<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR31415_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering gemeente Roermond</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 22-06-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Roermond</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0020611&amp;g=2013-04-03">Wet inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-06-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/016/2</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering gemeente Roermond</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING WET INBURGERING</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Roermond;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>Een nog in te richten frontoffice inburgering bij
                                        publiekszaken met als taken voorlichten en informeren over
                                        rechten en plichten in het kader van de wet en over de
                                        mogelijkheden om inburgeringscursussen te volgen in de regio
                                        indien zij niet in aanmerking komen voor een gemeentelijk
                                        aanbod of indien zij dit aanbod afwijzen. </al></li><li nr="b."><al>Bepaalde, nader aan te wijzen, bijzondere groepen
                                        inburgeringsplichtigen wijzen op de mogelijkheid om gebruik
                                        te maken van gemeentelijke inburgeringsvoorzieningen en
                                        wijzen op de rechten en plichten die daarmee samenhangen en
                                        de gevolgen van het afwijzen van een gemeentelijk aanbod van
                                        een inburgeringsvoorziening. </al></li><li nr="c."><al>Informatieverstrekking over de Informatie- en Beheergroep en
                                        verwijzing hiernaar voor die inburgeringsplichtigen die geen
                                        inburgeringsvoorziening aangeboden krijgen of een
                                        gemeentelijk aanbod afwijzen. </al></li><li nr="d."><al>Informatieverstrekking via de website van de gemeente
                                        Roermond met verwijzing naar landelijk relevante websites.
                                    </al></li><li nr="e."><al>Indien nodig een tolk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de twee jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in overeenstemming met artikel 19a, eerste lid, WI
                                voor elke inburgeringsplichtige een inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening vaststellen zonder dat daaraan een procedure
                                van aanbod (door het college) en aanvaarding (door de
                                inburgeringsplichtige) vooraf hoeft te gaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt inburgeringsplichtigen ondersteuning aan bij het
                                voldoen van de inburgeringsplicht en kan, voor zover het college dat
                                noodzakelijk acht, een voorziening aanbieden gericht op het behalen
                                van het inburgeringsexamen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het college weegt bij de ondersteuning en het aanbod van
                                        voorzieningen af of de keuze het meest doelmatig is met het
                                        oog op het behalen van het inburgeringsdiploma, gelet op de
                                        mogelijkheden en capaciteiten van een
                                        inburgeringsplichtige,</al></li><li nr="b."><al>Het college stemt het aanbod van een inburgeringsvoorziening
                                        af op de afstand van de inburgeringsplichtige tot de
                                        arbeidsmarkt, de opvoedingstaken en het bevorderen van de
                                        emancipatie en van de participatie aan de samenleving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bepaalt jaarlijks, mede aan de hand van beschikbare
                                middelen, aan welke groepen inburgeringsplichtigen een voorziening
                                wordt vastgesteld waarbij hij bij voorrang een
                                inburgeringsvoorziening kan vaststellen op basis van de volgende
                                criteria:</al><lijst><li nr="-"><al>het hebben van een afstand tot de arbeidsmarkt; </al></li><li nr="-"><al>het hebben van een opvoedingstaak;</al></li><li nr="-"><al>het bevorderen van de emancipatie en van de participatie aan
                                        de samenleving. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, of de
                                taalkennisvoorziening af op het startniveau en de vaardigheden, de
                                persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening op de
                                voorziening daarop wordt afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien nodig en wenselijk zal een inburgeringsvoorziening of een
                                taalkennisvoorziening, naast datgene dat in de wet is geregeld, een
                                of meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>trajectbegeleiding; </al></li><li nr="b."><al>voortgangsbegeleiding. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor inburgeraars waarvoor kinderopvang noodzakelijk is en niet op
                                andere wijze hierin kan worden voorzien, regelt het college
                                kinderopvang binnen het contract met het instituut dat de
                                inburgeringscursus verzorgt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor zodanige situering van de leslocaties
                                dat deze goed bereikbaar zijn voor de inburgeraars. Daar waar
                                additioneel vervoer naar het oordeel van het college noodzakelijk is
                                om de leslocatie te bereiken wordt daarin voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid van de Wet,
                                wordt afgestemd op de financiële situatie van de inburgeraar en
                                indien naar het oordeel van het college nodig in termijnen
                                betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening de termijnen van
                                betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de
                                algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of de
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een
                                    tijdstip dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>Het vaststellen van de inburgeringsplicht;</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="d."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling; en</al></li><li nr="f."><al>in geval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bijzondere gevallen</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen het bepaalde in de verordening
                            ten gunste van de inburgeringsplichtige buiten toepassing laten of
                            daarvan afwijken, voor zover de toepassing daarvan, gelet op het doel
