<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR314431_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaltbommel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaltbommel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2013, week 51</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Zaltbommel 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:r:BWBR0002458">Drank- en horecawet, art. 4, lid 1-3, art. 25d, lid 1 en onder a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2:34M, art. 2:34N, art. 2:34O, art. 2:34P, art. 2:34Q</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening 2012 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Z a l t b o m m e l ;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 oktober
                        2012</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende <vet>Algemene Plaatselijke Verordening 2012
                        </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de
                                    kaarten in bijlage 1 bij deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in <onderstreept>artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht</onderstreept> of ten aanzien van een al
                                    verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening daaronder
                                    wordt verstaan;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders; </al></li><li nr="e."><al>gebouw: hetgeen in <onderstreept>artikel 1, eerste lid, onder c,
                                        van de Woningwet</onderstreept> daaronder wordt verstaan;
                                </al></li><li nr="f."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="g."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="h."><al>openbare plaats: hetgeen in <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                        openbare manifestaties</onderstreept> daaronder wordt
                                    verstaan;</al></li><li nr="i."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="j."><al>weg: hetgeen in <onderstreept>artikel 1, eerste lid, onder b van
                                        de Wegenverkeerswet</onderstreept> daaronder wordt verstaan.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is <onderstreept>artikel 3.9 van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</onderstreept> van
                                toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing
                                als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als
                                bedoeld in artikel 2:11 of artikel 4:11. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste zestien weken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt; </al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist; </al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of </al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. </al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of </al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing</al></li></lijst></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. </al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de
                                            <onderstreept>Wet openbare
                                        manifestaties</onderstreept>.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in <onderstreept>artikel 3, eerste lid van de Wet
                                        openbare manifestaties</onderstreept>, geeft daarvan vóór de
                                    openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging
                                    wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor van toepassing, de wijze van samenstelling; en
                                        </al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis
                                    verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven
                                    stukken en afbeeldingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een
                                    weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
                                    functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24; </al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19;</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                            regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
                                            verleend;</al></li><li nr="d."><al>situaties waarin wordt voorzien door de
                                                <onderstreept>Wet beheer
                                                rijkswaterstaatwerken</onderstreept>,
                                                <onderstreept>artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                                1994</onderstreept>, de Woningwet, of de provinciale
                                            wegenverordening.</al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                            worden geopenbaard</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor
                                    het verbod in het eerste lid niet geldt en ten aanzien van die
                                    voorwerpen nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in <onderstreept>artikel 2.2,
                                        eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene
                                        bepalingen omgevingsrecht</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is
                                        <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</onderstreept> (positieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of </al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>, de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de provinciale
                                    wegenverordening, de waterschapskeur, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente
                                    Zaltbommel. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is
                                        <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</onderstreept> (positieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                    uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van een perceel bij een woning dat al door
                                            een andere uitweg wordt ontsloten of een perceel bij een
                                            bedrijf dat al door twee uitwegen wordt ontsloten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de <onderstreept>Waterstaatswet
                                        1900</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Onteigeningswet</onderstreept>, of de
                                        <onderstreept>Belemmeringenwet Privaatrecht</onderstreept>.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen; </al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> of de provinciale
                                    vaarwegenverordening. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste
                                                lid, onder h, van de Gemeentewet</onderstreept> en
                                            artikel 5:22 van deze verordening; </al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de <onderstreept>Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de
                                                <onderstreept>Drank</onderstreept><onderstreept>-</onderstreept><onderstreept>
                                                en Horecawet</onderstreept> gelegenheid geven tot
                                            dansen; </al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de <onderstreept>Wet openbare
                                                manifestaties</onderstreept>;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></li><li nr="b."><al>een braderie; </al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; </al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een buurtfeest op één dag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder buurtfeest wordt verstaan: een feest of barbecue voor
                                    bewoners van een bepaalde buurt of één of meerdere straten in
                                    een buurt waaraan geen vaste regelmaat is gebonden, speciaal is
                                    georganiseerd, een eenvoudige formule kent en voor die buurt of
                                    de straat of straten in die buurt een intern gerichte
                                    uitstraling heeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een buurtfeest, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen; </al></li><li nr="b."><al>het buurtfeest plaatsvindt op maandag, dinsdag,
                                            woensdag, donderdag, vrijdag of zaterdag tussen 09.00
                                            uur en 23.00 uur en op zon- en feestdagen tussen 13.00
                                            uur en 22.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>het buurfeest niet langer duurt dan één dag; </al></li><li nr="d."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of
                                            na 23.00 uur; </al></li><li nr="e."><al>het buurtfeest en de te plaatsen objecten geen
                                            belemmering vormen voor het verkeer, de hulpdiensten en
                                            brandkranen te allen tijde voor de brandweer
                                            toegankelijk en bereikbaar zijn;</al></li><li nr="f."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; </al></li><li nr="g."><al>er een organisator is; en </al></li><li nr="h."><al>de organisator tenminste 14 werkdagen voorafgaand aan
                                            het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 7 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten een buurtfeest te verbieden, indien er aanleiding is
                                    te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare
                                    veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt
                                    door <onderstreept>artikel 10</onderstreept> juncto
                                        <onderstreept>148, van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.openbare inrichting:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="i."><al>een hotel, (afhaal)restaurant, pension, café,
                                                  cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                                  clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                                  worden verstrekt of bereid;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de
                                                openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta-
                                                of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                                vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                                spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid
                                                of verstrekt.</al></li><li nr="c."><al>leidinggevende:</al><lijst><li nr="i."><al>de natuurlijke persoon of de bestuurders van
                                                  een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor
                                                  wiens rekening en risico de openbare inrichting
                                                  wordt geëxploiteerd;</al></li><li nr="ii."><al>de natuurlijke persoon, die algemene leiding
                                                  geeft aan de exploitatie van de openbare
                                                  inrichting;</al></li><li nr="iii."><al>de natuurlijke persoon, die onmiddellijke
                                                  leiding geeft aan de exploitatie van de openbare
                                                  inrichting;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>vergunninghouder: de natuurlijk persoon of de
                                                rechtspersoon aan wie de vergunning, bedoeld in
                                                artikel 2:28, eerste lid, is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                        besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel
