<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR311298_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Keur Waterschap Vallei en Veluwe 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vallei en Veluwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Vallei en Veluwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapsblad 2013, 3812</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Keur Waterschap Vallei en Veluwe 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 78</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu - water</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Keur Waterschap Vallei en Veluwe 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze keur en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders
                            bepaald, verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><cursief>bergingsgebied: </cursief>een krachtens de Wet
                                    ruimtelijke ordening voor waterstaatkundige doeleinden bestemd
                                    gebied, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel
                                    daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van
                                    een of meer watersystemen en ook als bergingsgebied op de legger
                                    is opgenomen;</al></li><li nr="2."><al><cursief>beschermingszone: </cursief>aan een waterstaatswerk
                                    grenzende zone, waarin ter bescherming van dat werk
                                    voorschriften en beperkingen kunnen gelden;</al></li><li nr="3."><al><cursief>bestuur: </cursief>het college van dijkgraaf en
                                    heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe;</al></li><li nr="4."><al><cursief>grondwater: </cursief>water dat vrij onder het
                                    aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen;</al></li><li nr="5."><al><cursief>grondwaterlichaam:</cursief> samenhangende
                                    grondwatermassa;</al></li><li nr="6."><al><cursief>HEN-wateren</cursief>: wateren van het hoogst
                                    ecologische niveau zoals aangegeven op de functiekaart van het
                                    Waterplan Gelderland 2010-2015 van de provincie Gelderland;</al></li><li nr="7."><al><cursief>infiltreren van water: </cursief>in de bodem brengen
                                    van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met
                                    het onttrekken van grondwater;</al></li><li nr="8."><al><cursief>KRW-waterlichamen</cursief>: waterlichamen zoals
                                    aangegeven op de factsheets KRW-waterlichamen behorend bij het
                                    Waterplan Gelderland 2010-2015 van de provincie Gelderland en op
                                    de factsheets KRW-waterlichamen behorend bij het Provinciaal
                                    Waterplan 2010-2015 van de provincie Utrecht;</al></li><li nr="9."><al><cursief>legger: </cursief>legger als bedoeld in artikel 5.1 van
                                    de wet of in artikel 78 tweede lid van de Waterschapswet; </al></li><li nr="10."><al><cursief>natuurvriendelijke oever: </cursief>oever die de
                                    watervoerende aspecten van een watersysteem combineert met een
                                    zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling;</al></li><li nr="11."><al><cursief>onderhoudsstrook: </cursief>een bij het waterstaatswerk
                                    behorende strook grond ten behoeve van het onderhoud; </al></li><li nr="12."><al><cursief>onttrekken: </cursief>onttrekken van water aan een
                                    oppervlaktewaterlichaam of van grondwater door middel van een
                                    onttrekkingsinrichting;</al></li><li nr="13."><al><cursief>oppervlaktewaterlichaam: </cursief>samenhangend geheel
                                    van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin
                                    aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en,
                                    voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de wet, drogere
                                    oevergebieden, alsmede flora en fauna; </al></li><li nr="14."><al><cursief>profiel van vrije ruimte:</cursief> de ruimte ter
                                    weerszijden van en boven een waterstaatwerk of een toekomstig
                                    waterstaatswerk die naar het oordeel van de beheerder nodig is
                                    voor toekomstige verbeteringen;</al></li><li nr="15."><al><cursief>SED-wateren</cursief>: wateren met een specifiek
                                    ecologische doelstelling zoals aangegeven op de functiekaart van
                                    het Waterplan Gelderland 2010-2015 van de provincie
                                    Gelderland;</al></li><li nr="16."><al><cursief>waterhuishoudkundige functie: </cursief>de functie die
                                    de provincie en/of het waterschap aan het waterstaatswerk heeft
                                    toegekend;</al></li><li nr="17."><al><cursief>waterkering: </cursief>kunstmatige hoogte, natuurlijke
                                    hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende
                                    kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende
                                    functie hebben;</al></li><li nr="18."><al><cursief>waterstaatswerk: </cursief>oppervlaktewaterlichaam,
                                    bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk;</al></li><li nr="19."><al><cursief>watersysteem: </cursief>samenhangend geheel van een of
                                    meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met
                                    bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende
                                    kunstwerken;</al></li><li nr="20."><al><cursief>watervergunning: </cursief>watervergunning als bedoeld
                                    in artikel 1.1 van de wet;</al></li><li nr="21."><al><cursief>werken: </cursief>alle door menselijk toedoen ontstane
                                    of te maken constructies met toebehoren;</al></li><li nr="22."><al><cursief>wet: </cursief>Waterwet.</al></li><li nr="23."><al><cursief>zwemwateren:</cursief> wateren met de functie zwemwater
                                    zoals aangegeven op de functiekaart van het Waterplan Gelderland
                                    2010-2015 van de provincie Gelderland en op de functiekaart van
                                    het Provinciaal Waterplan 2010-2015 van de provincie
                                    Utrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verplichtingen ingevolge deze keur berusten op de eigenaar
                                    van gronden.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer gronden met een beperkt recht zijn bezwaard of krachtens
                                    persoonlijk recht in gebruik zijn gegeven berusten de
                                    verplichtingen ingevolge deze keur ook op de beperkt
                                    gerechtigden onderscheidenlijk de gebruikers.</al></li><li nr="3."><al>Het geheel van de verplichtingen ingevolge deze keur berust op
                                    een ieder van de in het eerste en tweede lid genoemde
                                    gerechtigden. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Onderhoud van waterstaatswerken</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>Onderhoudsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Onderhoudsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onderhoudsplichtig zijn diegenen die in de legger ingevolge
                                        de Waterschapswet of in artikel 2.12 tot het verrichten van
                                        gewoon of buitengewoon onderhoud aan waterstaatswerken zijn
                                        aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Onderhoudsplichtigen van waterstaatswerken zijn verplicht
                                        tot instandhouding van het waterstaatswerk overeenkomstig
                                        zijn functie. </al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>Onderhoud aan waterkeringen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Gewoon onderhoud</titel></kop><al>De onderhoudsplichtigen van waterkeringen dragen te allen tijde zorg
                                voor een goede toestand van de waterkeringen door onder andere: </al><lijst><li nr="a."><al>het bestrijden van schadelijk wild, met uitzondering van
                                        muskus- en beverratten: </al></li><li nr="b."><al>het bestrijden van schadelijke begroeiingen:</al></li><li nr="c."><al>het herstellen van beschadigingen en </al></li><li nr="d."><al>het in stand houden van begroeiingen en materialen, dienstig
                                        aan de waterkering. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Buitengewoon onderhoud</titel></kop><al>De onderhoudsplichtigen van waterkeringen zijn verplicht tot
                                instandhouding daarvan overeenkomstig het in de legger bepaalde
                                omtrent ligging, vorm, afmeting en constructie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Onderhoud ondersteunende kunstwerken en werken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De onderhoudsplichtigen van ondersteunende kunstwerken of
                                        werken die in, op, aan of boven waterkeringen of de
                                        beschermingszone zijn aangebracht en (mede) een waterkerende
                                        functie hebben, zijn verplicht deze waterkerend te houden.