                            van de verordening, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Rapportage</titel></kop><al>Het college informeert de commissie Welzijn door middel van een
                            rapportage halfjaarlijks over: </al><lijst><li nr="-"><al>de voortgang van de inburgering;</al></li><li nr="-"><al>de doelgroepen en het aantal deelnemers aan de
                                    inburgeringscursussen;</al></li><li nr="-"><al>het aantal opgelegde boetes en de hoogte daarvan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 20 mei 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Roermond.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Met ingang van 1 januari 2009 is de Wet inburgering (WI) gewijzigd. Het gaat
                        om de volgende wijzigingen: </al><lijst><li nr="-"><al>Het college van burgemeester en wethouders krijgt de bevoegdheid om
                                aan iedere inburgeringsplichtige een inburgeringsvoorziening aan te
                                bieden. Deze wijziging heeft terugwerkende kracht tot en met 1
                                november 2007. </al></li><li nr="-"><al>Het college krijgt de mogelijkheid om een inburgeringsprogramma aan
                                te bieden dat gericht is op het staatsexamen Nederlands als tweede
                                taal. Deze wijziging heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari
                                2008. </al></li><li nr="-"><al>Het college krijgt de bevoegdheid om in plaats van een
                                inburgeringsvoorziening een taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                                een inburgeringsplichtige die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2
                                volgt of gaat volgen. Deze wijziging werkt terug tot en met 1
                                september 2008. </al></li><li nr="-"><al>De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat het college een
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan vaststellen,
                                zonder dat daar een procedure van aanbieden van een
                                inburgeringsvoorziening door het college en aanvaarding daarvan door
                                de inburgeringsplichtige aan vooraf hoeft te gaan. De
                                inburgeringsplichtige is direct verplicht medewerking te verlenen
                                aan de uitvoering van de vastgestelde voorziening. </al></li></lijst><al>De gemeenteraad dient bij verordening regels te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen,
                        bevoegdheid te verlenen aan het college van het vaststellen van een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening ten behoeve van
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening is vastgesteld. </al><al>Ten slotte dient de gemeenteraad de hoogte het bedrag vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd. Dit laatste is apart geregeld in de Boeteverordening in het kader
                        van de Wet inburgering.</al><al>In deze verordening Wet inburgering is de regeling neergelegd waarmee de
                    gemeenteraad het college de bevoegdheid geeft inburgeringsvoorzieningen en
                    taalkennisvoorzieningen vast te stellen, zonder dat eerst een aanbod aan de
                    inburgeringsplichtigen wordt gedaan (het vaststellingstelsel). </al><al>De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van
                    derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                    verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de
                    eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                    centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich
                    wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                    voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting). </al><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo
                        hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente
                        goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze
                        wet. </al><al>Daarnaast hebben gemeenten de taak aan inburgeringsplichtigen die daarvoor
                        op grond van de wet of het gemeentelijk beleid in aanmerking komen een
                        inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt
                        inburgeringsplichtigen toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen
                        Nederlands als tweede taal. In plaats van een inburgeringsvoorziening mogen
                        gemeenten aan inburgeringsplichtigen die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2
                        volgen of gaan volgen een taalkennisvoorziening aanbieden. </al><al>Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen
                        handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een
                        inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die
                        voor hem gelden. </al><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening
                        regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                                inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit
                                hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                                inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                                inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorziening en over de
                                rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                                inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld
                                (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, WI).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                                verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35
                                WI).</al></li><li nr="4."><al>Facultatief: bepalen dat het college een inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening kan vaststellen, zonder dat eerst een aanbod
                                wordt gedaan (artikel 19a, eerste lid, WI).</al></li></lijst><tussenkop>De bevoegdheid om een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                    direct vast te stellen </tussenkop><al>Artikel 19a, eerste lid, WI geeft de bevoegdheid aan de gemeenteraad om bij
                    verordening te bepalen dat het college een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening niet aanbiedt aan een inburgeringsplichtige, maar deze
                    direct vaststelt. Indien de gemeenteraad van deze bevoegdheid gebruik heeft
                    gemaakt, kan het college niet een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening aan een inburgeringsplichtige aanbieden, waarbij deze de
                    mogelijkheid heeft de aangeboden voorziening te weigeren. De
                    inburgeringsplichtige is direct verplicht medewerking te verlenen aan de
                    uitvoering van de vastgestelde voorziening (artikel 23, eerste lid, WI). </al><al>Het vaststellingstelsel kan niet met terugwerkende kracht worden ingevoerd.
