<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR312137_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Winkeltijdenverordening Valkenswaard 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Valkenswaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Valkenswaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.valkenswaard.nl">Kempenier Koerier</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Winkeltijdenverordening Valkenswaard 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 3 Winkeltijdenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Winkeltijdenverordening Valkenswaard 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Valkenswaard,</al><al/><al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 oktober
                        2013;</al><al/><al> gezien het verslag van de commissievergadering van 14 november 2013;</al><al/><al> gelet op artikel 3 van de Winkeltijdenwet;</al><al/><al> besluit vast te stellen de Winkeltijdenverordening Valkenswaard 2013</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. bedrijf: winkel of uitstalling, anders dan in een winkel, waaruit in de
                        uitoefening van een bedrijf goederen te koop worden aangeboden of worden
                        verkocht aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren;</al><al> b. feestdagen: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                        Pinksterdag, eerste en tweede Kerstdag;</al><al> c. werkdagen: maandag tot en met zaterdag;</al><al> d. winkel: dat wat daaronder wordt verstaan in de Winkeltijdenwet.</al><al> e. de wet: de Winkeltijdenwet</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vrijstelling zondagen branches</titel></kop><al> 1. Van het in artikel 2, eerste lid, onderdeel a en b van de wet bedoelde
                        verbod geldt op zon- en feestdagen van 10.00 uur tot 18.00 uur een algemene
                        vrijstelling voor:</al><al> a. supermarkten;</al><al> b. tuincentra;</al><al> c. autoverkoopbedrijven.</al><al> 2. De algemene vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van
                        toepassing op eerste Kerstdag.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstelling zon- en feestdagen bepaalde winkels</titel></kop><al> De in art. 2, eerste lid onder a en b genoemde verboden gelden niet
                        voor:</al><al> a. musea;</al><al> b. winkels, waar uitsluitend maaltijden, voor directe consumptie geschikte
                        eetwaren, alcoholvrije dranken en, door middel van een automaat, tabak en
                        tabaksprodukten, middelen ter voorkoming van zwangerschap en damesverband
                        plegen te worden verkocht;</al><al> c. winkels waar brood en gebak wordt verkocht dat in het bijzonder is
                        bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden, mits in die winkel dat
                        brood en gebak ook pleegt te worden verkocht buiten de periode van de
                        Ramadan.</al><al> d. winkels waar de bedrijfsactiviteit hoofdzakelijk bestaat uit het
                        verhuren van voorbespeelde beelddragers, mits in die winkel geen andere
                        goederen worden te koop aangeboden of verkocht dan beelddragers, alsmede
                        tijdschriften en catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden
                        assortiment.</al><al> e. winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk feestartikelen plegen te
                        worden verkocht op de zondag waarop carnaval wordt gevierd;</al><al> f. winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk feestartikelen plegen te
                        worden verkocht, indien in de dorpskern, waarin de winkel is gelegen, een
                        kermis wordt gehouden, gedurende de openingstijden van die kermis.</al><al> g. winkels in of op het terrein van sportcomplexen, waar uitsluitend of
                        hoofdzakelijk goederen worden verkocht, die rechtstreeks verband houden met
                        de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die
                        sportcomplexen.</al><al> h. winkels in of op het terrein van bejaardenoorden en verzorgingshuizen,
                        waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten,
                        nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten plegen te worden
