<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR311119_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening gemeente Epe 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Epe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Epe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veluws Nieuw, 31-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening gemeente Epe 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art.147 lid 1, Wet werk en bijstand art.7,8,10,10a, Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers art.34,35,36, Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen art.34,35,36, Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2 hoofdstuk 4,de Algemene subsidieverordening van de gemeente Apeldoorn, EG-verordening 2204/2002 betreffende toepassing artikelen 8 en 88 EG-verdrag op werkgelegenheidssteun (Pb 2002, nr. 1337)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013-39612</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Re-integratieverordening gemeente Epe 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>DE RAAD DER GEMEENTE EPE</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november
                        2013</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 147, eerste lid Gemeentewet, de artikelen 7, 8 en 10 en 10a
                        van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35, 36 van de Wet
                        inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                        werknemers, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening voor
                        oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, hoofdstuk
                        4, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene
                        subsidieverordening van de gemeente Apeldoorn, EG-verordening 2204/2002
                        betreffende toepassing artikelen 8 en 88 EG-verdrag op werkgelegenheidssteun
                        (Pb 2002, nr. 1337);</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>BESLUIT</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Vast te stellen de <vet>Re-integratieverordening gemeente Epe
                        2013</vet>.</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>
              <vet>Algemene bepalingen</vet>
            </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>
                <vet>Definities</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li>
                <li nr="b."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li>
                <li nr="c."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li>
                <li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        Epe</al></li>
                <li nr="e."><al>raad: de gemeenteraad van de gemeente Epe</al></li>
                <li nr="f."><al>doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7 van de
                                        wet, artikel 34 IOAW en artikel 34 IOAZ door de gemeente
                                        ondersteuning kan worden geboden;</al></li>
                <li nr="g."><al>uitkeringsgerechtigde: persoon die een periodieke uitkering
                                        voor levensonderhoud ontvangt op grond van de wet, de IOAW
                                        of de IOAZ;</al></li>
                <li nr="h."><al>belanghebbende: het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt
                                        op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt
                                        geboden;</al></li>
                <li nr="i."><al>werknemer: het lid van de doelgroep dat een dienstverband
                                        heeft met een werkgever die daarvoor subsidie ontvangt op
                                        grond van deze verordening;</al></li>
                <li nr="j."><al>ondersteuning: ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de
                                        wet, artikel 34 IOAW en artikel 34 IOAZ;</al></li>
                <li nr="k."><al>traject: een proces waarbij één of meer
                                        re-integratievoorzieningen worden ingezet;</al></li>
                <li nr="l."><al>re-integratievoorzieningen: voorzieningen die het college
                                        ter beschikking stelt voor het bieden van ondersteuning als
                                        bedoeld in artikel 7 van de wet;</al></li>
                <li nr="m."><al>arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                        recht. Met een arbeidsovereenkomst wordt gelijk gesteld een
                                        aanstelling op grond van het ambtenarenrecht.</al></li>
              </lijst>
              <al/>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De begripsbepalingen van de wet zijn op deze verordening van
                                toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>
                <vet>Reikwijdte</vet>
              </titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening vindt uitdrukkelijk mede haar grondslag in de
                            bepalingen van de EG-verordening betreffende werkgelegenheidssteun en de
                            beleidsaanbeveling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
                            Werkgelegenheid zoals opgenomen in de Verzamelbrief van april 2004 met
                            kenmerk Intercom/2004/24233, vooral waar het betreft de vormgeving van
                            de voorziening gesubsidieerde arbeid.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>
                <vet>Opdracht aan het college</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college biedt ondersteuning bij de arbeidsinschakeling voor
                                zover het college dat noodzakelijk acht aan leden van de doelgroep
                                en een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van
                                re-integratie-voorzieningen. Het college houdt daarbij rekening met
                                de aard en omvang van door haar te bepalen doelgroepen en de
                                voorzieningen die het meest geschikt zijn voor de leden van die
                                doelgroepen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan bij het bepalen van het aanbod aan
                                re-integratie-voorzieningen prioriteiten stellen in verband met de
                                financiële mogelijkheden en maatschappelijke, economische en
                                conjuncturele ontwikkelingen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college bevordert de beschikbaarheid van voorzieningen voor de
                                opvang van kinderen jonger dan 12 jaar voor leden van de doelgroep,
                                voor zover die opvang nodig is voor het volgen van een traject, of
                                voor arbeidsinschakeling of voor het bereiken van het doel van een