                        Het college kan pas inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen
                        direct vaststellen als de gewijzigde WI in werking is getreden én de
                        gemeentelijke verordening die deze bevoegdheid aan het college toekent van
                        kracht is. </al><al>Het vaststellingstelsel geldt voor alle inburgeringsplichtigen die voor een
                        voorziening in aanmerking komen. Dit houdt dus in dat het aanbodstelsel
                        wordt verlaten. </al><tussenkop>Regels over de informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen</tussenkop><al>Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat
                    dan om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie
                    over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die
                    voorzieningen.</al><tussenkop>Regels met betrekking tot het vaststellen van
                    inburgeringsvoorzieningen</tussenkop><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door
                    het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. Alle
                    inburgeringsplichtigen kunnen in beginsel in aanmerking komen voor een
                    voorziening. De gemeenteraad bepaalt welke groepen inburgeringsplichtigen in
                    aanmerking komen voor een voorziening en welke groepen op eigen kracht dienen in
                    te burgeren. </al><al>Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het
                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal
                        kosteloos afleggen van dat examen. De inburgeringsplichtige is verplicht een
                        eigen bijdrage van € 270 te betalen voor de inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving
                        van de kennis van de Nederlands taal die noodzakelijk is voor het kunnen
                        afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid,
                        WI).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een
                        inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit
                        maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid, WI). </al><al/><tussenkop>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete </tussenkop><al/><al>Artikel 35 van de WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. Artikel 34 van de WI bepaalt het bedrag dat ten hoogste
                        als bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al><al>In de voormalige Verordening Wet inburgering gemeente Roermond zijn de
                        maximumhoogtes, als bedoeld in artikel 34 van de WI, overgenomen. Om
                        verscheidenheid te voorkomen, zijn in de boeteverordening in het kader van
                        de Wet inburgering de gedragingen waarvoor een boete opgelegd moet worden en
                        de hoogtes van deze boetes opgenomen. </al><al/><tussenkop>De procedure van het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening </tussenkop><al/><al>Het vaststellen van een inburgeringsvoorziening op taalkennisvoorziening
                        begint met het houden van de intake. In de intake wordt met de
                        inburgeringsplichtige gesproken over de voorziening die het college voor
                        betrokkene geschikt acht. Er zijn vervolgens vier mogelijkheden: </al><lijst><li nr="1."><al>In de intake blijkt dat het college aan de inburgeringsplichtige
                                geen voorziening wil verstrekken (bijvoorbeeld omdat betrokkene niet
                                tot de prioritaire groepen behoort). Het college stelt geen
                                voorziening vast en kan een handhavingsbeschikking nemen (voor de
                                oudkomer) of een kennisgeving afgeven (voor een nieuwkomer);</al></li><li nr="2."><al>De gemeente biedt een voorziening aan en de inburgeringsplichtige is
                                het hiermee eens. De gemeente neemt een beschikking;</al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige vindt de inburgeringsvoorziening niet
                                gepast en geeft aan zelf op een andere wijze aan de
                                inburgeringsplicht te zullen voldoen. Het college stemt hiermee in
                                en neemt alleen een handhavingsbeschikking (voor een oudkomer) of
                                een kennisgeving (voor een nieuwkomer);</al></li><li nr="4."><al>Het college acht een inburgeringsvoorziening geschikt maar de
                                inburgeringsplichtige wil deze voorziening niet. Het college heeft
                                de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening vast te stellen, tegen
                                de zin van betrokkene in.</al></li></lijst><al/><al>Het verschil met het aanbodstelsel schuilt in de laatste mogelijkheid. Een
                    gemeente die het aanbodstelsel hanteert is als ze een aanbod doet afhankelijk
                    van de medewerking van de inburgeringsplichtige. De inburgeringsplichtige kan
                    immers het aanbod aanvaarden maar ook afwijzen. De gemeente Roermond, die het
                    vaststellingstelsel hanteert, is niet afhankelijk van de bereidheid van de
                    inburgeringsplichtige akkoord te gaan met de voorziening die het college voor de
                    betrokken inburgeringsplichtige passend vindt. </al><tussenkop> Artikelgewijze toelichting</tussenkop><al/><al>Opmerking vooraf: </al><al>In de Wet inburgering is het begrip “inburgeringsvoorziening” uitgebreid met
                        “taalkennisvoorziening”. In de hieronder staande toelichting worden beide
                        begrippen waar mogelijk afzonderlijk genoemd. In een enkel geval wordt uit
                        overweging van leesbaarheid het woord “voorziening” gehanteerd, waarmee
                        zowel inburgeringsvoorziening als taalkennisvoorziening wordt
                        aangeduid.</al><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de
                    Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 2 De informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen</tussenkop><al/><al>De gemeente Roermond heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar
                        gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit
