<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR313160_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Overlegverordening Haagse Onderwijskamers 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">'s-Gravenhage</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">'s-Gravenhage</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 52, 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Overlegverordening Haagse Onderwijskamers 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv 169</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>2013/09</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Overlegverordening Haagse Onderwijskamers 2009 (4/2009)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Overlegverordening Haagse Onderwijskamers 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="colA"><al>a.</al></entry><entry colname="col1"><al>het college: </al></entry><entry colname="col2"><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Den Haag;</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>b.</al></entry><entry colname="col1"><al>schoolbestuur:</al></entry><entry colname="col2"><al>de privaatrechtelijke rechtspersoon die een in de
                                                gemeente Den Haag gevestigde instelling voor primair
                                                en/of (speciaal) voortgezet speciaal onderwijs in
                                                stand houdt;</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>c.</al></entry><entry colname="col1"><al>primair onderwijs:</al></entry><entry colname="col2"><al>onderwijs als bedoeld in de Wet op het primair
                                                onderwijs (hierna te noemen: WPO) en de Wet op de
                                                expertisecentra (hierna te noemen: WEC);</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>d.</al></entry><entry colname="col1"><al>voortgezet onderwijs:</al></entry><entry colname="col2"><al>onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet
                                                onderwijs (hierna te noemen: WVO);</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>e.</al></entry><entry colname="col1"><al>regionale opleidingscentra:</al></entry><entry colname="col2"><al>onderwijs als bedoeld in de Wet educatie en
                                                beroepsonderwijs (hierna te noemen: WEB);</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>f.</al></entry><entry colname="col1"><al>hoger onderwijs:</al></entry><entry colname="col2"><al>onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger
                                                onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>9.</al></entry><entry colname="col1"><al>kinderopvang:</al></entry><entry colname="col2"><al>kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang en
                                                kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna te noemen:
                                                Wko);</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>h.</al></entry><entry colname="col1"><al>houder:</al></entry><entry colname="col2"><al>houder als bedoeld in de Wko;</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>i.</al></entry><entry colname="col1"><al>regionaal plan:</al></entry><entry colname="col2"><al>een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als
                                                bedoeld in artikel 72, tweede lid WVO;</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>j.</al></entry><entry colname="col1"><al>platform:</al></entry><entry colname="col2"><al>een samenwerkingsverband van schoolbesturen van in
                                                de gemeente gevestigde instellingen voor onderwijs
                                                en instellingen voor kinderopvang;</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>k.</al></entry><entry colname="col1"><al>KO-platform:</al></entry><entry colname="col2"><al>samenwerkingsverband van houders van in de gemeente
                                                gevestigde instellingen voor kinderopvang;</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>l.</al></entry><entry colname="col1"><al>PO-platform:</al></entry><entry colname="col2"><al>samenwerkingsverband van schoolbesturen van in de
                                                gemeente gevestigde instellingen voor primair
                                                onderwijs;</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al>m.</al></entry><entry colname="col1"><al>VO-platform:</al></entry><entry colname="col2"><al>samenwerkingsverband van schoolbesturen van in de
                                                gemeente gevestigde instellingen voor voortgezet
                                                onderwijs en de regionale opleidingscentra.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling en taak Haagse Onderwijskamers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gemeente is een permanent overlegorgaan, genaamd: Haagse
                                Onderwijskamers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het overlegorgaan heeft tot taak het voeren van overleg tussen het
                                gemeentebestuur, de houders van instellingen voor kinderopvang, de
                                schoolbesturen en de besturen van in de gemeente gevestigde
                                regionale opleidingscentra, over de voorbereiding, vaststelling
                                uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk onderwijsbeleid,
                                alsmede de afstemming tussen het gemeentelijk onderwijsbeleid (Haags
                                Educatieve Agenda) en het beleid van de schoolbesturen en de
                                besturen van de in de gemeente gevestigde regionale
                                opleidingencentra en onderwijshuisvesting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de Haagse Onderwijskamers komen aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>aangelegenheden waarover krachtens wettelijk voorschrift op
                                        overeenstemming gericht overleg moet worden gevoerd;</al></li><li nr="b."><al>aangelegenheden waarover krachtens wettelijk voorschrift
                                        overleg moet worden gevoerd;</al></li><li nr="c."><al>aangelegenheden waarover het gemeentebestuur, de houder van
                                        een instelling voor kinderopvang, het schoolbestuur, of het
                                        bestuur van een regionaal opleidingencentrum dit overleg
                                        wenselijk acht en die van gemeenschappelijk belang zijn voor
