<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR312178_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen Wmo Veendam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.veendam.nl/document.php?m=1&amp;fileid=20319&amp;f=7fc2545ab7fdc2c93d0021c98f2706a2&amp;attachment=0">Elektronisch Gemeenteblad, 2013, 45</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen Wmo Veendam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020031">Wet Maatschappelijke Ondersteuning</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005537">Algemene Wet Bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013R0057</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Veendam 2007.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen Wmo Veendam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Voorwoord </label></kop><afdeling><kop><label>Visie</label></kop><structuurtekst><al>De Wet Maatschappelijke Ondersteuning(Wmo) is van kracht sinds 1
                                januari 2007. Het beleid van de gemeente ten aanzien van de Wmo is
                                vastgelegd in de nota ‘Meedoen en erbij horen’ 2007-2011. De
                                bestaande verordening Wmo is in 2006 vastgesteld en van kracht sinds
                                1 januari 2007. Ondertussen werd duidelijk dat het rijk meer taken
                                wilde overhevelen naar de gemeente. Decentralisatie (van rijk naar
                                gemeente) van grote delen van de Awbz en sociale zekerheid werden
                                aangekondigd. </al><al>Daarom heeft de raad in 2011 haar visie op de decentralisaties in
                                het sociale domein vastgelegd in “Kwaliteit door participatie”.
                                Onderstaand een deel uit de inleiding van de visie “Kwaliteit door
                                participatie”</al><al/><al>Dit vraagt een andere manier van (samen)werken. Een manier van
                                werken waarbij de zorg en ondersteuning weer dichter bij mensen
                                wordt georganiseerd en vragen van burgers ‘leidend’ zijn voor het
                                handelen. Met als drijvende kracht: ieder mens iets van zichzelf te
                                laten maken! Door het inzetten van sterke professionals, afkomstig
                                uit verschillende organisaties, worden goede stappen in die richting
                                gezet. De ‘brede sociaal werkers’ zullen binnen de wijk als
                                allrounders inzetbaar zijn op alle terreinen van de sociale
                                samenleving. Door uit te gaan van kracht van de burger in zijn of
                                haar omgeving, wordt de professionele ondersteuning alleen ingezet
                                als dat echt nodig is. Een stevige relatie met de diverse vormen van
                                vrijwilligerswerk is onontbeerlijk. </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Tijd om de verordening aan te passen</label></kop><structuurtekst><al>In deze visie komt de nieuwe werkwijze duidelijk naar voren. Dat wil
                                zeggen dat meer dan bij de start van de Wmo gekeken wordt naar wat
                                inwoners zelf kunnen en voorzieningen van de gemeente meer in een
                                arrangement met andere mogelijkheden worden ingezet. De bestaande
                                verordening Wmo is verouderd. De beperkingen van inwoners en het
                                aanbod van voorzieningen staan centraal. Terwijl juist de resultaten
                                die inwoners willen bereiken en hun mogelijkheden daartoe het
                                uitgangspunt zou moeten zijn. Tijd om de verordening aan te passen
                                aan de visie. </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Kanteling </label></kop><structuurtekst><al>Deze nieuwe verordening is de weerslag van twee zaken. In
                                samenwerking tussen VNG, CG-Raad en gezamenlijke Ouderenbonden is
                                het landelijk project “De Kanteling” ontstaan: een proces om de Wmo
                                te doen kantelen naar een wijze van uitvoeren die recht doet aan de
                                bedoeling van de wetgever, met name ten aanzien van het nieuwe
                                begrip “compensatieplicht”. Daarnaast is ook rekening gehouden met
                                de jurisprudentie, met name die van de Centrale Raad van Beroep.
                            </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Het gesprek</label></kop><structuurtekst><al>In de nieuwe verordening ligt het zwaartepunt op een gesprek met de
                                inwoner. In het gesprek wordt een zo volledig mogelijke
                                inventarisatie gemaakt van zijn of haar situatie, zijn of haar
                                mogelijkheden en onmogelijkheden, zijn of haar wensen en individuele
                                specifieke kenmerken en de problemen die om een oplossing vragen.
                                Leidend hierbij is het te bereiken resultaat. Op basis van het
                                gewenste resultaat kan bekeken worden welke mogelijkheden er zijn om
                                dit resultaat te bereiken met oplossingen die al voorhanden zijn,
                                zoals eigen mogelijkheden, mogelijkheden binnen het sociale netwerk,
                                (wettelijk) voorliggende voorzieningen, algemene voorzieningen
                                (zoals ondersteuning door een vrijwilliger, maaltijdvoorziening),
                                algemeen gebruikelijke voorzieningen (zoals een fiets met
                                elektrische ondersteuning) of collectieve voorzieningen (zoals de
                                collectieve vervoersvoorziening). Daarna wordt duidelijk of - en op
                                welke punten- nog individuele voorzieningen nodig zijn. Na het
                                gesprek volgt dan eventueel een aanvraag voor individuele
                                voorzieningen. Het verstrekken van individuele voorzieningen via
                                deze Verordening is daarmee een vangnet voor mensen met een
                                beperking die het op eigen kracht niet redden.</al><al>Door deze wijze van werken wordt het proces om te komen tot
                                oplossingen in twee delen gesplitst: een inventarisatiefase,
                                gekarakteriseerd door het “gesprek” en een fase van aanvraag,
                                beoordeling en toekenning van individuele voorzieningen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Leeswijzer</label></kop><structuurtekst><al>In de verordening ligt, na de begripsomschrijvingen, de focus op de
                                te bereiken resultaten. Daarna wordt ingegaan op het gesprek.
                                Vervolgens wordt beschreven wat de procedure is als na dat gesprek
                                een aanvraag wordt ingediend, hoe de beoordeling zal plaatsvinden
                                welke afwegingen worden gemaakt. Als laatste volgen nog een aantal
                                algemene soms procedurele regels.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><vet>Wet:</vet> Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) <vet>College:
                            </vet>College van burgemeester en wethouders.</al><al><vet>Compensatieplicht: </vet>De plicht van het College aan personen met
                            een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem
                            voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het
                            gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen
                            in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en
                            om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen
                            te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij
                            legt artikel 4 van de wet het College de plicht op om een resultaat te
                            bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval
                            maatwerk is. </al><al><vet>Aanmelding:</vet> de mededeling van een belanghebbende aan het
                            college dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een
                            afspraak te maken voor een gesprek.</al><al><vet>Gesprek:</vet> het eerste contact na een aanmelding waarin met
                            degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt, zijn gehele situatie
                            wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen
                            daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen
                            mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene,
                            algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en
                            individuele voorzieningen. </al><al><vet>Aanvraag:</vet> het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking
                            te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken
                            in het kader van deze verordening.</al><al><vet>Belanghebbende:</vet> een persoon met een beperking, een chronisch
                            psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan
                            compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het
                            maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor
                            zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een
                            aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.</al><al><vet>Psychosociaal probleem:</vet> een situatie van verlies van
                            zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname
                            aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die
                            iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale
                            omgeving. </al><al><vet>Algemene voorziening:</vet> een voorliggende voorziening die
                            weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen
                            als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door
                            iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te
                            verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde
                            aanvraagprocedure.</al><al><vet>Algemeen gebruikelijke voorziening:</vet> een voorziening die
                            verkrijgbaar is in de algemene handel, niet aanzienlijk duurder is dan
                            vergelijkbare producten, niet specifiek bedoeld is voor een persoon met
                            een beperking en/of past in een voor de belanghebbende normaal
                            aanschafpatroon. </al><al><vet>Collectieve voorziening:</vet> een voorziening die individueel
                            wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt,
                            bijvoorbeeld het collectief vervoer.</al><al><vet>Voorliggende voorziening:</vet> een voorziening die normaal in de
                            maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die
                            daar behoefte aan heeft.</al><al><vet>Wettelijk voorliggende voorziening:</vet> een voorziening op grond
                            van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het
                            resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.</al><al><vet>Individuele voorziening: </vet>een voorziening die door het college
                            ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt
                            verstrekt.</al><al><vet>Gebruikelijke zorg:</vet> de zorg die op het gebied van het voeren
                            van het huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als
                            algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. </al><al><vet>Voorziening in natura:</vet> een voorziening, in te zetten om het
                            resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in
                            eigendom, of als persoonlijke dienstverlening.</al><al><vet>Persoonsgebonden budget:</vet> een geldbedrag om te gebruiken voor
                            het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in
                            natura.</al><al><vet>Financiële tegemoetkoming:</vet> een geldbedrag, al dan niet
                            forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te
                            schaffen voor het te bereiken resultaat.</al><al><vet>Mantelzorger: </vet>een persoon die mantelzorg in de zin van
                            artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt.</al><al><vet>Hoofdverblijf:</vet> de plaats waar een persoon daadwerkelijk de
                            meeste nachten per jaar doorbrengt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 2. Resultaatgerichte compensatie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2. De te bereiken resultaten</label></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen
                            te bereiken resultaten zijn:</al><al>een schoon en leefbaar huis;</al><al>wonen in een geschikt huis;</al><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;</al><al>zich verplaatsen in en om de woning; </al><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen
                            aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3.Hoe te komen tot de te bereiken resultaten?</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3. Aanmelding en aanvraag.</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid
                                1 aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding voor een
                                gesprek vooraf indien:</al><al>De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder
                                een aanvraag in het kader van de wet heeft gedaan;</al><al>De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder een
                                gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van gewijzigde
                                omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten;</al><al>Een belanghebbende of een vertegenwoordiger van belanghebbende
                                daarom verzoekt.</al><al>Het college daarom verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen
                                dienen, vervalt het gestelde onder 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek.</label></kop><al>Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, elektronisch,
                            mondeling of telefonisch worden gedaan bij WmoLokaal door of namens een
                            persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een
                            psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve
                            van het bevorderen van zijn of haar deelname aan het maatschappelijk
                            verkeer en het zelfstandig functioneren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5. Het gesprek</label></kop><al>Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of
                            Functions, Disabilities and Health als basis voor het begrippenkader
                            worden gehanteerd.</al><al>Als de belanghebbende een mantelzorger is, wordt met de mantelzorger en
                            zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen de
                            belanghebbende ondervindt bij de uitvoering van de mantelzorg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6. Het verslag</label></kop><al>Het gesprek wordt afgesloten met een verslag. Opmerkingen van
                            belanghebbende over dit verslag kunnen als bijlage aan het verslag
                            worden toegevoegd. Uitsluitend een door belanghebbende ondertekend
                            verslag kan dienen als aanvraagformulier als bedoeld in artikel 7, punt
                            2.</al><al>Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, gebruik makend van
                            het ondertekende verslag van het gesprek, dat in die situatie als
                            aanvraagformulier dient, een aanvraag indienen voor een individuele
                            voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4. De aanvraag van een individuele voorziening</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7. De aanvraag van een individuele voorziening</label></kop><al>De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of
                            elektronisch plaatsvinden middels </al><al>een door het college beschikbaar gesteld en door belanghebbende
                            ondertekend aanvraagformulier: </al><al>bij de aanvraag kan, als er een ondertekend verslag van het gesprek
                            aanwezig is, dit ondertekende verslag als aanvraagformulier worden
                            beschouwd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 5. Beoordeling van de te bereiken resultaten</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 8. Het maken van een afweging</label></kop><al>Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het
                            college het verslag van het gesprek -indien aanwezig- als uitgangspunt.
