<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR315205_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Winkeltijden Deventer 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Deventer</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Deventer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad,</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Winkeltijden Deventer 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-15</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>929150</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wijziging art 2, lid 1</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      Verordening Winkeltijden Deventer 2013
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Deventer, Gelezen het voorstel van burgemeester en
                        wethouders van 19 november 2013, nummer 872991, team Ruimte en
                        Economie;</al><al/><al> Gelet op de Winkeltijdenwet, waarin onder meer verbodsbepalingen zijn
                        opgenomen voor het geopend hebben van winkels op zon- en feestdagen en op
                        werkdagen voor 6 uur en na 22 uur;</al><al/><al> Overwegende dat het gewenst is dat van de verboden van de Winkeltijdenwet
                        vrijstelling en ontheffing kan worden verleend;</al><al/><al> Gezien het advies van de commissie Handel, Ambachten en Diensten
                        (HAD);</al><al/><al>met inachtneming van het aangenomen amendement;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet></al><al>Vast te stellen de ‘Verordening Winkeltijden Deventer 2013’ met
                        bijbehorende toelichting:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>de Wet: de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>winkel: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>feestdagen: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag,
                                    tweede Pinksterdag, eerste en tweede Kerstdag;</al></li><li nr="d."><al>Werkdagen: maandag tot en met zaterdag; </al></li><li nr="e."><al>het College: het College van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Deventer;</al></li><li nr="f."><al>SBI: Standaard Bedrijfsindeling 2008 van de Kamer van Koophandel
                                    (SBI codering 2012). Wanneer de in deze verordening genoemde SBI
                                    wordt gewijzigd door de Kamer van Koophandel, dan moet voor de
                                    in deze verordening genoemde SBI de meest recente SBI worden
                                    gelezen, zoals gepubliceerd door de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="g."><al>Deelgebieden: de volgende binnen de gemeente te onderscheiden
                                    gebieden:</al></li></lijst><al>Binnenstad (gebied binnen de grachtengordel);</al><al>Runshopping Centre De Snipperling (RSC), inclusief Revalstraat,
                            Dortmundstraat, Gotlandstraat</al><al>(noordkant), Hanzeweg (m.u.v. Havenkwartier, locatie Sallcon, en
                            gedeelte ten zuiden van Hanzebrug), Zweedsestraat (gedeelte tussen
                            Westfalenstraat en de Siemelinksweg, zowel noord- als zuidkant),
                            Snipperlingsdijk (gedeelte ten noorden van het Overijssels kanaal en ten
                            westen van de Westfalenstraat), Industrieweg (zuidkant);</al><al>Hart van Colmschate inclusief de Scheg en het Koggeschip;</al><al>Keizerslanden;</al><al>Borgele;</al><al>Vijfhoek;</al><al>Deltaplein;</al><al>Zamenhofplein;</al><al>Pieter de Hooghstraat;</al><al>Beestenmarkt/Brinkgreverweg;</al><al>Mariënburghplein; </al><al>Rielerweg; </al><al>Koningin Julianastraat;</al><al>Zwaluwenburg;</al><al>De Worp;</al><al>Boxbergerweg;</al><al>Broedplaats Havenkwartier;</al><al>Diepenveen;</al><al>Schalkhaar; </al><al>Bathmen;</al><al>Lettele; </al><al>Okkenbroek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vrijstelling levensmiddelenwinkels (zondagopenstelling
                                supermarkten)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 2, eerste lid onder a en b, van de Wet vervatte
                                    verboden gelden niet op zon- en feestdagen, uitgezonderd
                                    Nieuwjaarsdag, eerste Paasdag, eerste Pinksterdag, eerste
                                    Kerstdag, 4 mei na 19.00 uur en 24 december na 19:00 uur, tussen
                                    09:00 uur en 20:00 uur voor winkels die levensmiddelen verkopen
                                    en zolang deze winkels voldoen aan de volgende
                                    SBI-codering:</al></li></lijst><al>-4711 Supermarkten en dergelijke winkels met een algemeen </al><al> assortiment voedings- en genot-middelen;</al><al>-4721 Winkels in aardappelen, groenten en fruit;</al><al>-4722 Winkels in vlees en vleeswaren;</al><al>-47222 Winkels in wild en gevogelte;</al><al>-4723 Winkels in vis;</al><al>-47241 Winkels in brood en banket;</al><al>-47242 Winkels in chocolade en suikerwerk;</al><al>-4725 Winkels in dranken;</al><al>-47291 Winkels in kaas;</al><al>-47292 Winkels in natuurvoeding en reformartikelen;</al><al>-47293 Winkels in buitenlandse voedingsmiddelen;</al><al>-47299 Gespecialiseerde winkels in overige voedings- en genotmiddelen </al><al>niet elders genoemd.</al><lijst><li nr="2."><al>Deze winkels vallen niet onder de vrijstelling als bedoeld in artikel
                                3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vrijstelling koopzondagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor winkels, met uitzondering van winkels als bedoeld in artikel 2
                                van deze verordening, kan het College ten hoogste 16 zon- en/of
                                feestdagen aanwijzen, per kalenderjaar per Deelgebied waarin zij
                                zijn gelegen tussen 09:00 uur en 20:00 uur, waarop de in artikel 2,
                                eerste lid onder a en b, van de Wet vervatte verboden niet gelden,
                                uitgezonderd Nieuwjaarsdag, eerste Paasdag, eerste Pinksterdag,
                                eerste Kerstdag, 4 mei na 19:00 uur en 24 december na 19:00 uur.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor winkels die voldoen aan de hierna genoemde SBI-codering en die
                                niet zijn gelegen in een Deelgebied als bedoeld in het eerste lid
                                van dit artikel, geldt een vrijstelling van de in artikel 2, eerste
                                lid onder a en b, van de Wet vervatte verboden met dezelfde inhoud
                                als de vrijstelling die op grond van deze verordening is verleend
                                voor het Deelgebied RSC ‘De Snipperling’:</al><lijst><li nr="-"><al>45112 Handel in en reparatie van personenauto’s en lichte
                                        bedrijfsauto’s (geen import van nieuwe);</al></li><li nr="-"><al>4532 Detailhandel in auto-onderdelen en –accessoires;</al></li><li nr="-"><al>47521 Winkels in ijzerwaren en gereedschappen;</al></li><li nr="-"><al>47522 Winkels in verf, verfwaren en behang;</al></li><li nr="-"><al>47523 Winkels in houten bouw- en tuinmaterialen;</al></li><li nr="-"><al>47524 Winkels in tegels;</al></li><li nr="-"><al>47525 Winkels in keukens;</al></li><li nr="-"><al>47526 Winkels in parket-, laminaat- en kurkvloeren;</al></li><li nr="-"><al>47527 Winkels gespecialiseerd in overige doe-het-zelf
                                        artikelen;</al></li><li nr="-"><al>47528 Bouwmarkten en andere winkels in bouwmaterialen
                                        algemeen assortiment;</al></li><li nr="-"><al>475301 Winkels in vloerbedekking;</al></li><li nr="-"><al>475302 Winkels in gordijnen en vitrage;</al></li><li nr="-"><al>47591 Winkels in meubels;</al></li><li nr="-"><al>47762 Tuincentra.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vrijstelling op grond van lid 2 van dit artikel geldt niet voor
                                winkels uit de branche tuincentra met SBI 47762, voor zover voor die
                                winkels door het College (geheel of gedeeltelijk) andere, ten
                                hoogste 16, zon- en/of feestdagen per kalenderjaar, uitgezonderd
                                Nieuwjaarsdag, eerste Paasdag, eerste Pinksterdag, eerste Kerstdag,
