<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR314295_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Sanctiebeleid Drank- en Horeca</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Werkendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Altena</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Altena Nieuws, 28-11-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Sanctiebeleid Drank- en Horeca</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Drank- en horecawet;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15547</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>archief</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Sanctiebeleid Drank- en Horeca</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Voorwoord Voor u ligt het Brabants Alcohol- en Horecasanctiebeleid. Dit beleid is
                    opgesteld door de Brabantse werkgroep Drank- en Horecawet. Dit is een multidisciplinaire
                    werkgroep die activiteiten en producten ontwikkelt om de Brabantse gemeenten te
                    ondersteunen bij implementatie van de nieuwe Drank- en Horecawet. Het Brabants Alcohol-
                    en Horecasanctiebeleid beschrijft de aanpak van overtredingen bij alcoholverstrekkers.
                    <cursief>Aanbeveling voor gemeenten</cursief>Dit beleid is aan te bevelen aan alle
                    gemeenten in Noord-Brabant. Hierdoor ontstaat op provinciaal niveau een uniforme aanpak
                    van overtredingen bij alcoholverstrekkers. Een uniforme aanpak heeft verschillende
                    voordelen:Het draagt bij aan het tot stand brengen van een provinciaal level playing
                    field voor alcoholverstrekkers;Het verschaft duidelijkheid over wat de bovenlokale
                    handhavingspartners (politie en openbaar ministerie) van de gemeenten in Noord-Brabant
                    mogen verwachten;Het verschaft duidelijkheid over wat de alcoholverstrekkers (en hun
                    belangenbehartigers) van de gemeenten in Noord-Brabant mogen verwachten;Het draagt bij
                    aan het voorkomen van een ‘waterbedeffect’ waarbij alcoholverstrekkers die zich niet aan
                    de regels wensen te houden zich verplaatsen naar een andere gemeente (binnen de regio)
                    omdat overtredingen daar niet of minder streng wordt gesanctioneerd;Het draagt bij aan
                    een betere handhaving en het terugdringen van zogenaamd ‘free rider’ gedrag.<cursief>Kader en handreiking</cursief>De Brabantse handhavingsstrategie ‘Zó
                    handhaven wij in Brabant’ vormt het algemene kader waarbinnen, ook voor wat betreft de
                    Drank- en Horecawet, kan worden gesanctioneerd. Dit beleid is dan ook een nadere
                    uitwerking van de Brabantse Handhavingsstrategie voor wat betreft het sanctioneren van
                    overtredingen bij alcoholverstrekkers. De in dit document genoemde sancties zijn een
                    handreiking, een hulpmiddel bij het bepalen van de aanpak, de sanctiehoogte en de
                    termijnen. Het is een ‘blauwdruk’, die in principe door elke gemeente kan worden
                    overgenomen als beleidsregel. Dit helpt gemeenten bij het succesvol sanctioneren. Het
                    blijft hierbij mogelijk om in individuele gevallen af te wijken. Zodoende kan het
                    bevoegde gezag, afhankelijk van de specifieke situatie en objectieve gegevens, in
                    bijzondere omstandigheden afwijken van de zwaarte van sancties, de hoogte van
                    dwangsommen en de duur van de termijnen. Het wordt sterk aanbevolen om altijd in het
                    besluit gemotiveerd aan te geven waarom er van dit beleid wordt afgeweken (de
                    individuele afweging). <vet><cursief>Procedure en communicatie
                    </cursief></vet>Alvorens over te gaan tot vaststelling zullen alle gemeenten
                    in Noord-Brabant, Politie, Openbaar Ministerie, Koninklijke Horeca Nederland, het
                    Centraal Bureau Levensmiddelen en de Slijtersunie door de Brabantse werkgroep Drank- en
                    Horecawet in de gelegenheid worden gesteld te reageren op dit beleid. Mogelijk leidt dit
                    nog tot aanpassing. Verder verdient het aanbeveling om hierover als gemeente vooraf te
                    communiceren met de plaatselijke alcoholverstrekkers. Zo kan een bijeenkomst voor
                    alcoholverstrekkers en brancheorganisatie(s) worden georganiseerd. Het doel daarbij is
                    tweeledig. Enerzijds om de regels kenbaar te maken en om zodoende het naleefgedrag te
                    bevorderen. Anderzijds voor het verkrijgen van draagvlak, onder meer door duidelijk te
                    maken dat adequaat optreden tegen de zogenaamde “free riders” positief uitwerkt voor de
                    branche als geheel en voor de individuele horecaondernemers in het bijzonder. Goed
                    naleefgedrag levert bovendien een positieve bijdrage aan een veilig uitgaansleven en
                    genereert daardoor meer klandizie. Het beleid dient door de Burgemeester en door het
