<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR31097_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen (adressen)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Kompas Regiokrant, 11-05-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Naamgeving en Nummering (adressen)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-04-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-05-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-05-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010-19</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen (adressen)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van </vet>de gemeente Landsmeer; gelezen het voorstel van 17
                        mei 2005; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is om de verouderde verordening
                        Straatnaamgeving en Huisnummering te vervangen;</al><al>besluit vast te stellen de volgende:</al><al><vet>Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de
                        nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en
                        standplaatsen (adressen)</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>ln deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>College: het college van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="b."><al>Openbare ruimte: alle voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer
                                openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen, bruggen,
                                viaducten, knooppunten of daarmee vergelijkbare plaatsen of
                                constructies en alle wateren die, al dan niet met enige beperking,
                                voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede
                                daarin begrepen alle bouwwerken die daar deel van uitmaken.</al></li><li nr="c."><al>Woonplaats: een door het college aangewezen gebied waaraan een
                                woonplaatsnaam is toegekend.</al></li><li nr="d."><al>Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                                of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct,
                                hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect
                                steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te
                                functioneren.</al></li><li nr="e."><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte,
                                geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.</al></li><li nr="f."><al>Complex: een afgebakend samengesteld geheel van gebouwen en
                                bouwwerken (industriecomplex, complex met vakantiehuisjes,
                                kazernecomplex, agrarisch complex, jachthavencomplex, etc.).</al></li><li nr="g."><al>Afgebakend terrein: een terrein met afsluitbare toegang, waarop zich
                                geen bouwwerken bevinden.</al></li><li nr="h."><al>Ligplaats: een deel van het openbare water dat is bestemd voor het
                                permanent afmeren van een (woon)schip of een woonark.</al></li><li nr="i."><al>Standplaats: een kavel, die is bestemd voor het plaatsen van een
                                woonwagen, waarop (nuts)voorzieningen aanwezig zijn.</al></li><li nr="j."><al>Nummer: een nummer dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al
                                dan niet met toevoeging van een letter of cijfer, of combinatie van
                                letters en cijfers.</al></li><li nr="k."><al>Object: een gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats of
                                standplaats.</al></li><li nr="l."><al>Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt
                                zakelijk recht de beschikking heeft over een onroerende zaak,
                                alsmede de beheerder.</al></li><li nr="m."><al>Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van technische en
                                administratieve aard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare
                            ruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voor het totale grondgebied van de gemeente ten minste
                            een woonplaats vast en kan een woonplaats in wijken of buurten verdelen,
                            zonodig daaraan namen, letters of nummers toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent voor het totale grondgebied van de gemeente namen toe
                            aan te onderscheiden delen van de openbare ruimte en zonodig aan
                            bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en
                            tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken van de
                            vaststelling, verdeling en toekenning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nummering van objecten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een object of een te onderscheiden deel daarvan een
                            nummer toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een object dat een nummer heeft gekregen, moet het nummer op een
                            doeltreffende wijze zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens begrepen
                            het wijzigen en intrekken van de toekenning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Namen en nummers aanbrengen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college aan delen van de openbare ruimte toegekende namen
                            worden zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is eenieder verboden op eigen initiatief naam- of nummerborden aan
                            te brengen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gedoogplicht naamborden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of
                                buurtaanduiding, borden met straatnamen en verwijsborden aan een
                                bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort
                                terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht
                                toe te laten dat de hier bedoelde borden overeenkomstig de
                                aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden,
                                gewijzigd of verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de in het eerste
                                lid genoemde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                blijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nummerborden aanbrengen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende is verplicht het nummer, zoals bedoeld in artikel