                                        meer in het overleg vertegenwoordigde besturen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel van het overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het te voeren overleg heeft tot doel:</al><lijst><li nr="a."><al>het bereiken van overeenstemming over een aangelegenheid als
                                        bedoeld in artikel 2, derde lid onder a;</al></li><li nr="b."><al>het adviseren van het college over een aangelegenheid als
                                        bedoeld in artikel 2, derde lid onder b;</al></li><li nr="c."><al>het maken van een afspraak tussen de gemeente en één of meer
                                        schoolbesturen of besturen van een instelling voor
                                        kinderopvang over een gezamenlijke aanpak van
                                        activiteiten;</al></li><li nr="d."><al>de uitwisseling van informatie over het lokale
                                        onderwijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de agenda wordt vermeld met welk in het vorige lid vermelde doel
                                een onderwerp of voorstel in de Haagse Onderwijskamers wordt
                                behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Structuur van de Haagse Onderwijskamers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Haagse Onderwijskamers bestaan uit drie kamers van overleg, te
                                weten een algemene kamer, een 0-12-kamer en een
                                VO<sup>+</sup>-kamer. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een kamer kan besluiten tot instelling van een adviesgroep ten
                                behoeve van de voorbereiding van het overleg in die kamer, waaronder
                                tevens begrepen de instelling van een werk- of projectgroep met
                                betrekking tot een specifiek thema of onderwerp. De kamer bepaalt de
                                omvang, samenstelling, taakveld en werkwijze, alsmede de
                                instellingsduur van de adviesgroep, behoudens het bepaalde in het
                                derde lid, alsmede artikel 6 en artikel 13, tweede lid, tweede
                                volzin. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemene kamer kent in ieder geval een vaste adviesgroep op het
                                gebied van huisvesting en spreiding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Structuur van het overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Algemene onderwerpen of voorstellen worden geagendeerd voor overleg
                                in de algemene kamer. Algemene onderwerpen zijn onder meer die
                                besluiten van de gemeenteraad of het college, die zowel betrekking
                                hebben op instellingen voor kinderopvang, als op scholen in het
                                primair onderwijs, als op scholen in het voorgezet onderwijs, dan
                                wel mede betrekking hebben op de regionale opleidingencentra.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onderwerpen of voorstellen die enkel betrekking hebben op
                                kinderopvang of op scholen in het primair onderwijs, worden
                                geagendeerd voor overleg in de 0-12-kamer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onderwerpen of voorstellen die enkel betrekking hebben op scholen in
                                het voorgezet onderwijs of de regionale opleidingencentra worden
                                geagendeerd voor overleg in de VO<sup>+</sup>-kamer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenstelling algemene kamer, 0-12-kamer en VO</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke kamer bestaat uit een voorzitter, een ambtelijk secretaris en
                                overige leden. De wethouder belast met onderwijsaangelegenheden is
                                voorzitter van de kamer. De voorzitter vertegenwoordigt het
                                gemeentebestuur. Bij verhindering van de voorzitter zit een door
                                deze aan te wijzen vervanger het overleg voor. De ambtelijk
                                secretaris kan worden aangewezen uit de ambtenaren van de gemeente.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemene kamer bestaat naast de voorzitter en ambtelijk
                                secretaris onder meer uit maximaal vijf leden van het KO-platform,
                                maximaal vijf leden van het PO-platform en maximaal vijf leden van
                                het VO-platform, inclusief, afhankelijk van de wettelijke grondslag
                                van het overleg, vertegenwoordigers van in de gemeente gevestigde
                                regionale opleidingencentra. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De 0-12-kamer bestaat naast de voorzitter en ambtelijk secretaris
                                onder meer uit minimaal twee afgevaardigde leden van het KO-platform
                                en minimaal vier afgevaardigde leden van het PO-platform die
                                optreden als vertegenwoordigers van respectievelijk bij het
                                KO-platform aangesloten besturen van instellingen voor kinderopvang
                                en bij het PO-platform aangesloten schoolbesturen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De VO<sup>+</sup>-kamer bestaat naast de voorzitter en ambtelijk
                                secretaris uit minimaal vier afgevaardigde leden van het VO-platform
                                welke optreden als vertegenwoordigers van bij het VO-platform
                                aangesloten schoolbesturen, inclusief vertegenwoordigers van in de
                                gemeente gevestigde regionale opleidingencentra.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Taak adviesgroepen</titel></kop><al>Een adviesgroep bespreekt de door een kamer, het gemeentebestuur, een
                            platform of andere leden van een kamer ter bespreking aangedragen
                            onderwerpen of voorstellen vallend binnen het taakveld van de
                            adviesgroep, of geeft uitvoering aan de in de kamer gemaakte afspraken
                            als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Samenstelling vaste adviesgroepen</titel></kop><al>De vaste adviesgroepen als bedoeld in artikel 4 bestaan uit een
                            ambtelijk voorzitter, een ambtelijk secretaris en door het
                            desbetreffende platform afgevaardigde leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanwijzing van de door een platform afgevaardigde leden in een
                                kamer</titel></kop><al>De door een platform afgevaardigde leden en plaatsvervangende leden van