                                        daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                        waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                        spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                        verstrekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in: </al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in <onderstreept>artikel 1 van de
                                                Winkeltijdenwet</onderstreept> voor zover de
                                            activiteiten van de openbare inrichting een
                                            nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; </al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum; of </al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan bepalen dat het verbod in het eerste lid
                                    niet geldt voor één of meer in dat besluit aangeduide soorten
                                    openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of
                                    meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28A</nr><titel>Eisen leidinggevende</titel></kop><al>Leidinggevenden voldoen aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>zij hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt;</al></li><li nr="b."><al>zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li><li nr="c."><al>zij staan niet onder curatele en zijn evenmin uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij ontzet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28B</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:28,
                                    eerste lid, wordt tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaaf gedaan van de personalia dan wel zetel en het
                                            adres van de leidinggevende voor wiens rekening en
                                            risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd;</al></li><li nr="b."><al>opgaaf gedaan van de personalia en adresgegevens van
                                            iedere overige leidinggevende;</al></li><li nr="c."><al>opgaaf gedaan van het adres en de aard van de openbare
                                            inrichting;</al></li><li nr="d."><al>overgelegd een niet meer dan drie maanden tevoren ten
                                            behoeve van de leidinggevende afgegeven verklaring
                                            omtrent gedrag, tenzij de aanvraag gelijktijdig met een
                                            aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3 van de
                                            Drank- en horecawet ten behoeve van dezelfde openbare
                                            inrichting wordt ingediend;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per openbare inrichting wordt niet meer dan één aanvraag
                                    gelijktijdig in behandeling genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28C</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester beslist binnen 13 weken na de datum waarop de
                                    aanvraag is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><onderstreept>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</onderstreept> (positieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                                    vergunning bedoeld in artikel 2:28, eerste lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28D</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel
                                            2:28A;</al></li><li nr="b."><al>een leidinggevende binnen drie jaar voor de aanvraag een
                                            openbare inrichting heeft geëxploiteerd dat op grond van
                                            (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde of
                                            op grond van artikel 13b Opiumwet, gesloten is
                                            geweest.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in
                                    de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare
                                            inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;</al></li><li nr="b."><al>de aard van de openbare inrichting;</al></li><li nr="c."><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                            blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                            exploitatie;</al></li><li nr="d."><al>de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van
                                            de openbare inrichting in deze of in andere openbare
                                            inrichtingen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28E</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een vergunning wordt in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;</al></li><li nr="c."><al>de situering en de oppervlakten van de lokaliteiten en
                                            terras of terrassen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een aanhangsel bij de vergunning worden de leidinggevende
                                    vermeld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning en het daarbij behorende aanhangsel zijn in de
                                    inrichting aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28F</nr><titel>Aanwezigheid leidinggevende</titel></kop><al>Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te houden
                                indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld
                                staat op de vergunning of het daarbij behorende aanhangsel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28G</nr><titel>Wijziging leidinggevende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens een
                                    persoon als leidinggevende te laten bijschrijven of door te
                                    halen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het
                                    aanhangsel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester
                                    vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk de ontvangst
                                    van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de persoon in het eerste lid, niet voldoet aan
                                            het bepaalde in artikel 2:28A;</al></li><li nr="b."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoel in artikel
                                            3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door
                                            het openbaar bestuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Alvorens te beslissing op een aanvraag tot wijziging van het
                                    aanhangsel kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen,
                                    bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen om een advies als bedoeld in artikel 9
                                    van die wet worden gevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28H</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 </al><lijst><li nr="1."><al>trekt de burgemeester de vergunning in, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in
                                                artikel 2:28A;</al></li><li nr="b."><al>een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is
                                                geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de
                                                vergunning betrekking heeft.</al></li><li nr="c."><al>de vergunninghouder in het artikel 2:28G bedoelde
                                                geval geen melding als bedoeld in dat artikel heeft
                                                gedaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>kan de burgemeester de vergunning intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat een leidinggevende betrokken is
                                                of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij
                                                activiteiten in of vanuit de openbare inrichting die
                                                een gevaar opleveren voor de openbare orde of een
                                                bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in
                                                de omgeving van de openbare inrichting;</al></li><li nr="b."><al>een leidinggevende toestaat of gedoogd dat in de
                                                inrichting strafbare feiten worden gepleegd;</al></li><li nr="c."><al>zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins
                                                feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat
                                                het geopend blijven van de openbare inrichting
                                                gevaar oplevert voor de openbare orde of een
                                                bedreiging van het woon- of leefklimaat in de
                                                omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="d."><al>is gehandeld in strijd met het bepaalde in de
                                                artikelen 2:28F of 2:29.</al></li><li nr="e."><al>Een vergunninghouder in een periode van twee jaar
                                                tenminste drie maal op grond van artikel 2:28G om
                                                bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij
                                                de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die
                                                wijziging van het aanhangsel tenminste driemaal
                                                heeft geweigerd op grond artikel 2:28 G, vijfde
                                                lid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 1.00 uur en 6.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 2.00 uur en 6.00 uur; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerst lid, onder a, zijn openbare
                                    inrichtingen gesloten:</al><lijst><li nr="a."><al>tussen 02.00 uur en 06.00 uur op carnavalsmaandag en
                                            –dinsdag, Koninginnedag, de dag volgend op Koninginnedag
                                            en de dag na Tweede Kerstdag;</al></li><li nr="b."><al>tussen 03.00 uur en 06.00 uur op dag van overgang van
                                            winter- naar zomertijd; en</al></li><li nr="c."><al>tussen 05.00 uur en 06.00 uur op Nieuwjaarsdag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid zijn openbare inrichtingen in de
                                    kern Zaltbommel gesloten tussen 02.00 uur en 05.00 uur de dag
                                    volgend op de dag waarop de jaarlijkse braderie
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend
                                    te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                    sluitingstijd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
                                </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde
                                    lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
                                </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin bij of krachtens de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere
                                    omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk
                                    andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        <onderstreept>artikel 13b van de Opiumwet</onderstreept>
                                    voorziet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren; </al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek
                                        van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                    overdraagt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van <onderstreept>artikel 174
                                    van de Gemeentewet</onderstreept>, treedt het college bij de
                                toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8a</nr><titel>Toezicht op winkelbedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34A</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>growshop: een voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was substanties, voorwerpen of gegevens die
                                        gebruikt kunnen worden voor de teel van hennep worden
