<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR312731_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veenendaalse Krant, 2013-11-20</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0003245">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013, 2013.00083-3</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2014 vervangt de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
            2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 september 2013,
                        nummer 2013.00083-3;</al>
          <al/>
          <al>gelet op:</al>
          <al>de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al>
          <al/>
          <al>eerder gehoord en gelezen:</al>
          <al>het amendement (A6) van de fracties van de ChristenUnie, D66, SGP, VVD en
                        CDA dat werd ingediend en aangenomen bij de behandeling van de
                        Programmabegroting 2014-2017, agendapunt 6 van de op 31 oktober 2013
                        gehouden raadsvergadering, waarin werd overwogen:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Dat jaarlijks het mogelijk positief resultaat van inkomsten en
                                uitgaven van de inzameling en verwerking van afvalstoffen wordt
                                gestort in de ‘egalisatiereserve afvalverwijdering en
                                verwerking’;</al></li>
            <li nr="-"><al>Dat er jaarlijks uit deze reserve al een bedrag wordt ingezet om de
                                tarieven van de afvalstoffenheffing te egaliseren;</al></li>
            <li nr="-"><al>Dat deze egalisatiereserve naar verwachting op 1 januari 2018 dan
                                nog steeds een batig saldo bevat van € 2.576.051,-</al></li>
            <li nr="-"><al>Dat het hier gaat om geld dat feitelijk teveel is geheven bij de
                                burgers;</al></li>
            <li nr="-"><al>Dat het verlagen van de lastendruk voor de burgers in deze
                                economisch zware tijd wenselijk is;</al></li>
            <li nr="-"><al>Dat een extra bedrag van € 300.000,- voor zowel 2014 en 2015
                                verantwoord kan worden ingezet voor de verlaging van de
                                afvalstoffenheffing;</al></li>
            <li nr="-"><al>Dat de reserve per 1 januari 2018 op basis van de huidige gegevens,
                                dan nog steeds een batig saldo bevat van meer dan € 1.900.000,-</al></li>
            <li nr="-"><al>Dat het bedrag per perceel bij een extra inzet van € 3000.000,- met
                                € 12,98 (afgerond (€ 13,00) naar beneden kan worden bijgesteld.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>Besluit: </vet>
          </al>
          <al>Met inachtneming van de hierna genoemde beslispunten 1 en 2, vast te stellen
                        de volgende, naar aanleiding van het bovengenoemde amendement (A6),
                        gewijzigde verordening:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Een extra bedrag van € 300.000,- vanuit de ‘egalisatiereserve
                                afvalverwijdering en verwerking’ in te zetten voor het verlagen van
                                de tarieven afvalstoffenheffing voor 2014 en dit als volgt te
                                verwerken in de Verordening afvalstoffenheffing 2014:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>het Meerpersoons tarief afvalstoffenheffing 2014 vast te
                                        stellen op € 247,70;</al></li>
                <li nr="b."><al>het Alleenwonend tarief afvalstoffenheffing 2014 vast te
                                        stellen op € 185,75;</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Eveneens een extra bedrag van € 300.000,- vanuit de
                                ‘egalisatiereserve afvalverwijdering en verwerking’ in te zetten
                                voor het in 2014 vaststellen van de tarieven afvalstoffenheffing
                                voor het belastingjaar 2015.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
                            2014 (Verordening afvalstoffenheffing 2014).</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijving</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik
                        maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar
                            afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een
                            perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de
                            Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                            afvalstoffen geldt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar omstandigheden
                        beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                        persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
                        ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                        verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting bedraagt per belastingjaar € 247,70 per perceel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Aan een alleenwonende belastingplichtige wordt vermindering verleend van
                            25% van het onder lid 1 genoemde tarief. De vermindering blijft beperkt
                            over het aantal volle maanden dat men alleenwonend is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het tarief voor het vervangen van een milieupas in geval van verlies,
                            diefstal of zichtbare beschadiging bedraagt € 15,30.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in feitelijk gebruik neemt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Voor de toepassing van het bepaalde in het vijfde lid wordt het totaal
                            van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of
                            andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet, terwijl
                            elke volgende één maand na het verstrijken van de daaraan voorafgaande
                            termijn vervalt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00, en zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van
                            de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                            dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die,
                            welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, terwijl elke
                            volgende termijn één maand na het verstrijken van de daaraan
                            voorafgaande termijn vervalt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2013’ van 25 oktober 2012 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die
                            van de bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing
                            2014’.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 31 oktober 2013,</ondertekening>
        <ondertekening>griffier - de heer mr. E.J. Kruijswijk Jansen</ondertekening>
        <ondertekening>voorzitter - de heer mr. A.W. Kolff</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>