<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR314581_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Uden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Udens Weekblad, 2-1-2014, Gemeenteblad 2014-6, 14-01-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>AVOI gemeente Uden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet en Telecommunicatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-02-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/8522</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt AVOI Uden, zoals vastgesteld op 3 november 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Uden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Uden;</al><al>overwegende, dat wijziging van de Algemene wet bestuursrecht in verband
                        met de inwerkingtreding van de Wet nadeelcompensatie en de vaststelling
                        van Beleidsregels Nadeelcompensatie bij het verleggen van kabels en
                        leidingen een beperkte uitbreiding van de bepalingen van de AVOI
                        gemeente Uden wenselijk maakt;</al><al>dat het gewenst is de vaststelling van de bedoelde wijzigingen te
                        verwerken in een nieuwe versie van de AVOI;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        27 augustus 2013;</al><al>gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet en artikel 5, vierde lid,
                        van de Telecommunicatiewet;</al><al><vet>b</vet><vet>e</vet><vet>s</vet><vet>l</vet><vet>u</vet><vet>i</vet><vet>t</vet><vet>:</vet></al><al>vast te stellen de</al><al><vet>Algemene Verordening Ondergrondse
                        Infrastructuren</vet><vet>gemeente</vet><vet>
                            Uden</vet><vet>2013</vet><vet>.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en bijbehorende toelichting worden verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>aanvrager: de natuurlijke of rechtspersoon die aan de gemeente
                                    instemming,</al><al> vergunning of toestemming verzoekt voor het leggen, hebben, </al><al> onderhouden, verwijderen etc. van kabels en leidingen; </al></li><li nr="b."><al>calamiteit: een incident met voor de omgeving mogelijk grote
                                    gevolgen, die niet</al><al> zelfstandig kunnen worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde
                                    inzet </al><al> van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende
                                    disciplines </al><al> is vereist om de gevolgen te beperken;</al></li><li nr="c."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="d."><al>definitief herstel: het op vakkundige wijze terugbrengen van de
                                    verhardingsmaterialen in</al><al> het oorspronkelijke verband;</al></li><li nr="e."><al>degeneratiekosten: de kosten voor de gemeente door vermindering
                                    van de</al><al> kwaliteit en/of duurzaamheid van de verharding of andere
                                    gemeente-</al><al> eigendommen, veroorzaakt door de (graaf)werkzaamheden onder </al><al> verhardingsconstructies of andere voorzieningen;</al></li><li nr="f."><al>gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld
                                    in de</al><al> Belemmeringenwet Privaatrecht of de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="g."><al>grondroerder: de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens
                                    verantwoordelijkheid of</al><al> leiding de werkzaamheden worden verricht; </al></li><li nr="h."><al>Handboek: het Handboek Kabels en Leidingen (Standaardbepalingen
                                    voor het</al><al> opnemen van de sleufverharding, het graven, aanvullen en
                                    verdichten </al><al> van sleuven en het leggen etc. van kabels en leidingen die in
                                    eigendom </al><al> of beheer zijn bij de gemeente), zijnde door het college vast
                                    te stellen</al><al> nadere regels betreffende de voorbereiding en uitvoering van
                                    ontwerp, </al><al> aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en
                                    leidingen</al><al> inclusief de toepasselijke indieningsvereisten;</al></li><li nr="i."><al>huisaansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding door
                                    openbare grond dat een</al><al> netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt;</al></li><li nr="j."><al>instemmingsbesluit: schriftelijk besluit van het college zoals
                                    bedoeld in artikel 5.4 van de</al><al> Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="k."><al>kabel- en leidingentracé: de locatie waarvan de gemeente heeft
                                    bepaald waar kabels en/of</al><al> leidingen kunnen worden gelegd; l. kabels en leidingen: kabels
                                    en/of (buis)leidingen als onderdeel van een net(werk); m. leggen
                                    van kabels en het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen,
                                    vernieuwen, herstellen </al><al> leidingen: en verwijderen van kabels en leidingen en het
                                    verrichten van hierbij </al><al> behorende werkzaamheden; </al></li><li nr="n."><al>marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale
                                    omstandigheden in een markteconomie</al><al> op de desbetreffende markt worden gemaakt;</al></li><li nr="o."><al>net (of netwerk): één of meer ondergrondse kabel(s) en/of
                                    leiding(en), daaronder mede</al><al> begrepen lege buizen, kokerconstructies en voorzieningen,
                                    bestemd </al><al> voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen,
                                    van </al><al> energie of van informatie, uitgezonderd het
                                    rioleringsnetwerk;</al></li><li nr="p."><al>net voor transport van de openbare elektronische
                                    communicatienetwerken als bedoeld in artikel</al><al> informatie: 1.1 onder h. van de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="q."><al>netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelend in de
                                    uitvoering van een</al><al> beroep of een bedrijf dan wel als rechtspersoon een kabel- c.q. </al><al> buisleidingennet beheert;</al></li><li nr="r."><al>niet-openbare kabels kabels en leidingen (dan wel het netwerk
                                    waartoe ze behoren) die niet</al><al> en leidingen: worden gebruikt om openbare (voor het publiek
                                    beschikbare) diensten </al><al> aan te bieden;</al></li><li nr="s."><al>nutsbedrijf: bedrijf dat producten en diensten levert in het
                                    algemeen belang, en in</al><al> het kader van deze verordening meer specifiek op het gebied van </al><al> elektriciteits-, gas- en drinkwatervoorziening, waaronder ook
                                    begrepen </al><al> eventuele warmte-koudevoorzieningen, en dat mede daartoe </al><al> netten/netwerken beheert voor het transport van vaste,
                                    vloeibare of </al><al> gasvormige stoffen of van energie;</al></li><li nr="t."><al>opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon die opdracht
                                    geeft tot het uitvoeren van</al><al> werkzaamheden; </al></li><li nr="u."><al>openbare gronden: openbare wegen en wateren zoals bedoeld in
                                    artikel 1.1, onder aa, van</al><al> de Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="v."><al>provisorisch herstel: het terugbrengen van de
                                    verhardingsmaterialen op een niet</al><al> noodzakelijke vaktechnische wijze maar wel zodanig dat het
                                    functionele gebruik van de openbare gronden door het verkeer
                                    volledig is hersteld </al><al> en geen gevaar ontstaat voor de weggebruikers;</al></li><li nr="w."><al>spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige
                                    belemmering of storing in</al><al> werkzaamheden: de dienstverlening, waarvan uitstel
                                    redelijkerwijs niet mogelijk is;</al></li><li nr="x."><al>verleggingen: definitieve of tijdelijke maatregelen waaronder
                                    het verplaatsen van kabels en/of leidingen die noodzakelijk worden geacht voor het oprichten
                            van gebouwen of het uitvoeren van werken door of vanwege de
                            gemeente.</al></li><li nr="y."><al>vergunning: vergunning, op schriftelijke aanvraag van een
                                    nutsbedrijf verleend door</al><al> het college voor het verrichten van werkzaamheden in verband
                                    met de</al><al> aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in
                                    openbare</al><al> gronden die door de gemeente beheerd worden; </al></li><li nr="z."><al>voorzieningen: kabels en leidingen en de ondergrondse
                                    ondersteunings- en beschermingswerken, waaronder buizen, ten
                                    behoeve daarvan;</al></li><li nr="aa."><al>werkzaamheden: handmatige en mechanische werkzaamheden in of op
                                    openbare</al><al> gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming
                                    van </al><al> kabels en leidingen; </al></li><li nr="ab."><al>werkzaamheden van werkzaamheden met en aaneengesloten te
                                    ontgraven lengte korter dan</al><al> niet ingrijpende aard: vijfentwintig (25) meter, met geringe
                                    overlast c.q. belemmeringen voor de omgeving, waaronder het
                                    realiseren van incidentele huisaansluitingen, kabellassen,
                                    werkzaamheden in bestaande handholes, reparatie- of
                                    onderhoudswerkzaamheden, en waaronder niet verstaan wordt de
                                    plaatsing van onder- en bovengrondse kasten en handholes.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepasselijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op het aanleggen, instandhouden,
                                onderhouden, verleggen en verwijderen van kabels en leidingen in, op
                                en boven de openbare gronden, voor zover de gemeente deze gronden
                                beheert, in eigendom heeft of daarover wettelijke
                                coördinatieverplichtingen heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college voert de regie over de efficiënte ordening van kabels en
                                leidingen in, op en boven de openbare gronden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de
                                van rechtswege verleende beschikking is niet van toepassing op het
                                bepaalde in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nadere regels </titel></kop><al><vet>(vervallen)</vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Melding en instemmingsbesluit / Aanvraag en vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vereiste van vergunning, instemming of melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning of, in
                                indien het betreft een kabel of leiding die valt onder de werking
                                van de Telecommunicatiewet, een instemmingsbesluit van het college
                                kabels en/of leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in
                                stand te houden, te onderhouden, te verleggen of te verwijderen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan voor het
                                verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard, spoedeisende
                                werkzaamheden of calamiteiten worden volstaan met een melding vooraf
                                aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Melding of aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvrager doet minimaal acht weken voor de geplande aanvang van
                                de werkzaamheden bij het college melding voor een instemmingsbesluit
                                dan wel aanvraag voor een vergunning voor werkzaamheden als bedoeld
                                in artikel 4, eerste lid., van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor de voorgenomen werkzaamheden tevens (privaatrechtelijke)
                                toestemming nodig is van andere grondeigenaren of grondbeheerders,
                                geeft de aanvrager dit bij de melding of aanvraag aan en overlegt
                                deze uiterlijk vier weken na de melding of aanvraag, het college het
                                bewijs van verkregen toestemming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van voorgenomen werkzaamheden van niet ingrijpende aard,
                                meldt de aanvrager minimaal vijf werkdagen voor uitvoering deze
                                werkzaamheden schriftelijk of per e-mail (in geval van e-mail bij
                                het door de gemeente aangegeven mailadres) bij het college . Op
                                grond van belangen als genoemd in artikel 9, eerste lid, van deze
                                verordening, kan het college bepalen dat realisatie op een ander
                                tijdstip moet plaats vinden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten volstaat een
                                melding voorafgaand aan de start van de werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college is bevoegd in nadere regels delen van het grondgebied
                                aan te wijzen waarop het derde en vierde lid van dit artikel niet
                                van toepassing zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast inzake de te verstrekken
                                gegevens en de wijze waarop die worden verstrekt bij een aanvraag of
                                melding als bedoeld in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de voor een melding of aanvraag, als bedoeld in de
                                artikelen 4 en 5, te gebruiken formulieren vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de melding of
                            aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid. Betreft het een melding
                            of aanvraag waarbij meer grondeigenaren/beheerders zijn betrokken of
                            andere vergunningen vereist zijn, dan wordt de beslissing pas genomen
                            als deze andere toestemmingen verkregen en overlegd zijn. </al></li><li nr="2."><al>Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven,
                            deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een
                            redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden
                            gezien.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van de termijn, bedoeld in artikel 4:130, eerste lid van
                            de Algemene wet bestuursrecht beslist het college, indien een aanvraag
                            om nadeelcompensatie wordt voorgelegd aan een extern adviseur, niet
                            zijnde een adviescommissie, binnen 6 maanden na ontvangst van de
                            aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Geldigheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen 12 maanden na de beslissing van het college moeten de
                            werkzaamheden zijn voltooid, tenzij anders is bepaald bij deze
                            beslissing dan wel tenzij sprake is van aantoonbare overmacht. Indien de
                            (graaf)werkzaamheden niet binnen de vastgestelde data en termijnen zijn
                            uitgevoerd, vervalt de vergunning of het instemmingsbesluit. Een
                            situatie van overmacht moet tijdig worden medegedeeld, met in acht name
                            van de maximale geldigheidsduur en staat ter beoordeling van het
                            college.</al></li><li nr="2."><al>De termijn van 12 maanden, genoemd in het vorige lid, kan door het
                            college met maximaal 6 maanden worden verlengd, na een schriftelijk met
                            redenen omkleed verzoek. </al></li><li nr="3."><al>Het instemmingsbesluit of de vergunning vervalt indien de netbeheerder
                            schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer te willen maken
                            van het instemmingsbesluit of de vergunning.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan een instemmingsbesluit of vergunning wijzigen of
                                    geheel of gedeeltelijk intrekken, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de beschikking op basis van onjuiste of onvolledige
                                            gegevens is verleend; </al></li><li nr="b."><al>de netbeheerder, dan wel de door deze ingeschakelde
                                            derde partij, het bepaalde bij of krachtens deze
                                            verordening of de voorschriften van de vergunning of
                                            instemmingsbesluit niet naleeft.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een instemmingsbesluit of een vergunning
                                voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning
                                weigeren, in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid, waaronder in elk geval moet worden
                                        verstaan de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming
                                        van het verkeer; </al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="d."><al>het voorkomen of beperken van schade;</al></li><li nr="e."><al>de bescherming van eventuele archeologische vondsten en van
                                        groen(voorzieningen);</al></li><li nr="f."><al>het uiterlijk aanzien van de omgeving;</al></li><li nr="g."><al>de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede
                                        verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare
                                        gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en
                                        het belang van nader aan te geven grote lokale evenementen
                                        als weekmarkten en kermissen;</al></li><li nr="h."><al>de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het
                                        zo min mogelijk hinder veroorzaken voor in de grond
                                        aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder
                                        noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder werken ten
                                        behoeve van de levering of het transport van elektronische
                                        informatie, gas, water en elektriciteit;</al></li><li nr="i."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De netbeheerder draagt er zorg voor dat de voorschriften worden
                                nageleefd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast in de vorm van een Handboek
                                voor de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                                opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen.