                                traject of een re-integratie-voorziening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>
                <vet>Beleidskader Wwb en uitvoeringsplan</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De raad heeft ter nadere toelichting op deze verordening een
                                beleidskader WWB vastgesteld, waarin prioriteiten worden
                                aangegeven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Dit kader omvat in elk geval:</al>
              <lijst>
                <li nr="*"><al>een omschrijving van het beleid ten aanzien van de
                                        verschillende doelgroepen, waarbij een evenwichtige aanpak
                                        als uitgangspunt wordt genomen; </al></li>
                <li nr="*"><al> criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de
                                        arbeidsverplichting waarbij in het bijzonder aandacht wordt
                                        besteed aan de combinatie van werk en zorg.</al></li>
              </lijst>
              <al/>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college stelt op basis van het beleidskader WWB jaarlijks een
                                uitvoeringsplan re-integratie vast en zendt dit plan ter kennisname
                                aan de raad.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>
                <vet>Sluitende aanpak</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Elke uitkeringsgerechtigde ontvangt, indien het college dit
                                noodzakelijk acht, een aanbod voor een voorziening gericht op
                                inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid, met in acht neming
                                van het bepaalde in artikel 6.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het eerste lid is niet van toepassing indien het college heeft
                                bepaald dat voor deze persoon een tijdelijke (volledige) ontheffing
                                van de arbeidsverplichting geldt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van het bepaalde in
                                het eerste lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien een alleenstaande ouder één of meer zorgbehoeftige,
                                thuiswonende gehandicapte kinderen, jonger dan 18 jaar bij de
                                voorgeschreven individuele toetsing van de persoonlijke
                                omstandigheden, te kennen geeft de zorgplicht zelf te willen
                                vervullen, dient het college deze wens in te passen binnen het te
                                voeren maatwerk. Het leveren van zorg binnen het eigen gezin kan in
                                deze situatie worden gezien als (onbetaalde) arbeid, voor zover dit
                                is toegestaan binnen de wettelijke mogelijkheden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college dient bij het criterium alleenstaande ouder met kinderen
                                jonger dan 12 jaar, bij het aanbieden van een re-integratietraject,
                                zich eerst genoegzaam te overtuigen van de beschikbaarheid van
                                passende kinderopvang, voldoende scholing en rekening te houden met
                                de belastbaarheid van de alleenstaande ouder.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>
                <vet>Budgetplafonds</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan één of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld
                                budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een
                                specifieke voorziening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>
              <vet>Ondersteuning</vet>
            </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>
                <vet>Doel van de ondersteuning</vet>
              </titel>
            </kop>
            <al>Het college kan aan een lid van de doelgroep ondersteuning bieden bij
                            het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid, of als dat doel niet
                            bereikbaar is, bij zelfstandige maatschappelijke participatie.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>
                <vet>Vorm van de ondersteuning </vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden van een traject,
                                of door het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing
                                naar andere instanties</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de inzet van re-integratie-voorzieningen wordt gekozen voor de
                                voorziening die beschikbaar is en dat adequaat en toereikend is voor
                                het doel dat beoogd wordt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Re-integratievoorzieningen die gericht zijn op de
                                arbeidsinschakeling worden alleen ingezet als zonder die inzet het
                                vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting van de wet niet nakomt; </al></li>
                <li nr="b."><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep van de wet; </al></li>
                <li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
                                    </al></li>
                <li nr="d."><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan een snelle
                                        arbeidsinschakeling.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>
                <vet>Onderzoek</vet>
              </titel>
            </kop>
            <al>Het college kan, voordat besloten wordt tot de inzet van een
                            re-integratie-voorziening, een onderzoek (laten) doen naar de
                            mogelijkheden tot arbeidsinschakeling van belanghebbende.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>
                <vet>Verplichtingen</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onverminderd andere verplichtingen die gelden op grond van de wet of
                                van andere wetten, gelden voor de belanghebbende de volgende
                                verplichtingen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het verstrekken van de inlichtingen aan het college die
                                        nodig zijn voor het bepalen van een geschikt traject;</al></li>
                <li nr="b."><al>het meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden van
                                        arbeidsinschakeling; </al></li>
                <li nr="c."><al>het naar vermogen uitvoering geven aan de verschillende
                                        onderdelen van het traject; </al></li>
                <li nr="d."><al>na te laten hetgeen de realisatie van het traject belemmert.
                                    </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de wet, IOAW of IOAZ en deze verordening, aan een voorziening