                    college van Burgemeester en Wethouders te worden vastgesteld en vervolgens door elke
                    gemeente afzonderlijk bekendgemaakt te worden en ter inzage gelegd. Brabants
                    Alcohol- en Horecasanctiebeleid In dit beleid worden sanctiemaatregelen beschreven voor
                    de meest voorkomende overtredingen bij alcoholverstrekkers. Het betreft hier
                    voorkeurssancties die in het algemeen direct kunnen worden toegepast. In de bijlage is
                    een sanctietabel opgenomen. </al><al/><al/><al>1.1 Uitgangspunten handhavend optreden </al><al>Bij het constateren van overtredingen van wet- en regelgeving wordt als
                        algemeen uitgangspunt gesteld, dat er <onderstreept>in beginsel
                            altijd</onderstreept> tegen overtredingen wordt opgetreden. Dit
                        uiteraard voor zover de wettelijke bevoegdheden en de prioriteitenstelling
                        van de handhavingpartners dit toelaten. </al><al/><al>Daarnaast worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de opzet is uitgegaan van de “Brabantse Handhavingsstrategie”,
                                zoals die is vastgesteld in het kader van de regionale
                                handhavingsamenwerking. Die strategie loopt als een rode draad door
                                het gehele beleid heen. </al></li><li nr="2."><al>Dit beleid is bedoeld om overtredingen op te heffen en herhaling te
                                voorkomen. Het is ook bedoeld om risicovolle situaties op te heffen.
                            </al></li><li nr="3."><al>Bij het beoordelen van een overtreding en het bepalen van de juiste
                                sanctie wordt rekening gehouden met:</al><lijst><li nr="1."><al>de mogelijke gevolgen van die overtreding, en;</al></li><li nr="2."><al>de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan, en;
                                    </al></li><li nr="3."><al>de houding en het gedrag van de overtreder, en;</al></li><li nr="4."><al>de voorgeschiedenis, en; </al></li><li nr="5."><al>het subsidiariteit- en proportionaliteitsbeginsel. Dit wil
                                        zeggen dat de sanctie moet worden toegepast die het minst
                                        ingrijpend is en het beste past om het gestelde doel te
                                        bereiken. Dit betekent dat bij een overtreding niet
                                        standaard één bepaalde interventie mogelijk is. De
                                        toezichthouder moet in elke specifieke situatie bepalen
                                        welke sanctie de beste is. Daarbij wordt corrigerend
                                        opgetreden en eventueel ook sanctionerend. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Als de toezichthouder een overtreding constateert, past hij het
                                handhavingstappenplan <cursief>(zie tabel 1 op pagina 6)</cursief>
                                toe. Als het bevoegd gezag van het stappenplan wil afwijken, moet de
                                afwijking gemotiveerd worden. </al></li></lijst><al/><al>1.2 Basis handhaven </al><al>De wettelijke bevoegdheid (lees: beginselplicht) tot het doen naleven van
                        wetten en regels is gelegen in artikel 125 van de Gemeentewet en in
                        hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht, met name in de artikelen 5:21
                        en 5:32. </al><al>In enkele bijzondere gevallen is de handhavingbevoegdheid geregeld in de
                        desbetreffende bijzondere wet. Verder zijn in de artikelen 172 t/m 178 van
                        de Gemeentewet diverse bevoegdheden toegekend aan de burgemeester in het
                        kader van handhaving van de openbare orde, het toezicht op openbare
                        gelegenheden, ordeverstoring vanuit woningen, ongeregeldheden e.d.</al><al/><al>1.3 Sanctiemaatregelen </al><al>De Algemene wet bestuursrecht en andere wetten (waaronder de Drank- en
                        Horecawet) geven aan welke sancties het bevoegde gezag kan inzetten tegen
                        het voorkomen of voortduren van overtredingen. Deze zijn: </al><lijst><li nr="1."><al><cursief>Opleggen van een last onder
                                    bestuursdwang</cursief><cursief>,</cursief> waarbij door
                                feitelijk handelen de overtreding door of namens gemeente ongedaan
                                wordt gemaakt (artikel 125 van de Gemeentewet en afd. 5.3 van de
                                Awb). Hieronder valt ook het sluiten en verzegelen van gebouwen en
                                terreinen. De kosten van het toepassen van bestuursdwang kunnen
                                worden verhaald op de overtreder;</al></li><li nr="2."><al><cursief>Opleggen van een last onder dwangsom</cursief>, waarbij
                                onder dreiging van het invorderen van een geldbedrag de overtreding
                                ongedaan moet worden gemaakt en/of voortduring en herhaling moet
                                worden voorkomen; de last kan ook preventief worden opgelegd (afd.