                                Bij tegenstrijdigheden tussen de bepalingen van deze verordening en
                                het Handboek hebben de bepalingen van deze verordening
                                voorrang.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast over schadeherstel en
                                vergoeding van degeneratiekosten. De netbeheerder of diens
                                grondroerder is gehouden tot het, op basis van redelijkheid en
                                billijkheid, vergoeden van alle schade, geleden en te lijden door de
                                gemeente, voortvloeiende uit de door of vanwege de netbeheerder uit
                                te voeren werkzaamheden. De berekening van de schadevergoeding is
                                gebaseerd op vijf kostensoorten: herstel-, onderhouds-, beheers- en
                                degeneratiekosten of werkelijke kosten, met als uitgangspunt
                                kostendekkendheid voor de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het leidingentracé geen ruimte biedt voor de aanleg van
                                nieuwe kabels, legt de netbeheerder (dan wel de door deze
                                ingeschakelde derde partij) de gemeente een alternatief tracé voor
                                en wordt daarbij bezien of andere netbeheerders eventuele
                                voorgenomen werkzaamheden op dat tracé willen combineren, of (in
                                geval van elektronische communicatienetwerken) doet hij aan andere
                                netbeheerders een verzoek tot medegebruik van kabels en/of
                                leidingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3a</nr><titel>Overige bepalingen algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Eigendom</titel></kop><al>Indien de eigendom, exploitatie of beheer van een net, kabel of leiding,
                            als bedoeld in deze verordening, wordt overgedragen aan een andere
                            netbeheerder, stelt de voormalige netbeheerder het college onverwijld
                            van deze overdracht in kennis en is de voormalige netbeheerder verplicht
                            zorg te dragen voor overdracht van de rechten en plichten krachtens deze
                            verordening op de nieuwe netbeheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college organiseert periodiek een overleg, waarvoor de bij de
                                gemeente bekende netbeheerders en andere belanghebbende partijen
                                worden uitgenodigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit overleg is mede gericht op de beoordeling van mogelijk
                                medegebruik van voorzieningen en afstemming van gezamenlijk of
                                gelijktijdig uit te voeren werkzaamheden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Netbeheerders kunnen om overleg verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeente nodigt de netbeheerders uit voor vooroverleg over
                                gebiedsontwikkeling en eventueel daaruit voortvloeiende
                                consequenties voor de kabels en leidingen, waaronder verleggingen,
                                dit met als doel planvorming tegen de laagst mogelijke
                                maatschappelijke kosten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3b</nr><titel>Overige bepalingen voor netwerken voor transport van
                            informatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet-openbare kabels en leidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergunning weigeren in geval van werkzaamheden
                                aan niet-openbare kabels en/of leidingen in of op openbare gronden.
                                In het geval van te verlenen toestemming is het bepaalde in deze
                                verordening van overeenkomstige toepassing, maar houdt dit geen
                                gedoogplicht in van de betreffende kabels en leidingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet-openbare kabels en/of leidingen dienen op verzoek van het
                                college op gronden genoemd in artikel 9, lid 1, op kosten van de
                                eigenaar van de kabels en/of leidingen, te worden verlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beheerder van een netwerk voor het transport van informatie is
                                verplicht om bij aanleg van kabels of leidingen zoveel mogelijk
                                (mede)gebruik te (laten) maken van bestaande, hetzij door andere
                                netbeheerders dan wel door of in opdracht van de gemeente aangelegde
                                voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten en –geleidingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de netbeheerder (dan wel de door deze ingeschakelde derde
                                partij) een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van de
                                vooraangelegde voorzieningen, is deze verplicht van deze
                                voorzieningen gebruik te maken. Bepalend voor de redelijkheid is of
                                de voorzieningen tegen marktconforme kosten ter beschikking worden
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in
                                kennis van het feit dat een kabel of leiding in gebruik wordt
                                genomen of niet langer ten dienste staat van een openbaar net in of
                                op openbare gronden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De netbeheerder levert op verzoek van het college een overzicht van
                                alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen. De bewijslast
                                met betrekking tot het gebruik ligt bij de netbeheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3c</nr><titel>Overige bepalingen voor netwerken van nutsbedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verleggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor verleggingen van kabels of leidingen van een netwerk van een
                                nutsbedrijf in of op openbare gronden op verzoek van het college,
                                gelden de volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>De netbeheerder is verplicht op verzoek van het college over
                                        te gaan tot het nemen van maatregelen voor kabels en
                                        leidingen ten dienste van zijn net, waaronder het verleggen,
                                        voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van
                                        gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de
                                        gemeente in het algemeen belang; </al></li><li nr="b."><al>De gemeente en de netbeheerder zullen bij verwijdering,
                                        verlegging of aanpassing van kabels of leidingen elkaars
                                        schade zo veel mogelijk beperken;</al></li><li nr="c."><al>Het college neemt het besluit tot een schriftelijke
                                        aanwijzing voor het verleggen een leiding zo mogelijk op
                                        basis van overeenstemming;</al></li><li nr="d."><al>Na een schriftelijk verzoek van het college tot het nemen
                                        van maatregelen gaat de netbeheerder zo spoedig mogelijk
                                        over tot de uitvoering, doch niet later dan dertien weken na
                                        de datum van ontvangst van het verzoek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ten gevolge van werkzaamheden, niet zijnde gemeentelijke
                                    werkzaamheden<vet>, </vet>verlegging wijziging of verwijdering
                                van enig eigendom van de gemeente noodzakelijk is, dan wel ten
                                behoeve van werkzaamheden speciale voorzieningen moeten worden
                                getroffen, komen de kosten ervan voor rekening van de opdrachtgever,
                                tenzij er redelijkerwijs aanleiding bestaat om de kosten over
                                meerdere partijen te verdelen, dan wel om geen kosten in rekening te
                                brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college geeft van zijn voornemen van een werk, zijnde de
                                oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door de
                                gemeente, waarvan de verlegging van kabels en leidingen van
                                netbeheerders het gevolg kan zijn, zo spoedig mogelijk een
                                schriftelijke mededeling aan de netbeheerder. Deze mededeling bevat
                                ten minste:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vermelding van de mogelijk te verleggen leidingen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een tekening van het plangebied met daarop aangegeven de
                                plangrenzen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een tekening met daarop aangegeven de bestaande situatie;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een tekening met daarop aangegeven de nieuwe situatie;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>een tekening met daarop aan gegeven het tracé voor de te verleggen
                                leidingen;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>een uitnodiging voor een overleg met het college binnen twee weken
                                na dagtekening, waarvoor alle betrokken netbeheerders worden
                                uitgenodigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college streeft naar overeenstemming met de netbeheerder over de
                                verlegging, uitvoering en planning met als doel een technisch
                                adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien tijdens het vooroverleg blijkt dat er sprake is van kabels of
                                leidingen die niet noodzakelijk verlegd moeten worden krijgt de
                                netbeheerder de gelegenheid om op eigen kosten die leidingen te
                                rijzen, te vervangen of te verwijderen of andere voldoende
                                aanpassingen te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De in het vijfde lid bedoelde werkzaamheden worden zodanig ingepland
                                en uitgevoerd dat de oprichting van gebouwen of de uitvoering van
                                werken geen vertraging oplopen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verwijderen van leidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De netbeheerder is verplicht na het geheel of gedeeltelijk intrekken
                                van de vergunning de leiding binnen een door het college te bepalen
                                termijn te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Buiten gebruik gestelde kabels en leidingen dienen bij
                                reconstructies op aanzegging van de gemeente te worden verwijderd.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De procedure uit deze verordening voor het verkrijgen van instemming
                                of vergunning is van overeenkomstige toepassing op de
                                verwijderingen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Straf, toezicht en handhaving (algemeen)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van een bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschrift, of een voorschrift verbonden aan een vergunning of
                            instemmingsbesluit wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                            gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen
                            personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                                de bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alsdan vervalt de AVOI, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 november
                                2011.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Een vergunning van of melding aan het college voor handelingen als
                            bedoeld in artikel 4, die is verleend respectievelijk gedaan voor de