                                    </al></li><li nr="2."><al>De middelen bestemd tot afsluiting van kunstwerken dienen
                                        door de onderhoudsplichtigen in goede staat te worden
                                        onderhouden en zo vaak als dat door of namens het bestuur
                                        nodig wordt geoordeeld, te worden getoond. Het in goede
                                        staat houden betreft zowel de instandhouding als het
                                        functioneren van het werk.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>Onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Gewoon onderhoud</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De onderhoudsplichtigen van oppervlaktewaterlichamen zijn in
                                        ieder geval verplicht tot het daaruit verwijderen van voor
                                        het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke
                                        begroeiingen en van afval.</al></li><li nr="2."><al>De onder het eerste lid vermelde onderhoudsplichtigen zijn
                                        tevens verplicht tot het herstellen van beschadigingen aan
                                        oevers en tot het onderhouden van begroeiingen, dienstig aan
                                        de waterhuishoudkundige functies.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Buitengewoon onderhoud</titel></kop><al>De onderhoudsplichtigen van oppervlaktewaterlichamen zijn verplicht
                                tot instandhouding daarvan overeenkomstig het in de legger bepaalde
                                omtrent ligging, vorm, afmeting en constructie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Onderhoud ondersteunende kunstwerken en werken</titel></kop><al>De onderhoudsplichtigen van ondersteunende kunstwerken en andere
                                werken dienen de ondersteunende kunstwerken en werken die in, op,
                                aan of boven de oppervlaktewaterlichamen zijn aangebracht en die een
                                waterhuishoudkundige of mede een waterhuishoudkundige functie
                                hebben, te onderhouden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>Overige gebodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Afrasteringen</titel></kop><al>De eigenaren van gronden, die gebruikt worden voor het houden van
                                dieren en die zijn gelegen op of nabij waterstaatswerken kunnen door
                                het bestuur worden verplicht om voor eigen rekening op of langs hun
                                gronden een voldoende kerende afrastering aan te brengen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Coupures en sluizen</titel></kop><al>De onderhoudsplichtigen van de in waterkeringen voorkomende coupures
                                en sluizen dragen zorg dat deze op eerste aanzegging door of namens
                                het bestuur terstond worden gesloten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Stuwen</titel></kop><al>De eigenaren van stuwen, dan wel andere onderhoudsplichtigen van
                                stuwen zijn verplicht het door het bestuur bepaalde stuwpeil in te
                                stellen en te houden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5</nr><titel>Algemene regels, nadere regels en onderhoudsplicht indien geen
                                (actuele) onderhoudslegger is vastgesteld</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Algemene regels/ nadere regels</titel></kop><al>Het bestuur kan voor de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 2.2
                                tot en met 2.10 en 2.12, algemene regels stellen, die mede kunnen
                                inhouden een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de in deze
                                artikelen genoemde geboden of nadere regels met betrekking tot deze
                                verplichtingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Onderhoud aan waterstaatswerken zonder (actuele)
                                    legger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor waterstaatswerken, waarvoor het vaststellen van een
                                        legger ingevolge de Waterschapswet is voorgeschreven, maar
                                        waarvoor nog geen legger is vastgesteld, is de
                                        onderhoudsplicht als volgt, tenzij het onderhoud op andere
                                        wijze is geregeld:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor waterkeringen of gedeelten van waterkeringen en
                                                ondersteunende kunstwerken met een waterkerende
                                                functie berust het gewoon onderhoud bij de eigenaren
                                                ervan en het buitengewoon onderhoud bij het
                                                waterschap; </al></li><li nr="b."><al>Voor oppervlaktewaterlichamen berust het gewoon en
                                                buitengewoon onderhoud bij de aangrenzende
                                                eigenaren;</al></li><li nr="c."><al>Voor overige waterstaatswerken berust het gewoon en
                                                buitengewoon onderhoud bij de eigenaren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor waterstaatwerken, waarvoor het vaststellen van een
                                        legger ingevolge de Waterschapswet is voorgeschreven en die
                                        op grond van een projectplan of een watervergunning zijn
                                        aangelegd of gewijzigd ten opzichte van de legger, geldt,
                                        zolang vaststelling van een legger of een wijziging van de
                                        legger niet heeft plaatsgevonden, dat voor de
                                        onderhoudsplichten op grond van dit hoofdstuk de ligging,
                                        vorm, afmeting en constructie van het waterstaatwerk worden
                                        aangehouden, zoals aangegeven in het projectplan of de
                                        watervergunning.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFSTUK</label><nr>3</nr><titel>Handelingen in watersystemen</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>Gebruik van waterstaatswerken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Keurkaart</titel></kop><al>Voor waterstaatswerken waarvoor krachtens artikel 5.1 van de wet en
                                de Waterverordening waterschap Vallei en Veluwe vaststelling van een
                                legger ingevolge de Waterwet is voorgeschreven, maar waarvoor deze
                                legger nog niet is vastgesteld, worden de ligging en indien mogelijk
                                vorm, afmetingen en constructie van de betrokken waterstaatswerken
                                aangegeven op een kaart. Deze kaart wordt vastgesteld door het
                                bestuur.</al><al/><al>Keurkaarten:</al><al><extref doc="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2013-3812.html" struct="INTERNET"/></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Watervergunning waterstaatswerken en
                                    beschermingszones</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur
                                        gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende
                                        beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de
                                        waterhuishoudkundige functie(s), daarin, daarop, daarboven,
                                        daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te
                                        behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan
                                        of liggen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur een
                                        waterstaatswerk te wijzigen of aan te leggen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur in
                                        het profiel van vrije ruimte werken te plaatsen, te wijzigen
                                        of te behouden.</al></li><li nr="4."><al>Het bestuur kan aan een watervergunning het voorschrift
                                        verbinden dat de houder van die vergunning een betaling of
                                        een andere compensatie verricht met het oog op de
                                        bescherming van de belangen waarvoor het vereiste van een
                                        vergunning is gesteld.</al></li><li nr="5."><al>Voor waterstaatwerken, waarvoor het vaststellen van een
                                        legger als bedoeld in artikel 5.1 van de wet is
                                        voorgeschreven en die op grond van een projectplan of een
                                        watervergunning zijn aangelegd of gewijzigd ten opzichte van
                                        de legger, geldt, zolang vaststelling van een legger of een
                                        wijziging van de legger niet heeft plaatsgevonden, het
                                        volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de verbodsbepalingen op grond van dit artikel
                                                worden de ligging, vorm, afmeting en constructie van
                                                het waterstaatwerk aangehouden, zoals aangegeven in
                                                het projectplan of de watervergunning;</al></li><li nr="b."><al>de beschermingszone A bij een waterkering bedraagt
                                                voor primaire en regionale waterkeringen 20 meter en
                                                de beschermingszone B 100 meter binnendijks en 150
                                                meter buitendijks, gemeten vanuit de teen van de
                                                waterkering.</al></li><li nr="c."><al>de beschermingszone bij oppervlaktewaterlichamen
                                                bedraagt voor oppervlaktewaterlichamen A aan beide
                                                zijden 5 meter, gemeten vanuit de insteek van het
                                                oppervlaktewaterlichaam. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel/></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>Brengen, onttrekken of infiltreren van hoeveelheden
                                (grond)water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Oppervlaktewaterlichamen: watervergunning brengen en
                                    onttrekken van hoeveelheden water</titel></kop><al>Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur water te
                                brengen in of te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>3.5</nr><titel/></kop><al>Gereserveerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Grondwaterlichamen: watervergunning onttrekken van grondwater
                                    en infiltreren hoeveelheden water in de bodem</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur
                                        grondwater te onttrekken of water in de bodem te
                                        infiltreren.</al></li><li nr="2."><al>Onttrekkingsinrichtingen of infiltratiewerken die vanwege
                                        één opdrachtgever of in één project plaatsvinden en die een
                                        samenhangend geheel vormen gelden voor toepassing van deze
                                        verordening als één inrichting. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>Calamiteiten en zorgplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Algeheel verbod bij calamiteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In geval van grote schaarste of overvloed aan water,
                                        aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of bij
                                        het in ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel
                                        indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, kan het
                                        bestuur, zonodig in afwijking van verleende
                                        watervergunningen of geldende peilbesluiten, verbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>water af te voeren naar of aan te voeren uit
                                                oppervlaktewaterlichamen;</al></li><li nr="b."><al>water te lozen op of te ontrekken aan
                                                oppervlaktewaterlichamen;</al></li><li nr="c."><al>grondwater te onttrekken of water te
                                                infiltreren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Zodra het bestuur handhaving van het verbod krachtens het
                                        eerste lid niet langer noodzakelijk acht, maakt het
                                        onverwijld de intrekking van het verbod bekend.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Zorgplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder die handelingen verricht of nalaat en die weet of
                                        redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen
                                        of het nalaten daarvan inbreuk kan worden gemaakt op door
                                        het waterschap in het kader van zijn beheer uitgevoerde
                                        maatregelen in het watersysteem, is verplicht alle
                                        maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem verwacht
                                        mogen worden, ten einde die inbreuk te voorkomen, dan wel
                                        indien daarvan reeds sprake is, al het mogelijke te doen om
                                        de gevolgen daarvan zoveel mogelijk ongedaan te maken.
