<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR314591_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invorderling van rioolheffing 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeente Heumen Actueel, 24-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08.06 B8 B</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invorderling van rioolheffing 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        12 november 2013;</al><al>gelet op de artikel 228a van de Gemeentewet</al><al/><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al/><al>vast te stellen de hierna volgende verordening:</al><al><vet>Verordening </vet><vet>op de heffing</vet><vet> en invordering van
                        rioolheffing</vet><vet> 20</vet><vet>1</vet><vet>4</vet></al><al>(Verordening rioolheffing 2014)</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het
                                belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
                                gemeentelijke riolering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid,
                                wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie
                                kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen met een
                            WOZ-waarde die minder is dan € 25.000,=, die zelfstandig in gebruik zijn
                            als berging of garagebox.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de heffing genoemd in het eerste lid worden:</al><lijst><li nr="a."><al>bejaardenoorden, verpleeginrichtingen, kloosters en andere
                                        instellingen omgerekend in aantallen percelen, door de
                                        totale inwonersbezetting op 1 januari van het belastingjaar
                                        te delen door 4;</al></li><li nr="b."><al>scholen omgerekend in aantallen percelen, en wel naar één
                                        perceel per klas c.q. speel- werklokaal;</al></li><li nr="c."><al>slachterijen, horecabedrijven met bijbehorende woning,
                                        verenigingsgebouwen, sportzalen/ -hallen,
                                        autowasinrichtingen en daarmee gelijk te stellen
                                        inrichtingen, omgerekend in aantallen percelen, en wel naar
                                        2 percelen per aangegeven categorie;</al></li><li nr="d."><al>percelen bestaande uit een woning en een bedrijfsruimte,
                                        niet behorende tot de categorieën als bedoeld in de
                                        onderdelen a en c, gelijk gesteld met 1,5 perceel
                                        vermeerderd met één perceel voor elke gebouwde aanhorigheid
                                        waar bedrijf wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>percelen, uitsluitend bestaande uit een bedrijfsruimte als
                                        bedoeld onder het voorgaande lid gelijk gesteld met één
                                        perceel</al></li><li nr="f."><al>campings omgerekend in aantallen percelen door het aantal
                                        aansluitingen te delen door 6.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per perceel € 149,70.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> In afwijking van artikel 9 eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden
                                    na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt - ingeval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslag biljet verenigde aanslagen meer bedraagt
                                    dan € 45,-- met een maximum van € 3.000,-- en een machtiging is
                                    afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde
                                    bedrag -, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari
                                            en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking
                                            hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen
                                            als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet
                                            nog maanden in het belastingjaar overblijven met een
                                            maximum van acht;</al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september
                                            van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                            worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen.</al></li></lijst><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                            incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan
                                    het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                    aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is
                                    afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde
                                    bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt
                                    geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li><li nr="4."><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,--,
                                    is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn
                                    als onder lid 1 van toepassing.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>1.De 'Verordening rioolheffing 2013” van 20 december 2012, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum
                            van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                            blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                            2014'.</al><al/></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>