                            inwerkingtreding van deze verordening wordt gelijkgesteld met een
                            vergunning of melding als bedoeld in artikel 4.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “ AVOI 2013, gemeente Uden”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 3 oktober 2013.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening>drs. M.A.H. Heffels drs. H.A.G. Hellegers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP DE AVOI</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Voornaamste doel van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI;
                    hierna ‘AVOI’) is de realisatie van één uniform regime voor al het werk in de
                    openbare ruimte teneinde de gewenste gemeentelijke regierol zo optimaal mogelijk
                    te kunnen invullen. Beleidsmatig, procesmatig en praktisch wordt voorzien in
                    lokaal beleid voor ordening van de openbare ondergrond en gelijke behandeling
                    van partijen. De AVOI geeft tevens invulling aan de wettelijke plicht voor de
                    gemeente om een Telecommunicatieverordening op te stellen. De AVOI heeft ook
                    betrekking op de netten van de nutsbedrijven. De bestaande
                    Telecommunicatieverordening van de gemeente vervalt gelijktijdig met de
                    inwerkingtreding van de AVOI, zodat er per saldo geen verordening, en dus niet
                    meer regelgeving, bijkomt. De verordening met bijbehorende regelgeving is in
                    regionaal verband ontwikkeld en afgestemd. Het betreft de samenwerking in
                    As50-verband tussen de betrokken medewerkers van de gemeente Bernheze, Oss, Uden
                    en Veghel.</al><al>De AVOI reguleert de werkzaamheden in de openbare ruimte, waarbij de
                    wegverharding (ook bermen, plantsoenen, e.d.) wordt opgebroken. Ook de objecten
                    die nodig zijn ten behoeve van deze werkzaamheden vallen onder de reikwijdte van
                    de AVOI. Losse objecten die niet gekoppeld zijn aan deze werkzaamheden, blijven
                    onder het reguliere gemeentelijke vergunningenregime (APV) vallen.</al><al>De AVOI is onder andere gericht op minimalisatie van overlast en
                    maatschappelijke kosten ten gevolge van werk in uitvoering; meer grip en sturing
                    op werkzaamheden; het waarborgen van bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en
                    communicatie tijdens werkzaamheden; eenduidige regels en sanctiemogelijkheden;
                    uniforme regels en een efficiënt gebruik van de openbare ruimte.</al><al>Het doel van deze Toelichting is conform de AVOI aanvullende informatie te
                    bieden. Zowel voor gebruik binnen de gemeente als door de netbeheerders (hier
                    gebruikt als uniform verzamelbegrip voor de eigenaren en beheerders van de
                    betreffende netten en netwerken) is deze toelichting bestemd. </al><al>De meest actuele versie is steeds bepalend, is opvraagbaar en wordt
                    gecommuniceerd. Deze toelichting heeft niet alleen betrekking op de procedurele
                    raadsverordening, maar ook op de nadere regels die ter uitwerking door het
                    college zijn of worden vastgesteld (met name het ‘Handboek Kabels en
                    Leidingen’).</al><tussenkop>Concretisering van beleid</tussenkop><al>Diverse beleidsmatige speerpunten voor het concretiseren van de gemeentelijke
                    belangenbehartiging worden onderscheiden, waarbij wordt verwezen naar de
                    beleidsmatige onderbouwing van de verordening zoals die is vastgelegd in het
                    college-advies en raadsvoorstel voor de vaststelling ervan:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>Afstemming bovengronds en ondergronds</cursief><cursief>:
                            </cursief>Er is al lang en veel ervaring opgedaan met het beleidsmatig
                            en planologisch inkaderen van het gebruik van de bovengrondse openbare
                            ruimte. Een dergelijke invulling moet ook geschieden voor de
                            ondergrondse openbare ruimte en tevens moet worden bewerkstelligd dat
                            beide vormen van gebruik van openbare ruimte op elkaar worden afgestemd
                            en niet tot tegenstrijdigheden mogen leiden. De gemeente moet zelf haar
                            interne processen en werkwijzen zo aanpassen dat deze afstemming meer of
                            beter gestalte krijgt.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Schoon en fraai</cursief>: Na uitvoering en oplevering van
                            (graaf)werkzaamheden moet opengebroken verharding en aangetast groen
                            weer schoon en fraai worden hersteld, zodat zo min mogelijk, liefst
                            geen, kwaliteitsverlies optreedt. Het bijdragen aan het behoud van een
                            schone omgeving en het herstel (of verbeteren) van de openbare ruimte in
                            de oude situatie zijn dus essentiële elementen. Aanvullend worden ook
                            andere aspecten in het oog gehouden, waar van toepassing, zoals in
                            voorkomende situaties de archeologische aspecten.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Veilig</cursief><cursief>: </cursief>Voor en tijdens
                            werkzaamheden moet er zorg zijn voor verkeersdoorstroming, inclusief
                            waarschuwing en geleiding, waarbij landelijke normeringen worden
                            gehanteerd als minimum. De zorg voor een veilige omgeving is hiermee een
                            centraal element. Naast de specifiek aan de orde zijnde
                            verkeersveiligheid moet in de uitvoeringspraktijk ook op vooraf
                            duidelijke wijze invulling worden gegeven aan afspraken op het gebied
                            van eventuele calamiteiten.</al></li><li nr="-"><al><cursief>Bruikbaar en functioneel</cursief><cursief>: </cursief>De
                            bovengrond dient zoveel mogelijk en continu te kunnen worden gebruikt.
                            Belemmeringen door (graaf)werkzaamheden moeten dus zoveel mogelijk
                            worden beperkt in tijd en plaats. Voor de gemeente, de burgers en de
                            bedrijven moet de overlast van zowel de werkzaamheden als de permanente
                            ligging van de kabels en leidingen zelf beperkt worden tot hetgeen
                            strikt en redelijkerwijs noodzakelijk is. Bij voorbereiding en
                            uitvoering van werkzaamheden moet dit een continu essentieel
                            aandachtspunt zijn. </al></li></lijst><al>Dit heeft betrekking op de leefbaarheid in en rond het grondgebied en op
                    mogelijke financiële aspecten. Gestreefd moet worden naar het minimaliseren van
                    de maatschappelijke kosten met als uitgangspunt dat de veroorzaker betaalt en
                    dat aangerichte schade moet worden vergoed.</al><al>-<cursief>Beperken overlast</cursief><cursief>: </cursief>Werkzaamheden moeten
                    niet alleen zo min mogelijk overlast opleveren voor de leefomgeving en de
                    continuering van de bedrijfsmatige activiteiten. De uitvoeringswijze moet
                    zodanig zijn, en daar moet de gemeente actief op toezien, dat de belangen van de
                    al liggende kabels en leidingen behartigd worden.</al><tussenkop>Kaders voor de gemeentelijke bevoegdheden en rollen</tussenkop><al>De gemeentelijke bevoegdheden vloeien voort uit de Gemeentewet en de Algemene
                    Plaatselijke Verordening, uit specifieke sectorale wet- en regelgeving – zoals
                    de Wet Informatie-Uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) en de
                    Telecommunicatiewet - en uit al dan niet contractueel vastgelegde afspraken met
                    netbeheerders. De gemeente is vanuit een veelheid aan rollen betrokken bij dit
                    soort werkzaamheden: als economisch ontwikkelaar, aanbieder van communicatie en
                    cultuur, grondeigenaar, ruimtelijk planner, aanlegger van eigen infrastructuur,
                    verkeersregelaar, bodembeschermer, consument van nutsvoorzieningen, archeologie
                    etc.</al><al>In het belang van de gemeente, burgers, bedrijven en andere netwerkbeheerders
                    moet een zorgvuldig, en tevens zoveel mogelijk uniform en integraal, beleid
                    gevoerd worden bij voorbereiding, uitvoering en nazorg van (graaf)werkzaamheden
                    in openbare gronden. Belangrijk praktisch uitgangspunt is, analoog aan de APV,
                    dat (graaf)werkzaamheden alleen in de openbare ondergrond worden uitgevoerd na
                    voorafgaand akkoord van de gemeente. Deels zijn wettelijke regels van toepassing
                    en deels vindt invulling plaats waar de wetgever ruimte heeft gelaten voor eigen
                    invulling door lokale overheden, zij het dat waar mogelijk aangesloten wordt bij
                    landelijke uniformering via bijvoorbeeld de VNG. Ondanks de soms verschillende
                    uitgangsposities van betrokken partijen wordt door de gemeente harmonisering en
                    uniformering (en gelijke behandeling) nagestreefd.</al><al>Het opbreken van de openbare ruimte dient tot zo min mogelijk overlast en schade
                    te leiden, met waarborging van veiligheid en bereikbaarheid en ter voorkoming
                    van verstoring van openbare orde en ondergrondse ordening. De grondroerders zijn
                    verantwoordelijk voor juiste en tijdige gegevensverwerking en voldoen aan de
                    wettelijke plicht tot zorgvuldig graven. Ten aanzien van het ontwerp,
                    voorbereiding, uitvoering en beheer van de voorgenomen (graaf)werkzaamheden
                    dient voldaan te worden aan de uniforme eisen en voorschriften die door de
                    gemeente zijn c.q. worden vastgelegd in (algemene) lokale voorwaarden met
                    voorschriften voor ondergrondse kabels en leidingen in gemeentegrond (‘Handboek
                    Kabels en Leidingen’). De gemeente zal voorts haar handhavings- en
                    toezichtbeleid bepalen en praktisch vorm geven.</al><tussenkop>Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><tussenkop> Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>a. aanvrager </tussenkop><al>De aanvrager is vaak gelijk aan de netbeheerder, maar procedureel betreft het de
                    rol van de partij die richting de gemeente de instemming of vergunning verzoekt.
                    Een derde partij kan namelijk optreden namens de netbeheerder bij dit
                    aanvraagproces, mits rechtsgeldig en voldoende door de netbeheerder gemandateerd
                    (dergelijk uitbesteed werk komt regelmatig voor). Ook kan de aanvrager (vooral
                    in het geval van telecommunicatievoorzieningen) een partij zijn die voor eigen
                    naam en rekening netwerken aanlegt, maar niet zelf exploiteert, en
                    netwerkcapaciteit verhuurt of verkoopt.</al><tussenkop>b. calamiteit</tussenkop><al>De hiervoor noodzakelijke werkzaamheden worden aan een lichter procedureel
                    regime onderworpen. </al><tussenkop>c. college</tussenkop><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken voortvloeiende
                    uit de AVOI af te handelen, waarbij deze bevoegdheden qua uitvoering om
                    praktische redenen deels gemandateerd worden (via het Mandaatbesluit en
                    Mandaatregister) aan een of meer daartoe aangewezen ambtenaren. </al><al>Dat betreft enerzijds het houden van toezicht en anderzijds het coördineren en
                    verlenen van instemmingen en vergunningen. Indien en voor zover de bevoegdheden
                    op het gebied van coördinatie, het verlenen van vergunningen en
                    instemmingsbesluiten en het houden van toezicht gemandateerd zijn aan een of
                    meer functionarissen, wordt tevens deze functionaris bedoeld.</al><tussenkop>d. definitief herstel</tussenkop><al>Conform het door de gemeente bepaalde beleid wordt de openbare grond na de
                    werkzaamheden hersteld. Uiteindelijk zal dat een definitief herstel betreffen,
                    waartoe vooral gericht wordt op het herstel in de situatie zoals die was.