                                        Indien de inbreuk het gevolg is van een ongewoon voorval,
                                        worden de maatregelen onverwijld genomen.</al></li><li nr="2."><al>Degene die handelingen verricht als bedoeld in het vorige
                                        lid en daarbij kennis neemt van een inbreuk die door die
                                        handelingen wordt veroorzaakt, meldt die inbreuk en de
                                        maatregelen die hij voornemens is te treffen of reeds heeft
                                        getroffen, zo spoedig mogelijk aan het bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Degene aan wie het bestuur aanwijzingen geeft over die
                                        maatregelen, is gehouden die aanwijzingen op te volgen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>Algemene regels, vrijstellingen, nadere regels, meld-, meet-, en
                                registratieplichten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Algemene regels, nadere regels, meldplichten, meet- en
                                    registratieplichten en maatwerkvoorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuur kan voor het verrichten van handelingen als
                                        bedoeld in de artikelen 3.2 tot en met 3.6 en 3.11 algemene
                                        regels stellen, die mede kunnen inhouden een vrijstelling
                                        van de watervergunningplicht of een algeheel verbod voor het
                                        verrichten van bepaalde handelingen.</al></li><li nr="2."><al>Bij regeling krachtens het voorgaande lid, kan de
                                        verplichting worden opgelegd handelingen te melden, metingen
                                        uit te voeren, gegevens te registreren en daarvan opgave te
                                        doen aan het bestuur. </al></li><li nr="3."><al>Ten aanzien van het verrichten van handelingen waarvoor
                                        krachtens het eerste lid geen watervergunning is vereist kan
                                        het bestuur maatwerkvoorschriften stellen met het oog op de
                                        bescherming van het watersysteem. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Geen watervergunningplicht voor het waterschap</titel></kop><al>Geen watervergunning krachtens de artikelen 3.2 tot en met 3.6 is
                                vereist voor handelingen die plaats hebben door of in opdracht van
                                het bestuur ten behoeve van de aan het waterschap op grond van
                                artikel 2 van de Waterschapswet opgedragen taken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5</nr><titel>Ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>Visplan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in het beheergebied van het waterschap functionerende
                                        Visstandbeheercommissies overleggen aan het bestuur een
                                        visplan mede ten behoeve van de ecologische kwaliteit van de
                                        oppervlaktewaterlichamen.</al></li><li nr="2."><al>In het visplan is beschreven hoe de visserij plaatsvindt. De
                                        beschreven visserij mag niet strijdig zijn met de
                                        ecologische waterkwaliteitsdoelstellingen. </al></li><li nr="3."><al>De in het visplan op te nemen onderwerpen worden bepaald
                                        door het bestuur na overleg met de VBC.</al></li><li nr="4."><al>De visplannen voor zover deze betrekking hebben op
                                        KRW-waterlichamen, HEN- en SED-wateren en wateren met de
                                        functie zwemwater worden voor het eerst ingediend uiterlijk
                                        op 1 juli 2014. De visplannen voor oppervlaktewaterlichamen
                                        niet zijnde KRW-waterlichamen, HEN- en SED-wateren en
                                        wateren met de functie zwemwater, worden voor het eerst
                                        ingediend uiterlijk op een door het bestuur te bepalen
                                        tijdstip.</al></li><li nr="5."><al>De visplannen behoeven de goedkeuring van het bestuur, welke
                                        wordt gegeven binnen 8 weken na de indiening van het visplan
                                        bij het bestuur.</al></li><li nr="6."><al>Vanaf het moment dat het visplan is goedgekeurd door het
                                        bestuur, dan wel vanaf 1 juli 2014 voor zover het
                                        KRW-waterlichamen, HEN- en SED-wateren en zwemwateren
                                        betreft, is het verboden vis uit te zetten in of te
                                        onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen anders dan op basis
                                        van en in overeenstemming met het visplan. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            keur zijn belast de daartoe door het bestuur aangewezen ambtenaren of
                            andere personen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Schouw</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Door of namens het bestuur wordt schouw gevoerd over de
                                    waterstaatswerken volgens een door dat bestuur vastgesteld
                                    schema. </al></li><li nr="2."><al> Het bestuur kan indien het dat nodig acht besluiten een extra
                                    schouw te voeren. </al></li><li nr="3."><al> Het bestuur stelt de datum van de schouw vast en maakt die ten
                                    minste twee weken tevoren bekend door een algemene
                                    bekendmaking.</al></li><li nr="4."><al> De in het derde lid voorgeschreven bekendmaking kan in
                                    spoedeisende gevallen voor de aanvang van een extra schouw
                                    worden vervangen door een persoonlijke mededeling. Daarbij kan
                                    met een kortere termijn dan vermeld in dat lid, worden volstaan.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van de bepalingen van deze keur en de daarop
                                    gebaseerde regelgeving wordt gestraft met hechtenis van ten
                                    hoogste drie maanden of een geldboete tot ten hoogste het bedrag
                                    van de tweede categorie als genoemd in artikel 23 van het
                                    Wetboek van Strafrecht, al dan niet met openbaarmaking van de
                                    rechterlijke uitspraak. </al></li><li nr="2."><al>Indien ten tijde van het plegen van de in het eerste lid
                                    genoemde overtreding nog geen jaar is verlopen sedert een
                                    vroegere veroordeling van de overtreder wegens gelijke
                                    overtreding onherroepelijk is geworden, kan hechtenis tot het
                                    dubbele van het gestelde maximum worden opgelegd. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Overgangs– en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een watervergunning die is verleend krachtens de Keur Waterschap
                                    Vallei &amp; Eem 2009 of de Keur Waterschap Veluwe 2009 zoals
                                    deze luidde direct vóór inwerkingtreding van deze keur, wordt
                                    gelijkgesteld met een krachtens deze keur verleende
                                    watervergunning. </al></li><li nr="2."><al>Voor al hetgeen vóór de inwerkingtreding van deze keur
                                    rechtmatig tot stand is gebracht, wordt geacht een
                                    watervergunning ingevolge deze keur te zijn verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Oppervlaktewaterlichamen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bij de Keur Waterschap Vallei &amp; Eem 2009 behorende
                                    overzichtskaarten keurzones watergangen dienen te worden
                                    beschouwd als de kaart als bedoeld in artikel 3.1 voor het
                                    gebied van het voormalig Waterschap Vallei &amp; Eem. </al></li><li nr="2."><al>Daar waar op de in het eerste bedoelde kaarten kant water staat
                                    vermeld, is dat in geval van oppervlaktewaterlichamen in de
                                    bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet
                                    1994 en oppervlaktewaterlichamen met een natuurvriendelijke
                                    oever, het snijpunt van het talud met het water en in de overige
                                    gevallen de bovenkant van de insteek.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid dient ten aanzien van de
                                    Malewetering en het Valleikanaal, voor zover deze zich bevinden
                                    binnen de bebouwde kom van Amersfoort, de bovenkant van de
                                    insteek als kant water te worden beschouwd.</al></li><li nr="4."><al>Zolang en voor zover op de in artikel 3.1 bedoelde kaart, voor
                                    het gebied van het voormalig Waterschap Veluwe, de ligging van
                                    de oppervlaktewaterlichamen niet is aangegeven, geldt dat als
                                    oppervlaktewaterlichamen in de zin van deze keur worden
                                    aangemerkt: de A- en B-wateren die staan vermeld op de op
                                    artikel 78, tweede lid van de Waterschapswet gebaseerde
                                    A-legger, respectievelijk de B-legger van het voormalig
                                    Waterschap Veluwe. </al></li><li nr="5."><al>Zolang en voor zover op de in artikel 3.1 bedoelde kaart voor
                                    het gebied van het voormalig Waterschap Veluwe, de ligging van
                                    een oppervlaktewaterlichaam A of oppervlaktewaterlichaam B dan
                                    wel de beschermingszone niet is aangegeven, </al><lijst><li nr="a."><al>strekt een oppervlaktewaterlichaam A zich uit van
                                            insteek tot insteek met inbegrip van een
                                            onderhoudsstrook van vijf meter gemeten vanuit de
                                            insteek aan beide zijden en een oppervlaktewaterlichaam
                                            B of C van insteek tot insteek;</al></li><li nr="b."><al>strekt de beschermingszone bij een
                                            oppervlaktewaterlichaam A zich uit tot vijf meter
                                            gemeten vanuit de insteek. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>De bij deze keur behorende overzichtskaarten keurzones
                                    oppervlaktewaterlichamen C in het gebied van het voormalig
                                    Waterschap Veluwe dienen te worden beschouwd als de kaart als
                                    bedoeld in artikel 3.1 voor de oppervlaktewaterlichamen C in het
                                    gebied van het voormalig Waterschap Veluwe. </al></li><li nr="7."><al>Zolang en voor zover de benamingen van de
                                    oppervlaktewaterlichamen in de legger dan wel de keurkaarten als
                                    bedoeld in het eerste lid, de A-legger en B-legger als bedoeld
                                    in het vierde lid, niet overeenstemmen met deze keur en de
                                    daarop gebaseerde besluitvorming, wordt de volgende
                                    conversietabel gehanteerd:</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Benaming in legger en op keurkaart</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Benaming Keur en daarop gebaseerde
                                                  besluitvorming</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>in gebied voormalig Waterschap Veluwe: A- of
                                                a-water; </al><al>in gebied voormalig Waterschap Vallei &amp; Eem:
                                                primaire watergang</al></entry><entry colname="col2"><al>oppervlaktewaterlichaam A</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>in gebied voormalig Waterschap Vallei &amp; Eem:
                                                secundaire watergang </al></entry><entry colname="col2"><al>oppervlaktewaterlichaam B+</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>in gebied voormalig Waterschap Veluwe: B- of
                                                b-water;</al><al>in gebied voormalig Waterschap Vallei &amp; Eem: </al><al>-de tertiaire watergangen met schouw , en</al><al>-de tertiaire watergangen welke staan aangegeven op
                                                de leggers van Achterveld, Baarn, Barneveld,
