<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR311271_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Eigen bijdrage Gemeente Tilburg Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2013, 50</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Eigen Bijdragen Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020031">De Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 1, 15 en 16</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020379">Besluit maatschappelijke ondersteuning, art. 4.7 en 4.8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">Wet Werk en Bijstand (WWB), art. 1 en 21 t/m 30</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/103</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt het Bijdragebesluit Maatschappelijke opvang van de gemeente Tilburg uit 1996.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Eigen bijdrage Gemeente Tilburg Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Tekst van de regeling</vet></al><al/><al>Gezien:</al><al>De Wet maatschappelijke ondersteuning, Stb. 2006 nr. 351,</al><al>Artikel 1, lid 1 aanhef en onder c en lid 1 aanhef en onder d,</al><al>De artikelen 1, eerste lid aanhef en onder g sub 7, </al><al>De artikelen 15 en 16</al><al>De artikelen 4.7 en 4.8 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning</al><al>De gemeentewet, artikel 149</al><al>De Wet Werk en Bijstand (WWB), Staatsblad 2003 nr. 388, artikelen 1, 21, 22,
                        23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30</al><al><vet>Besluit </vet></al><al>vast te stellen de Verordening Eigen bijdrage Gemeente Tilburg
                        Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning</al></li><li nr="b."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Tilburg</al></li><li nr="c."><al>Instelling: een instelling van maatschappelijke opvang of
                                vrouwenopvang, die voltijdopvang, crisisopvang, begeleid wonen of
                                nachtopvang biedt bij psychosociale en maatschappelijke
                                problemen</al></li><li nr="d."><al>Voltijdopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal
                                of langer, voor mensen die dakloos of thuisloos zijn, uitgezonderd
                                verblijf in de opvang op basis van een AWBZ-indicatie. De
                                voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse
                                aspecten en eventueel voeding. </al></li><li nr="e."><al>Crisisopvang: het bieden van tijdelijke voltijdopvang in een
                                crisissituatie door een instelling</al></li><li nr="f."><al>Begeleid wonen: een woonvorm waarbij cliënten of zelfstandig wonen
                                of in een kleine gemeenschap, begeleiding en of dagbesteding
                                krijgen, maar (nog) geen regie hebben over een aantal aspecten van
                                het wonen en een bijdrage of huur aan een instelling voor opvang
                                betalen en niet zelfstandig rechtstreeks aan een woningcorporatie of
                                particuliere verhuurder.</al></li><li nr="g."><al>Nachtopvang: het bieden van een verblijf voor de nacht met al dan
                                niet voeding door een instelling</al></li><li nr="h."><al>De cliënt: de natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder, die
                                eventueel samen met minderjarige kinderen, gebruik maakt van het
                                voornoemde aanbod van een instelling</al></li><li nr="i."><al>Bijstandsnorm: de van toepassing zijnde norm exclusief
                                vakantietoeslag op 1 januari van het kalenderjaar in de artikelen 20
                                tot en met 30 van de Wet Werk en Bijstand vermeerderd voor personen
                                jonger dan 21 jaar met de van toepassing zijnde toeslagen in de
                                artikelen 6 en 7 van de Richtlijnen Bijzondere Bijstand Tilburg</al></li><li nr="j."><al>Inkomen: de werkelijke inkomsten van de cliënt dan wel indien dit
                                hoger is de hiervoor benoemde van toepassing zijnde bijstandsnorm
                            </al></li><li nr="k."><al>Norm persoonlijke uitgaven: de toepassing zijnde normbedragen
                                exclusief vakantietoeslag ingevolge artikel 23 lid 1 van de Wet Werk
                                en Bijstand bij verblijf in een inrichting (het zak- en kleedgeld),
                                vermeerderd met de premie voor de Collectieve
                                ziektekostenverzekering, die de gemeente Tilburg aanbiedt aan mensen
                                met een uitkering op bijstandsniveau en verminderd met de
                                zorgtoeslag</al></li><li nr="l."><al>Bijdrage: de eigen bijdrage die de cliënt verschuldigd is op basis
                                van deze verordening</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang</titel></kop><lid><lidnr>1)</lidnr><al>Gedurende het gebruik maken van door een instelling aangeboden
                            Voltijdopvang en Crisisopvang, is de cliënt een bijdrage verschuldigd in
                            de kosten van de opvang, uitgezonderd de kosten van begeleiding. </al></lid><lid><lidnr>2)</lidnr><al>De bijdrage wordt bepaald per maand. De bijdrage is verschuldigd voor
                            iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van
                            het aanbod van de instelling. Een gedeelte van een maand wordt naar rato
