<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR314557_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Da's Mooi, 10-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening forensenbelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=223">Gemeentewet, artikel 223</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13/20283</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Westerveld;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        oktober 2013;</al><al/><al>gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>B E S L U I T</vet>:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van de forensenbelasting 2014;</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1"><al>woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de
                                Gemeentewet.</al></li><li nr="2"><al>brandverzekeringswaarde: het bedrag waarvoor de woning (excl.
                                inboedel) tegen brand is verzekerd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>1 Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van
                        de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben,
                        er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een
                        gemeubileerde woning beschikbaar houden.</al><al>2 Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden
                        beoordeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>Niet belastingplichtig is:</al><lijst><li nr="1"><al>degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of
                                ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend
                                openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel
                                ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn
                                hoofdverblijf vertoeft;</al></li><li nr="2"><al>degene die een door de Monumentenwet aangemerkt complex historische
                                buitenplaats in particulier bezit heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf en tarief</titel></kop><al>1 De belasting bedraagt per jaar per belastbaar object:</al><al>bij een brandverzekeringswaarde of geschatte herbouwwaarde, als bedoeld in
                        lid 2 van dit </al><al>artikel, van</al><al>minder dan € 25.000,-- € 159,--</al><al>€ 25.000,-- of meer, doch minder dan € 50.000,-- € 265,--</al><al>€ 50.000,-- of meer, doch minder dan € 100.000,-- € 477,--</al><al>€ 100.000,-- of meer, doch minder dan € 200.000,-- € 663,25</al><al>€ 200.000,-- of meer € 796,--</al><lijst><li nr="2"><al>De belasting wordt berekend naar een vanwege en op kosten van de
                                gemeente te schatten herbouwwaarde indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een object geen of geen afzonderlijke brandverzekering
                                        is gesloten;</al></li><li nr="b."><al>indien een object naar de mening van burgemeester en
                                        wethouders tot een te laag bedrag is verzekerd in verhouding
                                        tot de werkelijke (herbouw)waarde van het object;</al></li><li nr="c."><al>indien de afzonderlijke verzekerde waarde niet aan de hand
                                        van de polis kan worden vastgesteld;</al></li><li nr="d."><al>de belastingplichtige geen gegevens inzake de
                                        verzekeringswaarde heeft verstrekt. </al><al>Artikel 5 Belastingjaar</al><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerst lid, van de Invorderingsweg 1990
                            moeten de belastingen worden betaald binnen 30 dagen na de mondelinge
                            kennisgeving dan wel binnen 30 dagen na de dagtekening van de
                            schriftelijke kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval
                            machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van
                            de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke fiscale
                            heffingen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag
                            daarvan meer dan € 100,-- doch niet meer dan € 2.500,-- bedraagt, de
                            aanslagen moeten worden betaald in 3/8 gelijke termijnen waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de vijfentwintigste dag van de maand volgende
                            op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                            elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien de
                            vijfentwintigste van de maand valt op een dag als er geen
                            betalingsverkeer mogelijk is via de bank, dan zal de desbetreffende
                            termijn de eerstvolgende dag worden afgeschreven zodra er wel
                            betalingsverkeer mogelijk is via de bank. De exacte vervaldata worden
                            vermeld op het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
                            geacht niet te zijn verleend indien twee van de drie termijnen niet zijn
                            betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na
                            afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van
                            de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn lid 1, 2 en 3 van
                            overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd
                            met de vaststelling van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de forensenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding van belasting</titel></kop><al>Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De “Verordening forensenbelasting 2013" van 27 november 2012 wordt
                        ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum, met
                        dien verstande dat zij wel van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                        zich voor 1 januari 2014 hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van
                        bekendmaking. </al><al>2 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al><al>3 Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening forensenbelasting
                        2014”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van 26 november 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.Middelkamp H. Jager</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>