<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR311882_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de Gemeente Ridderkerk 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentejournaal, 19-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Ridderkerk 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentestukken 2013-311</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Financiële verordening gemeente Ridderkerk 2012 wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de Gemeente Ridderkerk 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8
                        oktober 2013, nummer 2013-311;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Vast te stellen de:</al>
          <al>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, het financieel
                        beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de Gemeente
                        Ridderkerk 2014.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Inleidende bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Definities</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie voor het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Ridderkerk en voor de verantwoording
                                    die daarover moet worden afgelegd.</al></li>
              <li nr="b."><al>financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                    omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen over
                                    de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van
                                    de gemeente Ridderkerk, om te komen tot een goed inzicht
                                    in:</al><lijst>
                  <li nr="·"><al>de financieel-economische positie;</al></li>
                  <li nr="·"><al>het financiële beheer;</al></li>
                  <li nr="·"><al>de uitvoering van de begroting;</al></li>
                  <li nr="·"><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al><al>en rekening en verantwoording af te leggen daarover.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="c."><al>GR BAR: de Gemeenschappelijke Regeling genaamd
                                    BAR-organisatie</al></li>
              <li nr="d."><al>standaardpakket: in het standaardpakket zijn alle taken
                                    opgenomen die door de deelnemende gemeenten in de GR BAR op
                                    gelijke wijze worden uitgevoerd.</al></li>
              <li nr="e."><al>maatwerkpakket: in de maatwerkpakketten zijn alle taken
                                    opgenomen die uitsluitend worden uitgevoerd door 1 of 2 van de
                                    deelnemende gemeenten in de GR BAR of waarvoor lokaal beleid van
                                    toepassing is. Ook de kosten ten behoeve van de regievoering
                                    maken onderdeel uit van een maatwerkpakket.</al></li>
              <li nr="f."><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                                    raadsbesluiten en collegebesluiten.</al></li>
              <li nr="g."><al>doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    efficiënt mogelijke inzet van middelen. </al></li>
              <li nr="h."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                    effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Begroting en verantwoording</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Programmabegroting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                raadsperiode een programma indeling vast. Deze programma indeling
                                kan indien gewenst worden onderverdeeld in cluster- of
                                subprogramma’s.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode op basis van
                                de door het college aan de programma’s toegewezen producten de
                                onderverdeling van de programma’s in clusters vast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                                diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                beleid. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij de programmabegroting wordt door de raad vastgesteld welk
                                resultaat men wil bereiken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De vraag of de uitvoering van een door de raad opgedragen taak in
                                het standaardpakket zit of in een maatwerkpakket, wordt bepaald op
                                basis van de analyse of de twee andere gemeenten die deelnemen in de
                                GR BAR dezelfde taak ook laten uitvoeren. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Wanneer duidelijk is welke taken in het standaardpakket en welke
                                taken in het maatwerkpakket worden opgenomen, wordt dit middels de
                                begroting van de GR BAR aan de raad voorgelegd om een zienswijze op
                                te geven. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en
                                baten, eventueel per cluster weergegeven en bij de jaarstukken
                                worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten
                                per cluster weergegeven. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting
                                wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet weergegeven.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In de jaarrekening worden van de investeringen minimaal de
                                geautoriseerde investeringskredieten en de actuele uitputting
                                hiervan weergegeven. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                programma’s. In de verantwoording geeft het college, conform de
                                opzet van de begroting, aan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>wat hebben we bereikt;</al></li>
                <li nr="b."><al>wat hebben we daar voor gedaan;</al></li>
                <li nr="c."><al>wat heeft het gekost;</al></li>
                <li nr="d."><al>afwijkingen ten opzichte van de in de begroting gestelde
                                        doelen worden toegelicht.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college neemt in de programmarekening een overzicht op van de
                                begrotingsrechtmatigheid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De begroting en de jaarstukken bevatten een overzicht van de
                                subsidies. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Bij het vaststellen van de begroting en de jaarstukken worden de
                                wettelijke termijnen in acht genomen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3a</nr>
              <titel>Kaders begroting (kadernota / voorjaarsnota)</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college biedt de raad een nota aan over de kaders voor het
                            volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze nota worden
                            de bevindingen betrokken uit de eerste tussentijdse rapportage bedoeld
                            in artikel 5 en de jaarstukken bedoeld in artikel 3. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Autorisatie begroting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten
                                en de baten per programma. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college is bevoegd overschrijdingen van de geautoriseerde lasten
                                en onderschrijdingen van de geautoriseerde baten te dekken binnen
                                het desbetreffende programma en/of extra benodigde middelen aan te
                                vragen aan de raad, om het collegeprogramma te realiseren. In de
                                tussentijdse rapportages wordt aan de raad inzicht gegeven in de
                                wijze van besteding.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het
                                college voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten
                                en investeringskredieten en bijstelling van het beleid. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college is gemachtigd, om in uitzonderingsgevallen zonder
                                voorafgaand raadsbesluit, de belangen van de gemeente en de GR BAR,
                                naar de inzichten op dat moment, zo goed mogelijk te behartigen.
