<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR314594_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Da's Mooi, 23-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening markt- en standplaatsgelden 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=216">Gemeentewet, artikel 216</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=219">Gemeentewet, artikel 219</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=229">Gemeentewet, artikel 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13/22557</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Westerveld;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        november 2013;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in de artikelen 216, 219 en 229, eerste lid, aanhef en
                        onderdeel a en b van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>B E S L U I T</vet>:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden
                        2014.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>marktstandplaats: een op en voor de duur van de markt door of namens
                                het college van burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel op een weekmarkt.</al></li><li nr="b."><al>marktdagplaats: een marktstandplaats die per marktdag beschikbaar
                                wordt gesteld.</al></li><li nr="c."><al>vaste marktplaats: een marktstandplaats die tot wederopzegging
                                beschikbaar wordt</al><al> gesteld.</al></li><li nr="d."><al>marktstandplaatshouder: ieder aan wie het door of namens het college
                                van burgemeester en wethouders is toegestaan om gedurende een weekmarkt een marktstandplaats te bezetten.</al></li><li nr="e."><al>standplaats: een voor een bepaalde tijd door of namens het college
                                van burgemeester en wethouders aangewezen plaats niet zijnde een winkel of een markt waar goederen te koop worden aangeboden.</al></li><li nr="f."><al>standplaatshouder: ieder aan wie het door of namens het college van
                                burgemeester en wethouders is toegestaan om een standplaats in te nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de heffing en belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het innemen
                                van eenmarktstandplaats voor het uitoefenen van de markthandel op onze
                                weekmarkten en daarmeeverband houdende handelingen en/of het gebruik van verstrekte
                                hulpmiddelen. </al></li><li nr="2."><al>Onder de naam standplaatsgeld wordt een recht geheven voor het
                                innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen
                                in het kader van de ambulante handel op een door burgemeester en wethouders aangewezen
                                locatie, niet zijnde een winkel of op een weekmarkt. </al></li><li nr="3."><al>Onder de naam standplaatsgeld met elektra wordt een recht
                                        geheven voor het innemen</al><al> van een standplaats alsmede voor het ter beschikking
                                        stellen van een door de gemeente</al><al> aangebrachte elektriciteitsvoorziening voor het bereiden
                                        van voedsel en/of het koelen van</al><al> voedsel.</al></li><li nr="4."><al>Onder de naam standplaatsgeld met elektra wordt een recht
                                        geheven voor het innemen</al><al> van een standplaats alsmede voor het ter beschikking
                                        stellen van een door de gemeente</al><al> aangebrachte elektriciteitsvoorziening voor
                                        verlichting.</al></li><li nr="5."><al>Onder de naam standplaatsgeld wordt een recht geheven voor
                                        het mogen innemen van een</al><al> standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van
                                        goederen in het kader van de</al><al> particuliere handel op een door burgemeester en wethouders
                                        aangewezen locatie, niet zijnde </al><al> een winkel of op een weekmarkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het marktgeld genoemd in artikel 2, lid 1 wordt geheven van
                                        de marktstandplaatshouder.</al></li><li nr="2."><al>Het standplaatsgeld genoemd in artikel 2, lid 2, 3, 4 en 5
                                        wordt geheven van een standplaatshouder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Voor zover de marktgelden worden geheven per jaar is het
                                belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. Voor de
                                standplaatsgelden is het belastingtijdvak gelijk aan de periode
                                waarvoor de vergunning tot het innemen van een standplaats is
                                verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastinggrondslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het marktgeld wordt berekend naar het aantal strekkende meters
                                frontlengte van de ingenomen standplaats waarbij een gedeelte van een strekkende meter
                                voor een volle strekkende meter wordt gerekend.</al></li><li nr="2."><al>Het standplaatsgeld wordt vastgesteld op een vast bedrag,
                                afhankelijk van de frequentie en de</al><al>2. duur van de periode dat de standplaats wordt ingenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het marktgeld van artikel 2, lid 1 bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een dagplaats (of gedeelte daarvan) € 1,76 per
                                        strekkende meter met een minimum van: € 14,08</al></li><li nr="b."><al>voor een vaste marktplaats € 5,96 per strekkende meter per
                                        maand, met een minimum van: € 47,76</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats als
                                        bedoeld in artikel 2, lid 2 bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar: €
                                        330,00</al></li><li nr="b."><al>voor een standplaats voor één dag in de week voor een
                                        periode korter</al><al> dan een jaar, maar langer of gelijk aan een maand, per
                                        maand: € 27,75</al></li><li nr="c."><al>voor een standplaats korter dan een maand, per dag: €
                                        10,00</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats als
                                        bedoeld in </al><al> artikel 2, lid 3 bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar: €
                                        530,00</al></li><li nr="b."><al>voor een standplaats voor één dag in de week voor een
                                        periode korter</al><al> dan een jaar, maar langer of gelijk aan een maand, per
                                        maand: € 44,50</al></li><li nr="c."><al>voor een standplaats korter dan een maand, per dag: €
                                        13,50</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats als
                                        bedoeld in </al><al> artikel 2, lid 4 bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar: €
                                        380,00</al></li><li nr="b."><al>voor een standplaats voor één dag in de week voor een
                                        periode korter</al><al> dan een jaar, maar langer of gelijk aan een maand, per
