<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR311931_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Goudse Post,
                27-11-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artt. 3, 5, 6</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>820775</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-16106</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-16107</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Gouda </al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 juli 2013;</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en het belang van het zorgvuldig
                        omgaan met groen in de stad;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening: Bomenverordening 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al><cursief>bebouwde kom</cursief>: de bebouwde kom van de
                                    gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                    Boswet;</al></li><li nr="-"><al><cursief>bevoegd gezag</cursief>: bestuursorgaan als bedoeld in
                                    artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li><li nr="-"><al><cursief>boom</cursief>: een houtachtig, overblijvend gewas met
                                    een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3
                                    meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid
                                    geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;</al></li><li nr="-"><al><cursief>boomwaarde</cursief>: de geldelijke waarde van een boom
                                    zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van
                                    Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;</al></li><li nr="-"><al><cursief>herplantwaarde</cursief>: de geldelijke waarde van een
                                    boom volgens het door burgemeester en wethouders vastgestelde
                                    Goudse Rekenmodel voor het afkopen van een herplantplicht;</al></li><li nr="-"><al><cursief>houtopstand</cursief>: één of meer bomen of
                                    boomvormers, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een
                                    houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken,
                                    een beplanting van bosplantsoen, een struweel of heg, met de
                                    onder sub a. genoemde minimale dwarsdoorsnede;</al></li><li nr="-"><al><cursief>kandelaberen</cursief>: het terugsnoeien van de kroon
                                    van een boom tot een hoofdstam met takstompen;</al></li><li nr="-"><al><cursief>kappen</cursief>: het geheel of grotendeels verwijderen
                                    van het bovengrondse deel van de houtopstand;</al></li><li nr="-"><al><cursief>monumentale boom</cursief>: een houtopstand die is
                                    opgenomen op de gemeentelijke lijst van monumentale bomen. Deze
                                    lijst betreft zowel gemeentelijke als particuliere monumentale
                                    bomen;</al></li><li nr="-"><al><cursief>openbare ruimte</cursief>: de - al dan niet met enige
                                    beperking - voor het publiek toegankelijke ruimte, zoals wegen,
                                    parkeerplaatsen, stoepen, pleinen en open plaatsen, parken,
                                    plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen;</al></li><li nr="-"><al><cursief>rooien</cursief>: het geheel verwijderen van het boven-
                                    en ondergrondse deel van de houtopstand.</al></li><li nr="-"><al><cursief>vellen</cursief>: rooien: kappen; verplanten; het
                                    snoeien van meer dan 30 procent van de kroon of het
                                    wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van
                                    handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of
                                    ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand
                                    ten gevolge kunnen hebben;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>kapverbod</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                                gezag een houtopstand te vellen of te doen
                                                vellen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                                voor: houtopstanden buiten de openbare ruimte met
                                                een dwarsdoorsnede van de stam tot 30 centimeter
                                                gemeten op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                                voor houtopstand die aantoonbaar op
                                                bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als
                                                bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder
                                                niet voor:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                                Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of
                                                last van burgemeester en wethouders, zulks
                                                onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 6 van
                                                deze verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van
                                                het reguliere onderhoud en het periodiek knotten of
                                                kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij
                                                knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>toetsingscriteria</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een vergunning wordt geweigerd indien de belangen
                                                van verlening niet opwegen tegen de belangen van
                                                behoud van de houtopstand op basis van één of meer
                                                van de volgende waarden:</al><al>-natuur en milieuwaarden</al><al>-landschappelijke waarden</al><al>-cultuurhistorische waarden</al><al>-waarden van stads- en dorpsschoon waarden voor
                                                recreatie en leefbaarheid</al><al>In geval van een aanvraag om vergunning vanwege
                                                overlast van een boom wordt gebruik gemaakt van een
                                                door burgemeester en wethouders hiertoe vastgesteld
                                                afwegingsmodel overlast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een vergunning voor het vellen van een monumentale
                                                boom wordt slechts bij uitzondering verleend
                                                indien:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>een zwaarwegend maatschappelijk belang opweegt tegen
                                                duurzaam behoud van de monumentale boom.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>alternatieven uitputtend zijn onderzocht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet
                                                langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of
                                                schade.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>. Het bevoegd gezag kan bij het onder voorschriften
                                                verlenen van de vergunning de in het eerste lid
                                                genoemde waarden als motivering hanteren. Het
                                                bevoegd gezag verwijst bij de beslissing op een
                                                aanvraag zoveel mogelijk naar gemeentelijke
                                                bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen.
