<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR313792_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Nuenen c.a. 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rond de Linde, 27-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Nuenen c.a. 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>APV 2014</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Nuenen c.a. 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nuenen c.a.:</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouder van 3 september 2013 en 19
                        november 2013 en de overwegingen omtrent ingekomen zienswijzen in het
                        raadsvoorstel, die worden overgenomen;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><lijst><li nr="I."><al>I. in te trekken de "Algemene Plaatselijke Verordening gemeente
                                Nuenen c.a. 2011";</al></li><li nr="II."><al>II. vast te stellen de "Algemene Plaatselijke Verordening gemeente
                                Nuenen c.a. 2014";</al></li><li nr="III."><al>te bepalen dat deze verordening in werking treedt op 1 januari
                                2014.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel ook verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>bebouwde kom:</cursief> de bebouwde kom of kommen
                                    waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld,
                                    overeenkomstig artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994</al></li><li nr="b."><al><cursief>bevoegd gezag:</cursief> bestuursorgaan als bedoeld in
                                    artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende
                                    omgevingsvergunning.</al></li><li nr="c."><al><cursief>bouwwerk:</cursief> hetgeen in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening (t/m 14e serie wijzigingen), vastgesteld 31 mei
                                    2012, daaronder wordt verstaan; </al></li><li nr="d."><al><cursief>college:</cursief> het college van burgemeester en
                                    wethouders; </al></li><li nr="e."><al><cursief>gebouw:</cursief> hetgeen in artikel 1, eerste lid,
                                    onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; </al></li><li nr="f."><al><cursief>handelsreclame:</cursief> iedere openbare aanprijzing
                                    van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
                                    commercieel belang te dienen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>openbaar water:</cursief> wateren die voor het publiek
                                    bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; </al></li><li nr="h."><al><cursief>openbare plaats:</cursief> hetgeen in artikel 1 van de
                                    Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; </al></li><li nr="i."><al><cursief>rechthebbende:</cursief> degene die over een zaak
                                    zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
                                </al></li><li nr="j."><al><cursief>voertuigen:</cursief> alle voertuigen, als bedoeld in
                                    artikel 1, onder a en onder al (aa el), van het Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                            voertuigen;</al></li></lijst></li><li nr="k."><al><cursief>weg:</cursief> hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder
                                    b, van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht
                                weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste en tweede lid gelden niet voor de beslissing op een
                                aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2:25a,
                                2:40f en 3:12. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid,
                                of een vergunning als bedoel in artikel 2:11 of artikel 4:11. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Te late indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip, waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen
                                vergunningen of ontheffingen, kan de in het eerste lid genoemde
                                termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een verleende vergunning of ontheffing of melding kunnen
                                voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en
                                beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de
                                belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing of melding
                                is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene, aan wie een vergunning of ontheffing is verleend of van wie
                                een melding is geaccepteerd, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn, dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; of
                                </al></li><li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex silencio positivo van toepassing</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Lex silencio positivo niet van toepassing</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                            toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                            dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is
                                            verplicht op bevel van ambtenaar van politie of de
                                            buitengewoon opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen
                                            of zich in de door hem aangewezen richting te
                                            verwijderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder inbegrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt; </al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging; </al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging; </al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                            en</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat voor 12.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen
                                    onder publiek te verspreiden of te laten verspreiden, dan wel
                                    openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                    plaatsen of gedeelten daarvan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis
                                    verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven
                                    stukken en afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen en dergelijke op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids
                                    op te treden op of aan door de burgemeester aangewezen openbare
                                    plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer of onderhoud van de weg; of</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de openbare plaats
                                    is in ieder geval sprake wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>niet tenminste een vrije doorgang van 2,90 m wordt
                                            gelaten op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd
                                            verkeer;</al></li><li nr="b."><al>niet tenminste een vrije doorgang van 1,20 m wordt
                                            gelaten op voetpaden, waarbij de afstand van voorwerpen
                                            tot 'harde punten', zoals lichtmasten, verkeersborden en
                                            andere paaltjes, minimaal 0,90 m mag bedragen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde of de
                                    woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van
                                    terrassen , uitstallingen en reclameborden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                    lid gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
                                </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;</al></li><li nr="c."><al>het plaatsen van een aankondiging van een evenement op
                                            een door de gemeente geplaatste paal die voldoet aan de
                                            gestelde richtlijnen;</al></li><li nr="d."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                            regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
                                            verleend of dit gebruik is toegestaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel is niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de
                                    Verordening wegen Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing c.q. de omgevingsvergunning is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van
                                    het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan
                                    op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of
                                    breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins
                                    verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Verordening wegen Noord-Brabant, de
                                    Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken of veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg indien: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg
                                            of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                            de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan
                                            het college, onder indiening van een situatieschets van
                                            de gewenste uitweg en een foto van de bestaande
                                            situatie;</al></li><li nr="b."><al>het college het maken of veranderen van de uitweg heeft
                                            verboden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg
                                    indien: </al><lijst><li nr="a."><al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>het openbaar groen daadoor op onaanvaardbare wijze wordt
                                            aangetast; of</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door
                                            een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze
                                            twee uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen
                                    vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    gewenste uitweg wordt verboden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken,
                                    de Waterschapskeur of de Verordening wegen Noord-Brabant. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht deze te voorzien van de
                                    naam van het bedrijf of van een ander herkenningsteken en de in
                                    de omgeving van dat bedrijf door het publiek op of langs de weg
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een
                                    openbare plaats achter te laten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het
                                    bepaalde in artikel 2.1, eerste lid aanhef en sub e van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanig wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                belemmert of daardoor op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene, die daartoe niet bevoegd is, verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting, die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: </al><lijst><li nr="a."><al>te roken gedurende een door het college aangewezen
                                            periode;</al></li><li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                            smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of
                                            te laten liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste en in het tweede lid gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover het bepaalde in artikel 429, aanhef en onder 3e,
                                    van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken
                                    plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin ingerichte,
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van
                                    objecten, die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten,
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Strafrecht of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke ver-richting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten, als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder
                                            h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen, als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkosten en vergaderingen, als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten, als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39
                                            van deze verordening;</al></li><li nr="g."><al>sportwedstrijden van instellingen die bij het NOC-NSF
                                            zijn aangesloten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op af aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement;</al></li><li nr="f."><al>een circus, kermis.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren. De burgemeester kan nadere regels
                                    vaststellen betreffende het houden van evenementen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, in
                                    situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van
                                    de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25a</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester beslist op een aanvraag voor een vergunning als
                                    bedoel in artikel 2:25 binnen twaalf weken na de dag waarop de
                                    aanvraag is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste met acht
                                    weken verdagen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25b</nr><titel>Opheffing vergunningsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan besluiten onder door hem te stellen
                                    voorschriften, dat het verbod zoals opgenomen in artikel 2:25
                                    niet geldt voor een door hem aangewezen evenement, of
                                    categorieën van evenementen, in de gehele gemeente dan wel in
                                    een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het houden van een evenement waarvoor ingevolge een besluit als
                                    bedoeld in het eerste lid geen vergunning behoeft te worden
                                    verleend, wordt binnen 20 werkdagen voor de datum van de aanvang
                                    van het evenement schriftelijk gemeld bij de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    eerste lid te verbieden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting:</al><al>I. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                            snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al><al>II. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                            ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                            bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                            worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                            consumptie worden verstrekt of bereid;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                            inrichting liggend deel daarvan waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder bezoeker wordt verstaan een ieder die zich in een
                                    inrichting bevindt, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al>leidinggevenden in de zin van de wet;</al></li><li nr="b."><al>personen die dienst doen in de inrichting;</al></li><li nr="c."><al>personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                            dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant van een openbare inrichting verboden dit
                                    voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
                                    laten of te laten verblijven op maandag tot en met zondag tussen
                                    02.00 uur en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overeenkomstig het gestelde in artikel 1:4 kan de burgemeester
                                    door middel van een vergunningvoorschrift voor een afzonderlijk
                                    openbare inrichting of voor een daartoe behorend terras een
                                    ander sluitingsuur of andere sluitingsuren vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover op
                                    de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften of het bepaalde in
                                    artikel 2.1, eerste lid aanhef en sub e van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht van toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd: tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of
                                    meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens
                                    artikel 2:29 geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b Opiumwet voorziet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting</titel></kop><al>Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende de
                                tijd, dat dit bedrijf krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op
                                grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich
                                daarin of aldaar te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen inrichting is in de zin van
                                artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A.</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank;</al></li><li nr="-"><al>horecabedrijf; </al></li><li nr="-"><al>horecalocaliteit; </al></li><li nr="-"><al>inrichting; </al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon; </al></li><li nr="-"><al>sterke drank; </al></li><li nr="-"><al>slijtersbedrijf; </al></li><li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank, </al></li><li nr="-"><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en
                                                Horecawet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder bezoeker wordt verstaan een ieder die zich in een
                                        inrichting bevindt, met </al><al> uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al>leidinggevenden in de zin van de wet; </al></li><li nr="b."><al>personen die dienst doen in de inrichting; </al></li><li nr="c."><al>personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                                dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>wet: Drank- en Horecawet.</al></li><li nr="4."><al>vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de
                                        wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt zwak-alcoholhoudende
                                    drank uitsluitend op maandag tot en met zondag vanaf 12:00 tot
                                    02:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende
                                    drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en
                                    bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet
                                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersoon betrokken zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34f</nr><titel>Verbod ‘happy hours’</titel></kop><al>Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
                                bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te
                                verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een
                                periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar
                                gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op Kansspelen vergunning
                                            is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen; en</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als in artikel 1, onder
                                            a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid; of</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten in het
                                    geheel niet toegestaan. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10a</nr><titel>Toezicht op winkelbedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of
                                        anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden
                                        verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan
                                        het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer
                                        wordt aangeduid als een smartshop, headshop of
                                        growshop;</al></li><li nr="b."><al>leidinggevende:</al><lijst><li nr="1."><al>de natuurlijke persoon of de bestuurders van een
                                                rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens
                                                rekening en risico de inrichting wordt
                                                geëxploiteerd;</al></li><li nr="2."><al>de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft
                                                aan de exploitatie van de inrichting;</al></li><li nr="3."><al>de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding
                                                geeft aan de exploitatie van de in-richting;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de levenspartner en kinderen van de leidinggevende
                                                van de inrichting, alsmede zijn elders wonende
                                                bloed- of aanverwanten of die van zijn
                                                levenspartner;</al></li><li nr="2."><al>de personen die voorkomen in het register als
                                                bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van
                                                Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting
                                                wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40b</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan
                                een inrichting te exploiteren (winkelvergunning).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40c</nr><titel>Eisen leidinggevende</titel></kop><al>Een leidinggevende:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele;</al></li><li nr="b."><al>is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="c."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li><li nr="d."><al>heeft de leeftijd van 18 jaar bereikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40d</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan bij openbare bekendmaking:</al><lijst><li nr="a."><al>bepalen dat het exploiteren van categorieën inrichtingen,
                                        genoemd in artikel 2.40a onder a, al dan niet beperkt tot
                                        een bepaald gebied, geheel of gedeeltelijk van
                                        vergunningplicht is vrijgesteld;</al></li><li nr="b."><al>nadere regels stellen aan de onder a genoemde
                                        vrijstelling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40e</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag bij het
                                    bevoegd gezag worden ingediend aan de hand van een door het
                                    bevoegd gezag vast te stellen formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt tenminste: </al><lijst><li nr="a."><al>opgaaf gedaan van de personalia dan wel zetel en het
                                            adres van de leidinggevende voor wiens rekening en
                                            risico de inrichting wordt geëxploiteerd;</al></li><li nr="b."><al>opgaaf gedaan van de personalia en het adres van iedere
                                            overige leidinggevende;</al></li><li nr="c."><al>overgelegd een recente pasfoto van de
                                            leidinggevende(n);</al></li><li nr="d."><al>opgaaf gedaan van het adres en de aard van de
                                            inrichtig;</al></li><li nr="e."><al>overgelegd een niet meer dan drie maanden tevoren ten
                                            behoeve van de leidinggevende afgegeven verklaring
                                            omtrent het gedrag;</al></li><li nr="f."><al>overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de
                                            inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan
                                            en een plattegrond van de inrichting. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in
                                    behandeling genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40f</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag beslist binnen dertien weken na de datum
                                    waarop de aanvraag met bijbehorende bescheiden is
                                    ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan zijn beslissing voor ten hoogste acht
                                    weken verdagen. De aanvrager van de vergunning wordt voor de
                                    afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in
                                    kennis gesteld van de verdaging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40g</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag weigert de vergunning indien de vestiging
                                    en/of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een
                                    geldend bestemmingsplan of met een leefmilieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren indien naar zijn
                                    oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde
                                    wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving
                                    van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt het bevoegd gezag rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>het karakter van de straat en van de wijk waarin de
                                            inrichting is gelegen of al komen te liggen;</al></li><li nr="b."><al>de aard van de inrichting;</al></li><li nr="c."><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse
                                            blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                            exploitatie van de inrichting;</al></li><li nr="d."><al>de concentratie van inrichtingen in een bepaald
                                            gebied;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van
                                            de inrichting in deze of in andere inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van exploitatie van de inrichting in het
                                            verleden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder
                                    de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
                                    (BIBOB).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het
                                    Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een
                                    advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden
                                    gevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40h</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een vergunning worden vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurlijke of rechtspersoon of -personen aan wie de
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de leidinggevenden;</al></li><li nr="c."><al>tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;</al></li><li nr="d."><al>de plaats waar de inrichting zich bevindt;</al></li><li nr="e."><al>de situering en de oppervlakten van de lokaliteiten en
                                            terrassen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning of een afschrift daarvan is in de inrichting
                                    aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40i</nr><titel>Aanwezigheid leidinggevende</titel></kop><al>Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te houden
                                indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld
                                staat op een vergunning met betrekking tot die inrichting of een
                                andere vergunning van dezelfde vergunninghouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40j</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het bevoegd gezag
                                    de vergunning intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is, dat een leidinggevende van de inrichting
                                            betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden
                                            verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting,
                                            die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een
                                            bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de
                                            omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="b."><al>een leidinggevende van de inrichting toestaat dan wel
                                            gedoogt, dat in zijn inrichting strafbare feiten worden
                                            gepleegd;</al></li><li nr="c."><al>een leidinggevende van de inrichting zich schuldig maakt
                                            aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele
                                            geaardheid.</al></li><li nr="d."><al>zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben
                                            voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend
                                            bijven van de inrichting gevaar oplevert voor de
                                            openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon-
                                            of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="e."><al>is gehandeld in strijd met het bij of krachtens de
                                            artikelen 2.3.4.8 bepaalde;</al></li><li nr="f."><al>een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is
                                            geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de
                                            vergunning betrekking heeft;</al></li><li nr="g."><al>er sprake is van het geval en onder voorwaarden, bedoeld
                                            in artikel 3 van de Wet bevordering
                                            integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, aanhef en
                                    onder g, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen
                                    door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet
                                    bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur,
                                    om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden
                                    gevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40k</nr><titel>Vervallen vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van de inrichting voor een periode van
                                            langer dan drie maanden is of wordt onderbroken;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor
                                            geen nieuwe vergunning is aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>een vergunning, strekkende ter vervanging van de
                                            eerstbedoelde vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het feit dat de vergunning is vervallen op grond van het
                                    bepaalde in het eerste lid onder a en b doet het bevoegd gezag
                                    mededeling aan hem op wiens naam de vergunning is gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40l</nr><titel>Sluiting van inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een inrichting - al dan niet voor een
                                    bepaalde duur - gesloten verklaren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met
                                            de aan de vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="c."><al>indien het bevoegd gezag oordeelt, dat een van de in
                                            artikel 2:40j genoemde situaties waarbij intrekking van
                                            de vergunning mogelijk is, zich voordoet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt
                                    zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of
                                    toegangen van de inrichting is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van
                                    belanghebbende(n) door het bevoegd gezag worden opgeheven,
                                    wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe
                                    aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties
                                    aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de
                                    sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden, na het van kracht worden van de sluiting als
                                    bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te
                                    laten of daarin te laten verblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is een ieder verboden in een bij besluit van het bevoegd
                                    gezag gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40m</nr><titel>Toegang opsporingsambtenaren</titel></kop><al>De leidinggevende van een inrichting is verplicht ervoor te zorgen
                                dat opsporingsambtenaren, als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek
                                van Strafvordering alsmede de ambtenaren die door burgemeester en
                                wethouders of de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze
                                verordening zijn belast, vanaf de weg onmiddellijk en onbelemmerd
                                toegang hebben tot zijn bedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend
                                        is; dan wel</al></li><li nr="b."><al>gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn
                                        en indien die opsporingsambtenaren hun vermoeden uiten dat
                                        daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten
                                    woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                                    woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet voor personen, wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende redenen noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende of roerende zaak, dat vanaf de weg zichtbaar is, te
                                    bekrassen of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding, aan te plakken of op andere wijze aan te
                                            brengen of te doen of te laten aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen of te laten aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing,
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                    inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te
                                    vervoeren of bij zicht te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Bezit en vervoer van inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor
                                    winkel-diefstal (rooftasartikel)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde werktuigen,
                                    voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd
                                    om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                    verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken,
                                    diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken
                                    van sporen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp of tas die er
                                    kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing,
                                    indien de bedoelde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet
                                    bestemd of gebruikt zijn voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden, met uitzondering van die terreinen, die
                                    kennelijk zijn ingericht als speelterrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woning onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld
                                            in artikel 1 van de Drank- en Horecawet’; en</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35, tweede lid, van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden; </al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinswoningen of van
                                    een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van dat gebouw. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigingen of te
                                gebruiken voor een ander doel dan daarvoor deze ruimte is bestemd.
                                Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen,
                                telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar ver-voer,
                                parkeergarages, rijwielstallingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien: </al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of </al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of burgemeester aangewezen terrein
                                waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid
                                wordt gehouden die publiek trekt mits dit verbod kenbaar is aan de
                                bezoekers van het terrein. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw,
                                    deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen
                                    of woonschip bevindt te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats; </al></li><li nr="b."><al>op een openbare plaats indien de hond niet is
                                            aangelijnd;</al></li><li nr="c."><al>op een openbare plaats indien die hond niet is voorzien
                                            van een halsband of ander identificatiemerk dat de
                                            eigenaar of houder duidelijk doet kennen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al><lijst><li nr="a."><al>die vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt is
                                    verplicht een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat
                                    geschikt is voor het verwijderen van uitwerpselen van
                                    honden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond:</al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden of vervoeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels, </al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens
                                (vee), die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats of in een voor het publiek
                                toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin onverwijld op te
                                    nemen:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen
                                            -voorzover dat mogelijk is- soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen: </al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging; </al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                                adressen; </al></li><li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent; </al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven; </al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn; </al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                consumentenvuurwerk, waar-op het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                        nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen,
                                        dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden,
                                        zonder een vergunning van het college van de gemeente waar
                                        het bedrijf is of zal worden gevestigd.</al></li><li nr="2."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positievefictieve beschikking bij niet tijdig
                                        beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats . </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Hinderlijk gebruik softdrugs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg softdrugs te gebruiken of openlijk
                                    voorhanden te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder softdrugs wordt verstaan: de middelen genoemd in lijst II
                                    onder b. behorende bij de Opiumwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:2, 2:10,
                                2:11, 2:16, 2:19, 2:20, 2:42, 2:43, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 2:74a,
                                5:34 van de Algemene plaatselijke verordening niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid
                                van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek
                                openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                    een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen: (door de