                                        bereidt, verwerkt, te koop aangebonden, verkocht,
                                        afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of voorhanden zijn
                                        waarvan de exploitant of beheerder ernstige reden heeft om
                                        te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van één of
                                        meer in de Opiumwet gestelde feiten;</al></li><li nr="b."><al>smartshop: een voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was psychoactieve substanties, waaronder
                                        natuurlijke psychedelica en stimulantia zoals ecodrugs of
                                        smartproducten (smartdrinks, voedingssupplementen,
                                        energydranken, extacy-vervangers, euforiserende en
                                        ontspannende middelen) worden bereidt, verwerkt, te koop
                                        aangebonden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of
                                        voorhanden zijn.</al></li><li nr="c."><al>belwinkel: een voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte die geheel of gedeeltelijk gebruikt wordt om daarin
                                        door derden tegen vergoeding elektronisch berichtenverkeer,
                                        zoals (internationaal) telefoonverkeer, dan wel aanverwante
                                        activiteiten te doen plaatsvinden. </al></li><li nr="d."><al>leidinggevende:</al><lijst><li nr="i."><al>de natuurlijke persoon of de bestuurders van een
                                                rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens
                                                rekening en risico de openbare inrichting wordt
                                                geëxploiteerd;</al></li><li nr="ii."><al>de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft
                                                aan de exploitatie van de openbare inrichting;</al></li><li nr="iii."><al>de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding
                                                geeft aan de exploitatie van de openbare inrichting;
                                                vergunninghouder: de natuurlijk persoon of de
                                                rechtspersoon aan wie de vergunning, bedoeld in
                                                artikel 2:28, eerste lid, is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>vergunninghouder: de natuurlijk persoon of de rechtspersoon
                                        aan wie de vergunning, bedoeld in artikel 2:34B, eerste lid,
                                        is verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34B</nr><titel>Exploitatie growshop, smartshop of belwinkel</titel></kop><al>Het is verboden een growshop, smartshop of belwinkel te exploiteren
                                zonder vergunning van de burgemeester. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34C</nr><titel>Eisen leidinggevende</titel></kop><al>Leidinggevenden voldoen aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="d."><al>zij hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt;</al></li><li nr="e."><al>zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li><li nr="f."><al>zij staan niet onder curatele en zijn evenmin uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij ontzet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34D</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:34B,
                                    wordt tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaaf gedaan van de personalia dan wel zetel en het
                                            adres van de leidinggevende voor wiens rekening en
                                            risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd;</al></li><li nr="b."><al>opgaaf gedaan van de personalia en adresgegevens van
                                            iedere overige leidinggevende;</al></li><li nr="c."><al>opgaaf gedaan van het adres en de aard van de openbare
                                            inrichting;</al></li><li nr="d."><al>overgelegd een niet meer dan drie maanden tevoren ten
                                            behoeve van de leidinggevende afgegeven verklaring
                                            omtrent gedrag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per openbare inrichting wordt niet meer dan één aanvraag
                                    gelijktijdig in behandeling genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34E</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester beslist binnen 13 weken na de datum waarop de
                                    aanvraag is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><onderstreept>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</onderstreept> (positieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                                    vergunning bedoeld in artikel 2:34B.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>F Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel
                                            2:34C;</al></li><li nr="b."><al>een leidinggevende binnen drie jaar voor de aanvraag een
                                            openbare inrichting heeft geëxploiteerd dat op grond van
                                            (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde of
                                            op grond van artikel 13b Opiumwet gesloten is
                                            geweest.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in
                                    de omgeving van de growshop, smartshop of belwinkel of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>het karakter van de straat en de wijk waarin de
                                            growshop, smartshop of belwinkel is gelegen of zal zijn
                                            gelegen;</al></li><li nr="b."><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                            blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                            exploitatie;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van
                                            de growshop, smartshop of belwinkel in deze of in een
                                            andere growshop, smartshop of belwinkel. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34G</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In een vergunning wordt in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;</al></li><li nr="c."><al>de situering en de oppervlakten van de
                                            lokaliteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In een aanhangsel bij de vergunning worden de leidinggevende
                                    vermeld. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning en het daarbij behorende aanhangsel zijn in de
                                    inrichting aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34H</nr><titel>Aanwezigheid leidinggevende</titel></kop><al>Het is verboden een growshop, smartshop of belwinkel, voor het
                                publiek geopend te houden indien in de inrichting geen
                                leidinggevende aanwezig is die vermeld staat op de vergunning of het
                                daarbij behorende aanhangsel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34I</nr><titel>Wijziging leidinggevende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens een
                                    persoon als leidinggevende te laten bijschrijven of door te
                                    halen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het
                                    aanhangsel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester
                                    vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk de ontvangst
                                    van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de persoon in het eerste lid, niet voldoet aan
                                            het bepaalde in artikel 2:34C;</al></li><li nr="b."><al>voor zover de wijziging een leidinggevende betreft voor
                                            een growshop of smartshop in het geval en onder de
                                            voorwaarden, bedoel in artikel 3 van de Wet bevordering
                                            integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                            bestuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Alvorens te beslissing op een aanvraag tot wijziging van het
                                    aanhangsel in de gevallen als bedoeld in het vijfde lid, onder
                                    b, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld
                                    in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen,
                                    om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden
                                    gevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34J</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 </al><lijst><li nr="1."><al>trekt de burgemeester de vergunning in, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in
                                                artikel 2:34C;</al></li><li nr="b."><al>een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is
                                                geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de
                                                vergunning betrekking heeft.</al></li><li nr="c."><al>de vergunninghouder in het in artikel 2:34I bedoelde
                                                geval geen melding als bedoeld in dat artikel heeft
                                                gedaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>kan de burgemeester de vergunning intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat een leidinggevende betrokken is
                                                of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij
                                                activiteiten in of vanuit de openbare inrichting die
                                                een gevaar opleveren voor de openbare orde of een
                                                bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in
                                                de omgeving van de openbare inrichting;</al></li><li nr="b."><al>een leidinggevende toestaat of gedoogd dat in de
                                                inrichting strafbare feiten worden gepleegd;</al></li><li nr="c."><al>zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins
                                                feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat
                                                het geopend blijven van de openbare inrichting
                                                gevaar oplevert voor de openbare orde of een
                                                bedreiging van het woon- of leefklimaat in de
                                                omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="d."><al>is gehandeld in strijd met het bepaalde in de
                                                artikelen 2:34H.</al></li><li nr="e."><al>Een vergunninghouder in een periode van twee jaar
                                                ten minste drie maal op grond van artikel 2:34I om
                                                bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij
                                                de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die
                                                wijziging van het aanhangsel tenminste driemaal
                                                heeft geweigerd op grond artikel 2:34I, vijfde
                                                lid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34K</nr><titel>Sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan een growshop, smartshop of belwinkel al dan
                                    niet voor een bepaalde termijn sluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde, veiligheid of
                                            gezondheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de vergunning overeenkomstig het bepaalde in
                                            artikel 2:34J is ingetrokken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        <onderstreept>artikel 13b van de Opiumwet</onderstreept>