                                andere verplichtingen verbinden. Het college neemt deze
                                verplichtingen op in de beschikking gericht aan belanghebbende.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het niet-nakomen van één of meer verplichtingen als genoemd in
                                voorgaandeleden van dit artikel wordt gesanctioneerd overeenkomstig
                                het bepaalde in de betreffende Maatregelenverordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die
                                gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan de
                                verplichtingen van de wet, deze verordening of andere bij besluit
                                van het college opgelegde verplichting, kan het college de kosten
                                van een voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college neemt de besluiten bedoeld in het voorgaande lid van dit
                                artikel niet:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>wanneer de daar bedoelde gedragingen van de persoon die
                                        deelneemt aan de voorziening niet of slechts in geringe mate
                                        verwijtbaar zijn; of</al></li>
                <li nr="b."><al>wanneer er sprake is van dringende redenen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>
              <vet>Re-integratievoorzieningen</vet>
            </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>
                <vet>Re-integratievoorzieningen</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan één of meer van de volgende voorzieningen
                                inzetten:</al>
              <al>· Matching;</al>
              <al>· Proefplaatsing; </al>
              <al>· Jobcoaching;</al>
              <al>· Scholing; </al>
              <al>· Individuele Re-integratie Overeenkomst;</al>
              <al>· Leerwerkstage;</al>
              <al>· Direct Werk; </al>
              <al>· Participatieplaats;</al>
              <al>· Sociale activering;</al>
              <al>· Werkgeverssubsidie;</al>
              <al>· No risk-polis.</al>
              <al/>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het traject kan ook schuldhulpverlening als instrument bevatten
                                indien schulden de re-integratie in de weg (kunnen) staan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Trajecten kunnen zowel worden verzorgd door het college als door
                                externe partijen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>
                <vet>Matching </vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Matching heeft als doel een belanghebbende direct te bemiddelen naar
                                een dienstbetrekking</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De bemiddeling kan worden gecombineerd met het volgen van een
                                kortdurende cursus of training.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>
                <vet>Proefplaatsing</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Proefplaatsing heeft tot doel een belanghebbende werkervaring op te
                                laten doen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Met behoud van uitkering kan belanghebbende voor de duur van
                                maximaal 3 maanden deze werkervaring op doen bij een werkgever.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>
                <vet>Jobcoaching</vet>
              </titel>
            </kop>
            <al>Het college kan ondersteuning bieden in de vorm van jobcoaching tijdens
                            een arbeidsovereenkomst of bij proefplaatsing teneinde voortijdige
                            uitval te voorkomen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>
                <vet>Scholing</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Scholing heeft tot doel de afstand tot het verkrijgen van algemeen
                                geaccepteerde arbeid te verkleinen of te overbruggen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan alleen scholing aanbieden gericht op
                                arbeidsinschakeling als het verwerven en behouden van algemeen
                                geaccepteerde arbeid zonder inzet van dit instrument voor
                                belanghebbende naar het oordeel van het college niet haalbaar
                                is.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>
                <vet>Individuele Re-integratie Overeenkomst</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een belanghebbende kan het college een voorstel doen voor een
                                individueel re-integratietraject.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan na goedkeuring, middelen beschikbaar stellen voor
                                het traject zoals in het eerste lid 1 van dit artikel bedoeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Dit traject wordt slechts goedgekeurd indien redelijkerwijs kan
                                worden aangenomen dat door middel van het traject binnen een korte
                                periode tegen aanvaardbare kosten arbeids-inschakeling kan worden
                                bereikt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het individueel re-integratietraject kan bestaan uit inschakeling
                                van een re-integratiebedrijf en/of uit scholing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Indien gebruik wordt gemaakt van een re-integratiebedrijf dan worden
                                de rechten en plichten in een overeenkomst vastgelegd tussen het
                                college, de belanghebbende en het re-integratiebedrijf, voordat het
                                individueel re-integratietraject kan worden gevolgd.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>
                <vet>Leerwerkstage</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De leerwerkstage heeft als doel de belanghebbende, met behoud van
                                een bijstandsuitkering, door middel van een stage, werkervaring en
                                vaardigheden op te laten doen in een bepaald vakgebied en daarmee
                                betaalde arbeid te kunnen realiseren.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De maximale duur van een leerwerkstage is 12 maanden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een leerwerkstage kan gecombineerd worden met scholing of
                                training.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>
                <vet>Direct Werk</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Direct Werk heeft als doel het opdoen of behouden van
                                arbeidsritme.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Deze voorziening kan tevens worden ingezet om een uitgebreide
