<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>314827_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oost Gelre</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-24+01:00</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elna / Groenlose Gids 19-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing</dcterms:alternative><dcterms:issued>2013-12-17+01:00</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01+01:00</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>	17-12-2013/17</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al> Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Oost Gelre;</al><al> gezien het voorstel van het college van de gemeente Oost Gelre van 4
                        november 2013;</al><al> gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al> Besluit:</al><al> Vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN
                        RIOOLHEFFING 2014</al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> Deze verordening verstaat onder :</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                        daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen
                        voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater,
                        hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de
                        gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf
                        betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                        grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al> Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                        bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
                        en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                        ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                        structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond
                        gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                        water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de belasting, wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
                        krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>Ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in
                        artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik
                        heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al> Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al> De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit
                        het perceel wordt afgevoerd.</al><lijst><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                        meters leidingwater en grondwater dat in het belastingjaar naar het perceel
                        is toegevoerd of opgepompt, alsmede overige toegevoerde vloeibare
                        substanties die via de riolering worden afgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                        pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen,
                        of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met
                        een vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.</al><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                        hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                        bepaling.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                        opgepompt water wordt verminderd met de aantoonbare hoeveelheid water die
                        niet is afgevoerd. Hierbij moet de op anderszins afgevoerde hoeveelheid
                        water minstens 20% bedragen van de toegevoerde of opgepompte
                        hoeveelheid.</al></li><li nr="5."><al>Indien, in verband met het ontbreken van afzonderlijke watermeters, niet
                        de hoeveelheid afvalwater kan worden vastgesteld zoals hiervoor omschreven,
                        wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor tot woning dienende eigendommen de hoeveelheid water vastgesteld op
                        45 m3 per persoon per jaar;</al></li><li nr="b."><al>voor de gebruikers van de niet tot woning dienende eigendommen de
                        verdeelsleutel gehanteerd zoals deze door de respectievelijke gebruikers
                        worden gebruikt voor de onderlinge verdeling van de waternota van Vitens
                        N.V. en bij het ontbreken van een dergelijke regeling tot een zo reëel
                        mogelijke verdeling op basis van beschikbare gegevens;</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Bij veehouderijen, die voldoen aan de tweede volzin van lid 4 en waarbij
                        aantoonbaar 90% van het afgevoerde water bestaat uit huishoudelijk
                        afvalwater, is de hoeveelheid afvalwater afhankelijk van het aantal in de
                        bij het bedrijf behorende woning wonende personen op 1 januari van het
                        betreffende belastingjaar. Het waterverbruik per persoon wordt gesteld op 45
                        m3 per jaar.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>