                            een kamer worden door het desbetreffende platform aangewezen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Financiële middelen</titel></kop><al>Het college kan een vergoeding toekennen aan schoolbesturen en houders
                            van instellingen voor kinderopvang wegens de werkzaamheden die verband
                            houden met het te voeren overleg, voor zover de schoolbesturen of de
                            besturen van instellingen voor kinderopvang deelnemen aan een platform. </al><al>De vergoeding wordt slechts toegekend onder de voorwaarde dat de
                            daarvoor benodigde gelden door de gemeenteraad met dat doel op de
                            begroting beschikbaar zijn gesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Overlegprocedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergaderingen kamers en adviesgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een kamer of adviesgroep vergadert zo dikwijls als zij daartoe
                                besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts vergadert een kamer of adviesgroep indien de voorzitter het
                                nodig oordeelt of ten minste door twee leden schriftelijk, met
                                opgave van redenen, daar om wordt verzocht. De leden van een kamer
                                kunnen zich in de vergadering doen bijstaan door een adviseur.
                                Uitsluitend met verlof van de voorzitter mag een adviseur ter
                                vergadering het woord voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter, respectievelijk ambtelijk voorzitter, nodigt de leden
                                van een kamer, respectievelijk een vaste adviesgroep, uiterlijk één
                                week voor de datum van het overleg schriftelijk uit voor de
                                vergadering. De uitnodiging kan tevens door de ambtelijk secretaris
                                worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De uitnodiging bedoeld in het derde lid gaat vergezeld van de agenda
                                en de daarbij behorende voorstellen en documenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Agenda</titel></kop><al>De voorzitter agendeert de door hemzelf, een platform, of andere leden
                            van een kamer bij de ambtelijk secretaris van de kamer ter bespreking
                            aangedragen onderwerpen of voorstellen, vallend binnen het taakveld van
                            de kamer, voor de eerstvolgende daarvoor in aanmerking komende
                            vergadering, met inachtneming van de wettelijke beperkingen en
                            verplichtingen voor het overleg inzake de diverse aangelegenheden als
                            bedoeld in artikel 2, derde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een kamer kan besluiten de voorbereiding van een in het overleg te
                                bespreken onderwerp of voorstel op te dragen aan een adviesgroep,
                                alvorens het onderwerp door de voorzitter wordt geagendeerd. Dit
                                besluit kan onderdeel uitmaken van het besluit van de kamer als
                                bedoeld in de tweede volzin van artikel 4, tweede lid. De ambtelijk
                                secretaris van de kamer ziet toe op de naleving hiervan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vaste adviesgroep bespreekt een onderwerp of voorstel vallend
                                binnen het taakveld van de adviesgroep, vóórdat het onderwerp of
                                voorstel door de voorzitter wordt geagendeerd voor overleg in de
                                kamer. In afwijking van het bepaalde in artikel 12 worden dergelijke
                                onderwerpen of voorstellen bij de ambtelijk secretaris van de
                                adviesgroep ter bespreking in de adviesgroep aangeboden en beslist
                                de ambtelijk voorzitter over de wijze van agendering in de
                                adviesgroep. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een adviesgroep zendt het besproken onderwerp of voorstel, vergezeld
                                van de reactie van de adviesgroep door naar de ambtelijk secretaris
                                van de kamer voor overleg, behoudens het bepaalde in het vierde
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De overige onderwerpen of voorstellen worden voorbereid door de
                                indiener daarvan en al dan niet na afstemming met de ambtelijk
                                secretaris van kamer bij hem ter agendering aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het gevoerde overleg wordt een verslag gemaakt. Het verslag
                                wordt ter vergadering vastgesteld. Met betrekking tot het overleg in
                                een adviesgroep kan hiervan bij besluit van de kamer worden
                                afgeweken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Betreft het overleg een aangelegenheid als bedoeld in artikel 2,
                                derde lid, onder a, dan bevat het verslag in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde procedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens het overleg naar
                                        voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>de reactie van het college op deze zienswijzen, waarbij met
                                        redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet
                                        tot aanpassing van het voorstel is overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien overleg is gevoerd over een aangelegenheid waarvoor de
                                gemeenteraad of het college het tot beslissen bevoegde
                                bestuursorgaan is, dan gaat het voorstel aan de raad of het college
                                vergezeld van het in dit artikel bedoelde verslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, in het geval de gemeenteraad of het college over de
                                aangelegenheid dient te beslissen en de omstandigheden daartoe
                                aanleiding geven, een reeds afgesloten overleg heropenen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het overleg wordt in ieder geval heropend indien de gemeenteraad of
                                het college voornemens is een besluit te nemen dat afwijkt van het
                                voorstel waarover in het overleg overeenstemming is bereikt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op het heropende overleg is het bepaalde in artikel 11, derde lid,
