<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR315453_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad 30 dec 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 228a Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>herziening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GH2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De Raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al/><al> gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5
                        november 2013;</al><al/><al> gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al> B E S L U I T:</al><al/><al> vast te stellen de:</al><al/><al> Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014.</al><al> (Verordening rioolheffing 2014)</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze verordening verstaat onder:</al><al> a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                            daarvan;</al><al> b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                            voorzieningen voor inza-</al><al> meling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater
                            of grondwater, in</al><al> eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; alsmede het voor
                            de openbare</al><al> dienst bestemde gemeentewater;</al><al> c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                            waterbedrijf betrekking</al><al> heeft;</al><al> d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                            grondwater;</al><al> e. drukriool: (onderdeel van de gemeentelijke riolering) het openbaar
                            riool, voor de afvoer</al><al> van afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het
                            riool plaatsvindt</al><al> door middel van door pompinstallaties veroorzaakte druk;</al><al> f. ingenomen water: door een waterbedrijf geleverd drink- en
                            industriewater, onttrokken</al><al> grond- en oppervlaktewater en opgevangen hemelwater; </al><al> g. Brabant Water: de naamloze vennootschap Brabant Water, gevestigd
                            te</al><al> ‘s-Hertogenbosch;</al><al> h. debiet: de hoeveelheid geloosd water gedurende het etmaal;</al><al> i. debietmeter: meter waarmee het debiet gemeten wordt; (bijvoorbeeld
                            door middel van</al><al> magnetische inductie) met een nauwkeurigheid van tenminste 95%; 2</al><al> j. agrarisch bedrijf: een bedrijf dat bestemd is, en bedrijfsmatig (met
                            het oogmerk om</al><al> daarmee winst te behalen) gebruikt wordt, voor het voortbrengen van
                            producten door</al><al> middel van het telen van gewassen of het houden of het fokken van
                            vee;</al><al> k. doorverbinding: indien achter één watermeter van het waterbedrijf
                            twee of meer zelf-</al><al> standige gedeelten zijn gelegen. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van</al><al> de Wet waardering onroerende zaken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al> Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten</al><al> die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><al> a. de inzameling en het transport van huishoudelijk water en
                        bedrijfsafvalwater, alsmede de</al><al> zuivering van huishoudelijk afvalwater; en</al><al> b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                        ingezamelde hemelwa-</al><al> ter, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige
                        gevolgen van de</al><al> grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                        voorkomen</al><al> of te beperken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting wordt geheven:</al><al> a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft
                            krachtens eigendom,</al><al> bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is
                            aangesloten op de ge-</al><al> meentelijke riolering dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de
                            gemeentelijke</al><al> zorgplichten, waaronder de zorg voor grondwater en het voorkomen van de
                            nadelige</al><al> gevolgen van de grondwaterstand, verder te noemen eigenarendeel;
                            en</al><al> b. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                            indirect op de gemeen-</al><al> telijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen het gebruikersdeel.
                        </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als</al><al> genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt
                            degene die bij het</al><al> begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt</al><al> dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><al> a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
                            krachtens </al><al> eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al><al> b. ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld
                            in artikel 4 – voor</al><al> gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                            afgestaan.</al><al> c. degene die, niet zijnde de onder a of b genoemde gebruiker, met
                            waterbedrijf Brabant Wa-</al><al> ter een overeenkomst tot levering is aangegaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al> Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als</al><al> afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt het: </al><al> a. eigenarendeel geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met
                        dien verstande</al><al> dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden
                        gebruikt, deze</al><al> als één perceel worden aangemerkt;</al><al> b. gebruikersdeel geheven van degene die met waterbedrijf Brabant Water een
                        overeenkomst</al><al> tot levering is aangegaan, met inbegrip van de zelfstandige gedeelten welke
                        via een door-</al><al> verbinding van water worden voorzien. Het al dan niet aanwezig zijn van
                        tussenmeters is</al><al> hierbij niet van belang. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Grondslag en maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water
                            dat vanuit het per-</al><al> ceel wordt afgevoerd. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het totaal aantal
                            kubieke meters ingeno-</al><al> men water dat, in de laatste aan het begin van het belastingjaar
                            voorafgaande verbruiks-</al><al> periode is ingenomen. </al><al> Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
                            maanden, wordt de</al><al> hoeveelheid ingenomen water door herleiding naar tijdsgelang bepaald.