                                    voorziet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34L</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een growshop, smartshop of belwinkel geen voor het publiek
                                openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van
                                    <onderstreept>artikel 174 van de Gemeentewet</onderstreept>,
                                treedt het college bij de toepassing van artikel 2:34A tot en met
                                2:34J op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8B</nr><titel>BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE
                                DRANK- EN HORECAWET</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34M</nr><titel>Schenktijden paracommerciële inrichtingen</titel></kop><al>Het is verboden in paracommerciële inrichtingen alcoholhoudende
                                drank te verstrekken buiten de in onderstaand schema opgenomen
                                schenktijden:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Maandag tot en met donderdag</al></entry><entry colname="col2"><al>15:00 uur tot 23:00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vrijdag, zaterdag en zondag</al></entry><entry colname="col2"><al>15:00 uur tot 24:00 uur</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34N</nr><titel>Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële
                                    inrichtingen</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:34M hanteren de in
                                onderstaand schema opgenomen typen paracommerciële inrichtingen de
                                hierna opgenomen schenktijden:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="46*"/><colspec colname="col2" colwidth="30*"/><colspec colname="col3" colwidth="24*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Inrichtingen die in beheer zijn bij een
                                                  rechtspersoon met een <vet>sportieve</vet>
                                                  doelstelling</al></entry><entry colname="col2"><al>maandag tot en met vrijdag</al><al/><al/><al>zaterdag en zondag</al></entry><entry colname="col3"><al>17.00 uur tot 23.00 uur</al><al/><al>12.00 uur tot 24.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inrichtingen die in beheer zijn bij een
                                                  rechtspersoon met een <vet>sociaal,
                                                  culturele</vet> doelstelling die zich bovendien
                                                  richt op</al><al>doelgroep <vet>senioren</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>maandag tot en met donderdag</al><al/><al/><al>vrijdag, zaterdag en zondag</al></entry><entry colname="col3"><al>12.00 uur tot 23.00 uur</al><al/><al>12.00 uur tot 24.00 uur</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34O</nr><titel>Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in een paracommerciële inrichting
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van
                                    persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in een paracommerciële inrichting
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten die
                                    gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                    activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon
                                    betrokken zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34P</nr><titel>Ontheffingen privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten
                                    derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in artikel 2:34O
                                    gestelde verboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing op de aanvraag om ontheffingen als bedoeld in dit
                                    artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34Q</nr><titel>verbod happy hours</titel></kop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de
                                openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse
                                tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is
                                dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of
                                het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van
                                                <onderstreept>artikel 30c, eerste lid, onder b, van
                                                de Wet op de Kansspelen</onderstreept> vergunning is
                                            verleend; </al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen; en </al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in <onderstreept>artikel
                                                7c van de Wet op de kansspelen</onderstreept> te
                                            beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30 van de Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept> , of de handeling als in
                                                <onderstreept>artikel l, onder a, van de Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept> te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid; of </al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de <onderstreept>Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder c. van de
                                                Wet</onderstreept>;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder d, van de
                                                Wet</onderstreept>;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder e, van de
                                                Wet</onderstreept>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan met dien verstande dat kansspeelautomaten niet zijn
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 174a van de
                                        Gemeentewet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor
                                    publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 13b van de
                                        Opiumwet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                    aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                    noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                    aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                    inzage af te geven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen of
                                    vermommingsmiddelen te vervoeren, bij zich te hebben of te
                                    dragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken, of het achterlaten van sporen, en/of
                                    herkenning bij het plegen van voornoemde strafbare feiten te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 424</onderstreept>,
                                        <onderstreept>426bis</onderstreept> of <onderstreept>431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht</onderstreept> of
                                        <onderstreept>artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept>. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld
                                            in <onderstreept>artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet</onderstreept>; en </al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens
                                                <onderstreept>artikel 35 van de Drank en
                                                Horecawet</onderstreept>. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of </al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op een openbare plaats indien de
                                            hond niet is aangelijnd; of </al></li><li nr="c."><al>op een openbare plaats indien die hond niet is voorzien
                                            van een halsband of een ander identificatiemerk dat de
                                            eigenaar of houder duidelijk doet kennen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod in het eerste
                                    lid aanhef en onder b niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of </al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats
                                    binnende bebouwde kom begeeft is verplicht ervoor te
                                    zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden
                                    verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond </al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of </al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het bepaalde in het
                                    eerste lid niet van toepassing is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om op door het college - ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid -
                                    aangewezen plaatsen die buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> zijn gelegen,
                                    de daarbij aangeduide dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben; </al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college gestelde regels; </al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van één of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht</onderstreept>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te
                                    nemen: </al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed; </al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;
                                        </al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><al>a.de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging; </al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent; </al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn; </al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk
                                (<onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept>).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73A</nr><titel>Carbid schieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder carbid schieten verstaan: het in een
                                    (melk)bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas,
                                    afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en
                                    water of een gas of gasmengsel met vergelijkbare
                                    eigenschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats met carbid te
                                    schieten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid geldt niet als:</al><lijst><li nr="a."><al>het carbid schieten plaatsvindt van 31 december vanaf
                                            10.00 uur tot 1 januari van het daaropvolgende jaar 2.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>het carbid schieten plaatsvindt buiten de bebouwde kom
                                            of op een door het college aangewezen plaats binnen de
                                            bebouwde kom;</al></li><li nr="c."><al>degene die carbid schiet of daarbij behulpzaam is 18
                                            jaar of ouder is;</al></li><li nr="d."><al>degene die carbid schiet of daarbij behulpzaam is niet
                                            onder invloed van alcohol of andere drugs is;</al></li><li nr="e."><al>gebruik wordt gemaakt van (melk)bussen of vergelijkbare
                                            voorwerpen met een maximale inhoud van 50 liter die
                                            worden afgesloten met een zacht materiaal (plastic
                                            voetbal of plastic zak);</al></li><li nr="f."><al>het vrije schootsveld tenminste 75 meter bedraagt en
                                            binnen deze afstand geen openbare paden of wegen gelegen
                                            zijn;</al></li><li nr="g."><al>het carbid schieten plaatsvindt in tegengestelde
                                            richting van de dichtst bijgelegen woonbebouwing;</al></li><li nr="h."><al>de locatie waar het carbid schieten plaatsvindt op
                                            tenminste 75 meter van de woonbebouwing, 300 meter van
                                            medische – en zorginstellingen en 300 meter van
                                            inrichtingen waar dieren worden gehouden is