                            Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de
                            belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en
                            mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken
                            resultaat.</al><al>Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen
                            die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een
                            oplossing hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft
                            plaatsgevonden, eerst beoordeeld..</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9. Afwegingen per te bereiken resultaat</label></kop><al><vet>1. Resultaat 1: Een schoon en leefbaar huis:</vet></al><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                            huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit
                            geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire
                            ruimten.</al><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                            voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                            huishoudelijke werk, alsmede ondersteuning bij het organiseren van het
                            huishouden.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar
                            en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het
                            kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. </al><al>Voor zover de onder c. genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar
                            zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Resultaat 2: Wonen in een geschikt huis:</label></kop><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                            huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning
                            waarover men beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer,
                            slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten en berging. </al><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele
                            voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid,
                            toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.</al><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of
                            een gemakkelijker geschikt te maken woning en die verhuizing kan leiden
                            tot het te bereiken resultaat, zal deze mogelijkheid eerst worden
                            beoordeeld. </al><al>Voor zover de onder c. genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar
                            zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan onder bepaalde
                            omstandigheden dan wel verstrekt worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Resultaat 3. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften.</label></kop><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                            huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde
                            hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets
                            genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook de
                            noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen.</al><al>Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire
                            levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                            aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen,
                            schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het bereiden en
                            aanreiken van maaltijden.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar
                            en in staat zijn werkzaamheden over te nemen of voor zover de
                            belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare
                            boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de individuele
                            situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat,
                            wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld.</al><al>Voor zover de onder c. genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar
                            zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Resultaat 4. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding.</label></kop><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                            huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in gewassen en zo
                            nodig gestreken, opgevouwen of opgehangen staat.</al><al>Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                            kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van
                            het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar
                            en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het
                            kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.</al><al>Voor zover de onder c. genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar
                            zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Resultaat 5. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren. </label></kop><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                            huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het
                            huishouden aanwezige kinderen.</al><al>Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                            behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien
                            van het vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt,
                            ter overbrugging van een periode die noodzakelijk is voor het nemen van
                            meer definitieve maatregelen.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                            bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere
                            opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de belanghebbende
                            kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden
                            eerst beoordeeld.</al><al>Voor zover de onder c. genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar
                            zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Resultaat 6. Zich verplaatsen in en om de woning.</label></kop><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om
                            de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, de keuken, het
                            slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de
                            berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en er zich zodanig kunnen
                            redden dat normaal functioneren mogelijk is.</al><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele
                            voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks
                            zittend gebruik.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                            bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de
                            belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat, wordt deze
                            mogelijkheid eerst beoordeeld.</al><al>Voor zover de onder c. genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar
                            zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Resultaat 7. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. </label></kop><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen
                            per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse
                            boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van
                            gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en
                            leefomgeving.</al><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel kan een
                            individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen
                            over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere
                            afstand binnen de directe woon en leefomgeving.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                            bruikbare scootmobielpool of van collectief vraagafhankelijk vervoer van
                            deur tot deur die in de individuele situatie van de belanghebbende kan
                            leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst
                            beoordeeld.</al><al>Voor zover de onder c. genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar
                            zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Resultaat 8 De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.</label></kop><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten
                            te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve,
                            maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo mogelijk
                            kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste
                            activiteiten.</al><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                            deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                            activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                            aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van de diensten van een
                            of meer aanwezige (vrijwilligers)organisaties die in de individuele
                            situatie van belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat,
                            worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Voor zover de onder c. genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar
                            zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                            voorzieningen verstrekt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 6. Vormen van verstrekking</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 17. Keuzevrijheid</label></kop><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in: </al><al>natura</al><al>financiële tegemoetkoming </al><al>persoonsgebonden budget. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18. Inhoud beschikking bij verstrekking in natura</label></kop><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking
                            vastgelegd:</al><al>welke de te treffen voorziening is;</al><al>voor welk te bereiken resultaat de voorziening wordt verstrekt</al><al>hoe de voorziening in natura wordt verstrekt;</al><al>wat de duur van de verstrekking is; </al><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                            geregeld;</al><al> of er sprake is van een te betalen eigen bijdrage. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19. Overwegende bezwaren en regels rond persoonsgebonden budget</label></kop><al>Het college legt in het Besluit voorzieningen Wmo Veendam vast in</al><al>in welke situaties sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen
                            persoonsgebonden budget verstrekt wordt; </al><al>welke regels gelden ten aanzien van de omvang, besteding en
                            verantwoording van het persoonsgebonden budget. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20. Verstrekking als persoonsgebonden budget</label></kop><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden
                            budget wordt in de beschikking vastgelegd:</al><al>Voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt
                            moet worden, eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan bij
                            de besteding voldaan moet worden;</al><al>Wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze tot stand
                            gekomen is;</al><al>Wat de duur van de verstrekking is waarvoor het persoonsgebonden budget
                            bedoeld is</al><al>Welke regels gelden ten aanzien van de verantwoording van het
                            persoonsgebonden budget;</al><al>Of er sprake is van een te betalen eigen bijdrage. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21. Verstrekking als financiële tegemoetkoming</label></kop><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële
                            tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd:</al><al>voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming bestemd is; </al><al>wat de duur van de verstrekking is;</al><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                            geregeld;</al><al>wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22. Eigen bijdrage</label></kop><al>Bij het verstrekken van individuele voorzieningen is een eigen bijdrage
                            verschuldigd. </al><al>De hoogte van de eigen bijdrage in de kosten worden berekend
                            overeenkomstig het bepaalde in het landelijk Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning. De maximale bedragen worden gehanteerd. </al><al>De eigen bijdrage in de kosten bedragen niet meer dan de kostprijs van
                            de voorziening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 7. Procedurele bepalingen </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 23. Beslistermijn</label></kop><al>De termijn waarbinnen een besluit moet worden genomen is voor alle
                            voorzieningen maximaal 8 weken met uitzondering van die voorzieningen
                            waarvoor een offerte moet worden aangevraagd. In dat laatste geval is de
                            termijn maximaal 16 weken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24. Beperkingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><al>De noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij
                                kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken
                                resultaat.</al><al>De te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende
                                voorziening aan te merken is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening wordt niet toegekend:</al><al>indien de voorziening voor een persoon als de belanghebbende als
                                algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd;</al><al>indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf niet heeft in de
                                gemeente Veendam;</al><al>voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een
                                hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw;</al><lijst><li nr="d."><al> voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                        belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of
                                        het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na
                                        te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als
                                        goedkoopst - compenserend aan te merken valt;</al></li><li nr="e."><al> voor zover een voorziening waarop de aanvraag betrekking
                                        heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke
                                        regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van
                                        de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder
                                        vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als
                                        gevolg van omstandigheden die niet aan de belanghebbende
                                        zijn toe te rekenen.</al></li><li nr="f."><al> De belanghebbende niet verantwoord en veilig kan omgaan met
                                        de te verstrekken voorziening;</al></li><li nr="g."><al> Er aan de zijde van de belanghebbende geen sprake is van
                                        aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
                                        voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de
                                        voorziening wordt aangevraagd; </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25. Advisering</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                de beoordeling van de aanvraag, degene door wie een aanvraag is
                                ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante
                                huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al> op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                        college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                        bevragen;</al></li><li nr="b."><al> op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door
                                        een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen
                                        en onderzoeken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al/><lijst><li nr="a."><al>Belanghebbende is verplicht aan het college of de door hem
                                        aangewezen adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te
                                        doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling
                                        van de aanvraag.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> Om de verkrijging van individuele voorzieningen
                                        samenhangend af te stemmen op de situatie van de
                                        belanghebbende verricht het college onderzoek naar de
                                        beperkingen die de belanghebbende in zijn functioneren
                                        ondervindt als gevolg van ziekte of gebrek, de woning en de
                                        woonomgeving van de belanghebbende, het psychisch en sociaal
                                        functioneren van de belanghebbende,</al><al> de sociale omstandigheden van de belanghebbende en
                                        zijn/haar sociale netwerk, </al><al>de mogelijkheden van belanghebbende om, eventueel zelf
                                        (financieel) in maatregelen te voorzien.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie
                                om advies indien:</al><al>het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een
                                voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als
                                bedoeld in artikel 3 is gevoerd;</al><al>het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een
                                voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 3
                                heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn
                                veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een
                                voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden;</al><al>het college dat overigens gewenst vindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26. Wijziging situatie</label></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college
                            mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs
                            duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27. Intrekking</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening,
                                geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><al>niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij
                                of krachtens deze verordening;</al><al>beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die
                                gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend
                                geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                                persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken, indien blijkt dat de
                                tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet
                                is aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de
                                verlening heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28. Terugvordering</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis
                                daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of
                                persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                                voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte
                                gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien de
                                voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte
                                gegevens</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 8. Slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 29. Hardheidsclausule</label></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 30. Onvoorziene omstandigheden</label></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                            college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 31. Indexering</label></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de -in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning Veendam geldende bedragen verhogen of
                            verlagen aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie, zoals
                            bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het landelijk Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 32. Nadere uitwerking</label></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders legt alle bedragen voor te
                            verstrekken individuele voorzieningen vast in het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning Veendam, alsmede de eigen bijdrage en de
                            regels rond verstrekking en verantwoording van een persoonsgebonden
                            budget.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders legt in de Beleidsregels
                            maatschappelijke ondersteuning Veendam de nadere regels vast ten aanzien
                            van de procedure en de afwegingskaders die gelden bij een aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 33. Bezwaar</label></kop><al>Bezwaar tegen een besluit is mogelijk voor zover de bepalingen van de
                            Algemene wet bestuursrecht dat mogelijk maakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 34. Evaluatie</label></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per drie jaar
                            geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, wordt het
                            beleid vervolgens aangepast. Het college zendt hiertoe aan de
                            gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de
                            verordening in de praktijk. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 35. Inwerkingtreding en intrekking</label></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014 onder
                            intrekking van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Veendam 2007. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 36. Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening voorzieningen Wmo
                            Veendam”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Veendam, 30 september 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)</label></kop><divisie><kop><label>Verordening toelichting</label></kop><al>Gemeente Veendam 2013</al><al/><al>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</al><lijst><li nr="a."><al>Wet</al></li><li nr="b."><al>College</al></li><li nr="c."><al>Compensatieplicht</al></li><li nr="d."><al>Aanmelding</al></li><li nr="e."><al>Het gesprek</al></li><li nr="f."><al>Aanvraag</al></li><li nr="g."><al>Belanghebbende</al></li><li nr="h."><al>Psychosociaal probleem</al></li><li nr="i."><al>Algemene voorzieningen</al></li><li nr="j."><al>Algemeen gebruikelijke voorziening</al></li><li nr="k."><al>Collectieve voorzieningen</al></li><li nr="l."><al>Voorliggende voorziening</al></li><li nr="m."><al>Wettelijk voorliggende voorziening</al></li><li nr="n."><al>Individuele voorziening</al></li><li nr="o."><al>Gebruikelijke zorg</al></li><li nr="p."><al>Voorziening in natura</al></li><li nr="q."><al>Persoonsgebonden budget</al></li><li nr="r."><al>Financiële tegemoetkoming3</al></li><li nr="s."><al>Mantelzorger</al></li><li nr="t."><al>Hoofdverblijf</al></li></lijst><al>Hoofdstuk 2. De te bereiken resultaten</al><al>Algemeen.</al><al>Hoofdstuk 3. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</al><al>Artikel 3. Scheiding aanmelding en aanvraag</al><al>Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek</al><al>Artikel 5. Het gesprek</al><al>Artikel 6. Het verslag.</al><al>Hoofdstuk 4. De aanvraag van een individuele voorziening</al><al>Artikel 7. De aanvraag</al><al>Hoofdstuk 5. Beoordeling van de te bereiken resultaten </al><al>Artikelgewijs</al><al>Artikel 8. Het maken van een afweging</al><al>Paragraaf 2. De te bereiken resultaten</al><al>Artikel 9. een schoon en leefbaar huis.</al><al>Artikel 10. Een geschikte woning</al><al>Artikel 11. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften</al><al>Artikel 12. Beschikken over schone draagbare en doelmatige kleding</al><al>Artikel 13. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                        behoren</al><al>Artikel 14. Zich verplaatsen in en om de woning</al><al>Artikel 15. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel.</al><al>Artikel 16. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                        nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.</al><al>Hoofdstuk 6. Vormen van verstrekkingen</al><al>Artikel 17. Mogelijke verstrekkingwijzen</al><al>Verstrekking in natura</al><al>Artikel 18. Inhoud beschikking</al><al>Verstrekking als persoonsgebonden budget</al><al>Artikel 19. Overwegende bezwaren en regels rondom persoonsgebonden
                        budget</al><al>Artikel 20. Verstrekking als persoonsgebonden budget</al><al>Verstrekking van een financiële tegemoetkoming</al><al>Artikel 21. Inhoud beschikking</al><al>Eigen bijdrage</al><al>Artikel 22</al><al>Hoofdstuk 7. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en
                        besluitvorming, intrekking en terugvordering</al><al>Artikel 23. Beslistermijn</al><al>Artikel 24. Beperkingen</al><al>Artikel 25. Advisering</al><al>Artikel 26. Wijziging situatie</al><al>Artikel 27. Intrekking</al><al>Artikel 28. Terugvordering</al><al>Hoofdstuk 8. Slotbepalingen</al><al>Artikel 29. Hardheidsclausule</al><al>Artikel 30 Onvoorziene omstandigheden</al><al>Artikel 31. Indexering</al><al>Artikel 32 Nadere uitwerking</al><al>Artikel 33. Bezwaar</al><al>Artikel 34 Evaluatie</al><al>Artikel 35. Inwerkingtreding</al><al>Artikel 36. Citeertitel</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.Wet</al><al>Waar staat Wet wordt bedoeld de Wet maatschappelijke ondersteuning.</al><al>b.College</al><al>Waar staat College wordt bedoeld: College van burgemeester en
                        wethouders.</al><al>c.Compensatieplicht</al><al>Het compensatiebeginsel houdt een plicht in voor het college. Die plicht
                        geldt in ieder geval ten aanzien van personen met een beperking, een
                        chronisch psychisch of een psychosociaal probleem, waaronder ook ouderen
                        kunnen vallen. Daarbij moet het gaan om ondervonden beperkingen op het
                        gebied van de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie. Doel is
                        betrokkenen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te
                        verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel
                        en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te
                        gaan.</al><al>Bij wat het college ook besluit geldt: het moet gaan om maatwerk. Uitgegaan
                        moet worden van de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager. Dat legt
                        een beperking op aan de mogelijkheid algemene maatregelen te treffen, zoals
                        het hanteren van primaten. Dat is toegestaan, mits in het individuele geval
                        steeds wordt nagegaan of die algemene maatregel wel leidt tot maatwerk. Of
                        zoals de Centrale Raad het zegt: “Onder omstandigheden kan dit (maatwerk)
                        leiden tot het oordeel dat algemene keuzen die de gemeenteraad en het
                        College bij de uitvoering van de artikelen 3, 4, 5 en 6 van de Wmo hebben
                        gemaakt in het concrete, individuele geval niet kunnen</al><al>d.Aanmelding</al><al>In het kader van het gesprek wordt niet gesproken van een aanvraag maar van
                        een aanmelding. Dit geeft verschillende aspecten van het gesprek aan.