                                diagnose te stellen voor wat betreft de capaciteiten of competenties
                                van een belanghebbende.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Gedurende maximaal 36 uur per week worden werkzaamheden verricht met
                                behoud van uitkering.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Tijdens deze voorziening wordt er begeleiding geboden onder
                                verantwoordelijkheid van het college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De begeleiding kan worden gecombineerd met een opleiding of
                                training.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De duur van dit instrument is maximaal 26 weken aaneengesloten</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Indien deze voorziening wordt onderbroken dan kan het worden
                                verlengd totdat 26 weken werkzaamheden zijn verricht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al>Verlenging is mogelijk indien, naar het oordeel van het college, dit
                                de kansen op reguliere arbeid vergroot of, door deze voorziening
                                niet opnieuw inzetten, de afstand tot de arbeidsmarkt groter
                                wordt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>
                <vet>Participatieplaats</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze voorziening wordt ingezet indien een uitkeringsgerechtigde op
                                grond van de WWB voor wie de kans op inschakeling in het
                                arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar
                                is op de arbeidsmarkt, en deze voorziening wordt ingezet als eerste
                                opstap richting arbeidsinschakeling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het traject bestaat uit het verrichten van additionele arbeid met
                                behoud van uitkering waarbij de begeleiding plaatsvindt door één of
                                meer inlenende partijen onder gemeentelijke
                                verantwoordelijkheid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De organisatie/werkgever die een participatieplaats realiseert, kan
                                in aanmerking komen voor een vergoeding. Deze vergoeding bedraagt
                                per bezette participatieplaats maximaal € 500 per half jaar met een
                                maximale duur van twee jaren. Om voor vergoeding in aanmerking te
                                komen moet de organisatie/werkgever zorg dragen voor de begeleiding
                                van de participant.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>
                <vet>Sociale Activering</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De voorziening wordt ingezet indien een belanghebbende een grote
                                afstand heeft tot de arbeidsmarkt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het doel van deze voorziening is een eerste stap op weg naar
                                reguliere arbeid te zetten dan wel, indien arbeidsinschakeling nog
                                niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke
                                participatie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De belanghebbende behoudt gedurende deze voorziening zijn uitkering
                                op grond van de wet, de IOAW of IOAZ.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>
                <vet>Werkgeverssubsidie</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan op aanvraag aan werkgevers, met inachtneming van het
                                gestelde in deze verordening, ten behoeve van de arbeidsinschakeling
                                van leden van de doelgroep een werkgeverssubsidie verlenen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In nadere regels bepaalt het college welk soort werkgeverssubsidies
                                kan worden aangeboden, onder welke voorwaarden en voor welk
                                bedrag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>
                <vet>No risk-polis</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan besluiten om een no risk-polis voor de werkgever in
                                te zetten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Deze polis dekt de loonschade welke ontstaat bij ziekte van de
                                werknemer die in dienst is bij die werkgever.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De polis kan alleen worden ingezet bij een arbeidsovereenkomst,
                                waarbij de duur minimaal een half jaar is en waarbij de betreffende
                                werknemer geen aanspraak meer heeft op een uitkering op grond van de
                                wet.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>
              <vet>Slotbepalingen </vet>
            </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
              <titel>
                <vet>Hardheidsclausule</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende
                                afwijken van de bepalingen in deze verordening indien de toepassing
                                tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college beslist in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
              <titel>
                <vet>Overgangsrecht</vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Op voorzieningen die zijn ingezet op basis van de
                                Re-integratieverordening gemeente Epe 2004 blijven de bepalingen van
                                die verordening van kracht, behoudens hetgeen is bepaald over het
                                verlengen van de werkervaringsbaan in artikel 18, vierde lid van
                                deze verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Personen die vóór inwerkingtreding van deze verordening recht hebben
                                op een premie op grond van de Re-integratieverordening gemeente Epe
                                2004, behouden het recht op deze premie, ook al loopt de periode
                                waarop de premie betrekking heeft door na inwerkingtreding van deze
                                verordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>
                <vet>Citeerwijze, inwerkingtreding en intrekking </vet>
              </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Re-integratieverordening
                                gemeente Epe 2013’.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking de dag nadat deze verordening
                                bekend is gemaakt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De Re-integratieverordening gemeente Epe, vastgesteld op 23
                                september 2004, komt met de inwerkingtreding van deze verordening te
                                vervallen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 december