                                4 mei na 19:00 uur en 24 december na 19:00 uur, zijn
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vrijstellingen op grond van dit artikel, lid 1, 2 of 3 gelden
                                voor de winkels uit de branche Bouwmarkten (SBI 47528) en Tuincentra
                                (SBI 47762) tussen 09:00 uur en 20:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Winkels die niet zijn gelegen in een van de Deelgebieden en die niet
                                vallen onder de vrijstelling als bedoeld in lid 2, 3 of 4 van dit
                                artikel, vallen onder de vrijstelling die op grond van deze
                                verordening geldt voor het meest dicht bij deze winkels gelegen
                                Deelgebied.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor winkels die passen in de omschrijving van winkels als bedoeld
                                in artikel 4 tot en met 15 van deze verordening, geldt de
                                vrijstelling als bedoeld in die artikelen en geldt niet de
                                vrijstelling die is verleend in artikel 2 en 3 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De winkels bedoeld in dit artikel kunnen jaarlijks voor 1 oktober
                                aan het College kenbaar maken welke 16 dagen zij geopend zouden
                                willen zijn, zodat het College daarmee rekening kan houden bij het
                                aanwijzen van koopzondagen op grond van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Wanneer van de mogelijkheid als bedoeld in lid 7 geen gebruik is
                                gemaakt en het College derhalve geen koopzondagen heeft aangewezen
                                in één of meer Deelgebieden, kan een winkel een individuele
                                ontheffing aanvragen als bedoeld in artikel 19, lid 4.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstelling bepaalde winkels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>musea;</al></li><li nr="b."><al>winkels, waar uitsluitend maaltijden, voor directe
                                        consumptie geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken en, door
                                        middel van een automaat, tabak en tabaksproducten, middelen
                                        ter voorkoming van zwangerschap en damesverband plegen te
                                        worden verkocht;</al></li><li nr="c."><al>winkels waar de bedrijfsactiviteit hoofdzakelijk bestaat uit
                                        het verhuren van voorbespeelde videobanden en andere
                                        voorbespeelde beelddragers, mits in die winkel geen andere
                                        goederen worden te koop aangeboden of verkocht dan
                                        videobanden en andere beeld-dragers, alsmede tijdschriften
                                        en catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden
                                        assortiment.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Openstelling anders dan voor verkoop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid van de Wet vervatte verboden, voor zover
                                deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>winkels, waarin zich een restaurant of lunchroom bevindt,
                                        voor zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is
                                        voor het bezoeken van het restaurant of de lunchroom;</al></li><li nr="b."><al>winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk fietsen en
                                        bromfietsen plegen te worden verkocht, voor zover het laten
                                        betreden van de winkel noodzakelijk is voor het huren van
                                        fietsen en bromfietsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid vervatte vrijstellingen gelden niet ten aanzien
                                van het verkopen van goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Straatverkoop van bepaalde goederen</titel></kop><al>De in artikel 2, tweede lid, van de Wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten aanzien
                            van het te koop aanbieden en verkopen van voor directe consumptie
                            geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken op straat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Begraafplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen en
                                planten plegen te worden verkocht en die zijn gelegen op een afstand
                                van ten hoogste 100 meter van de publieksingang van een
                                begraafplaats, gedurende de openingstijden van die
                                begraaf-plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 2, tweede lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten
                                op een begraafplaats dan wel op een afstand van ten hoogste 100
                                meter van de publieksingang daarvan, gedurende de openingstijden van
                                die begraafplaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Culturele evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van gebouwen, waar voorstellingen, uitvoeringen of
                                evenementen van culturele aard plaatsvinden, en waar uitsluitend of
                                hoofdzakelijk goederen die rechtstreeks verband houden met aldaar te
                                houden voorstellingen, uitvoeringen en evenementen plegen te worden
                                verkocht, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de
                                uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 2, tweede lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van het ter gelegenheid van voorstellingen, uitvoeringen of
                                evenementen van culturele aard te koop aanbieden en verkopen van
                                goederen, die rechtstreeks verband houden met die voorstellingen,
                                uitvoeringen of evenementen, vanaf een uur voor de aanvang van de
                                voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop
                                daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Sportcomplexen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van winkels in of op het terrein van sportcomplexen, waar
                                uitsluitend of hoofdzakelijk goederen worden verkocht, die
                                rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten,
                                gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 2, tweede lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van het in of op het terrein van sportcomplexen te koop
                                aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden
                                met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van
                                die sportcomplexen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Bejaardenoorden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van winkels in of op het terrein van bejaardenoorden, waar
                                uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten,
                                nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten plegen te
                                worden verkocht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 2, tweede lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden in of op
                                het terrein van bejaardenoorden niet ten aanzien van het te koop
                                aanbieden en verkopen van eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten,
                                nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>E.H. Communie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk
                                foto-artikelen plegen te worden verkocht, voor zover het betreden
                                van die winkel noodzakelijk is voor het vervaardigen van