                                            </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>intrekken vergunning</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning voor zover deze betrekking heeft op
                            het vellen of doen vellen van houtopstanden geheel of gedeeltelijk
                            intrekken indien binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de
                            vergunning de betrokken houtopstanden niet zijn geveld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>vergunningsvoorschriften</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften
                                                kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde
                                                termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag
                                                te geven aanwijzingen moet worden herplant. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al> In het geval een voorschrift als bedoeld in het
                                                eerste lid aan de vergunning wordt verbonden, moet
                                                herplant die binnen drie jaar na het herplanten niet
                                                aanslaat, worden vervangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot
                                                de aan een vergunning tot vellen te verbinden
                                                voorschriften behoren het voorschrift dat een
                                                geldelijke bijdrage gestort dient te worden. De
                                                hoogte van de geldelijke bijdrage wordt berekend op
                                                basis van de herplantwaarde. Voor deze bijdrage
                                                zullen vervangende bomen op een andere locatie
                                                binnen de gemeente worden geplant. De bijdrage kan
                                                ook worden gebruikt voor het toepassen van een
                                                zwaardere plantmaat bij het vervangen van bomen op
                                                een andere locatie binnen de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden
                                                voorschriften kan het voorschrift behoren dat:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>pas tot het vellen van de houtopstand mag worden
                                                overgegaan als de termijn om, tegen andere, concreet
                                                te benoemen, vergunningen of ruimtelijke besluiten,
                                                bezwaar te maken of beroep in te stellen ongebruikt
                                                is verstreken of, indien binnen deze termijn een
                                                verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, dat
                                                verzoek is afgewezen en dat bij toewijzing van het
                                                verzoek om voorlopige voorziening pas tot vellen van
                                                de houtopstand mag worden overgegaan als op het
                                                bezwaar of beroep is beslist;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>de vergunning tot vellen vervalt als andere,
                                                concreet te benoemen, vergunningen of ruimtelijke
                                                besluiten, zijn vernietigd, ingetrokken of alsnog
                                                zijn geweigerd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>kappen zonder vergunning</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van
                                                toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd
                                                gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
                                                gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                                gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
                                                bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot
                                                het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                                verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig
                                                de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                                hen te stellen termijn. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt
                                                een financiële bijdrage betaald op basis van de
                                                boomwaarde.. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al> Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste
                                                lid opgelegd, dan moet herplant die binnen drie jaar
                                                na het herplanten niet aanslaat, worden
                                                vervangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van
                                                toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
                                                bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                                gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
                                                bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot
                                                het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                                verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen
                                                te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                                termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                                bedreiging wordt weggenomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting
                                                als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede
                                                diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te
                                                voldoen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>schadevergoeding</titel></kop><al>Het bevoegd gezag beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond
                            van artikel 17, van de Boswet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                            vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en heesters.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>bestrijding van boomziekten</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen
                                                bevinden die naar het oordeel van Burgemeester en
                                                wethouders gevaar opleveren van verspreiding van een
                                                boomziekte of voor vermeerdering van de
                                                ziekteverspreiders zoals insecten, is de
                                                rechthebbende, indien hij daartoe door Burgemeester
                                                en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de
                                                bij aanschrijving vast te stellen termijn:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>de houtopstand te vellen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde
                                                houtopstand direct zodanig te behandelen dat
                                                verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan
                                                voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren,
                                                indien het een boomsoort betreft die de
                                                desbetreffende boomziekte kan verspreiden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing
                                                verlenen van het onder het tweede lid van dit
                                                artikel gestelde verbod.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>monumentale bomen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>bijdrageregeling monumentale bomen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage
                                                verlenen in de kosten van maatregelen, die
                                                noodzakelijk zijn voor het duurzaam instandhouden
                                                van een monumentale boom, bomen of andere
                                                houtopstanden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Onder maatregelen, als bedoeld in het eerste lid,
                                                zijn in elk geval begrepen: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>het onderzoek naar de kwaliteit van de houtopstand
                                                en de groeiplaats; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>structurele groeiplaatsverbetering; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>bescherming van de groeiplaats; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>kroonsnoei (herstel- en stabilisatiesnoei); </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>kroonverankering. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De bijdrage kan worden verleend aan: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>de eigenaar van de grond waarop zich houtopstand
