<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR315410_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling "Ondersteuning Bestuurlijke Samenwerking West-Friesland"</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Westfries Weekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling "Ondersteuning Bestuurlijke Samenwerking West-Friesland"</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-10-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-08-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11.19076</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>001 bestuursorganen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Dit is een gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec;</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling "Ondersteuning Bestuurlijke Samenwerking West-Friesland"</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Hoorn, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;</al><al/><al>Gelet op de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2004, nr. </al><al/><al>Overwegende dat </al><al/><lijst><li nr="-"><al>tot de taken van het Samenwerkingsorgaan Westfriesland (SOW) behoort
                                het organiseren, faciliteren en coördineren van periodiek
                                bestuurlijk overleg op een aantal werkterreinen in de vorm van
                                portefeuillehoudersoverleggen en een aantal daarvan afgeleide
                                taken;</al></li><li nr="-"><al>de 13 Westfriese gemeenten hebben besloten de gemeenschappelijke
                                regeling SOW met ingang van 1 januari 2005 op te heffen;</al></li><li nr="-"><al>bij de besluitvorming om te komen tot de opheffing van het SOW is
                                voorgesteld dat de gemeente Hoorn op zich neemt om voor alle
                                gemeenten van Westfriesland het bestuurlijk overleg te faciliteren,
                                coördineren en te regisseren in een gezamenlijk nieuw te ontwikkelen
                                formule van marktplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>de betrokken gemeentebesturen daarbij een voorkeur hebben
                                uitgesproken dat Hoorn als centrumgemeente hiervoor gaat
                                fungeren;</al></li><li nr="-"><al>de raad van Hoorn op 11 mei 2004 zich bereid heeft verklaard deze
                                taken en daarvan afgeleide taken als dienstverlenende gemeente op
                                zich te nemen onder de voorwaarden dat:</al><lijst><li nr="1."><al>alle regiogemeenten meebetalen aan de kosten van
                                        organisatie, facilitering en coördinatie van het bestuurlijk
                                        overleg in de vorm van marktplaatsen, zonder dat zij
                                        verplicht zijn tot deelname;</al></li><li nr="2."><al>voor andere op verzoek van de regiogemeenten door Hoorn te
                                        verrichten taken de regiogemeenten zich bereid verklaren de
                                        diensten die daarop betrekking hebben af te nemen en mee te
                                        betalen en dat het eventueel afhaken van een gemeente, nu of
                                        in de toekomst, niet leidt tot het eenzijdig afwentelen van
                                        de gevolgen op de gemeente Hoorn;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>in mei 2004 in het Algemeen bestuur SOW is geaccordeerd dat de
                                gemeente Hoorn bepaalt op welke wijze de onderbrenging van de op
                                zich te nemen taken binnen haar organisatie het beste kan
                                plaatsvinden, welk werk daaruit voortvloeit en hoeveel mankracht
                                daarvoor per 1 januari 2005 wordt ingezet en dat Hoorn komt met een
                                voorstel voor de te treffen regeling met de andere gemeenten;</al></li><li nr="-"><al>de gemeente Hoorn voorstelt hiervoor een gemeenschappelijke regeling
                                vast te stellen die uitgaat van een centrumgemeenteconstructie als
                                bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wgr en wel in die vorm dat
                                er geen nieuw orgaan in het leven wordt geroepen maar wordt
                                aangesloten bij de bestuursorganen van Hoorn;</al></li><li nr="-"><al>de gemeente Hoorn heeft toegezegd, in het belang van de 13
                                regiogemeenten, het principe van het door het Algemeen bestuur van
                                het SOW in zijn vergadering van 19 april 2004 vastgestelde Sociaal
                                Statuut “mens volgt werk” voorop te stellen;</al></li><li nr="-"><al>op de overgang van personeel van het SOW naar de gemeente Hoorn van
                                toepassing is het hierboven aangehaalde Sociaal Statuut; </al><al/></li></lijst><al>b e s l u i t e n</al><al/><al>vast te stellen de hierna volgende</al><al/><al><vet>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING "ONDERSTEUNING BESTUURLIJKE SAMENWERKING
                            WESTFRIESLAND"</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>BESTUURSVORM, BELANG EN TAKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland,
                                    Opmeer en Stede Broec nemen deel aan een gemeenschappelijke
                                    regeling als bedoeld in artikel 1 en artikel 8, derde lid, van
                                    de Wet Gemeenschappelijke Regelingen 1984.</al></li><li nr="2."><al>De in het vorige lid genoemde bestuursorganen van de gemeente
                                    Hoorn verlenen tegen betaling van de kosten diensten aan de
                                    bestuursorganen van de overige aan deze regeling deelnemende
                                    gemeenten.</al></li><li nr="3."><al>De gemeenschappelijke regeling wordt in het belang van de regio
                                    Westfriesland getroffen om voor de regio Westfriesland de