                                            gelegen;</al></li><li nr="i."><al>de locatie waar het carbid schieten plaatsvindt wordt
                                            afgezet met linten of andere vergelijkbaar materiaal,
                                            zodat toeschouwers niet in de nabijheid van de
                                            voorwerpen waarmee carbid geschoten wordt en de
                                            schietrichting kunnen komen te staan;</al></li><li nr="j."><al>er geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan
                                            degene die het carbid schieten verricht weet of
                                            redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar,
                                            schade of hinder kan optreden voor mens en milieu;</al></li><li nr="k."><al>toestemming is verkregen van de eigenaar of eigenaren
                                            van het perceel of de percelen waarop het carbid
                                            schieten plaatsvindt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van
                                    Strafrecht. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de
                                    <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> is het verboden zich op
                                een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen
                                als bedoeld in <onderstreept>artikel 2</onderstreept> en
                                    <onderstreept>3 van de Opiumwet</onderstreept> , of daarop
                                gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te
                                bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                                bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig <onderstreept>artikel 154a
                                    van de Gemeentewet</onderstreept> te besluiten tot het tijdelijk
                                doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een
                                door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in
                                artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:26, 2:31, 2:44A, 2:47, 2:48, 2:49,
                                2:50, 2:73, 2:73a of 5:42 van deze verordening groepsgewijs niet
                                naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig <onderstreept>artikel 151b
                                    van de Gemeentewet</onderstreept> bij verstoring van de openbare
                                orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees
                                voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin
                                gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                                erven, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig <onderstreept>artikel
                                        151c van de Gemeentewet</onderstreept> te besluiten tot
                                    plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve
                                    van het toezicht op een openbare plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    parkeerplaatsen, sportvelden, schoolpleinen, jongen
                                    ontmoetingsplaatsen en trein- en busstations. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Verblijfsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene die zich gedraagt in strijd met artikel 138, 141, 180,
                                    181, 182, 184, 266 juncto 267, 285, 287, 300, 302, 311, eerste
                                    lid sub 5<sup>o</sup>, 317, 318, 350, 424, 426 of 453 van het
                                    Wetboek van Strafrecht, 2:1, 2:9, 2:31, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50,
                                    2:74 of 3:9 van deze verordening, artikel 2 of 3 van de
                                    Opiumwet, artikel 13, 22, 26, 27 of 31 van de Wet wapens en
                                    munitie, een verbod opleggen om zich te bevinden op of aan de
                                    door de burgemeester aangewezen plaatsen, gedurende een tijdvak
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>24 uur, indien de gedraging:</al><lijst><li nr="i)"><al>in strijd is met artikel 2:1, 2:9, 2:31, 2:47,
                                                  2:48, 2:49 of 2:50 van deze verordening;</al></li><li nr="ii)"><al>een eerste overtreding van artikel 3:9 van deze
                                                  verordening betreft, of:</al></li><li nr="iii)"><al>in strijd is met artikel 424, 426 of 453 van het
                                                  Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>zes weken, indien de gedraging:</al><lijst><li nr="i)"><al>een eerste herhaling van de overtreding van
                                                  artikel 3:9 van deze verordening betreft;</al></li><li nr="ii)"><al>in strijd is met artikel 138, 141, 180, 181,
                                                  182, 184, 267, 285, 300, 311, eerste lid sub
                                                  5<sup>o</sup> of 350 van het Wetboek van
                                                  Strafrecht;</al></li><li nr="iii)"><al>in strijd is met het bepaalde in de Opiumwet en
                                                  bestaat uit het bezit van een grotere hoeveelheid
                                                  drugs dan de hoeveelheid die doorgaans wordt
                                                  aangeboden als gebruikershoeveelheid;</al></li><li nr="iv)"><al>in strijd is met bepaalde in de Opiumwet en
                                                  bestaat uit het gebruik van harddrugs op de weg of
                                                  nabij een voor een ieder toegankelijke plaats of
                                                  gelegenheid, of;</al></li><li nr="v)"><al>in strijd is met artikel 13 van de Wet wapens en
                                                  munitie</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>twaalf weken, indien de gedraging:</al><lijst><li nr="i)"><al>in strijd is met artikel 287, 302, 317 of 318
                                                  van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="ii)"><al>een tweede herhaling van een overtreding van
                                                  artikel 3:9 van deze verordening betreft;</al></li><li nr="iii)"><al>in strijd is met artikel 2 of 3 van de Opiumwet,
                                                  dan wel bestaat uit handelingen als bedoeld in
                                                  artikel 2:74 van deze verordening, of:</al></li><li nr="iv)"><al>in strijd is met artikel 22, 26, 27 of 31 van de
                                                  Wet wapens en munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid
                                    is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het
                                    opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat hij zich
                                    opnieuw gedraagt in strijd met een of meerdere van de in het
                                    eerste lid genoemde artikelen, een verbod opleggen om zich
                                    gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste
                                    twaalf weken te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen,
                                    waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
                                    plaatsgehad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het eerste lid genoemde verbod,
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
                                    </al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding; </al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; </al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder; </al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening; </al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in
                                    <onderstreept>artikel 174 van de Gemeentewet</onderstreept>, de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit
                                hoofdstuk.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
                                        </al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet: </al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de <onderstreept>artikel 37 van het
                                                Wetboek van Strafrecht</onderstreept> in een
                                            psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                                <onderstreept>artikel 37a van het Wetboek van
                                                Strafrecht</onderstreept> ter beschikking gesteld;
                                        </al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het <onderstreept>Wetboek van
                                                Strafvordering</onderstreept> is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 9, eerste lid, onder a van het
                                                Wetboek van Strafrecht</onderstreept> , wegens dan
                                            wel mede wegens overtreding van: </al><lijst><li nr="i)"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de
                                                  <onderstreept>Drank- en Horecawet</onderstreept> ,
                                                  de <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> , de
                                                  <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept> en
                                                  de <onderstreept>Wet arbeid
                                                  vreemdelingen</onderstreept>;</al></li><li nr="ii)"><al>de <onderstreept>artikelen 137c tot en met
                                                  137g</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>140</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>240b</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>242 tot en met 249</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>252</onderstreept>, 250a (oud),
                                                  <onderstreept>273a</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>300 tot en met 303</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>416</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>417</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>417bis</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>426</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>429quater</onderstreept> en
                                                  <onderstreept>453 van het Wetboek van
                                                  Strafrecht</onderstreept>;</al></li><li nr="iii)"><al>de <onderstreept>artikelen 8</onderstreept> en
                                                  <onderstreept>162, derde lid</onderstreept>,
                                                  alsmede <onderstreept>artikel 6</onderstreept>
                                                  juncto <onderstreept>artikel 8</onderstreept> of
                                                  juncto <onderstreept>artikel 163 van de
                                                  Wegenverkeerswet 1994</onderstreept>;</al></li><li nr="iv)"><al>de <onderstreept>artikelen 1, onder a, b en
                                                  d</onderstreept>, <onderstreept>13</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>14</onderstreept>,
                                                  <onderstreept>27</onderstreept> en
                                                  <onderstreept>30b van de Wet op de
                                                  Kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="v)"><al>de <onderstreept>artikelen 2</onderstreept> en
                                                  <onderstreept>3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen</onderstreept>;</al></li><li nr="vi)"><al>de <onderstreept>artikelen 54</onderstreept> en
                                                  <onderstreept>55 van de Wet wapens en
                                                  munitie</onderstreept>.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 74, tweede lid onder a van het
                                                Wetboek van Strafrecht</onderstreept> of