                                    gemeenteraad aan te wijzen). </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en
                                    veiligheid aan diegene die zich gedraagt in strijd met de
                                    wettelijke bepalingen, als in de nadere uitwerking van dit
                                    artikel genoemd, een verbod opleggen zich te bevinden in een
                                    door de burgemeester aangewezen gebied en de daarin gelegen voor
                                    publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt gedurende de periode van twee weken. De
                                    ingangsdatum staat in het besluit vermeld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en
                                    veiligheid aan diegene aan wie eerder een verbod als bedoeld in
                                    het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes
                                    maanden na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat
                                    hij/zij zich opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste lid
                                    bedoelde wettelijk bepalingen en/of de opgelegde
                                    gebiedsontzegging overtreedt, een verbod opleggen zich te
                                    bevinden in een door de burgemeester aangewezen gebied en in de
                                    daarin gelegen voor het publiek toegankelijk gebouwen en
                                    inrichtingen op de door de burgemeester genoemd tijdstippen voor
                                    een tijdvlak van acht weken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan bepalen dat aan de gebiedsontzegging nadere
                                    voorwaarden worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of derde lid genoemde
                                    geboden, indien dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het gebiedsverbod geldt niet voorzover in de daarin geregelde
                                    onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78a</nr><titel>Lijst met wettelijke bepalingen</titel></kop><al>Het niet naleven van de volgende bepalingen uit deze verordening
                                doet de in artikel 2:78, lid 1 genoemde bevoegdheid van de
                                burgemeester ontstaan: </al><al/><al>● artikel 2:1 Samenscholing, ordeverstoring en ongeregeldheden</al><al>● artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal </al><al>● artikel 2:42 Plakken en kladden</al><al>● artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>● artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al><al>● artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>● artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                ruimten</al><al>● artikel 2:53 Bespieden van personen</al><al>● artikel 2:65 Bedelarij </al><al>● artikel 2:74 Drugshandel op straat </al><al>● artikel 2:74a Hinderlijk gebruik softdrugs</al><al>● artikel 3:9 Straatprostitutie</al><al>● artikel 5:34 Verbod vuur te stoken</al><al>● artikel 5:15 Venten (waaronder ook aanbieden diensten)</al><al/><al>Daarnaast ontstaat de in artikel 2:77 lid 1 genoemde bevoegdheid als
                                sprake is van:</al><al/><al>● Radicalisering/discriminatie (artikel 137d + 137 e Wetboek van
                                Strafrecht)</al><al>● Huisvredebreuk (artikel 138 WvS) </al><al>● Lokaalvredebreuk (artikel 139 WvS)</al><al>● Openlijke geweldpleging (artikel 141 WvS)</al><al>● Wederspannigheid (artikel 180 WvS)</al><al>● Niet voldoen aan bevel of vordering (artikel 184 WvS)</al><al>● Mishandeling (artikel 300 WvS)</al><al>● Mishandeling (artikel 302 WvS)</al><al>● Deelname aan een aanval/vechtpartijen (artikel 306 WvS)</al><al>● Vernieling en vandalisme (artikel 350 WvS)</al><al>● Plegen baldadigheid (in strijd met algemene veiligheid) (artikel
                                424 WvS)</al><al>● Dronken de orde verstoren (artikel 426 WvS)</al><al>● Openbare dronkenschap (artikel 453 WvS)</al><al>● Wapenbezit (Wet wapens en munitie)</al><al>● Overtreding drugs (Opiumwet artikel 2 en 3)</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>prostitutie:</cursief> het zich beschikbaar stellen
                                        tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                        tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al><cursief>prostituee:</cursief> degene die zich beschikbaar
                                        stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
                                        ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al><cursief>seksinrichting:</cursief> de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoning van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een (raam)prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al><cursief>escortbedrijf:</cursief> de natuurlijke persoon,
                                        groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                        die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al><cursief>sekswinkel:</cursief> de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                        van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden ver-kocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al><cursief>exploitant:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                        seksinrichting of escortbedrijf exploiteert of exploiteren
                                        en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of
                                        rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of
                                        personen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>beheerder:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent
                                        in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al><cursief>bezoeker:</cursief> degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6:2;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende re-denen
                                                noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13 kan het college van burgemeester en wethouders nadere regels
                                stellen tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit
                                hoofdstuk . </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen en escortbedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan alleen een vergunning, als bedoeld in het
                                    eerste lid, verlenen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het pand waarin de seksinrichting wordt gevestigd
                                            is gelegen in het centrumgebied van de kern Nuenen c.a.
                                            (gebied begrensd door de straten Parkstraat, Europalaan,
                                            Smits van Oyenlaan, Beekstraat en Berg);</al></li><li nr="b."><al>het pand waarin de seksinrichting wordt gevestigd de
                                            bestemming horeca/hotel heeft;</al></li><li nr="c."><al>de afstand van het pand waarin de seksinrichting wordt
                                            gevestigd tot kerken, moskeeën en scholen (en andere
                                            door kinderen gebruikte gebouwen) ten minste 50 meter
                                            bedraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan verleent voor maximaal één seksinrichting of
                                    escortbedrijf een vergunning binnen de gemeentegrenzen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant(en);</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder(s);</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>het aantal werkzame prostituees, escortpersonen; </al></li><li nr="e."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                            seksinrichting door middel van een situatie-tekening met
                                            een schaal van tenminste 1:1000;</al></li><li nr="f."><al>een plattegrond van de seksinrichting door middel van
                                            een tekening met een schaal van tenminste 1:100;</al></li><li nr="g."><al>bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de
                                            Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="h."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant(en) gerechtigd
                                            is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de
                                            vestiging van een seksinrichting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder: </al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet: </al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld; </al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten; </al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al><al>I. bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen; </al><al>II. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242
                                            tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met
                                            303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het
                                            Wetboek van Strafrecht; </al><al>III. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
                                            juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994; </al><al>IV. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27en 30b
                                            van de Wet op de kansspelen; </al><al>V. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; </al><al>VI. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt; </al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning; </al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingsuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    van maandag tot en met zondag van 02.00 uur tot 08.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke
                                    seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien bepaalde door de op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften of het bepaalde in artikel
                                    2.1, eerste lid aanhef en sub e van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen in artikel 3:13,
                                    tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met
                                    de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            derde lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet een