                                5.4 van de Awb); </al></li><li nr="3."><al><cursief>(Tijdelijke) sluiting van de inrichting</cursief> ingevolge
                                de APV, de Drank- en Horecawet en artikel 174 Gemeentewet;</al></li><li nr="4."><al><cursief>Ontzeggen van de toegang</cursief> tot een ruimte indien in
                                strijd met de Drank- en Horecawet alcoholhoudende drank wordt
                                verstrekt (artikel 36 van de Drank- en Horecawet);</al></li><li nr="5."><al><cursief>Intrekken van de vergunning</cursief> ingevolge de APV
                                en/of de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="6."><al><cursief>Opleggen van een bestuurlijke boete</cursief> (artikel 44a
                                Drank- en Horecawet);</al></li><li nr="7."><al><cursief>Schorsen van de Drank- en Horecavergunning</cursief>
                                (artikel 32 Drank- en Horecawet);</al></li><li nr="8."><al><cursief>Tijdelijk stilleggen van de alcoholverkoop in de
                                    detailhandel</cursief> (three strikes out) (artikel 19a Drank-
                                en Horecawet).</al></li></lijst><al/><al>Daarnaast kan op basis van een aantal artikelen in de Drank- en Horecawet
                        (alleen) strafrechtelijk worden opgetreden door middel van het opmaken van
                        een proces-verbaal. </al><al/><al><cursief>Let op:</cursief> niet alle genoemde sancties mogen gelijktijdig
                        worden toegepast. </al><al>Het toepassen van maatregelen ter handhaving van de openbare orde valt onder
                        de Gemeentewet.</al><al/><al>1.4 Sanctiestrategie </al><al>In het kader van de professionalisering van de handhaving is elke gemeente
                        aan te bevelen om een sanctiestrategie vast te stellen. Binnen de regionale
                        handhavingsamenwerking is een sanctiestrategie voor het omgevingsrecht
                        opgesteld, de zogenaamde “Brabantse handhavingstrategie”. Deze strategie is
                        overigens – en zeker als wijze van aanpak c.q. stappenplan – goed bruikbaar
                        voor overtredingen van overige wetgeving, waaronder de Drank- en Horecawet.
                        De strategie deelt overtredingen grofweg op in 3 categorieën, met elk hun
                        eigen aanpak. De categorieën zijn, van zwaar naar licht: </al><al/><lijst><li nr="1."><al><cursief>Categorie 0 (spoedeisend):</cursief> Bij Categorie
                                0-overtredingen gaat het om urgente, ernstige zaken die direct
                                dienen te worden beëindigd. Er is sprake van acuut gevaar voor
                                natuur en milieu en/of de volksgezondheid is in gevaar en/of de
                                veiligheid is in het geding. Er is snelheid vereist om tot
                                beëindiging van de overtreding te komen.</al></li><li nr="2."><al><cursief>Categorie 1:</cursief> Categorie 1-overtredingen zijn
                                ernstige overtredingen maar er is geen sprake van een acute
                                (gevaar)situatie. Een overtreding kan ook als categorie 1 worden
                                aangemerkt als er verzwarende omstandigheden met betrekking tot de
                                overtreder aan de orde zijn.</al></li><li nr="3."><al><cursief>Categorie 2:</cursief> Categorie 2-overtredingen zijn de
                                overige overtredingen. Deze overtredingen zijn van minder
                                belangrijke aard, bijvoorbeeld administratieve vereisten,
                                signaleringen en gedragingen. </al></li></lijst><al/><al>Overtreding</al><al/><al>Acties</al><al>Categorie 0</al><al>Direct toepassen bestuursdwang</al><lijst><li nr="1."><al>Geen begunstigingstermijn</al></li><li nr="2."><al>Afschrift aan RMT (indien overtreding milieugerelateerd is)</al></li></lijst><al>Categorie 1</al><lijst><li nr="1."><al>Bestuurlijke waarschuwing - Voornemen met hersteltermijn<extref doc="https://cvdr.overheid.nl/CVDR/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftn1">[1]</extref> bekend maken - Termijn zienswijze bekend maken -