                                Deze omstandigheden zijn aan de orde indien het gemeentebelang in
                                een bepaalde situatie (mogelijke) nadelige gevolgen zou oplopen
                                indien geen beslissing kan worden genomen en ingrijpen geen uitstel
                                duldt. Deze uitzonderingsgevallen worden betiteld als “brandzaak” en
                                terstond na het collegebesluit gemeld aan de raad.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Tussentijdse rapportage</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de afwijkingen op de begroting van de gemeente over
                                de eerste drie maanden en de eerste acht maanden van het lopende
                                boekjaar. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De tussenrapportages bevatten ten minste een uitvoerig inzicht in de
                                realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten,
                                de voortgang van de indicatoren alsmede de voortgang van de
                                bedrijfsvoering binnen de GR BAR.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen toegelicht op de
                                oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van programma’s en
                                investeringskredieten in de begroting groter dan 10% van het
                                oorspronkelijke budget op productniveau met een minimum van €
                                25.000.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Voor afwijkingen groter dan € 100.000 per gebeurtenis is vooraf een
                                raadsbesluit nodig, uitgezonderd afwijkingen waar de gemeente geen
                                invloed op heeft. Er mag pas opdracht gegeven worden tot uitvoering,
                                nadat de raad hiermee heeft ingestemd.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5a.</nr>
              <titel>Informatieplicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De begroting, de jaarstukken en tussentijdse rapportage van de GR
                                BAR worden door het college voorzien van advies voorgelegd aan de
                                raad, zodat deze:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bij de begroting en de jaarrekening een zienswijze
                                        indienen</al></li>
                <li nr="b."><al>de tussentijdse rapportage voor kennisgeving aannemen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de zienswijze zoals bedoeld in lid 1 sub a, geheel of
                                gedeeltelijk niet door de GR BAR wordt overgenomen informeert het
                                college de raad zo spoedig mogelijk.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college consulteert de raad tijdig over overige financiële
                                stukken van de GR BAR, zoals:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Termijnkalender P&amp;C producten van de GR BAR</al></li>
                <li nr="b."><al>Treasurystatuut</al></li>
                <li nr="c."><al>Quickscan fiscale kansen en bedreigingen</al></li>
                <li nr="d."><al>Transitie activa.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5b.</nr>
              <titel>Beleidsnota’s</titel>
            </kop>
            <al>Het college biedt de raad ter besluitvorming tenminste eens per
                            raadsperiode een beleidsnota aan over de volgende onderwerpen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Grondbeleid</al></li>
              <li nr="b."><al>Subsidieverstrekkingen</al></li>
            </lijst>
            <al>In deze respectievelijke nota’s wordt in ieder geval ingegaan op:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>De strategische visie van het toekomstige grondbeleid van de
                                    gemeente;</al></li>
              <li nr="b."><al>De kaders voor het verstrekken van gemeentelijke subsidies.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Investeringen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor de rente en afschrijvingen van nieuwe investeringen wordt door
                                de raad per raadsprogramma voor het nieuwe begrotingsjaar en de drie
                                opvolgende jaren bij de begroting een lijst van nieuwe investeringen
                                vastgesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De raad stelt de omvang van de meerjarige kapitaallasten vast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                                begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan
                                van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het
                                vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Financieel beleid</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Materiële vaste activa worden afgeschreven op basis van de verwachte
                                economische levensduur. Dit wordt nader uitgewerkt in een door
                                hetcollege op te stellen nota activabeleid. De raad stelt deze
                                vast.</al>
              <al>In de nota activabeleid wordt tevens een minimumgrens van activering
                                aangegeven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd, ongeacht de hoogte
                                van het bedrag. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Investeringen met een meerjarig maatschappelijk nut worden onder
                                aftrek van bijdragen van derden geactiveerd. Bij raadsbesluit kan
                                worden afgeweken van de activering. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Als de gebruiksduur van een afzonderlijk object aanmerkelijk afwijkt
