<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR313801_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Retributieverordening zoetwatervoorziening Tholen en Sint Philipsland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">PZC, 20 december 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Retributieverordening zoetwatervoorzieningTholen en Sint Philipsland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=113">Waterschapswet, art. 113</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=115">Waterschapswet, art. 115 eerste lid onder a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013025870</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-21912</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Retributieverordening zoetwatervoorziening Tholen en Sint Philipsland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De algemene vergadering van waterschap Scheldestromen;</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 13 november 2013, kenmerk
                        2013025870;</al><al/><al>gelet op de artikelen 113 en 115, eerste lid onder a van de
                        Waterschapswet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende Retributieverordening zoetwatervoorziening
                        Tholen en Sint Philipsland</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Begripsbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><lijst><li nr=""><al>jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr=""><al>maand: een kalendermaand;</al></li><li nr=""><al>gebruik: het nut van het stelsel van voorzieningen als inlaat-
                                    en meetmiddelen, filtersystemen, gemalen, stuwen en leidingen
                                    ten behoeve van de aan- en doorvoer van zoetwater in het
                                    watersysteem;</al></li><li nr=""><al>gebruiker: degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                    recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken die geen
                                    natuurterreinen zijn en gelegen zijn in het gebied;</al></li><li nr=""><al>gebied: de op de bij de verordening behorende kaart van Tholen
                                    en Sint Philipsland (nr. 2013024882) in kleur aangegeven
                                    ongebouwde agrarische onroerende zaken;</al></li><li nr=""><al>watersysteem: infrastructuur voor waterafvoer en
                                    wateraanvoer;</al></li><li nr=""><al>zonering: verdeling van het gebied in gebruikszones,</al></li><li nr=""><al>- groen: geheel gebruik;</al></li><li nr=""><al>- roze: grotendeels gebruik;</al></li><li nr=""><al>- grijs: bijkomstig gebruik.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Belastbaar feit</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Onder de naam gebruiksretributie wordt een recht geheven in het gebied
                            ter zake het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare
                            dienst bestemde bezittingen van het waterschap of van voor de openbare
                            dienst bestemde werken of inrichtingen die bij het waterschap in beheer
                            of in onderhoud zijn.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Belastingplicht</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Het recht wordt geheven van de gebruiker van de in het gebied aanwezige
                            bezittingen, werken of inrichtingen als bedoeld in artikel 2.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Heffingsmaatstaf en tarief</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de heffing van het recht geldt als heffingsmaatstaf het gebruik
                                ten behoeve van de agrarische ongebouwde onroerende zaken per
                                hectare, of een gedeelte ervan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met inachtneming van de zonering in het gebied bedraagt het tarief
                                voor het gebruik per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>in het groene deel: 100% is € 32,00 per. ha</al></li><li nr="b."><al>in het roze deel: 55% is € 17,60 per. ha</al></li><li nr="c."><al>in het grijze deel: 10% is € 3,20 per. ha</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Heffingstijdvak</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>Het heffingstijdvak is het jaar waarin het in artikel 2 bedoelde gebruik
                            plaats heeft.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Heffingswijze</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>Het recht wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Ontstaan belastingschuld</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit
                            later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Betaaltermijnen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Het recht is invorderbaar in twee termijnen, waarvan de eerste vervalt
                            op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het