                                        maand: € 31,75</al></li><li nr="c."><al>voor een standplaats korter dan een maand, per dag: €
                                        10,75</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het standplaatsgeld voor het gebruik van een standplaats als
                                        bedoeld in </al><al> artikel 2, lid 5 bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een standplaats voor één dag in de week, per jaar: €
                                        150,00</al></li><li nr="b."><al>voor een standplaats voor één dag in de week voor een
                                        periode korter</al><al> dan een jaar, maar langer of gelijk aan een maand, per
                                        maand: € 9,75</al></li><li nr="c."><al>voor een standplaats korter dan een maand, per dag: €
                                        4,25</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het recht voor het gebruik van een (seizoens)standplaats
                                        voor de verkoop van</al><al> ijs bedraagt per maand: € 71,25</al></li><li nr="7."><al>Voor een standplaats op meer dan één dag in de week worden
                                        de in lid 2, 3, 4</al><al> en 5 genoemde standplaatsgelden vermenigvuldigd met het
                                        aantal dagen waarvoor</al><al> per week een standplaats is toegewezen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het markt- en standplaatsengeld wordt geheven door middel
                                        van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder ook
                                        wordt begrepen een nota of ander schriftuur.</al></li><li nr="2."><al>Het verschuldigde bedrag wordt in de kennisgeving, de nota
                                        of ander schriftuur vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>Marktgeld</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Het marktgeld als bedoeld in artikel 6, lid 1 is
                                        verschuldigd bij de aanvang van het</al><al> belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop
                                        van het belastingtijdvak aanvangt,</al><al> bij de aanvang van de belastingplicht. </al></li><li nr="b."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                        belastingtijdvak aanvangt, is het in het eerste</al><al> lid, sub a van dit artikel bedoelde marktgeld verschuldigd
                                        over zoveel twaalfde gedeelten</al><al> als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de
                                        belastingplicht, nog volle</al><al> kalendermaanden </al></li><li nr="c."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                        belastingtijdvak eindigt, wordt voor het in dit</al><al> artikel, eerste lid, sub a bedoelde marktgeld ontheffing
                                        verleend over zoveel twaalfde</al><al> gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het
                                        eindigen van de belastingplicht nog volle</al><al> kalendermaanden overblijven. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Standplaatsgeld</vet></al><al> Het standplaatsgeld als bedoeld in artikel 6, lid 2 t/m 7,
                                        is verschuldigd bij de aanvang van het</al><al> belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop
                                        van het belastingtijdvak aanvangt, bij</al><al> de aanvang van de belastingplicht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tijdstip van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het markt- en standplaatsgeld moet, met inachtneming van
                                        onderstaande leden, worden voldaan in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn
                                        vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die van de dagtekening van de
                                                schriftelijke kennisgeving. De volgende termijnen vervallen elke drie maanden na het
                                                vervallen van de vorige termijn.</al></li><li nr="2."><al>Indien na het ontstaan van de belastingplicht voor het
                                        markt- of standplaatsgeld zeven, acht of</al><al> negen kalendermaanden resteren tot het einde van het
                                        belastingjaar, moet het verschuldigde</al><al> bedrag worden voldaan in drie gelijke termijnen, waarvan de
                                        eerste vervalt op de laatste dag</al><al> van de maand volgende op die van de dagtekening van de
                                        schriftelijke kennisgeving. De</al><al> volgende termijnen vervallen elk drie maanden na de vorige
                                        termijn.</al></li><li nr="3."><al>Indien na het ontstaan van de belastingplicht voor het
                                        markt- of standplaatsgeld vijf of zes</al><al> kalendermaanden resteren tot het einde van het
                                        belastingjaar moet het verschuldigde bedrag</al><al> worden voldaan in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste
                                        vervalt op de laatste dag van de</al><al> maand volgende op die van de dagtekening van de
                                        schriftelijke kennisgeving. De tweede</al><al> termijn vervalt drie maanden na de eerste termijn.</al></li><li nr="4."><al>Indien na het ontstaan van de belastingplicht voor markt- of
                                        standplaatsgeld vier kalender-</al><al> maanden of minder resteren tot het einde van het
                                        belastingjaar, moet het verschuldigde bedrag</al><al> worden voldaan op de laatste dag van de maand volgende op
                                        die van de dagtekening van de</al><al> schriftelijke kennisgeving. </al></li><li nr="5."><al>In afwijking van bovenstaande leden vervalt de betaaltermijn
                                        voor standplaatsgelden</al><al> minder dan € 275,-- op de laatste dag van de maand volgende
                                        op die van de dagtekening van de</al><al> schriftelijke kennisgeving.</al></li><li nr="6."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                        voorgaande leden gestelde</al><al> termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de markt- en standplaatsgelden wordt geen
                                kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven
                                met betrekking tot de heffing en invordering van de markt- en
                                standplaatsgelden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening markt- en standplaatsgelden 2010’,
                                        vastgesteld bij raadsbesluit van</al><al> 22 december 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in
                                        het 3<sup>e</sup> lid genoemde datum van </al><al> Ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                        toepassing blijft op de belastbare feiten</al><al> die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de
                                        1<sup>e</sup> dag na die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                        markt- en standplaatsgelden 2014’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van de raad van 17 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A.Middelkamp H. Jager</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>