                    Tussentijds kan soms volstaan worden met het zogenaamde provisorisch herstel. Op
                    beide zijn in praktisch opzicht de bepalingen uit het Handboek van groot
                    belang.</al><tussenkop>e. degeneratiekosten</tussenkop><al>Door de werkzaamheden wordt vrijwel steeds schade toegebracht aan de openbare
                    grond en de daar in of op aanwezige eigendommen van de gemeente. Ook de
                    kwaliteit van de openbare grond vermindert door deze werkzaamheden. Daarom
                    worden afspraken gemaakt over de berekening en vergoeding van de kosten van deze
                    kwaliteitsvermindering.</al><tussenkop>f. gedoogplichtige</tussenkop><al>De gemeentelijke betrokkenheid is gericht op het beheer van openbare ruimte. De
                    openbare ruimte betreft de ruimte op of in de openbare gronden. In deze
                    hoedanigheid is de gemeente voor wat betreft de (openbare) elektronische
                    communicatienetwerken gedoogplichtige conform de Telecommunicatiewet. Het begrip
                    gedoogplichtige slaat tevens op andere partijen die krachtens die wet
                    gedoogplichtig zijn, en op partijen en personen die krachtens de
                    Belemmeringenwet Privaatrecht (hierna ‘BP’) gedoogplichtig zijn. Omdat sinds
                    2010 een wetsvoorstel aanhangig is ter vervanging van o.a. de BP, zal de
                    eventuele opvolgende wet op termijn relevant worden in dit opzicht.</al><tussenkop>g. grondroerder</tussenkop><al>De grondroerder is de partij die de graafwerkzaamheden verricht of laat
                    verrichten. Een derde partij kan namens de grondroerder het feitelijke werk
                    uitvoeren in het realisatieproces, mits rechtsgeldig en voldoende door de
                    netbeheerder of opdrachtgever gemandateerd. Dat is veelal een aannemer of
                    installateur, maar kan ook de (afdeling van een) netbeheerder zijn. Indien een
                    grondroerder namens een opdrachtgever optreedt, wordt de machtiging verplicht
                    overlegd. Mogelijk werken anderen voor de grondroerder (onderaannemers); zij
                    dienen ook over een machtiging te beschikken. </al><tussenkop>h. Handboek</tussenkop><al>Het Handboek Kabels en Leidingen wordt door het college vastgesteld (krachtens
                    de in de raadsverordening opgenomen bevoegdheid) en is de algemene
                    voorwaardenset die van toepassing is indien werkzaamheden daadwerkelijk
                    voorbereid en uitgevoerd worden. Gedetailleerd worden in dit document zowel
                    technisch-uitvoerend als processueel de toepasselijke voorwaarden omschreven.
                    Het is van groot belang dat de uitvoerende partijen steeds in het bezit worden
                    gesteld van de laatste, actuele, versie van dit Handboek.</al><tussenkop>i. huisaansluiting </tussenkop><al>(Huis)aansluitingen worden door de relatief beperkte omvang van de werkzaamheden
                    uitgezonderd van diverse algemene regels van de AVOI. Daarvoor is een lichter
                    formeel regime van toepassing, zodat afkadering nodig is. </al><tussenkop>j. instemmingsbesluit </tussenkop><al>Werkzaamheden dienen steeds vooraf gemeld te worden, waarbij onderscheid wordt
                    gemaakt tussen de (reguliere) werkzaamheden, werkzaamheden van niet ingrijpende
                    aard en werkzaamheden in verband met spoedeisende zaken (zoals bepaalde
                    storingen) en calamiteiten. Vooral voor de reguliere (graaf)werkzaamheden geldt
                    dat eerst gestart mag worden nadat door de gemeente op basis van een melding een
                    instemmingsbesluit (conform de Telecommunicatiewet) is verleend. Uitgangspunt is
                    dat het verlenen van een instemmingsbesluit bekend wordt gemaakt door middel van
                    informatie aan de meldende partij. Publicatie in meer algemene zin is niet
                    standaard, maar kan worden toegepast door de gemeente naar haar keuze,
                    bijvoorbeeld in het geval van grootschaliger en langduriger of ingrijpender
                    werkzaamheden.</al><tussenkop>k. kabel- en leidingentracé</tussenkop><al>Dit begrip is voor de praktijk belangrijk, want het betreft de door de gemeente
                    te bepalen routering van de kabels/leidingen. Vanuit de door de gemeente aan te
                    geven dwarsprofielen zal de netbeheerder veelal met een voorstel komen voor een
                    tracé, en moet de gemeente haar goedkeuring daaraan geven.</al><tussenkop>l. kabels en leidingen</tussenkop><al>De netten bestaan uit fysieke kabels en/of leidingen. De kabels/ leidingen zijn
                    inclusief de daarbij behorende ondergrondse en bovengrondse infrastructuur,
                    zoals:</al><lijst><li nr="-"><al>lege buizen,</al></li><li nr="-"><al>ondergrondse ondersteuningswerken (mantelbuizen, kabelgoten, handholes,
                            lasdozen, duikers), </al></li><li nr="-"><al>beschermingswerken, </al></li><li nr="-"><al>signaalinrichtingen (zoals optische en elektrische versterkers),</al></li><li nr="-"><al>componenten voor het verbinden van kabels met onroerende zaken (zie
                            artikel 16 a tot en met d, van de Wet waardering onroerende zaken; zoals
                            transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere
                            hulpmiddelen, behoudens voor zover ze liggen binnen de installatie van
                            een producent/afnemer). </al></li></lijst><al>Voorbeelden van de kabels en leidingen zijn telecommunicatie- en omroepkabels
                    (zoals gedefinieerd in art. 1.1 onder z van de Telecommunicatiewet),
                    elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen
                    (transport-, distributie- en dienstleidingen), leidingen voor warmte-koude
                    opslag en waterleidingen. Industriële of private netten behoren hier formeel ook
                    toe, maar worden als niet-openbare netten specifiek behandeld in deze
                    verordening. </al><al>De verordening heeft ten doel de regie en coördinatie te regelen met betrekking
                    tot kabels en leidingen van derde partijen die in door de gemeente beheerde
                    grond willen werken. Voor de kabels en leidingen van de gemeente zelf, zoals de
                    riolering, is om praktische redenen de verordening niet procedureel van
                    toepassing. Om redenen van effectiviteit en kwaliteit zullen echter intern
                    binnen de gemeente waar mogelijk afspraken en procedures worden gemaakt om de
                    bepalingen van deze verordening met het oog op regie en coördinatie zoveel
                    mogelijk ook intern na te leven.</al><tussenkop>m. leggen van kabels en leidingen</tussenkop><al>De relevante werkzaamheden betreffen zeker niet alleen de nieuwaanleg van kabels
                    en leidingen maar ook de situaties dat werk nodig is voor onderhoud, voor
                    verplaatsing of verwijdering, uitbreiding etc. Dat wordt met deze definitie
                    duidelijk gemaakt.</al><tussenkop>n. marktconforme kosten</tussenkop><al>Dit begrip is vooral relevant met het oog op het door de overheid nagestreefde
                    stimuleren van het medegebruik van bestaande voorzieningen (van de gemeente zelf
                    of van derde partijen). Partijen kunnen worden verplicht daarvan gebruik te
                    maken, met dien verstande dat (aansluitend bij hetgeen bij de
                    Telecommunicatiewet ontwikkeld is) de te betalen vergoeding marktconform dient
                    te zijn.</al><tussenkop>o. net (of netwerk)</tussenkop><al>De definitie van een net (of netwerk) is afgeleid van de Wet
                    Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION), welke deels refereert aan
                    artikel 20 2<sup>e</sup> lid, Boek 5 Burgerlijk Wetboek, maar ook uitbreidingen
                    geeft, die hier worden overgenomen. </al><al>Het gaat om de volgende ondergrondse netten (of netwerken): </al><lijst><li nr="-"><al>de netten voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of
                            energie oftewel de distributie- en transportnetten van de nutsbedrijven,
                            voor voorzieningen van openbaar nut zoals gas, elektriciteit en water
                            (en warmte), en de aanlevering ervan;</al></li><li nr="-"><al>de netten voor transport van informatie: de openbare elektronische
                            communicatienetwerken (voor telecommunicatie en omroep), zoals
                            gedefinieerd in de Telecommunicatiewet: transmissiesystemen, waaronder
                            satellietnetwerken, vaste en mobiele terrestrische netwerken,
                            elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen
                            worden gebruikt en netwerken voor radio- en televisieomroep en
                            kabeltelevisienetwerken, die geheel of hoofdzakelijk worden gebruikt om
                            openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder
                            mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van
                            programma's voor zover dit aan het publiek geschiedt. </al></li></lijst><al>Het gestelde bij de toelichting op de definitie van ‘kabels en leidingen’ ten
                    aanzien van de (gemeentelijke) riolering is hier tevens van toepassing.</al><al>‘Ondergronds’ heeft formeel betrekking op dat deel van de aarde vanaf het