                                van hetgeen in de afschrijvingstabel in de nota activabeleid is
                                aangegeven, kunnen burgemeester en wethouders onder opgaaf van
                                redenen van de afschrijvingstabel afwijken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor openstaande vorderingen zoals onroerende-zaakbelasting,
                                precariobelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing wordt een
                                voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het
                                historische percentage van oninbaarheid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van
                                de openstaande vorderingen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Reserves en voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college stelt een kadernota reserves en voorzieningen op. De
                                raad stelt deze vast. Deze kadernota behandelt:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li>
                <li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li>
                <li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en
                                        de voorzieningen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Kostprijsberekening</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien er sprake is van een geraamde kostprijs van prestaties van de
                                gemeente Ridderkerk, zal voor het bepalen van deze kostprijs een
                                systeem van kostentoerekening worden gehanteerd. Bij de
                                kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door
                                de gemeente verleende diensten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                onttrekkingen van voorzieningen en bestemmingsreserve voor de
                                noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten
                                van de in gebruik zijnde activa en voor zoals rioolheffing,
                                afvalstoffenheffing en reinigingsrechten de compensabele BTW.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten
                                bedraagt een vast percentage en wordt bij de begroting
                                vastgesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Voor specifieke projecten kan een afwijkend rentepercentage worden
                                gehanteerd. Dit wordt bij afzonderlijk besluit vastgesteld.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten en prijzen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rioolheffing en
                                afvalstoffenheffing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college biedt de raad jaarlijks een nota aan met de kaders voor
                                de prijzen voor de verhuur en verkoop van onroerende goederen en in
                                het bijzonder de prijzen voor de uitgifte van gronden en
                                erfpachtcanons. De raad stelt deze vast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college biedt eens in de 4 jaar de raad een nota aan met de
                                kaders voor de prijzen van gemeentelijke diensten anders dan genoemd
                                in het tweede lid. De raad stelt deze vast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het wijzigen
                                van prijzen worden ter kennisneming aan de raad aangeboden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Financieringsfunctie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        kunnen voeren;</al></li>
                <li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                        kredietrisico’s;</al></li>
                <li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
                                        en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen op basis van een prudent treasurybeleid;</al></li>
                <li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie
                                richtlijnen in acht die uitvoering geven aan prudent
                                treasurybeleid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                                aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak
                                bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college
                                motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
                                financiële participaties. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
                                het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de
                                regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het
                                college zendt het treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Financieel beheer en interne controle</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Administratie</titel>
            </kop>
            <al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente; </al></li>
              <li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen, schulden en contracten;</al></li>
              <li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li>
              <li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren over de
                                    gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;</al></li>
              <li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                    bestuur;</al></li>
              <li nr="f."><al>de controle op:</al><lijst>
                  <li nr="·"><al>de registratie van gegevens als zodanig en van de
                                            daaraan ontleende informatie;</al></li>
                  <li nr="·"><al>de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Interne controle</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college draagt zorg voor het getrouwe beeld en de rechtmatigheid