                                2013</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening>
        <ondertekening>de voorzitter, Ir. H. van der Hoeve MPA.</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, V. Smit. </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Nota-toelichting</titel>
        </kop>
        <al>
          <vet>ALGEMENE TOELICHTING </vet>
        </al>
        <al>Deze verordening regelt de ondersteuning die de gemeente biedt bij de
                    arbeidsinschakeling van werklozen die horen tot de doelgroep. De opdracht om die
                    ondersteuning te bieden is geregeld in artikel 7 van de Wet werk en bijstand
                    (WWB). Het voorschrift om een verordening vast te stellen waarin deze
                    ondersteuning nader vorm wordt gegeven volgt uit artikel 8 WWB.</al>
        <al>Vergelijkbare bepalingen zijn opgenomen in artikelen 34 en 35 van de Wet
                    inkomensvoorzieningen oudere en gedeeltelijk arbeidongeschikte werkloze
                    werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1 Definities </vet>
        </al>
        <al>Dit artikel bevat een aantal begripsbepalingen.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2 Reikwijdte </vet>
        </al>
        <al>In de aanhef en dit artikel wordt verwezen naar de EG-verordeningen omdat deze
                    EG-verordeningen voorschrijven dat wanneer sprake is van een gemeentelijke
                    regeling van werkgeverssteun aan bedrijven een verwijzing naar deze
                    verordeningen noodzakelijk is. Aan deze verplichting is hiermee voldaan.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3 Opdracht aan het college </vet>
        </al>
        <al>Het college heeft de verantwoordelijkheid voor het bieden van ondersteuning.
                    Hoewel belanghebbenden aanspraak kunnen maken op ondersteuning, is er geen
                    afdwingbaar recht op ondersteuning op de manier zoals de belanghebbende dat het
                    liefst zou zien. Het is aan het college om te zorgen voor een voldoende aanbod
                    van re-integratie-voorzieningen, maar het college heeft daarbij te maken met
                    beperkte middelen, terwijl de vraag naar ondersteuning afhankelijk is van een
                    veelheid aan sociaal-economische factoren. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4 Beleidskader WWB en uitvoeringsplan </vet>
        </al>
        <al>Zoals ook in de algemene toelichting is gesteld, verplicht de WWB de raad om het
                    re-integratiebeleid in een verordening vast te leggen. Hier is gekozen voor de
                    systematiek om niet alles in de verordening te regelen, maar ook gebruik te
                    maken van een beleidskader. </al>
        <al>Het eerste lid geeft aan dat de raad ter nadere toelichting op de verordening
                    een beleidskader vaststelt. In het tweede lid is aangegeven welke specifieke
                    beleidsonderwerpen in dit kader in ieder geval aan de orde dienen te komen. Het
                    derde lid draagt het college op om jaarlijks een uitvoeringsplan re-integratie
                    vast te stellen en dit ter kennisname aan de raad te zenden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5 Sluitende aanpak </vet>
        </al>
        <al>De WWB kent geen bepaling over sluitende aanpak. De wetgever gaat ervan uit dat
                    door de systematiek van de wet er in de praktijk de facto een sluitende aanpak
                    ontstaat. Desondanks kan de gemeente van oordeel zijn dat een sluitende aanpak
                    geregeld dient te worden. In de gemeente Apeldoorn is hiervoor gekozen. Er geldt
                    een sluitende aanpak voor alle nieuwe instroom. Alle belanghebbenden die
                    instromen dienen actief bezig te zijn met hun re-integratie naar werk. Er dient
                    voor gewaakt te worden dat te snel dure of onnodig lange trajecten worden
                    ingezet. Een sluitende aanpak mag niet louter een vangnet zijn maar moet vooral
                    als een trampoline fungeren.</al>
        <al>Het tweede lid geeft aan dat de sluitende aanpak niet van toepassing is op
                    diegenen die een ontheffing van de arbeidsverplichting hebben gekregen. Het
                    derde lid geeft het college de mogelijkheid om van de algemene sluitende aanpak
                    in specifieke, individuele gevallen af te wijken. Het vierde en vijfde lidzijn
                    bij amendement ingevoegd en strekken ertoe de zorg van ouders voor gehandicapte
                    kinderen onder de 18 jaar en jonge kinderen onder de 12 jaar bij de toepassing
                    van de re-integratieverordening, te waarborgen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6 Budgetplafonds </vet>
        </al>
        <al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een verdeling maken van
                    de middelen over de verschillende voorzieningen. Dit kan in het beleidskader
                    gebeuren (zie het artikel over beleidskader). Het uitgeput zijn van
                    begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn om aanvragen voor voorzieningen
                    te weigeren. Om dat wel mogelijk te maken kan de gemeente bij verordening
                    budgetplafonds instellen.</al>
        <al>De WWB stelt dat het ontbreken van financiële middelen alleen, geen reden kan
                    zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan na te gaan welke
                    andere, goedkopere alternatieven beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er geen
                    algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wél kan is dat per voorziening een
                    plafond wordt ingebouwd; dit laat de mogelijkheid open dat er naar een ander
                    instrument wordt uitgeweken.</al>
        <al>In dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van het college om plafonds in
                    te stellen. Een mogelijkheid is dat bij de vaststelling van de plafonds wordt
                    verwezen naar de bedragen die in het beleidskader of in de begroting voor de
                    verschillende voorzieningen worden gereserveerd.</al>
        <al>Een budgetplafond geldt voor de overige uitgaven die het college doet in het
                    kader van voorzieningen. Daarnaast kan het college op grond van de Algemene
                    subsidieverordening één of meer subsidieplafonds vaststellen voor de
                    voorzieningen die subsidies inhouden. En op grond van de Algemene wet
                    bestuursrecht kan het college bij overschrijding van het subsidieplafond een
                    verzoek om subsidie afwijzen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 8 Vorm van de ondersteuning </vet>
        </al>
        <al>Ondersteuning hoeft niet altijd te bestaan uit een door derden uitgevoerde