                    maaiveld tot circa 10 km diepte, zij het dat in de praktijk graafwerkzaamheden
                    zich op veel beperktere diepte afspelen. </al><tussenkop>p. net voor transport van informatie</tussenkop><al>Ter wille van de volledigheid wordt aangegeven dat deze term, afgeleid van de
                    WION, de (openbare) elektronische communicatienetwerken betreft zoals bedoeld in
                    de Telecommunicatiewet.</al><tussenkop>q. netbeheerder</tussenkop><al>Het begrip netbeheerder <onderstreept>i</onderstreept>s de in deze verordening
                    gebruikte uniforme term voor de nutsbedrijven als de door het Rijk aangewezen
                    regionale netbeheerders èn voor de aanbieders (of operators) van de openbare
                    elektronische communicatienetwerken (dus zowel een kabel- als leidingbeheerder
                    die in de stad kabel- en leidinginfrastructuur aanlegt, in eigendom heeft of
                    beheert). </al><al>Meestal zal deze netbeheerder een rechtspersoon zijn die kabel- en
                    leidinginfrastructuur aanlegt, in eigendom heeft of beheert, maar
                    formeel-wettelijk kan het ook een natuurlijk persoon zijn, handelend in de
                    uitvoering van een beroep of een bedrijf.</al><tussenkop>r. niet-openbare kabels en leidingen</tussenkop><al>De verordening en het daaraan ten grondslag liggende beleid zijn vooral ook
                    gericht op het effectief inzetten van beschikbare infrastructuren zodat het
                    gebruik maken van de bestaande openbare infrastructuren bevorderd wordt. In een
                    aantal gevallen zal het toch nodig zijn dat een niet niet-openbare voorziening
                    moet worden getroffen. Dat kan bijvoorbeeld een verbinding tussen 2 panden van
                    een organisatie zijn. Hoewel daarop geen gedoogplicht (en dus geen graafrecht)
                    van toepassing is, wordt wel aangegeven dat als de gemeente deze niet-openbare
                    verbinding toestaat, de procedure voor openbare netten geheel van toepassing
                    is.</al><tussenkop>s. nutsbedrijf</tussenkop><al>Deze definitie is opgenomen voor de volledigheid aangezien deze partijen (de
                    nutsbedrijven) de netbeheerders zijn van de netwerken die gebruikt worden voor
                    transport van bijv. elektriciteit, gas, drinkwater en warmte, en van daaruit aan
                    de orde zijn in het kader van deze procedures.</al><tussenkop>t. opdrachtgever</tussenkop><al>Veelal is de netbeheerder bij (graaf)werkzaamheden tevens de opdrachtgever. Een
                    derde partij kan tevens als opdrachtgever optreden namens de netbeheerder in het
                    realisatieproces, mits rechtsgeldig en voldoende door deze gemandateerd. Een
                    dergelijke andere partij of rechtspersoon kan ook een dochterbedrijf zijn dat
                    deze activiteiten uitvoert namens de netbeheerder. Aan de opdrachtgever komt in
                    de AVOI een eigen rol toe, omdat deze medeverantwoordelijk wordt gehouden voor
                    een juiste uitvoering en naleving van de rechten en verplichtingen. </al><tussenkop>u. openbare gronden</tussenkop><al>De gemeentelijke betrokkenheid is gericht op het beheer van openbare ruimte. De
                    openbare ruimte betreft de ruimte op of in de openbare gronden. Tot de openbare
                    gronden worden gerekend de openbare wegen, inclusief stoepen, glooiingen,
                    bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere
                    werken, evenals wateren inclusief de daartoe behorende bruggen, plantsoenen,
                    pleinen en andere plaatsen, die voor een ieder toegankelijk zijn. Deze definitie
                    verwijst naar de omschrijving zoals gehanteerd in de Telecommunicatiewet, welke
                    op haar beurt deels was afgeleid van die in de Wegenverkeerswet (openbare wegen,
                    openbare wateren). </al><tussenkop>v. provisorisch herstel</tussenkop><al>Conform het door de gemeente bepaalde beleid wordt de openbare grond na de
                    werkzaamheden hersteld. Voordat tot definitief herstel wordt overgegaan, kan
                    soms tussentijds volstaan worden met het zogenaamde provisorisch herstel. In
                    praktisch opzicht zijn hierop de bepalingen uit het Handboek van groot
                    belang.</al><tussenkop>w. spoedeisende werkzaamheden</tussenkop><al>Deze werkzaamheden worden apart gedefinieerd omdat hiervoor een lichter
                    procedureel regime geldt. De netbeheerder moet duidelijk maken dat deze
                    werkzaamheden redelijkerwijs geen uitstel kunnen dulden op grond van de
                    aangegeven belangen.</al><tussenkop>x. verleggingen</tussenkop><al>Dit begrip is van belang voor een specifiek soort werkzaamheden, die door een
                    netbeheerder moeten worden uitgevoerd op verzoek van de gemeente omdat dit
                    noodzakelijk is, of wordt geacht vanwege werken door of vanwege de gemeente. In
                    artikel 15 zijn enkele algemene bepalingen opgenomen over verleggingen (voor wat
                    betreft kabels en leidingen van de nutsbedrijven, gezien voor de kabels van de
                    openbare elektronische communicatienetwerken de wettelijke regels van de
                    Telecommunicatiewet van toepassing zijn). Voorts is dit artikel mede de formele
                    basis voor de Beleidsregels nadeelcompensatie (‘verlegregeling’) die door de
                    gemeente wordt vastgesteld voor de invulling van de normering en berekening van
                    de wijze en omvang van eventuele schadevergoeding.</al><tussenkop>y. vergunning</tussenkop><al>Werkzaamheden dienen steeds vooraf gemeld te worden, waarbij onderscheid wordt
                    gemaakt tussen de (reguliere) werkzaamheden, werkzaamheden van niet ingrijpende
                    aard en werkzaamheden in verband met spoedeisende zaken (zoals bepaalde
                    storingen) en calamiteiten. Vooral voor de reguliere (graaf)werkzaamheden geldt
                    dat eerst gestart mag worden nadat door de gemeente op basis van een melding
                    vergunning is verleend op basis van een aanvraag (voor de nutsbedrijven). </al><al>Uitgangspunt is dat het verlenen van een vergunning bekend wordt gemaakt door
                    middel van informatie aan de aanvragende partij. Publicatie in meer algemene zin
                    is niet standaard, maar kan worden toegepast door de gemeente naar haar keuze,
                    bijvoorbeeld in het geval van grootschaliger en langduriger of ingrijpender
                    werkzaamheden.</al><tussenkop>z. voorzieningen</tussenkop><al>Dit begrip wordt gebruikt om aan te geven dat het bij de netten niet alleen gaat
                    om de fysieke kabels en leidingen maar ook om een veelheid aan ondersteunde of
                    beschermingswerken ten behoeve van die kabels en leidingen, waarop de
                    verordening ook betrekking heeft.</al><tussenkop>aa. werkzaamheden</tussenkop><al>De AVOI betreft werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en/of
                    opruiming van kabels en leidingen. Praktisch gezien betreft het veelal de
                    noodzakelijke graafwerkzaamheden. Hoewel de AVOI met name betrekking heeft op
                    mechanische werkzaamheden, vallen er formeel ook handmatige werkzaamheden onder.
                    Graafwerkzaamheden omvatten een scala van activiteiten, zoals aanleg,
                    uitbreiding, verplaatsing en verwijdering van netten, bouwwerkzaamheden als
                    heien van palen en het slaan van damwanden, bouwrijp maken van gronden, maar ook
                    diepploegen en uitbaggeren van sloten. </al><al>Tot de werkzaamheden als bedoeld in de AVOI behoren eveneens werkzaamheden in
                    verband met het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten of geleidingen.
                    Vanuit de door de gemeente te behartigen belangen wordt het nastreven van
                    medegebruik van bestaande voorzieningen gestimuleerd. </al><al>Werkzaamheden aan of het aanbrengen, het hebben of verwijderen van
                    infrastructuur brengen vaak overlast met zich. Dat kan bijvoorbeeld rechtstreeks
                    door de graafwerkzaamheden waarvoor de weg opengebroken moet worden, maar ook
                    bij het inrichten en gebruiken van de openbare ruimte als werkterrein (vooral
                    bij grotere werkzaamheden). </al><tussenkop>ab. werkzaamheden van niet ingrijpende aard</tussenkop><al>Het definiëren van het onderscheid tussen werkzaamheden van al dan niet
                    ingrijpende aard vloeit allereerst en formeel voort uit artikel 5.4, lid 5 van
                    de Telecommunicatiewet. Naast huisaansluitingen (tot een bepaalde lengte) worden
                    andere niet ingrijpende werkzaamheden aan een lichter regime onderworpen. Dit
                    kan omdat deze werkzaamheden veelal slechts gedurende relatief korte tijd in een
                    beperkt gedeelte van het netwerk worden verricht, en waarvan de impact relatief
                    beperkt en kortstondig is. Voor deze niet ingrijpende werkzaamheden geldt een
                    verkorte procedure voor het verkrijgen van een vergunning of instemmingsbesluit.
                    De plaatsing van onder- en bovengrondse kasten zoals handholes, ramputten en
                    schakelkasten valt niet onder deze niet ingrijpende werkzaamheden, ondanks dat
                    ze vaak wel binnen de daarvoor geldende normen voor oppervlakte en tijd vallen.