                            van het aantal dagen berekend op basis van het werkelijke aantal dagen
                            in de betreffende kalendermaand.</al></lid><lid><lidnr>3)</lidnr><al>De bedrage als bedoeld in lid 1 is afhankelijk van het soort opvang en
                            uitsluitend voor Voltijdopvang en Crisisopvang is de bijdrage
                            afhankelijk van het verschil tussen de bijstandsnorm en de norm
                            persoonlijke uitgaven. Indien bij gehuwden een van beide partners
                            gebruik maakt van Voltijdopvang of Crisisopvang wordt bij het bepalen
                            van de bijstandsnorm de regelgeving in de Wet Werk en Bijstand voor
                            opname in een inrichting gevolgd.</al></lid><lid><lidnr>4)</lidnr><al>De bijdrage voor Voltijdopvang en voor Crisisopvang bedraagt het
                            verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de norm voor
                            persoonlijke uitgaven, behoudens wat in deze verordening op de bijdrage
                            in mindering mag worden gebracht. Er is geen bijdrage verschuldigd voor
                            de kosten van begeleiding. </al></lid><lid><lidnr>5)</lidnr><al>Indien de instelling bij Voltijdopvang of Crisisopvang aan de cliënt
                            geen voeding verstrekt, wordt de bijdrage verminderd met een bedrag voor
                            voeding. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag dat het Nationaal Instituut
                            voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent als gemiddelde kosten. In het
                            geval dit bedrag niet bekend is, bepaalt het college het bedrag dat
                            hiervoor in de plaats komt.</al></lid><lid><lidnr>6)</lidnr><al>Voor cliënten die gebruik maken van opvang en tegelijkertijd nog kosten
                            hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage gedurende
                            maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele
                            woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm. Het bepaalde in Artikel 4
                            is hierbij nadrukkelijk van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7)</lidnr><al>De hoogte van de bijdrage voor Voltijdopvang en Crisisopvang wordt
                            jaarlijks op 1 januari opnieuw bepaald op basis van de dan geldende
                            bijstandnormen, de hoogte van de premie voor de ziektekostenverzekering
                            en de zorgtoeslag en de norm voor persoonlijke uitgaven. Daarnaast kan
                            op 1 juli een wijziging van de bijstandsnormen plaatsvinden. Het college
                            hoeft hier geen nieuw besluit over te nemen, zonder nader besluit worden
                            de bedragen automatisch aangepast op basis van deze verordening. Het
                            college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vaststelling van de
                            eigen bijdrage middels een collegebesluit dan wel middels de
                            verleningsbeschikking voor de subsidie aan de instelling. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Innen van de eigen bijdragen voor de maatschappelijke opvang</titel></kop><lid><lidnr>1)</lidnr><al>De instellingen verlenen slechts Voltijdopvang en Crisisopvang aan
                            cliënten die zich tegenover hen verplichten tot het betalen van de in
                            deze verordening bepaalde eigen bijdrage. De instellingen zijn verplicht
                            de vastgestelde bijdrage van de cliënten te innen, uitgezonderd
                            bijzondere regelingen zoals de koudweerregeling.</al></lid><lid><lidnr>2)</lidnr><al>De instellingen mogen de bijdrage die zij innen splitsen in specifieke
                            onderdelen, als dit voor hen van belang is. De totale eigen bijdrage per
                            cliënt mag hierdoor niet wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>3)</lidnr><al>Het college kan aan instellingen die de eigen bijdragen van de cliënten
                            innen, het mandaat verlenen om met in acht nemen van het bepaalde in
                            deze verordening de bijdrage van de individuele cliënten te bepalen. De
                            instelling mag de verlaging van de bijdrage op basis van artikel 2 lid
                            6, evenals op basis van artikel 4 in hun berekening van de bijdrage
                            verwerken, als de cliënt aan de gestelde voorwaarden voldoet. </al></lid><lid><lidnr>4)</lidnr><al>Het college kan andere regels stellen ten aanzien van de inning van de
                            bijdragen middels een collegebesluit dan wel middels de
                            verleningsbeschikking voor de subsidie aan de instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Bijzondere omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1)</lidnr><al>In het geval het werkelijk inkomen verminderd met de op basis van deze
                            verordening bepaalde bijdrage minder bedraagt dan de norm voor
                            persoonlijke uitgaven, wordt de bijdrage zodanig verminderd, dat de norm
                            voor persoonlijke uitgaven beschikbaar blijft. Indien de instelling geen
                            voeding verstrekt, mogen de normkosten voor voeding (artikel 2, lid 5)
                            toegevoegd worden aan de norm voor persoonlijke uitgaven. Dit artikel