                    diagnose, gevolgd door een vastgesteld traject met één of meerdere
                    re-integratie-voorzieningen. Re-integratie-voorzieningen worden alleen ingezet
                    als zonder die inzet het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk
                    is. Re-integratie moet de kortste weg naar arbeid zijn. Bovendien worden de
                    voorzieningen alleen ingezet als aan de hand van onderzoek (diagnose) is
                    gebleken dat door de inzet van die voorzieningen het vinden van algemeen
                    geaccepteerde arbeid binnen afzienbare tijd mogelijk wordt. Bij de toepassing
                    van ondersteuning en inzet van een voorziening moet voorop staan dat een
                    belanghebbende zo snel mogelijk kan uitstromen. Dit ligt besloten in de term
                    “adequaat” in dit artikel. Daarmee wordt niet alleen de tijd tussen de inzet van
                    de voorziening en de werkaanvaarding bedoeld, maar ook de inspanningen die het
                    kost om dat doel te bereiken.</al>
        <al>Alleen als arbeidsinschakeling binnen afzienbare termijn niet tot de
                    mogelijkheden behoort, kan zelfstandige maatschappelijke participatie een doel
                    van de inzet van re-integratie-voorzieningen zijn. Dit staat geregeld in het
                    derde lid. Ook in dat geval geldt dat de voorzieningbeschikbaar moet zijn en dat
                    het adequaat en toereikend moet zijn voor het beoogde doel. </al>
        <al>De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de inhoud van het traject ligt bij
                    het college, dat immers ook verantwoordelijk is voor de efficiënte en
                    doelgerichte inzet van schaarse middelen. Binnen de grenzen van die
                    verantwoordelijkheid wordt rekening gehouden met de wensen van de
                    belanghebbende. Voor het slagen van het traject is uiteraard de motivatie van de
                    belanghebbende belangrijk. Bovendien wordt, voordat tot het traject wordt
                    besloten, de inhoud van het traject besproken met de belanghebbende, waarna het
                    trajectplan door beide partijen wordt ondertekend.</al>
        <al>Het vijfde lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen en in
                    welke </al>
        <al>gevallen zij dat kan doen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 9 Onderzoek </vet>
        </al>
        <al>In de meeste gevallen zal voordat tot de inzet van re-integratie-voorzieningen
                    wordt besloten een diagnose worden gesteld. Eventueel kan na een zelf verricht
                    onderzoek besloten worden alsnog advies van derden in te winnen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 10 Verplichtingen </vet>
        </al>
        <al>Het succesvol voltooien van een traject is niet mogelijk zonder de inzet van de
                    uitkeringsgerechtigde. De motivatie ontstaat door het uitzicht op
                    zelfredzaamheid, door het betrekken van de wensen van de klant in het traject,
                    maar ook door (de dreiging) met sancties.</al>
        <al>Deelname aan re-integratie is niet vrijblijvend. Uitkeringsgerechtigden zijn
                    reeds door het ontvangen van een uitkering aan bepaalde verplichtingen gehouden. </al>
        <al>Voor diegenen zonder uitkering moeten voorwaarden aan het re-integratietraject
                    gekoppeld worden. Het niet nakomen van de verplichtingen geeft de mogelijkheid
                    om een traject af te breken of gevraagde ondersteuning te weigeren, bijvoorbeeld
                    als iemand niet mee wil werken aan een onderzoek. Ook is denkbaar dat gemaakte
                    kosten op de belanghebbende worden verhaald, als door verwijtbaar handelen een
                    traject niet tot het gewenste resultaat leidt. Om die mogelijkheid open te
                    houden is het wenselijk dat de belangrijkste voorwaarden voor het behalen van
                    succes als verplichting zijn opgenomen.</al>
        <al>Natuurlijk heeft de belanghebbende ook rechten om tegen onwelgevallige
                    beslissingen van de gemeente op te komen. Deze rechten zijn meestal elders in
                    wet- of regelgeving ondergebracht. Tegen beslissingen op grond van deze
                    verordening staat bezwaar en beroep open op grond van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb). Het recht op inzage in gegevens en zonodig correctie
                    daarvan is geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). </al>
        <al>In dit artikel worden expliciet de verplichtingen benoemd die verbonden zijn aan
                    de belanghebbende die een beroep kunnen doen op de bepalingen zoals die in deze
                    verordening zijn genoemd. Een aantal verplichtingen is specifiek verbonden aan
                    de arbeidsinschakeling. In dit artikel wordt een aanvulling gegeven op de
                    verplichtingen die in de verschillende wetten zijn geregeld.</al>
        <al>In sub b wordt aangegeven dat een belanghebbende verplicht wordt om mee te
                    werken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. Het niet
                    nakomen van de verplichtingen in sub a en b van dit artikel kan worden
                    gesanctioneerd op grond van betreffende maatregelenverordening.</al>
        <al>De verplichting zoals is genoemd in sub c van dit artikel kan worden
                    gesanctioneerd op grond van de maatregelenverordening. Het is uiteraard de
                    bedoeling dat een belanghebbende als een traject wordt ingezet zich volledig
                    inzet ter uitvoering van dit traject. </al>
        <al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening nadere
                    verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard zijn met
                    het oog op de re-integratie van belanghebbende. </al>
        <al>De bepalingen uit deze verordening zijn in eerste instantie bedoeld om de
                    arbeidsinschakeling te bewerkstelligen. Een belanghebbende zal het doel van een
                    traject of een re-integratie-voorziening niet in de weg mogen staan. Iedere
                    gedraging die het doel in de weg kan staan, kan worden gesanctioneerd. De
                    betreffende maatregelenverordening voorziet hierin. Bij
                    niet-uitkeringsgerechtigden kan het college in een dergelijke situatie tot
                    terugvordering van de gemaakte kosten besluiten. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 11 Re-integratievoorzieningen </vet>
        </al>
        <al>Dit artikel geeft een opsomming van mogelijke voorzieningen die door het college
                    kunnen worden ingezet.</al>
        <al>Het bestaan van schulden kan een succesvolle re-integratie in de weg staan. Het
                    is dan van belang om ook de schuldenpositie te verbeteren of te stabiliseren.