                    Omdat de exacte locatie van dergelijke kasten zeer zorgvuldig moet worden
                    afgewogen is voor deze werkzaamheden altijd een vergunning of instemmingsbesluit
                    vereist conform de reguliere procedure.</al><al>De definitie geeft op hoofdlijnen aan voor welke, limitatief bedoelde, situaties
                    deze lichtere procedure van toepassing kan zijn. Vaak gaat het dan om
                    werkzaamheden aan reeds bestaande kabels of leidingen en betreft het vaak een
                    beperkte lengte of oppervlakte die niet of nauwelijks het normale gebruik van de
                    openbare gronden beperken. Daarbij kan van belang zijn of rijbanen en andere
                    verhardingen of wateren, dan wel groenvoorzieningen, gekruist worden of dat er
                    wel of niet boringen noodzakelijk zijn.</al><tussenkop>Artikel 2 Toepasselijkheid</tussenkop><al>De toepasselijkheid is al hiervoor toegelicht bij de diverse
                    begripsbeschrijvingen. Ook wordt nogmaals het doel van deze verordening
                    omschreven: de beoogde regie door de gemeente.</al><al>Expliciet wordt in het derde lid bepaald dat de Lex Silencio Positivo, oftewel
                    de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen, zoals die is
                    vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht, niet van toepassing is op deze
                    verordening. Met het oog op de mogelijke samenhang met het bepaalde in de APV
                    geldt dat waar deze verordening geldt, de APV terug treedt.</al><tussenkop>Artikel 3 Nadere regels (Vervallen)</tussenkop><al>De bevoegdheid tot het vaststellen van nadere regels is in de desbetreffende
                    artikelen opgenomen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Melding en instemmingsbesluit / Aanvraag en
                    vergunning</tussenkop><tussenkop>Artikel 4 Vereiste van instemming of vergunning</tussenkop><al>Uitgangspunt van de AVOI is dat werkzaamheden in de openbare ruimte verboden
                    zijn, tenzij men beschikt over een vergunning of een instemmingsbesluit. Dat
                    uitgangspunt staat in dit artikel centraal en wordt qua procedure uitgewerkt in
                    artikel 5. Deze systematiek is in vrijwel alle gemeenten ook zo vastgelegd in de
                    APV als bron voor de huidige vergunningverlening voor de netwerken van de
                    nutsbedrijven. Het karakter van een vergunningstelsel in het algemeen
                    bestuursrecht is: de handelingen (in casu werkzaamheden in de openbare ruimte)
                    zijn toegestaan maar de gemeente wil plaats, tijd en werkwijze kunnen beoordelen
                    en bijsturen. Het wettelijk vastgelegde principe van graafrechten (onder
                    voorwaarden, voor openbare elektronische communicatienetwerken) in relatie tot
                    de vereiste instemming van het college is hiermee vertaald naar de AVOI en wordt
                    toegepast op alle betrokken werkzaamheden. </al><al>Conform het wettelijk bepaalde heeft die instemming betrekking op de plaats, het
                    tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, maar ook op het
                    bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van voorgenomen
                    werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken. Het
                    onderscheid met werkzaamheden van niet ingrijpende aard, spoedeisende
                    werkzaamheden en calamiteiten wordt in het tweede lid benoemd, gezien daarvoor
                    een eenvoudiger en snellere procedure op van toepassing is.</al><tussenkop>Artikel 5 Melding of aanvraag</tussenkop><al>In geval van voorgenomen werkzaamheden moet de melding (voor een
                    instemmingsbesluit voor de telecommunicatienetwerken) of aanvraag (voor de
                    netten van de nutsbedrijven) bij de gemeente plaatsvinden. Dat kan formeel bij
                    het college van burgemeester en wethouders, maar in de praktijk veelal bij de
                    gemachtigde afdeling of ambtenaar. De vereiste voorafgaande instemming van
                    gemeentewege heeft betrekking op het tijdstip, de plaats en de wijze waarop de
                    werkzaamheden plaatsvinden. Op het verlenen van dit besluit zijn ook de algemene
                    beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing; dit houdt onder andere in dat
                    het gelijkheidsbeginsel in acht moet worden genomen. </al><al>Een aanvrager kan over voorgenomen werkzaamheden vooroverleg voeren met het
                    college teneinde de melding of aanvraag, bedoeld in het eerste lid van dit
                    artikel, voor te bereiden. Ingewikkelder meldingen worden zonder vooroverleg
                    niet in behandeling genomen.</al><al>De maximale beslistermijn voor het college van 8 weken is conform de Awb. De
                    termijn voor niet ingrijpende werkzaamheden is korter en bij spoedeisende
                    werkzaamheden/calamiteiten kan worden volstaan met een kennisgeving, die tevoren
                    dient te worden gedaan. De gemeente moet vooraf akkoord gaan voordat gestart kan
                    worden met de werkzaamheden. Deze verstoringen zijn niet specifiek omschreven,
                    anders dan dat het veelal spoedeisende reparatie of onderhoud betreft zoals bij
                    een kabelbreuk. Motivering door de netbeheerder moet onderbouwen of de
                    belemmering of storing voldoende reden is om als spoedeisend of calamiteit te
                    worden aangemerkt.</al><al>Werkzaamheden kunnen tevens betrekking hebben op gronden van andere
                    gedoogplichtigen: dat kunnen instanties of (rechts)personen zijn binnen dezelfde
                    gemeente maar ook andere gemeentes. Ook kunnen op grond van een andere wet
                    andere vergunningen noodzakelijk zijn. Deze samenhang kan in de praktijk tot
                    lange doorlooptijden leiden. De wetgever staat formeel toe dat de gemeente
                    eventueel een deelinstemmingsbesluit verleent (voor een deeltraject of een
                    deelproject) zodat de aanvragende partij alvast op de hoogte is van deze
                    instemming en de daaraan te stellen voorwaarden, zodat met de verdere tracékeuze
                    en andere aanvragen rekening gehouden kan worden, of dat in principe zelfs al
                    begonnen kan worden met de werkzaamheden in dat deel van het gebied. De risico’s
                    verbonden aan deze aanpak (bijvoorbeeld dat door latere vergunningverlening door
                    een ander orgaan de aanvankelijke gemeentelijke aanvraag of het
                    tracéaangepast moet worden, en dus wellicht opnieuw moet worden gedaan)
                    moeten dan in projectmatige zin opgepakt en afgestemd worden (vooral bij
                    grootschaliger aanleg). Algemeen gesproken zal het gebruik van deze mogelijkheid
                    slechts in specifieke en goed overwogen situaties kunnen plaatsvinden.</al><al>In eerste instantie is de aanvrager zelf verplicht met alle betrokken instanties
                    of (rechts)personen naar overeenstemming te streven. Als de aanvrager dat
                    verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming van de beoordeling van de
                    ingediende aanvragen bij andere bestuursorganen (bijvoorbeeld een waterschap)
                    nastreven (= bemiddeling). Daartoe moeten op het formulier (contact)gegevens
                    over deze andere aanvragen vermeld worden. Voor private partijen blijft de
                    aanvrager zelf verantwoordelijk.</al><al>Als werkzaamheden worden verricht in nader aan te wijzen gebieden is de
                    uitzonderingsbepaling voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet
                    van toepassing. Als voorbeelden worden genoemd risicogebieden als
                    industriegebieden met buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen,
                    historische stadskernen of straten of natuurgebieden. Dan is het niet
                    aanvaardbaar dat zonder specifiek toezicht van de gemeente wordt gegraven. Deze
                    gebieden dienen dus specifiek benoemd te worden. Het college wordt door de Raad
                    bevoegd verklaard deze gebieden te benoemen indien dat van toepassing is.</al><tussenkop>Artikel 6 Gegevensverstrekking</tussenkop><al>Dit artikel is gericht op de wijze waarop een aanvraag of melding moet worden
                    gedaan, welke gegevens verstrekt moeten worden en welke formulieren gebruikt
                    moeten worden. Het betreft die informatie die de gemeente als beheerder van
                    openbare gronden nodig heeft om een juiste beoordeling te maken en inzicht te
                    hebben in de belangen die door de voorgenomen werkzaamheden worden geraakt. De
                    specifieke voorwaarden en de formulieren worden om praktische redenen niet in de
                    verordening opgenomen, maar in een collegebesluit met nadere regels op grond van
                    deze verordening. Deze zogenaamde indieningsvereisten worden in de vorm van
                    nadere regels vastgelegd en opgenomen in het Handboek Kabels en Leidingen. Er
                    wordt gebruik gemaakt van standaardformulieren: het formulier voor de reguliere
                    melding/aanvraag en het formulier voor niet ingrijpende (of spoedeisende)
                    werkzaamheden.</al><al>Instemming of vergunningverlening zal op aanvraag van de verzoekende partij
                    plaatsvinden. De aanvrager geeft aan wat de gewenste startdatum is. De gemeente
                    kan, gemotiveerd, bijvoorbeeld met het oog op andere graafwerkzaamheden,
                    aanpassingen aanbrengen, waarbij de wet een maximale uitsteltermijn van 12
                    maanden aangeeft. De Regeling schriftelijke kennisgeving aanleg
                    kabels(Staatscourant 15-01-2007, nr. 10) schrijft voor kabels van
                    elektronische communicatienetwerken voor dat de melding aangetekend moet worden
                    verstuurd. Dit vereiste is in de AVOI niet als uniforme eis opgenomen, maar het
                    kan in het belang van de verzoekende partij zelf zijn om via aangetekende
                    verzending duidelijkheid te hebben over datum en tijd van indiening. Een
                    aanvraag of melding wordt in behandeling genomen (en dan beginnen de termijnen
                    te lopen) indien en zodra alle vereiste gegevens compleet zijn. Deze bevoegdheid
                    is vastgelegd in Awb art. 4:5. Conform het besluit met nadere regels dient ook
                    opgave te worden gedaan van eventueel benodigde ondergrondse of bovengrondse
                    kasten, waartoe ook eventuele handholes worden gerekend. Van belang kan zijn dat
                    bijvoorbeeld ook een Omgevingsvergunning (krachtens de Wabo) vereist is.</al><al>Op grond van de in 2008 van kracht geworden Wet Informatie-uitwisseling
                    Ondergrondse Netten (WION) is registratie van de kabels en leidingen wettelijk
                    verplicht (bij het Kadaster). Van de netbeheerders wordt verwacht dat zij hun
                    kabels en leidingen zo registreren dat inzicht steeds kan worden geboden. Er is
                    enige samenhang van bepalingen uit de WION (nationale wetgeving) en de AVOI
                    (gemeentelijke verordening). De WION heeft (veralgemeniseerd) betrekking op het
                    voorkomen van graafschade via een plicht tot zorgvuldig graven èn een plicht tot
                    een zorgvuldige en tijdige informatie-uitwisseling. De WION bepaalt in artikel
                    44 dat het onverlet laat dat de gemeente in het belang van de openbare orde en
                    veiligheid bij verordening voorschriften kan geven over het verrichten van
                    graaf-werkzaamheden, waaronder het binden van graafwerkzaamheden aan het hebben
                    van een vergunning. </al><tussenkop>Artikel 7 Beslistermijnen</tussenkop><al>De beslistermijn is gelijk aan de meld/aanvraagtermijn zodat de werkzaamheden op
                    de geplande datum kunnen aanvangen, mits aan de voorwaarden tijdig en geheel
                    voldaan is. Op grond van de Awb is de gemeente verplicht binnen een redelijke
                    termijn een besluit te nemen, welke termijn geacht wordt te zijn verstreken na
                    verloop van 8 weken. </al><tussenkop>Aanvragen nadeelcompensatie </tussenkop><al>Artikel 4:130 Awb schrijft voor dat op een aanvraag om nadeelcompensatie dient
                    te worden beslist binnen 8 weken van ontvangst van de aanvraag. Deze termijn
                    bedraagt bij inschakeling van een adviescommissie 6 maanden. Een aanvraag wordt
                    normaliter ter advisering voorgelegd aan een extern deskundige, niet zijnde een
                    adviescommissie. Omdat een extern deskundige formeel geen adviescommissie is
                    dient bij de inschakeling daarvan de normale termijn van 8 weken te worden
                    aangehouden. Artikel 4:130 Awb bepaalt dat bij verordening een afwijkende
                    termijn kan worden opgenomen. Omdat bij de inschakeling van een extern
                    deskundige eenzelfde tijdsinspanning gemoeid zal zijn als bij de inschakeling
                    van een adviescommissie is in deze bepaling de termijn van een half jaar
                    opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 8 Geldigheid</tussenkop><al>Dit artikel beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit of vergunning om
                    uitvoering geruime tijd na afgifte te voorkomen. Eventueel tussentijds gewijzigd
                    gebruik van gronden kan de uitvoering van werkzaamheden alsnog onwenselijk
                    maken. In gevallen waar uitvoering en voorbereiding een langere doorlooptijd
                    vergen, dient dat bij de melding te worden aangegeven en kan hiermee bij het
                    verlenen van het instemmingsbesluit of vergunning rekening worden gehouden.</al><al>Daarnaast wordt met dit artikel voorzien in de mogelijkheid om een
                    vergunning/instemming te wijzigen of in te trekken in bepaalde, limitatief
                    benoemde, situaties. Hiermee wordt geen rechtsonzekerheid voor netbeheerders
                    beoogd, maar wordt wel nagestreefd dat de noodzakelijke voorwaarden voor de
                    gewenste regievoering ook worden vervuld.</al><al>Indien van toepassing, conform het bepaalde in het vierde lid, wordt
                    bestuursrecht toegepast om de opgebroken openbare ruimte te laten herstellen in
                    de oorspronkelijke situatie. </al><tussenkop>Artikel 9 Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden</tussenkop><al>Het college kan door middel van nadere regels aan een instemmingsbesluit
                    voorschriften en beperkingen verbinden of een vergunning weigeren dan wel
                    daaraan voorschriften en beperkingen verbinden. Omwille van uniformiteit is
                    aangegeven welk soort voorschriften en beperkingen dit kunnen zijn. Ze hebben
                    vooral te maken met de wijze van uitvoering en zijn gericht op de belangen die
                    de gemeente geacht wordt te behartigen. Het voor de dagelijkse praktijk meest
                    sprekende praktische voorbeeld van deze nadere regels zijn de lokale regels en
                    voorwaarden in het zogenaamde ‘Handboek’, welke voorwaarden standaard van
                    toepassing zijn op uit te voeren werkzaamheden. Eventuele specifieke aanvullende
                    voorschriften kunnen bij verlening van de instemming of vergunning worden bekend
                    gemaakt. Dit Handboek is of wordt door het college vastgesteld.</al><al>Dit artikel (dan wel de nadere regels die door het college zijn vastgesteld)
                    bevat bepalingen over het herstel van de openbare ruimte nadat het werk heeft
                    plaatsgevonden: een beginselplicht tot het herstellen van de openbare ruimte. In
                    beginsel wordt uitgegaan van de “aangetroffen staat” van de infrastructuur.