                            Bij die herleiding</al><al> wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
                        </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voor-</al><al> zien van een:</al><al> a. geijkte watermeter, waarvan de hoeveelheid opgevangen of opgepompt
                            water kan worden</al><al> afgelezen, of</al><al> b. geijkte bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                            pompinstallatie met vaste ca-</al><al> paciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.</al><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgevan-</al><al> gen of opgepompt water geschiedt op grond van enige andere voorschrift
                            of wettelijke</al><al> bepaling. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Voor zover de gegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel
                            niet bekend zijn, wordt</al><al> het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van
                            de Gemeentewet be-</al><al> doelde ambtenaar vastgesteld naar rato van de afgevoerde hoeveelheid
                            water vanuit verge-</al><al> lijkbare percelen. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Indien door de gebruiker wordt aangetoond dat, op voet van de in het
                            derde lid berekende</al><al> totale hoeveelheid ingenomen water, méér dan 200 m3</al><al> niet via de gemeentelijke riolering is</al><al> afgevoerd, wordt het waterverbruik verminderd met de op andere wijze
                            afgevoerde hoe-</al><al> veelheid, voorzover die hoeveelheid de 200 m3</al><al> overschrijdt. </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Ten aanzien van objecten welke bij gemeente Sint Anthonis geregistreerd
                            staan als “agrari-</al><al> sche bedrijven” wordt bepaald, dat bij de heffing wordt uitgegaan van
                            maximaal 250 m3</al><al> geloosd water per jaar, met uitzondering van die objecten waarbij op
                            grond van enige andere</al><al> wettelijke bepaling of voorschrift het debiet op een andere wijze wordt
                            vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Indien de registratie van het water, dat op de gemeentelijke riolering
                            wordt geloosd,</al><al> plaatsvindt met behulp van een debietmeter, vindt in afwijking van de
                            in dit artikel eerder</al><al> genoemde wijzen, altijd verrekening plaats naar het aantal kubieke
                            meters die op de de-</al><al> bietmeter worden afgelezen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het eigenarendeel bedraagt € 102,00 per perceel. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het gebruikersdeel bedraagt voor elke volle kubieke meter water:</al><al> a. € 1,15 per kubieke meter water van 0 m3 tot en met 1000 m3</al><al> b. € 0,88 per kubieke meter water vanaf 1.001 m3</al><al> tot en met 5.000 m3</al><al> c. € 0,59 per kubieke meter water vanaf 5.001 m3</al><al> tot en met 10.000 m3</al><al> d. € 0,39 per kubieke meter water vanaf 10.001 m3</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel
                            van afrekeningen van</al><al> waterbedrijf Brabant Water plaatsvindt de verbruiksperiode zoals die
                            voor de betrokken be-</al><al> lastingplichtige voor het desbetreffende perceel geldt. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het
                            belastingtijdvak gelijk aan het kalen-</al><al> derjaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het eigenarendeel wordt geheven bij wege van aanslag. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien in het belastingtijdvak vanuit een perceel minder dan 1.000
                            kubieke meter water is of</al><al> wordt afgevoerd wordt het gebruikersdeel geheven bij wege van een
                            gedagtekende schrif-</al><al> telijke kennisgeving. Deze kan worden afgedrukt op de (jaar)afrekening
                            van waterbedrijf</al><al> Brabant Water. Als dagtekening van de kennisgeving geldt in dat geval
                            de dagtekening van</al><al> de (jaar)afrekening van Brabant Water. Als kennisgeving van voorlopig
                            gevorderde bedra-</al><al> gen wordt aangemerkt de voorschotnota van Brabant Water. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorlopig gevorderde bedragen worden met het definitief gevorderde
                            bedrag verrekend. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien het gebruikersdeel, niet kan worden geheven door middel van de
                            kennisgeving als</al><al> bedoeld in het tweede lid wordt het recht geheven door middel van een
                            aanslag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of
                            voor het gebruikersdeel,</al><al> zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruik van het
                            perceel voor het gebrui-</al><al> kersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het recht
                            verschuldigd met ingang</al><al> van de dag nadat het perceel in gebruik is genomen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruik van het
                            perceel voor het gebrui-</al><al> kersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, is het recht
                            verschuldigd tot en met de dag</al><al> waarop het gebruik van dat perceel wordt beëindigd. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de ge-</al><al> meente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen</al><al> worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op
                            de laatste dag van de</al><al> maand volgend op de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslag-</al><al> biljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                            later. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor heffingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, geldt in afwijking
                            van artikel 10, eerste lid:</al><al> in zoverre de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                            incasso van het </al><al> International Bank Account Number (IBAN) van de belastingplichtige
                            kunnen worden afge-</al><al> schreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                            termijnen waarvan de</al><al> eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de
                            maand die in de dag-</al><al> tekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een</al><al> maand later. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Daar waar artikel 8, tweede lid, van toepassing is, moet het voorlopig
                            gevorderde bedrag,</al><al> alsmede het definitief gevorderde bedrag worden betaald tegelijk met en
                            op de zelfde wijze</al><al> als die waarop het voorschotbedrag, onderscheidenlijk het definitieve
                            bedrag van de afreke-</al><al> ning van waterbedrijf Brabant Water moet worden betaald. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al> Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de</al><al> heffing en invordering van de rioolheffing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ‘Verordening rioolrechten 2013’ van 10 december 2012 wordt
                            ingetrokken met ingang</al><al> van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met
                            dien verstande dat</al><al> zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendma-</al><al> king. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De datum van ingang van heffing is 1 januari 2014. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing 2014”. </al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad</ondertekening><ondertekening> van de gemeente Sint Anthonis van 9 december 2013. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening> de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> mr. A.P.J.L. Keijzers M.L.P. Sijbers</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>