                                van de jaarrekening en voor de jaarlijkse interne toetsing van de
                                getrouwheid van de informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van
                                de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van
                                misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                eigendommen. Het college zendt deze regels ter kennisgeving aan de
                                raad.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Financiële organisatie</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Financiële organisatie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college draagt de zorg voor en legt in een besluit vast:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de BAR-organisatie;</al></li>
                <li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                        verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne
                                        controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
                                        verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is
                                        gewaarborgd;</al></li>
                <li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                        verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                        investeringskredieten;</al></li>
                <li nr="d."><al>de te maken afspraken met de GR BAR over de te leveren
                                        prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                        frequentie van rapportage over de voortgang van de
                                        activiteiten en uitputting van middelen; </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De besluiten genoemd onder letters a en b van het eerste lid worden
                                ter kennisneming aan de raad aangeboden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Aanbesteding en inkoop</titel>
            </kop>
            <al>Het college draagt zorg voor en legt in een besluit vast de interne
                            regels voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels
                            waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels ter zake
                            van de Europese Unie. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar
                            2014. De stukken vastgesteld in dit begrotingsjaar en latere
                            begrotingsjaren voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Intrekking oude verordeningen</titel>
            </kop>
            <al>De Financiële verordening gemeente Ridderkerk 2012 wordt ingetrokken.
                        </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Ridderkerk 2014”.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente </ondertekening>
        <ondertekening>Ridderkerk in zijn openbare vergadering van </ondertekening>
        <ondertekening>Ridderkerk, 14 november 2013</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>RM/695/</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting Financiële verordening gemeente Ridderkerk 2014</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Inleiding</tussenkop>
        <al>Voor de indeling van de financiële verordening is de inhoud van artikel 212
                    Gemeentewet gevolgd. Dit artikel uit de Gemeentewet zegt dat de financiële
                    verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid en regels voor het
                    financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie moet bevatten.
                    De elementen financieel beleid, financieel beheer en financiële organisatie
                    komen terug in de hoofdstukindeling. De hoofdstukken 3, 4 en 5 gaan
                    achtereenvolgens over deze onderwerpen. </al>
        <al>Het eerste lid van artikel 212 Gemeentewet stelt aanvullende eisen aan de inhoud
                    van de verordening. De verordening moet waarborgen dat aan de eisen van
                    rechtmatigheid, verantwoording en interne controle wordt voldaan. Ook deze eisen
                    zijn in de indeling van de verordening terug te vinden. Zo behandelt het tweede
                    hoofdstuk de verantwoording over de uitvoering van de begroting. </al>
        <al>In hoofdstuk 3 zijn kaders voor het financieel beleid en in hoofdstuk 5 kaders
                    voor de financiële organisatie opgenomen. Deze kaders maken samen de interne
                    controle mogelijk, waaronder de controle op de rechtmatigheid van de
                    (financiële) beheershandelingen. Regels over interne controle zelf staan in
                    hoofdstuk 4, het hoofdstuk over het financieel beheer. De interne controle richt
                    zich mede op de rechtmatigheid van de (financiële) beheershandelingen. </al>
        <al>Het tweede lid van artikel 212 Gemeentewet geeft aan welke regels in elk geval
                    in de verordening moeten zijn opgenomen. De verordening moet in elk geval regels
                    bevatten voor waardering en afschrijving van vaste activa, grondslagen voor de
                    berekening van tarieven en prijzen en de algemene doelstellingen en te hanteren
                    richtlijnen en limieten voor de financieringsfunctie. Deze regels zijn opgenomen
                    in het hoofdstuk 3, het hoofdstuk over het financieel beleid. </al>
        <tussenkop>Toelichting op de artikelen</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 Definities</tussenkop>
        <al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording Provincies en
                    Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole Provincies en Gemeenten.