                        verkocht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstelling zon- en feestdagen overige activiteiten</titel></kop><al> De in art. 3 genoemde vrijstellingen gelden, voor zover deze betrekking
                        hebben op zon- en feestdagen, tevens voor de in art. 2 lid 2 van de wet
                        genoemde verboden voor zover deze rechtstreeks verband houden met de aldaar
                        gehouden activiteiten op het terrein van of in:</al><al> a. bejaardenoorden</al><al> b. sportcomplexen</al><al> c. culturele gebouwen en evenemententerreinen</al><al> d. begraafplaatsen tijdens Allerzielen en Allerheiligen</al><al> e. bedevaartsoorden</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zon- en feestdagenregeling overige branches</titel></kop><al> 1.De verboden genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van
                        de wet, gelden niet op ten hoogste veertien, door het college aan te wijzen,
                        zondagen of feestdagen per kalenderjaar.</al><al> 2. Deze bevoegdheid geldt voor elk deel van de gemeente afzonderlijk. </al><al> 3 Het college wijst de delen van de gemeente aan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Individuele ontheffingen</titel></kop><al/><al> 1. Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van de
                        in artikel 2 van de Winkeltijdenwet vervatte verboden.</al><al> 2. De ontheffing wordt in ieder geval geweigerd als de woon- en
                        leefsituatie of de openbare orde in</al><al> de omgeving van het bedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed
                        door de openstelling</al><al> van het bedrijf op basis van de ontheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al> 1. Burgemeester en wethouders beschikken op een aanvraag om ontheffing
                        binnen acht weken na</al><al> de dag waarop de aanvraag is ontvangen.</al><al> 2. Zij kunnen hun beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken of wijzigen ontheffing</titel></kop><al> Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing intrekken of wijzigen
                        als:</al><al> a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                        verstrekt;</al><al> b. verandering van omstandigheden of inzichten dit naar hun oordeel
                        noodzakelijk maken in het</al><al> belang van de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is
                        vereist;</al><al> c. de exploitatie van het bedrijf op basis van de ontheffing gevaar
                        oplevert voor de openbare orde,</al><al> de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;</al><al> d. aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of
                        worden nagekomen;</al><al> e. van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarbij gestelde
                        termijn; of</al><al> f. de houder dit verzoekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al> Met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn belast de door
                        burgemeester en</al><al> wethouders aangewezen toezichthouders.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al/><al> 1. De Winkeltijdenverordening Valkenswaard 2011 wordt ingetrokken.</al><al> 2. Een krachtens de Winkeltijdenverordening 2011 verleende ontheffing geldt
                        als ontheffing verleend</al><al> krachtens deze verordening.</al><al> 3. Aanvragen om ontheffing die zijn ingediend onder de
                        Winkeltijdenverordening 2011 maar waarop nog</al><al> niet is beschikt bij het in werking treden van deze verordening, worden
                        afgehandeld</al><al> overeenkomstig deze verordening.</al><al> 4. De onder de Winkeltijdenverordening 2011 door het college aangewezen
                        deelgebieden blijven van kracht onder de Winkeltijdenverordening 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al> 1. Deze verordening treedt in werking op 12 december 2013.</al><al> 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Winkeltijdenverordening
                        Valkenswaard 2013.</al><al/></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Toelichting Winkeltijdenverordening Valkenswaard 2013</titel></kop><al/><al> Algemeen deel</al><al> Op 1 juli 2013 is de gewijzigde Winkeltijdenwet (Wtw) in werking getreden. Op
                    grond van de</al><al> gewijzigde Winkeltijdenwet blijven de wettelijke verboden om winkels op zon-,
                    feestdagen en op</al><al> werkdagen voor 06.00 uur en na 22.00 uur open te stellen, op zichzelf bestaan.