                                                Bennekom, Bunschoten, Ede, Ederveen. Eemnes,
                                                Harselaar, Hoevelaken, Leusden, Lunteren, Nijkerk,
                                                Nijkerkerveen, Renswoude, Scherpenzeel, Soest,
                                                Veenendaal, Wageningen en Woudenberg</al></entry><entry colname="col2"><al>oppervlaktewaterlichaam Bschouw</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>in gebied voormalig Waterschap Vallei &amp; Eem:
                                                tertiaire watergangen polder</al></entry><entry colname="col2"><al>oppervlaktewaterlichaam Bpolder</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>in gebied voormalig Waterschap Veluwe:
                                                oppervlaktewaterlichamen C; in gebied voormalig
                                                Waterschap Vallei &amp; Eem tertiaire watergangen
                                                zonder schouw en solitaire wateren</al></entry><entry colname="col2"><al>oppervlaktewaterlichaam C</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Waterkeringen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bij de Keur Waterschap Vallei &amp; Eem 2009 behorende
                                    overzichtskaarten keurzones waterkeringen dienen te worden
                                    beschouwd als de kaart als bedoeld in artikel 3.1 voor het
                                    gebied van het voormalig Waterschap Vallei &amp; Eem.</al></li><li nr="2."><al>Zolang en voor zover op de in artikel 3.1 bedoelde kaart voor
                                    het gebied van het voormalige Waterschap Veluwe de ligging van
                                    de waterkeringen niet is aangegeven, gelden als primaire
                                    waterkeringen de waterkeringen die op de als bijlage 1 bij de
                                    Wet behorende kaart staan vermeld en als regionale keringen de
                                    waterkeringen die door Gedeputeerde Staten van Gelderland of
                                    Utrecht zijn aangewezen en als zodanig op de als bijlage 1 bij
                                    de Waterverordening waterschap Vallei en Veluwe behorende kaart
                                    staan vermeld. </al></li><li nr="3."><al>Voorzover de ligging van de waterkeringen als bedoeld in het
                                    tweede lid niet op de kaart als bedoeld in artikel 3.1 is
                                    aangegeven, strekt de kernzone zich uit tot 4 meter, van de
                                    beschermingszone A tot 20 meter en van de beschermingszone B tot
                                    100 meter binnendijks en 150 meter buitendijks, gemeten vanuit
                                    de teen van de waterkering.</al></li><li nr="4."><al>Zolang en voor zover de benamingen op de in het eerste lid
                                    genoemde kaarten en in de leggers niet overeenstemmen met deze
                                    keur en de daarop gebaseerde besluitvorming, wordt de volgende
                                    conversietabel gehanteerd:</al></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="17*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="32*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Benaming in legger en op keurkaart</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Benaming in Keur en daarop gebaseerde
                                                  besluitvorming</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>in gebied voormalig Waterschap Veluwe: kernzone</al></entry><entry colname="col3" morerows="1"><al>kernzone</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>in gebied voormalig Waterschap Vallei &amp; Eem:
                                                zone waterkering </al></entry><entry colname="col2"><al>dijklichaam van teen tot teen inclusief
                                                stabiliteitsbermen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>overige deel</al></entry><entry colname="col3" morerows="1"><al>beschermingszone A</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>in gebied voormalig Waterschap Veluwe:
                                                beschermingszone </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>in gebied voormalig Waterschap Vallei &amp; Eem :
                                                beschermingszone; </al><al>in gebied voormalig Waterschap Veluwe:
                                                buitenbeschermingszone </al></entry><entry colname="col3"><al>beschermingszone B</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Intrekking oude keuren</titel></kop><al>De Keur Waterschap Vallei &amp; Eem 2009 en de Keur Waterschap Veluwe
                            2009 worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2014</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze keur treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze keur wordt aangehaald als: “Keur Waterschap Vallei en Veluwe
                            2013”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van 2
                        oktober 2013.</ondertekening><ondertekening>mr. G.P. Dalhuisen drs. T. Klip-Martin,</ondertekening><ondertekening>secretaris dijkgraaf</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Keurkaarten</label></kop><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Keurkaarten</titel></kop><al><vet>keurkaarten</vet></al><al><extref doc="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2013-3812.html" struct="INTERNET"/></al></divisie></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Keur Waterschap Vallei en Veluwe 2013</titel></kop><tussenkop>A. Algemene toelichting</tussenkop><divisie><kop><titel>Grondslag van de keur</titel></kop><al>De keur is een algemene verordening van het waterschap. Op grond van artikel
                        56 in combinatie met artikel 78 van de Waterschapswet stelt het waterschap
                        verordeningen vast die het nodig oordeelt voor de behartiging van de
                        opgedragen taken. De taken die aan het waterschap worden opgedragen
                        betreffen, volgens artikel 1 van de Waterschapswet, de zorg voor het
                        watersysteem en zorg voor het zuiveren van afvalwater en eventueel kunnen
                        nog de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen,
                        bijvoorbeeld vaarwegbeheer. Naast de Waterschapswet, die de organisatie van
                        de waterschappen regelt, geven de Waterwet en de daarop gebaseerde
                        regelgeving allerlei bepalingen over de inhoud van het waterbeheer,
                        bijvoorbeeld in de vorm van doelstellingen en concrete normen. </al><al>Deze keur is gebaseerd op zowel de Waterschapswet als de Waterwet en de
                        daarop gebaseerde regelgeving in het Waterbesluit, de Waterregeling en de
                        Waterverordening waterschap Vallei en Veluwe. </al><al>De voorliggende keur komt in de plaats van de keuren (Keur Waterschap Vallei
                        &amp; Eem 2009 en de Keur Waterschap Veluwe 2009) van de rechtsvoorgangers
                        van Waterschap Vallei en Veluwe. Hierbij is gebruik gemaakt van de meest
                        actuele modelkeur van de Unie van Waterschappen.</al><al>De modelkeur geeft een model waarmee de waterschappen hun eigen verordenende
                        bevoegdheid kunnen vormgeven. In 2012 is deze modelkeur geactualiseerd, wat
                        heeft geresulteerd in een concept Modelkeur 2012 Belangrijkste aanleidingen
                        voor deze actualisatie zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>Het Bestuursakkoord 2011-2015 (Hoofdlijnenakkoord) en het
                                deelakkoord het Bestuursakkoord Water (overeengekomen in de eerste
                                helft van 2011);</al></li><li nr="·"><al>Uniformering, met name vanwege de bestuursakkoorden en het
                                Omgevingsloket Online (OLO). Via dit loket zullen te zijner tijd ook
                                watervergunningen worden aangevraagd;</al></li><li nr="·"><al>Overeenkomstige keurbepalingen in de keuren van alle waterschappen
                                (uniformering);</al></li><li nr="·"><al>Betere mogelijkheden om waterschappen onderling te vergelijken
                                (uniformering);</al></li><li nr="·"><al>De Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) vraagt in
                                de toekomst om meer uniformiteit in keuren en leggers en de relaties
                                tussen beiden;</al></li><li nr="·"><al>Deregulering en het schrappen van overbodige regelgeving; </al></li><li nr="·"><al>Aansluiting bij landelijke wet- en regelgeving onder andere wat
                                betreft opbouw, begripsbepalingen en algemene
                                verbodsbepalingen;</al></li><li nr="·"><al>Algemene ontwikkelingen in landelijke wet- en regelgeving, waaronder
                                het werken met ‘raamwetten’ en algemene regels (zoals het zogenaamde
                                Activiteitenbesluit);</al></li><li nr="·"><al>Opname van facultatieve modules voor specifieke of gebiedsgerichte
                                situaties;</al></li><li nr="·"><al>De komende invoering van de bestuurlijke strafbeschikking. </al><al/></li></lijst><al>Bovenstaande heeft onder andere geleid tot een algemene, zoveel mogelijk
                        landelijk dekkende concept modelkeur, waarbij regionale en lokale
                        onderwerpen in algemene regels, beleidsregels en in de leggers van de
                        waterschappen worden geregeld. Sommige bepalingen in de concept Modelkeur
                        2012 zijn facultatief en komen niet in alle waterschapskeuren voor. In dat
                        geval zijn deze bepalingen als ‘lege bepaling in deze keur opgenomen, om
                        daardoor toch een uniforme nummering in de waterschapskeuren te handhaven.
                        Voor een voorbeeld, zie artikel 3.5.</al><al>Naast de concept modelkeur is uitgegaan van de door het algemeen bestuur in
                        zijn vergadering van 28 november 2012 geformuleerde uitgangspunten. Daartoe
                        is waar nodig deze keur ten opzichte van het Uniemodel aangepast. </al><al/></divisie><divisie><kop><titel>Opbouw van de keur en inhoud op hoofdlijnen</titel></kop><al>De opbouw van de keur is vergelijkbaar met de opbouw van de Waterwet en de
                        daarop gebaseerde regelgeving. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>Het eerste hoofdstuk bevat begripsomschrijvingen, waarbij is aangesloten bij
                        de begrippen in de Waterwet en de daarop gebaseerde regelgeving. Verder
                        bepaalt hoofdstuk 1 tot wie de bepalingen in de keur zijn gericht. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beheer en onderhoud van waterstaatswerken</titel></kop><al>Het tweede hoofdstuk regelt de onderhoudsplichten bij waterstaatswerken. Dit
                        hoofdstuk heeft een belangrijke relatie met de legger op grond van artikel
                        78 van de Waterschapswet, ook wel onderhoudslegger genoemd. In de
                        onderhoudslegger staan de onderhoudsplichtigen, die aan de
                        onderhoudsplichten uit hoofdstuk 2 moeten voldoen. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Handelingen in watersystemen</titel></kop><al>Hoofdstuk 3 bevat de verbodsbepalingen. Hierin is bepaald voor welke
                        handelingen of activiteiten een vergunning nodig is. Het bestuur is bevoegd
                        deze watervergunning te verlenen. De verbodsbepalingen zijn vrij algemeen
                        geformuleerd, waarbij zoveel mogelijk is aangesloten bij de
                        verbodsbepalingen uit het Waterbesluit. Op deze manier zijn de
                        verbodsbepalingen bij regionale wateren, waar de waterschappen beheerder
                        zijn, vergelijkbaar met de verbodsbepalingen bij rijkswateren, waar
                        Rijkswaterstaat de beheerder is. </al><al>Het bestuur is bevoegd tot het stellen van algemene en nadere regels. Deze
                        regels kunnen een vrijstelling van de watervergunningplicht inhouden of een
                        algeheel verbod op het verrichten van bepaalde handelingen. Daarnaast kan
                        het bestuur beleidsregels stellen ten aanzien van zijn
                        watervergunningverlenende bevoegdheid. </al><al>Bij waterstaatswerken zijn drie verschillende zones te onderscheiden,
                        namelijk het waterstaatswerk zelf, de beschermingszone en het profiel van
                        vrije ruimte. De beschermingszone heeft als doel de bescherming van het
                        waterstaatswerk en het profiel van vrije ruimte tevens de toekomstige
                        verbetering van het waterstaatwerk. Het profiel van vrije ruimte kan bij
                        alle waterstaatwerken worden vastgelegd, en niet alleen bij waterkeringen.