                            aanslagbiljet en de tweede termijn twee maanden na deze vervaldag.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Kwijtschelding</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al>Van het recht wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Nadere regels</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>Het dagelijks bestuur van het waterschap kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van het recht.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inwerkingtreding en citeertitel</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><lijst><li nr="-"><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die
                                    van haar bekendmaking.</al></li><li nr="-"><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></li><li nr="-"><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                    ‘Retributieverordening zoetwatervoorziening Tholen en Sint
                                    Philipsland’.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 12 december 2013 van de algemene
                        vergadering van waterschap Scheldestromen.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr.drs. J.A. de Visser, mr.drs. A.J.G. Poppelaars,</ondertekening><ondertekening>secretaris-algemeen directeur dijkgraaf</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Kaart zoetwatervoorziening Tholen en St.Philipsland met percelen belastingplichtigen</label><nr/><titel/></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Waterschap Scheldestromen/i232841.pdf">Kaart zoetwatervoorziening Tholen en St.Philipsland</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Retributieverordening zoetwatervoorziening Tholen en Sint
                        Philipsland</titel></kop><tussenkop><vet>Algemeen</vet></tussenkop><al>De beschikbaarheid van voldoende zoet water van de juiste kwaliteit is voor
                    Nederland van groot belang, luidt de openingszin in het “Advies
                    zoetwatervoorziening” van de Adviescommissie Water (AcW) van 11 maart 2013.</al><al/><al>De commissie was door de toenmalige staatssecretaris van Infrastructuur en
                    Milieu inzake het Deltaprogramma Zoetwater gevraagd advies uit te brengen onder
                    andere met betrekking tot de vragen:</al><al>· in hoeverre is de zoetwatervoorziening een publieke of private taak;</al><al>· wat is het schaalniveau voor de sturing van zoet water: regionaal, nationaal
                    of internationaal?</al><al>· welke grondslag kiest Nederland voor de financiering: het solidariteits- of
                    het profijtbeginsel?</al><al/><al>De AcW is vervolgens, gezien de grote belangen, van mening dat overheden en
                    sectoren er voor moeten zorgen dat er zo min mogelijk gebrek aan zoet water
                    ontstaat. De Commissie adviseert dan voor een adequate zoetwatervoorziening te
                    sturen op alle schaalniveaus, tot en met lokale gebruikersgroepen. Zij ziet de
                    verdeling van het zoete water over het land en over de water- gebruikers primair
                    als een publieke taak met een aanvullende rol voor private partijen.</al><al>Met betrekking tot de financiering merkt de AcW op dat de huidige wijze van
                    financieren deels is geënt op solidariteit. Voor een ander deel benadert zij het
                    profijtbeginsel door middel van de belastingheffing door de waterschappen op
                    basis van de omvang van het grondeigendom en de waarde van onroerend goed. Voor
                    het onttrekken van grond- en oppervlaktewater voor de landbouw en industrie
                    wordt echter niet betaald (met uitzondering van leges voor een vergunning).</al><al/><al>De AcW acht in de toekomst een ruimere toepassing van het profijtbeginsel en een
                    verschuiving in de kostendragers billijk. De Commissie ondersteunt daarom
                    initiatieven voor onderzoek naar de meer expliciete toepassing van dit
                    beginsel.</al><al>Met name wijst de AcW op de zoetwatervoorziening ten behoeve van de landbouw op
                    Tholen, hetgeen de Commissie een goed voorbeeld vindt van een voorziening die is
                    te realiseren volgens het profijtbeginsel. Daarbij plaatst de Commissie de
                    kanttekening dat het Nederlandse watersysteem complex is en de watervoorziening
                    daarom niet vaak eenduidig is toe te rekenen aan een bepaald gebruik. Het zal
                    dan, aldus de AcW, nodig zijn om de (landbouw)gronden op basis van profijt te
                    classificeren.</al><al/><al>Bij brief nr. IENM/BSK-2013/70174 (16 april 2013) heeft de Minister van
                    Infrastructuur en Milieu instemmend op het Advies zoetwatervoorziening
                    gereageerd.</al><al/><al>De ZLTO afdeling Tholen (die is aan te merken als een lokale gebruikersgroep)
                    verzoekt het dagelijks bestuur van het waterschap bij brief van 19 maart 2013
                    een beprijzingssyteem voor de aanvoer van zoetwater, in de vorm van een
                    belastingverordening, uit te voeren.</al><al/><al>De mogelijkheden daartoe door middel van belastingheffing zijn evenwel beperkt.
                    De watersysteemheffing voor ongebouwde onroerende zaken kent geen
                    differentiatiemogelijkheid voor een financiering van een zoetwatervoorziening.