                                portretfoto's ter gelegenheid van de Eerste Heilige Communie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid vervatte vrijstelling geldt niet ten aanzien
                                van het verkopen van goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Allerheiligen en Allerzielen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden niet ten aanzien
                                van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen en planten
                                plegen te worden verkocht, op de dagen waarop Allerheiligen en
                                Allerzielen worden gevierd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 2, tweede lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden niet ten aanzien
                                van het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten op de
                                dagen waarop Allerheiligen en Allerzielen worden gevierd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Ramadan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden gedurende
                                de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet
                                ten aanzien van winkels, waar brood en gebak wordt verkocht dat in
                                het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden,
                                mits in die winkel dat brood en gebak ook pleegt te worden verkocht
                                buiten de periode van de Ramadan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 2, tweede lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden gedurende
                                de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet
                                ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van brood en gebak
                                dat in het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan
                                houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Bedevaartplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van winkels die zijn gelegen in de directe omgeving van een
                                bedevaartplaats, gedurende de tijd dat deze plaats als zodanig wordt
                                bezocht, indien in die winkel op die dagen en gedurende die tijd
                                geen andere goederen worden verkocht dan:</al><lijst><li nr="a."><al>voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije
                                        dranken;</al></li><li nr="b."><al>religieuze artikelen en souvenirs;</al></li><li nr="c."><al>bloemen en planten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 2, tweede lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden in de
                                directe omgeving van een bedevaartplaats, gedurende de tijd dat deze
                                plaats als zodanig wordt bezocht, niet ten aanzien van het te koop
                                aanbieden en verkopen van:</al><lijst><li nr="a."><al>voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije
                                        dranken;</al></li><li nr="b."><al>religieuze artikelen en souvenirs;</al></li><li nr="c."><al>bloemen en planten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Carnaval</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden op de zondag vanaf
                                12:00 uur waarop carnaval wordt gevierd, niet ten aanzien van
                                winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk feestartikelen plegen te
                                worden verkocht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 2, tweede lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden op de zondag vanaf
                                12:00 uur waarop carnaval wordt gevierd, niet voor het te koop
                                aanbieden en verkopen van feestartikelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Kermis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet ten
                                aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk
                                feestartikelen plegen te worden verkocht, indien in de gemeente,
                                waarin de winkel is gelegen, een kermis wordt gehouden, gedurende de
                                openingstijden van die kermis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 2, tweede lid, van de Wet vervatte verboden, voor
                                zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen, gelden niet voor
                                het te koop aanbieden en verkopen van feestartikelen en speelgoed op
                                een terrein, waar een kermis wordt gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Voorbereiding en behandeling van een aanvraag om
                                ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om ontheffing wordt ingediend bij het College.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag wordt de reden voor de noodzaak van de ontheffing
                            vermeld en worden de voor de beoordeling van belang zijnde gegevens en
                            bescheiden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Ontheffing avondwinkels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het College kan, op aanvraag, in aanvulling op de in deze
                                    verordening verleende algemene vrijstellingen, maximaal 6
                                    ontheffingen verlenen van de in artikel 2, eerste lid, onder a
                                    tot en met c, van de Wet vervatte verboden, uitgezonderd
                                    Nieuwjaarsdag, eerste Paasdag, eerste Pinksterdag, eerste
                                    Kerstdag, 4 mei na 19:00 uur en 24 december na 19:00 uur, aan
                                    winkels waar hoofdzakelijk eetwaren en drinkwaren worden
                                    verkocht met uitzondering van sterke drank als bedoeld in
                                    artikel 1, eerste lid, Drank- en Horecawet.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 20, worden aan een
                                    ontheffing als bedoeld in het eerste lid van dit artikel de
                                    volgende voorwaarden verbonden:</al><lijst><li nr="a."><al>de winkel mag op alle dagen waarvoor ontheffing wordt
                                            verleend tot uiterlijk 24:00 uur geopend zijn;</al></li><li nr="b."><al>de ontheffing wordt verleend voor de maximale duur van 2
                                            jaar.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel.</label><nr>19.</nr><titel>Incidentele ontheffingen winkels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het College kan, op aanvraag, in aanvulling op de in deze
                                    verordening verleende algemene vrijstellingen, per winkel
                                    maximaal 2 ontheffingen per kalenderjaar verlenen van de in
                                    artikel 2, eerste lid, onder a en b, van de Wet vervatte
                                    verboden, uitgezonderd Nieuwjaarsdag, eerste Paasdag, eerste
                                    Pinksterdag, eerste Kerstdag, 4 mei na 19:00 uur en 24 december
                                    na 19:00 uur. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 20, worden aan een
                                    ontheffing als bedoeld in het eerste lid van dit artikel in
                                    ieder geval de voorwaarde verbonden dat de winkel tussen 09:00
                                    uur en 20:00 uur geopend mag zijn.</al></li><li nr="3."><al>Het College kan, op aanvraag, in aanvulling op de in deze
                                    verordening verleende algemene vrijstellingen, per winkel
                                    maximaal 2 ontheffingen per kalenderjaar verlenen van de in
                                    artikel 2, eerste lid, onder c, van de Wet vervatte verboden,
                                    uitgezonderd Nieuwjaarsdag, eerste Paasdag, eerste Pinksterdag,
                                    eerste Kerstdag, 4 mei na 19:00 en 24 december na 19:00 uur.