                    Overige begrippen uit de verordening worden in artikel 1 van de verordening
                    gedefinieerd.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 Programmabegroting</tussenkop>
        <al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de
                    jaarstukken. De indeling van de programma’s worden bij aanvang van iedere
                    raadsperiode door de raad vastgesteld. Indien daartoe aanleiding is, kan de raad
                    bij een volgende begroting de indeling wijzigen. De programma-indeling van een
                    lopende begroting mag niet veranderd worden.</al>
        <al/>
        <al>Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad
                    neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten
                    op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op
                    grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de
                    begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor
                    op de begroting zijn gebracht (vierde lid artikel 189 Gemeentewet). De raad kan
                    kiezen op welk niveau hij budgetten beschikbaar stelt. Deze keuze is vertaald
                    naar het beschikbaar stellen van budgetten per programma.</al>
        <al/>
        <al>Omdat behoefte kan bestaan aan inzicht op clusterniveau is er een aanvullend lid
                    opgenomen. Het lid bepaalt dat de raad op voorstel van het college de clusters
                    per programma vaststelt. </al>
        <al>Daarbij is een aanvullend lid opgenomen, dat bepaalt dat op voorstel van het
                    college de raad niet-financiële indicatoren per programma vaststelt. Het is het
                    zogenaamde SMART-maken van de begroting. Dit is geen wettelijke plicht.
                    Overigens bepaalt het artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele
                    begroting en jaarstukken overhoop moeten worden gehaald. In de meeste gevallen
                    is dat niet raadzaam. Als de indeling en gebruikte indicatoren de vorige
                    raadsperiode goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuw worden
                    vastgesteld. In andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen
                    meestal voldoende.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken</tussenkop>
        <al>Het eerste lid bevat de bepaling dat de lasten en baten onder de programma’s in
                    de begroting eventueel per cluster worden weergegeven. Omdat de indeling van de
                    jaarstukken de indeling van de begroting moet volgen, moet een eventuele
                    indeling per cluster ook in de jaarstukken worden opgenomen.</al>
        <al>De verplichting in het BBV om in de begroting aandacht te besteden aan de
                    investeringen wordt nader uitgewerkt in lid 2 door te bepalen dat er bij de
                    uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van de investeringen wordt
                    gegeven. </al>
        <al>Het vierde lid bepaald dat het college verantwoording aflegt over de uitvoering
                    van de programma’s aan de hand van de 3 “W-vragen”. Hier wordt verantwoording
                    afgelegd over de kaders zoals gesteld bij de begroting. De opzet van de
                    begroting wordt in deze gevolgd.</al>
        <al>Tot slot is de aanvullende bepaling opgenomen dat de begroting en de jaarstukken
                    naast de door het BBV verplichte paragrafen een overzicht van subsidies
                    bevatten.</al>
        <tussenkop>Artikel 3a Kaders begroting (kadernota / voorjaarsnota)</tussenkop>
        <al>Hierin staan een aantal uitgangspunten die het college bij het opstellen van
                    deze stukken in acht moet nemen. Dit in aanvulling op de bepalingen van de
                    artikelen 189 en 193 Gemeentewet, het BBV en het achterliggende document bij het
                    BBV uitgangspunten gemodificeerd stelsel van baten en lasten provincies en
                    gemeenten (in dit document staan in aanvulling op het BBV de basisregels voor
                    het opstellen van de ontwerpbegroting en de meerjarenraming). </al>
        <al>Dit artikel bepaalt dat de gemeenteraad vooraf aan het opstellen aan de
                    begroting (voor de zomer) een nota wordt aangeboden waarin de hoofdlijnen voor
                    het beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. De