                        Allereerst dat het gesprek niet het onderzoek is naar een te verstrekken
                        voorziening, maar het onderzoek naar de situatie van betrokkene, zijn
                        behoeften, de te bereiken resultaten enz. Dit is dan uitgangspunt voor de
                        beoordeling welke resultaten bereikt kunnen worden met algemene
                        voorzieningen die voor iedereen beschikbaar zijn. Dit traject kan
                        uiteindelijk ook nog leiden tot een aanvraag voor een individuele
                        voorziening. Het gesprek is evenwel geen vrijblijvende zaak: het gesprek is
                        mede de basis voor de eventuele aanvraag voor een individuele voorziening.
                        Van het gesprek worden aantekeningen gemaakt die zo nodig uitgewerkt worden
                        tot een verslag, dat bij de aanvraag gevoegd <cursief>kan</cursief> worden
                        om te voorkomen dat zaken dubbel gedaan moeten worden.</al><al>e.Het gesprek</al><al>Onder "het gesprek" wordt de situatie verstaan waarbij degene die problemen
                        ondervindt op het terrein waar de compensatieplicht van toepassing is, zich
                        aanmeldt en na die aanmelding in gesprek komt met een vertegenwoordiger van
                        het college, die samen met betrokkene en eventueel aanwezige mantelzorger(s)
                        inventariseert waar betrokkene en zijn mantelzorger(s) problemen ondervindt,
                        wat betrokkene nog zelf kan, wat de te bereiken resultaten zijn in de ogen
                        van betrokkene, wat de behoeften daarbij zijn, welke oplossingen er in de
                        maatschappij beschikbaar zijn via algemene voorzieningen, algemeen
                        gebruikelijke voorzieningen, voorliggende voorzieningen en collectieve
                        voorzieningen, zodat een basis ontstaat voor het zoeken naar oplossingen
                        voor de problemen. Met die oplossingen wordt het te bereiken resultaat
                        gerealiseerd. Voor zover die resultaten niet in die gesprekken al te behalen
                        zijn, zal een vervolg noodzakelijk zijn in de vorm van een aanvraag die
                        leidt tot een beschikking. Het gesprek zal de basis zijn voor de aanvraag.
                        Het verslag van het gesprek zal dan ook bij de aanvraag worden gevoegd. Wie
                        direct een aanvraag wil doen zonder gesprek verplaatst in feite het gesprek
                        naar na de aanvraag. Zonder gesprek, of beter gezegd zonder het onderzoek
                        dat tijdens het gesprek plaatsvindt, zal het lastig kunnen zijn maatwerk te
                        leveren.</al><al>f.Aanvraag</al><al>De aanvraag in het kader van de Wmo volgt in principe op het gesprek. Het
                        moge duidelijk zijn dat het gesprek achterwege kan blijven als de situatie
                        van betrokkene volstrekt helder is en betrokkene goed bekend is bij de
                        gemeente. Hiervan kan sprake zijn bij bijvoorbeeld vervanging van
                        voorzieningen wegens het bereiken van de afschrijvingstermijn, of als een
                        goed bekende aanvrager een nieuwe aanvraag doet.</al><al>De aanvraag kan schriftelijk of elektronisch gedaan worden. Een mondelinge
                        aanvraag is alleen mogelijk als daarover een bepaling in de verordening is
                        opgenomen.</al><al>g.Belanghebbende</al><al>Doordat in de wet gesproken wordt over mantelzorgers en vrijwilligers als
                        doelgroep voor de compensatieplicht, kan het begrip ‘belanghebbende’ ruimer
                        zijn dan alleen betrokkene zelf. Daarom is het begrip belanghebbende
                        opgenomen. Onder belanghebbende kan dus ook verstaan worden de
                        mantelzorger(s) van betrokkene.</al><al>h.Psychosociaal probleem</al><al>Het begrip psychosociaal probleem is vanuit de AWBZ in de Wmo opgenomen,
                        maar inmiddels als “grondslag” uit de AWBZ geschrapt. Dit is gebeurd omdat
                        gebleken is dat deze grondslag in de AWBZ financieel moeilijk te beheersen
                        was. In de Wmo heeft – volgens de parlementaire behandeling - dit begrip een
                        heel specifieke betekenis. Deze betekenis wordt hier als begripsomschrijving
                        gehanteerd en is overgenomen uit een uitspraak van de Centrale Raad van
                        Beroep (CRvB 29-04-2009. LJN: BI6832). Het betreft met name en verlies van
                        zelfstandigheid of deelname aan het maatschappelijk verkeer, de
                        kerndoelstelling van de Wmo.</al><al>i.Algemene voorzieningen</al><al>Dit zijn voorzieningen, met name diensten of een combinatie van dienst en
                        product, die weliswaar niet bestemd zijn voor, noch te gebruiken zijn door
                        alle inwoners; anderzijds zijn ze door iedereen waarvoor ze wel bedoeld zijn
                        op eenvoudige wijze, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure, te
                        verkrijgen of te gebruiken . Voorbeelden zijn:</al><al>De dagrecreatie voor ouderen </al><al>De sociale alarmering </al><al>De boodschappenbus, de supermarktservice, de vrijwillige boodschaphulp</al><al>De maaltijdservice en het eetcafé</al><al>Klusjesdiensten om kleine woningaanpassingen te realiseren zoals de
                        buurtconciërge, klussendienst, 55+service, thuiszorgservice</al><al>De (ramen)wasservice </al><al>De rolstoel-pools en scootmobiel-pools voor incidentele situaties</al><al>De kort durende huishoudelijke hulp</al><al>Kinderopvang in al zijn verschijningsvormen </al><al>Vrijwillige hulpdiensten</al><al>Een was- strijkservice</al><al>Een algemene voorziening is dus per definitie geen individuele voorziening
                        en de Wmo-regels rond eigen bijdragen gelden niet. </al><al>j.Algemeen gebruikelijke voorziening</al><al>Volgens de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is een
                        voorziening, met name producten, algemeen gebruikelijk als het gaat om een
                        voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een handicap, zodat
                        de voorziening ook op grote schaal door niet-gehandicapten wordt gebruikt,
                        die gewoon in een normale winkel te koop is en niet speciaal in de
                        revalidatie-vakhandel of soortgelijke winkels en die qua prijs niet
                        (aanzienlijk) duurder is dan vergelijkbare De Centrale Raad heeft aangegeven
                        dat als het gaat om vervanging van een zaak die (nog lang) niet afgeschreven
                        is en als het gaat om een persoon die een inkomen heeft dat door
                        onvermijdbare kosten op grond van de handicap onder de bijstandsnorm komt,
                        wellicht een uitzondering op dit principe gemaakt moet worden.</al><al>k.Collectieve voorzieningen</al><al>Dit zijn Wmo-voorzieningen die individueel worden verstrekt maar die toch
                        door meerdere personen tegelijk worden gebruikt. Tot nu toe is het
                        collectief (vraagafhankelijk) vervoer (cvv) het meest duidelijke
                        voorbeeld.</al><al>Cvv is geen algemene voorziening, omdat de normale aanvraagprocedure geldt,
                        er een beschikking wordt afgegeven en bezwaar en beroep mogelijk is. </al><al>l.Voorliggende voorziening</al><al>Voorliggende voorzieningen kunnen zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen
                        , algemene voorzieningen of collectieve voorzieningen.. Bij deze
                        voorzieningen is de functie bepalend: zij gaan voor individuele
                        voorzieningen. </al><al>m.Wettelijk voorliggende voorziening</al><al>De wettelijk voorliggende voorzieningen zijn die voorzieningen in wetgeving
                        en in regelgeving vastgelegd, die op basis van artikel 2 van de wet voorgaan
                        op de Wmo. Te denken valt hierbij aan onder meer de Zorgverzekeringswet, de
                        Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de Wet op de kinderopvang, de
                        verschillende arbeidsongeschiktheidswetten. </al><al>Als een wettelijk voorliggende voorziening het probleem kan oplossen is er
                        geen aanspraak op maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo , zo is
                        in artikel 2 Wmo bepaald.</al><al>n.Individuele voorziening</al><al>In dit lid wordt de individuele voorziening gedefinieerd. Deze is niet voor
                        iedereen beschikbaar, maar uitsluitend voor diegenen die onder artikel 4 van
                        de wet vallen. Er wordt individueel onderzoek gedaan naar de noodzaak van
                        deze voorziening, de voorziening wordt bij beschikking toegekend en er staat
                        bezwaar en beroep open. Verder zijn alle regels van de Wmo van toepassing,
                        zoals die rond eigen bijdragen.</al><al>o.Gebruikelijke zorg</al><al>Als in een leefeenheid meerdere meerderjarige personen wonen hebben zij
                        gezamenlijk de taak al het zich voordoende huishoudelijke werk te
                        verrichten. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor de verdeling en dit
                        uitgangspunt heeft een verplichtend karakter.</al><al>p.Voorziening in natura</al><al>Omschreven is in dit lid wat een voorziening in natura is.</al><al>q.Persoonsgebonden budget</al><al>Het persoonsgebonden budget is een geldbedrag bedoeld om het te bereiken
                        resultaat te bereiken.</al><al>r.Financiële tegemoetkoming</al><al>Vervolgens wordt omschreven wat een financiële tegemoetkoming is. Daarbij
                        wordt gesproken over een forfaitair bedrag, een bedrag waarbij geen rekening
                        is gehouden met het inkomen of met de werkelijke kosten.</al><al>s.Mantelzorger</al><al>Dit geeft een begripsomschrijving van de mantelzorger. Daarvoor is
                        aansluiting gezocht bij de begripsomschrijving van mantelzorg zoals de wet
                        die geeft in artikel 1 lid 1 onder b.</al><al>t.Hoofdverblijf</al><al>Het begrip hoofdverblijf biedt nogal eens problemen. Het begrip is
                        omschreven naar het aantal nachten dat men doorbrengt. Bij twijfel kan de
                        plaats waar per jaar de meeste nachten worden doorgebracht, beschouwd worden
                        als de plaats waar iemand zijn hoofdverblijf heeft. Dit kan een rol spelen
                        als iemand meerdere plaatsen heeft waar een groot deel van het jaar wordt
                        doorgebracht, zoals personen die het jaar deels in het buitenland
                        doorbrengen, personen die deels in een AWBZ-instelling verblijven en deels
                        elders, enz.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 2. De te bereiken resultaten</label></kop><al> Algemeen.</al><al/><al>Hoofdstuk 2 is het hart van de verordening. Hoofdstuk 2 betreft de te
                        bereiken resultaten, die afgeleid zijn uit de in artikel 4 genoemde
                        doelstellingen van de compensatieplicht.</al><al>Er zijn hieruit 8 te bereiken resultaten afgeleid: </al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                activiteiten.</al></li></lijst><al>Op deze 8 terreinen heeft het college een resultaatverplichting: door de te
                        nemen algemene of individuele maatregelen moet het gestelde resultaat
                        bereikt kunnen worden. uiteraard geldt deze resultaatverplichting alleen als
                        het resultaat niet op eigen kracht, met behulp van het sociale netwerk en/of
                        voorliggende voorzieningen bereikt kan worden. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 3. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel 3. Scheiding aanmelding en aanvraag</label></kop><al>Dit artikel bepaalt dat er een scheiding wordt aangebracht tussen een
                        aanmelding en het indienen van een aanvraag. </al><al>In de situaties: </al><al>iemand meldt zich voor het eerst voor een individuele voorziening; </al><al>iemand meldt zich niet voor het eerst maar er is sprake is van gewijzigde
                        omstandigheden die een nieuw gesprek rechtvaardigen;</al><al>een belanghebbende of namens een belanghebbende het gewenst vindt;</al><al>de gemeente het gewenst vindt, </al><al>wordt het indienen van een aanvraag voorafgegaan door een gesprek. </al><al/><al>Dit uitgangspunt wordt terzijde gezet als betrokkene aangeeft direct een
                        aanvraag te willen doen. Dan zal het gesprek tijdens de aanvraagprocedure
                        plaats kunnen vinden in de vorm van het noodzakelijke gemeentelijke
                        onderzoek.</al><al/><al>Globaal kan gesteld worden dat een aanvraag pas gedaan kan worden als op
                        basis van een gesprek een uitgebreide inventarisatie heeft plaatsgevonden en
                        alle mogelijke niet-individuele voorzieningen al zijn beoordeeld. Dat
                        betekent dat het voor de gemeente duidelijk moet zijn dat er geen andere
                        oplossingen zijn dan een individuele oplossing en dat de te bereiken
                        resultaten en de manier waarop die resultaten bereikt kunnen worden
                        vastgelegd zijn en beoordeeld als vallend onder de Wmo.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek</label></kop><al>Artikel 4 bepaalt dat een gesprek aangevraagd wordt middels een aanmelding.