                                </al></li><li nr="4."><al>Het College kan Winkels als bedoeld in artikel 3, lid 8 op
                                    aanvraag een individuele ontheffing verlenen tot een maximum van
                                    16 zon- en of feestdagen per kalenderjaar tussen 09:00 en 20:00
                                    uur van de verboden als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a
                                    en b, van de Wet, uitgezonderd Nieuwjaarsdag, eerste Paasdag,
                                    eerste Pinksterdag, eerste Kerstdag, 4 mei na 19:00 uur en 24
                                    december na 19:00 uur.</al></li><li nr="5."><al>Het College kan, in afwijking van de met deze verordening
                                    verleende vrijstellingen als bedoeld in artikel 2 en artikel 3
                                    bij ontheffing, de op basis van die vrijstellingen geldende
                                    openingstijden van 11:00 uur tot 20:00 uur verruimen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Voorwaarden en berperkingen ontheffingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een ontheffing kunnen ook overige voorschriften, beperkingen
                                    of voorwaarden worden verbon-den ter bescherming van de belangen
                                    die de Wet beoogt te beschermen.</al></li><li nr="2."><al>Een ontheffing geldt voor degene aan wie de ontheffing op diens
                                    aanvraag is verleend, is gebonden aan een, in de ontheffing
                                    opgenomen, adres en is niet overdraagbaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Weigeringsgronden ontheffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd indien de
                                    woonsituatie of de leefsituatie, de veiligheid of de openbare
                                    orde in de omgeving van de winkel nadelig wordt beïnvloed door
                                    de openstelling van de winkel.</al></li><li nr="2."><al>Een ontheffing zal worden geweigerd indien het in deze
                                    verordening toegestane maximaal aantal te verlenen ontheffingen
                                    is verleend.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Beslistermijn ontheffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het College beslist op een aanvraag voor een ontheffing binnen 8
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het College kan de termijn voor ten hoogste 8 weken
                                    verdagen.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvraag voor een ontheffing wordt ingediend minder
                                    dan 8 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de ontheffing
                                    nodig heeft, kan het College besluiten de aanvraag niet te
                                    behandelen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Intrekken of wijzigen ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontheffing kan in ieder geval worden ingetrokken of gewijzigd
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>de woonsituatie of de leefsituatie, de veiligheid of de openbare
                                    orde in de omgeving van de winkel nadelig wordt beïnvloed door
                                    de openstelling van de winkel;</al></li><li nr="c."><al>op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                                    opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden
                                    aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is
                                    vereist;</al></li><li nr="d."><al>de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet
                                    zijn of worden nage-komen;</al></li><li nr="e."><al>van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een gestelde
                                    termijn van 26 weken;</al></li><li nr="f."><al> de houder of een derde dit aanvraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het College kan deze verordening buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken, voor zover toepassing, gelet op de belangen die de Wet en deze
                            verordening beogen te beschermen, leidt tot een onbillijkheid van
                            oerwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het College aangewezen
                            toezichthouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling</titel></kop><al>De “Verordening winkeltijden Deventer 2010”, vastgesteld in de openbare
                            raadsvergadering van 8 december 2010 (raadsbesluit nr. 448279),
                            sedertdien gewijzigd op 7 december 2011 (raadsbesluit nr.653226) en op
                            18 september 2013 (raadsbesluit nr. 832468) wordt ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 26 die
                            golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                            waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                            besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Winkeltijden Deventer
                            2013.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering
                        van 18 december 2013</al><al/><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>
          de griffier,
        </ondertekening><ondertekening>
           drs. S.J. Peet
        </ondertekening><ondertekening>
          de voorzitter,
        </ondertekening><ondertekening>
           ir. A.P. Heidema
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de Verordening Winkeltijden Deventer
                        2013</label></kop><tussenkop><onderstreept><vet>Algemeen deel</vet></onderstreept></tussenkop><al/><al>Op 28 mei 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een initiatiefwet tot
                    wijziging van de Winkeltijdenwet. Deze wetswijziging is op 1 juli 2013 in
                    werking getreden.</al><al/><al> Op grond van de gewijzigde Winkeltijdenwet blijven de wettelijke verboden om
                    winkels op zon-, feestdagen en op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur open te
                    stellen, op zichzelf bestaan. Gemeenten kunnen na de wetswijziging echter zelf
                    bepalen of – en in hoeverre – zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze
                    verboden. De uitzonderingsbepalingen daarvoor uit de nu nog geldende
                    Winkeltijdenwet, zoals de toerismebepaling en de avondwinkelbepaling, komen
                    namelijk te vervallen. </al><tussenkop/><al>De met betrekking tot deze verordening meest relevante bepalingen van de
                    Winkeltijdenwet, de artikelen 2 en 3, luiden na de wetswijziging als volgt: </al><tussenkop/><tussenkop><vet>“Artikel 2</vet></tussenkop><al>1. Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben:</al><al>a. op zondag;</al><al>b. op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede Paasdag, op
                    Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december na 19 uur, op eerste en
                    tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur;</al><al>c. op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur.</al><al>2. Het is voorts verboden op de in het eerste lid bedoelde dagen en tijden in de
                    uitoefening van een bedrijf, anders dan in een winkel, goederen te koop aan te
                    bieden of te verkopen aan en in recht-streekse aanraking met particulieren.</al><tussenkop/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>1. De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2
                    vervatte verboden.</al><al>2. De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en wethouders de
                    bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in de verordening aan te wijzen, en met
                    inachtneming van de daarin gestelde regels op daartoe strekkend verzoek
                    ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verboden te verlenen.</al><al>3. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend.
                    Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden
                    verbonden.”</al><al/><al/><al>De bevoegdheid van gemeenten is zo ruim dat zowel complete handhaving van de
                    verboden als het volledig terzijde stellen daarvan tot de mogelijkheden behoort.
                    Hetzelfde geldt voor alle opties die daartussen zitten. De beperkingen voor het