                                    samenwerking op het gebied van bestuurlijk overleg te
                                    ondersteunen. Bij de start van deze regeling vallen hieronder de
                                    bestuurlijke overlegondersteuningstaken die door de deelnemende
                                    gemeenten zijn teruggenomen van het Samenwerkingsorgaan
                                    Westfriesland en nu worden ondergebracht bij de dienstverlenende
                                    gemeente. Dit zijn de volgende drie bestuurlijke
                                    overleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>Algemeen Bestuurlijke Zaken (ABZ);</al></li><li nr="b."><al>Verkeer en vervoer, Volkshuisvesting, Ruimtelijke
                                            Ordening en Economie (VVRE);</al></li><li nr="c."><al>en Maatschappelijke Dienstverlening en Volksgezondheid
                                            (Madivo).</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Zonodig kan door een unaniem besluit van de aan deze regeling
                                    deelnemende bestuursorganen aande werkingssfeer van deze
                                    gemeenschappelijke regeling de uitvoering van andere taken
                                    worden toegevoegd.</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Aan deze regeling zijn de volgende taken toegevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van de door de deelnemende gemeenten
                                            vastgestelde Huisvestingsverordening het instellen, in
                                            stand houden en ondersteunen van de Urgentiecommissie
                                            Huisvesting West-Friesland en de Klachtencommissie
                                            Woningtoewijzing West-Friesland; </al></li><li nr="b."><al>regionale coördinatietaken op het gebied van
                                            jeugdbeleid;</al></li><li nr="c."><al>voeren van de leerlingadministratie van het
                                            Leerlingenvervoer West-Friesland;</al></li><li nr="d."><al>uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van
                                            Volwasseneneducatie;</al></li><li nr="e."><al>afwikkelingen verplichtingen voormalig SOW.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>BEGRIPSBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>deelnemende gemeente: de raad en het college van burgemeester en
                                    wethouders als bestuursorganen van alle aan deze regeling
                                    deelnemende gemeenten;</al></li><li nr="b."><al>dienstverlenende gemeente: de raad en het college van
                                    burgemeester en wethouders als bestuursorganen van de gemeente
                                    Hoorn;</al></li><li nr="c."><al>dienstafnemende gemeente:de raad en het college van burgemeester
                                    en wethouders als bestuursorgaan van de naast Hoorn aan deze
                                    regeling deelnemende gemeenten;</al></li><li nr="d."><al>marktplaats: het bestuurlijke overleg tussen portefeuillehouders
                                    van de deelnemende gemeenten;</al></li><li nr="e."><al>marktplaats algemeen bestuurlijke zaken: het bestuurlijke
                                    overleg waarin behalve over regionale zaken samenwerking in het
                                    algemeen ook over specifieke aangelegenheden deze
                                    gemeenschappelijke regeling betreffende kan worden
                                    gesproken;</al></li><li nr="f."><al>ambtelijke werkgroep: een werkgroep, samengesteld uit ambtelijke
                                    vertegenwoordigers van deelnemende gemeenten;</al></li><li nr="g."><al>de wet: de Wet Gemeenschappelijke Regelingen 1984;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>VERPLICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verplichtingen van de dienstverlenende gemeente</titel></kop><al>1.</al><lijst><li nr="a."><al>De dienstverlenende gemeente waarborgt een goede uitvoering van
                                    de werkzaamheden voor de in artikel 1, derde, vierde en vijfde
                                    lid, genoemde taken door de inzet van voldoende vakbekwaam
                                    personeel, het beschikbaar stellen van apparatuur, hulpmiddelen
                                    en huisvesting, alsmede door het invoegen in de bestuurs- ,
                                    financiële, planning &amp; controlcyclus van de gemeente. </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Tot de onder a. bedoelde werkzaamheden behoren ook die
                                    betreffende de archivering van de bij deze werkzaamheden
                                    behorende bescheiden, overeenkomstig de daaraan door de
                                    Archiefwet 1995 gestelde eisen en de in de dienstverlenende
                                    gemeente hiervoor geldende nadere regels. </al></li></lijst><al>2.</al><al>De dienstverlenende gemeente levert de bestuurlijke voorzitters van de
                            te organiseren marktplaatsen.</al><al/><al>3.</al><al>De dienstverlenende gemeente verzorgt het secretariaat van de
                            marktplaatsen en daaraan verbonden ambtelijke werkgroep(en).</al><al/><al>4.</al><lijst><li nr="a."><al>De dienstverlenende gemeente stelt voor de onder deze regeling
                                    vallende taken jaarlijks voor 1 juli een begroting met
                                    werkprogramma op voor het volgende jaar waarin de voor de
                                    samenwerking op grond van deze regeling beschikbare
                                    formatieplaatsen worden weergegeven en de daarbij behorende
                                    direct productieve uren per formatieplaats worden uitgezet ten
                                    opzichte van de voorgenomen werkzaamheden voor dat jaar.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>De dienstverlenende gemeente berekent in de onder lid 4 onder a.