                    Gemeenten hebben echter de</al><al> vrijheid om bij verordening te bepalen of – en in hoeverre – zij vrijstelling
                    of ontheffing verlenen van</al><al> deze verboden. De uitzonderingsbepalingen daarvoor uit de oude Winkeltijdenwet,
                    zoals de</al><al> toerismebepaling en de avondwinkelbepaling, zijn komen te vervallen.</al><al> Wanneer het initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van de Winkeltijdenwet in
                    werking treedt heeft dit</al><al> ook gevolgen voor het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Een substantieel
                    aantal vrijstellingen</al><al> op het verbod om op zon- en feestdagen open te zijn zal van rechtswege
                    vervallen. Het gaat</al><al> onder meer om snackbars, ijscomannen, videotheken, (bloemen)winkels bij
                    begraafplaatsen en in</al><al> bejaardenoorden, evenals openstellingen bij bijzondere gelegenheden van
                    religieuze aard.</al><al> De vervallen vrijstellingen kunnen vervolgens wel op grond van de gewijzigde
                    Winkeltijdenwet in</al><al> een gemeentelijke verordening worden opgenomen. Aangezien de gemeente
                    Valkenswaard deze vrijstellingen ongemoeid wil laten zijn deze opgenomen in de
                    nieuwe Winkeltijdenverordening. Zie verder ook onder de artikelgewijze
                    toelichting.</al><al> Uitgangspunt is dat in de ‘Verordening Winkeltijden gemeente Valkenswaard 2013’
                    de wettelijke vrijheid zodanig wordt benut dat er een algemene vrijstelling komt
                    voor de zon- en feestdagen tussen 10.00 en 18.00 uur voor supermarkten,
                    tuincentra en autobedrijven (behalve op eerste kerstdag) en het aantal zon- en
                    feestdagen voor de overige winkels wordt uitgebreid naar 14 stuks per jaar. Voor
                    een openstelling in de periode tussen 22.00-06.00 uur (nachtopenstelling) op
                    werkdagen is een ontheffing noodzakelijk.</al><al> Wanneer de raad instemt met de Winkeltijdenverordening zal de eerstvolgende
                    zondag na publicatie van het raadsbesluit de eerst mogelijke vrije koopzondag
                    zijn.</al><al/><al> Artikelsgewijs</al><al> Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al> Bedrijf</al><al> Artikel 2, eerste lid Winkeltijdenwet ziet specifiek op de openstelling van
                    winkels. Artikel 2, tweede lid</al><al> Winkeltijdenwet ziet op het in de uitoefening van een bedrijf, anders dan in
                    een winkel, goederen te</al><al> koop aanbieden of te verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met
                    particulieren. Te denken valt</al><al> aan markt- en straathandel en de handel te water. Door de zinsnede ‘in
                    rechtstreekse aanraking met</al><al> particulieren’ valt verkoop op afstand, zoals postorderverkoop, telefonische
                    verkoop en telewinkelen</al><al> hier niet onder. Ook heeft het verbod uit artikel 2, tweede lid Winkeltijdenwet
                    geen betrekking op sec</al><al> het afleveren van goederen aan particulieren.</al><al> Voor wat betreft de openstelling van bedrijven die vanaf een standplaats hun
                    waar aanbieden, oftewel</al><al> de straatverkoop, is ook de Winkeltijdenwet en dus deze Winkeltijdenverordening
                    van toepassing. In</al><al> deze verordening is er voor gekozen om de openstelling voor straatverkoop
                    gelijk te trekken met de</al><al> openstelling van de reguliere winkels. (Zie voor meer informatie de toelichting
                    bij artikel 2.) Dit komt</al><al> mede tot uitdrukking doordat in de verordening niet wordt gesproken over
                    ‘winkel’, maar ‘bedrijf’.</al><al> Daar waar in de toelichting wordt gesproken over ‘winkel’, kan ook ‘bedrijf’
                    worden gelezen.</al><al> Feestdagen</al><al> Onder feestdagen wordt in deze verordening verstaan: Nieuwjaarsdag, tweede
                    Paasdag,</al><al> Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, eerste en tweede Kerstdag;</al><al> Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat 4 mei na 19.00 uur
                    (dodenherdenking) niet wordt</al><al> aangemerkt als feestdag in de zin van de verordening. De reden hiervan is dat
                    openstelling van</al><al> winkels en bedrijven op dit tijdstip niet wenselijk wordt geacht, onder meer
                    vanwege de eerbiediging</al><al> van de rust. Voor het geopend zijn van de winkels op bovengenoemde feestdagen
                    blijft een ontheffing nodig. Koningsdag en 5 mei (Bevrijdingsdag) zijn niet
                    aangemerkt als feestdagen. De winkels mogen op deze dagen dus geopend zijn
                    volgens het regime dat geldt op werk- of zondagen (afhankelijk op welke dag het
                    valt).</al><al> Winkel</al><al> Voor de definitie van winkel wordt verwezen naar artikel 1 Winkeltijdenwet: een
                    winkel is een voor het</al><al> publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen
                    te worden verkocht.</al><al> Artikel 1 Winkeltijdenwet geeft tevens een definitie voor de begrippen
                    ‘goederen’ en ‘particulier’:</al><al> ‐ goederen: roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van binnenlandse en
                    buitenlandse</al><al> wettige betaalmiddelen;</al><al> ‐ particulier: degene die een goed koopt anders dan in de uitoefening van een
                    beroep of bedrijf.</al><al> Wet</al><al> Hiermee wordt bedoeld: de Winkeltijdenwet.</al><al> Artikel 2. Vrijstelling zondag branches</al><al> In dit artikel wordt het mogelijk gemaakt voor de specifieke branches
                    supermarkten, tuincentra en autobedrijven elke zondag behoudens 1e Kerstdag
                    geopend te zijn tussen 10.00 en 18.00 uur. Hiermee wordt aan een bestaande
                    behoefte tegemoetgekomen. Voor andere branches blijft een aanwijzing of
                    individuele ontheffing voor een koopzondag nodig.</al><al/><al> Artikel 3. Vrijstelling zon- en feestdagen bepaalde winkels</al><al> Dit artikel betekent dat de vrijstellingen die golden in het
                    Vrijstellingenbesluit winkeltijdenwet voor onder andere videotheken,
                    bloemenwinkels bij begraafplaatsen en winkels in musea onverkort blijven gelden.