                                Afschrift aan RMT (indien overtreding milieugerelateerd is)</al></li></lijst><al/><al>Indien <onderstreept>niet</onderstreept> tijdig hersteld:</al><lijst><li nr="1."><al>Sanctiebeschikking (opleggen last onder dwangsom / bestuursdwang) en
                                afschrift aan RMT (indien overtreding milieugerelateerd is) </al></li></lijst><al>Indien <onderstreept>niet</onderstreept> tijdig hersteld:</al><lijst><li nr="1."><al>Verbeuren en innen dwangsom / uitvoering bestuursdwang</al></li></lijst><al>Categorie 2</al><lijst><li nr="1."><al>Brief met hersteltermijn </al></li></lijst><al>Indien <onderstreept>niet</onderstreept> tijdig hersteld:</al><lijst><li nr="1."><al>Bestuurlijke waarschuwing - Voornemen met hersteltermijn bekend
                                maken - Termijn zienswijze bekend maken - Afschrift aan RMT (indien
                                overtreding milieugerelateerd is)</al></li></lijst><al/><al>Indien <onderstreept>niet</onderstreept> tijdig hersteld:</al><lijst><li nr="1."><al>Sanctiebeschikking (opleggen last onder dwangsom / bestuursdwang) en
                                afschrift aan RMT (indien overtreding milieugerelateerd is) </al></li></lijst><al>Indien <onderstreept>niet</onderstreept> tijdig hersteld:</al><lijst><li nr="1."><al>Verbeuren en innen dwangsom / uitvoering bestuursdwang</al></li></lijst><al><extref doc="https://cvdr.overheid.nl/CVDR/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftnref1">[1]</extref> De lengte van de termijn wordt bepaald aan de hand van het
                        soort overtredingen en de termijn waarbinnen deze overtredingen
                        redelijkerwijs kunnen worden verholpen. </al><al/><al><cursief>Spoedeisende bestuursdwang</cursief></al><al>Spoedeisende bestuursdwang in de vorm van sluiting van een horecabedrijf
                        (door de burgemeester) kan bijvoorbeeld geschieden wanneer:</al><lijst><li nr="1."><al>Daar door misdrijf verkregen voorwerpen zijn verworven, voorhanden
                                zijn of worden overgedragen dan wel zijn bewaard of verborgen;</al></li><li nr="2."><al>Daar wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie
                                aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning dan wel verlof is
                                verleend;</al></li><li nr="3."><al>Zich daar andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de
                                vrees wettigen dat het geopend blijven van die ruimte ernstig gevaar
                                oplevert voor de openbare orde;</al></li><li nr="4."><al>Daar is gehandeld in strijd met het bepaalde in de Opiumwet.</al></li></lijst><al/><al>1.5 Uitvoeringstrategie </al><al>Als uitgangspunt geldt: “Wie A zegt, moet ook B zeggen”! Zodoende zal een
                        eenmaal opgestart handhavingtraject ook moeten worden afgerond. Het
                        handhavend optreden door gemeente, politie en het Openbaar Ministerie (OM)
                        moet immers effectief en geloofwaardig zijn. Anders wordt het sanctiebeleid
                        een papieren tijger en zal het naleefgedrag afnemen. </al><al>Elke overtreding dient dus <onderstreept>in beginsel</onderstreept> te
                        leiden tot handhavend optreden. Uiteraard indien en voor zover de partners
                        daartoe bevoegd zijn en voor zover hun prioriteitenstelling daarmee
                        strookt.</al><al/><al>De opgelegde bestuurs- en strafrechtelijke maatregelen dienen daadwerkelijk
                        ten uitvoer te worden gelegd<extref doc="https://cvdr.overheid.nl/CVDR/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftn1">[1]</extref>. Dit betekent het daadwerkelijk invorderen van de
                        verbeurde dwangsommen<extref doc="https://cvdr.overheid.nl/CVDR/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftn2">[2]</extref> en het effectueren van de bestuursdwang. Indien er
                        proces-verbaal is opgemaakt, dient dit bij voorkeur te leiden tot een
                        strafrechtelijke vervolging.</al><al/><al>1.6 Bepalen zwaarte sanctie </al><al>De hoogte van de dwangsom dient proportioneel te zijn (in redelijke