                        .</al><al>De drie zones worden vastgelegd op de legger, bedoeld in artikel 5.1 van de
                        Waterwet. Deze Waterwetlegger wordt in de praktijk vaak gecombineerd met de
                        onderhoudslegger. De Waterwetlegger geeft de reikwijdte weer van de
                        verbodsbepalingen uit hoofdstuk 3. Het verbodsregime per zone is in
                        hoofdstuk 3 opgenomen. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><al>In dit hoofdstuk staan de bepalingen over de aanwijzing van toezichthouders
                        en strafbepalingen. Ook is een bepaling over de schouw opgenomen. De schouw
                        is een manier om toezicht te houden op naleving van de bepalingen uit de
                        keur, in het bijzonder de onderhoudsplichten uit hoofdstuk 2. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><al>Het laatste hoofdstuk regelt het overgangsrecht voor watervergunningen, die
                        voor inwerkingtreding van deze keur zijn verleend. Daarnaast bevat hoofdstuk
                        5 een bepaling die de voorgaande keur integraal intrekt, een
                        inwerkingtredingsbepaling en een citeertitel. </al></divisie><divisie><kop><titel>B. Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In de begripsomschrijvingen is zoveel mogelijk aangesloten bij de
                        begripsbepalingen uit artikel 1.1 van de Waterwet. Voor de zelfstandige
                        leesbaarheid van de keur zijn de kernbegrippen uit de Waterwet letterlijk
                        overgenomen</al><al>Het begrip profiel van vrije ruimte (driedimensionaal) kan worden uitgebreid
                        naar alle waterstaatswerken en naar toekomstige waterstaatswerken. </al><al>Bij het begrip waterstaatswerk wordt onder ondersteunend kunstwerk begrepen
                        kunstwerken die van belang voor de taakuitoefening van het waterschap, voor
                        de waterkering of voor het functioneren van de waterhuishouding zoals
                        duikers, stuwen, overkluizingen en ondergrondse waterberging. </al><al/><al><vet>Artikel 1.2 Verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel regelt dat de verplichtingen ingevolge de keur berusten op
                        eigenaren van gronden, beperkt gerechtigden en grondgebruikers. De
                        verplichtingen berusten op al deze gerechtigden en een ieder van deze
                        gerechtigden kan aangesproken worden voor het geheel. De gerechtigden zijn
                        gezamenlijk verantwoordelijk voor de nakoming van verplichtingen. </al><al/><al><vet>Artikel 2.1 Onderhoudsplicht</vet></al><al>In dit artikel wordt algemeen geregeld dat degenen die zijn aangewezen als
                        onderhoudsplichtigen in de legger of, als er nog geen legger is, in artikel
                        2.12, verplicht zijn tot het verrichten van gewoon of buitengewoon
                        onderhoud, zoals beschreven is in hoofdstuk 2. Met dit artikel wordt dus de
                        verbinding gelegd tussen de legger en de gebodsbepalingen in hoofdstuk 2. De
                        legger geeft aan wie onderhoudsplichtig zijn, de gebodsbepalingen geven aan
                        welk onderhoud van deze onderhoudsplichtigen wordt geëist. De legger die
                        hier bedoeld wordt is de zogenaamde onderhoudslegger, bedoeld in artikel 78,
                        tweede lid, Waterschapswet. Vaak wordt deze legger gecombineerd met de
                        legger, bedoeld in artikel 5.1, Waterwet, maar formeel zijn dit twee
                        verschillende leggers. </al><al/><al><vet>Artikel 2.2 Gewoon onderhoud</vet></al><al>Dit artikel geeft weer wat onderhoudsplichtigen (die in de legger zijn
                        aangewezen) aan gewoon onderhoud aan waterkeringen moeten doen. Bij het
                        verwijderen van schadelijk wild en begroeiingen moet gedacht worden aan dat
                        wild en die beplantingen die aantoonbaar schade toebrengen aan het
                        waterkerend vermogen van de dijk. Dus geen gaten in de dijk of beschadiging
                        van de speciale grasmat of diepe wortels in de dijk. De bestrijding van
                        muskus- en beverratten is uitgezonderd. De zorgplicht ter voorkoming van
                        schade aan waterstaatswerken door muskus- en beverratten berust ingevolge
                        artikel 1, derde lid Waterschapswet bij het waterschap. De
                        onderhoudsplichtige is gehouden aan wet- en regelgeving hierover, zoals
                        bijvoorbeeld natuurbeschermingswetgeving. Bij eventueel benodigde
                        toestemming/vergunning/ontheffing van andere overheden voor verwijderen van
                        schadelijk wild en begroeiingen dient de onderhoudsplichtige hiervoor zorg
                        te dragen. Waar nodig zal het waterschap daarop wijzen. </al><al>Voor een goede waterkerende werking is een (gras)bekleding noodzakelijk. De
                        instandhouding hiervan vereist maaiwerkzaamheden eventueel in combinatie met
                        beweiding.</al><al/><al><vet>Artikel 2.3 Buitengewoon onderhoud</vet></al><al>Artikel 2.3 geeft aan welk buitengewoon onderhoud door onderhoudsplichtigen
                        moet worden gepleegd aan waterkeringen. Er wordt in dit artikel verwezen
                        naar de ligging, vorm afmeting en constructie zoals in de legger opgenomen.
                        Bij deze inhoudelijke beschrijving van de onderhoudsplicht wordt aangesloten
                        bij de legger, bedoeld in de Waterwet. Deze Waterwetlegger geeft aan waar
                        een waterstaatswerk, in dit geval een waterkering, aan moet voldoen en via
                        artikel 2.3 wordt geregeld dat de onderhoudsplichtige (die in de
                        onderhoudslegger op grond van de Waterschapswet is aangewezen) het
                        buitengewone onderhoud zo moet uitvoeren dat wordt voldaan aan deze
                        Waterwetlegger. Hieronder wordt het proefielonderhoud verstaan (hoogte,
                        taludhellingen etc.)</al><al/><al><vet>Artikel 2.4 Onderhoud ondersteunende kunstwerken en werken</vet></al><al>In artikel 2.4 is aangegeven dat onderhoudsplichtigen van waterkeringen de
                        ondersteunende kunstwerken of werken in, op of boven waterkeringen of de
                        bijbehorende beschermingszone waterkerend moeten houden. </al><al/><al><vet>Artikel 2.5 Gewoon onderhoud</vet></al><al>Begroeiingen en afval moeten worden verwijderd uit oppervlaktewaterlichamen
                        door de in de legger aangewezen onderhoudsplichtigen. Met afval wordt
                        bedoeld voorwerpen, materialen en stoffen die de aan- of afvoer of berging
                        van water belemmeren. </al><al/><al><vet>Artikel 2.6 Buitengewoon onderhoud</vet></al><al>Artikel 2.6 geeft aan welk buitengewoon onderhoud door onderhoudsplichtigen
                        moet worden gepleegd aan oppervlaktewaterlichamen. Zie ook de toelichting
                        bij artikel 2.3. </al><al/><al><vet>Artikel 2.7 Onderhoud ondersteunende kunstwerken en werken</vet></al><al>Dit artikel gebiedt onderhoudsplichtigen ondersteunende kunstwerken en
                        werken bij oppervlaktewaterlichamen te onderhouden. Het gaat hier om
                        (kunst)werken die (mede) een waterhuishoudkundige functie hebben, zoals
                        duikers, overkluizingen en stuwen. Voor (kunst) werken die geen
                        waterhuishoudkundige functie hebben wordt dit in de vergunning
                        geregeld.</al><al/><al><vet>Artikel 2.8 Afrasteringen</vet></al><al>Het bestuur kan grondeigenaren, of via artikel 1.2, tweede en derde lid,
                        andere gerechtigden (grondgebruikers), verplichten langs hun gronden in de
                        buurt van oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen, bergingsgebieden of
                        ondersteunende kunstwerken afrasteringen te plaatsen om daarmee te voorkomen
                        dat dieren deze waterstaatswerken beschadigen of de werking ervan
                        belemmeren. Via artikel 2.11 kan het bestuur algemene of nadere regels
                        stellen over deze afrasterplicht, bijvoorbeeld over constructies en wijze
                        van plaatsing. </al><al/><al><vet>Artikel 2.9 Coupures en sluizen</vet></al><al>Bij hoog water, bij oefeningen, etc. kan het nodig zijn coupures en sluizen
                        te sluiten. Het bestuur kan hiertoe besluiten. De onderhoudsplichtigen van
                        deze coupures en sluizen zijn aangewezen op de onderhoudslegger op grond van
                        de Waterschapswet en zijn verplicht op eerste aanzegging van het bestuur
                        deze te sluiten. </al><al/><al><vet>Artikel 2.10 Stuwen</vet></al><al>Eigenaren van stuwen (of andere gerechtigden of gebruikers, via artikel 1.2)
                        moeten een bepaald stuwpeil instellen, indien het bestuur daartoe besluit.