                                                bevindt; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>een natuurlijk of rechtspersoon die krachtens een
                                                persoonlijk of zakelijk recht het feitelijk gebruik
                                                heeft van de grond waarop zich de houtopstand
                                                bevindt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>De Algemene Subsidieverordening Gouda 2003 is niet
                                                van toepassing. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>procedure bijdrageregeling monumentale bomen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een aanvraag om een bijdrage als bedoeld in het
                                                eerste lid van artikel 10 moet worden ingediend bij
                                                burgemeester en wethouders. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanvraag dient ondertekend te zijn door zowel de
                                                eigenaar als de gebruiker van de grond waarop zich
                                                de houtopstand bevindt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De bijdrage wordt slechts verleend indien een
                                                begroting van de kosten, opgesteld door een
                                                deskundig boomverzorger, wordt bijgevoegd en vooraf
                                                door burgemeester en wethouders is goedgekeurd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>hoogte van de bijdrage</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De hoogte van de bijdrage bedraagt maximaal 50 % van
                                                de kosten van te nemen maatregelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarde dat:
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>de maatregelen worden uitgevoerd door een deskundig
                                                boomverzorger; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>de maatregelen binnen 1 jaar worden uitgevoerd;
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>de boom in alle opzichten naar oordeel van een
                                                deskundig boomverzorger behoorlijk in stand wordt
                                                gehouden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Aan het verlenen van de bijdrage kunnen door
                                                burgemeester en wethouders nadere voorwaarden worden
                                                gesteld. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>uitbetaling bijdrage</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De bijdrage wordt uitbetaald indien: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>de in de aanvraag opgenomen maatregelen schriftelijk
                                                zijn gereed gemeld; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>gebleken is dat de maatregelen naar behoren zijn
                                                getroffen; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>binnen 15 maanden na toekenning van de bijdrage de
                                                rekening van de boomverzorger is overgelegd. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>intrekkingsgronden en terugvorderen van bijdragen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De toekenning van de bijdrage vervalt, zodra:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>blijkt dat de bijdrage ten gevolge van een onjuiste
                                                of onvolledige opgave is verleend; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>niet wordt voldaan aan de in het bijdragebesluit
                                                opgenomen voorschriften en/of de bepalingen in deze
                                                verordening; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>degene aan wie de bijdrage is toegekend ophoudt
                                                eigenaar te zijn of anderszins onbevoegd wordt over
                                                de houtopstand te beschikken; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>de houtopstand teniet is gedaan; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij
                                                toekenning van de bijdrage. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ingeval het eigendom van de houtopstand gedeeltelijk
                                                overgaat of de houtopstand gedeeltelijk teniet gaat,
                                                bepalen burgemeester en wethouders of en in hoeverre
                                                voor het overblijvende deel van de houtopstand
                                                verdere verlening van de bijdrage plaatsvindt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>straf- en slotbepalingen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>strafbepaling</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in
                                                artikel 2 en/of 6 is opgelegd, alsmede diens
                                                rechtsopvolger is gehouden dienovereenkomstig te
                                                handelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Hij die een verplichting als bedoeld in het vorige
                                                lid niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van
                                                ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                                                categorie. Bij de strafbepaling kan rekening worden
                                                gehouden met de boomwaarde.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>toezichthouders</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                                of krachtens deze verordening zijn belast:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>de medewerkers van de afdeling Stadstoezicht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al> de ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2,
                                                onder a en c van de Politiewet 2012 van de regionale
                                                eenheid arrondissement Den Haag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Deze personen zijn tevens belast met de opsporing
                                                van het bepaalde bij of krachtens deze verordening
                                                voorzover hen daartoe opsporingsbevoegdheid is
                                                verleend op grond van artikel 142 van het Wetboek
                                                van Strafvordering. Voorts zijn met het toezicht op
                                                de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                                                verordening belast de bij besluit van het college
                                                aan te wijzen personen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>overgangs- en slotbepaling</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze verordening wordt aangehaald als:
                                                Bomenverordening 2010.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Zij treedt in werking op de dag nadat dit besluit is
                                                bekend gemaakt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op het onder het eerste lid genoemde tijdstip
                                                vervalt de Bomenverordening, zoals laatstelijk op 1
                                                december 2003 vastgesteld. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Op een aanvraag om vergunning, schadevergoeding of
                                                anderszins die is ingediend voor de inwerkingtreding
                                                van het raadsbesluit d.d. 25 september 2013 tot
                                                wijziging van de Bomenverordening en waarop op dat
                                                tijdstip nog niet is beslist, zijn de bepalingen van
                                                de Bomenverordening van toepassing, zoals die
                                                luidden voor deze wijziging, tenzij de aanvrager wil
                                                dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Verplichtingen krachtens de ingetrokken verordening
                                                blijven bestaan. Het bepaalde in het voorgaande lid
                                                is van overeenkomstige toepassing. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 oktober 2010.</al><al>De raad der gemeente voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening>, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Gouda/i232404.pdf">afwegingsmodel overlast</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Gouda/i232405.pdf">afwegingsmodel herplantwaarde</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>toelichting Bomenverordening 2010 2010 </titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="97*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen </al><al>In het Groenstructuurplan 2007-2015 Gouda Blijft Groen (GSP)
