<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR314610_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeente Heumen Actueel, 24-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08.06 B8 C</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        november 2013;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet </al><al>en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</al><al/><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al/><al>vast te stellen de hierna volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                            rein</vet><vet>i</vet><vet>gingsrechten 201</vet><vet>4</vet></al><al>(Verordening reinigingsheffingen 2014)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van
                                    autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door
                                    aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.
                                </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam `afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.1 van de tarieventabel
                                wordt geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.2. van de tarieventabel
                                wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een
                                gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.1. van de tarieventabel
                                is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.1. van de
                                tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1
                                onder 1.1. van de tarieventabel, als er in dat jaar, na het einde
                                van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.2. van de tarieventabel
                                is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet
                                    1990 moet de op grond van artikel 7, eerste lid, bedoelde
                                    belasting moet worden betaald uiterlijk twee maanden na de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt -ingeval het
                                    totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                    meer bedraagt dan € 45,-- met een maximum van € 3.000,00 en een
                                    machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het
                                    verschuldigde bedrag-, dat: </al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari
                                            en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking
                                            hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen
                                            als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
                                            nog maanden in het belastingjaar overblijven met een
                                            maximum van acht; </al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening
                                            ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze
                                            betrekking hebben, worden geïncasseerd in drie gelijke
                                            termijnen.</al></li></lijst><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                            incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan
                                    het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                    aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is
                                    afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde
                                    bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt
                                    geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li><li nr="4."><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--,
                                    is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn
                                    als onder lid 1 van toepassing.</al></li><li nr="5."><al> De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving
                                    bedoeld in artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
                                            de kennisgeving</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het
                                            uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14
                                            dagen na dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></li></lijst><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 2 van de tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 van de
                                tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande
                                dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden
                                opgelegd</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.2 van de tarieventabel
                                wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een
                                gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 van de tarieventabel
                                zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit
                                later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 verschuldigd voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten
                                als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als bedoeld in hoofdstuk 2
                                onder 2.1. bedoelde rechten, als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.2. van de tarieventabel
                                is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet
                                    1990 moet de op grond van artikel 14, eerste lid, bedoelde
                                    belasting moet worden betaald uiterlijk twee maanden na de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt -ingeval het
                                    totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                    meer bedraagt dan € 45,-- met een maximum van € 3.000,00 en een
                                    machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het
                                    verschuldigde bedrag-, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari
                                            en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking
                                            hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen
                                            als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
                                            nog maanden in het belastingjaar overblijven met een
                                            maximum van acht; </al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening
                                            ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze
                                            betrekking hebben, worden geïncasseerd in drie gelijke
                                            termijnen.</al></li></lijst><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                            incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan
                                    het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                    aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is
                                    afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde
                                    bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt
                                    geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li><li nr="4."><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--,
                                    is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn
                                    als onder lid 1 van toepassing.</al></li><li nr="5."><al> De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving
                                    bedoeld in artikel 14, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
                                            de kennisgeving</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het
                                            uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14
                                            dagen na dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2013', vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 20 december 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 20,
                            tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                            dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dagna die
                                van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als `verordening
                            reinigingsheffingen 2014’.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><divisie><kop><titel>Tarieventabel</titel></kop><al><vet>
            behorende bij de ‘Verordening reinigingsheffingen 2014’.
        </vet></al></divisie><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien
                            deze verschuldigd is. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing</titel></kop><al><vet>1.1 </vet><vet>J</vet><vet>aarlijkse tarieven
                                afvalstoffenheffing</vet></al><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar </al><al>1.1.1.indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien
                            de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
                            wordt gebruikt door één persoon € 90,36;</al><al>1.1.2.indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien
                            de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
                            wordt gebruikt door meer dan één persoon € 129,12;</al><al>1.1.3. De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2. wordt
                            vermeerderd voor hetop 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                            belastingplicht later aanvangt, bijaanvang van de belastingplicht, in
                            bruikleen hebben van een éxtra (= boven hetgeenvolgens de gemeentelijke
                            afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt) containermet een
                            bedrag van € 70,80.</al><al/><al><vet>1.2 </vet><vet>O</vet><vet>verige tarieven
                                afvalstoffenheffing</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor
                            het ter beschikkingstellen van:</al><al>1.2.1 een grote afvalzak, per afvalzak € 1,04</al><al>1.2.2 een kleine afvalzak, per afvalzak € 0,69</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Maatstaven en tarieven reinigingsrechten</titel></kop><al><vet>2.1. </vet><vet>J</vet><vet>aarlijkse tarieven
                                reinigingsrechten</vet></al><al>Het recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval bedraagt per
                            bedrijfspandper belastingjaar: € 129,12</al><al>Voor de heffing van dit recht worden:</al><lijst><li nr="a."><al> bejaardenoorden verpleeginrichtingen, kloosters en andere
                                    instellingen omgerekend naar aantallen bedrijfspanden door de
                                    totale inwonersbezetting bij het begin van het bbelastingjaar te
                                    delen door 4;</al></li><li nr="b."><al> scholen omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en wel naar
                                    één bedrijfspand per klas- c.q. speel-/werklokaal;</al></li><li nr="c."><al> gezondheidscentra omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en
                                    wel naar één bedrijfspand per afzonderlijke dienstverlening</al><al/></li></lijst><al><vet>2.2. </vet><vet>O</vet><vet>verige tarieven
                            reinigingsrechten</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.1. bedraagt de belasting voor
                            het ter beschikkingstellen van:</al><al>2.2.1 een grote afvalzak, per afvalzak € 1,04</al><al>2.2.2 een kleine afvalzak, per afvalzak € 0,69 </al></divisie></bijlage></regeling></body></cvdr>