                        Het gesprek leidt niet tot een beschikking, dus er is geen sprake van een
                        aanvraag die de regels van de Algemene wet bestuursrecht dient te volgen.
                        Daarom kan een aanmelding ook mondeling (telefonisch of op een andere
                        manier) worden gedaan, hetgeen in principe niet automatisch voor een formele
                        aanvraag, zoals in Hoofdstuk 4 genoemd, geldt.</al><al>Als een aanmelding is gedaan dient binnen zeven werkdagen een afspraak voor
                        het gesprek gemaakt te worden. Dit is van belang, omdat de belanghebbende
                        direct het gevoel dient te hebben serieus genomen te worden. Een vlotte
                        afspraak duidt daar (onder andere) op. Een aanmelding die daarna gedurende
                        enkele weken blijft liggen zonder enige activiteit rond het maken van een
                        afspraak wekt niet het vertrouwen dat men serieus wordt genomen. Bovendien
                        geeft een aanmelding aan dat betrokkene een probleem ervaart. Het is van
                        belang te laten blijken dat er vaart gezet wordt achter het oplossen van een
                        probleem. En tot slot mag de extra stap van het gesprek niet leiden tot
                        tijdverlies, het gesprek zou moeten leiden tot tijdwinst.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 5. Het gesprek</label></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het gesprek is voor iedereen die voor het eerst een beroep doet op de
                        compensatieplicht in het kader van de Wmo de logische start. Wie door
                        eerdere aanvragen en een eerder gesprek al bekend is kan wellicht de fase
                        van het gesprek overslaan. Dit zal niet altijd het geval zijn. Na een
                        gewijzigde situatie kan het van belang zijn een nieuw of een aanvullend
                        gesprek te houden.</al><al>Tijdens het gesprek wordt – geheel uitgaande van degene die aangeeft
                        behoefte te hebben aan compensatie, verder belanghebbende genoemd – een
                        complete inventarisatie gemaakt. Deze inventarisatie heeft nadrukkelijk het
                        startpunt bij de belanghebbende en inventariseert:</al><al>De beperking, het chronisch psychisch probleem of het psychosociaal probleem
                        dat basis is van de behoefte aan compensatie.</al><al>De mogelijkheden die de belanghebbende ondanks dit probleem heeft.</al><al>De onmogelijkheden die de belanghebbende ondervindt als gevolg van het
                        ondervonden probleem of de ondervonden problemen.</al><al>De resultaten die belanghebbende wil bereiken op de verschillende in deze
                        verordening weergegeven terreinen.</al><al>Hetgeen belanghebbende inmiddels zelf heeft gedaan om bestaande
                        belemmeringen op te lossen.</al><al>De mogelijkheden die belanghebbende heeft om deze resultaten via eigen
                        oplossingen, via zijn sociaal netwerk, via algemene voorzieningen, via
                        algemeen gebruikelijke voorzieningen of via collectieve voorzieningen te
                        bereiken.</al><al>De mogelijkheden die de gemeente in principe biedt om de problemen via een
                        individuele voorziening op te lossen.</al><al>Het gesprek staat op zich los van een aanvraag voor een individuele
                        voorziening in het kader van prestatieveld 6 van de Wmo (artikel 1, lid 1
                        onder g sub 6 Wmo). Dit is van groot belang om te voorkomen dat er een
                        claimgerichte invulling van de Wmo plaatsvindt, welke invulling in strijd is
                        met de doelstelling van de Wmo. </al><al/><al>Het gesprek wordt geheel vanuit de belanghebbende (kan ook een mantelzorger
                        zijn) gevoerd. Belanghebbende kan zich daarbij laten ondersteunen door
                        derden (bijvoorbeeld familie, kennis, deskundige). Als belanghebbende niet
                        de mantelzorger is, maar er wel sprake is van mantelzorger(s), dan zal
                        worden gestimuleerd dat de mantelzorger(s) bij het gesprek aanwezig is of
                        dat ook een gesprek met de mantelzorger(s) zal plaatsvinden.</al><al/><al>Bij het gesprek zal het begrippenkader van de ICF, de International
                        Classification of Functions, Disabilities and Health, uitgangsput zijn. Ook
                        bij de formulering van de te bereiken resultaten is het ICF basis geweest.
                        Het is de wens van de wetgever geweest dat dit plaats zou vinden<sup/>.</al><al>Het gesprek zal gevoerd worden door een professional die bekend is met het
                        ICF begrippenkader en die ter plekke uitstekend bekend is: kennis van alle
                        in de regio aanwezige mogelijkheden aan algemene, algemeen gebruikelijke,
                        collectieve en ook individuele voorzieningen is onmisbaar voor het goed
                        voeren van een gesprek. Na dit gesprek moet een gemeente er immers van uit
                        kunnen gaan dat alle voorliggende, door belanghebbende zelfstandig aan te
                        spreken mogelijkheden, bekeken zijn. </al><al/><al>Het gesprek wordt in principe bij de belanghebbende thuis gevoerd. Er is een
                        aantal argumenten aan te voeren waarom dit de meest geschikte plek is: het
                        is de vertrouwde omgeving van betrokkene, een professional kan zich
                        gemakkelijker aanpassen aan wisselende plaatsen dan een niet-professional,
                        het kan relevant zijn de leefomgeving van de belanghebbende te zien om de
                        loop van het gesprek beter te begrijpen, enz. Ook is het mogelijk het ten
                        kantore van degene die als professional aan het gesprek deelneemt te houden.
                        Dit omdat bijvoorbeeld in de thuissituatie door allerlei omstandigheden
                        (bijvoorbeeld kleine kinderen) een gesprek niet mogelijk of uiterst
                        ingewikkeld is.</al><al>Verder is het mogelijk dat de belanghebbende aangeeft het gesprek liever
                        elders te voeren. Dat zou kunnen zijn bij een vertrouwenspersoon of een
                        naast familielid.</al><al/><al>Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van een lijst van te bespreken punten
                        die tegelijk met de bevestiging van de afspraak voor het gesprek aan
                        belanghebbende wordt toegezonden. Een dergelijke lijst maakt het voor
                        belanghebbende, als hij dit wil, mogelijk zich voor te bereiden op het
                        gesprek. Daardoor komen belanghebbende en de professional meer in een
                        gelijke positie te verkeren dan zonder informatie vooraf. De lijst mag niet
                        leiden tot een starre benadering van het gesprek door de lijst strikt te
                        volgen. De lijst is bedoeld als ondersteuning. Het ICF zal aan de basis
                        liggen van de lijst met te bespreken punten en de daarbij te gebruiken
                        begrippen. </al><al/><al>Als uit het gesprek blijkt dat een gewenst resultaat op een terrein uit deze
                        verordening alleen met een individuele voorziening kan worden behaald zal
                        een vervolg noodzakelijk zijn in de vorm van een aanvraag die leidt tot een
                        beschikking. Het gesprek zal dan de basis zijn voor de aanvraag en het
                        verslag van het gesprek zal dan bij de aanvraag worden gevoegd of als
                        aanvraagformulier kunnen dienen (zie artikel 6 en artikel 7). </al><al>Wie direct een aanvraag wil doen zonder gesprek verplaatst het gesprek naar
                        na de aanvraag. Zonder gesprek, of beter gezegd zonder het onderzoek dat
                        tijdens het gesprek plaatsvindt, zal het lastig kunnen zijn maatwerk te
                        leveren.</al><al>Mocht de gemeente nadat een aanvraag is ingediend behoefte hebben aan een
                        medisch advies of een onderzoek door een deskundige van een andere
                        discipline, dan vindt dit na het gesprek plaats. Een dergelijk onderzoek
                        past niet in een procedure als ‘het gesprek’ waarbij belanghebbende en zijn
                        wensen en persoonlijke kenmerken het uitgangspunt zijn en dat niet gericht
                        is op een bepaalde individuele voorziening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 6. Het verslag.</label></kop><al>Artikel 6 bepaalt in lid 1 dat het gesprek met een verslag wordt afgesloten.
                        Dit verslag zal meestal niet ter plekke gemaakt worden. In veel gevallen zal
                        het ongewenst zijn het gesprek met een laptop ter plekke vast te leggen:
                        deze manier van werken zal het gesprek wellicht negatief beïnvloeden, omdat
                        het maken van het verslag een te grote rol in het proces van het gesprek zal
                        gaan spelen. De professional zal volledig aan het gesprek moeten kunnen
                        deelnemen. Het lijkt een betere oplossing om per onderdeel van het gesprek
                        en uiteindelijk aan het eind van het gesprek de belangrijkste punten kort
                        samen te vatten en die op papier te zetten. Belanghebbende zal deze
                        aantekeningen ten allen tijde desgevraagd kunnen ontvangen. Met deze punten
                        kan door de professional uiteindelijk een uitgebreid gespreksverslag worden
                        gemaakt. Het verslag wordt zo snel mogelijk beschikbaar gesteld. Hoe sneller
                        het verslag beschikbaar is, hoe beter de deelnemers aan het gesprek zich dat
                        gesprek kunnen herinneren!</al><al>Belanghebbende heeft de mogelijkheid in het verslag correcties en
                        aanvullingen aan te brengen. Deze komen niet in de plaats van het
                        oorspronkelijke verslag, maar worden aan het oorspronkelijke verslag
                        toegevoegd.</al><al>Als de belanghebbende het verslag ondertekent en het verslag is voorzien van
                        zijn naam, adres en een dagtekening kan het verslag functioneren als
                        aanvraagformulier voor een individuele aanvraag, als dat (mede) de uitkomst
                        is van het gesprek.</al><al/><al>Daarbij dient men zich te realiseren dat het gesprek gevoerd wordt vanuit de
                        belanghebbende en zijn behoeften en persoonlijke kenmerken. Van het verslag
                        kan dan ook niet verwacht worden dat het een objectieve weergave van de
                        situatie van betrokkene weergeeft: het zal duidelijk subjectieve aspecten
                        bevatten. Deze subjectieve aspecten zullen als zodanig herkenbaar moeten
                        zijn. Bestaat er uiteindelijk behoefte aan een objectieve onderbouwing, dan
                        zal dat na de aanvraag plaats moeten hebben.</al><al/><al>Lid 2 bepaalt dat het mogelijk is, indien daar aanleiding toe bestaat, met
                        het verslag van het gesprek een formele aanvraag bij de gemeente in te
                        dienen. Met die aanvraag wordt een formele procedure ingezet die gebonden is
                        aan de regels van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het een ander traject
                        is met een ander regime en een andere sfeer is de aanvraag in een nieuw
                        hoofdstuk opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 4. De aanvraag van een individuele voorziening</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel 7. De aanvraag</label></kop><al>In lid 1 is geregeld dat een aanvraag van een individuele voorziening altijd
                        schriftelijk moet worden gedaan, waarbij elektronisch een vorm van
                        schriftelijk is. Dit is een verplichting op grond van artikel 4:1 van de
                        Algemene wet bestuursrecht dat bepaalt dat, tenzij bij wettelijk voorschrift
                        anders bepaald, een aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk
                        moet worden ingediend.</al><al/><al>Van belang is dat de termijn waarbinnen de aanvraag moet uitmonden in een
                        beschikking (in principe 8 weken) pas begint te lopen vanaf het moment dat
                        het aanvraagformulier, volledig ingevuld en voorzien van alle benodigde
                        bijlagen waaronder het eventuele verslag van het gesprek, bij de gemeente is
                        binnengekomen. Het spreekt voor zich dat deze belangrijke informatie in de
                        begeleidende brief bij het aanvraagformulier verstrekt dient te worden.</al><al/><al>lid 1 sub b bepaalt dat, als er een gesprek is gevoerd waarvan een verslag
                        is gemaakt dat is ondertekend, dit ondertekende verslag van het gesprek als
                        aanvraagformulier beschouwd kan worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 5. Beoordeling van de te bereiken resultaten</label></kop><al>Hoofdstuk 5 van de verordening heeft een speciale opbouw. In paragraaf 1
                        worden de algemene regels die voor alle 8 te bereiken resultaten gelden,
                        opgesomd. Het betreft dan met name het maken van een afweging. Waarom deze
                        maatregel, deze voorziening wel en die niet. Zeker als de te verstrekken
                        voorziening niet (precies) datgene is wat betrokkene wenst, is dit van groot
                        belang: het gaat immers om het te bereiken resultaat en het college zal dan
                        aan moeten kunnen geven waarom dit toch als maatwerk kan gelden.</al><al>In paragraaf 2 wordt dan per te bereiken resultaat besproken wat de globale
                        kaders zijn.</al><al>Er is bewust gekozen voor het niet noemen van de voorzieningen die mogelijk
                        zijn. Allereerst laat de wet deze mogelijkheid toe.</al><al>Vervolgens is het principe van het gesprek en de daaropvolgende aanvraag
                        zodanig dat niet van meet af aan een bepaalde voorziening centraal in de
                        procedure moet staan maar het te bereiken resultaat en hoe dat mogelijk is.