                    Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat het Vrijstellingenbesluit slechts
                    gedeeltelijk is komen te vervallen. Zo zijn bijvoorbeeld de (landelijke)
                    vrijstellingen voor openstelling van apotheken, winkels in ziekenhuizen,
                    verpleeghuizen, stations en benzinestations nog altijd te vinden in het
                    Vrijstellingenbesluit.</al><al/><al> Artikel 4. Vrijstelling zon- en feestdagen overige activiteiten</al><al> De vrijstelling in art. 3 geldt niet alleen voor winkels, maar ook voor verkoop
                    tijdens bijvoorbeeld culturele activiteiten in gebouwen en voor de zogenaamde
                    straatverkoop (braderie, evenement, begraafplaats) voor zover de verkoop
                    rechtstreeks verband houden met de aldaar gehouden activiteiten.</al><al> Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat het voorgaande niets af doet aan
                    het verbod om een</al><al> standplaats in te nemen zonder vergunning van het college (artikel 5.18 APV).
                    Vanuit het oogpunt van</al><al> de openbare orde worden de locaties en de duur van de straatverkoop immers
                    gereguleerd door</al><al> middel van een standplaatsvergunning op grond van (artikel 5.17 tot en met 5.20
                    van) de APV en het</al><al> standplaatsenbeleid 2012. Hierin is bepaald op welke gronden een
                    standplaatsvergunning kan worden verkregen. Tenslotte wordt opgemerkt dat in de
                    algemene voorschriften van het standplaatsenbeleid</al><al> voor wat betreft de tijden van het innemen van de standplaats naar de
                    Winkeltijdenwet verwijst.</al><al> Artikel 5. Zon- en feestdagenregeling overige branches</al><al> Dit artikel is in feite de bestaande “zon- en feestdagenregeling” maar met een
                    uitbreiding van twee dagen per kalenderjaar. Het maximale aantal zon- of
                    feestdagen bedraagt 14 per kalenderjaar. De overweging is dat er dan gemiddeld
                    elke maand een extra verkoopdag kan zijn met twee dagen extra ten opzichte van
                    de huidige regeling. De aanwijzing geldt voor elk deelgebied afzonderlijk. De
                    door het college reeds aangewezen deelgebieden worden vooralsnog in stand
                    gelaten.</al><al> Artikel 6. Individuele ontheffingen</al><al> Eerste lid</al><al> Het eerste lid geeft aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid om –met
                    inachtneming van de</al><al> in de verordening opgenomen kaders – ontheffing te verlenen van het verbod om
                    winkels geopend te</al><al> hebben in de nachtelijke uren. Dit biedt het college de mogelijkheid om in
                    bijzondere gevallen de</al><al> openstelling in de nachtelijke uren, dat wil zeggen op werkdagen voor 06.00 uur
                    en na 22.00 uur en op zon- en feestdagen voor 10.00 uur en na 18.00 uur,
                    mogelijk te maken. Uit de formulering blijkt dat het college een zekere mate van
                    beleidsvrijheid heeft, bij het al dan niet verlenen van de ontheffing
                    (burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen). In beginsel zal het
                    college dit slechts doen in bijzondere gevallen. Hierbij kan worden gedacht aan
                    openstelling van een winkel in verband met de (landelijke) primeur van de
                    verkoop van een bepaald product.</al><al> Tweede lid</al><al> In het tweede lid is bepaald dat de ontheffing in ieder geval wordt geweigerd
                    als de woon- en</al><al> leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare
                    wijze nadelig wordt</al><al> beïnvloed door de opening van de winkel op basis van de ontheffing. De
