<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR314090_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening reinigingsheffingen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wijkse Courant, www.wijkbijduurstede.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reinigingsheffingen verordening 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening reinigingsheffingen 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders</al><al>d.d. 19 november 2013 nr. ; 20131210 10 RV</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                        reinigingsrechten 2014 (Verordening reinigingsheffingen).</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet><onderstreept>Inleidende
                            bepaling</onderstreept></vet></al><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><al>1 een afvalstoffenheffing;</al><al>2 reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a perceel: een gebouwde onroerende zaak -of een gedeelte ervan- dat
                            blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel
                            door een particuliere huishouding te worden gebruikt en ook als zodanig
                            wordt gebruikt. Met perceel wordt gelijkgesteld: een sta-caravan, een
                            woonboot, een woonwagen en een demontabel zomer- of vakantiehuisje,
                            indien gebruikt door een particuliere huishouding.</al><al>b bedrijfspand: een gebouwde onroerende zaak -of een zelfstandig
                            gedeelte ervan- geen perceel zijnde.</al><al>c bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig van bedrijven en instellingen,
                            welke door omvang of hoeveelheid in aanmerking komen voor het periodiek
                            inzamelen gelijktijdig met de inzameling van huishoudelijke
                            afvalstoffen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard der heffing</titel></kop><al>Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een belasting geheven als
                            bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>1 De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk
                            gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel
                            10.11 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                            huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al><al>2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><al>a degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens
                            eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik
                            maakt van het perceel;</al><al>b ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene
                            die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per belastingjaar € 212,26 per perceel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvang belastingplicht in de loop van het belastingjaar</titel></kop><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                            wordt de belasting bedoeld in artikel 5, geheven over zoveel twaalfde
                            gedeelten als na aanvang van de belastingplicht nog volle
                            kalendermaanden in het belastingjaar overblijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al><vet><onderstreept>Ontheffing in geval van beëindiging van de
                                    belastingplicht in de loop van het
                                belastingjaar</onderstreept></vet></al><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            wordt ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten van het in
                            artikel 5 vermelde bedrag, als na het tijdstip van de beëindiging van de
                            belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al><vet><onderstreept>Wijze van heffing</onderstreept></vet></al><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al><vet><onderstreept>Termijnen van betaling</onderstreept></vet></al><al>1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990,
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee termijnen, waarvan de eerste
                            termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die
                            in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende
                            termijn twee maanden later. </al><al>2 In afwijking van het eerste lid geldt dat betaling via automatische
                            incasso in acht termijnen mogelijk is, mits wordt voldaan aan de daaraan
                            verbonden en in het Incasso Reglement van Belastingsamenwerking
                            Rivierenland (BSR) opgenomen voorwaarden.</al><al>3 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet><onderstreept>Belastbaar feit</onderstreept></vet></al><al>1 Onder de naam “Reinigingsrechten” worden rechten geheven voor het
                            genot van door de gemeente verstrekte diensten en voor het gebruik van
                            bezittingen, werken en inrichtingen als omschreven in het tweede
                            lid.</al><al>2 Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik van
                            bezittingen, werken en inrichtingen bestaat uit het periodiek
                            verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid tot
                            maximaal één minicontainer (inhoud ca. 240 liter) per inzameling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al><vet><onderstreept>Belastingplicht</onderstreept></vet></al><al>Belastingplichtig voor de reinigingsrechten is degene op wiens verzoek
                            dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of degene die van
                            de bezittingen, werken of inrichtingen, bedoeld in artikel 11 gebruik
                            maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>Het recht voor periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte
                            omvang of hoeveelheid bedraagt per belastingjaar € 212,26 (exclusief
                            omzetbelasting) per minicontainer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht, bedoeld in artikel 13, wordt bij wege van aanslag
                            geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Tijdstippen van verschuldigheid en van betaling</titel></kop><al>Het recht, bedoeld in artikel 13, is verschuldigd bij de aanvang van het
                            belastingjaar of, indien de belastingplicht op een later tijdstip
                            aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanvang belastingplicht in de loop van het belastingjaar</titel></kop><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                            wordt het recht bedoeld in artikel 13, geheven over zoveel twaalfde
                            gedeelten als na de aanvang van de belastingplicht nog volle
                            kalendermaanden in het belastingjaar overblijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Ontheffing in geval van beëindiging van de belastingplicht in de loop
                            van het belastingjaar</titel></kop><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            wordt ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten van het in
                            artikel 13 vermelde bedrag, als na het tijdstip van de beëindiging van
                            de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>Het recht, bedoeld in artikel 13, wordt niet geheven voor:</al><al>1 bedrijfspanden die uitsluitend bestemd zijn voor de publieke dienst
                            van de gemeente;</al><al>2 bedrijfspanden die uitsluitend bestemd zijn voor de openbare eredienst
                            of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke
                            grondslag -andere dan kerkgenootschappen- die rechtspersoon met
                            volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en
                            zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende
                            levensovertuiging;</al><al>3 bedrijfspanden die uitsluitend dienen als inrichting van
                            onderwijs.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al><vet><onderstreept>Termijnen van betaling</onderstreept></vet></al><al>1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990,
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee termijnen, waarvan de eerste
                            termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die
                            in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende
                            termijn twee maanden later. </al><al>2 In afwijking van het eerste lid geldt dat betaling via automatische
                            incasso in acht termijnen mogelijk is, mits wordt voldaan aan de daaraan
                            verbonden en in het Incasso Reglement van Belastingsamenwerking
                            Rivierenland (BSR) opgenomen voorwaarden</al><al>3 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al><vet><onderstreept>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                    wethouders</onderstreept></vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al><vet><onderstreept>Inwerkingtreding en
                            citeertitel</onderstreept></vet></al><al>1 De “Verordening reinigingsheffingen 2013” van 18 december 2012 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                            die van bekendmaking.</al><al>3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al><al>4 Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening
                            reinigingsheffingen 2014”.</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 10 december 2013</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>