                        Verplichtingen vanuit een eventueel peilbesluit op grond van artikel 5.2 van
                        de Waterwet moeten hierbij in acht worden genomen. </al><al/><al><vet>Artikel 2.11 Algemene regels / nadere regels </vet></al><al>Op grond van artikel 2.11 kan het bestuur algemene regels stellen ten
                        aanzien van de gebodsbepalingen in hoofdstuk 2. Deze algemene regels kunnen
                        ook een vrijstelling van een gebod inhouden. In dat geval geldt voor de
                        onderhoudsplichtige het betreffende gebod niet. Het artikel geeft het
                        bestuur ook de mogelijkheid nadere eisen te stellen ten aanzien van de
                        onderhoudsverplichtingen in hoofdstuk 2. Het bestuur kan bijvoorbeeld nadere
                        eisen stellen aan afrasteringen (zie artikel 2.8) of aan een goede toestand
                        van waterkeringen (artikel 2.2). Ook is het denkbaar dat het bestuur nadere
                        eisen willen stellen aan het onderhoud aan afsluitmiddelen. </al><al/><al><vet>Artikel 2.12 Onderhoud aan waterstaatswerken zonder (actuele)
                            legger</vet></al><al>Het is mogelijk dat het algemeen bestuur op grond van artikel 78, tweede
                        lid, Waterschapswet nog geen legger heeft vastgesteld voor (bepaalde)
                        waterstaatswerken. De onderhoudsplichtigen volgen dan niet uit een
                        onderhoudslegger. Artikel 2.12 voorziet in een vangnet voor deze situatie.
                        Als het onderhoud niet op een andere wijze is geregeld, geldt de
                        onderhoudsplicht zoals opgenomen onder onderdeel a., b. en c. Onderhoud kan
                        op een andere wijze zijn geregeld, bijvoorbeeld in een watervergunning,
                        overeenkomst of op basis van gewoonterecht. Als dat het geval is, gaan deze
                        afspraken voor. </al><al>Bij overige waterstaatswerken bij onderdeel c. kan worden gedacht aan
                        duikers, overkluizingen, stuwen, ondergrondse waterberging etc. </al><al>In het tweede lid is een bepaling opgenomen voor de situatie dat via een
                        watervergunning of een projectplan een waterstaatswerk is aangelegd of
                        gewijzigd, maar de onderhoudslegger nog niet is aangepast op deze nieuwe
                        situatie. Het heeft uitdrukkelijk de voorkeur de procedure van een
                        watervergunning of projectplan te combineren met een leggerwijziging, zodat
                        deze bepaling niet hoeft te worden gebruikt. Zie ook de toelichting bij
                        artikel 3.2, derde lid.</al><al>Het gaat om een overgangssituatie als er nog geen Waterschapswetlegger is en
                        het waterschap het onderhoud wel wil neerleggen bij derden.</al><al/><al><vet>Artikel 3.1 Keurkaart</vet></al><al>Op grond van artikel 5.1 van de Waterwet moeten waterschappen een legger
                        vaststellen, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging,
                        vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. Deze legger wordt vaak
                        gecombineerd met de onderhoudslegger, bedoeld in artikel 78, tweede lid, van
                        de Waterschapswet. De Waterwetlegger heeft een andere functie, want deze
                        legger legt de normatieve toestand van waterstaatswerken vast. De provincie
                        kan voor bepaalde waterstaatswerken een vrijstelling verlenen van deze
                        leggerplicht. Voor de periode dat de legger nog niet is vastgesteld, kan op
                        grond van artikel 3.1 gewerkt worden met een zogenaamde kaart, vast te
                        stellen door het bestuur. Op deze kaart worden in ieder geval de liggingen
                        van waterstaatwerken aangegeven en, indien van toepassing de bijbehorende
                        beschermingszones en profielen van vrije ruimte. Hiermee vervangt deze kaart
                        tijdelijk de legger en heeft voor beschermingszones en profielen van vrije
                        ruimte dezelfde werking als een legger. Wanneer het bestuur de bedoelde
                        gegevens van die kaart opneemt in de legger, neemt het tevens het besluit
                        tot intrekking van de hier bedoelde kaart.</al><al>De waterstaatswerken, beschermingszones en profielen van vrije ruimte, zoals
                        aangegeven op de legger of keurkaart, zijn van belang voor de
                        verbodsbepalingen van artikel 3.2. Ook voor enkele gebodsbepalingen in
                        hoofdstuk 2 zijn deze legger- of keurkaartaanduidingen van belang. Ze geven
                        immers de reikwijdte van verbodsbepalingen weer of ze geven invulling aan
                        het vereiste onderhoud door onderhoudsplichtigen. </al><al/><al><vet>Artikel 3.2 Watervergunning waterstaatswerken en
                            beschermingszones</vet></al><al><vet>Lid 1 en 2</vet></al><al>In dit artikel 3.2 is in het eerste lid een algemene, ruime verbodsbepaling
                        opgenomen voor handelingen of het laten liggen of staan van werken, vaste
                        substanties of voorwerpen bij waterstaatwerken. De formulering en reikwijdte
                        van de verbodsbepaling sluit aan bij de verbodsbepaling in het Waterbesluit
                        ten aanzien van rijkswaterstaatswerken, waarvoor het Rijk beheerder is. Net
                        als in de vorige keur zijn handelingen in overeenstemming met de functie van
                        het waterstaatswerk niet verboden. De toevoeging ‘in overeenstemming met de
                        functie’ moet, net als bij het Waterbesluit, vrij beperkt worden
                        geïnterpreteerd. Het betreft de (waterhuishoudkundige) functie die de
                        provincie aan dat waterstaatwerk heeft verleend, dan wel de functie die het
                        waterschap in zijn beheerplan daaraan heeft verleend, dan wel de functie die
                        het waterstaatswerk van oudsher al heeft. Alle handelingen en gedragingen
                        die een negatief effect hebben op deze functie vallen onder het verbod. </al><al>Onder de ruime verbodsbepaling in artikel 3.2, eerst lid, vallen onder de
                        zinsnede ‘handelingen te verrichten’ onder andere: aanleg-, bagger-, boor-,
                        bouw-, graaf-, demping-, herstel-, onderhoud-, plant- reparatie-, revisie-,
                        sloop-, uitbreiding-, verbouw, herbouw- en wijzigings- en
                        verwijderwerkzaamheden. ‘Vervoeren’ valt er niet onder. De eerder vermelde
                        handelingen betreffen handelingen die tot doel hebben verandering te brengen
                        in de staat van waterstaatswerken. Verder ook werkzaamheden die dat niet tot
                        doel hebben, maar waarvan onbedoeld effect is dat verandering wordt gebracht
                        in de staat van die werken. Onder dit verbod valt bijvoorbeeld het dempen
                        van een sloot. Onder het verbod vallen ook de handelingen van derden waarmee
                        de waterstand op een ander peil wordt gebracht of gehouden dan het peil dat
                        voor het betreffende oppervlaktewaterlichaam door het waterschap is
                        vastgesteld. Tot slot vallen onder het verbod ook evenementen die een
                        negatief effect hebben op de functie van het waterstaatswerk. </al><al>Onder dit verbod valt bijvoorbeeld niet het zich bevinden op de daarvoor
                        bestemde plaatsen als individuele wandelaar, fietser, schaatser, kanoër of
                        visser. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat het verboden is zonder waterrvergunning een
                        waterstaatswerk te wijzigen of aan te leggen.</al><al>Via een vergunning van het bestuur kan van de verbodsbepaling worden
                        afgeweken. Op basis van artikel 3.9 kunnen in algemene regels vrijstellingen
                        worden verleend voor bijvoorbeeld bepaalde categorieën van handelingen. Deze
                        handelingen zijn dan wel toegestaan zonder vergunning, waarbij eventueel aan
                        bepaalde voorschriften moet worden voldaan. Dit systeem is vergelijkbaar met
                        het Activiteitenbesluit. </al><al/><al><vet>Lid 3 </vet></al><al>In het derde lid is bepaald dat in het profiel van vrije ruimte geen werken
                        mogen worden geplaatst of worden behouden. Dit profiel is nodig om
                        toekomstige aanpassingen van waterstaatswerken, in het bijzonder
                        waterkeringen, mogelijk te maken. Met de vastlegging van profielen van vrije
                        ruimte moet het waterstaatsbelang zijn gediend, binnen het kader van de zorg
                        voor het watersysteem en de doelstellingen van de Waterwet. </al><al/><al><vet>Lid 4</vet></al><al>In hoofdstuk 6 van de Waterwet en in het Waterbesluit zijn regels opgenomen
                        omtrent de watervergunning. De bepalingen hebben betrekking op de aanvraag,
                        de wijze van voorbereiding en samenloop als meer beheerders of meer
                        bestuursorganen bevoegd zijn. Daarnaast zijn bepalingen opgenomen over aan
                        de watervergunning te verbinden voorschriften. Artikel 6.20, eerste lid, van
                        de wet bepaalt dat het bestuur aan de vergunning voorschriften kan verbinden
                        ter bescherming van de belangen waarvoor het vereiste van de vergunning is
                        gesteld. Deze voorschriften kunnen bijvoorbeeld de wijze van uitvoering van
                        een werk of een beperking in het gebruik betreffen. Dat artikel bepaalt in
                        het eerste lid dat die voorschriften ook betrekking kunnen hebben op
                        financiële zekerheidstelling voor de nakoming van verplichtingen, voor de
                        dekking van schade of voor het compenseren of beperken van de nadelige
                        gevolgen na het staken van de vergunde handeling.</al><al>Het is gewenst om het bepaalde in artikel 6.20, eerste lid, van de wet aan
                        te vullen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (o.a. in de
                        uitspraak van 27 mei 2009, zaaknummer 200806373) acht het aanvaardbaar dat
                        de overheid financiële compensatie vraagt voor het dempen van water, indien
                        compensatie in natura door het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam
                        niet mogelijk is. Het naast een compensatie in natura ook vragen van
                        financiële compensatie vanwege voor het waterschap toegenomen
                        onderhoudskosten strekt niet ter bescherming van het belang in verband
                        waarmee watervergunningen worden verleend. Daarom is een wettelijke
                        grondslag nodig. Dat is gebeurd door het derde lid in artikel 3.2 op te
                        nemen. Hiermee staat ondubbelzinnig vast dat het waterschap ook
                        voorschriften met een dergelijke strekking aan de watervergunning kan
                        verbinden.</al><al/><al><vet>Lid 5</vet></al><al>In het vijfde lid is een bepaling opgenomen voor de situatie dat via een
                        watervergunning of een projectplan een waterstaatswerk is aangelegd of
                        gewijzigd, maar de Waterwetlegger nog niet is aangepast op deze nieuwe
                        situatie. Het heeft uitdrukkelijk de voorkeur de procedure van een
                        watervergunning of projectplan te combineren met een leggerwijziging, zodat
                        deze bepaling niet hoeft te worden gebruikt.</al><al>Veel waterschappen kennen het onderscheid tussen binnen- en
                        buitenbeschermingszones. Dat onderscheid is ook in veel leggers terug te
                        vinden en is bedoeld om in die verschillende zones een verschillend
                        verbodsregime van kracht te laten zijn. De concept model Keur kent de
                        begrippen binnen- en buitenbeschermingszones niet meer, omdat ook de
                        Waterwet die begrippen niet heeft opgenomen. Om te kunnen nuanceren qua
                        strengheid van het verbodsregime zal in de algemene regels een onderscheid
                        worden gemaakt in een gedeelte van de beschermingszone in beschermingszone A
                        en beschermingszone B, als aangegeven in de legger. Beschermingszone A is
                        dan het gedeelte van de beschermingszone dat direct naast het
                        waterstaatswerk, is gelegen. Beschermingszonde B is dat gedeelte van de
                        beschermingszone dat het verst verwijderd is van het waterstaatswerk. </al><al/><al><vet>Artikel 3.4 Oppervlaktewaterlichamen: watervergunning brengen en
                            onttrekken van water</vet></al><al>Artikel 3.4 is een algemene verbodsbepaling voor het brengen van water in of
                        het onttrekken van water aan oppervlaktewaterlichamen. Hiermee wordt zowel
                        het brengen en onttrekken zonder een werk bedoeld als het brengen en
                        onttrekken met een werk. Met andere woorden: onder deze verbodsbepaling valt
                        het afvoeren van water naar en het aanvoeren van water uit
                        oppervlaktewaterlichamen én het brengen op of onttrekken aan
                        oppervlaktewaterlichamen. </al><al>Via artikel 3.9 kan het bestuur onder andere algemene regels stellen,
                        waarbij ook vrijstellingen van de vergunningplicht kunnen worden
                        vastgesteld. Daarnaast is het bestuur bevoegd beleidsregels vast te stellen
                        ten aanzien van de vergunningverlenende bevoegdheid. </al><al/><al><vet>Artikel 3.6 Grondwaterlichamen: watervergunning onttrekken van
                            grondwater en infiltreren in de bodem</vet></al><al>Dit artikel geeft een algemene verbodsbepaling voor het onttrekken van
                        grondwater of het infiltreren van water in de bodem. In beginsel zijn alle
                        onttrekkingen en infiltraties verboden, behoudens vergunning. Het bestuur
                        kan via algemene regels bepaalde onttrekkingen en infiltraties vrijstellen
                        van deze vergunningplicht. Ook kan het bestuur beleidsregels opstellen over
                        in welke gevallen vergunning zal worden verleend en in welke gevallen
                        niet.</al><al>Voor drie specifieke categorieën van onttrekkingen en infiltraties zijn op
                        grond van artikel 6.4 van de Waterwet gedeputeerde staten bevoegd en dus
                        niet het (waterschaps)bestuur. Het gaat hier om de onttrekkingen en
                        infiltraties: </al><al>• ten behoeve van industriële toepassingen, indien de te onttrekken
                        hoeveelheid water meer dan 150.000 m3 per jaar bedraagt;</al><al>• ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening;</al><al>• ten behoeve van een bodemenergiesysteem. </al><al>Artikel 3.6 ziet dus niet op deze drie categorieën. Voor de overige
                        onttrekkingen en infiltraties geldt op grond van deze keur een algemene
                        verbodsbepaling, vergelijkbaar met de oude verbodsbepaling uit artikel 14
                        van de Grondwaterwet. Met betrekking tot infiltraties gaat het hier om
                        waterkwantiteit, en niet om waterkwaliteit. Voor wat betreft de
                        waterkwaliteit bij infiltraties moet voldaan worden aan de regels gesteld
                        bij of krachtens de Wet bodembescherming en de Wet milieubeheer. </al><al/><al><vet>§3 Calamiteiten en zorgplicht</vet></al><al><vet>Artikel 3.7 Algeheel verbod bij calamiteiten</vet></al><al>In geval van calamiteiten kan het nodig zijn de wateraf- en aanvoer of
                        lozingen en onttrekkingen te verbieden. Bij calamiteiten gaat het
                        bijvoorbeeld om droogte of een overvloed aan water, maar ook (een dreiging
                        van) een aanmerkelijke verslechtering van de waterkwaliteit of het in
                        ongerede raken van een waterstaatswerk. Concreet kan op basis van dit
                        artikel het bestuur bijvoorbeeld bij droogte een onttrekkingsverbod
                        instellen. </al><al/><al><vet>Artikel 3.8 Zorgplicht</vet></al><al>Artikel 3.8 bevat een algemene zorgplicht ten aanzien van het watersysteem.
                        Deze zorgplicht geldt voor een ieder en een ieder kan op een schending van
                        deze zorgplicht worden aangesproken. Als het handelen of nalaten
                        onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht, kan het bestuur
                        bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen inzetten. Een eventueel opgelegde
                        last moet wel voldoende duidelijk worden omschreven, anders ontstaat er
                        strijd met de rechtszekerheid, zie ook de uitspraak van de Afdeling
                        Bestuursrechtspraak van de Raad van State (AB RvS) van 10 augustus 2011,
                        201012817/1/M1. </al><al/><al><vet>Artikel 3.9 Algemene regels, nadere regels, meldplichten, meet- en
                            registratieplichten en maatwerkvoorschriften</vet></al><al>In de artikelen 3.2 tot en met 3.6 zijn algemene verbodsbepalingen
                        opgenomen. Artikel 3.9 biedt het bestuur een grondslag om ten aanzien van
                        deze verbodsbepalingen algemene regels, nadere regels, meld-, meet- en
                        registratieverplichtingen en maatwerkvoorschriften te stellen. </al><al/><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het eerste lid biedt het bestuur de grondslag om algemene regels te stellen,
                        welke mede een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de artikelen 3.2
                        tot en met 3.6 in kunnen houden. Een vrijstelling van een bepaalde
                        verbodsbepaling kan aan de orde zijn als aan bepaalde voorwaarden (algemene
                        regels) is voldaan. Voorbeelden van mogelijke vrijstellingen zijn bepaalde
                        handelingen in de beschermingszone van waterstaatwerken, de af- en aanvoer
                        van water naar of uit oppervlaktewaterlichamen of grondwateronttrekkingen
                        bij hoeveelheden onder een bepaalde drempel en drainage van gronden met
                        bepaalde drainagemiddelen (bijvoorbeeld ondiepe greppels). </al><al>Het bestuur heeft ook de mogelijkheid een algeheel verbod in te stellen,
                        waarbij geen vergunningverlening mogelijk is. Een voorbeeld van een algemeen
                        verbod is een grondwateronttrekkingsverbod in een specifiek gebied
                        (bijvoorbeeld een zeer verdrogingsgevoelig gebied). </al><al/><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het tweede lid geeft het bestuur de bevoegdheid meld-, meet- en
                        registratieverplichtingen op te leggen, voor zover deze verplichtingen niet
                        in strijd zijn met de bepalingen hierover in het Waterbesluit, de
                        Waterregeling en provinciale (water)verordening(en). In het Waterbesluit is
                        opgenomen dat vergunningvrije grondwateronttrekkingen en infiltraties moeten
                        worden gemeld bij het bevoegd gezag. Van alle grondwateronttrekkingen en
                        infiltraties moet de kwantiteit worden gemeten; van alle infiltraties ook de
                        kwaliteit (conform Waterregeling). Van deze kwantiteits- en
                        kwaliteitsmetingen moet opgave worden gedaan aan het bevoegde gezag. </al><al>De Waterregeling stelt welke gegevens moeten worden verstrekt bij een
                        vergunningaanvraag of melding (indien niet vrijgesteld van meldingsplicht)
                        voor grondwateronttrekkingen of infiltraties. </al><al>In de IPO-modelwaterverordening is geregeld dat het bestuur de kwantiteits-
                        en kwaliteitsmetingen moet verstrekken aan GS en een overzicht van
                        vergunningen en meldingen voor grondwateronttrekkingen en infiltraties. </al><al/><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Dit lid biedt het bestuur de mogelijkheid om voor handelingen, die zijn
                        vrijgesteld van de vergunningplicht, zogenaamde maatwerkvoorschriften te
                        stellen. Deze bevoegdheid is onder andere vergelijkbaar met artikel 6.15,
                        lid 3, van het Waterbesluit. Het stellen van deze maatwerkvoorschriften is
                        een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen (bezwaar
                        en) beroep mogelijk is. De maatwerkvoorschriften richten zich tegen degene
                        die de desbetreffende handeling verricht of gaat verrichten. Bij de
                        toepassing van maatwerkvoorschriften moet het gaan om uitzonderingsgevallen.