                                        zijn een aantal doelstellingen met betrekking tot bomen
                                        aangegeven. Een van de doelstellingen is het minimaal op het
                                        peil van 2006 houden van het aantal bomen. Met behulp van
                                        een bomenstructuur is in het GSP inzichtelijk gemaakt welke
                                        vormen van boombeplanting en op welke locatie belangrijk
                                        zijn. </al><al>Bomen krijgen de kans om oud te worden is een andere
                                        doelstelling uit het GSP. De doelstelling kan worden gehaald
                                        door enerzijds terughoudend om te gaan met het verlenen van
                                        een kapvergunning voor aanwezige bomen. Deze
                                        Bomenverordening is hiervoor het instrument.</al><al>Sinds 1 oktober 2010 maakt de kapvergunning onderdeel uit
                                        van de omgevingsvergunning (WABO). De omgevingsvergunning
                                        wordt door één bevoegd gezag beoordeeld en doorloopt één
                                        procedure. De</al><al>beslissing op de aanvraag kent ook één procedure van
                                        rechtsbescherming. Het bevoegd gezag is bij de kap van bomen
                                        in de meeste gevallen het college van burgemeester en
                                        wethouders. In een beperkt aantal gevallen echter berust de
                                        bevoegdheid tot toestemmingsverlening voor de
                                        omgevingsvergunning niet bij het college van burgemeester en
                                        wethouders, maar bij het college van gedeputeerde staten en
                                        in enkele gevallen bij een minister. Zo is bijvoorbeeld voor
                                        het bedrijf Croda de provincie bevoegd gezag. Dus als dit
                                        bedrijf op haar terrein bomen wil kappen, moet het college
                                        van gedeputeerde staten de vergunning verlenen. Het bevoegd
                                        gezag is integraal verantwoordelijk voor het te nemen
                                        besluit en is tevens belast met de bestuursrechtelijke
                                        handhaving.</al><al>Artikelsgewijs </al><al>artikel 1: begripsomschrijvingen </al><al>a.boom. Afbakening van het begrip boom is van belang in
                                        verband met het aangeven van de ondergrens van de
                                        bescherming. De minimale diktemaat is de meest gangbare en
                                        meest heldere vorm van afbakening. Andere vormen, zoals het
                                        vrijgeven van bepaalde boomsoorten (erven, tuinen of wijken)
                                        of leeftijdscategorieën, leiden sneller tot misverstanden en
                                        vergissingen.</al><al>b.houtopstand. Het kernbegrip van deze verordening, waarop
                                        het kapverbod en de vergunningplicht van toepassing zijn.
                                        Door dit begrip consequent centraal te stellen wordt
                                        duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer dan
                                        bomen alleen.</al><al>c.openbare ruimte. De definitie van openbare ruimte is
                                        overgenomen uit de APV, met een kleine aanpassing ten
                                        aanzien van de onmogelijke standplaats van een boom (bijv.
                                        watergangen). Het betreft zowel het openbaar gebied in
                                        eigendom van gemeente Gouda als eigendommen van derden wiens
                                        terrein voor iedereen toegankelijk is. Een voorbeeld van
                                        openbare ruimte in eigendom van derden is bijvoorbeeld het
                                        terrein van een woningbouwvereniging.</al><al>d.bevoegd gezag: in het kader van de Wabo is waar nodig
                                        ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘bevoegd
                                        gezag’</al><al>e.vellen. Elke wijze van het te gronde richten van een
                                        houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld
                                        bij kappen, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe
                                        verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging
                                        betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 30
                                        procent van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het
                                        ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te
                                        kunnen gaan. Het instandhouden door periodieke snoei van de
                                        door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet
                                        vergunningplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten
                                        is wel vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels,
                                        waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand
                                        ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip
                                        vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn
                                        op het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde
                                        verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in
                                        houtopstand eveneens vergunningplichtig.</al><al>k.boomwaarde. De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging
                                        van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB, Postbus
                                        683, 7300 AK Apeldoorn, tel. 055-5999449) voor de monetaire
                                        boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de
                                        prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en
                                        andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest
                                        deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de
                                        geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak erkend. Het
                                        spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere
                                        waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.</al><al><vet>l. herplantwaarde</vet>. Het Goudse rekenmodel voor het
                                        bepalen van de herplantwaarde is een combinatie van twee
                                        erkende methodes, waarmee helder en inzichtelijk de
                                        herplantwaarde van een boom bepaald wordt.artikel 2:
                                        kapverbod </al><al>Gekozen is voor een beperkt kapverbod voor houtopstand
                                        buiten de openbare ruimte ofwel de ‘private houtopstand’.
                                        Bomen in privaat eigendom met een doorsnede van minder dan
                                        30 cm (uitgezonderd aangewezen monumentale bomen) zijn
                                        kapvergunningsvrij. Hiervoor is gekozen om invulling te
                                        geven aan de wens de hoeveelheid regels en bureaucratie te
                                        verminderen en de verantwoordelijkheid en zeggenschap van
                                        burgers en samenleving te versterken.</al><al>Voor ‘’openbare’’ bomen blijft de gangbare maat van 10 cm
                                        gehandhaafd. Enerzijds vanwege het algemeen belang van bomen
                                        in openbaar gebied en anderzijds vanwege het waarborgen van
                                        rechtsbeschermingsmogelijkheden van belanghebbenden. De
                                        betrokkenheid van burgers bij bomen in hun straat is immers
                                        groot en indien de gemeente deze publieke bomen eveneens
                                        kapvergunningvrij maakt, zal dit op veel onbegrip stuiten en
                                        zal de afstand tussen burger en overheid verder worden
                                        vergroot. </al><al>dode houtopstand. Er wordt voor het kapverbod geen
                                        onderscheid gemaakt tussen vitale en afgestorven
                                        houtopstand. Hiermee kan voorkomen worden dat een
                                        kwaadwillende boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde
                                        boom dood gaat of `bij vergissing´ een gezonde boom kapt.
