                            en de hoogte ervan moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de
                            mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                            overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 9
                            mogelijk is. Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding,
                            moeten de overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne
                            voordoen, bijvoorbeeld 12 maanden. Als de inburgeringsplichtige niet
                            binnen de voor hem geldende termijn het inburgeringsexamen heeft
                            behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke boete op. De boete
                            die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel 9, onderdeel c van de
                            verordening. Op grond van artikel 32 van de wet moet het college in de
                            boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de
                            inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet behalen dan wel
                            op een andere wijze aan zijn inburgeringsplicht heeft voldaan. Als de
                            inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het
                            inburgeringsexamen niet heeft behaald, maakt het derde lid het mogelijk
                            dat het college een hogere boete vaststelt. </al><al>Met uitzondering van de boete die wordt opgelegd in het geval de
                            inburgeraar tot tweemaal toe het examen niet binnen de verlengde termijn
                            haalt. Er wordt bij elke overtreding in alle gevallen rekening gehouden
                            met de mate waarin de overtreder iets kan worden verweten. Daarbij wordt
                            zo nodig rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de
                            overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid van de wet). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>