<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR315468_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Omroeper, 20 december 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, Artikel 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening toeristenbelasting 2012</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Landerd;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Landerd d.d. 5
                        november 2013;</al><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet </al><al>B E S L U I T:</al><al>Vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van
                        toeristenbelasting 2014</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn
                        opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de
                        gemeente. Vanaf inwerkingtreding van de Wet basisregistratie personen (Wet
                        van 3 juli 2013, Stb. 2013, 315) en de Aanpassingswet basisregistratie
                        personen (Wet van 10 juli 2013, Stb. 2013, 316) wordt de in de vorige volzin
                        genoemde zinsnede ‘personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de
                        gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente’ vervangen
                        door ‘personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de
                        basisregistratie personen zijn ingeschreven’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld
                        in artikel 1.</al><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                        degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf is
                        degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel
                        5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf
                        forensenbelasting is verschuldigd;</al><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                        Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van
                        artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze
                        persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder
                        verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><al>Voor toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander
                        onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan,
                        voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een
                        bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet
                        algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze
                        onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of
                        opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief
                        nachtverblijf.</al><al>niet-beroepsmatige verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven of
                        gedeelten daarvan, niet zijnde kampeermiddelen of stacaravans, welke niet in
                        hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve
                        doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden
                        worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden.</al><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte, dat bestemd is voor het
                        gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde kampeermiddel of
                        stacaravan.</al><al>Het aantal personen dat heeft overnacht wordt met betrekking tot:</al><al>vakantieonderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, kampeermiddelen op
                        vaste standplaatsen en in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden door
                        één of meer leden van een zelfde huishouden gedurende de periode 1 januari
                        tot en met 31 december bepaald op 3 personen;</al><al>kampeermiddelen op seizoenstandplaatsen bepaald op 2,8 personen.</al><al>Het aantal malen dat door de in het tweede lid bedoelde personen is
                        overnacht wordt:</al><al>ingeval verblijf wordt gehouden op vaste standplaatsen, bepaald op
                        55,1;</al><al>ingeval verblijf wordt gehouden op seizoenstandplaatsen, bepaald op 62.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit
                        aantal lager is dan het op grond van artikel 5 berekende aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Per overnachting bedraagt het tarief € 1,10 .</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor de
                        toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet
                        verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>De aanslag(en) moet(en) worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de
                        eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee
                        maanden later. </al><al>Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke
                        termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend
                        op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                        tweede termijn twee maanden later.</al><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden
                        gestelde termijnen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere
                        regels geven voor de heffing en de invordering van de
                        toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachtingen verschaft, zulks schriftelijk te melden aan
                        de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                        gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c
                        van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening toeristenbelasting 2012 van 15 december 2011 wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening toeristenbelasting
                                2014.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Landerd van 12 december 2013.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.A.G. Huijs M.C. Bakermans</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>