                            wordt niet toegepast als de cliënt naar het oordeel van het college
                            verzuimt om voldoende inkomen te verwerven (zoals heffingskortingen en
                            toeslagen). </al></lid><lid><lidnr>2)</lidnr><al>Het college kan besluiten om de bijdrage te verminderen, als zij op
                            basis van de persoonlijke omstandigheden de hoogte van de bijdrage
                            onredelijk vindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op alle instellingen voor
                        Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang, die gesubsidieerde Voltijdopvang
                        en Crisisopvang aanbieden in opdracht van de gemeente Tilburg</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014. Met de
                        inwerkingtreding van deze verordening vervalt het Bijdragebesluit
                        Maatschappelijke opvang van de gemeente Tilburg uit 1996.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Verwijzing naar wetten, richtlijnen en verordeningen</titel></kop><al>In het geval van wijzigingen van wetten, verordeningen en richtlijnen, die
                        zijn vermeld in deze verordening, dan wel nadrukkelijke vervanging van deze
                        wetten, verordeningen en richtlijnen door andere wetten, verordeningen en
                        richtlijnen worden alle verwijzingen in deze verordening naar deze wetten,
                        verordeningen en richtlijnen geacht te zijn naar de gewijzigde dan wel
                        vervangen wetten, verordeningen en richtlijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Eigen Bijdragen
                        Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze
                        verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van
                        overwegende aard leidt.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 30 september 2013</ondertekening><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al/><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In aansluiting op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is de verordening
                        alleen van toepassing op natuurlijke personen van 18 jaar en ouder. Met de
                        begripsbepaling van de cliënt is de verordening daarmee tot deze groep
                        personen beperkt. </al><al>Bij het bepalen van de bijstandsnorm is rekening gehouden met de afwijkende
                        bepalingen in de Wet Werk en Bijstand voor personen van 18 tot 21 jaar. Voor
                        de berekening van de eigen bijdrage worden de toeslagen die vanuit de
                        Bijzondere Bijstand mogelijk zijn meegerekend. Het werkelijke inkomen van de
                        cliënt is van belang als dit hoger is dan de bijstandsnorm voor het bepalen
                        van eventuele verlagingen van de verschuldigde bijdrage.</al><al>Bij het bepalen van de norm voor de persoonlijke uitgaven gaan wij uit van
                        de premie voor de Collectieve ziektekostenverzekering, die de Gemeente
                        Tilburg aanbiedt. Deze premie dekt tevens de eigen bijdrage en is zodoende
                        hoger dan de standaardpremie voor de basisverzekering.</al><al>Zowel bij de bijstandsnorm als bij de norm voor persoonlijke uitgaven wordt
                        de vakantietoeslag buiten beschouwing gelaten. Deze toeslag is noodzakelijk
                        voor bijzondere uitgaven zoals schuldaflossing en om te sparen voor grotere
                        uitgaven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>lid 1, 2 en 3</titel></kop><al>Bij de Voltijdopvang en de Crisisopvang wordt de bijdrage bepaald op basis
                        van het norminkomen, de bijstandsnorm. In het geval een van beide gehuwde
                        partners gebruik van de Voltijdopvang of de Crisisopvang wordt de
                        regelgeving van de Wet Werk en Bijstand (WWB) gevolgd voor opname in een
                        inrichting. Indien een van beide partners in een inrichting is opgenomen,
                        wordt de WWB de som van ieders norm, dat wil zeggen eenmaal de bijstandsnorm
                        voor alleenstaande ouder plus eenmaal zak- en kleedgeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>lid 4</titel></kop><al>Voor Voltijdopvang en Crisisopvang wordt de eigen bijdrage bepaald op basis
                        van de bijstandnorm gekoppeld aan de persoonlijke situatie en gemaximeerd op
                        het verschil tussen die bijstandsnorm en de norm voor persoonlijke uitgaven.
                        Gehuwden waarvan een van beide partners gebruik maakt van de opvang, worden
                        vrijwel altijd als alleenstaande behandeld ten aanzien van de eigen
                        bijdrage. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>lid 5</titel></kop><al>In het geval de instelling geen voeding verstrekt aan de cliënt wordt de
                        bijdrage verlaagd met een redelijk bedrag voor voeding. Daarbij sluiten wij
                        aan bij een onafhankelijke norm, namelijk van het Nibud. Bij volwassenen
                        wordt uitgegaan van het bedrag voor een man van 14-65 jaar met een
                        1-persoons-huishouden. Voor kinderen wordt het bedrag gehanteerd, dat het
                        Nibud hanteert op basis van de leeftijd van het kind (1-3 jaar, 4-8 jaar en
                        9-13 jaar). </al><al>Dit bedrag wordt op basis van dit lid in mindering gebracht op de bijdrage.