                    formulering ‘in ieder geval’ geeft aan dat de aanvraag om ontheffing ook op
                    andere gronden kan worden geweigerd.</al><al> Artikel 7. Beslistermijn</al><al> Op de behandeling van verzoeken om ontheffing voor uitvoering van deze
                    verordening, is de</al><al> Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Volgens artikel 4:13 van de
                    Awb is een redelijke</al><al> beslistermijn acht weken. Het artikel is in deze verordening opgenomen om de
                    lezer duidelijkheid te</al><al> geven in plaats van door te verwijzen naar andere regelgeving.</al><al> Tegen besluiten op grond van deze verordening kan op grond van de
                    Winkeltijdenwet beroep worden</al><al> ingesteld bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB). Voor het
                    instellen van beroep, moet</al><al> eerst op grond van de Awb bezwaar zijn gemaakt bij het college van burgemeester
                    en wethouders als</al><al> besluitvormend orgaan.</al><al> Artikel 8. Intrekken of wijzigen ontheffing</al><al> In dit artikel zijn de gronden voor het wijzigen of intrekken van een
                    ontheffing opgesomd. Het betreft</al><al> een limitatieve opsomming: slechts in het geval dat er zich één van de hier
                    genoemde gronden</al><al> voordoet, kan het college besluiten tot intrekking of wijziging van de
                    ontheffing.</al><al> Artikel 9. Toezicht</al><al> Geen nadere toelichting noodzakelijk.</al><al> Artikel 10. Intrekking oude verordening en overgangsrecht</al><al> Eerste lid</al><al> Geen nadere toelichting noodzakelijk.</al><al> Tweede lid</al><al> Omdat de oude Winkeltijdenverordening wordt vervangen door een nieuwe
                    verordening, komen alle</al><al> op de oude verordening gebaseerde besluiten komen te vervallen voor zover ze
                    niet krachtens</al><al> overgangsrecht in stand worden gehouden. In dit verband is in artikel 10
                    geregeld dat een krachtens de</al><al> oude verordening verleende ontheffing, geldt als ontheffing verleend krachtens
                    de nieuwe</al><al> verordening. Voor de vrijstellingen verleend krachtens de oude verordening is
                    geen overgangsrecht opgenomen. De reden hiervan is dat de vrijstellingen
                    verleend krachtens de oude verordening slechts betrekking hadden op de besluiten
                    van burgemeester en wethouders tot het aanwijzen van koopzondagen</al><al> binnen het door de raad gestelde kader. Hierdoor komen op de oude verordening
                    gebaseerde vrijstellingen te vervallen en kan gebruik worden gemaakt van de
                    vrijstelling in de nieuwe verordening.</al><al> Derde lid</al><al> Het derde lid bepaalt dat aanvragen om ontheffing die zijn ingediend voor de
                    inwerkingtreding van de</al><al> nieuwe verordening, maar waar nog geen besluit op is genomen, worden beoordeeld
                    in het licht van</al><al> de nieuwe verordening.</al><al> Vierde lid</al><al> Voor de aanwijzing of het verlenen van ontheffingen voor zon- en feestdagen
                    voor overige branches geldt dat het college daartoe deelgebieden aanwijst. Deze
                    deelgebieden zijn onder de Winkeltijdenverordening 2011 reeds aangewezen en
                    geven geen reden voor wijziging. Om die reden worden de reeds toegepaste
                    gebiedsindeling in stand gelaten.</al><al> Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel</al><al> De oude verordening had als citeertitel ‘Winkeltijdenverordening 2011’. Om
                    misverstanden te voorkomen is</al><al> de citeertitel van deze verordening ‘Winkeltijdenverordening Valkenswaard
                    2013”</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>