<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3114_1</dcterms:identifier><dcterms:title>nr 01.05 Verordening Rekenkamerfunctie Zevenaar</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rekenkamerfunctie Zevenaar</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art.147, 108, 82 en 81o</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-07-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>integrale tekst</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>05-059</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Hernieuwd bij gemeentelijke herindeling 2005 en gewijzigd. Inwerkingtreding wijziging geschat op 1 -8-2005</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rekenkamerfunctie Zevenaar</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van burgemeester en
                        wethouders van Zevenaar d.d. 31 mei 2005, nr. 05-059; gelet op de artikelen
                        81o, 82, 108 en 147 van de Gemeentewet</al><al><vet>b e s l u i t</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Integrale tekst Verordening rekenkamerfunctie Zevenaar</vet><vet>
                            (incl. 1</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet> wijziging)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissie: de lokale
                        rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Instelling </label></kop><al>Er is een lokale rekenkamercommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Taak en bevoegdheden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de
                                rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.
                                Een door de commissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van
                                het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle
                                van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de
                                Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het
                                gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van
                                haar taak nodig acht.</al></li><li nr="3."><al>Het gemeentebestuur verleent desgevraagd alle inlichtingen die de
                                commissie ter vervulling van haar taak nodig acht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Samenstelling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit minimaal zeven en maximaal negen leden, die
                                door de raad uit zijn midden worden benoemd. De raad benoemt
                                eveneens uit haar midden de plaatsvervangende leden.</al></li><li nr="2."><al>De commissie kan ten behoeve van en voor de duur van een onderzoek
                                worden uitgebreid met maximaal drie externe leden. De raad benoemt
                                de externe leden op voordracht van de commissie. De externe leden
                                hebben geen stemrecht. </al></li><li nr="3."><al>De raad benoemt de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van
                                de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Duur lidmaatschap</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De zittingsduur van de in het eerste lid genoemde leden is gelijk
                                aan die van de leden van de zittende raad. Na afloop van een
                                raadsperiode blijven zij zitting houden totdat in hun opvolging is
                                voorzien.</al></li><li nr="2."><al>Leden en plaatsvervangende leden zijn herbenoembaar.</al></li><li nr="3."><al>Het (plaatsvervangend) lidmaatschap eindigt door: a. ontslagname; b.
                                het verlies van de hoedanigheid van raadslid; c. het niet langer
                                voldoen aan de eisen genoemd in artikel 81o, lid 3 van de
                                Gemeentewet;</al></li><li nr="4."><al>De raad kan een (plaatsvervangend) lid ontslaan indien hij ernstig
                                nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Vergaderwijze</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste
                                vier leden het nodig oordelen.</al></li><li nr="2."><al>Door of namens de voorzitter worden de leden schriftelijk ter
                                vergadering opgeroepen. De oproeping gaat vergezeld van de te
                                behandelen agenda en eventuele bijbehorende stukken.</al></li><li nr="3."><al> De vergaderingen van een commissie zijn openbaar.</al></li><li nr="4."><al> In afwijking van lid 3 worden de deuren gesloten wanneer tenminste
                                twee leden dit verzoeken of de voorzitter dit nodig oordeelt. De
                                commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden
                                vergaderd. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een
                                afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt
                                tenzij de commissie anders beslist.</al></li><li nr="5."><al> Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Er kan niet
                                besloten worden indien niet tenminste de helft plus één van het
                                aantal commissieleden aanwezig is. Wanneer de stemmen staken, geeft
                                de stem van de voorzitter de doorslag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Geheimhouding</label></kop><al> Er kan geheimhouding worden opgelegd overeenkomstig het bepaalde in artikel
                        86 van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Bijwonen van vergaderingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Op verzoek van de voorzitter woont de persoon of wonen de personen
                                die belast is of zijn met het onderzoek de vergaderingen van de
                                commissie bij.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter is bevoegd andere personen uit te nodigen voor het
                                bijwonen van een vergadering van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Ambtelijke ondersteuning</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt gehoord de commissie een ambtelijk secretaris van de
                                commissie op voordracht van het college.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris staat de commissie bij de uitoefening van haar taak