                                    bedoelde begroting de door de dienstafnemende gemeenten te
                                    betalen financiële bijdrage op grond van de in artikel 4
                                    afgesproken verdeelsleutel. </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>De dienstverlenende gemeente zendt deze begroting met
                                    werkprogramma voor 1 juli aan de dienstafnemende gemeenten en
                                    agendeert deze in de marktplaats Algemeen bestuurlijke zaken om
                                    het gevoelen van de deelnemende gemeenten te peilen. </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>Het gevoelen van de deelnemende gemeenten ten aanzien van deze
                                    begroting en ten aanzien van het werkprogramma wordt expliciet
                                    ter kennisgebracht aan de raad van de dienstverlenende gemeente
                                    alvorens deze begroting als onderdeel van de begroting van de
                                    dienstverlenende gemeente vaststelt.</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>De dienstverlenende gemeente zendt de concept-begroting voor
                                    deze taken als voornemen vòòr 15 juli aan gedeputeerde staten en
                                    zendt de definitieve begroting als onderdeel van de totale
                                    gemeentelijke begroting aan gedeputeerde staten overeenkomstig
                                    de voor gemeentebegrotingen geldende voorschriften en
                                    termijnen.</al></li></lijst><al>5.</al><al>De dienstverlenende gemeente zendt gelijktijdig met de jaarrekening een
                            inhoudelijk jaarverslag aan de dienstafnemende gemeenten.</al><al/><al>6.</al><lijst><li nr="a."><al>De dienstverlenende gemeente stelt van de kosten die voor de
                                    uitvoering van deze regeling zijn gemaakt een jaarrekening vast
                                    in het jaar volgend waarop deze betrekking heeft als onderdeel
                                    van de gemeentelijke jaarrekening. </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>De dienstverlenende gemeente zendt de gemeentelijke jaarrekening
                                    binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval voor 15
                                    juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening
                                    betrekking heeft aan de deelnemende gemeenten en aan
                                    gedeputeerde staten.</al></li></lijst><al>7. </al><lijst><li nr="a."><al>De dienstverlenende gemeente verstrekt binnen 30 dagen na
                                    ontvangst van een verzoek van het college of van een of meer
                                    leden van de raden van de aan de regeling deelnemende gemeenten
                                    schriftelijk inlichtingen aangaande de belangen waarvan de
                                    behartiging bij of krachtens deze gemeenschappelijke regeling
                                    aan de dienstverlenende gemeente is opgedragen.</al></li><li nr="b."><al>Indien beantwoording van een verzoek om inlichtingen niet binnen
                                    deze termijn kan plaatsvinden geeft de dienstverlenende gemeente
                                    de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht.</al></li><li nr="c."><al>De vragen met de antwoorden worden door de dienstverlenende
                                    gemeente onverwijld aan de colleges, resp. raden van de aan deze
                                    regeling deelnemende gemeenten en aan de vragensteller
                                    meegedeeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verplichtingen van de dienstafnemende gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De dienstafnemende gemeenten verplichten zich ieder kalenderjaar aan
                                de dienstverlenende gemeente een financiële vergoeding te betalen.
                                Voor een deel van de werkzaamheden is dit naar rato van het
                                inwonertal van de gemeente per 1 januari van het voorafgaande jaar.
