<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR314535_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Da's Mooi, 10-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening rioolheffing 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=228a">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13/20221</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule/><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Westerveld;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 oktober 2013;</al><al/><al>gelet op artikel 228a, van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>B E S L U I T</vet>:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2014.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>perceel</vet>: een roerende zaak of onroerende zaak (of een zelfstandig gedeelte daarvan);</al></li><li nr="b."><al><vet>onroerende zaak</vet>: de onroerende zaak als bedoeld in hoofdstuk III</al><al> van de Wet Waardering Onroerende Zaken;</al></li><li nr="c."><al><vet>roerende zaak</vet>:</al><lijst><li nr="1."><al>een object, niet zijnde onroerend, dat direct of indirect is aangesloten op de</al><al> gemeentelijke riolering;</al></li><li nr="2."><al>een gedeelte van een onder 1. bedoeld object dat blijkens zijn indeling bestemd is om </al><al> als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></li><li nr="3."><al>een samenstel van twee of meer onder 1. bedoelde objecten of onder 2. bedoelde</al><al> gedeelten daarvan, die bij dezelfde belastingplichtige in eigendom zijn en die, naar de</al><al> omstandigheden beoordeeld, bij elkaar horen;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al><vet>gemeentelijke riolering</vet>: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor</al><al>inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of </al><al> grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="e."><al><vet>water</vet>: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Aard van de belasting</label></kop><lijst><li nr=""><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede</al><al> de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde</al><al> hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen </al><al> van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te </al><al> voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is</al><al> aangesloten op de gemeentelijke riolering. </al></li><li nr="2."><al>Als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt degene</al><al> die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, </al><al> tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of </al><al> beperkt recht is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Maatstaf van heffing</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven naar:</al></li><li nr="a."><al>een vast bedrag en</al></li><li nr="b."><al>naar de waarde in het economisch verkeer van het perceel.</al></li><li nr="2."><al>Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op</al><al> de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende </al><al> zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering</al><al> onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met </al><al> overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, </al><al> tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Belastingtarieven</label></kop><lijst><li nr=""><al>Het tarief van de belasting bedraagt € 150,-- vermeerderd met een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt 0,0485%.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Vrijstellingen</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf </al><al> buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is geschied bij de bepaling van de in dat</al><al> artikel bedoelde waarde, de waarde van:</al></li><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond,</al><al> daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, </al><al> die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij</al><al> de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van</al><al> gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a. bedoelde</al><al> grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het</al><al> houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en</al><al> ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als</al><al> woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de</al><al> Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid,</al><al> onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop</al><al> voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,</al><al> zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige</al><al> rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van</al><al> natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander</al><al> met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,</al><al> instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de</al><al> delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden</al><al> beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,</al><al> met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat</al><al> beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf</al><al> als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke</al><al> dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die</al><al> bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde</al><al> gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste</al><al> van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,</al><al> verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en</al><al> palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de</al><al> gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering</al><al> van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige</al><al> onroerende zaken die dienen als woning.</al></li><li nr="2."><al>De percelen waarvoor de provincie Drenthe de gemeente Westerveld ontheffing van</al><al> de zorgplicht riolering heeft verleend zijn vrijgesteld van de rioolheffing tot uiterlijk de</al><al> datum waarvoor de ontheffing is verleend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Belastingjaar</label></kop><lijst><li nr=""><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Wijze van heffing</label></kop><lijst><li nr=""><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld </label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.</al></li><li nr="2."><al>Indien de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, minder dan</al><al> € 30.000,-- bedraagt, wordt er geen rioolheffing geheven.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Termijnen van betaling</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag</al><al> rioolheffing worden betaald in drie gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de</al><al> laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet</al><al> is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval machtiging is verleend tot</al><al> automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen</al><al> gemeentelijke fiscale heffingen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag</al><al> daarvan meer dan € 100,-- doch niet meer dan € 2.500,-- bedraagt, de aanslagen moeten</al><al> worden betaald in 3/8 gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de</al><al> vijfentwintigste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het</al><al> aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien</al><al> de vijfentwintigste van de maand valt op een dag als er geen betalingsverkeer mogelijk is</al><al> via de bank, dan zal de desbetreffende termijn de eerstvolgende dag worden afgeschreven</al><al> zodra er wel betalingsverkeer mogelijk is via de bank. De exacte vervaldata worden</al><al> vermeld op het aanslagbiljet.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn</al><al> verleend indien twee van de acht termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso</al><al> van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één</al><al> maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in</al><al> het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet</al><al> 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn</al><al> lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd</al><al> met de vaststelling van de aanslag.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde</al><al> termijnen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel</label></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolheffing 2013’ van 27 november 2012, wordt ingetrokken met ingang</al><al> van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat</al><al> zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de</al><al> bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing 2014’.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</label></kop><lijst><li nr=""><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </al><al>van de raad van 26 november 2013</al><al/><al>de raadsgriffier, de voorzitter,</al><al>A.Middelkamp H. Jager</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>