                    gemeentelijk beleid – en de gemeentelijke regels – voor de zondags- en
                    avondopenstelling kunnen alleen nog gevonden worden in het Vrijstellingenbesluit
                    Winkeltijdenwet (de daarin opgenomen vrijstellingen gelden zondermeer) en ander
                    hoger recht. </al><al/><al> Met betrekking tot dat laatste zijn, met name de algemene beginselen van
                    behoorlijk bestuur van belang, vooral waar deze een zorgvuldige belangenafweging
                    voorschrijven. </al><tussenkop/><al>Dat met de recente wijziging van de Wet een uitdrukkelijke motiveringsplicht van
                    verordeningen als deze is komen te vervallen, laat onverlet dat de gemeenteraad
                    een belangenafweging moet maken en deze wordt in deze toelichting inzichtelijk
                    gemaakt.</al><al/><al>Sinds 2011 is al sprake van de in deze verordening neergelegde
                    zondagopenstelling met inachtneming van het volgende. Met deze nieuwe
                    verordening wordt de tot op heden gebruikte eindtijd verruimd met </al><al>2 uur (van 18.00 naar 20.00 uur). </al><al/><al> Er is al vele jaren gebruik gemaakt van de mogelijkheid om naast de, destijds,
                    12 wettelijk toegestane collectieve koopzondagen ook extra koopzondagen aan te
                    wijzen op grond van de toenmalige toerismebepaling. Het tot nu toe gehanteerde
                    maximale aantal van 16 collectieve koopzondagen per jaar blijft
                    gehandhaafd.</al><al/><al> Voor de levensmiddelensector geldt een algehele zondagopenstelling. Hiervoor is
                    gekozen gelet op het feit dat daaraan concreet behoefte was en is in de
                    levensmiddelenbranche, zoals ook is verwoord in het coalitieakkoord van april
                    2010 (zie het raadsvoorstel van 8 december 2010 (voorstelnummer: 448279)). Om
                    aan de kennelijke behoefte tegemoet te komen is ook nu weer gekozen voor het
                    regime zoals dit op 1 januari 2011 is ingezet. Het rapport “Peiling
                    Koopzondagen, Uitkomsten van een peiling onder bewoners en detailhandel, April
                    2013” van het team Kennis en Verkenning van de gemeente Deventer bevestigt
                    bovenstaande.</al><al/><al>Destijds is door Goudappel Coffeng, in januari 2010, in opdracht van de
                    gemeente, een rapport uitgebracht betreffende een evaluatie van de reguliere
                    koopzondagen. In hoofdstuk 6 zijn de belangrijkste onderzoeksresultaten
                    opgenomen. Zowel de consument als de ondernemer is overwegend positief. Ook
                    overigens is uit deze evaluatie niet gebleken dat de hierna genoemde en af te
                    wegen belangen zodanig gewicht moeten toekomen dat deze vrijstelling niet kan
                    worden verleend.</al><al>Dit wordt ook bevestigd doordat bij het verlenen van deze vrijstelling inmiddels
                    kan worden geput uit ervaringen met de zondagopenstelling zoals in 2011 gestart,
                    die met deze verordening in feite niet wijzigt. Het rapport “Peiling
                    Koopzondagen, Uitkomsten van een peiling onder bewoners en detailhandel, April
                    2013” van het team Kennis en Verkenning van de gemeente Deventer bevestigt
                    bovenstaande.</al><al/><al>Met diverse belangenorganisaties zoals MKB-Deventer, Kamer van Koophandel, RSC
                    De Snipperling en Stichting Deventer Binnenstadsmanagement heeft overleg
                    plaatsgevonden over de nieuwe verordening. Zij zijn nauw betrokken geweest bij
                    het proces.</al><al/><al>De vakbonden zijn middels een brief gevraagd om te verwoorden wat het standpunt
                    van hun leden over dit onderwerp is. Zij hebben niet inhoudelijk gereageerd,
                    maar zij hebben verwezen naar een brief van 10 september 2012. In die brief
                    staat een voorbeeldenquête die uitgevoerd kan worden door de gemeente onder
                    werknemers. Nog los van het feit dat het voor de gemeente zeer lastig is om een
                    dergelijke enquête te organiseren, heeft de gemeenteraad het niet nodig geacht
                    deze enquête te organiseren. De gemeenteraad heeft in het verleden geen signalen
                    gekregen dat de vorige verordeningen hebben geleid tot een onevenredige
                    benadeling van de werknemers en zij heeft geen reden aan te nemen dat dit met de
                    uitvoering van deze verordening anders zou zijn. Daarnaast zijn de rechten van
                    werknemers in het algemeen gewogen bij de totstandkoming van de nieuwe
                    Winkeltijdenwet en zijn deze rechten voldoende beschermd via diverse regelingen
                    (o.a. CAO). Werknemers kunnen niet verplicht worden om op zondagen te werken. </al><al/><al>De volgende belangen zijn wederom gewogen, maar daarin is ten opzichte van de
                    vorige verordening geen wijziging opgetreden en deze afweging wordt derhalve
                    herhaald.</al><al/><tussenkop>Economische belangen</tussenkop><al>In de gemeente Deventer is sprake van veel economische bedrijvigheid en
                    bovendien ligt er een uitdrukkelijke wens en grote behoefte vanuit de
                    levensmiddelensector om elke zondag geopend te kunnen zijn. Zoals ook is
                    opgenomen in het verslag van de informatiebijeenkomst Winkeltijdenverordening
                    Deventer van 11 oktober 2010, lag er in deze sector een heel duidelijk knelpunt
                    dat moest worden opgelost. Het is ook overigens een gegeven dat de economische
                    bedrijvigheid en werkgelegenheid gebaat zijn bij deze vrijstelling. </al><al/><tussenkop>Het belang van de winkeliers met weinig of geen personeel </tussenkop><al>Deze belangen zijn ook expliciet meegewogen.</al><al/><al>In de evaluatie van de reguliere koopzondagen binnenstad Deventer van Goudappel
                    Coffeng van 27 januari 2010, is op pagina 16 na te lezen dat 61% van de
                    ondernemers 0-4 werknemers in dienst heeft.</al><al/><al> Op pagina 17 van ditzelfde onderzoek is te lezen dat alle, waaronder deze
                    winkeliers, overwegend positief staan tegenover zondagopenstelling, waarbij
                    geldt dat de zelfstandige ondernemers in de regel negatiever zijn dan
                    bijvoorbeeld filiaalhouders. Dit is een verwacht beeld en levert geen
                    omstandigheid op waarom van een zondagopenstelling zoals nu in de verordening
                    opgenomen, gelet op het belang van die winkeliers, zou moeten worden afgezien.
                    In de tussentijd zijn er ook geen signalen geweest waaruit kan worden opgemaakt
                    dat dit thans anders is. </al><al/><tussenkop>Zondagsrust</tussenkop><al>Uit de evaluatie van de Winkeltijdenwet in 2006 blijkt dat 7% van de Nederlandse
                    consument de stelling 'Ik vind het vervelend wanneer winkels op zondag open
                    zijn, omdat het in strijd is met mijn geloof' deelt. Bij de evaluatie van de
                    zondagopenstelling van Goudappel Coffeng van 27 januari 2010 is ook expliciet
                    gevraagd aan de inwoners naar hun mening over winkelen op zondag. In hoofdstuk 2
                    zijn de meningen van de consument weergegeven. Ook de consument oordeelt in
                    overwegende mate positief. </al><al>Op pagina 8 is na te lezen dat 6% vanwege geloofsovertuiging op zondag niet
                    winkelt en 19% geeft aan de zondag als een rustdag te zien. In het rapport
                    “Peiling Koopzondagen, Uitkomsten van een peiling onder bewoners en
                    detailhandel, April 2013” van het team Kennis en Verkenning van de gemeente
                    Deventer is op bladzijde 9 na te lezen dat 4% vanwege geloofsovertuiging niet
                    winkelt en 8% geeft aan de zondag als een rustdag te zien.</al><al/><al>Uiteraard is meegewogen dat de burger die daaraan behoefte heeft tegen
                    zondagopenstelling is vanwege de zondagsrust en geloofsovertuiging, zoals ook is
                    besloten in de Zondagswet. De resultaten van de evaluaties en nadien ontvangen
                    signalen, zijn niet dusdanig dat dit een reden is om niet deze vrijstelling te
                    verlenen. De zondagrust geldt natuurlijk ook voor de werknemers. Het is de
                    ondernemer niet toegestaan om medewerkers te verplichten om op zondag te werken.