                                De kosten voor de afwikkeling van het voormalige SOW worden apart
                                inzichtelijk gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van het in lid 1 bedoelde inwonertal wordt
                                uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek
                                openbaar gemaakte bevolkingsgegevens.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>VERDERE WERKAFSPRAKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Adviezen, welke als onderdeel van de dienstverlening door de
                                dienstverlenende gemeente worden uitgebracht, worden ondertekend
                                door diens gemeentesecretaris of door een schriftelijk aangewezen
                                mandataris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De dienstverlenende gemeente is niet aansprakelijk voor de publiek-
                                of privaatrechtelijke gevolgen van besluiten van de bestuursorganen
                                van de dienstafnemende gemeenten, welke genomen zijn naar aanleiding
                                van op grond van deze regeling gedane dienstverlening, behoudens
                                indien er sprake is van verwijtbare schuld of nalatigheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In voorkomende gevallen kan na onderling overleg voor de uitvoering
                                van deze regeling onder dezelfde condities ook deskundigheid van een
                                van de andere deelnemende gemeenten worden ingezet. Hiermee wordt
                                niet bedoeld het deelnemen door ambtelijke vertegenwoordigers van
                                deelnemende gemeenten aan ambtelijke werkgroepen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In overleg tussen de dienstverlenende en dienst afnemende gemeenten
                                kan leiden tot:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijke inzet van extra mensuren;</al></li><li nr="b."><al>bijstelling van het werkprogramma;</al></li><li nr="c."><al>de uitvoering van eventueel andere nader over een te komen
                                        taken, worden besloten zulkvoor zover dat overeenkomstig de
                                        doelstelling van deze regeling is en er zich geen
                                        organisatorische belemmeringen bij de betrokken gemeenten
                                        voordoen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>AANVULLENDE FINANCIELE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De dienstverlenende gemeente richt ten behoeve van de samenwerking
                                op grond van deze regeling een kostenplaats binnen haar begroting
                                in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten worden bepaald op grond van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de kosten welke jaarlijks worden vastgesteld aan de hand van de
                                personele en rechtspositionele kosten van de directe personeelsinzet
                                in het kader van de dienstverlening binnen dit
                                samenwerkingsverband;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bij dit samenwerkingsverband passende opslag voor indirecte
                                kosten (zoals huisvesting, personeel en organisatie, automatisering,
                                huisdrukkerij, planning&amp;control, bestuur, archivering).</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>eventuele bijzondere kosten verbonden aan de werkzaamheden verricht
                                in het kader van deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verrekening van kosten vindt plaats op basis van per kwartaal
                                door de dienstverlenende gemeente bij de dienst afnemende gemeenten
                                in te dienen voorschotnota’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na afloop van het kalenderjaar, doch uiterlijk voor 1 maart, wordt
                                door de dienstverlenende gemeente een rekening opgesteld en
                                afrekeningen aan de dienst afnemende gemeenten toegezonden, waarop
                                de betaalde voorschotten in mindering zijn gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot de regels op het gebied van administratie en het
                                beheer van vermogenswaarden is de betreffende verordening van de
                                dienstverlenende gemeente van toepassing. Deze regels dienen te
                                waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt
                                voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer
                                van vermogenswaarden is de betreffende verordening van de
                                dienstverlenende gemeente van toepassing. Deze regels dienen onder
                                meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de
                                administratie en het beheer worden getoetst.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>WIJZIGING, TOE- EN UITTREDING EN OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een wijziging van de regeling kan worden voorgesteld door elke
                                deelnemende gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.a.</lidnr><al>Een besluit tot wijziging van de regeling, daaronder mede verstaan
                                aanvulling met of schrapping van woorden of bepalingen, komt slechts
                                tot stand na instemming van minimaal tweederde van het aantal
                                deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Als een besluit tot wijziging aanzienlijke gevolgen heeft voor de
                                verplichtingen van de dienstverlenende gemeente of voor de
                                toerekening van de kosten dient de dienstverlenende gemeente te
                                behoren tot de gemeenten die met dit besluit instemmen om te
                                voorkomen dat de dienstverlenende gemeente met ongewenste gevolgen
                                wordt geconfronteerd in haar organisatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot opheffing van de regeling komt slechts tot stand na