                        Focussen op een bepaalde voorziening kan de aandacht daarvan zodanig
                        afleiden dat de verkeerde voorziening wordt toegekend.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>Artikelgewijs</label></kop><al/><divisie><kop><label>Artikel 8. Het maken van een afweging</label></kop><al>In artikel 8 onder a. is vastgelegd dat het college het verslag van het
                        gesprek tot uitgangspunt van de beoordeling van de vraag welke voorzieningen
                        getroffen gaan worden, dient te nemen. Daarbij gaat het college uit van de
                        persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager, zoals artikel 4 Wmo
                        voorschrijft. "Uitgaan van" betekent dat het college die persoonskenmerken
                        en behoeften als vertrekpunt van het onderzoek en de afweging neemt. Bij het
                        onderzoek zal gekeken worden naar wat nodig is, wat mogelijk is en hoe
                        maatwerk ten aanzien van de te bereiken resultaten mogelijk is. </al><al/><al>Het College kijkt daarbij ook naar de mogelijkheden van belanghebbende om
                        het resultaat zelf te bereiken, bijvoorbeeld met een bepaald
                        hulpmiddel.</al><al/><al>Lid 2 bepaalt dat alle (wettelijk) voorliggende, algemeen gebruikelijke en
                        collectieve voorzieningen die voor betrokkene beschikbaar en in praktijk ook
                        daadwerkelijk bruikbaar zijn, eerst beoordeeld dienen te worden. Dat wil
                        zeggen dat allereerst bekeken moet worden of via deze, in de maatschappij
                        logischerwijs voorhanden voorzieningen, de te bereiken resultaten ook
                        daadwerkelijk bereikt kunnen worden. Dat kan nodig zijn omdat men niet weet
                        welke voorzieningen er normaal voorhanden zijn. Als deze voorzieningen toch
                        niet leiden tot het te bereiken resultaat zal naar andere oplossingen
                        gezocht moeten worden en komen individuele voorzieningen ter beoordeling in
                        perspectief.</al><al>Als er geen gesprek heeft plaatsgevonden zal dit na de aanvraag gebeuren.
                        Dus met of zonder gesprek: er wordt in alle gevallen eerst beoordeeld welke
                        voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen een
                        oplossing zouden kunnen bieden om het te bereiken resultaat daadwerkelijk te
                        bereiken.</al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf 2. De te bereiken resultaten</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel 9. een schoon en leefbaar huis.</label></kop><al>In artikel 9 onder a wordt geschetst wat het te bereiken resultaat is ten
                        aanzien van een schoon en leefbaar huis. </al><al>Dit resultaat houdt in dat iedereen moet kunnen wonen in een huis dat schoon
                        is volgens de normen zoals die tot nu toe zijn gehanteerd. Wat betreft de
                        vraag wat onder schoon verstaan moet worden zijn normen geformuleerd in de
                        beleidsregels. Die normen zijn ontleend aan gangbare ideeën die bestaan in
                        de maatschappij. Er zijn ook beperkingen ten aanzien de omvang van de
                        woning, zoals het aantal kamers, de oppervlakte van de kamers, waarbij
                        uitgangspunt is de omvang van een nieuwe woning binnen de sociale
                        woningbouw. Dit uitgangspunt is niet star: er zijn altijd mogelijkheden bij
                        te stellen naar boven of naar beneden (maatwerk). Ramen lappen aan de
                        buitenkant valt van oudsher buiten de gemeentelijke plicht. Maar een
                        aanvrager kan met een (sterk) afwijkende vraag ten aanzien van het onderdeel
                        omvang sociale woningbouw geen compensatie afdwingen voor het meerdere boven
                        het niveau sociale woningbouw. Dit zal in de beleidsregels nader worden
                        uitgewerkt.</al><al>Onder de ruimten die onder dit principe vallen zijn te rekenen: een
                        woonkamer, de aanwezige en gebruikte slaapkamers, de keuken en de sanitaire
                        ruimten. Ook een eventuele berging die daadwerkelijk in gebruik is, zal
                        meegenomen worden. </al><al/><al>In artikel 9 onder b wordt geschetst welke individuele voorzieningen
                        beschikbaar gesteld kunnen worden om het schone en leefbare huis te
                        bereiken. dat gaat allereerst via licht en zwaar huishoudelijk werk, d.w.z.
                        om het droog en nat schoon en stofvrij maken en houden van de woning.
                        Daarbij valt bijvoorbeeld het reinigen van de ramen aan de buitenkant niet
                        onder de compensatieplicht, omdat daarvoor een algemeen gebruikelijke
                        voorziening bestaat: de glazenwasser. Het aantal benodigde uren voor deze
                        activiteit zal bepaald worden via een normenschema dat is opgesteld in
                        samenwerking met de aanbieders van HH en in de jurisprudentie van de
                        Centrale Raad van Beroep is geaccepteerd als een redelijk uitgangspunt voor
                        de bepaling van de omvang van de hulp. Overigens kunnen ook andere
                        normenschema’s ontwikkeld worden, bijvoorbeeld door schoonmaakbedrijven.
                        Hierbij zal het te bereiken resultaat altijd centraal dienen te staan.</al><al/><al>Artikel 9 onder c gaat in op het onderdeel gebruikelijke zorg. </al><al>Er wordt rekening gehouden met huisgenoten uit de leefeenheid vanaf 18 jaar.
                        Wanneer die in staat zijn huishoudelijke werkzaamheden die onder de
                        compensatieplicht vallen over te nemen zal allereerst gekeken moeten worden
                        of dit niet een voorliggende voorziening is. Alle huisgenoten vanaf 18 jaar
                        zijn met elkaar verantwoordelijk voor het voeren van een huishouden. Dat
                        betekent dat wanneer één van de huisgenoten die het huishoudelijk werk doet,
                        uitvalt, via een herverdeling de andere huisgenoten deze taken zullen moeten
                        overnemen. Alleen als er geen huisgenoten zijn of als de huisgenoten met
                        enige regelmaat langdurig afwezig zijn zal er plicht tot compensatie
                        bestaan. Ook aanwezige personen jonger dan 18 jaar, zoals thuiswonende
                        kinderen, worden geacht hun bijdrage aan het huishouden te leveren door hun
                        kamer bij te houden en hand- en spandiensten te verrichten.</al><al>Compensatieplicht bestaat er uiteraard ook als de huisgenoot zelf ook niet
                        in staat is het huishoudelijk werk te verrichten. Hiertoe zal al dat
                        onderzoek gedaan moeten worden om dit vast te stellen.</al><al>Niet gewend zijn huishoudelijk werk te verrichten is geen reden tot
                        compensatie. Alleen dreigende overbelasting of bestaande overbelasting van
                        huisgenoten, waaronder begrepen de kinderen, kan compensatieplicht
                        betekenen. Door onderzoek zal deze overbelasting vastgesteld moeten
                        worden.</al><al/><al>Artikel 9 onder d bepaalt dat indien er sprake is van gebruikelijke zorg en
                        er geen reden is om aan te nemen dat deze gebruikelijke zorg niet uitgevoerd
                        kan worden, er in principe geen individuele voorziening toegekend zal kunnen
                        worden. Omdat het om maatwerk gaat, zal ook hiernaar nauwkeurig onderzoek
                        gedaan moeten worden. Hetzelfde geldt de in artikel 8 lid 2 gestelde
                        uitzondering voor voorliggende en andere voorzieningen die gewoon in de
                        maatschappij beschikbaar zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 10. Een geschikte woning</label></kop><al><vet>a. </vet></al><al>Als het gaat om het wonen in een geschikte woning hebben we het over de
                        woonvoorzieningen, zowel bouwkundig als niet-bouwkundig. Uitgangspunt is
                        daarbij dat men zelf al beschikt of zal beschikken over een woning. Het is
                        niet zo dat een gemeente voor een woning moet zorgen: dat is een eigen
                        verantwoordelijkheid van de aanvrager. De gemeente kan wel ondersteunen of
                        bemiddelen bij het zoeken naar een (geschikte) woning. Daarbij is
                        uitgangspunt dat iedereen altijd zoekt naar een voor hem op dat moment meest
                        geschikte beschikbare woning, uiteraard passend bij het
                        bestedingspatroon.</al><al>Heeft iemand een woning, dan zal de compensatieplicht betekenen dat
                        eventuele problemen met het normale gebruik van de woning opgelost worden.
                        Daarbij kan veelal gekozen worden uit meerdere mogelijke oplossingen.</al><al>Ook nu gaat het weer om woningen op het niveau sociale woningbouw. De
                        ruimten zijn dan ook weer de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire
                        ruimten. Er kan altijd afgeweken worden naar boven of beneden, maar
                        omvangrijke woningen en zeer grote ruimten zullen niet als uitgangspunt voor
                        compensatie gelden.</al><al><vet>b.</vet></al><al>Als het gaat om een geschikte woning is er een reeks aan mogelijke wijzen
                        van compensatie. Het kan mogelijk zijn de woning aan te passen, maar ook kan
                        het mogelijk zijn dat er een andere woning beschikbaar is die geschikt is,
                        of een woning die gemakkelijker geschikt te maken is. In die situatie zal
                        een afweging moeten worden gemaakt van de diverse mogelijkheden.
                        Uitgangspunt daarbij zijn de behoeften van de aanvrager. Maar aan de andere
                        kant is er ook de noodzaak tot een doelmatige besteding van
                        gemeenschapsgelden, waardoor zo veel mogelijk aanvragers gecompenseerd
                        kunnen worden met de beschikbare middelen. Door hier gericht beleid op te
                        maken kan het college sturen in de mogelijkheden. De verschillende regels
                        die gelden bij het maken van afwegingen zijn in de beleidsregels
                        opgenomen.</al><al>Ten aanzien van de vraag of er aangepast dient te worden of dat het plaatsen
                        van een herplaatsbare woonunit ook een oplossing kan zijn, spelen afwegingen
                        over afschrijving van de voorziening en over de vraag of de voorziening
                        later hergebruikt kan worden een belangrijke rol. Gestreefd wordt
                        aanpassingen die bestaan uit een aanbouw alleen dan te realiseren als
                        vastgelegd kan worden dat deze aanpassing tijdens de gehele looptijd
                        beschikbaar kan blijven voor een gehandicapte. Dit zal over het algemeen
                        uitsluitend te realiseren zijn bij huurwoningen van sociaal verhuurders. In
                        andere situaties zal indien mogelijk gekozen worden voor het plaatsen van
                        een losse woonunit.</al><al><vet>c. </vet></al><al>Verhuizing naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken
                        woning kan een snelle(re) oplossing bieden dan het aanpassen van een woning.
                        Bovendien kan een woning zich niet lenen voor aanpassing. Dat kan betekenen
                        dat er eerst naar alternatieven gekeken zal moeten worden. Daarbij zal zo
                        mogelijk rekening gehouden worden met de behoeften van de aanvrager. Dat wil
                        zeggen dat in een afweging bepaald zal worden hoe die behoeften zich
                        verhouden tot de belangen (met name financiële) van de gemeente.</al><al><vet>d. </vet></al><al>Als er voorliggende voorzieningen zijn of alternatieve voorzieningen zijn
                        die goedkoper zijn, zal eerst beoordeeld worden of het hanteren hiervan nog
                        leidt tot maatwerk, zodat via deze voorzieningen het resultaat bereikt zou
                        kunnen worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 11. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften</label></kop><al>Artikel 11 onder a beschrijft wat verstaan wordt onder het beschikken over
                        goederen voor primaire levensbehoeften. Het kunnen beschikken over goederen
                        voor primaire levensbehoeften betekent dat de dagelijks benodigde
                        hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd
                        wordt beschikbaar moet zijn. Hetzelfde geldt voor toiletartikelen en
                        schoonmaakmiddelen. Deze dagelijkse benodigdheden kunnen op vele manieren in
                        huis komen. Compensatie houdt niet per definitie in dat de aanvrager zelf de
                        boodschappen moet kunnen doen. Er zal in redelijkheid gezocht worden naar
                        een oplossing waarmee het resultaat bereikt wordt. Te denken valt aan een
                        boodschappenservice, waarbij wel opgelet wordt dat de supermarkt qua
                        prijsniveau past bij het bestedingspatroon van de aanvrager.</al><al>Het gaat niet alleen om de ingrediënten maar ook om de maaltijden zelf.