                                terzijde.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris is voor zijn functioneren ten behoeve van de commissie
                                uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.</al></li><li nr="4."><al>Ter ondersteuning van het secretariaat kunnen specifieke
                                werkzaamheden in handen worden gegeven van door het college aan te
                                wijzen ambtenaren van de gemeente. De ambtenaren verrichten hun taak
                                op aanwijzing van de secretaris van de commissie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Onderzoek en budget</label></kop><al>Ten behoeve van het uitvoeren van onderzoek voorziet de raad, in overleg met
                        de commissie, de commissie van de nodige middelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Werkwijze commissie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie maakt een inventarisatie van onderwerpen, die in
                                aanmerking komen voor een onderzoek van de commissie. </al></li><li nr="2."><al>De commissie maakt uit de inventarisatie een beargumenteerde keuze
                                voor wat betreft bestuurlijke, maatschappelijke en financiële
                                relevantie, en formuleert de onderzoeksopdracht.</al></li><li nr="3."><al> De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de organisatie
                                en uitvoering van het onderzoek.</al></li><li nr="4."><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie zich laten
                                bijstaan door een extern onderzoeksbureau.</al></li><li nr="5."><al>Ter ondersteuning van de uitvoering van het onderzoek kan de
                                commissie zich, met toestemming van het college, laten bijstaan door
                                de ambtelijke organisatie.</al></li><li nr="6."><al>Bij de uitvoering van het onderzoek draagt de commissie zorg voor de
                                toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van
                                degenen en/of organisatieonderdelen die voorwerp van onderzoek
                                zijn.</al></li><li nr="7."><al>De commissie kan de raad tussentijds informeren over de voortgang
                                van het onderzoek.</al></li><li nr="8."><al>Met inachtneming van het in deze verordening bepaalde kan de
                                commissie haar werkwijze zelf nader bepalen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Resultaten van het onderzoek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie legt haar bevindingen en haar oordeel vast in
                                rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen
                                gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.</al></li><li nr="2."><al>De commissie deelt aan de raad en het college de opmerkingen en
                                bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van
                                belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen
                                doen.</al></li><li nr="3."><al>De commissie stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar
                                werkzaamheden over het voorgaande jaar.</al></li><li nr="4."><al> De commissie zendt een afschrift van haar rapport en haar verslag
                                aan de raad en het college. </al></li><li nr="5."><al>Het rapport en het verslag zijn openbaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Ondertekening stukken</label></kop><al>De van de commissie uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter,
                        of namens de voorzitter, door de secretaris.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Voorziening</label></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de
                        commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Citeertitel inwerkingtreding</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                rekenkamerfunctie Zevenaar’.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking binnen acht dagen na bekendmaking
                                ervan. </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente
                        Zevenaar in zijn openbare vergadering van 6 juli 2005,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label> Toelichting</label></kop><al><vet>Algemeen, artikel 1 en 2</vet></al><al>De nieuwe Gemeentewet (Gmw) schrijft in het kader van het
                        dualisme een rekenkamer of rekenkamerfunctie moet zijn ingevoerd. Gekozen is
                        voor een rekenkamerfunctie, in de vorm van een (raads)commissie. Ingevolge
                        artikel 81o Gmw <cursief>(abusievelijk door de wetgever niet genummerd 81
                            p)</cursief> en ook om het specifieke karakter van de commissie te
                        benadrukken, gebeurt dit bij verordening.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>In de artikelen 182 tot en met 185 Gmw zijn taak en bevoegdheden
                        van de rekenkamer geregeld. Artikel 81o Gmw bepaalt dat de artikelen 182 en
                        185 Gmw van overeenkomstige toepassing zijn op de rekenkamerfunctie. Artikel
                        182 Gmw, lid 1 is verwoord in lid 1 van artikel 3. De leden 2 en 3 zijn
                        toegevoegd en bevatten een weergave van artikel 183, lid 1 en 2 Gmw. Van
                        belang is vooral dat de commissie haar taak zelfstandig en onafhankelijk
                        uitoefent. Zij bepaalt in beginsel zelf haar agenda. Artikel 182, lid 2 Gmw
                        zegt overigens dat de raad de commissie kan verzoeken een onderzoek in te
                        stellen. De commissie kan hieraan gehoor geven, maar is hiertoe niet
                        verplicht.</al><al>Ingevolge artikel 213a Gmw dient het college periodiek onderzoek te
                        verrichten naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem
                        gevoerde bestuur. Het is aan de commissie en aan het college ervoor te waken
                        dat geen overlap plaatsvindt.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Het ledenaantal sluit aan bij dat van de reguliere raadscommissies. Gelet op
                        het soort onderzoek dat de commissie verricht, is gekozen voor de
                        mogelijkheid niet permanent, maar tijdelijk externe leden toe te voegen.