                        verhouding te staan) tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde
                        werking van de dwangsomoplegging. </al><al>Voor het bepalen van de dwangsom kunnen bijvoorbeeld de kosten voor het
                        ongedaan maken van de overtreding(en) als uitgangspunt worden genomen. De
                        daardoor verkregen hoogte van de dwangsom mag in het kader van de beoogde
                        werking worden verhoogd met een “toeslag”, bijvoorbeeld van 25%. Dit is
                        volgens jurisprudentie toegestaan. De dwangsom mag immers niet worden gezien
                        als een afkoopsom. Om die reden en om de beoogde werking van de
                        dwangsomoplegging veilig te stellen, mag de dwangsom hoger zijn dan het
                        bedrag voor het ongedaan maken van de overtreding. </al><al/><al>Het opleggen van sancties is geen doel op zich. Sancties zijn in eerste
                        instantie bedoeld als pressiemiddel om de overtredingen ongedaan te maken.
                        Ook gaat er van het hebben van sanctiemiddelen een preventieve werking uit.
                        Blijft een ondernemer of burger echter volharden in zijn overtreding, dan
                        wordt de sanctie ook daadwerkelijk toegepast of uitgevoerd. </al><al/><al>Ook bij het inzetten van een last onder bestuursdwang dient de zwaarte van
                        de dwangmaatregel in proportie te staan tot de aard, de gevaarzetting en de
                        urgentie van de overtreding. </al><al>Als de maatregel is gericht op een tijdelijke sluiting van een bedrijf, dan
                        dient zowel de sluiting zelf, als de duur van de sluiting in een redelijke
                        verhouding te staan tot de zwaarte van de overtreding. </al><al>Zoals eerder gesteld, kan er in specifieke situaties worden afgeweken van de
                        in deze beleidsnota voorgestelde sancties en termijnen. Hierbij is artikel
                        4:84 Awb van belang. Het bestuursorgaan handelt namelijk overeenkomstig de
                        beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou
                        hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding
                        tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Geadviseerd wordt wel om de
                        motivatie voor het afwijken in het besluit op te nemen. Enerzijds doet dit
                        recht aan de transparantie van de handhaving en anderzijds wordt daarmee een
                        motiveringsgebrek voorkomen in bezwaar- en beroepzaken. </al><al>1.7 Uitwisseling informatie/gegevens </al><al>Bij het gezamenlijk handhavend optreden worden desgevraagd de relevante
                        gegevens uitgewisseld tussen gemeenten onderling en tussen gemeente en
                        politie, indien en voor zover deze noodzakelijk zijn voor een adequaat
                        bestuurs- en/of strafrechtelijk optreden. Voor persoonlijke en gevoelige
                        gegevens geldt uiteraard een geheimhoudingplicht. Deze data dienen
                        vertrouwelijk te worden behandeld.</al><al/><al>Sanctietabel Brabants alcohol- en horecasanctiebeleid </al><al>Dit beleid is uitgewerkt in een <extref doc="https://cvdr.overheid.nl/CVDR/Algemeen/Xopus/xopus/Sanctietabel%20Brabants%20Alcohol-%20en%20Horecasanctiebeleid%20december%202012%20V01.pdf">sanctietabel Brabants alcohol- en horecasanctiebeleid</extref>. Het
                        betreft hier een apart document. Voor zover noodzakelijk geacht zijn
                        hieronder een aantal begrippen uit de sanctietabel verder uitgewerkt.</al><al/><al><extref doc="https://cvdr.overheid.nl/CVDR/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftnref1">[1]</extref> Behoudens uitzonderlijke omstandigheden, zoals overmacht
                        en niet-voorzienbare zaken. Op basis van het opportuniteits­beginsel zal het
                        Openbaar Ministerie vanuit haar wettelijke bevoegdheid beslissen over
                        strafrechtelijke vervolging.</al><al><extref doc="https://cvdr.overheid.nl/CVDR/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftnref2">[2]</extref> Denk aan de fatale invorderingstermijn van een jaar (art.