                        Compensatie betekent dat de aanvrager beschikt over de verschillende
                        maaltijden door de dag heen. Daarbij dient rekening te worden met medische
                        geïndiceerde diëten en kan rekening worden gehouden met de wensen van de
                        aanvrager. Het te bereiken doel kan behaald worden via een maaltijdservice,
                        via het gebruik maken van gezamenlijke maaltijden of via het – met behulp
                        van een vrijwilliger of anderszins – zelf bereiden van maaltijden. Ook kan
                        het bereiden van maaltijden worden overgenomen.</al><al/><al>Artikel 11 onder b stelt welke hulpmiddelen gekozen kunnen worden om dit
                        resultaat te bereiken. Boodschappen kunnen op verschillende manieren gedaan
                        worden. Er kan gebruik gemaakt worden van beschikbare diensten, zoals
                        boodschappenservice. Bij afwezigheid van dergelijke diensten, of indien de
                        kosten van de dienst, zowel wat betreft producten als wat betreft extra
                        bezorgkosten, dat rechtvaardigen, kan gekozen worden voor het inzetten van
                        hulp om de boodschappen te doen. Daarbij zal goedkoopst-compenserend
                        leidraad zijn, zodat het doen van boodschappen niet perse door de aanvrager
                        zelf met hulp hoeft te worden gedaan. Ook hier is het te bereiken resultaat
                        van belang en is de manier waarop daaraan ondergeschikt.</al><al/><al>Artikel 11 onder c bepaalt dat een bruikbare boodschappenservice of
                        bruikbare maaltijdvoorziening die leidt tot het te bereiken resultaat
                        voorliggend is op eventueel individuele voorzieningen. Om te bepalen of een
                        boodschappenservice of maaltijdvoorziening bruikbaar is, zal gekeken moeten
                        worden naar gezinssamenstelling, kosten en concrete beschikbaarheid. Als een
                        voorliggende voorziening niet beschikbaar is, kan daar uiteraard geen
                        gebruik van worden gemaakt.</al><al/><al>Artikel 11 onder d bepaalt dat indien een voorliggende voorziening aanwezig
                        is, waarmee het resultaat bereikt kan worden, er geen ruimte bestaat voor
                        een individuele voorziening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 12. Beschikken over schone draagbare en doelmatige kleding</label></kop><al><vet>a. </vet></al><al>Gemeenten dienen aanvragers in staat te stellen te beschikken over schone,
                        draagbare en doelmatige kleiding. Dit onderdeel is beperkt tot het verzorgen
                        van kleding die iemand in zijn bezit heeft. Begeleiding bij het kopen van
                        kleding valt niet onder afdwingbare compensatie, maar als daar behoefte aan
                        bestaat, kan de gemeente wel bemiddelen bij het regelen dat er geschikte en
                        passende kleding wordt gekocht, bijvoorbeeld met inschakeling van
                        vrijwilligers. De wijze waarop deze ondersteuning wordt geboden, is
                        afhankelijk van de gezamenlijk door aanvrager en gemeente te kiezen
                        oplossing.</al><al>Als mobiliteit het probleem is, kan gedacht worden aan een
                        vervoersvoorziening om dat probleem op te lossen. Als er hulp bij het
                        huishouden aanwezig is, zou dit de oplossing kunnen bieden. Dat hoeft niet
                        perse via het samen kopen van kleding: het is ook mogelijk met behulp van
                        anderen kleding aan te schaffen. Wat doelmatige kleding precies is zal per
                        situatie verschillen. Het moge duidelijk zijn dat het gaat om dagelijkse
                        kleding en niet om exceptionele kleding zoals bijvoorbeeld speciale
                        gelegenheidskleding. Kleding kan tegenwoordig ook gemakkelijk worden besteld
                        via internet waarbij het bezorgd wordt. </al><al/><al><vet>b. </vet></al><al>Schone, draagbare en doelmatige kleding betekent dat er gewassen, gestreken
                        en eventueel gerepareerd moet kunnen worden, alles voor zover de aanvrager
                        daartoe niet in staat is. Het wassen zal veelal gebeuren met de algemeen
                        gebruikelijke wasmachine. Ook het drogen van de was vindt indien mogelijk
                        plaats op moderne wijzen van drogen: de wasdroger. Voor zover het
                        noodzakelijk is kleding te strijken kan dit ook onder te compenseren
                        problemen vallen. Daarbij is weer uitgangspunt wat in de maatschappij
                        algemeen gangbaar is.</al><al/><al><vet>c en d.</vet></al><al>Als er voorliggende, algemene, collectieve of algemeen gebruikelijke
                        voorzieningen zijn, die tot het te bereiken resultaat kunnen leiden, zal
                        geen ruimte bestaan voor individuele voorzieningen. Hierbij wordt uiteraard
                        gekeken of er wel sprake is van maatwerk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 13. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren</label></kop><al><vet>a.</vet></al><al>spreekt over de dagelijkse zorg van kinderen die tot het gezin behoren. Dit
                        kan onder de compensatieplicht behoren als een ouder met beperkingen dat
                        zelf niet kan. Compensatie is dan bedoeld als ondersteuning. Het zal nooit
                        gaan om volledige overname. In die situatie zullen andere oplossingen
                        gezocht moeten worden. Te denken valt aan algemeen gebruikelijke en
                        voorliggende voorzieningen zoals kinderopvang.</al><al>Het ondersteunen bij de opvoeding in een ontregeld gezin valt onder de Wet
                        op de jeugdzorg en intensieve zorg voor gehandicapte kinderen, die de
                        gebruikelijke zorg overstijgt, valt onder de AWBZ.</al><al/><al><vet>b. </vet></al><al>biedt de mogelijke oplossingen. Het thuis verzorgen van kinderen die tot het
                        gezin behoren zal veelal van kortere duur zijn. De compensatie van het niet
                        zelf verzorgen (en opvoeden) van tot het gezin behorende kinderen zal bij
                        een langere duur opgelost kunnen worden via algemeen gebruikelijke,
                        voorliggende en algemene voorzieningen. Soms zal tijdelijke compensatie van
                        belang zijn om de ouder(s) de gelegenheid te geven een definitieve oplossing
                        te zoeken. Voorliggende voorzieningen spelen dan een grote rol. Te denken
                        valt aan kinderopvang, gastouders, oppasgrootouders enz. </al><al/><al><vet>c. en d. </vet></al><al>Voor- tussen- en naschoolse opvang kinderopvang of andere
                        opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de aanvrager kunnen
                        leiden tot het te bereiken resultaat kunnen het verstrekken van een
                        individuele voorziening onnodig maken. Er zal dus altijd eerst beoordeeld
                        moeten worden of er sprake is van dit soort oplossingsmogelijkheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 14. Zich verplaatsen in en om de woning</label></kop><al><vet>a. </vet></al><al>Het te bereiken resultaat betekent dat de aanvrager zich in om en nabij zijn
                        woning moet kunnen verplaatsen. Daarbij dient gedacht te worden aan het
                        verplaatsen in het kader van het wonen, waarbij de woning bij alle
                        verplaatsingen centraal staat. Alle andere verplaatsingen, die verder gaan
                        dan de woning (zoals het gaan posten van een brief, het op bezoek gaan bij
                        een buurman of het maken van een ommetje) horen bij het volgende te bereiken
                        resultaat: zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Bij deze
                        verplaatsingen horen wel de verplaatsing naar een centrale hal in een flat,
                        waar veelal de brievenbussen zijn, of het gebruik van een balkon of het
                        gebruik van de tuin. Wat de tuin betreft moet het mogelijk zijn in die tuin
                        te komen, de inrichting van de tuin is een eigen verantwoordelijkheid.</al><al>In de woning moeten de normale woonruimten bereikt kunnen worden. Te denken
                        valt daarbij aan de woonkamer, het slaapvertrek, of mogelijk de
                        slaapvertrekken, het toilet en de douche. Als er een berging is, moet ook de
                        berging bereikt kunnen worden, als belanghebbende deze daadwerkelijk
                        gebruikt. Zolders en kelders vallen niet onder de compensatieplicht.</al><al/><al>Het doel van dit resultaat is dat men zich in die ruimten zodanig kan
                        verplaatsen en zich daardoor zodanig kan redden dat normaal functioneren
                        mogelijk is. Om dit resultaat te bereiken wordt compensatie geboden in de
                        vorm van hulpmiddelen. Een voorbeeld is een rolstoel voor verplaatsingen
                        door de ruimte. Ook een tillift zou gezien kunnen worden als een dergelijk
                        middel. Doordat een belangrijk deel van de tilliften vanwege aard- en
                        nagelvaste verbinding met het plafond gerekend worden tot de voorzieningen
                        waardoor in een geschikte woning gewoond kan worden, wordt de tillift verder
                        beschouwd als een voorziening die daar onder valt.</al><al>De hulpmiddelen die het te bereiken resultaat kunnen bevorderen kunnen nieuw
                        of gebruikt zijn. Het is niet zo dat de compensatieplicht betekent dat
                        iemand een nieuwe voorziening moet ontvangen, de compensatieplicht betekent
                        dat iemand met de verstrekking het te bereiken resultaat moet kunnen
                        bereiken.</al><al>Het kunnen verplaatsen in de woning zou kunnen betekenen dat er twee
                        voorzieningen verstrekt worden. Wanneer iemand een transfer kan maken, maar
                        overigens aangewezen is op een rolstoel, zou gekozen kunnen worden voor een
                        stoeltjeslift in combinatie met een rolstoel beneden en een rolstoel boven,
                        waardoor iemand in staat zal zijn om zich in de gehele woning te
                        verplaatsen. In deze situatie kunnen naast een traplift ook andere
                        voorzieningen nodig zijn om de woning rolstoeldoorgankelijk te maken.</al><al/><al><vet>b.</vet></al><al>In principe zal een hulpmiddel voor verplaatsing in, om en nabij het huis
                        (onder de Wmo valt in veel gevallen de rolstoel) verstrekt worden als men
                        een dergelijke voorziening voor dagelijks zittend gebruik nodig heeft. Aan
                        een dergelijke noodzaak gaat vaak een periode vooraf waarin gebruik wordt
                        gemaakt van andere hulpmiddelen, (ooit) verstrekt op basis van de
                        Zorgverzekeringswet of AWBZ of zelf aangeschaft. De zogenaamde rolstoel voor
                        incidenteel gebruik valt hier niet onder: deze rolstoel wordt immers niet
                        gebruikt voor verplaatsen in, om en nabij de woning, maar wordt vooral
                        gebruikt als men zich elders moet verplaatsen en dat zonder een rolstoel
                        niet kan, zoals tijdens een uitstapje. Voor dit soort rolstoelen kan gebruik
                        gemaakt worden van speciaal hiervoor beschikbare uitleendepots, of van
                        rolstoelen die op de plaats van bestemming beschikbaar zijn, zoals in
                        pretparken, dierentuinen en dergelijke.</al><al>De rolstoel voor incidenteel gebruik wordt alleen dan verstrekt, indien de
                        gemeente geen regeling heeft voor het lenen van dit soort rolstoelen. Ook is
                        het wellicht in incidentele situaties noodzakelijk om andere redenen een
                        dergelijke rolstoel voor incidenteel gebruik te verstrekken. Het zal hierbij
                        gaan om uitzonderingen: uitgangspunt is dat een rolstoel alleen verstrekt
                        wordt indien die noodzakelijk is voor het verplaatsen in, om en nabij de
                        woning.</al><al/><al><vet>c en d </vet></al><al>Een rolstoelpool zou kunnen leiden tot een adequate oplossing voor het
                        probleem van het verplaatsen op andere plaatsen dan rond de woning. Daarom
                        zal een rolstoelpool een oplossing kunnen bieden voor diegenen die behoefte
                        hebben aan een oplossing voor incidenteel gebruik waarbij het gebruik niet
                        in en om de woning plaatsvindt.</al><al>Als daar sprake van kan zijn zal geen individuele voorziening worden
                        verstrekt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 15. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel.</label></kop><al><vet>a. </vet></al><al>Als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel is het te
                        bereiken resultaat dat de aanvrager zich met een of ander vervoermiddel
                        binnen zijn eigen woonplaats en het direct daaromheen gelegen gebied kan
                        verplaatsen.</al><al>Die verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag.
                        Onder deelname aan het sociale leven van alle dag wordt verstaan het
                        bezoeken van sociale contacten, bezoeken van sociale activiteiten,
                        kerkbezoek, boodschappen doen binnen de regio. </al><al/><al>Werk- of onderwijs gerelateerd vervoer valt niet onder deelname aan het
                        leven van alle dag. Heeft men voor dit soort verplaatsingen een aparte
                        voorziening nodig dan zal deze voorziening niet onder de compensatieplicht
                        vallen maar vergoed moeten worden vanuit de regelingen die er zijn voor deze
                        verplaatsingen: zoals de Wia.</al><al>Maar als een voorziening (bijvoorbeeld aangepaste fiets of autoaanpassing)
                        nodig is voor deelname aan het leven van alledag, kan die natuurlijk ook
                        gebruikt worden voor verplaatsing naar werk of school. Ook niet-
                        gehandicapten gebruiken hun auto of fiets vaak voor het reguliere
                        woon-werkverkeer of voor het vervoer in het kader van werk (waarvoor zij dan
                        een vergoeding ontvangen van de werkgever). </al><al/><al><vet>b.</vet></al><al>De individuele voorzieningen die verstrekt gaan worden om als resultaat te
                        bereiken dat je je met een of ander vervoermiddel in de woonplaats en
                        directe omgeving kan verplaatsen betreffen een breed scala van
                        verplaatsingen. Uitgesloten zijn verplaatsingen die met een speciaal middel
                        gemaakt moeten worden in verband met betaalde arbeid. Verder zijn ook
                        vakanties en ander verblijf buiten het gebied zoals omschreven met
                        woonplaats en omgeving uitgesloten. </al><al>Daarvoor wordt door het Ministerie van VWS Valys beschikbaar gesteld. Valys
                        is aanvullend op de door de Wmo te compenseren voorzieningen en valt buiten
                        de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders.