                                3, eerste lid, binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van
                                het college aan te brengen.</al></li><li nr="2."><al>Tenzij door het college anders is besloten, is de rechthebbende van
                                een object verplicht het in het eerste lid genoemde nummer, alsmede
                                daarmee verband houdende verwijs- en verzamelborden aan te brengen
                                op een wijze zoals krachtens artikel 7 is bepaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien een object nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier
                                weken na voltooiing aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de in het eerste en derde lid genoemde termijn
                                verlengen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere uitvoeringsvoorschriften te stellen
                        betreffende het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van artikel 4, tweede lid, of het niet voldoen aan de
                            bepalingen in artikel 5 en 6, wordt gestraft met een geldboete van de
                            eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            regeling is belast de sector Grondgebied.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken van een
                        termijn van zes weken na de datum van publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vervallen oude regels</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen de volgende
                        gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de
                        openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten: De
                        Verordening Straatnaamgeving en Huisnummering van 24 januari 1995.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels en
                            voorschriften aan delen van de openbare ruimte en objecten zijn
                            toegekend, blijven na het in werking treden van deze verordening
                            bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op
                            grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften
                            aangebrachte namen en nummers binnen een door hem te bepalen termijn
                            moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of
                            krachtens deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het wijzigen van een naam of nummer, als bedoeld in het tweede lid,
                            zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en het nieuwe nummer
                            gedurende een jaar mogen worden gebruikt op de wijze die bepaald is in
                            de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in artikel 7, eerste lid
                            (facultatief).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Deze verordening wordt elke twee jaar geëvalueerd. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de 'Verordening Naamgeving en
                        Nummering (adressen)'.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 september 2005.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De</ondertekening><ondertekening>Voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><tussenkop>Bijlage bij de Modelverordening naamgeving en nummering (adressen)
                    Bijlage A.</tussenkop><tussenkop>Technische uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in artikel 7</tussenkop><al>Het college van Landsmeer, gelet op artikel 3 en artikel 7 van de Verordening
                    naamgeving en nummering, besluit vast te stellen de volgende:</al><al>Technische uitvoeringsvoorschriften voor de nummering</al><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De wijze van toekenning van de nummers gebeurt overeenkomstig het
                            gestelde in de Nederlandse norm NEN 1773, uitgave 1983.</al></li><li nr="2."><al>De voor de onderscheiden wijken en buurten geldende systemen zijn
                            aangegeven op de bij deze technische uitvoeringsvoorschriften behorende
                            kaart (facultatief).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2 Plaatsing van de nummerdragers</tussenkop><al>Nummerdragers worden aangebracht overeenkomstig het gestelde in de Nederlandse
                    norm NEN 1773, uitgave 1983.</al><tussenkop>Artikel 3 Afmetingen en vormgeving nummerdragers</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Nummerdragers moeten voldoen aan het gestelde inzake afmetingen en
                            vormgeving in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959.</al></li><li nr="2."><al>Indien niet kan worden voldaan aan het voorschrift van het eerste lid,
                            hebben de nummerdragers een mate van leesbaarheid die ten minste
                            gelijkwaardig is aan wat wordt beoogd met het eerste lid.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4 Materiaalkeuze voor de nummerdragers</tussenkop><al>Het materiaal dat wordt toegepast voor de vervaardiging van al dan niet te
                    verlichten nummerdragers, is in overeenstemming met het over de uitvoering van
                    de dragers gestelde in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959.</al><tussenkop>Attikel 5 Voeren oude en nieuwe nummers</tussenkop><al>Bij het gedurende een jaar naast elkaar gebruiken van de oude naam of het oude
                    nummer naast de nieuwe naam of het nieuwe nummer wordt de oude naam met een
                    streep en het oude nummer met een kruis doorgehaald (facultatief).</al><tussenkop>Artikel 6 Naamdragers</tussenkop><al>De naamdragers moeten voldoen aan de gestelde functionele eisen ten aanzien van
                    de afmetingen, de uitvoering, de constructie, de kleursoorten en de
                    lichttechnische eigenschappen van de toegepaste materialen en de plaatsing van
                    naamborden en naamverwijsborden, zoals vervat in de Nederlandse norm NEN 1772,
                    uitgave 1992. Aldus vastgesteld door het college in de vergadering van
                    [datum].</al><al>De burgemeester, De secretaris,</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de verordening A. Algemeen</tussenkop><al>1.Functie van het adres</al><al>Het adres - dat bestaat uit de onderdelen (straat)naam, (huis)nummer,
                    huisletter, nummertoevoeging en woonplaats (gemeentenaam is nog geen onderdeel
                    van het adres) - vervult in het maatschappelijk verkeer een belangrijke functie.