                                            tijdelijke, de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit
                                    openbaar bedoeld in het eerste lid bekend op voet van artikel
                                    3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels 14 (misdrijven
                                            tegen de zeden), 20 (mishandeling), 22 (diefstal) en 30
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en </al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken: </al><lijst><li nr="1."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden; </al></li><li nr="2."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politie-ambtenaren het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid hij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een rechthebbende op, huurder of gebruiker van een
                                    onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te
                                    exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid wordt alleen
                                    verleend indien geen strijd ontstaat met de in artikel 3:13,
                                    tweede lid genoemde belangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op, huurder of gebruiker van een
                                    onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften,
                                    aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon
                                    te stellen, aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                    tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn en weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid,
                                    beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de
                                    dag waarop de aanvraag ontvangen is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde;</al></li><li nr="d."><al>er door vergunningverlening meer vergunningen verleend
                                            zouden worden dan het door het bevoegd bestuursorgaan
                                            bepaalde maximum aantal vergunningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 de vergunning,
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                    artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                    het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13 eerste lid,
                                    aanhef en onder a. is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het
                                    moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het
                                    tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                    besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                    escortbedrijf is het gestelde in artikel 3:4, eerste lid, niet
                                    van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>gedurende acht weken na het in werking treden
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                            exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                            vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft
                                            ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
                                            bestuursorgaan een besluit is genomen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan met her oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                    genoemde belangen de exploitant aan-schrijven tot het treffen
                                    van in die aanschrijving vermelde voorzieningen. </al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Besluit:</cursief> het Besluit algemene regels voor
                                        inrichtingen milieubeheer; </al></li><li nr="b."><al><cursief>inrichting:</cursief> inrichting type A of type B
                                        als bedoeld in het Besluit; </al></li><li nr="c."><al><cursief>houder van een inrichting:</cursief> degene die als
                                        eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een
                                        inrichting drijft; </al></li><li nr="d."><al><cursief>collectieve festiviteit:</cursief> festiviteit die
                                        niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is
                                        verbonden; </al></li><li nr="e."><al><cursief>incidentele festiviteit:</cursief> festiviteit of
                                        activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal
                                        inrichtingen; </al></li><li nr="f."><al><cursief>geluidsgevoelige gebouwen:</cursief> woningen en
                                        gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder
                                        worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met
                                        uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende
                                        inrichting; </al></li><li nr="g."><al><cursief>geluidsgevoelige terreinen:</cursief> terreinen die
                                        op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
                                        aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering
                                        van terreinen behorende bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="h."><al><cursief>gevel:</cursief> hetgeen in artikel 1 juncto
                                        artikel 1b, vierde lid van de Wet geluidhinder daaronder
                                        wordt verstaan;</al></li><li nr="i."><al><cursief>onversterkte muziek:</cursief> muziek die niet
                                        elektronisch is versterkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen, dagdelen
                                    of delen van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan, wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, mag niet meer bedragen dan 80 dB(A), gemeten op de
                                    gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het vierde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek, hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening, uiterlijk om 01.00 uur te worden
                                    beëindigd. Indien de volgende dag een reguliere werkdag betreft
                                    dient als beëindigingstijd uiterlijk 24.00 uur te worden
                                    aangehouden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Er gelden geen geluidsnormen tussen 13.00 uur en 19.00 uur voor
                                    openlucht-optredens, georganiseerd door horecaondernemers
                                    tijdens de kermis in Nuenen-centrum op de dagen zaterdag,
                                    zondag, maandag en dinsdag, in een door het college van
                                    burgemeester en wethouders aan te wijzen gebied. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 10 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden, waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving als bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het vijfde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwen gelaten. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek, hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening, uiterlijk om 01.00 uur te worden
                                    beëindigd. Indien de volgende dag een reguliere werkdag betreft
                                    dient als beëindigingstijd uiterlijk 24.00 uur te worden
                                    aangehouden. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het vijfde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3a</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten Strandbad
                                    Nuenen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de inrichting toegestaan maximaal tien incidentele
                                    festiviteiten (zes op het buitenterrein en vier binnen het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting) per kalenderjaar te houden,
                                    waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19
                                    en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder
                                    van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan, wanneer
                                    het in het tweede lid bedoelde formulier, volledig en naar
                                    waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat
                                    formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan, wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de individuele dagen geldt de mogelijkheid om meer
                                    mechanische of akoestisch muziekgeluid te mogen produceren op
                                    het buitenterrein en binnen het bebouwde gedeelte (exclusief het
                                    terras) van de inrichting.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt
                                    door muziekgeluid en de in de inrichting plaats vindende
                                    activiteiten (buitenterrein en bebouwde gedeelte), mag, ter
                                    plaatse van gevels van de omliggende woningen niet meer bedragen
                                    dan:</al><lijst><li nr="a."><al>55 dB(A) in de periode van 07.00 uur tot 24.00 uur.</al></li><li nr="b."><al>(Toelichting: zonder gevelreflectie van achterliggende
                                            woningen en zonder toeslag van 10dB(A) ten gevolge van
                                            de beoordeling muziekgeluid volgens de Handleiding meten
                                            en rekenen industrielawaai)</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid moeten ramen en
                                    deuren gesloten worden </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>gehouden, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen
                                    en/of goederen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek (hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit) één uur vóór
                                    sluitingstijd conform artikel 2.29 van deze verordening, te
                                    worden beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het ongebruikt laten van een collectieve dag betekent niet dat