                        5:35 Awb).</al><al/><al>2.1 . Begrip ‘recidive’ </al><al>Bij recidive is aansluiting gezocht bij de eerder genoemde Brabantse
                        Handhavingsstrategie. Wanneer een alcoholverstrekker of alcoholgebruiker een
                        overtreding begaat en daarvoor een sanctiebeschikking krijgt, wordt dezelfde
                        overtreding van de dezelfde overtreder binnen 2 jaar na de 1<sup>e</sup>
                        sanctiebeschikking beschouwd als recidive.</al><al/><al>Voor zover de periode van 2 jaar verstrijkt zonder overtreding door de
                        alcoholverstrekker (exploitant) of alcoholgebruiker, vervalt deze termijn en
                        wordt bij een nadien gepleegde overtreding in beginsel weer gestart met de
                        eerste stap in de sanctiestrategie in de oorspronkelijke
                        sanctiecategorie.</al><al/><al>Als de aanbevolen sanctie niet effectief blijkt te zijn, ligt het voor de
                        hand te kiezen voor een ander (effectief) sanctiemiddel.</al><al/><al>2.2. Begrip ‘overtreder’ </al><al>Als een overtreding vaker heeft plaatsgevonden maar de overtreder vanwege
                        juridische constructies verschillend is, is in formele zin geen sprake van
                        recidive. Als kan worden aangetoond dat de overtreder dezelfde natuurlijke
                        persoon betreft dan dient de overtreding te worden aangemerkt als recidive.
                        In de sanctiebeschikking dient dit expliciet te worden verantwoord.</al><al/><al>2.3 . Scope </al><al>Dit beleid beperkt zich tot overtredingen en de daartegen te treffen
                        aanbevolen sancties bij horeca- en alcoholgerelateerde zaken. Er wordt per
                        overtreding een sanctiemiddel aanbevolen. Daarnaast zijn natuurlijk nog
                        andere sanctiemiddelen per overtreding mogelijk, dit ter beoordeling van de
                        gemeente zelf.</al><al/><al><cursief>Wet- en regelgeving</cursief></al><al>In de sanctietabel alleen de direct horeca- en alcoholgerelateerde
                        overtredingen op grond van de volgende wet- en regelgeving nader
                        uitgewerkt:</al><lijst><li nr="1."><al>Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="2."><al>Algemene Plaatselijke Verordening<extref doc="https://cvdr.overheid.nl/CVDR/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftn1">[1]</extref> (o.a. exploitatievergunning, sluitingstijden en
                                terrassen);</al></li><li nr="3."><al>Wet milieubeheer (alleen voor geluid);</al></li><li nr="4."><al>Wet op de kansspelen (speelautomaten);</al></li><li nr="5."><al>Wet wapens en munitie;</al></li><li nr="6."><al>Gemeentewet (ordeverstoringen en ernstige incidenten).</al></li></lijst><al/><al>Voor de volgende onderdelen/aspecten wordt verwezen naar de <extref doc="http://www.handhaveninbrabant.nl/default/onderwerpen/brabantsehhstrategie/handreikingbestsanctiestrategie/id_64588">Handreiking bestuurlijke sanctiemiddelen</extref>:</al><lijst><li nr="1."><al>Brandveiligheid;</al></li><li nr="2."><al>Bestemmingsplan;</al></li><li nr="3."><al>Milieu;</al></li><li nr="4."><al>Bouw;</al></li><li nr="5."><al>Eventuele andere onderwerpen.</al></li></lijst><al>Dit heeft als reden dat deze onderdelen bij veel meer inrichtingen, naast
                        horeca- en slijtersbedrijven, van toepassing zijn en deze daarom niet
                        specifiek in dit beleid zijn opgenomen.</al><al/><al><cursief>Verwijdering paragraaf 5.3 uit Handreiking bestuurlijke
                            sanctiemiddelen</cursief></al><al>Paragraaf 5.3 ‘Overtredingen in de horeca’ wordt verwijderd uit de
                        handreiking bestuurlijke sanctiemiddelen, met dien verstande dat de
                        onderdelen ‘Brandveiligheid’, ‘Wet Milieubeheer’ en ‘Bestemmingsplan’ die nu
                        onder deze paragraaf staan, opgenomen dienen te worden in de overgebleven
                        paragrafen. Dit om verwarring en eventuele tegenstrijdigheid te voorkomen.