                    Het uitgangspunt is dat winkelmedewerkers op zondag niet hoeven te werken. Wij
                    gaan ervan uit dat de werkgevers zich aan dat uitgangspunt houden.</al><al/><tussenkop>Leefbaarheid, veiligheid en openbare orde</tussenkop><al>De leefbaarheid, veiligheid en openbare orde in de gemeente is – uit navraag bij
                    het Team Toezicht van de gemeente Deventer en de politie IJsselland in
                    oktober/november 2011 en in oktober/november 2013 – niet in het geding geweest
                    als gevolg van de zondagopenstelling. De sociale veiligheid zal overigens gebaat
                    zijn bij deze openstelling.</al><al/><al>Hierna volgt een artikelsgewijze toelichting. Wanneer een artikel voor zich
                    spreekt, is een toelichting achterwege gelaten.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze
                        toelichting</label></kop><tussenkop/><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>De begripsbepalingen spreken voor zich.</al><al>In de verordening is aansluiting gezocht bij de Standaard Bedrijfsindeling 2008
                    (SBI 2008) van de Kamer van Koophandel. Hiervoor is gekozen om te komen tot
                    bepaling van de branchegroepen in deze verordening. Bij twijfel of de
                    desbetreffende SBI code als passend kan worden beschouwd voor het gevoerde
                    assortiment, is de aard van het gevoerde assortiment (zijnde de hoofdactiviteit)
                    doorslaggevend. </al><al>De SBI codering is momenteel aan wijziging onderhevig. Vanaf 1 juni 2009
                    gebruikt de Kamer van Koophandel SBI 2008. Om te voorkomen dat er bij de
                    statistische gegevens van het CBS een trendbreuk ontstond, is er door het CBS
                    een extra cijfer toegevoegd in de codering. Deze transitiedigit (6e cijfer)
                    maakt het mogelijk om de code te vertalen naar de ‘oude’ SBI-indeling. Het CBS
                    is inmiddels gestopt met de extra toevoeging. Eind 2013 verdwijnt de
                    transitiedigit ook uit het Handelsregister. </al><al><onderstreept>Aanvulling SBI-codering per
                    2014</onderstreept></al><al>Bij een aantal groepen wordt de indeling mogelijk meer gedetailleerd. Deze
                    groepen krijgen een extra 6e digit bij de codering. Het CBS is, in samenwerking
                    met de Kamer van Koophandel en andere partijen, op dit moment bezig met deze
                    aanvulling op SBI 2008. </al><al>In deze verordening is bepaald dat de vigerende door de Kamer van Koophandel
                    gepubliceerde SBI geldt.</al><tussenkop/><tussenkop><vet>Artikel 2. Vrijstelling levensmiddelenwinkels (zondagopenstelling
                        supermarkten)</vet></tussenkop><al>Voor winkels die voldoen aan de genoemde SBI geldt een algemene vrijstelling van
                    het verbod winkels op zon- en feestdagen geopend te hebben. Het gaat hier in de
                    regel om supermarkten, maar ook bakkerijen, slagers, groentewinkels, poelieren,
                    slijterijen etc. vallen onder deze vrijstelling. De openingstijden zijn beperkt
                    tot 11:00uur en 20:00uur, zodat de zondagochtendrust geen geweld wordt aangedaan
                    en in de vroege avond de eventuele hinder als gevolg van deze openstelling
                    eindigt en de avond-/nachtrust niet verstoort. De winkels die vallen onder deze
                    algemene vrijstelling, kunnen niet ook vallen onder de vrijstelling die wordt
                    verleend in artikel 3 (zo sprake zou zijn van overlap).</al><al/><al>Met deze vrijstelling wordt geen wijziging gebracht in de tot nu toe bestaande
                    situatie. Met deze openstelling zijn geen dusdanige negatieve ervaringen
                    opgedaan, dat hierin een wijziging moest worden aangebracht.</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 3. Vrijstelling koopzondagen</vet></tussenkop><al>Overeenkomstig de bestaande situatie kan het College 16 koopzondagen aanwijzen
                    waarop winkels vrijgesteld zijn van het verbod winkels geopend te hebben op zon-
                    en feestdagen. </al><al/><al>Lid 1</al><al>
           het eerste lid is een vrijstelling verleend voor winkels gelegen
                    in de in artikel 1 omschreven Deelgebieden. Het College kan per Deelgebied ten
                    hoogste 16 zon- en/of feestdagen per kalenderjaar aanwijzen waarop deze
                    vrijstelling geldt. Zoals in lid 7 is omschreven kan iedere winkel die onder één
                    van de leden van dit artikel valt zelf aangeven bij het College welke dagen hun
                    voorkeur heeft. </al><al>Tot op heden hebben de verenigde ondernemers per deelgebied overleg met
                    MKB-Deventer over de gewenste data en het aantal koopzondagen (maximaal 16). Een
                    voorstel voor de gewenste koopzondagen wordt per deelgebied uiterlijk 1 oktober
                    voorafgaand aan het van toepassing zijnde jaar bij de gemeente, bij voorkeur via
                    MKB-Deventer, ingediend. De bepaling van 1 oktober is een termijn van orde. Het
                    College bepaalt uiteindelijk of de betreffende koopzondagen ook daadwerkelijk
                    als zodanig worden aangewezen.</al><al/><al><onderstreept>Lid 2</onderstreept></al><al>Voor winkels die:</al><lijst><li nr="1."><al>niet zijn gelegen in een van de Deelgebieden als bedoeld in artikel 1
                            van deze verordening, en (cumulatief)</al></li><li nr="2."><al>die voldoen aan de in dit lid genoemde SBI,</al></li></lijst><al>geldt een algemene vrijstelling met gelijke inhoud als de vrijstelling die geldt
                    voor het RSC de Snipperling. </al><al/><al>Dus om te bepalen welke vrijstelling geldt voor deze winkels, dient op basis van
                    deze verordening en de aanwijzing door het College eerst te worden bepaald welke
                    vrijstelling geldt voor het RSC de Snipperling en dan kan vervolgens worden
                    vastgesteld dat een vrijstelling met die inhoud geldt voor deze winkels.</al><al>Deze bepaling sluit aan bij de Structuurvisie Detailhandel gemeente Deventer
                    (2010) en de visie op detailhandel op doorgaande routes op de bedrijventerreinen
                    (volumineuze detailhandel). </al><al/><al><onderstreept>Lid 3 </onderstreept></al><al>Voor tuincentra geldt eventueel een eigen algemene vrijstelling van het verbod
                    om op zon- en feestdagen geopend te zijn op 16 door het College aan te wijzen
                    dagen. Voor deze branche (zie SBI) gelden mogelijk andere wensen dan winkels
                    niet uit deze branches. Zo plannen tuincentra bij voorkeur koopzondagen in de
                    voorjaarsmaanden. Ook zij kunnen dus voor 1 oktober van ieder kalenderjaar de
                    voorkeuren aangeven. Indien tuincentra geen gebruik maken van deze mogelijkheid,
                    zal het College geen andere 16 dagen aanwijzen en blijven tuincentra vallen
                    onder de vrijstelling van het eigen Deelgebied en vallen daarbuiten gelegen
                    tuincentra onder de vrijstelling met dezelfde inhoud als die geldt voor het RSC
                    De Snipperling of het dichtstbijzijnde Deelgebied. </al><al>Evenals het bepaalde voor de verschillende Deelgebieden geldt ook voor de
                    tuincentra dat jaarlijks bij voorkeur via MKB-Deventer aan het College kenbaar