                                                <onderstreept>artikel 76, derde lid onder a van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen</onderstreept>,
                                            tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 1.00 en 6.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 2.00 en 6.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke
                                    seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de op de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> gebaseerde voorschriften. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de
                                    bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: </al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen; </al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in <onderstreept>artikel 3:41 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> maakt het bevoegd
                                    bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op
                                    de voet van artikel 3:42, tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel
                                    3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het <onderstreept>Tweede Boek van het
                                                Wetboek van Strafrecht</onderstreept> , in de
                                                <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> en in de
                                                <onderstreept>Wet wapens en munitie</onderstreept>;
                                            en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de <onderstreept>Wet
                                                arbeid vreemdelingen</onderstreept> of de
                                                <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept>
                                            bepaalde. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste
                                    lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan
                                    personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende
                                    de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                    belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie
                                    ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde
                                    lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in
                                    een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen
                                    of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder
                                    b.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen: </al><lijst><li nr="a."><al> indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt; </al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in <onderstreept>artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet</onderstreept>. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslistermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid,
                                    beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning
                                    bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de
                                    dag waarop de aanvraag ontvangen is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen; </al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan,
                                            voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening; of </al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met <onderstreept>artikel 273f van het Wetboek
                                                van Strafrecht</onderstreept> of met het bij of
                                            krachtens de <onderstreept>Wet arbeid
                                                vreemdelingen</onderstreept> of de
                                                <onderstreept>Vreemdelingenwet</onderstreept>
                                            bepaalde. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li><li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee. </al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                    artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                    het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste
                                    lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het
                                    moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het
                                    tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het <onderstreept>Besluit algemene regels voor
                                            inrichtingen milieubeheer</onderstreept>; </al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                            <onderstreept>Besluit</onderstreept>;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft; </al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; </al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; </al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder</onderstreept> worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                            <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder</onderstreept> worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2.17</onderstreept>, <onderstreept>2.19</onderstreept> en
                                        <onderstreept>2.20 van het Besluit</onderstreept> en artikel
                                    4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 4.113, eerste lid, van het
                                        Besluit</onderstreept> gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen: Aalst, Bern, Brakel, Bruchem,
                                    Delwijnen, Nederhemert-noord, Nederhemert-zuid, Nieuwaal,
                                    Poederoijen, Zaltbommel of Zuilichem.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, zijn niet meer dan 20dB(A) hoger dan de in tabel
                                    2.17a van het Besluit genoemde waarden. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid is het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de <onderstreept>artikelen 2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening - uiterlijk een uur voor de reguliere sluitingstijd
                                    als bedoeld in artikel 2:29 te zijn beëindigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal zes incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2.17</onderstreept>, <onderstreept>2.19</onderstreept> en
                                        <onderstreept>2.20 van het Besluit</onderstreept> en artikel
                                    4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal twaalf
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij
                                        <onderstreept>artikel 4.113, eerste lid, van het
                                        Besluit</onderstreept> niet van toepassing is, mits de
                                    houder van de inrichting tenminste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, zijn niet meer dan 20dB(A) hoger dan de in tabel
                                    2.17a van het Besluit genoemde waarden. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwen gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid is het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de <onderstreept>artikelen 2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening - uiterlijk een uur voor de reguliere sluitingstijd
                                    als bedoeld in artikel 2:29 beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in
                                    <onderstreept>artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van
                                    het Besluit</onderstreept> binnen inrichtingen is de onder e.
                                opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein; </al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten; </al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. </al></li></lijst><al><vet>Tabel </vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="51*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00-19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00-23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00-7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 15 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het
                                            <onderstreept>Besluit</onderstreept> van toepassing.
                                    </al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en
                                        incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en
                                        artikel 4:3. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5A</nr><titel>Traditioneel schieten</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> of van het
                                        <onderstreept>Besluit</onderstreept> op een zodanige wijze
                                    toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                    handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de
                                    omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarvoor de
                                    burgemeester op grond van artikel 2:25 een vergunning heeft
                                    verleend of op situaties waarin wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet geluidhinder</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Zondagswet</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet openbare manifestaties</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept> of de
                                    Provinciale milieuverordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6A</nr><titel>Mosquito</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat
                                    dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge
                                    pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden
                                    van plaatsen waar zij overlast veroorzaken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester
                                    in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare
                                    plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige
                                    overlast door jongeren op die plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt
                                    op de plaats waar deze is aangebracht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                    overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste
                                    3 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een
                                    periode van ten hoogste 3 maanden verlengen. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>[tekst niet opgenomen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                            dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter
                                            (gelijk aan 31,4 centimeter stamomtrek) op 130
                                            centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                            meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
                                            stam; </al></li><li nr="b."><al>boom effect analyse: een standaard beoordeling van de
                                            gevolgen voor houtopstanden bij voorgenomen bouw-,
                                            aanleg-, of herinrichtingsprojecten, op basis van
                                            landelijke richtlijnen van de Bomenstichting; </al></li><li nr="c."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen. </al></li><li nr="d."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
                                        </al></li><li nr="e."><al>rekenmodel boomwaarde: rekenmodel voor het bepalen van
                                            de monetaire waarde van bomen op basis van de
                                            richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs
                                            van Bomen (NVTB);</al></li><li nr="f."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                            Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn.
                                                <cursief>Ceratocystis </cursief>ulmi (Buism.) C.
