<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR314499_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Heumen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeente Heumen Actueel, 24-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Heumen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 8, lid 1, onderdeel d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 8, lid 2, onderdeel b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08 09 Bijlage 1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Heumen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heumen;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        november 2013;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d, artikel 8, tweede lid,
                        onderdeel b en artikel 36 van de Wet Werk en Bijstand;</al><al>na kennisname van de reactie van de Burger Advies Raad van 29 oktober
                        2013;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan de
                        pensioengerechtigde leeftijd bij verordening te regelen;</al><al/><al> B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de <vet>V</vet><vet>erordening
                    </vet><vet>l</vet><vet>angdurigheidstoeslag</vet><vet>gem</vet><vet>eente</vet><vet>
                        Heumen 2013</vet><vet>.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>I.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Heumen;</al></li><li nr="b."><al>wet: Wet Werk en Bijstand (WWB)</al></li><li nr="c."><al>Referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan
                                        de peildatum.</al></li><li nr="d."><al>Peildatum: de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
                                        aangevraagd, voorzover deze datum niet ligt vóór de dag, waarop de belanghebbende zich
                                        heeft gemeld.</al></li><li nr="e."><al>Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet,
                                        met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode
                                        waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden
                                        gelezen als ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in
                                        afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag
                                        als inkomen gezien.</al></li><li nr="f."><al>Vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet
                                        op de <cursief>aanvraagdatum</cursief>.</al></li><li nr="g."><al>Gehuwdennorm: de norm van artikel 21 onderdeel c van de
                                        wet</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt, niet nader
                                worden omschreven en in de WWB voorkomen, hebben dezelfde betekenis
                                als in de WWB.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>II.</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Langdurig, laag inkomen</titel></kop><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het
                        hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende
                        referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 101 procent van de
                        bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij een inkomen tot 101 procent van de bijstandsnorm bedraagt de
                                langdurigheidstoeslag per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 535,-,</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 481,- en</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande €
                                            376,-<cursief>.</cursief></al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op
                                langdurigheidstoeslag ingevolgertikel 11 of artikel 13 lid 1 van de
                                wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                                langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande
                                of alleenstaande ouder zou gelden.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de
                                peildatum bepalend.</al></li><li nr="4."><al>De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd
                                conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het
                                Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden op hele
                                euro’s naar boven afgerond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast voor de uitvoering van deze
                            verordening, voor zover deze niet zijn opgenomen in de wet of in deze
                            verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beleidsregels hebben in ieder geval betrekking op de invulling van
                            het begrip “geen uitzicht op inkomensverbetering” zoals bedoeld in
                            artikel 36 lid 1 WWB en het vaststellen van de referteperiode.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>III.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                        langdurigheidstoeslag gemeente Heumen 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>- Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie en werkt terug tot 1
                        juli 2013.</al><al>Per datum in werkingtreding van deze verordening, wordt de “Verordening
                        langdurigheidstoeslag gemeente Heumen”, vastgesteld op 19 februari 2009,
                        ingetrokken.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2013.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting verordening langdurigheidstoeslag</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de
                    hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven
                    aan de begrippen “langdurig” en “laag inkomen”. </al><al>De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. Het is een vorm van
                    inkomensondersteuning voor belanghebbenden die langdurig een laag inkomen hebben