                    Voorzien wordt in het mogelijk maken van (in principe) een drietal gemeentelijke
                    opname-momenten: een vooropname, een opleveringsopname en een overdrachtsopname
                    na de onderhoudstermijn van 1 jaar. Dit om te voorkomen dat later niet meer
                    duidelijk is hoe de staat van de openbare ruimte was voor aanvang van de
                    werkzaamheden. </al><al>Voor de berekening van de schadevergoeding zoals opgenomen in het vierde lid, en
                    nader verwerkt in het Handboek Kabels en Leidingen, worden vooralsnog als basis
                    gehanteerd de herstraattarieven conform de ‘Richtlijn Tarieven
                    Graafwerkzaamheden (Telecom): Richtlijn voor gemeenten ten behoeve van het
                    berekenen van tarieven voor herstel-, onderhouds-, beheer- en degeneratiekosten
                    bij (graaf)werkzaamheden door aanbieders in openbare gronden die in eigendom of
                    beheer zijn van gemeenten’ uit 2004 en volgens de laatst vastgestelde landelijke
                    tarieven, welke toepasselijkheid op termijn geëvalueerd wordt, waarna mogelijk
                    aanpassing plaatsvindt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Overige bepalingen</tussenkop><al>In dit hoofdstuk is noodzakelijkerwijs onderscheid gemaakt tussen overige
                    bepalingen die generiek geldend zijn, bepalingen die veelal om wettelijke
                    redenen alleen van toepassing kunnen zijn op de telecommunicatienetwerken
                    (oftewel openbare elektronische communicatienetwerken) en bepalingen die
                    specifiek gelden voor de netten van de nutsbedrijven. </al><tussenkop>Hoofdstuk 3a Overige bepalingen algemeen</tussenkop><tussenkop>Artikel 10 Eigendom</tussenkop><al>De gemeente wil de regie kunnen voeren en daarmee de gewenste coördinatie
                    realiseren. Daartoe is de AVOI ontwikkeld. Uitdrukkelijk wil de gemeente
                    aangeven dat zij met deze procedures niet beoogt het eigendom of andere rechten
                    (en verplichtingen) op de kabels of leidingen te verwerven. Het zakelijk
                    karakter van de instemming of vergunning is er opdat een nieuwe aanbieder, die
                    gebruik maakt van de kabel, ook de instemming of vergunning heeft, en zich houdt
                    aan de voorschriften. De wettelijke bepalingen (vooral het Burgerlijk Wetboek)
                    zijn van toepassing op het eigendom van kabelnetwerken. Wettelijk is al bepaald
                    dat het uitgesloten is dat de gemeente door het verlenen van een vergunning of
                    het geven van een instemmingsbesluit eigenaar wordt van de kabels en/of
                    leidingen en/of netwerken waarop die vergunning of het instemmingsbesluit
                    betrekking heeft.</al><tussenkop>Artikel 11 Overleg</tussenkop><al>Meldingen voor projecten/werkzaamheden worden in vooroverleg met de
                    gemeentelijke coördinator besproken. Ingewikkelder meldingen worden zonder
                    vooroverleg niet in behandeling genomen. </al><al>In de praktijk heeft de gemeente periodiek overleg met netbeheerders en
                    grondroerders. Dit overleg krijgt een formele status, zonder dat deelnemers
                    hieraan rechten ontlenen. Verwacht wordt dat partijen in hun eigen belang
                    deelnemen aan dit overleg en dat de gemeente hen zal uitnodigen. Doelstelling
                    van het overleg is tijdige informatie-uitwisseling over plannen (van zowel de
                    gemeente als de gravende partijen) zodat men waar mogelijk daarop tijdig kan
                    inspelen. Mede daarom is het van belang dat niet alleen over voorliggende korte
                    termijnplannen gesproken wordt, maar dat ook de plannen op 3 tot 5-jarige
                    termijn ingebracht worden, met inzicht in geplande, voorgenomen en gerealiseerde
                    vervangingen, zowel ondergrondse als de relevante bovengrondse plannen,
                    inclusief, waar mogelijk, de plannen van woningcorporaties . Dit overlegorgaan
                    is afhankelijk van deelname van alle relevante partijen. Belangrijk is dat voor
                    zowel de dagelijkse praktijk als de meerjarenplanning namens de gemeente en
                    netbeheerders bevoegde en geïnformeerde vertegenwoordigers aan het overleg
                    deelnemen. Dit overleg heeft een formele en structurele basis. Dit laat onverlet
                    dat partijen die voornemens zijn werkzaamheden te verrichten met de gemeente in
                    die concrete situaties in vooroverleg treden. </al><al>Naast het structurele, periodieke, overleg, neemt de gemeente het initiatief tot
                    overleg in het kader van gebiedsontwikkeling, waaruit mogelijke maatregelen
                    zoals verleggingen van kabels of leidingen kunnen voortvloeien. Om de
                    consequenties vroegtijdig te kunnen overzien en de maatschappelijke kosten
                    zoveel mogelijk te beperken, worden de betrokken netbeheerders via dit overleg
                    tijdig in de gelegenheid gesteld hun zienswijze te geven en inbreng te
                    leveren.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3b Overige bepalingen voor netwerken voor transport van
                    informatie</tussenkop><tussenkop>Artikel 12 Niet-openbare kabels en leidingen</tussenkop><al>De gemeente gedoogt onder te stellen voorwaarden kabels en leidingen met een
                    publieke of openbare functie in de ondergrondse openbare ruimte. De gemeente
                    krijgt ook aanvragen van particuliere partijen voor het leggen, hebben en
                    onderhouden van kabels en leidingen in de ondergrond van de gemeente. De
                    ondergrondse ruimte is echter beperkt (schaars). Bovendien heeft de gemeente
                    wettelijk jegens de kabels en leidingen van de openbare nuts- en telecompartijen
                    verplichtingen bij het ter beschikking stellen van ondergrondse ruimte voor
                    kabels en leidingen. Tevens wil de gemeente de bedrijfsvoering van de openbare
                    nuts- en telecompartijen niet negatief beïnvloeden door het toestaan van
                    concurrerende particuliere voorzieningen c.q. voorzieningen die ook door
                    bestaande partijen, binnen het kader van hun reguliere bedrijfsvoering voor
                    klanten kan worden gerealiseerd. Vanwege het intensieve gebruik van de
                    ondergrondse ruimte en de veiligheidsrisico’s hanteert de gemeente als
                    gedragslijn dat geen toestemming wordt verleend voor het leggen van private of
                    niet-openbare kabels c.q. leidingen (anders dan kabels en leidingen met een
                    publieke of openbare functie) van/door particulieren en bedrijven in/onder de
                    openbare ruimte, met uitzondering voor al verleende toestemmingen. Particulieren
                    en bedrijven die een eigen verbinding wensen te realiseren, moeten dan ook bij
                    voorkeur gebruik maken van de dienstverlening van een openbare aanbieder. </al><al>Toch zijn er uitzonderingssituaties waarbij het aanleggen van particuliere
                    voorzieningen belangrijk is voor de behoefte van de aanvrager en niet strijdig
                    is met de belangen van openbare nuts- en telecompartijen. Indien de beschikbare
                    ondergrondse ruimte het toestaat kan de gemeente onder strikte voorwaarden
                    toestemming geven om een dergelijke voorziening aan te leggen. Uitgangspunt
                    hierbij is dat de gemeente onder geen beding nu of in de toekomst belemmering
                    ondervindt dan wel schade leidt door de gelegde voorziening. Tevens is het
                    redelijk en billijk dat degene die voordeel heeft van de voorziening (de
                    neteigenaar) aan de gemeente een jaarlijkse vergoeding betaalt voor het gebruik
                    van de ondergrond (Precario). Bij werkzaamheden met niet-openbare kabels en
                    leidingen in openbare gronden geldt uitdrukkelijk géén wettelijke gemeentelijke
                    gedoogplicht, maar wordt de AVOI in procedureel opzicht van overeenkomstige
                    toepassing verklaard. Dat houdt in dat een voornemen tot het uitvoeren van
                    (graaf)werkzaamheden voor niet-openbare kabels/leidingen in openbare gronden
                    vooraf aangevraagd moet worden bij de gemeente, en dat de gemeente
                    beleidsvrijheid heeft die vergunning al dan niet te verlenen (of de voorwaarden
                    te bepalen).</al><al>Voorwaarde voor toestemming is dat de private aanvrager moet aantonen dat aan de
                    wettelijke verplichtingen (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten)
                    wordt voldaan en dat onderhoud en beheer van de verbinding is gegarandeerd.