                    wordt gemaakt welke koopzondagen voor het jaar daaropvolgend worden
                    voorgesteld.</al><al/><al><onderstreept>Lid 4</onderstreept></al><al>Bouwmarkten en tuincentra mogen geopend zijn tussen 09:00 uur en 20:00 uur. </al><al/><al><onderstreept>Lid 5</onderstreept></al><al>Er kunnen winkels zijn die niet vallen onder een van de algemene vrijstellingen
                    als bedoeld in de leden 1 tot en met 3. Voor die winkels geldt de algemene
                    vrijstelling die geldt voor het Deelgebied dat in kilometers het dichtst bij
                    deze winkel is gelegen, waarbij de kortste route over de weg bepalend is voor
                    welk deelgebied de winkel in aanmerking komt. </al><al/><al>De verordening is met opzet zo geredigeerd dat winkels niet vallen onder
                    meerdere algemene vrijstellingen. Voor een winkel geldt altijd de meest
                    specifieke algemene vrijstelling en eventueel daarbij behorende aanwijzing door
                    het College.</al><al/><al><onderstreept>Lid 6</onderstreept></al><al>In de artikelen 4 tot en met 15 zijn algemene vrijstellingen verleend van de
                    verboden uit artikel 2 van de Wet. Indien een winkel voldoet aan de specifieke
                    omschrijving als bedoeld in een van die artikelen, dan geldt die specifieke
                    vrijstelling en geldt niet een van de vrijstellingen als bedoeld in artikel 2 of
                    3, voor zover sprake zou zijn van overlap. </al><al/><al><onderstreept>Lid 7</onderstreept></al><al>Zie toelichting lid 1 en lid 3.</al><al/><al><onderstreept>Lid 8</onderstreept></al><al>Het kan gebeuren dat voor een Deelgebied geen collectieve koopzondagen zijn
                    aangewezen, omdat er geen verzoek is gekomen als bedoeld in lid 7. Het is niet
                    wenselijk dat een winkel uit een Deelgebied waar geen behoefte is aan
                    collectieve koopzondagen, niet open zou kunnen zijn, terwijl een soortgelijke
                    winkel in een Deelgebied waarvoor wel collectieve koopzondagen zijn aangewezen
                    wel geopend mag zijn. Voor die gevallen kan een individuele ontheffing worden
                    aangevraagd voor maximaal 16 zon- en feestdagen per kalenderjaar tussen 11:00 en
                    20:00 uur. </al><al/><tussenkop><onderstreept>Aanwijzing door College</onderstreept></tussenkop><al>Het is mogelijk gemaakt dat het College 16 dagen aanwijst waarop de verboden als
                    bedoeld in artikel 2 van de Wet niet gelden. Hier wordt gebruik gemaakt van de
                    mogelijkheid dat het College een concretiserend besluit van algemene strekking
                    neemt, waarbij concretisering plaatsvindt zonder nadere zelfstandige
                    normstelling. Dit houdt in dat de concretisering betrekking zal hebben op de
                    omschrijving van de situatie waarop de norm van toepassing is, zijnde in dit
                    geval de aan te wijzen zondagen<sup>1</sup><sup/>.Deze aanwijzing zal jaarlijks
                    overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht bekend worden gemaakt. </al><al/><al><sup>1</sup><sup/> Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht, ‘De moeilijke
                    grens tussen algemeen verbindende voorschriften en concretiserende besluiten van
                    algemene strekking; een pleidooi voor minder samenhang, NTB 2008, 2 van S.A.J.
                    Munneke</al><al/><tussenkop><vet><cursief>Artikel 4. tot en met 16. Vrijstelling bepaalde
                            winkels</cursief></vet></tussenkop><al>Het in werking treden per 1 juli 2013 van het initiatiefwetsvoorstel van de
                    Tweede Kamerleden Verhoeven en Van Tongeren tot wijziging van de Winkeltijdenwet
                    heeft onder andere gevolgen voor het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Deze
                    algemene maatregel van bestuur had als grondslag de artikelen 5, eerste lid, en
                    8, eerste lid, van de Winkeltijdenwet (oud). Na inwerkingtreding van de
                    wetswijziging per 1 juli 2013 is het breder getrokken artikel 8, eerste lid, van
                    de Winkeltijdenwet (nieuw) de grondslag. Hoewel artikel 8 dus breder getrokken
                    wordt heeft de wetswijziging tot gevolg dat de artikelen 3, derde en vierde lid,
                    4, derde en vierde lid, en 10 tot en met 22 van het Vrijstellingenbesluit
                    Winkeltijdenwet van rechtswege komen te vervallen. Datzelfde geldt voor
                    bepalingen in gemeentelijke verordeningen die gebaseerd zijn op artikel 12,
                    tweede lid, van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet.</al><al/><al>Deze vervallen vrijstellingen kan de gemeente vervolgens wel op grond van
                    artikel 3, eerste lid, van de Winkeltijdenwet (nieuw) bij verordening
                    vaststellen. Dat heeft de gemeente Deventer gedaan en daarom zijn deze
                    vrijstellingen opgenomen in deze verordening. </al><al/><al>Het gaat hier om vrijstellingen voor vormen van detailhandel die traditioneel al
                    veel (ook) op zon- en feestdagen plaatsvinden. Hierbij zijn landelijk gezien een
                    duizendtal detailhandelsbedrijven betrokken in de sfeer van onder meer
                    snackbars, ijscomannen, videotheken, bloemenwinkels bij begraafplaatsen, winkels
                    in musea en in bejaardenoorden en winkels in feestartikelen, alsmede
                    openstellingen ter gelegenheid van sport- en culturele evenementen en
                    openstellingen bij bijzondere gelegenheden van religieuze aard, zoals de
                    Ramadan, de Eerste Heilige Communie en bedevaarten.</al><al/><al>Deze wijziging is al doorgevoerd en wordt in deze verordening voortgezet.</al><tussenkop/><tussenkop><vet><cursief>Artikel 18. Ontheffing
                    avondwinkels</cursief></vet></tussenkop><al>Op grond van dit artikel kunnen op aanvraag maximaal zes ontheffingen voor
                    zogeheten ·’avondwinkels’ worden verleend. In de winkel dienen aantoonbaar
                    uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren te worden verkocht, met
                    uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Drank-
                    en Horecawet. Wijn, bier en breezers, niet gedistilleerd e.d. zijn wel
                    toegestaan.</al><al>Indien sprake is van schaarste, meer aanvragen worden ingediend dan kunnen
                    worden ingewilligd, gelet op het absolute plafond van 6 te verlenen
                    ontheffingen, dan worden deze verleend op volgorde van ontvangst. Vanwege de
                    (mogelijke) schaarste en de wens om de verleende ontheffing te kunnen evalueren
                    is bepaald dat een dergelijke ontheffing voor de duur van 2 jaar kan worden
                    verleend. Als er geen sprake is van schaarste en de evaluatie positief is, kan
                    een nieuwe aanvraag worden ingediend. De ontheffing kan dan wederom voor
                    maximaal 2 jaar worden verleend.</al><al><cursief>Op dit moment is er, gelet op de huidige behoefte, geen noodzaak om
                        hiervoor beleidsregels op te stellen. Anders gezegd, op dit moment is geen
                        sprake van schaarse publieke rechten. Mocht hiertoe in de toekomst toch
                        noodzaak toe zijn, dan worden alsnog beleidsregels opgesteld.