                                            Moreau);</al></li><li nr="g."><al>iepenspintkever het insect in elk ontwikkelingsstadium
                                            behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en
                                            Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus
                                            pygmaeus.</al></li><li nr="h."><al>VTA-systematiek: methodiek voor het visueel beoordelen
                                            van de stabiliteit en breukvastheid van bomen op basis
                                            van de door Prof. Dr. Claus Mattheck ontwikkelde Visual
                                            Tree Assessment (VTA).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, het voor de eerste keer knotten of
                                    kandelaberen, alsmede het verrichten van handelingen die de dood
                                    of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten
                                    gevolge kunnen hebben. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder vellen wordt niet verstaan het knotten of kandelaberen van
                                    wilgen en platanen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                    houtopstand te vellen of te doen vellen:</al><lijst><li nr="a."><al>die staat vermeld op de door het college vastgestelde
                                            lijst van monumentale en waardevolle bomen
                                            (Bomenlijst);</al></li><li nr="b."><al>die onderdeel uitmaakt van het bomenstructuurplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een houtopstand als bedoeld in het eerste lid, wordt in
                                    beginsel géén vergunning verleend. Een vergunning kan worden
                                    verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar
                                            spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid,
                                            beoordeeld door een onafhankelijk boomspecialist volgens
                                            de VTA-systematiek en eventueel nader onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>de te treffen maatregelen en kosten van instandhouding
                                            van de houtopstand niet evenredig zijn in relatie tot de
                                            verwachte levensduur van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de houtopstand moet worden geveld op grond van de
                                            Plantenziektewet;</al></li><li nr="d."><al>het gaat om het periodiek knotten of kandelaberen als
                                            cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte bomen; of</al></li><li nr="e."><al>sprake is van zwaarwegende economische of
                                            maatschappelijke belangen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Aanwijzen houtopstand in lijst monumentale en waardevolle
                                    bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende
                                    een houtopstand aanwijzen als monumentale of waardevolle boom en
                                    op de lijst van monumentale en waardevolle bomen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ter zake nadere regels stellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12a</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een houtopstand zonder vergunning van het bevoegd
                                        gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan,
                                        kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                        grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene
                                        die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                        bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
                                        overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen en binnen
                                        een door hen te stellen termijn. </al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
                                        opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke
                                        termijn en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                        worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan een
                                        geldelijke storting in het Bomenfonds worden opgelegd, van
                                        maximaal 100% van de boomwaarde, berekend volgens het
                                        rekenmodel boomwaarde. </al></li><li nr="4."><al>Indien een houtopstand waarop het verbod als bedoeld in
                                        artikel 4:11, eerste lid, van deze verordening toepassing
                                        is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, dan kan het
                                        college aan de zakelijk gerechtigde op de grond waarop zich
                                        de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere
                                        hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                        verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="a."><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen en
                                                binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen
                                                te treffen, waardoor die bedreiging wordt
                                                weggenomen;</al></li><li nr="b."><al>een boom effect analyse op te laten stellen en aan
                                                het college aan te bieden. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als
                                        bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens
                                        rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.</al></li><li nr="6."><al>Indien in de nabijheid van houtopstanden als bedoeld in
                                        artikel 4:11, eerste lid, van deze verordening werkzaamheden
                                        plaatsvinden die de leefbaarheid van de houtopstand nadelig
                                        kunnen beïnvloeden, is de uitvoerder verplicht om
                                        voorafgaand aan de werkzaamheden een boom effect analyse op
                                        te stellen en aan het college te overleggen en de daaruit
                                        voortvloeiende maatregelen met betrekking tot de bescherming
                                        van de houtopstand op te volgen. </al></li></lijst><al><vet>4:12</vet><vet>b</vet><vet>B</vet><vet>estrijding
                                    iepziekte</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die
                                        naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor
                                        verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                        iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe
                                        door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij
                                        de aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te
                                                vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
                                                of </al></li><li nr="c."><al>de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
                                                vernietigen of zodanig te behandelen dat
                                                verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met
                                        uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout
                                        met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in
                                        voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan
                                        ontheffing verlenen van dit verbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12c</nr><titel>Bescherming gemeentelijke bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om gemeentelijke bomen:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken.</al></li><li nr="b."><al>te snoeien behalve bij door de gemeente opgedragen
                                            boomverzorgende taken. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een
                                    gemeentelijke boom aan te brengen of anderszins te bevestigen,
                                    behalve als hier een vergunning voor verleend is door het
                                    college. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om op door het college - in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid - aangewezen plaatsen die buiten een inrichting in de
                                    zin van de <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>, in de
                                    openlucht of buiten de weg zijn gelegen, de volgende voorwerpen
                                    of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de <onderstreept>Wet ruimtelijke
                                        ordening</onderstreept> of door of krachtens een provinciale
                                    verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een
                                    onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp
                                    van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan
                                    ook, die vanaf de weg zichtbaar is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarvoor het
                                    verbod in het eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte: </al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
                                            inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet
                                            kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de
                                            weg;</al></li><li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                            zaken, daartoe aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de
                                            langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                            op:</al><lijst><li nr="i."><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter
                                                  verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende
                                                  zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                  hebben; </al></li><li nr="ii."><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of
                                                  op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of
                                                  waarvoor die zaak is bestemd; </al></li></lijst></li><li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van
                                            in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van
                                            degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het
                                            bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
                                            aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde
                                            bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke
                                            betekenis hebben; </al></li><li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                            dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                            aangebracht ten dienste van dat vervoer. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in het tweede lid de veiligheid van het verkeer in
                                    gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan, in afwijking
                                    van het bepaalde in artikel 1:8, worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Woningwet, de Monumentenwet, de Wet
                                    milieubeheer of de provinciale landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van <onderstreept>artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht</onderstreept> is vereist,
                                dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden
                                gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet van toepassing is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde
                                    plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem
                                    te brengen, te storten, te houden , achter te laten of
                                    anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot
                                    hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>het overeenkomstig de afvalstoffenverordening Regio
                                            Rivierenland ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                            afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;</al></li><li nr="b."><al>het thuis composteren van groente-, fruit- en
                                            tuinafval;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken
                                            of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het
                                            laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het
                                            verrichten van andere werkzaamheden op of aan de
                                            weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in de
                                    beoogde bescherming van het milieu wordt voorzien door de Wet
                                    bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden straatafval - waaronder in ieder geval worden
                                    begrepen huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en
                                    gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom,
                                    plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren,
                                    niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel -
                                    in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken
                                    van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of
                                    voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te
                                    laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of
                                    voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                    promotiemateriaal</titel></kop><al>Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of
                                ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht
                                deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten
                                opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op
                                de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het
                                publiek worden weggeworpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                    werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te
                                    laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te
                                    verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig
                                    kan worden beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen,
                                    stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu
                                    nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden
                                    verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te
                                    reinigen of te laten reinigen:</al><lijst><li nr="a."><al>direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de
                                            verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het
                                            verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="b."><al>direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de
                                            verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het
                                            verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="c."><al>indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke
                                            dag direct na beëindiging van de werkzaamheden. </al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>inzameling van afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan dan wel mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>inzamelen: de activiteit gericht op het ophalen of innemen
                                        van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling
                                        worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen
                                        daarvan;</al></li><li nr="b."><al>inzameldienst: Afvalverwijdering Rivierenland (AVRI);</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:25</nr><titel>Inzameling van andere dan huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan andere afvalstoffen dan huishoudelijke
                                    afvalstoffen aanwijzen ten aanzien waarvan in het belang van de
                                    bescherming van het milieu nadere regels gesteld kunnen
                                    worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in strijd te handelen met de krachtens het
                                    eerste lid gestelde nadere regels. Het in dit artikel bepaalde
                                    geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door de Afvalstoffenverordening Regio Rivierenland, Wet
                                    milieubeheer, de Destructiewet, de Meststoffenwet, de Wet
                                    bodembescherming, dan wel een provinciale verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.26</nr><titel>Bedrijfsafvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden
                                    van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de
                                    inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te
                                    bieden in strijd met deze regels.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in <onderstreept>artikel
                                            1, onder al, van het Reglement verkeersregels en
                                            verkeerstekens (RVV 1990)</onderstreept> met
                                        uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen; </al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in <onderstreept>artikel 1,
                                            onder ac, van het Reglement verkeersregels en
                                            verkeerstekens (RVV 1990)</onderstreept> . </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen; </al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; </al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> .