                                en artikel 13 niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Advies aan het college</titel></kop><al>Bij het tot stand brengen van een advies aan het college als bedoeld in
                            artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, streven de leden van een kamer
                            naar het bereiken van consensus. Blijkt consensus niet mogelijk dan
                            wordt het verslag waaruit de ingenomen standpunten blijken bij het
                            bovenbedoelde advies gevoegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Gezamenlijke afspraak</titel></kop><al>Een afspraak over de gezamenlijke uitvoering van activiteiten als
                            bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, komt tot stand tussen het
                            gemeentebestuur en de besturen die met de afspraak instemmen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Wettelijke afwijkingen en beperkingen</titel></kop><al>Van het bepaalde in dit hoofdstuk kan op grond van de wettelijke
                            beperkingen en verplichtingen voor het overleg inzake de diverse
                            aangelegenheden als bedoeld in artikel 2, derde lid, worden afgeweken.
                            In dat geval vindt het bepaalde in de navolgende hoofdstukken bij
                            voorrang boven dit hoofdstuk toepassing. Het bepaalde in dit hoofdstuk
                            heeft in dat geval slechts aanvullende werking voor zover de aard van
                            het wettelijk geregelde overleg zich daar niet tegen verzet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Bijzondere bepalingen inzake het overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Vaststelling Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
                                gemeente Den Haag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens de gemeenteraad bij verordening de regeling als bedoeld in
                                artikelen 102, eerste lid, WPO, 100, eerste lid, WEC en 76m, eerste
                                lid, WVO vaststelt, vindt hierover in de algemene kamer op
                                overeenstemming gericht overleg plaats. Het overleg in de algemene
                                kamer wordt voorbereid door de adviesgroep op het gebied van
                                huisvesting en spreiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de leden van de adviesgroep van oordeel zijn dat het voorstel
                                tot wijziging van de regeling geen verdere bespreking behoeft,
                                agendeert de voorzitter het voorstel voor het overleg in de algemene
                                kamer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gelet op de wettelijke verplichting de regeling met betrekking tot
                                enig kalenderjaar uiterlijk vóór het einde van het daaraan
                                voorafgaande jaar vast te stellen, kan de voorzitter, bij gebreke
                                aan bespreekpunten voor het overleg, de leden van de algemene kamer
                                schriftelijk in kennis stellen van de uitkomst van het overleg in de
                                adviesgroep en de leden in de gelegenheid stellen binnen een termijn
                                van veertien dagen eventuele bezwaren tegen het aldus gevoerde
                                schriftelijk overleg kenbaar te maken. Bij besluit van de algemene
                                kamer kan van het bepaalde in dit lid worden afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vaststelling programma huisvestingsvoorzieningen</titel></kop><al>Alvorens het college op grond van artikelen 95, eerste lid, WPO, 93,
                            eerste lid, WEC en 76f, eerste lid, WVO een programma
                            huisvestingsvoorzieningen vaststelt, vindt hierover in de algemene kamer
                            overleg plaats. Het overleg in de algemene kamer wordt voorbereid door
                            de adviesgroep op het gebied van huisvesting en spreiding. De leden 2 en
                            3 van artikel 19 zijn van overeenkomstige toepassing op de vaststelling
                            van het programma huisvestingsvoorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Vaststelling overige besluiten samenhangend met het programma
                                huisvestingsvoorzieningen</titel></kop><al>Op de vaststelling van het overzicht van niet op het programma
                            huisvestingsvoorzieningen opgenomen aangevraagde voorzieningen en de
                            verstrekking van bekostiging ter zake de kosten van bouwvoorbereiding is
                            artikel 20 van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Vaststelling aantal klokuren grondslag materiële instandhouding
                                lichamelijke oefening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens het college het aantal klokuren per week vaststelt dat per
                                groep leerlingen in het primair onderwijs ten hoogste ter
                                beschikking wordt gesteld in een ruimte voor het onderwijs in
                                lichamelijke oefening, of voor bekostiging voor de materiële
                                instandhouding van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke
                                oefening in aanmerking komt, vindt hierover in de 0-12-kamer overleg
                                plaats. Het overleg in de 0-12-kamer wordt voorbereid door de
                                adviesgroep op het gebied van huisvesting en spreiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het bepaalde in het eerste lid wordt afgeweken indien en voor
                                zover het college het aantal klokuren vaststelt op grond van het
                                bepaalde in Bijlage III, deel B, van de Verordening voorzieningen
                                huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 1997. In dat geval vindt het
                                bepaalde in artikel 19 overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Aanwijzing achterstandsscholen en onderwijsachterstandenbeleid in
                                het algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het overleg inzake de aanwijzing door het college van
                                achterstandsscholen als bedoeld in artikelen 166 en 166a WPO maakt
                                onderdeel uit van het op overeenstemming gerichte overleg inzake het
                                onderwijsachterstandenbeleid in het algemeen als bedoeld in
                                artikelen 167a WPO en 118a WVO en vindt plaats in de algemene kamer.
