<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR315412_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening reinigingsheffingen Sint Anthonis 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad 30 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen Sint Anthonis 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Herziening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GH2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening reinigingsheffingen Sint Anthonis 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De Raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al/><al> gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5
                        november</al><al> 2013, gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet</al><al> en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al> B E S L U I T:</al><al/><al> vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al> Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                        reinigings-</al><al> rechten 2014. </al><al> (Verordening reinigingsheffingen Sint Anthonis 2014) </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al> Krachtens deze verordening worden geheven:</al><al> a. een afvalstoffenheffing;</al><al> b. reinigingsrechten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al> Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de
                        zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al><al> b. gemengd pand: de gebouwde onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                        daarvan, als bedoeld in hoofdstuk III, artikel 16 van de Wet waardering onroerende
                        zaken, waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan en waaruit geregeld
                        bedrijfsafvalstoffen worden aangeboden.</al><al> bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen afkomstig van bedrijven, kantoren en
                        instellingen, welke door geringe omvang of hoeveelheid gelijk te stellen zijn met huishoudelijk
                        afval en als zodanig mede in aanmerking komen voor het periodiek inzamelen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar
                            afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten
                            aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al> De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                        omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                        persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen
                        10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen
                        van huishoudelijke afvalstoffen geldt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al> De belasting wordt geheven naar de volgende maatstaven en tarieven en
                        bedraagt:</al><al> a. per perceel per belastingjaar € 158,00;</al><al> b. de belasting voor het ter beschikking stellen van opdrukzakken per 10
                        opdrukzakken € 11,00. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al> Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 5, onderdeel a wordt geheven bij wege
                            van aanslag. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 5, onderdeel b wordt geheven door
                            middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.</al><al> Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of
                            uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 5, onderdeel a is verschuldigd bij het
                            begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                            verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
                            volle kalender- maanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                            verschuldigde be-lasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog
                            volle kalendermaan-den overblijven. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik
                            maakt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            worden de aanslagen betaald in drie gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, dat zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van het International Bank Account
                            Number (IBAN) van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, de
                            aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in
                            artikel 7, tweede lid:</al><al> a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                            kennisgeving;</al><al> b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de
                            kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening
                            van de kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden ge-stelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al> Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het
                        genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van
                        voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen (werken of inrichtingen die
                        bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al> De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve
                        van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of
                        inrichtingen gebruik maakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al> De rechten voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte
                        omvang  of hoeveelheid worden geheven naar de volgende maatstaven en tarieven en
                        bedragen:</al><al> a. per bedrijfspand per belastingjaar € 158,00;</al><al> b. in afwijking van onderdeel a. voor het periodiek verwijderen van
                        bedrijfsafvalstoffen aangeboden vanuit een gemengd pand per bedrijfspand per belastingjaar € 59,00;</al><al> c. voor het ter beschikking stellen van opdrukzakken 10 opdrukzakken</al><al> € 11,00. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al> Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                        belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De rechten bedoeld in artikel 12, onderdeel a en onderdeel b worden
                            geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een
                            afzonderlijke aan- slag kan worden opgelegd. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De rechten bedoeld in artikel 12, onderdeel c worden geheven door
                            middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop
                            het gevor- derde bedrag is vermeld.</al><al> Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de
                            schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                            tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De rechten bedoeld in artikel 12, onderdeel a en onderdeel b zijn
                            verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt zijn de
                            rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                            rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                            verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog
                            volle kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            worden de aanslagen betaald in drie gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, dat zolang de
                            verschuldigde bedragen</al><al> door middel van automatische incasso van het International Bank Account
                            Number (IBAN) van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, de
                            aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De reinigingsrechten moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als
                            bedoeld in artikel 14, tweede lid:</al><al> a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                            kennisgeving;</al><al> b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de
                            kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de
                            dagtekening van de kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al> Voor de belasting als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, respectievelijk de
                        rechten als bedoeld in artikel 12, a, b en c van deze verordening wordt geen
                        kwijtschelding verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al> Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al> De ‘Verordening reinigingsheffingen 2013’, vastgesteld bij besluit van 10
                        december 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 20, tweede lid, genoemde
                        datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                        de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening reinigingsheffingen</al><al> Sint Anthonis 2014’.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de</ondertekening><ondertekening> Raad van de gemeente Sint Anthonis van </ondertekening><ondertekening> 9 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening> de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> mr. A.P.J.L. Keijzers M.L.P. Sijbers </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>