                    Vandaar dat nadrukkelijk in dit artikel is aangegeven dat het instrument van
                    schuldhulpverlening bij de Stadsbank kan worden ingezet binnen een traject. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 12 Matching </vet>
        </al>
        <al>Directe bemiddeling kan voor een aantal belanghebbenden, die een relatief korte
                    afstand hebben tot de arbeidsmarkt, als voorziening worden ingezet. Een cursus
                    of scholing kan hiermee samengaan. Het doel van matching is om na een korte
                    actie uitstroom te bereiken. Bij deze voorziening moet een gerede kans aanwezig
                    zijn dat een baan kan worden gevonden voor een belanghebbende. De belanghebbende
                    zal normaliter een niet al te grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 13 Proefplaatsing </vet>
        </al>
        <al>Er is hierbij geen sprake van een arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft de
                    intentie om de belanghebbende bij goed functioneren na de proefplaatsing een
                    arbeidsovereenkomst te bieden. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 14 Jobcoaching </vet>
        </al>
        <al>Het college kan de werkgever en uitkeringsgerechtigde met een WWB-uitkering
                    ondersteuning bieden in de vorm van een jobcoaching gedurende
                    dearbeidsovereenkomst of tijdens de proefplaatsing om voortijdige uitval te
                    voorkomen. Het college bepaalt de inzet van de jobcoach.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 15 Scholing </vet>
        </al>
        <al>Scholing betreft educatie op diverse niveaus, of een beroepsgerichte scholing of
                    training die gericht is op het verwerven van functionele vaardigheden voor een
                    specifiek beroep. Dit instrument kan naast andere voorzieningen, maar ook als
                    een zelfstandige voorziening, worden ingezet. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 16 Individuele Re-integratie Overeenkomst </vet>
        </al>
        <al>Een uitgangspunt van het re-integratiebeleid van de gemeente is (het herwinnen
                    van) de eigen zelfredzaamheid van de klant. Het re-integratietraject moet de
                    kortste weg naar arbeidsinschakeling zijn. De belanghebbende kan hiervoor
                    ondersteuning en een voorziening krijgen van de gemeente. Soms heeft een
                    belanghebbende deze ondersteuning nodig, soms heeft hij/zij zelf duidelijke
                    ideeën hoe het snelste kan worden gereïntegreerd. Voor die belanghebbende
                    bestaat sinds 1 februari 2006, de mogelijkheid van het afsluiten van een
                    Individuele Re-integratie Overeenkomst (IRO). Een belanghebbende kan zelf een
                    voorstel van een traject indienen. Het college (gemandateerden) beoordeelt dit
                    verzoek en toetst of het traject bijdraagt aan een succesvolle re-integratie. De
                    tijd die ermee is gemoeid en de investering die het vergt worden hierbij
                    afgewogen. Indien een ander traject naar het oordeel van het college betere
                    mogelijkheden biedt op uitstroom, dan kan afwijzend worden beslist op het
                    verzoek van belanghebbende. In alle gevallen is de kortste weg naar arbeid
                    bepalend. </al>
        <al>Het traject kan bestaan uit het inschakelen van een re-integratiebedrijf maar
                    ook het volgen van scholing behoort tot de mogelijkheden. In het geval een
                    belanghebbende wordt begeleid door een geregistreerd re-integratiebedrijf dan
                    wordt in een overeenkomst de afspraken (rechten en plichten) vastgelegd.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 17 Leerwerkstage </vet>
        </al>
        <al>Indien uit de diagnose blijkt dat een belanghebbende bepaalde vaardigheden
                    ontbeert of andere kwalificaties moet behalen dan kan de leerwerkstage uitkomst
                    bieden. De leerwerkstage heeft als belangrijkste doel het opdoen van
                    vaardigheden in een vakgebied, waardoor uitstroom naar betaald werk mogelijk
                    wordt gemaakt (training on the job). Naast het opdoen van vaardigheden is een
                    doel van de leerwerkstage ook het leren werken in een arbeidsrelatie. Een
                    belanghebbende kan wennen aan aspecten als gezag, werkritme en het
                    samenwerken.</al>
        <al>De duur van een leerwerkstage is beperkt tot maximaal een jaar. Voor de term
                    werkstage is gekozen om te benadrukken dat het gaat om een soort
                    scholingsinstrument: niet de arbeid zelf, maar het leren werken staat centraal.
                    Er is ook geen sprake van een arbeidsovereenkomst. De werknemer zal derhalve
                    rechtens geen loonbetaling kunnen afdwingen.</al>
        <al>Het re-integratiebedrijf dient te zorgen voor een werkplek en zal belanghebbende
                    moeten begeleiden. Belanghebbende behoudt tijdens de duur van de stage een
                    bijstandsuitkering.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 18 Direct Werk </vet>
        </al>
        <al>Direct Werk kan direct na de melding of aanvraag van een uitkering als
                    instrument worden ingezet. Van een belanghebbende wordt verwacht dat gedurende
                    maximaal 36 uur per week lichte productiewerkzaamheden worden verricht met
                    behoud van uitkering. Tijdens de duur van deze voorziening wordt begeleiding
                    aangeboden. De voorziening kan worden ingezet als een belanghebbende werkritme
                    moet opdoen of behouden. Tevens kan het worden ingezet als diagnose-instrument
                    om de capaciteiten, competenties en werkhouding beter in beeld te brengen.
                    Deelname is verplicht en verzuim heeft tot gevolg dat de uitkering op grond van
                    de betreffende maatregelenverordening van de gemeente Apeldoorn wordt verlaagd. </al>
        <al>De voorziening kan gedurende een periode van 26 weken worden ingezet. Deze
                    periode dient zoveel mogelijk aaneengesloten te zijn. Indien een belanghebbende
                    deze periode onderbreekt dan wordt het traject verlengd met de periode die
                    onderbroken is. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 19 Participatieplaats </vet>
        </al>
        <al>Met ingang van 1 januari 2009 is de Participatieplaats opgenomen in de Wet werk
                    en bijstand (artikel 10a). Deze voorziening kende de gemeente Epe al geruime
                    tijd voor 1 januari 2009 In de wet is nu bepaald dat de gemeente scholing moet
                    aanbieden en ieder half jaar een premie moet gaan verstrekken. In de
                    Re-integratieverordening moet de gemeente regels stellen over de scholing die
                    moet worden aangeboden en de premie die per half jaar moet worden verstrekt. </al>
        <al>Een participatieplaats wordt ingezet voor mensen aan de onderkant van de
                    arbeidsmarkt. Deze voorziening heeft als doelstelling dat een belanghebbende een
                    volgende trede van de participatieladder (bijvoorbeeld de gemeentelijke
                    subsidiebanen) bereikt. De participatieplaats is een vorm van werken met behoud
                    van uitkering waarbij begeleiding wordt geboden onder verantwoordelijkheid van
                    het college. </al>
        <al>De gemeente zal ook periodiek moeten toetsen of de participatieplaats nog steeds
                    de juiste en kortste weg is naar reguliere arbeid. Het eerste peilmoment is in
                    ieder geval na 9 maanden na aanvang van het traject. Indien de gemeente tot de
                    conclusie komt dat het traject niet bijdraagt tot de arbeidsinschakeling, dan
                    eindigt het traject na 12 maanden. </al>
        <al>De werkzaamheden binnen een participatieplaats zijn additioneel van aard.