                                instemming van minimaal twee derde van het aantal deelnemende
                                gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot deze regeling kan worden uitgetreden, dan wel toegetreden door
                                middel van besluiten van de daartoe bevoegde bestuursorganen van een
                                deelnemende gemeente, respectievelijk een toetredende gemeente.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot toe- dan wel uittreding wordt zo spoedig mogelijk
                                aan de dienstverlenende gemeente gemeld, die dit weer zo snel
                                mogelijk meldt aan de deelnemende gemeenten en onderwerp van
                                bespreking maakt in de marktplaats Algemeen bestuurlijke zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van toe- of uittreding van een gemeente of opheffing van de
                                regeling worden de financiële gevolgen door de dienstverlenende
                                gemeente in een rapportage neergelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een rapportage, als bedoeld in het derde lid, wordt in ieder geval
                                ter behandeling ingebracht in de marktplaats Algemeen bestuurlijke
                                zaken en vervolgens ter behandeling toegezonden aan de
                                dienstafnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien bij een besluit tot uittreding niet tot overeenstemming kan
                                worden gekomen, geeft de dienstverlenende gemeente aan een in
                                overleg met de uittredende gemeente(n) aan te wijzen deskundige
                                opdracht een liquidatieplan op te stellen, als ware tot opheffing
                                van de regeling besloten. Daarbij wordt tevens een afkoopsom
                                berekend als bijdrage in alle relevante kosten die verband houden
                                met de liquidatie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien bij een besluit tot opheffing niet tot overeenstemming kan
                                worden gekomen, geeft de dienstverlenende gemeente aan een in
                                overleg met de deelnemende gemeenten aan te wijzen deskundige
                                opdracht een liquidatieplan op te stellen. Daarbij wordt tevens een
                                afkoopsom berekend als bijdrage in alle relevante kosten die verband
                                houden met de liquidatie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien in het geval van uittreding als bedoeld onder lid 5, of
                                opheffing als bedoeld onder lid 6 niet tot overeenstemming kan
                                worden gekomen ten aanzien van de bepaling van de deskundige aan wie
                                de opdracht zal worden verleend, beslist de dienstverlenende
                                gemeente aan welke deskundige deze opdracht wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Alvorens tot de in het volgende lid bedoelde besluitvorming over te
                                gaan, worden de dienstafnemende gemeenten minimaal drie maanden
                                tevoren gehoord met betrekking tot een
                                ontwerp-liquidatiebesluit.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het liquidatiebesluit wordt vastgesteld door de raad van de
                                dienstverlenende gemeente en ter goedkeuring toegezonden aan
                                Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Een besluit tot wijziging, toe- en uittreding, op opheffing gaat in
                                op de eerste dag van het jaar volgende op die waarop de laatste
                                inschrijving in de registers als bedoeld in artikel 27 van de wet
                                heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten zijn verplicht de nadelige consequenties
                                van het opheffen van de regeling, dan wel van een henzelf aangaand
                                besluit tot uittreden, voor hun rekening te nemen en binnen een
                                termijn van zes maanden na de goedkeuring van het liquidatieplan de
                                daarin voor hen omschreven financiële verplichtingen aan de
                                dienstverlenende gemeente te voldoen. Eerst na de voldoening hiervan
                                is de uittredende gemeente van haar financiële verplichtingen jegens
                                de overige gemeenten en de dienstverlenende gemeente ontslagen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de wet, de
                                beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, leggen de
                                betrokken gemeenten het geschil voor aan een daartoe door de
                                marktplaats Algemeen bestuurlijke zaken in te stellen en nader te
                                regelen geschillencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken partijen
                                en brengt advies uit over de mogelijkheden om partijen tot elkaar te
                                brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>De deelnemende gemeenten dragen zorg voor de opname in de registers als
                            bedoeld in artikel 27, eerste lid van de wet.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze gemeenschappelijke regeling kan worden aangehaald als
                                    “Ondersteuning bestuurlijke samenwerking Westfriesland
                                    2005”.</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling treedt in werking op de dag na inschrijving ervan
                                    in het register als bedoeld in artikel 27, lid 2, van de Wet
                                    gemeenschappelijke regeling.</al></li><li nr="3."><al>De regeling wordt geacht te zijn getroffen voor onbepaalde
                                    tijd.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders van Hoorn op
                        28 juni 2011 , </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, De burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Hoorn
                        op 4 oktober 2011,</ondertekening><ondertekening>……………</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>