                    en daarbij geen zicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36 lid 1 WWB). </al><al>Het college kan in (wetsinterpreterende) beleidsregels aangeven wanneer er
                    sprake is van “geen uitzicht op inkomensverbetering”. Gelet op de tekst in
                    artikel 8 lid 2 onder b WWB hoeft dit criterium niet te worden vastgelegd in de
                    verordening.</al><al>Ook hoeft niet in de verordening te worden vastgelegd dat langdurigheidstoeslag
                    niet met terugwerkende kracht mogelijk is. Dit vloeit immers voort uit het
                    bepaalde in artikel 44 lid 1 WWB.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 - Begrippen</tussenkop><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de
                    WWB zelf staan is een definitie gegeven in deze verordening.</al><tussenkop>Peildatum</tussenkop><al>De peildatum zal in de praktijk meestal samenvallen met de meldingsdatum. De
                    peildatum kan in beginsel niet liggen vóór de dag waarop een belanghebbende zich
                    heeft gemeld om langdurigheidstoeslag aan te vragen, tenzij er sprake is van
                    bijzondere omstandigheden. Dit volgt uit artikel 44 lid 1 WWB en de
                    jurisprudentie hieromtrent.</al><tussenkop>Inkomen</tussenkop><al>Met betrekking tot het begrip ‘inkomen’ is een van de WWB afwijkende definitie
                    opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht gegeven om in de verordening
                    regels te geven met betrekking tot het begrip ‘laag inkomen’, is de gemeenteraad
                    bevoegd om dit begrip voor de toepassing van artikel 36 lid 1 WWB nader te
                    definiëren. </al><al>Met de gebruikte definitie wordt aangesloten bij de in de bestaande
                    uitvoeringspraktijk gehanteerde invulling van het begrip inkomen in artikel 36
                    lid 1 WWB.</al><tussenkop>Artikel 2 – Langdurig, laag inkomen</tussenkop><al>Een referteperiode van 5 jaar, zoals voorheen in artikel 36 WWB (tekst tot
                    1-1-2009) was opgenomen, wordt als te lang ervaren. Nadat belanghebbenden 3 jaar
                    op een minimum inkomen zijn aangewezen is er over het algemeen niet veel
                    reserveringsruimte over. Daarom wordt een termijn van drie jaar aangehouden. Dit
                    sluit ook aan bij de impliciet door de wetgever gegeven termijn. De
                    minimumleeftijd is immers door de wetgever teruggebracht van 23 naar 21 jaar.
                    Een belanghebbende is (normaal gesproken) vanaf zijn 18e voor de WWB een
                    zelfstandig rechtssubject.</al><al>Het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat niet
                    hoger is dan 101% van de bijstandsnorm. Marginale overschrijdingen van de
                    100%-grens worden daarmee genegeerd, conform uitspraak Centrale Raad van Beroep
                    d.d. 19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a. en Centrale Raad van Beroep 15-02-2011,
                    nr. 08/5141 WWB.</al><al>Er is bewust niet voor gekozen om het recht op langdurigheidstoeslag ook toe
                    kennen bij een inkomen boven bijstandsniveau. Van deze bevoegdheid wordt geen
                    gebruik gemaakt. </al><al>De langdurigheidstoeslag is bedoeld voor mensen die langere tijd van een beperkt
                    inkomen moeten leven. </al><al>Een reden om af te zien van een hogere inkomensgrens is het feit dat dit
                    ongewenste armoedeval-effecten in zich heeft. Weliswaar doen de
                    armoedeval-effecten zich ook voor bij de grens van 101% van de bijstandsnorm,
                    maar belanghebbenden die uitstromen zullen doorgaans een dermate hoger inkomen
                    ontvangen, dat het verlies van de langdurigheidstoeslag feitelijk minder wordt
                    gevoeld. </al><tussenkop>Artikel 3 – Hoogte van de langdurigheidstoeslag</tussenkop><al>De in de verordening vermeldde hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt
                    jaarlijks per 1 januari aangepast overeenkomstig de aanpassing van het wettelijk
                    minimumloon, waarvan de bijstandsnormen weer zijn afgeleid. De genoemde bedragen
                    gelden per 1 januari 2013 en indexering vindt jaarlijks plaats, voor het eerst
                    per 1 januari 2014.</al><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt afgerond naar boven op hele
                    euro’s.</al><al>In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven voor
                    situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten van het
                    recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. </al><al>De WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende
                    echtgenoot, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in
                    dergelijke situaties ook niet opportuun is. </al><al>NB: Dit derde lid ziet enkel op de situatie dat er bij een echtgenoot sprake is
                    van een uitsluitingsgrond op grond van artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. </al><al>Indien één van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op
                    langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in
                    artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op
                    langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers
                    gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als
                    gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.</al><tussenkop>Artikel 4 - Beleidsregels</tussenkop><al>In afzonderlijke beleidsregels heeft het college invulling gegeven aan het
                    begrip “geen uitzicht op inkomensverbetering” en het vaststellen van de
                    referteperiode. Deze beleidsregels dienen eveneens te worden betrokken bij de
                    beoordeling van het recht op een langdurigheidstoeslag.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>