                        Deze 3 onderdelen raken naast horeca-inrichtingen, namelijk nog veel meer
                        inrichtingen. </al><al/><al><cursief>Dwangsom</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Bij het sanctiemiddel ‘dwangsom’ zijn de hoogtes van de dwangsommen
                                vermeld die opgelegd kunnen worden. Bij deze bedragen is de hoogte
                                van de bestuurlijke boete als uitgangspunt genomen.</al></li><li nr="2."><al>Het maximum van de dwangsom is gesteld op 3 x de opgelegde dwangsom.
                            </al></li><li nr="3."><al>Bij veel overtredingen is uitgegaan van een dwangsom per
                                m<sup>2</sup>. Het aantal m<sup>2</sup>’s wordt berekend aan de hand
                                van de oppervlakte van de lokaliteiten in het horeca- dan wel
                                slijtersbedrijf. Het terras behoort ook tot het horecabedrijf. Deze
                                oppervlaktes zijn onder andere terug te vinden in de Drank- en
                                Horecavergunning. </al></li></lijst><al/><al><cursief>Bestuurlijke boete</cursief></al><al>De bestuurlijke boete is in een aparte kolom opgenomen, dit voor gemeenten
                        die de bestuurlijke boete gebruiken in het kader van ‘horeca’. Er dient
                        rekening gehouden te worden met verhoging van de genoemde bestuurlijke
                        boetebedragen in verband met recidive (zie hiervoor het Besluit Bestuurlijke
                        boete Drank- en Horecawet). </al><al/><al><cursief>Concreet zicht op legalisatie</cursief></al><al>De ondernemer wordt in het voornemen enkel de kans geboden om een vergunning
                        aan te vragen en/of de aanvraagprocedure af te wachten (legalisatie)
                        (gedurende deze procedure is het bedrijf dus open) onder voorwaarde
                        dat:</al><lijst><li nr="1."><al>het geldende bestemmingsplan horeca toestaat op dat perceel;</al></li><li nr="2."><al>er geen (andere) wettelijke belemmeringen (o.a. antecedenten;
                                sociale hygiëne) bestaan;</al></li><li nr="3."><al>er geen aanleiding is om aan te nemen dat er sprake zal zijn van
                                verstoringen van de openbare orde en veiligheid waardoor gevaarlijke
                                situaties kunnen ontstaan als de exploitatie doorgaat;</al></li><li nr="4."><al>er geen sprake is van een onderneming op een nieuwe locatie;</al></li><li nr="5."><al>er naar het oordeel van burgemeester en wethouders concreet geen
                                aanleiding is te veronderstellen dat niet handhavend optreden leidt
                                tot verstoringen van concurrentieverhoudingen, een ongewenste
                                precedentwerking of schadeclaims;</al></li><li nr="6."><al>de ondernemer kan aantonen dat hij juridisch en feitelijk over de
                                onderneming kan beschikken;</al></li><li nr="7."><al>er sprake is van een ongewijzigde voortzetting van de aard van de
                                exploitatie;</al></li><li nr="8."><al>voor het over te nemen bedrijf een rechtsgeldige Drank- en
                                Horecavergunning is verleend;</al></li><li nr="9."><al>een ontvankelijke vergunningaanvraag - voor zover nog niet ingediend
                                - binnen de gestelde termijn van 14 dagen wordt ingediend en een in
                                deze aanvraag opgenomen leidinggevende tijdens de openingsuren van
                                het bedrijf steeds aanwezig is;</al></li><li nr="10."><al>de onderneming staat ingeschreven in het handelsregister van de
                                Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="11."><al>er geen BIBOB-tip van het Openbaar Ministerie is ontvangen.</al></li></lijst><al/><al>Bij het voornemen wordt daarom - voor zover al niet in het bezit van de
                        ondernemer c.q. al aangevraagd - tevens een set aanvraagformulieren
                        meegezonden. De indieningstermijn van de aanvraag en/of zienswijzen bedraagt
                        14 dagen.</al><al/><al/><al><extref doc="https://cvdr.overheid.nl/CVDR/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftnref1">[1]</extref> De modelverordening van de VNG (laatst gewijzigd
                        11-07-2012) is hierbij als uitgangspunt gebruikt.</al></tekst></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>