                        de Wet inburgering. </al><al>Het college van de gemeente Roermond maakt bij de informatieverstrekking aan
                        de inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>Een frontoffice inburgering bij publiekszaken met als taken
                                voorlichten en informeren over rechten en plichten in het kader van
                                de wet en over de mogelijkheden om inburgeringscursussen te volgen
                                in de regio indien zij niet in aanmerking komen voor een
                                gemeentelijk aanbod of indien zij dit aanbod afwijzen. </al></li><li nr="b."><al>Bepaalde, nader aan te wijzen, bijzondere groepen
                                inburgeringsplichtigen wijzen op de mogelijkheid om gebruik te maken
                                van gemeentelijke inburgeringsvoorzieningen en wijzen op de rechten
                                en plichten die daarmee samenhangen en de gevolgen van het afwijzen
                                van een gemeentelijk aanbod van een inburgeringsvoorziening. </al></li><li nr="c."><al>Informatieverstrekking over de Informatie- en Beheergroep en
                                verwijzing hiernaar voor die inburgeringsplichtigen die geen
                                inburgeringsvoorziening aangeboden krijgen of een gemeentelijk
                                aanbod afwijzen. </al></li><li nr="d."><al>Informatieverstrekking via de website van de gemeente Roermond met
                                verwijzing naar landelijk relevante websites. </al></li><li nr="e."><al>Indien nodig een tolk.</al></li></lijst><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de twee jaren de doeltreffendheid
                        en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen
                        en rapporteert daarover aan de raad. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</tussenkop><al/><al>In dit artikel is gebruik gemaakt van de bevoegdheid in artikel 19a, eerste
                        lid, WI om bij verordening te bepalen dat het college een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan vaststellen zonder dat
                        daaraan een procedure van aanbod (door het college) en aanvaarding (door de
                        inburgeringsplichtige) vooraf hoeft te gaan. Op grond van dit artikel kan
                        het college van de gemeente Roermond voor elke inburgeringsplichtige een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening vaststellen. </al><al>De gemeente Roermond biedt inburgeringsplichtigen ondersteuning aan bij het
                        voldoen van de inburgeringsplicht en kan, voor zover het college dat
                        noodzakelijk acht, een voorziening aanbieden gericht op het behalen van het
                        inburgeringsexamen. Het college weegt bij de ondersteuning en het aanbod van
                        voorzieningen af of de keuze het meest doelmatig is met het oog op het
                        behalen van het inburgeringsdiploma, gelet op de mogelijkheden en
                        capaciteiten van een inburgeringsplichtige. Het college stemt het aanbod van
                        een inburgeringsvoorziening af op de afstand van de inburgeringsplichtige
                        tot de arbeidsmarkt, de opvoedingstaken en het bevorderen van de emancipatie
                        en van de participatie aan de samenleving.</al><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waarvoor hij bij
                        voorrang een inburgeringsvoorziening kan vaststellen op basis van de
                        volgende criteria: </al><lijst><li nr="-"><al>het hebben van een afstand tot de arbeidsmarkt; </al></li><li nr="-"><al>het hebben van een opvoedingstaak;</al></li><li nr="-"><al>het bevorderen van de emancipatie en van de participatie aan de
                                samenleving. </al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening</tussenkop><al>Dit artikel stelt de kaders vast waarbinnen het college de opdracht heeft voor
                    iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon
                    toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen. </al><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                    wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de
                    mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren
                    aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                    inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel, zo blijkt
                    uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een inburgeringsvoorziening ten
                    behoeve van een uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige niet wordt
                    vastgesteld, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert. De Wet inburgering
                    bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd
                        <onderstreept>moet</onderstreept> worden met een voorziening gericht op
                    arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een inburgeringsvoorziening
                    wordt vastgesteld voor een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of
                    een uitkering ontvangt op grond van een andere socialezekerheidswet of
                    socialezekerheidsregeling <onderstreept>én</onderstreept> die verplicht is om
                    arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Het college
                    is verantwoordelijk voor het vaststellen van de gecombineerde
                    inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid, WI). Het tweede lid van artikel
                    4 van de verordening draagt het college op om er voor te zorgen dat de
                    inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de reïntegratievoorziening. Aangezien
                    deze voorzieningen in het kader van de uitkeringsverstrekking op grond van
                    socialezekerheidswetten of –regelingen ook door andere partijen dan het college
                    (kunnen) worden verstrekt, zal het college afspraken moeten maken met de
                    verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet of –regeling: het
                    Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), eigenrisicodragers of
                    overheidswerkgevers (artikel 21 WI). </al><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel
                    van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan opnemen. In de wet