                    Teneinde toch een systeem van financiering op basis van profijt te realiseren is
                    aansluiting gezocht bij artikel 115 van de Waterschapswet. En dan met name bij
                    het recht als bedoeld in het eerste lid onder a. In wezen komt het neer op een
                    hedendaagse uitwerking van het van oudsher bestaande stuwrecht.</al><al/><al>De in de verordening opgenomen uitgangspunten zijn afgestemd met de ZLTO
                    afdeling Tholen. </al><al/><tussenkop><vet>Artikelsgewijs</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 1</vet></tussenkop><al>Omdat het uitgangspunt is een gebruiksretributie te heffen is omschreven wat
                    onder gebruik wordt verstaan en wie de gebruiker is. De heffing van de
                    gebruiksretributie is beperkt tot op de bij de verordening behorende kaart
                    aangegeven ongebouwde agrarische onroerende zaken. </al><al>Aangezien er sprake is van een onderscheid in gebruiksvorm is, door middel van
                    een zonering, een classificatie op basis van profijt opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Niet het zoetwater is voorwerp van het gebruiksrecht, maar het ten behoeve van
                    de aan- en doorvoer van zoetwater door het waterschap bekostigde, gerealiseerde
                    en in stand te houden geheel van voorzieningen (de zoetwatervoorziening). Het
                    gebruiksrecht impliceert wel de bevoegdheid gebruik te maken van het aangevoerde
                    zoetwater.</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Het profijt van het gebruik betreft de eigenaar, de pachter of degene die
                    anderszins het genot heeft van de in het gebied gelegen agrarische gronden.</al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Net als bij de watersysteemheffing is het tarief gerelateerd aan de
                    oppervlaktemaatstaf. Het opbrengend vermogen per hectare landbouwgrond heeft
                    profijt van het gebruik.</al><al/><al>Met het oog op verschil in ligging van betrokken landbouwgronden is er sprake
                    van een verschil in gebruik van de zoetwatervoorziening.</al><al>De praktijk heeft uitgewezen tot welke indeling en onderverdeling van het
                    gebruiksnut diende te worden gekomen. Het gemaakte onderscheid is derhalve geen
                    statische weergave, maar kan in de loop van de tijd wijzigen.</al><al>Het bijkomstige gebruik in het grijze deel van het gebied is niet meer dan het
                    gelegen zijn in het hydrologisch doorstroomgebied. Voor het roze deel geldt
                    hetzelfde plus het ondervinden van minder last van zout kwelwater als gevolg van
                    de doorspoeling. Bovendien kan de gebruiker door inzet van eigen middelen meer
                    profijt genereren. In de afweging in welke mate van profijt het roze deel
                    geclassificeerd diende te worden, kwam naar voren dat een aandeel van meer dan
                    de helft redelijk werd bevonden.</al><al/><al>Een volledig profijt van het geheel van voorzieningen ten behoeve van de aanvoer
                    van zoetwater treft het groene deel. Bovendien kan op een vrij eenvoudige wijze
                    beschikt worden over het aangevoerde zoetwater.</al><al>De tarieven worden berekend met behulp van een excel-formule en op basis van de
                    vaste ‘grootheden’: het totaal aantal hectares aan landbouwgronden, de
                    jaarlijkse kosten en de procentuele indeling in gebruikszones.</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>De redactie van het artikel spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Het tweede lid van artikel 115 van de Waterschapswet vermeldt dat de in het
                    eerste lid bedoelde rechten worden aangemerkt als waterschapsbelastingen. De
                    heffing bij wege van aanslag kan dan als hoofdregel worden beschouwd.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Omdat er in feite sprake is van een voortdurend gebruiksrecht kan het
                    verschuldigd zijn aan het begin van het belastingjaar worden
                    voorgeschreven.</al><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Voor het invorderen van het recht zijn dezelfde betaaltermijnen gesteld als die
                    voor de invordering van de watersysteemheffing van toepassing zijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Met verwijzing naar het derde lid van artikel 144 van de Waterschapswet is
                    uitdrukkelijk bepaald dat van het recht geen kwijtschelding wordt verleend.</al><al>Overigens is op grond van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
                    het dagelijks bestuur bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen
                    tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard.</al><al/><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>De bepaling is opgenomen om er geen misverstand over te laten bestaan dat er op
                    het gebied van heffen en invorderen van het recht ook op andere plaatsen dan in
                    de verordening zelf relevante regels kunnen zijn opgenomen. Bijvoorbeeld regels
                    met betrekking tot invorderingsrente.</al><al>De bevoegdheid van het dagelijks bestuur om nadere regels te stellen strekt zich
                    uit tot de bevoegdheden die in de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de
                    Minister van Financiën, het bestuur van ’s Rijksbelastingen en de directeur zijn
                    toegekend.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Met gebruikmaking van de in artikel 74 van de Waterschapswet geboden
                    mogelijkheid is bepaald dat de verordening in werking treedt met ingang van de
                    dag na de bekendmaking.</al><al>Omtrent de bekendmaking is verder hetgeen in artikel 73 van de Waterschapswet is
                    bepaald van belang. Bekendmaking van de verordening is essentieel, want zonder
                    de bekendmaking heeft de verordening immers geen verbindende kracht.</al><al/><al>Verder is de citeertitel vermeld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>