                                        Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren
                                        vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er
                                        wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.</al><al>noodkap. De Burgemeester kan toestemming geven tot direct
                                        vellen, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar
                                        spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid, op grond
                                        van de artikelen 173 en 175 van de Gemeentewet. Conformart.
                                        5 lid 1 kan na noodkap ook herplant en instandhouding worden
                                        geëist.</al><al>De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen
                                        bij gemeentelijke verordening wordt in artikel 15 van de
                                        Boswet beperkt. Deze beperking heeft inhoudelijk betrekking
                                        op de in artikel 15 lid 2 Boswet genoemde houtopstand:</al><al>populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige
                                        beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn
                                        geknot;</al><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar,
                                        bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor
                                        in het bijzonder bestemde terreinen;</al><al>kweekgoed;</al><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                        Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen
                                        is binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                        zelfstandige eenheid vormt die:</al><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; </al><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen,
                                        gerekend over het totale aantal rijen.</al><al>De zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze
                                        worden geëxploiteerd” bedoelt de alle hiervoor genoemde
                                        uitzonderingen conform de Memorie van Toelichting op de
                                        Boswet te beperken tot bomen met een aantoonbare economisch
                                        doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht of
                                        fruitbomen, zijn sierbomen die vruchten dragen dus wel
                                        kapvergunningplichtig. Onder het kapverbod valt het houden
                                        en de economische exploitatie van (vrucht)bomen niet. </al><al>dunning. Het begrip dunning - velling ter bevordering van
                                        het voortbestaan van de houtopstand – is weggelaten, om te
                                        voorkomen dat onder het mom van een vergunningsvrije dunning
                                        veel meer wordt weggehaald dan de gemeente bij een normale
                                        vergunningsaanvraag zou goedkeuren.</al><al>artikel 3: toetsingscriteria </al><al>1.Dit artikel bevat de criteria, die in ieder besluit inzake
                                        een aanvraag tot vellen genoemd moeten worden.</al><al>natuur- en milieuwaarden </al><al>Indien een boom essentieel is als schakel (stapsteen) in de
                                        verbinding tussen groengebieden, wijken of tussen stad en
                                        buitengebied en als onderdeel in het, voor mensen, planten
                                        en dieren, zo belangrijke ecosysteem. Dit is het geval als
                                        een boom ouder is dan 20 jaar, een redelijke tot goede
                                        conditie en levensverwachting bezit en niet gemist kan
                                        worden binnen een grotere landschappelijke structuur zoals
                                        beschreven in het Groenstructuurplan en de Bomennota. </al><al>Indien het betreft een solitair staande boom van ouder dan
                                        80 jaar met bijzondere broed- en/of nestelgelegenheid voor
                                        vogels, vleermuizen,marters of zeldzame insecten. </al><al>Indien het boomkundig gezien unieke soorten of subsoorten
                                        betreft (bijvoorbeeld een sneeuwklokjesboom of vaantjesboom
                                        enz.enz). </al><al>landschappelijke waarden / cultuurhistorische waarden </al><al>Indien een boom/meerdere bomen beeldbepalend is/zijn in de
                                        structuur van het landschap, zoals bijvoorbeeld houtwallen,
                                        bomen bij boerderijen. Deze waarde kan tevens samenvallen
                                        met een cultuurhistorische waarde. </al><al>waarden van stads- en dorpsschoon </al><al>Indien een boom beeld- en sfeerbepalend is voor de omgeving
                                        waarin hij staat en noodzakelijk is als onderdeel voor een
                                        optimale totaalbeleving van de openbare ruimte. Hiervan is
                                        bijvoorbeeld sprake bij monumentale bomen geregistreerd op
                                        een lokale lijst van monumentale bomen of bomen die vermeld
                                        staan in het nationaal register van monumentale bomen van de
                                        Bomenstichting. </al><al>Verder is hiervan sprake indien een boom vanaf de openbare
                                        weg of ander openbaar terrein met zijn habitus (omtreklijn)
                                        voor tenminste 75 % zichtbaar is. Deze zichtbaarheid kan bij
                                        twijfel aan de hand van fotomateriaal, waarop omtreklijn met
                                        koord nagemeten wordt, berekend worden. </al><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid </al><al>Indien een boom in hoge mate bijdraagt aan de leefbaarheid
                                        van de stad.Dit is het geval bij bomen op of rondom pleinen,
                                        rotondes, kruispunten en andere bomen met een duidelijke
                                        verkeersmarkering- of verkeersgeleidingfunctie. </al><al>Tevens betreft dit bomen die gebouwen met een openbare of
                                        sociale functie accentueren zoals bomen bij scholen,
                                        bibliotheken, schouwburgen, theaters, verzorgingscentra,
                                        ziekenhuizen, gemeentekantoren. </al><al>Indien een boom een waardevolle functie heeft als bijdrage
                                        in de recreatie. Dit is het geval bij bomen met een functie
                                        ter afbakening en afscherming bij of rondom speelplaatsen,
                                        zwembaden- en zwemgelegenheden, sportvelden en
                                        sportterreinen en andere spel- en speelterreinen, campings,
                                        kampeer- en andere voor recreatie bestemde terreinen,
                                        kermis- en evenemententerreinen, en bomen toegestaan als
                                        klauterbomen en boomhutbomen.</al><al>Indien bouw of aanleg ter plaatse van de monumentale boom de
                                        reden tot de kapaanvraag is, moet allereerst duidelijk zijn
                                        dat met de realisatie van bouw of aanleg een groot
                                        maatschappelijk belang gemoeid is. Individuele particuliere
                                        belangen of kleine maatschappelijke belangen kunnen dus niet
                                        tot velling van een beschermde monumentale boom leiden.