                                    het aantal individuele dagen evenredig toeneemt. Uitwisselen
                                    tussen collectieve dagen en individuele dagen is niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>Het geluidsniveau, veroorzaakt door onversterkte muziek
                                (bijvoorbeeld harmonie, fanfaregezelschappen en percussiegroepen),
                                binnen een inrichting moet voldoen aan artikel 2.17 van het Besluit.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer of het bepaalde in artikel
                                    2.1, eerste lid aanhef en sub e van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht, de Wet geluidhinder, Wegenverkeerswet 1994, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem , weg en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand, die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer
                                            bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout: één of meer bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="c."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan
                                            van de houtopstand;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen,
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op
                                    de volgende lijsten:</al><lijst><li nr="a."><al>dat de houtopstand zich bevindt op een perceel, gelegen
                                            rondom een zich op enige lijst bevindend monument;</al></li><li nr="b."><al>dat de houtopstand is geplaatst op de door de
                                            bomenstichting opgemaakte inventaris van monumentale
                                            bomen; </al></li><li nr="c."><al>dat de houtopstand is geplaatst op een door het college
                                            opgestelde lijst van waardevolle tuin- of erfbomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opstellen onder nader
                                    te bepalen voor-schriften.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Afstand bomen tot erfgrens</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld
                                op 0,5 meter voor bomen en nihil voor heesters en heggen, voor zover
                                het bomen, heesters en heggen betreft in de openbare ruimte. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen , buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
                                        </al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                    reclame-uitingen te voeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 is voor reclame-uitingen
                                    op grond van deze verordening geen vergunning nodig indien de
                                    reclame-uiting:</al><lijst><li nr="a."><al>past binnen het door het college vastgestelde beleid
                                            omtrent reclame-uitingen; en</al></li><li nr="b."><al>geen omgevingsvergunning is vereist voor de activiteit
                                            bouwen en/of monumenten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een omgevingsvergunning is vereist voor de activiteit
                                    ‘reclame’, zal deze worden geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>de reclame-uiting in strijd is met het bestemmingsplan,
                                            de bouwverordening of het Bouwbesluit; en/of</al></li><li nr="b."><al>de reclame-uiting niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand; en/of</al></li><li nr="c."><al>de reclame-uiting het verkeer in gevaar brengt; en
                                            /of</al></li><li nr="d."><al>de reclame-uiting ernstige hinder veroorzaakt voor de
                                            omgeving;</al></li><li nr="e."><al>de reclame-uiting schade toebrengt of kan toebrengen aan
                                            de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer of onderhoud van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de openbare plaats
                                    is in ieder geval sprake wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>niet tenminste een vrije doorgang van 2,90 meter wordt
                                            gelaten op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd
                                            verkeer;</al></li><li nr="b."><al>niet tenminste een vrije doorgang van 1,20 m wordt
                                            gelaten op voetpaden, waarbij de afstand van voorwerpen
                                            tot ‘harde punten’, zoals lichtmasten, verkeersborden en
                                            andere paaltjes, minimaal 0,90 m mag bedragen.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1 eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsvergunning is vereist, dat bestemd of opgericht
                                is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid. Het college kan daarbij nadere regels
                                    vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een dorpsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen, genoemd in artikel 4:18, vierde lid, onder a en
                                    b. </al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>voertuigen:</cursief> voertuigen als bedoeld in
                                        artikel 1, onder a, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens
                                        zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al><cursief>parkeren:</cursief> parkeren als bedoeld in artikel
                                        1, onder a, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens (RVV 1990). </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen; </al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; </al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen; </al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig te parkeren met het kennelijke doel
                                    het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: </al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op vijf achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente; </al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Verordening wegen Noord-Brabant.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijke
                                    doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter, te parkeren op een door het college aangewezen plaats
                                    , waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig, dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter, te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar hun oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan vijf achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze, dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen waarmede standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt, dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                            exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van
                                            de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 22.00 en 06.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                    artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op de door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede
                                    lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of
                                    afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van
                                    fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in
                                            artikel 160, eerste lid onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel
                                            2:24</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben. Het college stelt nadere
                                    regels vast .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd vanwege strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    bepaalde in artikel 2.1, eerste lid aanhef en sub e van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Verordening wegen
                                    Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, tweede lid, onder b, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning als
                                    bedoeld in het eerste lid worden geweigerd in het belang van een
                                    krachtens de Gemeentewet ingestelde markt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                    de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met, dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het bepaalde in
                                    artikel 2.1, eerste lid aanhef en sub e van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    rijkswater-staatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de verordening waterhuishouding Noord-Brabant. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens de artikelen 5:25, tweede
                                lid, en 5:26 bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken,
                                    wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                                    bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                    aanleg-palen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente
                                    in beheer zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaart-politiereglement de Waterwet of de Provinciale
                                    Vaarwegenverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Binnenvaart-politiereglement, de Waterwet of
                                    de Provinciale Vaarwegenverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>motorvoertuig:</cursief> hetgeen daaronder wordt
                                        verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990); </al></li><li nr="b."><al><cursief>bromfiets:</cursief> hetgeen daaronder wordt
                                        verstaan in artikel 1, eerste lid onder e. van het
                                        Wegenverkeerswet 1994. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of bromfiets een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alleen als in het vigerende bestemmingsplan een perceel
                                    nadrukkelijk is bestemd of aangeduid als ‘Motorcrossterrein’,
                                    dan is in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is.