                        Als dat niet het geval is, kan de algemene verbodsbepaling blijven bestaan,
                        behoudens vergunning. </al><al>De krachtens het derde lid te stellen maatwerkvoorschriften mogen er niet
                        toe leiden dat de te verrichten handelingen grotendeels of in het geheel
                        geen doorgang kunnen vinden, tenzij die handelingen naar het oordeel van het
                        bestuur ontoelaatbaar nadelige gevolgen hebben voor het watersysteem.</al><al/><al><vet>Artikel 3.10 Vrijstelling watervergunningplicht voor
                            beheershandelingen</vet></al><al>Het waterschap voert als beheerder van het watersysteem vele handelingen aan
                        waterstaatswerken uit. De handelingen die het waterschap daar uitvoert, zijn
                        in het belang van de aan het waterschap opgedragen taken en vallen onder
                        beheer en onderhoud. Vaak zijn deze handelingen overeenkomstig de functie
                        van het betreffende waterstaatswerk, als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid.
                        Daarom geldt voor deze handelingen geen vergunningplicht. Wel heeft het
                        waterschap een vergunning nodig voor handelingen die het waterschap niet als
                        beheerder verricht, maar bijvoorbeeld als eigenaar van grond of gebouwen.
                        Verder heeft het waterschap voor het realiseren van werken of het verrichten
                        van werkzaamheden, waarbij het afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke
                        stoffen in het water brengt, een vergunning nodig ingevolge artikel 6.2,
                        eerste lid Waterwet. Uiteraard geldt dat ook voor derden die laatst bedoelde
                        handelingen verrichten. Het waterschap mag dergelijke handelingen niet via
                        de keur reguleren en er dus ook geen vrijstelling voor opnemen.</al><al>Voor de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege het
                        waterschap, waardoor de leggergegevens wijzigen, moet het waterschap een
                        projectplan (met bezwaar- en beroepsmogelijkheden voor belanghebbenden)
                        ingevolge artikel 5.4 Waterwet vaststellen. Daarmee is een vergunning op
                        grond van de keur niet meer aan de orde. </al><al/><al><vet>§4 Ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen</vet></al><al><vet>Artikel 3.11 Visplan</vet></al><al>Het realiseren van een gezond en duurzaam watersysteem is een belangrijke
                        taak van het</al><al>waterschap. Met de inwerkingtreding van de Europese Kaderrichtlijn Water is
                        de verantwoordelijkheid van het waterschap concreet ingevuld voor het
                        bereiken van ecologische doelen en een goede chemische kwaliteit voor alle
                        wateren. Vis is een expliciet onderdeel binnen deze ecologische doelen.
                        Hiermee is het waterschap verantwoordelijk geworden voor een goede visstand,
                        die behoort bij deze ecologische doelen. Ook is het waterschap
                        verantwoordelijk voor de monitoring van de visstand en de rapportage
                        daarover aan Brussel. Ook visrechthebbenden beïnvloeden de visstand, door
                        het wegvangen en uitzetten van vis. Het waterschap streeft ernaar om samen
                        met de visrechthebbenden in de VBC er voor te zorgen dat de visserij
                        aansluit bij het in stand houden en realiseren van de ecologische
                        waterkwaliteitsdoelen en doelen voor overige functies. Daartoe worden door
                        de VBC visplannen opgesteld welke dienen te worden goedgekeurd door het
                        waterschap. In artikel 3.11 is de verplichting tot het opstellen van
                        visplannen vastgelegd. Overigens wordt er op rijksniveau wetgeving
                        voorbereid waarin zeer waarschijnlijk een visplanverplichting voor alle
                        wateren wordt opgenomen. Zodra deze regelgeving in werking treedt zal
                        artikel 3.11 geheel dan wel gedeeltelijk van rechtswege vervallen.</al><al>Omdat het wenselijk is ook van niet KRW-waterlichamen een beeld te krijgen
                        van het uitzetten en onttrekken van vis, van de doelstellingen die daarvoor
                        moeten gelden en duidelijk te maken hoe de visstand kan worden gestuurd in
                        de richting van de te behalen doelen, dienen ook voor deze wateren
                        visplannen te worden opgesteld. Echter om te voorkomen dat onnodig
                        administratieve en uitvoeringslasten worden gecreëerd, moet in bepaalde
                        gevallen volstaan kunnen worden met een vereenvoudigde versie van het
                        visplan. Bij de uitwerking van het bepaalde in lid 3 kan hier nadere
                        invulling aan worden gegeven.</al><al>Gelet op het feit dat, anders dan voor KRW-waterlichamen, HEN- en
                        SED-wateren en zwemwateren, voor overige wateren, niet zijnde C-wateren, nog
                        geen doelen en maatregelen zijn geformuleerd, zal het moment waarop de
                        visplannen voor deze laatste categorie wateren in overleg met de VBC door
                        het bestuur nader worden bepaald.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Toezicht en handhaving</vet></al><al><vet>Artikel 4.1 Aanwijzing toezichthouders</vet></al><al>Onder toezichthouder verstaat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een
                        persoon, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van
                        toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk
                        voorschrift (artikel 5.11 Awb). Hieruit vloeit voort dat de toezichthoudende
                        bevoegdheden uit de Awb alleen kunnen worden uitgeoefend door personen die
                        bij of krachtens wettelijk voorschrift als zodanig zijn aangewezen. Dit
                        artikel voorziet in de vereiste wettelijke grondslag voor de aanwijzing van
                        toezichthouders. </al><al>Het toezicht wordt primair opgedragen aan daartoe door het bestuur
                        aangewezen ambtenaren. De definitie in de Awb biedt echter ook de
                        mogelijkheid het toezicht op te dragen aan andere personen. Daarbij geldt
                        dat met het toekennen van toezichthoudende bevoegdheden aan personen buiten
                        het overheidsapparaat terughoudend moet worden omgegaan (Memorie van
                        Toelichting Derde tranche Awb, TK 23 700, nr. 3, p. 139). Zie hierover ook
                        Awb, Tekst en Commentaar, 2009, p. 343. De keurbepaling biedt het waterschap
                        de mogelijkheid voor de schouw ook andere personen dan ambtenaren in te
                        schakelen, zonder dat deze eerst tot (onbezoldigd) ambtenaar van het
                        waterschap moeten worden benoemd. Wel is altijd een aanwijzingsbesluit van
                        het bestuur noodzakelijk. </al><al/><al><vet>Artikel 4.2 Schouw</vet></al><al>De schouw wijkt af van de gebruikelijke toezichtuitoefening, in die zin dat
                        het bij de schouw gaat om een systematische controle op met name de
                        onderhoudsverplichtingen, die bovendien van tevoren wordt aangekondigd en op
                        of na een bepaalde datum wordt uitgeoefend.</al><al/><al><vet>Artikel 4.3 Strafbepalingen</vet></al><al>Artikel 81 Waterschapswet bepaalt welke maximumstraf op overtreding van de
                        keur kan worden gesteld. Deze strafmogelijkheid moet in de keur zelf worden
                        gepositiveerd. In artikel 4.3 is de maximumstraf opgenomen, namelijk drie
                        maanden hechtenis of een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in
                        artikel 23 Wetboek van Strafrecht, al dan niet met openbaarmaking van de
                        rechterlijke uitspraak. </al><al>Deze strafbepalingen staan los van of naast het bestuursrechtelijke
                        instrumentarium – bestuursdwang en dwangsom – waarover het bestuursorgaan in
                        geval van overtreding kan beschikken</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 5.1 Vergunningen</vet></al><al>In dit artikel is het overgangsrecht opgenomen voor watervergunningen,
                        verleend op basis van de voorgaande keur. Als de handelingen zowel op basis
                        van de voorgaande keur als deze, nieuwe keur vergunningplichtig zijn, en er
                        is een watervergunning verleend op basis van de voorgaande keur, dan wordt
                        deze watervergunning geacht te zijn verleend op basis van deze, nieuwe keur.
                        Voor nog oudere vergunningen en ontheffingen, die zijn verleend op basis van
                        oudere keuren (van vóór de voorgaande keur) geldt het overgangsrecht van de
                        voorgaande keur (of van nog oudere keuren). </al><al>Het tweede lid ziet op handelingen e.d. die rechtmatig tot stand zijn
                        gebracht voordat deze keur in werking is getreden, bijvoorbeeld handelingen
                        die eerst niet vergunningplichtig waren en dat nu wel zijn geworden. </al><al/><al><vet>Artikel 5.2 Oppervlaktewaterlichamen</vet></al><al>Dit artikel geeft een regeling voor de periode waarin er nog geen uniforme
                        leggers zijn vastgesteld voor Waterschap Vallei en Veluwe.</al><al/><al><vet>Artikel 5.3 Waterkeringen</vet></al><al>Dit artikel geeft een regeling voor de periode waarin er nog geen uniforme
                        leggers zijn vastgesteld voor Waterschap Vallei en Veluwe.</al><al/><al><vet>Artikel 5.4 Intrekking Keur</vet></al><al>Bij inwerkingtreding van deze keur worden de voorgaande keuren, de Keur
                        Waterschap Vallei &amp; Eem 2009 en de Keur Waterschap Veluwe 2009,
                        ingetrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 5.5 Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze keur treedt in werking met ingang van 1 januari 2014. </al><al/><al><vet>Artikel 5.6 Citeertitel</vet></al><al>De citeertitel zorgt ervoor dat de keur eenvoudig en eenduidig kan worden
                        aangehaald.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>