                                        Vervolgens moeten voorafgaand aan een eventuele
                                        kapvergunning de alternatieven voor (her)inrichting of
                                        aanpassing van de plannen voldoende onderzocht zijn en als
                                        onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt.</al><al>Indien gevaarzetting (voorkomen van letsel of schade) reden
                                        tot de kapaanvraag is, moeten voorafgaand aan een eventuele
                                        kapvergunning de (boomverzorgings) alternatieven voor kap
                                        voldoende onderzocht zijn en als onmogelijk of zeer
                                        onwenselijk zijn aangemerkt.</al><al>De beslissing op de aanvraag moet waar mogelijk verwijzen
                                        naar beleidsbesluiten.</al><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:46-
                                        3:50 en 4:82 – 4:84) dient de motivering van het besluit van
                                        Burgemeester en wethouders te verwijzen naar gemeentelijke
                                        beleidsregels zoals bestemmings-, groen-, bomen-, of
                                        landschapsplannen en bijbehorende (beschermings)categorieën
                                        en beleidskaarten.</al><al>Ervaring leert dat de algemene termen waarin hier genoemde
                                        weigeringsgronden gesteld zijn nadere uitwerking behoeven
                                        van criteria voor boombelang en verwijderingsbelang bij
                                        overlast. Deze criteria zijn in een afwegingsmodel geplaatst
                                        dat als instrument bij de beoordeling van de aanvraag wordt
                                        gehanteerd. Dit afwegingsmodel is als bijlage aan deze
                                        toelichting bijgevoegd.</al><al>Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat (te) zieke of
                                        gevaarlijke bomen altijd voor vergunning in aanmerking
                                        zullen komen.</al><al>artikel 4: intrekken vergunning </al><al>Dit artikel blijkt nodig te zijn om misbruik van (zeer) oude
                                        kapvergunningen tegen te gaan.</al><al>artikel 5: vergunningsvoorschriften </al><al>vierde lid </al><al>In de modelverordening 2007 is een artikel opgenomen waarin
                                        een koppeling wordt gelegd tussen het tijdstip van kappen en
                                        het onherroepelijk worden van andere benodigde vergunningen.
                                        Dit om vroegtijdig en onnodig kappen te voorkomen. De
                                        formulering van dit artikel is in de Goudse verordening
                                        aangepast. Enerzijds om de mogelijke vertraging van
                                        projecten te beperken. Anderzijds om het artikel aan te
                                        laten sluiten aan de Wabo.</al><al>Lid a en b moeten in relatie tot elkaar worden gezien. Bij
                                        toewijzing van een verzoek om voorlopige voorziening met
                                        betrekking tot een andere vergunning kan pas gekapt worden
                                        als hiervan op het bezwaar c.q. beroep is beslist. Als in
                                        het kader van het bezwaar of beroep de andere vergunning
                                        wordt ingetrokken, vernietigd of alsnog geweigerd, vervalt
                                        ook de ’kapvergunning’.</al><al>Wabo </al><al>Onder de Wabo kunnen zich drie situaties voordoen:</al><al>er wordt een integrale omgevingsvergunning aangevraagd voor
                                        het hele project. Naast de vergunning voor het kappen worden
                                        ook de andere benodigde vergunningen of ruimtelijke
                                        ordeningsprocedures in één keer aangevraagd.</al><al>de omgevingsvergunning wordt in fasen aangevraagd.