                        Valys regelt het vervoer wanneer de pashouder een vervoersbehoefte heeft die
                        verder reikt dan 22,5 km vanaf het woonadres van de pashouder of wanneer het
                        vertrekadres is gelegen op een afstand van meer dan 22,5 km vanaf het
                        woonadres van de pashouder. De gemeente is verantwoordelijk voor de
                        vervoersbehoefte van de pashouder tot en met 22,5 km vanaf diens woonadres
                        of wanneer het vertrekadres is gelegen op een afstand tot en met 22,5 km
                        vanaf het woonadres van de pashouder. </al><al/><al>Wel gaat het om verplaatsingen nodig voor het doen van boodschappen ( zodat
                        ook op deze wijze het resultaat van het kunnen beschikken over de eerste
                        levensbehoeften wordt bereikt), nodig om op bezoek te gaan, nodig om naar
                        artsen, paramedici, specialisten en voor ziekenhuisonderzoek, voor zover het
                        zogenaamde zittend ziekenvervoer daar geen oplossing voor biedt. Ook het
                        vervoer om in de natuur te zijn, al dan niet met familie of vrienden, of het
                        vervoer om een kerk, een sporthal, of een museum te bezoeken valt onder de
                        compensatieplicht. De omvang van de te bieden compensatie zal over het
                        algemeen liggen tussen 1500 en 2000 kilometer per jaar. Het kan voorkomen
                        dat er een grotere vervoersbehoefte bestaat. Van belang is allereerst vast
                        te stellen of dat een realistische vervoersbehoefte is, gezien de medische,
                        maar ook gezien de financiële situatie van de aanvrager. Immers, met een
                        laag inkomen kan men wel de wens hebben veel verplaatsingen te maken, maar
                        omdat voor iedere Nederlander verplaatsen een prijskaartje heeft zal dat ook
                        voor mensen met een handicap gelden. Daarbij is het van belang vast te
                        stellen of de vervoersbehoefte hiermee spoort.</al><al/><al><vet>c en d.</vet></al><al>Ook bij de vervoersvoorzieningen kan een scootmobielpool een oplossing
                        bieden voor personen met een beperkte vervoersbehoefte op de korte afstand.
                        Datzelfde geldt voor het zogenaamde vraagafhankelijke vervoer van deur tot
                        deur. Om hierbij te komen tot maatwerk zal de vervoersbehoefte van de
                        aanvrager uitgangspunt zijn van de beoordeling welke voorziening nodig is om
                        het te bereiken resultaat te bereiken. Voorliggende voorzieningen kunnen
                        individuele voorzieningen voorkomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 16. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.</label></kop><al><vet>a. </vet></al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten te
                        hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                        religieuze activiteiten bestaat uit het kunnen afleggen van gewenste
                        bezoeken en het deelnemen aan gewenste activiteiten. Daarbij kan gedacht
                        worden aan familiebezoek, aan het bezoeken van bijeenkomsten of het bezoeken
                        van kerkdiensten, het deelnemen aan het verenigingsleven, maar ook het
                        volgen van cursussen om de vrije tijd op een aangename wijze te kunnen
                        invullen. Voorwaarden hiervoor zijn bijvoorbeeld het zich kunnen verplaatsen
                        naar deze bestemmingen. Daarvoor zal artikel 15 over het algemeen een
                        voldoende oplossing kunnen bieden.</al><al/><al><vet>b.</vet></al><al>Als vervoer voldoende in staat stelt aan activiteiten deel te nemen kan via </al><al>artikel 15 het vervoersprobleem opgelost worden.</al><al><vet>c en d. </vet></al><al>Als sprake is van voorliggende voorzieningen, die het probleem op kunnen
                        lossen, zal er geen ruimte meer zijn voor individuele voorzieningen.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 6. Vormen van verstrekkingen</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel 17. Mogelijke verstrekkingwijzen</label></kop><al>In dit artikel wordt allereerst behandeld in welke vormen voorzieningen
                        verstrekt kunnen worden. De mogelijkheden voorziening in natura of een
                        persoonsgebonden budget zijn voorgeschreven in artikel 6 Wmo. De financiële
                        tegemoetkomingen kunnen niet ontbreken (hoewel er in feite geen verschil
                        bestaat tussen een persoonsgebonden budget en een financiële tegemoetkoming)
                        omdat artikel 7 lid 2 Wmo spreekt over een “financiële tegemoetkoming voor
                        een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan de woonruimte”.</al></divisie><divisie><kop><label>Verstrekking in natura</label></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel 18. Inhoud beschikking</label></kop><al>Dit artikel bepaalt welke aspecten bij het verstrekken van een voorziening
                        in natura in de beschikking vastgelegd moeten worden.</al><al>Het gaat er daarbij uiteraard allereerst om welke voorziening(en) aan de
                        orde zijn. Dit uiteraard in relatie tot de te bereiken resultaten.
                        Vervolgens wordt aangegeven wat de duur van de voorziening is: voor hoe lang
                        wordt iets toegekend of hoe lang moet men in principe de bepaalde
                        voorziening kunnen gebruiken om het resultaat te bereiken. Vervolgens is van
                        belang te vermelden op welke wijze de voorziening in natura verstrekt wordt.
                        Als er sprake is van een overeenkomst wordt deze overeenkomst vermeld.</al><al>Ook andere aspecten, speciaal aspecten die voor deze ene verstrekking
                        gelden, dienen in de beschikking opgenomen te worden.</al><al/><al>Tevens geeft dit artikel aan dat als een eigen bijdrage gevraagd wordt, dit
                        in de beschikking komt te staan. Dit betreft alleen het gegeven dat een
                        eigen bijdrage gevraagd wordt. Hoe hoog de eigen bijdrage is zal door het
                        CAK bepaald worden en door het CAK bij afzonderlijke beschikking worden
                        opgelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Verstrekking als persoonsgebonden budget</label></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel 19. Overwegende bezwaren en regels rondom persoonsgebonden budget.</label></kop><al>Artikel 19 bepaalt dat die situaties waarin geen persoonsgebonden budget
                        verstrekt wordt, ook al is dat aangevraagd, omdat zij vallen onder de
                        formulering van artikel 6 Wmo: “ overwegende bezwaren” door het college
                        opgenomen moeten worden in Besluit maatschappelijke ondersteuning. Dit kan
                        zijn als vast staat dat belanghebbende niet in staat is de gelden te
                        beheren. Ook kan dit een situatie zijn waarin het gaat om zeer kortdurende
                        hulp bij het huishouden en het verstrekken van een persoonsgebonden budget
                        niet praktisch uitvoerbaar is. Ook het collectief vraagafhankelijk vervoer
                        kan als het systeem in gevaar komt als vrijheid tot keuze van een
                        persoonsgebonden budget zou leiden tot leegloop een argument zijn geen
                        keuzevrijheid te bieden. Dit moet onderbouwd kunnen worden en uitzonderingen
                        moeten mogelijk zijn. Zie ook CR 12012010 BL4037. </al><al/><al>Tevens bepaalt artikel 19 dat het college in het Besluit maatschappelijke
                        ondersteuning vastlegt op welke wijze de omvang van het persoonsgebonden
                        budget wordt vastgesteld, welke regels gelden ten aanzien van besteding en
                        verantwoording van het persoonsgebonden budget. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 20. Verstrekking als persoonsgebonden budget</label></kop><al>Artikel 20 bepaalt wat er bij het verstrekken van een persoonsgebonden
                        budget vastgelegd moet worden in de beschikking. Het gaat daarbij allereerst
                        om de formulering van het te bereiken resultaat zodat helder is waarvoor het
                        persoonsgebonden budget gebruikt moet worden. Dat kan beperkt zijn, zoals
                        het bezoeken van familie, vrienden en kennissen en het doen van boodschappen
                        met een scootmobiel, maar ook een meer algemeen geformuleerd resultaat,
                        zoals het maken van alle noodzakelijke verplaatsingen in de naaste woon- en
                        leefomgeving.</al><al>Als er een programma van eisen wordt verstrekt (waar is het geld voor
                        bedoeld, aan welke eisen moet voldaan zijn) wordt dat ook in de beschikking
                        vastgelegd onder bijvoeging van het program van eisen.</al><al>Vervolgens kan in de beschikking worden vastgelegd wat de omvang van het
                        persoonsgebonden budget is, welk bedrag men ontvangt, met vermelding hoe dat
                        bedrag tot stand is gekomen. Tot slot moet voor wat betreft de
                        verantwoording ook in de beschikking worden vastgelegd wat van degene tot
                        wie de beschikking is gericht in dit opzicht wordt verwacht.</al><al/><al>Verder wordt in dit artikel bepaalt dat bij het heffen van een eigen
                        bijdrage dit in de beschikking vermeld moet worden, waarbij meegenomen kan
                        worden dat het CAK de hoogte van de eigen bijdrage vaststelt en per
                        beschikking op zal leggen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Verstrekking van een financiële tegemoetkoming</label></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel 21. Inhoud beschikking</label></kop><al>Dit artikel bepaalt ten aanzien van de financiële tegemoetkoming wat in de
                        beschikking vermeld wordt. Het gaat hier allereerst om de vermelding van het
                        te bereiken resultaat waarvoor de financiële tegemoetkoming gebruikt dient
                        te worden. Daarnaast moet vermeld worden voor welke duur, voor welke periode
                        de financiële tegemoetkoming verstrekt wordt en tenslotte dient hier vermeld
                        te worden of er een overeenkomst van toepassing is op deze verstrekking.