                        Dat leidt nooit tot een negatieve bijdrage, maar bij alleenstaanden jonger
                        dan 21 jaar mogelijk wel tot nihil. In het geval het Nibud dit bedrag niet
                        meer vaststelt of bekend maakt, bepaalt het college een andere basis voor
                        dit bedrag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>lid 6</titel></kop><al>Bij de Crisisopvang is het mogelijk, dat de cliënt nog kosten heeft voor een
                        zelfstandige woonruimte en zodoende redelijkerwijs de berekende bijdrage
                        niet kan betalen. Het uitgangspunt is dat Crisisopvang een kortdurende
                        voorziening is, waarbij een termijn van 6 maanden voldoende is om ofwel weer
                        zelfstandig te kunnen wonen dan wel om door te stromen naar een andere vorm
                        van opvang. De eigen bijdrage wordt daarom voor een periode van maximaal 6
                        maanden verlaagd met een forfaitair bedrag van 20% van de bijstandsnorm. In
                        de Richtlijnen voor Bijzondere bijstand wordt uitgegaan van een huurquotum
                        van 16,5% tot 19% van het inkomen, zodat 20% als aftrekpost redelijk
                        is.</al><al>In het geval het werkelijk resterend inkomen ondanks deze verlaging onder de
                        norm voor persoonlijke uitgaven komt, wordt de bijdrage verder verlaagd op
                        basis van artikel 4. Dit kan worden veroorzaakt door relatief hoge
                        woonlasten ten opzichte van het inkomen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>lid 7</titel></kop><al>De eigen bijdrage voor de Voltijdopvang en de Crisisopvang wordt jaarlijks
                        per 1 januari aangepast aan de nieuwe bijstandsnormen en andere in de
                        verordening opgenomen normbedragen. Daarnaast kan op 1 juli een wijziging
                        van de bijstandsnormen plaatsvinden. De instelling dient deze aanpassingen
                        te volgen. Als het college de eigen bijdrage anderszins wil aanpassen, neemt
                        zij daar een expliciet besluit over dat aan de instellingen kenbaar wordt
                        gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>lid 1, 2 en 3</titel></kop><al>Het innen van de eigen bijdrage kan niet door het CAK plaatsvinden, zoals
                        bij de andere eigen bijdragen vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
                        Het is logisch om de instellingen de inning te laten uitvoeren. Het college
                        kan hier van afwijken, als daar reden voor is. </al><al>Het kan voor instellingen of voor cliënten in bepaalde gevallen handig zijn
                        om de bijdrage te splitsen in een bijdrage voor specifieke onderdelen. De
                        instellingen hebben de vrijheid om dit te doen, zolang de totale bijdrage
                        niet verandert.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>lid 5</titel></kop><al>De instellingen zijn verantwoordelijk voor het innen van de bijdrage. Zij
                        beschikken over alle relevante informatie om de bijdrage te bepalen. De
                        instelling kan beoordelen of een eventuele verlaging van de eigen bijdrage
                        binnen de verordening past. De gemeente kan achteraf middels de ontvangen
                        overzichten desgewenst controleren of de verordening juist wordt toegepast.
                        De snelle afhandeling is in het belang van de cliënten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>We willen voorkomen, dat de bijdrage leidt tot een resterend inkomen van de
                        cliënt, dat te laag is voor de noodzakelijke uitgaven. De cliënt dient
                        voldoende middelen te hebben voor de kosten van voeding en persoonlijke
                        uitgaven. </al><al>Het uitgangspunt is daarbij, dat de cliënt alle mogelijke moeite doet om
                        voldoende inkomen te verwerven. De cliënt dient kinderbijslag, huurtoeslag
                        of bijzondere bijstand voor woonlasten aan te vragen. Als de cliënt naar het
                        oordeel van het college anderszins verzuimt om extra inkomen te verwerven,
                        wordt dit artikel niet toegepast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De verordening dient praktisch eenvoudig uitvoerbaar te zijn. Daarvoor is
                        mandatering naar de instellingen noodzakelijk. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De verordening is niet gericht op specifieke instellingen, maar op alle
                        gesubsidieerde aanbieders van de genoemde vormen van maatschappelijke opvang
                        in de gemeente Tilburg. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De verordening gaat in per 1 januari 2014. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>In de verordening wordt verwezen naar meerdere wetten, verordeningen en
                        richtlijnen, die aan verandering onderhevig zijn. De naamgeving kan wijzigen
                        (zoals het jaartal), evenals artikelnummering of de wet, verordening of
                        richtlijn wordt vervangen door een andere wet, richtlijn of verordening. Het
                        is niet zinvol om de verordening daar tussentijds voor aan te passen. In het
                        geval er wel een wezenlijke verandering plaatsvindt of redelijkerwijs niet
                        duidelijk meer is wat een verwijzing inhoudt, zal de verordening worden
                        aangepast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Van de verordening kan afgeweken worden indien dit in individuele gevallen
                        tot onbillijke situaties leidt.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>