                    kaders geven richting aan het college voor het opstellen van de ontwerpbegroting
                    en de meerjarenraming. Deze systematiek wordt in veel gemeenten toegepast.</al>
        <tussenkop>Artikel 4 Autorisatie begroting</tussenkop>
        <al>Artikel 4 bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting. </al>
        <al>In lid 2 staat dat het college bevoegd is overschrijdingen van lasten en
                    onderschrijdingen van baten te dekken binnen het desbetreffende programma. </al>
        <al>Bij uitzondering kan het college zich beroepen op een “brandzaak”. Terstond na
                    het collegebesluit dient de raad hiervan per brief geïnformeerd te worden. De
                    financiële uitwerking van de brandzaak zal in de eerstvolgende tussentijdse
                    rapportage tot uitdrukking komen.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 Tussentijdse rapportage</tussenkop>
        <al>Een belangrijk onderdeel van de planning en controlcyclus voor de raad zijn de
                    tussenrapportages. Op basis van tussenrapportages wordt de raad geïnformeerd
                    over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de
                    uitvoering van het beleid. De eerste rapportage dient voor het zomerreces door
                    de raad te zijn vastgesteld, de tweede rapportage voor het eind van het
                    boekjaar. Naast de tussenrapportages informeert het college uiteraard de raad
                    over relevante afwijkingen en ontwikkelingen welke zich voordoen buiten het
                    stramien van de tussenrapportages.</al>
        <al>Het tweede lid bevat bepalingen over de minimale inhoud van de rapportage. Het
                    derde lid bepaalt over welke afwijkingen ten opzichte van de begroting het
                    college zich in de rapportage moet verantwoorden.</al>
        <tussenkop>Artikel 5a Informatieplicht</tussenkop>
        <al>Er is een aanvullend artikel opgenomen voor een nadere invulling van de
                    informatieplicht van het college aan de raad aangaande financiële stukken van de
                    GR BAR. </al>
        <tussenkop>Artikel 5b. Beleidsnota’s</tussenkop>
        <al>Geen toelichting</al>
        <tussenkop>Artikel 6 Investeringen</tussenkop>
        <al>In dit artikel wordt vastgelegd hoe de raad bij het vaststellen van de
                    financiële positie, de investeringskredieten autoriseert. De autorisatie van
                    deze kredieten zou anders als gevolg van het door gemeenten gehanteerde lasten
                    en batenstelsel buiten de boot vallen. Investeringen van gemeenten worden
                    voornamelijk geactiveerd en drukken zodoende in het jaar van aanschaf niet op de
                    onder de programma’s verantwoorde lasten.</al>
        <al>In 2009 heeft de gemeente Ridderkerk een nieuw financieel instrument ingevoerd
                    om de jaarlijkse boeggolf aan kapitaallasten terug te dringen: het
                    investeringsvolume. In dit artikel is het principe opgenomen van het
                    investeringsvolume zoals dat in de begroting 2010 heeft vorm gekregen.</al>
        <tussenkop>Artikel 7 Waardering en afschrijving vaste activa</tussenkop>
        <al>In het tweede lid van artikel 212 Gemeentewet is onder letter a de
                    uitdrukkelijke bepaling opgenomen dat de financiële verordening in elk geval de
                    regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. </al>
        <al>Het BBV laat een aanzienlijke beleidsvrijheid aan gemeenten voor het zelf
                    vaststellen van de eigen afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen.
                    Hierbij geldt wel het criterium dat gemeenten de afschrijvingsmethodiek en
                    afschrijvingstermijn van een actief met economisch nut moeten afstemmen op de
                    verwachte economische levensduur. Indien dit wordt nagelaten, wordt het getrouwe
                    beeld van de jaarrekening namelijk aangetast. </al>
        <al>De nadere invulling van het activabeleid is opgenomen in de nota activabeleid
                    die door het college wordt opgesteld en aan de raad ter vaststelling wordt
                    aangeboden.</al>
        <tussenkop>Artikel 8 Voorziening oninbare vorderingen</tussenkop>
        <al>Voor de oninbaarheid van vorderingen moet een gemeente een voorziening vormen.