                        Deze leden kunnen door hun deskundigheid en/of betrokkenheid een meerwaarde
                        aan een onderzoek geven. De externe leden krijgen een vergoeding voor het
                        bijwonen van vergaderingen overeenkomstig de geldende regeling. De commissie
                        kan voorts altijd, voor zover dit wenselijk en financieel haalbaar is, het
                        advies van deskundigen inwinnen, zie artikel 11, lid 4. </al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Het lidmaatschap van de commissie loopt per raadsperiode. Bij een nieuwe
                        raadsperiode blijft men lid totdat in de opvolging is voorzien. Op dat
                        moment eindigt het lidmaatschap. Herbenoeming is mogelijk. In lid 3 staat
                        vermeld wanneer het lidmaatschap daarnaast (tussentijds) van rechtswege
                        eindigt. Een raadslid dat zijn raadslidmaatschap verliest, kan niet langer
                        lid van de commissie zijn. De raad kan iemand ontslaan in ernstige gevallen.
                        De formulering van lid vier is ontleend aan artikel 81c, lid 6, sub e Gmw en
                        dient hier als een algemene kapstok om misstanden tegen te gaan.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Lid vier is geënt op artikel 23 Gmw. In lid vijf is aangegeven dat niet
                        vergaderd en dus besloten kan worden zonder dat een vereist minimum van
                        (plaatsvervangende) leden aanwezig is. Gekozen is voor de helft plus één.
                        Bij een commissie van zeven leden is dit vier, bij negen vijf.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Kortheidshalve is volstaan met een verwijzing naar de Gemeentewet. Op grond
                        van belangen genoemd in de Wet openbaarheid van bestuur kan bepaalde
                        informatie buiten de openbaarheid worden gehouden. Dan wordt geheimhouding
                        opgelegd. </al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Bedoeld zijn in lid 1 degenen die in opdracht van de commissie
                        feitelijke onderzoekswerkzaamheden verrichten.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De secretaris zal veelal afkomstig zijn uit de bestaande organisatie. Om de
                        onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen, is geregeld dat hij
                        slechts verantwoording schuldig is aan de commissie. Formeel beslist het
                        college over het verlenen van extra ambtelijke steun.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>De raad kan ten behoeve van de commissie vooraf een vast budget
                        vaststellen of per onderzoek middelen ter beschikking stellen. Het artikel
                        biedt ruimte voor beide werkwijzen. De raad bepaalt uiteindelijk hoeveel
                        geld hij – in het algemeen of per onderzoek – ter beschikking wil
                        stellen.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Teneinde de noodzakelijke onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen,
                        kan de raad geen zeggenschap hebben over de vraag welk onderzoek moet worden
                        verricht. Dat is aan de commissie. Dit sluit niet uit dat overleg met de
                        raad kan plaatsvinden. De leden een en twee verplichten de commissie een
                        beredeneerde keuze te maken.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Het artikel bevat een aangepaste tekst van art. 185 Gmw, dat ingevolge art.
                        81o, lid 2 Gmw van overeenkomstige toepassing is op de
                        rekenkamerfunctie.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>