                                Het overleg in de algemene kamer kan worden voorbereid door een
                                adviesgroep op dit gebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de besluiten van het college als bedoeld in artikelen 166 en 166a
                                WPO is het derde lid niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college naar aanleiding van het overleg als bedoeld in de
                                zesde volzin van artikelen 167a, eerste lid, WPO en 118a, eerste
                                lid, WVO voornemens is de geschillencommissie om een bindend advies
                                te vragen, dient het college het verzoek om een bindend advies bij
                                de geschillencommissie binnen uiterlijk vier weken na afloop van het
                                overleg in.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Vaststelling regionaal plan onderwijsvoorzieningen voortgezet
                                onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt gezamenlijk met de samenwerkende bevoegde
                                gezagsorganen de overlegprocedure vast als bedoeld in artikel 72,
                                tweede lid, aanhef en onder sub aa, van de WVO, welke procedure een
                                voorziening voor het beslechten van geschillen bevat. Deze
                                overlegprocedure wordt zo veel mogelijk overeenkomstig het bepaalde
                                in deze verordening vorm gegeven. Het overleg over de gezamenlijk
                                vast te stellen overlegprocedure wordt voorbereid in de adviesgroep
                                op het gebied van huisvesting en spreiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van deze verordening maakt het college, zo
                                mogelijk, tevens de met onderscheiden schoolbesturen gezamenlijk
                                vastgestelde overlegprocedure(s) inzake het regionaal plan
                                bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Advies Onderwijsraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een schoolbestuur dan wel het college, terzake van een
                                onderwerp waarbij de wet de mogelijkheid biedt een advies van de
                                Onderwijsraad te vragen, een dergelijk advies wenselijk acht, maakt
                                het die wens uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp
                                in finale zin aan de orde is. Dit geschiedt door het overleggen van
                                een schriftelijke en gemotiveerde omschrijving van de aangelegenheid
                                waarover advies wordt verwacht. Daarin wordt het verband aangegeven
                                tussen die aangelegenheid en de vrijheid van richting en de vrijheid
                                van de inrichting van het onderwijs. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad op grond van het zesde lid, van artikelen 102 van de
                                WPO, 100 van de WEC en 76m van de WVO, dan wel het college op grond
                                van het negende lid, van artikelen 95 van de WPO, 93 van de WEC en
                                76f van de WVO, dient het verzoek om advies bij de Onderwijsraad
                                binnen uiterlijk twee weken na afloop van het overleg in.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedurende de termijn voor het uitbrengen van advies wordt door het
                                gemeentebestuur geen besluit genomen over het onderwerp waarop de
                                adviesaanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk nadat de Onderwijsraad zijn advies heeft
                                uitgebracht zendt het college een kopie daarvan aan de gemeenteraad,
                                het betrokken schoolbestuur en aan de leden van de Haagse
                                Onderwijskamers. Daarbij wordt vermeld welke wijzigingen naar
                                aanleiding van het advies in het raadsvoorstel als bedoeld in
                                artikel 19 en de collegebesluiten als bedoeld in artikelen 20 en 21
                                zijn aangebracht. Het college beoordeelt of de aangebrachte
                                wijzigingen een eventuele heropening van het overleg noodzakelijk
                                maken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Overlegverordening Haagse
                            Onderwijskamers 2014. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 19 december 2013.</ondertekening><ondertekening>De griffier, mr. H.L.G. Seuren en de voorzitter, J.J. van Aartsen. </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>