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente; </al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                    Provinciale landschapsverordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op de weg; </al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid; en </al></li><li nr="c."><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college - in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid - aangewezen op de weg gelegen plaatsen, fietsen of
                                    bromfietsen:</al><lijst><li nr="a."><al>onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                            plaatsen te laten staan; of</al></li><li nr="b."><al>langer dan een door het college te bepalen periode
                                            onbeheerd te laten staan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets of bromfiets, die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op de weg te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een inzameling die in besloten kring gehouden
                                            wordt.</al></li><li nr="b."><al>voor een inzameling als bedoeld in het tweede lid,
                                            indien:</al><lijst><li nr="i)"><al>de organisator daarvan binnen 4 weken
                                                  voorafgaand aan de inzameling melding heeft gedaan
                                                  aan het college;</al></li><li nr="ii)"><al>de inzameling geschiedt door personen die de
                                                  leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, deze zich
                                                  desgevraagd kunnen legitimeren en aantonen voor
                                                  welk liefdadig of ideëel doel de opbrengst bestemd
                                                  is;</al></li><li nr="iii)"><al>binnen twee weken na de inzameling een
                                                  financiële verantwoording aan het college wordt
                                                  overgelegd.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                            exploitatie van een winkel als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 1 van de
                                                Winkeltijdenwet</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                                de Gemeentewet</onderstreept> of artikel 5:22; </al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten:</al><lijst><li nr="a."><al>op zon- en feestdagen; en </al></li><li nr="b."><al>op maandag t/m zaterdag tussen 21.00 uur en 9.00 uur.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door <onderstreept>artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan categorieën van goederen aanwijzen waarvoor het
                                    bepaalde in het tweede lid, onder a, niet geldt tussen 11.00 uur
                                    en 21.00 uur. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 7, eerste lid, van de
                                        Grondwet</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door het venten te verbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen; of
                                        </al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede
                                    lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in <onderstreept>artikel 160, eerste lid, aanhef en
                                                onder h, van de Gemeentewet</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand; </al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept>, de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of het Provinciaal
                                    wegenreglement. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet
                                    van toepassing op bouwwerken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 160, eerste lid, aanhef en
                                                onder h, van de Gemeentewet</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de <onderstreept>Winkeltijdenwet</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek
                                        van Strafrecht</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Scheepvaartverkeerswet</onderstreept>, de
                                    Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>,
                                    het Rijnvaartpolitiereglement, de
                                        <onderstreept>Waterwet</onderstreept>, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water: </al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>,
                                    het Rijnvaartpolitiereglement, de
                                        <onderstreept>Waterwet</onderstreept>, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening, de Provinciale landschapsverordening of de
                                    Woonschepenverordening Zaltbommel 2008.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>,
                                    het Rijnvaartpolitiereglement, het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Waterwet</onderstreept>, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening, de Provinciale landschapsverordening of de
                                    Woonschepenverordening Zaltbommel 2008.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken,
                                    wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                                    bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                    aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente
                                    in beheer zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>,
                                    het Rijnvaartpolitiereglement, het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Waterwet</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Waterwet</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening … . </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31A</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                            <onderstreept>artikel 1, onder z, van het Reglement
                                            verkeersregels en verkeerstekens 1990</onderstreept>
                                        ;</al></li><li nr="-"><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                            <onderstreept>artikel 1, eerste lid onder e, van de
                                            Wegenverkeerswet 1994</onderstreept>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="b."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
                                            en ter bescherming van andere milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
                                            bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> of het Besluit geluidproductie
                                    sportmotoren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarop het verbod in het
                                    eerste lid niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                    stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het
                                    belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast; </al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerst lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens
                                                <onderstreept>artikel 29, eerste lid, Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens 1990</onderstreept>
                                            door de bevoegde minister aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten; </al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld; </al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; </al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld; </al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                            bedoelde gebieden of terreinen; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> of anderszins vuur aan te
                                    leggen, te stoken of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke; </al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand; </al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1 of 3,
                                        van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept> of de
                                    Provinciale milieuverordening. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg; </al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast politieambtenaren en gemeentelijke
                                opsporingsambtenaren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordeningen</titel></kop><al>Ingetrokken worden:</al><lijst><li nr="a."><al>de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, vastgesteld d.d. 11
                                    december 2008 (Gemeenteblad 2008, 3.1);</al></li><li nr="b."><al>de verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke
                                    Verordening 2008, vastgesteld d.d. 11 februari 2010
                                    (Gemeenteblad 2010, 3.1);</al></li><li nr="c."><al>de verordening tot tweede wijziging van de Algemene Plaatselijke
                                    Verordening 2008, vastgesteld d.d. 8 juli 2010 (Gemeenteblad
                                    2010, 3.4);</al></li><li nr="d."><al>de verordening tot derde wijziging van de Algemene Plaatselijke
                                    Verordening 2008, vastgesteld d.d. 3 maart 2011 (Gemeenteblad
                                    2011, 3.1).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4 of
                            de Algemene Plaatselijke Verordening die golden op het moment van de
                            inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening
                            overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 19 december 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Zaltbommel 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zaltbommel in</ondertekening><ondertekening>zijn vergadering van 13 december 2012</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>drs. M.S.P. Muurling</ondertekening><ondertekening>A.van den Bosch</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al> Bijlage 1: bebouwde komgrenzen als bedoeld in artikel 1:1, eerste zin
                            en onder a.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>