                        Uiteraard moet ook de hoogte van de financiële tegemoetkoming vermeld
                        worden.</al></divisie><divisie><kop><titel>Eigen bijdrage </titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel 22 </label></kop><al>Artikel 15 van de wet biedt de mogelijkheid bij verstrekking van
                        voorzieningen in natura of een persoonsgebonden budget eigen bijdragen te
                        vragen. De wijze waarop dit wordt uitgevoerd zal door het college in het
                        Besluit maatschappelijke ondersteuning worden vastgelegd. De Raad heeft
                        hierbij ingevolge de Algemene Maatregel van Bestuur de mogelijkheid binnen
                        de grenzen die de Algemene Maatregel van Bestuur stelt de verschillende
                        bedragen vast te stellen. Deze afwijkende bedragen kunnen in het Besluit
                        maatschappelijke ondersteuning gemeente worden opgenomen.</al><al>Onder 1. is vastgelegd dat bij het verstrekken van een individuele
                        voorziening een eigen bijdrage verschuldigd is ten aanzien van alle
                        resultaten en onder 2. dat het college in het Besluit maatschappelijke
                        ondersteuning de omvang van de eigen bijdrage vastlegt.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 7. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en besluitvorming, intrekking en terugvordering</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel 23. Beslistermijn.</label></kop><al>De Algemene wet bestuursrecht regelt dat, als bij wettelijk voorschrift niet
                        anders is bepaald, een besluit genomen dient te worden binnen een redelijke
                        termijn. Die redelijke termijn is verstreken bij 8 weken. De Wmo bepaalt
                        niets over beslistermijnen. Het college heeft de mogelijkheid om afwijkende
                        termijnen vast te stellen. Hoewel het van belang is zo min mogelijk
                        afwijkende termijnen te hanteren, immers, de doorzichtigheid van de
                        termijnen komt daardoor wellicht in het geding, is het logisch voor enkele
                        onderdelen wel een langere termijn vast te stellen. Dit geldt met name voor
                        bouwkundige woonvoorzieningen. Zeker als daar een offerte voor moet worden
                        aangevraagd, zal daarmee de nodige tijd gemoeid zijn, zodat de termijn van
                        acht weken niet haalbaar is. Om dat helder te hebben is het wenselijk deze
                        termijn in de verordening op te nemen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 24. Beperkingen</label></kop><al>Er geldt een aantal beperkingen bij het verstrekken van voorzieningen.</al><al/><al><vet>1. </vet></al><al>Lid 1 onder a bepaalt dat het noodzakelijk is dat een voorziening langdurig
                        noodzakelijk is. Op deze regel bestaat een duidelijke uitzondering: hulp bij
                        het huishouden na een ziekte of ziekenhuisopname. Als deze kortdurende hulp
                        bij het huishouden binnen een gemeente niet geleverd kan worden als algemene
                        voorziening, waardoor geen individuele voorziening meer nodig zal zijn, zal
                        deze hulp als individuele voorziening verstrekt moeten worden. Deze
                        uitzondering dient dan in de verordening te worden opgenomen.</al><al>Wat langdurig noodzakelijk is hangt geheel af van de situatie, maar ook een
                        te bereiken resultaat voor een belanghebbende die terminaal is dient
                        gerekend te worden tot langdurig noodzakelijk. De voorziening zal immers
                        iemand gehele verdere leven noodzakelijk zijn.</al><al/><al>Lid 1 onder b bepaalt dat de voorziening als de goedkoopst-compenserende
                        voorziening aangemerkt moet kunnen worden. Het gaat daarbij op de eerste
                        plaats om een voorziening die compenserend is voor de ondervonden problemen,
                        zodat het te bereiken doel daadwerkelijk bereikt kan worden. Maar wanneer
                        dan meerdere voorzieningen compenserend blijken te zijn mag volstaan worden
                        met de goedkoopste voorziening.</al><al/><al><vet>2.</vet></al><al>Lid 2 onder a bepaalt dat geen voorziening wordt toegekend indien de
                        voorziening als algemeen gebruikelijk beschouwd dient te worden voor een
                        persoon als de aanvrager.</al><al/><al>Lid 2 onder b bepaalt dat de belanghebbende het hoofdverblijf moet hebben in
                        de gemeente Veendam. Het hoofdverblijf is de plek waar belanghebbende de
                        meeste nachten in het jaar doorbrengt.</al><al/><al>Lid 2 onder c bepaalt dat geen voorzieningen worden toegekend indien deze
                        betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale
                        woningbouw.</al><al/><al>Lid 2 onder d bepaalt dat geen voorziening wordt toegekend als niet meer is
                        na te gaan of de voorziening noodzakelijk was en of wel sprake was van een
                        goedkoopst compenserende voorziening. Is de voorziening te duur geweest dan
                        kan de gemeente volstaan met het vergoeden van een lager bedrag conform de
                        goedkoopst-compenserende voorziening.</al><al/><al>Lid 2 onder e, hier wordt bedoeld dat de aanvraag geweigerd kan worden als
                        het gaat om een vergoeding of verstrekking die reeds eerder heeft
                        plaatsgehad, terwijl het de aanvrager verwijtbaar is dat het middel verloren
                        is gegaan, bijvoorbeeld door roekeloosheid of verwijtbare onachtzaamheid,
                        dus niet als de aanvrager geen schuld treft. Als een ander aansprakelijk is
                        voor het verloren gaan, dient bekeken te worden of het mogelijk is deze
                        derde door de aanvrager hiervoor aansprakelijk te doen stellen om zodoende
                        de kosten te kunnen verhalen. </al><al/><al>Lid 2 onder f geeft aan dat een voorziening slechts kan worden toegekend
                        indien belanghebbende verantwoord en veilig kan omgaan met de te verstrekken
                        voorziening. Dat moet goed worden onderzocht en gemotiveerd. </al><al/><al>Lid 2 onder g, daar wordt mee bedoeld dat in sommige gevallen mensen al
                        jaren voorzieningen gebruiken en na het optreden van een beperking
                        voorzieningen aanvragen, die in hun situatie kunnen leiden tot de conclusie
                        dat het optreden van beperkingen geen meerkosten met zich meebrengt. Hierbij
                        kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een situatie waar al sprake is van een
                        particuliere hulp bij het huishouden voordat er sprake is van enige
                        beperking. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 25. Advisering</label></kop><al>Lid 1. </al><al>Het kan noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de gevraagde voorziening
                        een beroep te doen op een (medisch) adviseur. Als daar aanleiding voor is
                        biedt artikel 25 daartoe de mogelijkheid. Geregeld is dat het college twee
                        mogelijkheden heeft: </al><lijst><li nr="a."><al>het college kan allereerst iemand oproepen op een bepaalde plaats en
                                tijd te verschijnen en daar die vragen te beantwoorden die nodig
                                zijn om tot een zorgvuldig besluit te komen.</al></li><li nr="b."><al>De tweede mogelijkheid is uitgebreider: deze biedt ook de
                                gelegenheid tot onderzoek, bijvoorbeeld door daartoe aangewezen
                                deskundige, b.v. een arts.</al></li></lijst><al/><al>Bij de advisering zal de ICF terminologie gebruikt worden met het oog op de
                        consistentie van verslag, onderzoek en beoordeling.Het zal duidelijk zijn
                        dat er van deze mogelijkheden alleen maar gebruik kan worden gemaakt als dit
                        noodzakelijk is, dat wil zeggen als zonder dit onderzoek een zorgvuldige
                        besluitvorming niet mogelijk is.</al><al>In principe mag van de aanvrager verwacht worden mee te werken. Is de
                        aanvrager niet bereid tot medewerking, dan zal het college moeten beoordelen
                        of zonder deze medewerking een zorgvuldig besluit te nemen is. Is dat niet
                        mogelijk dan zal het college de aanvraag buiten behandeling kunnen stellen.
                        Is wel een zorgvuldig besluit mogelijk dan zal dat besluit genomen moeten
                        worden.</al><al/><al>Lid 3 geeft de situaties weer waarin een adviesinstantie (over het algemeen
                        een medisch adviseur) om advies gevraagd zal worden.</al><al>Dat zal in ieder geval van belang zijn als het gaat om een aanvraag van een
                        persoon die nog niet bij de gemeente bekend is. In die situatie is het van
                        groot belang te weten wat de aard van de problemen is en welke prognose er
                        bestaat. Dit kan van belang zijn bij de bepaling van de voorzieningen om de
                        gewenste resultaten te bereiken.</al><al>Is de aanvrager bekend, maar is er sprake van gewijzigde omstandigheden, dan
                        kan er ook aanleiding zijn een advies op te vragen. Dat zal zeker het geval
                        zijn als die gewijzigde omstandigheden een andere kijk op de te bereiken
                        resultaten rechtvaardigen.</al><al>Uiteraard zal er een medisch advies moeten zijn bij een afwijzing op
                        medische gronden. En er kunnen zich situaties voordoen dat er anderszins
                        behoefte bestaat aan een medisch advies. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 26. Wijziging situatie</label></kop><al>Dit artikel voorziet erin dat bij een gewijzigde situatie de plicht bestaat
                        het college hiervan op de hoogte te stellen als men kan vermoeden dat dit
                        invloed kan hebben op de verstrekte voorziening. Zo zal bij overlijden de
                        voorziening stopgezet kunnen worden en dienen de erven dit zo snel mogelijk
                        te melden. Uiteraard kan de gemeente in deze situatie ook via het GBA kennis
                        hebben van deze gewijzigde omstandigheid.</al><al>Maar andere omstandigheden zijn minder gemakkelijk kenbaar door de gemeente.
                        In die situatie kan men op basis van dit artikel verwachten dat wijzigingen
                        worden doorgegeven. Het kan overigens geen kwaad deze bepaling in de
                        beschikking te herhalen, hetgeen de kans dat er kennis van genomen wordt
                        aanzienlijk vergroot.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 27. Intrekking</label></kop><al>Een besluit, genomen op basis van deze verordening, kan in bepaalde
                        omstandigheden geheel of gedeeltelijk ingetrokken worden.</al><al>Dit zal gebeuren als bij de toekenning voorwaarden gesteld zijn en daar op
                        enig moment niet of niet meer aan is voldaan. In die situatie bestaat ook de
                        mogelijkheid tot terugvordering, indien de voorziening zich daartoe leent.
                        Dat is in artikel 26 geregeld.</al><al>Ook de situatie dat beslist is op onjuist verstrekte gegevens biedt de
                        mogelijkheid een genomen beschikking geheel of ten dele in te trekken. Ook
                        in deze situatie kan terugvordering een mogelijkheid zijn.</al><al>Een beslissing wordt genomen met de bedoeling dat men daar een voorziening
                        mee treft. Als binnen 6 maanden na het nemen van de beslissing de
                        voorziening nog niet is getroffen, is er ook de mogelijkheid een beslissing
                        geheel of ten dele in te trekken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 28. Terugvordering</label></kop><al>Indien een besluit is ingetrokken (en ook alleen maar in die situatie) kan
                        eventueel tot terugvordering worden overgegaan. Voorwaarde is dat het recht
                        op de voorziening is ingetrokken. Een voorziening in natura, een financiële
                        tegemoetkoming of een pgb kan worden teruggevorderd. Hierbij geldt een
                        privaatrechtelijke procedure.</al><al/><al>Terugvordering van een voorziening die bestaat uit een natura-verstrekking
                        kan ook als later blijkt dat de verstrekking onterecht is geweest doordat er
                        onjuiste gegevens zijn verstrekt.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 8. Slotbepalingen</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel 29. Hardheidsclausule</label></kop><al>Juist omdat het in de Wmo om maatwerk gaat zal het college er niet aan
                        ontkomen om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk
                        toch te beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van
                        overwegende aard.</al><al>Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te
                        verwachten is, Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer
                        persoonlijke beoordeling. Als desondanks die zeer persoonlijke afweging toch
                        nog sprake is van een niet billijke situatie is de hardheidsclausule een
                        vangnet. Daarbij kan de aanvrager ook een beroep doen op deze clausule.</al><al>Wordt de hardheidsclausule vaker voor één onderwerp gebruikt dan kan men
                        zich afvragen of het beleid terzake niet aangepast zou moeten worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 30 Onvoorziene omstandigheden</label></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 31. Indexering</label></kop><al>Bepaalde bedragen zullen jaarlijks aangepast worden zonder dat het college
                        hier iets voor hoeft te doen. Te denken valt daarbij aan de bedragen voor de
                        eigen bijdrage en het eigen aandeel. Het Ministerie van Volksgezondheid,
                        Welzijn en Sport zal deze bedragen jaarlijks aanpassen. Een college is op
                        basis van dit artikel ook bevoegd eigen bedragen aan te passen.</al><al>Om deze reden is het voor de hand liggend alle bedragen in het gemeentelijke
                        Besluit maatschappelijke ondersteuning op te nemen, zodat de bedragen snel
                        en gemakkelijk aan te passen zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 32 Nadere uitwerking</label></kop><al>In dit artikel is vastgelegd dat de verordening nader door het college wordt
                        uitgewerkt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en de Beleidsregels
                        maatschappelijke ondersteuning.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 33. Bezwaar</label></kop><al>Bezwaar tegen een besluit is mogelijk voor zover de bepalingen van de
                        Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat mogelijk maakt. De Awb bevat de
                        uitgebreide regelgeving welke van toepassing zijn bij het indienen van
                        bezwaar tegen een besluit. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 34 Evaluatie</label></kop><al>De wet vereist evaluatie. Dit artikel biedt de mogelijkheid deze evaluatie
                        in de tijd vast te leggen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 35. Inwerkingtreding</label></kop><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze verordening onder intrekking
                        van de vorige. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 36. Citeertitel</label></kop><al>Dit artikel regelt tenslotte hoe deze verordening geciteerd kan worden.</al></divisie></nota-toelichting><bijlage><al><vet>Voorwoord</vet></al><al>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</al><al>Hoofdstuk 2. Resultaatgerichte compensatie</al><al>Artikel 2. De te bereiken resultaten</al><al>Hoofdstuk 3.Hoe te komen tot de te bereiken resultaten?</al><al>Artikel 3. Aanmelding en aanvraag.</al><al>Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek.</al><al>Artikel 5. Het gesprek</al><al>Artikel 6. Het verslag</al><al>Artikel 7. De aanvraag van een individuele voorziening</al><al>Artikel 8. Het maken van een afweging</al><al>Artikel 9. Afwegingen per te bereiken resultaat</al><al>Artikel 10 Resultaat 2: Wonen in een geschikt huis:</al><al>Artikel 11 Resultaat 3. Beschikken over goederen voor primaire
                    levensbehoeften.</al><al>Artikel 12 Resultaat 4. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                    kleding.</al><al>Artikel 13 Resultaat 5. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                    behoren.</al><al>Artikel 14 Resultaat 6. Zich verplaatsen in en om de woning.</al><al>Artikel 15 Resultaat 7. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel.</al><al>Artikel 16 Resultaat 8 De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                    deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.</al><al>Hoofdstuk 6. Vormen van verstrekking</al><al>Artikel 17. Keuzevrijheid</al><al>Artikel 18. Inhoud beschikking bij verstrekking in natura</al><al>Artikel 19. Overwegende bezwaren en regels rond persoonsgebonden budget</al><al>Artikel 20. Verstrekking als persoonsgebonden budget</al><al>Artikel 21. Verstrekking als financiële tegemoetkoming</al><al>Artikel 22. Eigen bijdrage</al><al>Hoofdstuk 7. Procedurele bepalingen</al><al>Artikel 23. Beslistermijn</al><al>Artikel 24. Beperkingen</al><al>Artikel 25. Advisering</al><al>Artikel 26. Wijziging situatie</al><al>Artikel 27. Intrekking</al><al>Artikel 28. Terugvordering</al><al>Hoofdstuk 8. Slotbepalingen</al><al>Artikel 29. Hardheidsclausule</al><al>Artikel 30. Onvoorziene omstandigheden</al><al>Artikel 31. Indexering</al><al>Artikel 32. Nadere uitwerking</al><al>Artikel 33. Bezwaar</al><al>Artikel 34. Evaluatie</al><al>Artikel 35. Inwerkingtreding en intrekking</al><al>Artikel 36. Citeertitel</al></bijlage></regeling></body></cvdr>