                                        Bijvoorbeeld in de eerste fase de omgevingsvergunning voor
                                        kappen en in de tweede fase de vergunning voor bouwen,
                                        slopen etc.</al><al>er worden deelvergunningen aangevraagd. Bijv. een
                                        omgevingsvergunning voor kappen en een aparte aanvraag voor
                                        bouwen, slopen etc.</al><al>Ad 1 (integrale vergunning):</al><al>Een integrale omgevingsvergunning die o.m. betrekking heeft
                                        op de activiteit kappen treedt pas in werking na afloop van
                                        de bezwaar- of beroepstermijn . Als binnen deze termijn een
                                        verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend, treedt de
                                        vergunning pas in werking als op het verzoek is beslist. Dit
                                        betekent dat er pas gekapt mag worden, als de integrale
                                        omgevingsvergunning onherroepelijk is geworden of de
                                        voorzieningenrechter een (voorlopig) oordeel heeft geveld
                                        over de integrale omgevingsvergunning. Het is dus niet nodig
                                        om bij dit type vergunning bovengenoemde koppeling te
                                        leggen. </al><al>Ad 2 (gefaseerde vergunning):</al><al>Bij een gefaseerde vergunning mogen de vergunde activiteiten
                                        pas worden uitgevoerd als beide fasen zijn vergund. Als één
                                        van de vergunde activiteiten het kappen betreft, geldt ook
                                        hier dat de gefaseerde vergunning pas in werking treedt na
                                        afloop van de bezwaar- of beroepstermijn. Als binnen deze
                                        termijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt
                                        ingediend, treedt de vergunning pas in werking als op het
                                        verzoek is beslist. Dit betekent dat het ook bij de
                                        gefaseerde vergunning niet nodig is bovengenoemde koppeling
                                        te leggen met andere benodigde vergunningen.</al><al>Ad 3 (deelvergunningen):</al><al>De Wabo voorziet niet in een koppeling tussen de
                                        deelvergunningen. Voor elke deelvergunning geldt een eigen
                                        moment van inwerkingtreding. Er kan zich dan de situatie
                                        voordoen dat de omgevingsvergunning voor kappen in werking
                                        treedt voordat de omgevingsvergunning voor bijv. bouwen in
                                        werking is getreden. Voor dit soort situaties is in de
                                        Bomenverordening een koppeling gelegd tussen de
                                        omgevingsvergunning voor kappen en andere
                                        (deel)vergunningen. Hierbij is aansluiting gezocht bij de
                                        regeling in de Wabo voor de integrale en gefaseerde
                                        omgevingsvergunning.</al><al>Met deze tekst wordt een inhoudelijke koppeling gelegd
                                        tussen het kappen van bomen en juridische procedures tegen
                                        andere benodigde vergunningen/besluiten. Het is zo
                                        geformuleerd dat de mogelijke vertraging beperkt is. Maar
                                        ook bij deze formulering kan er sprake zijn van vertraging
                                        bij de uitvoering van projecten.</al><al>financiële en feitelijke voortgang </al><al>In artikel 8, lid 6 van de model Bomenverordening 2007 staat
                                        dat als voorschrift aan de vergunning kan worden verbonden
                                        dat de feitelijke en financiële voortgang moet zijn
                                        gewaarborgd.</al><al>Nog daargelaten of een dergelijke eis kan worden gesteld in
                                        aanvulling op de wettelijke regeling rond het
                                        exploitatieplan is het vragen van zo'n waarborg niet
                                        handhaafbaar. Hoe moet het bevoegd gezag vaststellen of de
                                        financiële voortgang is gewaarborgd? Moet de
                                        vergunninghouder daarvoor de veelal geheime financiële
                                        gegevens overleggen? Waaruit zou moeten blijken dat
                                        feitelijke voortgang is gewaarborgd? Omwille van de
                                        rechtszekerheid en de handhaafbaarheid is de waarborg van de
                                        financiële en feitelijke voortgang niet overgenomen uit de
                                        modelverordening. </al><al>artikel 6: <vet> kappen zonder vergunning</vet></al><al>voorschriften. Herplantvoorschriften moeten concreet en
                                        eenduidig zijn en mogen zeer gedetailleerd soort, locatie en
                                        plantwijze voorschrijven mits dit in het gangbare beleid
                                        past. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn de ernst van
                                        de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan
                                        de overtreder kan worden toegekend en de feitelijke
                                        mogelijkheden tot uitvoering van een herplant. Onder het
                                        handhavingsbeleid vallen ook de richtlijnen voor het
                                        effectief uitvoeren van de strafvervolging door politie en
                                        daartoe aangestelde opsporingsambtenaren, zoals bedoeld in
                                        artikel 17. </al><al>financiële bijdrage. Indien na kappen zonder vergunning
                                        (illegale kap) niet ter plaatse herplant kan worden wordt
                                        een financiële bijdrage op basis van de boomwaarde betaald.