                    Tevens moet een geldende verklaring worden overlegd dat de verbinding niet
                    fysiek door een openbare netwerkaanbieder kan worden aangeboden.</al><al>Om dit goed te reguleren moet voor iedere toegestane particuliere voorziening
                    een overeenkomst worden afgesloten tussen de gemeente en de betreffende
                    neteigenaar. Hierin worden de volgende aansprakelijkheden van de gemeente
                    afgedekt:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeentelijke verplichting om aan neteigenaren/beheerders van
                            openbare nuts- en/of openbare elektronische communicatienetwerken een
                            ongestoorde en veilige bedrijfsvoering ten behoeve van de levering van
                            producten en/of diensten middels hun netten te garanderen.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke verplichtingen, krachtens de Wet Informatievoorziening
                            Ondergrondse Netten ten aanzien van weesleidingen.</al></li><li nr="3."><al>De gemeentelijke taakstelling ten aanzien van het beperken van overlast
                            voor haar burgers alsmede voor vervoer- en hulpdiensten door
                            werkzaamheden aan ondergrondse netten.</al></li><li nr="4."><al>De gemeentelijke verantwoordelijkheid naar openbare nuts- en
                            telecombedrijven ten aanzien van de verplichtingen uit de
                            telecommunicatiewet, de elektriciteitswet, de gaswet en de
                            waterwet.</al></li><li nr="5."><al>De gemeentelijke vrijheid om de inrichting van de openbare ruimte te
                            wijzigen en/of openbare gronden te verkopen dan wel particuliere gronden
                            te verwerven.</al></li><li nr="6."><al>Alle terzake van de particuliere kabels en leidingen gemaakte en te
                            maken kosten mogen niet ten laste komen van de gemeentebegroting.</al></li><li nr="7."><al>Indien de particuliere kabel of leiding buiten functie raakt moet deze
                            zo spoedig mogelijk weer door de eigenaar uit de ondergrond worden
                            verwijderd.</al></li></lijst><al>De technische voorschriften voor het leggen van de voorzieningen zijn vastgelegd
                    in het Handboek Kabels en Leidingen. Verzoeken voor het verleggen van
                    niet-openbare kabels en leidingen dienen op kosten van de eigenaar van de kabels
                    en leidingen te worden uitgevoerd. </al><tussenkop>Artikel 13 (Mede)gebruik van voorzieningen</tussenkop><al>Door de aanvrager dan wel het college geëntameerd overleg naar aanleiding van
                    een melding of aanvraag, is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs
                    welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen
                    als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.</al><al>De aanvrager wordt door middel van de gestelde nadere regels verplicht bij zijn
                    aanvraag of melding aan te geven welke inspanningen zijn gedaan om te voldoen
                    aan het vereiste van dit artikel. Dit medegebruik heeft betrekking op de
                    telecommunicatienetwerken.</al><tussenkop>Artikel 14 Informatieplicht</tussenkop><al>Wettelijk is voor openbare elektronische communicatienetwerken voorzien in
                    regels rond kabels (en aanpalende voorzieningen als lege mantelbuizen) voor de
                    duur van de gedoogplicht. Daarbij is van belang de daadwerkelijke situatie of
                    die kabels en leidingen (nog) deel uit maken van een dergelijk netwerk.
                    Onderscheid is er tussen bestaande lege mantelbuizen en nieuw te leggen lege
                    mantelbuizen. </al><al>Voor de gemeente is het niet doenlijk zelfstandig voldoende zicht te houden op
                    het al dan niet in gebruik zijn van de voorzieningen. De netbeheerders worden
                    geacht een kabel- en leidingregistratie bij te houden en de gemeente te
                    informeren (op verzoek van de gemeente dan wel op eigen initiatief) over
                    voorzieningen als lege mantelbuizen. Wijzigingen kunnen ook optreden door het
                    vervallen van het openbare karakter van gronden, dat dan gevolgen heeft voor de
                    kabels en leidingen in die gronden.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3c Overige bepalingen voor nutsvoorzieningen</tussenkop><tussenkop>Artikel 15 Verleggingen van kabels en leidingen</tussenkop><al>Op het verleggen van kabels van elektronische communicatienetwerken zijn de
                    wettelijke regels (Telecommunicatiewet) van toepassing, volgens het principe
                    ‘liggen om niet, verplaatsen om niet’. Gezien de wettelijke regels rechtstreeks
                    van toepassing zijn, stelt de verordening geen nadere regels.</al><al>Voor verleggingen van kabels en leidingen van de nutsbedrijven zijn enkele
                    procedurele regels opgenomen. Nadere en meer specifieke afspraken kunnen worden
                    gemaakt in het kader van afstemming in het geval van mogelijke verlenging of
                    actualisering van bestaande privaatrechtelijke afspraken tussen de nutsbedrijven
                    en de gemeente. Een netbeheerder is verplicht te verleggen als dat noodzakelijk
                    is voor werken door of vanwege de gemeente. </al><al>De verrekening van kosten wordt vooralsnog bepaald aan de hand van de tussen
                    partijen van toepassing zijnde afspraken, totdat er nadere regels hieromtrent
                    zijn vastgesteld of overeengekomen. Het college is voornemens hiervoor
                    beleidsregels vast te stellen. Procedureel geldt als praktische richtlijn dat
                    als de gemeente nadeelcompensatie moet bieden aan een netbeheerder, dit slechts
                    zal geschieden op basis van een voldoende nauwkeurig gespecificeerd
                    kostenoverzicht. Dit artikel biedt de formele basis voor een lokale
                    verlegregeling.</al><al>De gemeente voert vooroverleg met netbeheerders nadat deze per brief
                    geïnformeerd zijn over gemeentelijke plannen en gebiedsontwikkeling en de
                    consequenties voor de kabels en leidingen. De netbeheerder kan in de brief ook
                    verzocht worden zelf informatie te verschaffen over noodzakelijk te verleggen
                    leidingen. Bij de voorbereiding van een concreet project vindt overleg plaats
                    over de gevolgen van de uit te voeren werkzaamheden. Bij complexe projecten
                    vindt er (meestal) een startbijeenkomst plaats met alle netbeheerders, waarna er
                    overleg plaats vindt tussen de werkvoorbereider en een vertegenwoordiger van de
                    netbeheerder om de noodzakelijke werkzaamheden van de netbeheerder door te
                    spreken en af te stemmen op de gemeentelijke werkzaamheden, al dan niet
                    uitmondend in een offerte en opdrachtverlening. </al><al>Indien er in het plangebied wel kabels of leidingen aanwezig zijn, maar die niet
                    noodzakelijkerwijs verlegd hoeven te worden, wordt de netbeheerder in de
                    gelegenheid gesteld om op eigen kosten aanpassingen te verrichten. Dit speelt
                    een rol indien vanuit technisch oogpunt een leiding niet verlegd hoeft te
                    worden, maar waarbij het voor de bedrijfsvoering van belanghebbende wel handig
                    is. Bijvoorbeeld als in de nieuwe situatie de bereikbaarheid vermindert.</al><al>Er is het vooroverleg in het kader van de projectuitvoering: voordat een plan
                    uitgevoerd kan worden, moet het eerst worden ontwikkeld. Daarnaast is er het
                    vooroverleg met de netbeheerders bij de gebiedsontwikkeling. Zeker bij
                    grootschalige projecten, waarbij de verlegging van de ondergrondse
                    infrastructuur zowel de gemeente als de belanghebbenden voor onvoorziene en
                    onoverbrugbare financiële kosten kan plaatsen, is het zaak dat de partijen reeds
                    bij de gebiedsontwikkeling zo vroeg mogelijk aan tafel zitten om eventuele
                    struikelblokken vroegtijdig te bespreken en op te lossen. De mogelijkheid van
                    een oriëntatiemelding bij het Kadaster biedt de gebiedsontwikkelaars een handvat
                    een eerste indruk te krijgen of de aanwezige ondergrondse infrastructuur een
                    belemmering voor de uitvoerbaarheid van hun initiële plan vormt. </al><al>Het college neemt het besluit tot een aanwijzing voor het verleggen van een
                    leiding zo mogelijk op basis van overeenstemming, bereikt in het vooroverleg.
                    Het aanwijzingsbesluit richt zich op de noodzaak tot verleggen en het tijdstip
                    waarop dit gerealiseerd moet zijn. Het besluit handelt uitdrukkelijk niet over
                    ontstane schade en nadeelcompensatie. Die aspecten komen aan de orde in het
                    besluit dat genomen kan worden nadat een verzoek om nadeelcompensatie is
                    ingediend door de netbeheerder.</al><al>De aanwijzing is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht
                    waardoor er mogelijkheden zijn voor bezwaar en beroep.</al><tussenkop>Artikel 16 Verwijderen van kabels en leidingen</tussenkop><al>Aangegeven is dat formeel gezien een netbeheerder verplicht is op aanzeggen van
                    de gemeente leidingen te verwijderen als de vergunning is verlopen/beëindigd of
                    als de betreffende kabels en leidingen buiten gebruik zijn gesteld. Vooral bij
                    reconstructies moeten buiten gebruik gestelde kabels en leidingen worden
                    verwijderd. Uiteraard zal dit gegeven de consequenties steeds in afstemming
                    tussen de gemeente en de betrokken netbeheerder gebeuren, mede om onnodige
                    overlast voor omwonenden te beperken. </al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Straf, toezicht en handhaving (algemeen)</tussenkop><tussenkop>Artikel 17 Strafbepaling</tussenkop><al>-</al><tussenkop>Artikel 18 Toezicht en handhaving </tussenkop><al>Dit artikel heeft mede ten doel alle betrokken partijen bewust te maken van het
                    niet-vrijblijvende karakter van de AVOI. Uitgangspunt is dat partijen zich
                    houden aan de bepalingen. Indien partijen zich niet houden aan de voorschriften
                    en beperkingen, behoudt de gemeente zich nadrukkelijk het recht voor gebruik te
                    maken van haar bevoegdheden, vooral en in eerste instantie bestuursrechtelijk,
                    maar niet noodzakelijk daartoe beperkt. Bestuursrechtelijk zijn de Awb
                    (hoofdstuk 5) en de Gemeentewet van toepassing met bepalingen inzake de
                    toezichthouder, bestuursdwang, last onder dwangsom en bestuurlijke boete. </al><al>De bevoegdheid tot bestuursrechtelijke handhaving is veelal gemandateerd en de
                    toezichthouder wordt aangewezen. Vooruitlopend op de bestuursrechtelijke
                    handhaving, kan de toezichthouder in voorkomende gevallen (indien noodzakelijk,
                    vooral om geen onomkeerbare situatie te creëren en onevenredige overlast te
                    vermijden) bevelen de werkzaamheden stil te leggen. </al><al>Indien en voor zover nodig kunnen daarnaast of aansluitend ook de
                    civielrechtelijke en strafrechtelijke mogelijkheden benut worden.
                    Strafrechtelijke consequenties vloeien vooral voort uit de mogelijke
                    overtredingen van de Wet op de economische delicten (WED).</al><al>Er is voor gekozen aan te sluiten bij het generieke gemeentelijke toezicht- en
                    handhavingsbeleid, waarbij enkele materie gebonden sanctiemaatregelen benoemd
                    zijn in het Handboek Kabels en Leidingen. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 19 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 20 Overgangsbepalingen</tussenkop><al>De hoofdregel geldt dat de nieuwe verordening onmiddellijke werking heeft, en
                    dus van toepassing wordt op bestaande kabels en leidingen, alsook op bestaande
                    aanvragen e.d. Dat houdt onder meer in dat beslissingen op aanvragen die zijn
                    gedaan vóór de inwerkingtreding van de verordening maar waarop nog niet is
                    beslist, zullen moeten voldoen aan de nieuwe verordening. Het is van belang
                    hierop waar mogelijk al te anticiperen, zodat de aanvragen ook qua informatie
                    volledig genoeg zijn, om daarop volgens het nieuwe regime te kunnen
                    beslissen.</al><tussenkop>Artikel 21 Citeertitel</tussenkop><al>Geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>