                    </cursief></al><al/><tussenkop><vet>Artikel 19. Incidentele ontheffingen
                        winkels</vet></tussenkop><al>Het moet mogelijk zijn om per winkel, naast de algemene vrijstellingen,
                    ontheffingen van het verbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Wet te
                    krijgen voor 2 zon- en feestdagen (tussen 11:00 en 18:00 uur) en 2 werkdagen,
                    tussen 22.00 en 06.00 uur. Er hoeft geen sprake (meer) te zijn van bijzondere
                    festiviteiten of iets dergelijks. Deze extra mogelijkheid geldt ook voor winkels
                    als bedoeld in artikel 3, lid 8. </al><al/><al>Daarnaast moet het mogelijk zijn dat het College in individuele, zeer bijzondere
                    gevallen ontheffing verleent van de openingstijden 11:00 uur – 20:00 uur. Deze
                    mogelijkheid is geschapen met als </al><al>‘voorbeeld’ het Dickensfestijn, waar gelet op gastvrijheid en
                    servicegerichtheid, bezoekers al om 10:00 uur toegang wordt verschaft tot het
                    evenemententerrein waarop ook winkels zijn gevestigd om lange rijen te
                    voorkomen. De winkeltijden moeten daarbij kunnen aansluiten. </al><al/><al>Indien die behoefte bestaat voor bijvoorbeeld een hele winkelstraat of een
                    Deelgebied, dan verdient het de uitdrukkelijke voorkeur om deze aanvragen te
                    bundelen. </al><al>Het dient dus nadrukkelijk te gaan om zeer bijzondere gevallen zoals met het
                    voorbeeld is geïllustreerd. Het College zal zeer sporadisch van deze
                    mogelijkheid gebruik maken. </al><tussenkop/><al><vet>Artikel 20. Voorwaarden en beperkingen aan en weigering van de
                        ontheffing</vet></al><al>In artikel 20 is geregeld dat aan een ontheffing, naast in de diverse artikelen
                    specifiek genoemde voorwaarden, in ieder geval aanvullend nader te bepalen
                    voorwaarden en beperkingen kunnen worden gesteld. </al><al>Een ontheffing kan niet worden overgedragen. Indien de wens bestaat een
                    ontheffing ‘ over te dragen’ aan een ander, dan zal die ander een ontheffing
                    moeten aanvragen en zal de bestaande ontheffing moeten worden ingetrokken. Zie
                    ook artikel 21 lid 1 onder f.</al><tussenkop/><tussenkop><vet>Artikel 21. Weigeringsgronden ontheffing</vet></tussenkop><al>De weigeringsgronden zijn tweeledig. De ontheffing kan in ieder geval (niet
                    limitatief) geweigerd worden wanneer de woonsituatie of de leefsituatie, de
                    veiligheid of de openbare orde in de omgeving van de winkel nadelig wordt
                    beïnvloed door de openstelling van de winkel. De zinsnede ‘onaanvaardbaar’ is
                    weggelaten, aangezien een enkele nadelige beïnvloeding ook niet gewenst is. Dit
                    maakt het dus eerder mogelijk om een ontheffing te weigeren. Daarnaast moet de
                    ontheffing voor een avondwinkel worden geweigerd wanneer bij verlening sprake
                    zou zijn van overschrijding van het plafond van 6 te verlenen ontheffingen. Zie
                    toelichting artikel 17. </al><al/><al><vet><cursief>Artikel 23. Intrekken of wijzigen ontheffing</cursief></vet></al><al><cursief>De ontheffing kan in ieder geval (niet limitatief)
                        worden geweigerd indien de omstandigheden zich voordoen als bedoeld in dit
                        artikel. Ten opzichte van de voorgaande verordening is aan deze gronden
                        toegevoegd dat intrekken of wijzigen (bijvoorbeeld door andere
                        openingstijden aan de ontheffing te verbinden) ook mogelijk is wanneer de
                        woonsituatie of de leefsituatie, de veiligheid of de openbare orde in de
                        omgeving van de winkel nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de
                        winkel. Daarmee wordt beter aangesloten op de weigeringsgrond als bedoeld in
                        artikel 21. Daarnaast zou een ontheffing ook op verzoek van een derde moeten
                        kunnen worden ingetrokken. Daarom is het mogelijk gemaakt dat niet alleen de
                        houder van de ontheffing maar ook een ‘derde’ om intrekking kan vragen. Deze
                        moet wel belanghebbend zijn en gedacht kan worden aan concurrenten of
                        omwonenden die hinder of andere nadelige gevolgen ondervinden. Aan de hand
                        van de intrekkings- en wijzigingsgronden zal moeten worden beslist of het
                        verzoek moet worden ingewilligd. De gedachte is wel dat wanneer de houder
                        zelf vraagt om intrekking dat verzoek in de regel wordt ingewilligd.
                    </cursief></al><tussenkop/><tussenkop><vet>Artikel 24. Hardheidsclausule</vet></tussenkop><al>Deze clausule is bedoeld om voor onvoorziene situaties die leiden tot zogeheten
                    schrijnende gevallen, die in feite buiten de nu voorziene regeling vallen, maar
                    waarmee nog steeds wel het belang wordt gediend dat de Wet en deze verordening
                    beogen te beschermen. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>