                    Bij het artikel is onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke aanslagen en
                    heffingen die het karakter hebben van bulkfacturen en overige vorderingen. Voor
                    de genoemde gemeentelijke aanslagen en heffingen wordt een voorziening getroffen
                    op basis van een het historisch percentage van oninbaarheid. Een individuele
                    beoordeling per aanslag of heffing is bij dit soort vorderingen namelijk zeer
                    bewerkelijk. De overige vorderingen worden eveneens individueel beoordeeld op
                    oninbaarheid.</al>
        <tussenkop>Artikel 9 Reserves en voorzieningen</tussenkop>
        <al>Dit artikel bepaalt dat het college een nota over de reserves en voorzieningen
                    aan de raad aanbiedt. Met het vaststellen van deze nota stelt de raad de kaders
                    vast voor de vorming van reserves en voorzieningen. In de reguliere
                    planning&amp;control producten wordt gerapporteerd over onttrekkingen en
                    toevoegingen aan de reserves.</al>
        <tussenkop>Artikel 10 Kostprijsberekening </tussenkop>
        <al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, letter b dat de verordening
                    in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten en
                    heffingen. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de samenstelling van
                    de kostprijs van de diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden
                    gebracht. Het gaat met name om de kostentoerekening waaraan leges en heffingen
                    zijn verbonden. </al>
        <al>In artikel 10 van de verordening staan de kaders voor de bepaling van de
                    kostprijzen van de gemeentelijke diensten. Lid 1 van het artikel bepaalt dat de
                    kostprijs bestaat uit de directe kosten en de indirecte kosten die rechtstreeks
                    met de dienst samenhangen. </al>
        <al>Het tweede lid bepaalt dat onder de indirecte kosten ook worden verstaan
                    bijdragen aan voorzieningen voor noodzakelijke vervanging van betrokken activa
                    en de compensabele BTW. Hiermee wordt invulling gegeven aan de mogelijkheid die
                    artikel 229b Gemeentewet biedt. </al>
        <al>De kaders in het artikel vormen de basis waarbinnen het college haar systematiek
                    van kostentoerekening kan vormgeven en de kostenverdeelsleutels voor de
                    toerekening van indirecte kosten kan vaststellen.</al>
        <tussenkop>Artikel 11 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                    prijzen</tussenkop>
        <al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten, heffingen en leges is
                    een bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156
                    Gemeentewet). Het eerste lid van het artikel bepaalt dat het college de raad de
                    tarieven voor de belastingen, rioolrechten en afvalstoffenheffing jaarlijks een
                    voorstel doet.</al>
        <al>Het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de levering van
                    goederen of werken (welke niet vallen onder artikel 229 Gemeentewet, dus niet
                    zijnde gemeentelijke “belastingen”) is een privaatrechtelijke besluit.
                    Dergelijke besluiten zijn een bevoegdheid van het college (eerste lid, letter e
                    artikel 160 Gemeentewet). Daar waar bij het vaststellen van de prijs voor een
                    gemeentelijke dienst of de levering van goederen of werken een publiek belang in
                    het geding is en prijzen lager dan marktconform worden vastgesteld, is het aan
                    de raad om het publiek belang te definiëren en het college kaders mee te geven
                    voor het afwijken van marktconforme prijzen. </al>
        <al>Het tweede lid bepaalt dat de raad de kaders voor de verhuur en verkoop van
                    onroerend goed jaarlijks vaststelt.</al>
        <al>Het derde lid bepaalt dat de raad de kaders voor de prijzen van overige diensten
                    eens in de vier jaar vaststelt. </al>
        <al>Het vierde lid bepaalt dat de besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen
                    en het wijzigen van prijzen ter kennisneming aan de raad worden aangeboden.</al>
        <tussenkop>Artikel 12 Financieringsfunctie</tussenkop>
        <al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelbeheer. Gezien de kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212
                    Gemeentewet de expliciete bepaling dat de financiële verordening hierover regels
                    voor het beleid en de organisatie bevat. In artikel 12 van de verordening wordt
                    invulling aan deze wettelijke plicht gegeven. Het eerste lid bevat richtlijnen
                    voor de uitvoering van de financieringsfunctie. In het tweede lid wordt verwezen
                    naar het Treasurystatuut, waarin de beleidsregels voor het financieringsbeleid