                                        Deze bijdrage wordt gebruikt voor daadwerkelijke herplant
                                        met een zo groot mogelijk plantmaat. Hiervoor wordt een
                                        locatie gezocht zo dicht mogelijk bij de gekapte boom. </al><al>artikel 7: schadevergoeding </al><al>De Boswet schrijft voor dat een gemeentelijke verordening
                                        dit artikel moet bevatten, hoewel uit de (gepubliceerde)
                                        rechtspraak geen enkel geval van een schade-uitkering op
                                        grond van dit artikel bekend is. Rechters lijken niet snel
                                        (onredelijk) nadeel aanwezig te achten indien een vergunning
                                        om te vellen geweigerd wordt.</al><al>artikel 8: afstand van de erfgrenslijn </al><al>De leden één en twee van artikel 42 Boek 5 van het
                                        Burgerlijk Wetboek geeft het bekende verwijderingrecht voor
                                        bomen binnen twee meter en heesters en hagen binnen een
                                        halve meter van de erfgrenslijn. Maar in artikel 5:42 lid 2
                                        is in afwijking van het oude B.W. toegevoegd: "tenzij
                                        ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een
                                        kleinere afstand is toegelaten". Daarom is in deze
                                        verordening dit artikel toegevoegd dat de erfgrensafstand
                                        aanzienlijk verkleind. Met "nihil" voor heggen en heesters
                                        is bedoeld deze natuurlijke wijze van erfbegrenzing te
                                        beschermen en tot de normale standaard te maken. Vele bomen
                                        en heesters zullen door deze afstandverkleining beter
                                        beschermd, misschien wel gespaard worden. De juridische
                                        mogelijkheden voor burenruzies zijn hiermee enigszins
                                        verminderd.</al><al>artikel 9: bestrijding van boomziekten </al><al>Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de
                                        iepziekte adequaat te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat
                                        verspreiding van potentieel broedhout en de besmetting wordt
                                        voorkomen. </al><al>In het vierde lid is een bijzondere bestuursdwang
                                        bevoegdheid in aanvulling op de algemene gemeentelijke
                                        bestuursdwang bevoegdheid opgenomen, vanwege de ernst van de
                                        zaak en noodzaak snel te kunnen handelen met name voor een
                                        afdeling "Groen".</al><al>artikel 10: bijdrageregeling monumentale bomen </al><al>De gemeente bezit een lijst met monumentale bomen en
                                        houtopstanden waarvoor in beginsel geen kapvergunning wordt
                                        afgegeven. Deze lijst is te vinden op www.gouda.nl.</al><al>Deze bepaling is toegevoegd om de mogelijkheid tot positieve
                                        benadering van een kapvergunning en bijdrageregeling aan te
                                        geven. Soms zal men immers een kapvergunning aanvragen omdat
                                        het onderhoud te duur wordt.</al><al>Dit is een niet limitatief bedoelde lijst van
                                        maatregelen.</al><al>artikel 11: procedure bijdrageregeling monumentale boom </al><al>Boomverzorger is verkozen boven boomverzorgingsbedrijf om
                                        niet aan het juridische vereiste van een bedrijf/onderneming
                                        te hoeven voldoen. De deskundigheid staat immers voorop. De
                                        gemeente zal de begroting moeten opstellen bij geringe
                                        financiële draagkracht van aanvrager.</al><al>artikel 15: strafbepaling </al><al>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat
                                        onverlet de mogelijkheid van het instellen door Burgemeester
                                        en wethouders van een privaatrechtelijke vordering tot
                                        schadevergoeding wegens schade aan bomen of
                                        houtopstand.</al><al>ratio. De strafmaatbepalingen zijn de basis voor aangifte
                                        bij de politie en eventuele strafvervolging door justitie.
                                        De bepalingen zijn overeenkomstig de grenzen van de
                                        Gemeentewet vastgesteld. Soms kan de rechter overgaan tot
                                        bijzondere maatregelen, zoals publicatie van een vonnis of
                                        voordeeltoekenning (d.w.z. dat justitie afziet van
                                        strafvervolging indien verdachte de schade vergoedt).</al><al>samenloop. Ook een samengaan met andere delicten (vernieling
                                        van eigendom, belediging van personen, enz.) is vaak
                                        aanleiding om een illegale kap of beschadiging door justitie
                                        aan te laten pakken.</al><al>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat
                                        onverlet de mogelijkheid</al><al>tot het instellen door Burgemeester en wethouders van een
                                        privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens
                                        schade aan publieke bomen of houtopstanden.</al><al>schadevergoeding. De ingestelde strafvervolging staat het
                                        instellen van een privaatrechtelijke schadevordering als
                                        gevolg van waardevermindering of verlies van de boom niet in
                                        de weg. Wel blijken rechters en officieren in de praktijk
                                        terughoudend in het tweemaal juridisch aanpakken van
                                        hetzelfde feit.I</al><al>Informatie </al><al>Meer informatie over de kapvergunningenprocedure staat in de
                                        Algemene wet bestuursrecht of is te verkrijgen bij: </al><al>gemeente Gouda, Meldpunt Openbaar Gebied</al><al>postbus 1086 </al><al>2800 BB Gouda </al><al>telefoon 14 0182 </al><al>bezoekadres: Huis van de Stad, Jamesplein 1</al><al>Arrondissementsrechtbank Den Haag. </al><al>postbus 20302 </al><al>2500 EH Den Haag </al><al>tel. 070 - 3813131, fax 070 – 3813360 / 070 - 381 1511</al></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>