                    Additionaliteit houdt in dat het een speciaal gecreëerde functie betreft of een
                    reeds bestaande functie die een uitkeringsgerechtigde alleen met speciale
                    begeleiding kan verrichten. </al>
        <al>Indien een belanghebbende niet over een startkwalificatie beschikt, wordt door
                    de gemeente een opleiding of een scholing aangeboden. Dit moet een gepast
                    instrument zijn. Het kan zijn dat een belanghebbende niet de capaciteiten heeft
                    om scholing te volgen, of dat de scholing redelijkerwijs niet kan bijdragen aan
                    de arbeidsinschakeling. Ook als een belanghebbende een andere problematiek
                    ondervindt die het volgen van scholing belemmert, kan worden afgezien van het
                    aanbieden van scholing. In de toelichting op de wet wordt bijvoorbeeld gesproken
                    over verslavingsproblematiek. De wet lijkt het aanbieden van scholing dwingend
                    voor te schrijven. Echter, het college zal in alle gevallen moeten beoordelen of
                    scholing wel een gepast en adequaat middel is om de afstand tot de arbeidsmarkt
                    te verkleinen. Het is dus denkbaar dat het college een andere voorziening dan
                    scholing aanbiedt om de afstand te verkleinen.</al>
        <al>De duur van een participatieplaats is in beginsel twee jaar. Als gebleken is dat
                    belanghebbende toch niet de volgende stap kan zetten op de participatieladder,
                    kan worden overwogen om de participatieplaats te verlengen met maximaal tweemaal
                    een jaar. Dit mag echter geen automatisme zijn omdat de duur immers zo kort
                    mogelijk dient te zijn. Het streven is om belanghebbende binnen de reguliere
                    duur van de participatieplaats eerder de volgende stap te laten maken. </al>
        <al>Indien de participatieplaats wordt verlengd dan dient het te gaan om andere
                    werkzaamheden bij een andere werkgever. Zo wordt voorkomen dat de
                    participatieplaats een doel op zich gaat vormen in plaats van een middel met als
                    doel mensen te laten terugkeren naar de arbeidsmarkt.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 20 Sociale activering </vet>
        </al>
        <al>Onder de belanghebbenden bevinden zich ook mensen die een (zeer) grote afstand
                    hebben tot de arbeidsmarkt waarbij niet direct een traject gericht op arbeid kan
                    worden ingezet. Sociale activering is voor deze mensen de eerste stap richting
                    een op werk gericht traject. Als deze niet haalbaar is, moet worden voorkomen
                    dat deze mensen buitengesloten raken, en wel blijven participeren in het
                    maatschappelijk verkeer. Voor een deel van de belanghebbenden kan sociale
                    activering de eerste stap zijn naar een reguliere baan. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 21 Werkgeverssubsidie </vet>
        </al>
        <al>Onder de WWB zijn deze subsidies geheel vormvrij geworden. Het beleid van de
                    gemeente rond subsidies komt in bijbehorende regeling tot uitdrukking.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 22 No risk-polis </vet>
        </al>
        <al>Het college kan besluiten tot het inzetten van een No risk-polis. De No
                    risk-polis is een verzekeringspolis welke is afgesloten door de gemeente
                    Apeldoorn. De polis kan ingezet worden als instrument voor de werkgever. Hij
                    dekt de loonschade welke ontstaat bij ziekte van de werknemer die in dienst is
                    bij betreffende werkgever. Voorwaarden voor inzet zijn een arbeidsovereenkomst
                    van minimaal een half jaar waar in de klant geen aanspraak meer maakt op een
                    bijstandsuitkering. De polis wordt ingezet onder voorwaarden van de
                    verzekeraar.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 23 Hardheidsclausule </vet>
        </al>
        <al>Op grond van dit artikel is het mogelijk voor het college beslissingen te nemen
                    in situaties waarin deze verordening niet voorziet dan wel in situaties waarin
                    een strikte toepassing tot onbillijkheden zou leiden. Vanzelfsprekend moet er
                    sprake zijn van zeer bijzondere omstandigheden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 24 Overgangsrecht </vet>
        </al>
        <al>Vanaf inwerkingtreding van deze verordening kunnen er geen opstapbanen en
                    werkervaringsbanen meer worden ingezet, noch kan er een premie worden verleend.
                    Verlenging van deze banen is niet meer mogelijk.</al>
        <al>Personen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening recht hadden op een
                    premie op grond van de Re-integratieverordening gemeente Epe 2004 behouden het
                    recht op deze premie. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 25 Citeerwijze, inwerkingtreding en intrekking </vet>
        </al>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
        <al/>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>