                    staan. In het vierde lid wordt het college opgedragen een Tresasurystatuut vast
                    te stellen.</al>
        <al>Het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                    participaties mogen gemeenten alleen uit hoofde van de publieke functie (artikel
                    2 Wet Fido). Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet dat een
                    besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,
                    vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen
                    niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en
                    hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. </al>
        <al>Het derde lid van deze verordening stelt aanvullende eisen aan dergelijke
                    besluiten. Het publieke belang moet door het college worden gemotiveerd. </al>
        <al>Daarbij draagt de verordening het college op bij het aangaan van dergelijke
                    overeenkomsten zo mogelijk zekerheden (bijv. hypotheek) te bedingen. Dit laatste
                    is zeker als het om grote bedragen gaat, iets om op te letten. Als bij een
                    gemeente wordt aangeklopt voor bijvoorbeeld een lening of garantiestelling dan
                    hebben banken in veel van die gevallen er niet al te veel vertrouwen in.</al>
        <tussenkop>Artikel 13 Administratie</tussenkop>
        <al>Onder artikel 13 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten
                    voldoen. </al>
        <tussenkop>Artikel 14 Interne controle</tussenkop>
        <al>De accountant toetst jaarlijks van de gemeenterekening of deze een getrouw beeld
                    geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen
                    die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 14 draagt het
                    college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten
                    en lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al>
        <tussenkop>Artikel 15 Financiële organisatie</tussenkop>
        <al>Artikel 15 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie. Volgens het
                    eerste lid letter a van artikel 160 Gemeentewet is het college bevoegd regels
                    vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente. Het college
                    wordt onder letter a, b, c en d van het artikel uit de verordening opgedragen
                    bepaalde regels die de financiële organisatie betreffen, vast te leggen in
                    besluiten. </al>
        <al>De regels bedoeld onder de letters a en b kan het college gezamenlijk vastleggen
                    in een organisatiebesluit. De regels voor de inrichting van de organisatie van
                    de financieringsfunctie zijn opgenomen in een apart treasurystatuut.</al>
        <tussenkop>Artikel 16 Inkoop en aanbesteding</tussenkop>
        <al>Artikel 16 draagt het college op een inkoopreglement op te stellen. De regels in
                    een dergelijk inkoopreglement moeten natuurlijk wel Europa-proof zijn. Europese
                    aanbestedingsregels maar ook nationale aanbestedingsregels moeten worden
                    nageleefd en vormen het kader waarbinnen een dergelijk inkoopreglement moet
                    worden opgesteld.</al>
        <tussenkop>Artikel 17 en 18 Inwerkingtreding en intrekken oude
                    verordeningen</tussenkop>
        <al>De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212
                    Gemeentewet ingestelde verordening. Het artikel bepaalt dat de verordening van
                    toepassing is op alle stukken van het genoemde begrotingsjaar en latere jaren.
                    De jaarstukken van het vorig begrotingsjaar moeten nog voldoen aan de bepalingen
                    uit de oude verordening.</al>
        <tussenkop>Artikel 19. Citeertitel </tussenkop>
        <al>Artikel 19 geeft de naam, waarmee in de gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening moet worden verwezen.</al>
        <tussenkop>Vaststelling</tussenkop>
        <al>Uitgaande stukken van de raad moeten door de burgemeester worden ondertekend
                    (artikel 75, lid 1 Gemeentewet). De griffier moet de uitgaande stukken van de
                    raad medeondertekenen (artikel 107c Gemeentewet). </al>
        <al>Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de verordening
                    aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Gedeputeerde staten
                    kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting
                    van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet
                    (artikel 215 Gemeentewet). </al>
        <al>De financiële verordening heeft enkel interne werking en is dus niet een besluit
                    van algemene strekking in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. De
                    verordening hoeft dan ook niet te worden gepubliceerd, voordat zij in werking
                    kan treden.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>