                                    Het college kan daarbij regels stellen ten aanzien van het
                                    gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het bepaalde in
                                    artikel 2.1, eerste lid aanhef en sub e van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht of het Besluit geluidsproductie
                                    sportmotoren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden
                                    , parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare
                                    terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig,
                                    een bromfiets, een fiets of paard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen Het college kan daarbij regels
                                    stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsers en paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van verkeer en waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld; </al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld; </al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste gestelde verbod is voorts niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                            bedoelde gebieden of terreinen; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bij de krachtens de Provinciale
                                            milieuverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als ‘toestel’. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33a</nr><titel>Overlast van ruiters in natuur- en recreatiegebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behoudens op de daartoe aangewezen ruiterpaden is het verboden
                                    zich met een paard te bevinden in het voor het publiek
                                    toegankelijke plantsoenen, wandelpaden, wandelplaatsen, parken,
                                    groenstroken, grasperken, bossen, natuurterreinen en andere voor
                                    recreatief gebruik beschikbare terreinen met inbegrip van de
                                    daarin gelegen brandgangen, paden, wegen, mits geen openbare
                                    wegen zijnd, als bedoeld in de wegenwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid 1 gestelde verbod geldt niet voor gevallen
                                    waarin het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en de
                                    Verordening wegen Noord-Brabant van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd ontheffing te verlenen van het in lid 1
                                    opgenomen verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke; </al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand; </al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en de fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande, die zorg draagt
                                    voor de asbus, op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>STRAF , OVERGANGS EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen, genoemd in deze verordening, en de
                            krachtens deze artikelen gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>de politieambtenaren, ieder voor zover het betreft zaken die
                                        aan hun toezicht zijn toevertrouwd;</al></li><li nr="b."><al>de ambtenaren die krachtens de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht zijn belast met de toezicht van de bij of
                                        krachtens die wet gegeven voorschriften; </al></li><li nr="c."><al>de ambtenaren die krachtens de Wegenverkeerswet 1994 zijn
                                        belast met het toezicht op de naleving van de bij of
                                        krachtens die wet gegeven voorschriften;</al></li><li nr="d."><al>de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de
                                        naleving van de bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 3
                                        (Prostitutie Controle Team);</al></li><li nr="e."><al>de ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee, ieder voor
                                        zover het betreft zaken die aan hun toezicht zijn
                                        toevertrouwd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de
                                burgemeester aangewezen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften, die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt daags na publicatie in werking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nuenen c.a.,
                                vastgesteld op 28 april 2011, wordt ingetrokken op de in het eerste
                                lid genoemde datum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel ‘Algemene
                            Plaatselijke Verordening gemeente Nuenen c.a. 2014’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 19 december 2013</al><al/><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.C.P. Laurenssen Msc</ondertekening><ondertekening>M.J. Houben MBA</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>gereserveerde en vervallen artikelen</titel></kop><al>1:9 Lex silencio positivo van toepassing</al><al>[vervallen]</al><al>1:10 Lex silencio positivo niet van toepassing</al><al>[vervallen]</al><al>2.2 Optochten</al><al>[gereserveerd]</al><al>2.4 Afwijken termijn</al><al>[vervallen; opgenomen in artikel 2:3]</al><al>2.5 Te verstrekken gegevens</al><al>[vervallen; opgenomen in artikel 2:3]</al><al>2.7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</al><al>[gereserveerd]</al><al>2.8 Dienstverlening</al><al>[gereserveerd]</al><al>2.13 Veroorzaken van gladheid</al><al>[gereserveerd]</al><al>2.17 Kelderingangen e.d.</al><al>[vervallen]</al><al>2.19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al><al>[gereserveerd]</al><al>2.20 Vallende voorwerp</al><al>[gereserveerd]</al><al>2.26 Ordeverstoring</al><al>[opgenomen in artikel 2:1]</al><al>2.28 Exploitatie openbare inrichtingen</al><al>[gereserveerd]</al><al>2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</al><al>[gereserveerd]</al><al>2:34d Koppeling toegang aan leeftijden</al><al> [gereserveerd]</al><al>2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven</al><al> [gereserveerd]</al><al>2:37 Nachtregister </al><al>[gereserveerd]</al><al>2:46 Rijden over bermen e.d.</al><al>[gereserveerd]</al><al>2:54 Bewakingsapparatuur</al><al>[gereserveerd]</al><al>2:55 Nodeloos alarmeren</al><al>[gereserveerd]</al><al>2:56 Alarminstallaties</al><al>[gereserveerd]</al><al>2.61 Wilde dieren</al><al>[gereserveerd]</al><al>2.63 Duiven</al><al>[gereserveerd]</al><al>2:64 Bijen</al><al>[gereserveerd]</al><al>2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al><al>[gereserveerd]</al><al>2:70 Handel in horecabedrijf</al><al>[Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven) onder
                    artikel 2:32]</al><al>4:4 Verboden incidentele festiviteiten </al><al>[gereserveerd]</al><al>4.12 Vergunning van rechtswege</al><al>[gereserveerd]</al><al>4.14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen</al><al>[gereserveerd]</al><al>4.16 Vergunningsplicht lichtreclame</al><al>[gereserveerd]</al><al>5.10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</al><al>[gereserveerd]</al><al>5.21 Aanhoudingsplicht</al><al>[gereserveerd]</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>