                    is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan: een
                    cursus die toeleidt naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands
                    als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende
                    examen (artikel 19, derde lid, WI). </al><al>Ten overvloede wordt gewezen op het feit dat het inburgeringsexamen ook een
                    praktijkgericht deel omvat, waarin de praktische (taal)vaardigheden worden
                    getoetst. Het is vanzelfsprekend dat bij de samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van deze
                    vaardigheden. Daarbij zal de inzet van duale trajecten een belangrijke rol
                    vervullen.</al><tussenkop>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage </tussenkop><al>In de verordening zijn regels gesteld die betrekking hebben op de inning van de
                    eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de mogelijkheid
                    van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De hoogte van de eigen
                    bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit bedrag kan bij algemene
                    maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid, WI). </al><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige
                    het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal termijnen te betalen. Artikel
                    24, eerste lid, WI maakt het bij inburgeringsplichtigen die algemene bijstand
                    ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met deze
                    uitkering. Als het college wil overgaan tot verrekening, moet dat worden
                    vastgelegd in de beschikking tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening. </al><al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV ontvangt, kan het college
                    het UWV verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te houden op de
                    uitkering van het UWV (artikel 24, tweede lid, WI). In dit geval int het UWV de
                    eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. Deze wijze van verrekening geschiedt
                    door het UWV en niet door de gemeente, en wordt dus niet in deze verordening
                    geregeld. </al><tussenkop>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</tussenkop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van de
                    inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Dit artikel
                    delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel
                    worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening op te leggen. Het college legt
                    in de beschikking tot de vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening deze verplichtingen vast. </al><tussenkop>Artikel 7 De inhoud van de beschikking</tussenkop><al>Het besluit tot het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening is een beschikking. Dit betekent dat de
                    inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar en
                    beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval
                    in de beschikking moeten worden neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de daaraan
                    verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten
                    worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn
                    medewerking te verlenen aan de uitvoering van de inburgeringsvoorziening of de
                    taalkennisvoorziening (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen
                    mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn
                    omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de beschikking)
                    bekend zijn gemaakt. </al><al/><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, WI). In de
                        beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt
                        (onderdeel c). </al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                        termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                        plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                        bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.</al><al/><al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het college
                    een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening vaststelt voor een
                    oudkomer, dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen
                    waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat
                    (artikel 22, tweede lid, juncto artikel 26 WI). Binnen vijf jaar ná deze datum
                    moet de betreffende oudkomer het inburgeringexamen hebben behaald. Het college
                    kan zelf bepalen wanneer de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van
                    start gaat. Het ligt voor de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en
                    bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop de inburgeringsvoorziening van
                    start gaat). De precieze datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat,
                    zal niet altijd bekend zijn op het moment dat deze wordt toegekend. Bovendien
                    past het vaststellen van een datum van aanvang van handhaving van de
                    inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop met de
                    inburgeringsvoorziening kan worden begonnen bij het uitgangspunt van de wet dat
                    de betreffende persoon als oudkomer inburgeringsplichtig is en in beginsel zelf
                    verantwoordelijk is voor voldoen aan de inburgeringsplicht. </al><tussenkop>Artikel 8 Bijzondere gevallen </tussenkop><al>In dit artikel is sprake van een hardheidsclausule als bedoeld in artikel 4:84
                    van de Algemene wet bestuursrecht. Het college handelt overeenkomstig deze
                    verordening, tenzij dat voor een of meer inburgeringsplichtigen gevolgen zou
                    hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot
                    de met de verordening te dienen doelen</al><tussenkop>Artikel 9 Inwerkingtreding </tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al><tussenkop>Artikel 10 Citeertitel </tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>