                    Vooreerst is het adres het middel om personen (woonadres), bedrijven (zetel- of
                    vestigingsadres) of gebouwen (objectadres) vindbaar te maken. Dat is niet alleen
                    van belang voor hulpdiensten, zoals brandweer, politie, ambulance en
                    postbezorging, maar ook voor het uitvoeren van activiteiten door de overheid.
                    Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld oproepen van stemgerechtigden of
                    (destijds) dienstplichtigen, het toezenden van belastingaanslagen, alsmede de
                    uitvoering van het vaccinatiebeleid, het regelen van de zuigelingenzorg,
                    toezicht op de leerplicht, het verlenen van subsidies, enzovoorts. In alle
                    velden van gemeentelijke zorg is het adres nodig om beheers- en beleidstaken uit
                    te voeren.</al><al>Dit impliceert dat het adres in vrijwel alle officiële documenten voorkomt: van
                    bouwvergunning tot huursubsidiebeschikking, van notariële akte tot rechtelijk
                    vonnis en van rijbewijs tot paspoort. Zonder objectadres, vestigingsadres of
                    woonadres, al dan niet als onderdeel van de zogeheten NAW-gegevens, kan de
                    gemeenten nog nauwelijks stukken afgeven. Deze documenten worden opgemaakt met
                    gegevens uit daartoe ingerichte geautomatiseerde systemen, maar de gegevens uit
                    authentieke documenten zijn op hun beurt weer invoer voor geautomatiseerde
                    systemen van andere gemeentelijke afdelingen of overheden. Het adres is meestal
                    de grondslag van deze geautomatiseerde systemen. Dit betekent dat de
                    adresgegevens niet alleen de toegangs- of ontsluitingsgegevens zijn van deze
                    systemen, maar tevens is het adres het gegeven waarop wordt geordend, gesorteerd
                    en waarmee selecties worden gemaakt. Kortom, het adres is in termen van
                    dienstverlening, opmaken van documenten en het registreren van gegevens
                    onmisbaar in het binnengemeentelijk en interbestuurlijk verkeer.</al><lijst><li nr="2."><al>Binnen het openbaar bestuur wordt op alle niveaus de functie van het
                            adres, binnen het geheel van de overheidsinformatievoorziening,
                            behoorlijk onderschat. Onderschatting in termen van dienstverlening aan
                            de burgers (onder andere ook hulpdiensten), de informatie-uitwisseling,
                            doelmatig en doeltreffend beheer, lastenverlichting, hergebruik van
                            gegevens, eenmalige inwinning en zeker niet in de laatste plaats de
                            efficiëntie en effectiviteit bij het vormgeven, uitvoeren en evalueren
                            van beleid. Ter nadere oriëntatie wordt onderstaand ingegaan op de rol
                            van het adres bij dienstverlening, in overheidsdocumenten en in
                            overheidsregistraties</al></li><li nr="3."><al>Adres en dienstverlening</al></li></lijst><al>Het adres als toegang tot overheidsinformatie is met name van belang voor hen
                    die diensten van de gemeente afnemen. Voor een uittreksel uit de
                    gebouwenregistratie, het verstrekken van inlichtingen over de
                    onroerendezaakbelasting, vragen over objectgebonden subsidies of het raadplegen
                    van de kadastrale gegevens zullen burgers, bedrijven en instellingen vrijwel
                    altijd een adres (moeten) opgeven. Door een deskundig ambtenaar kan op basis van
                    het adres uit een daartoe ingericht registratiesysteem deugdelijke informatie
                    worden verstrekt.</al><al>Veel lastiger wordt het als de burger met vragen komt die raadpleging van
                    meerdere gemeentelijke registraties noodzakelijk maakt. Er moeten dan op basis
                    van het adres koppelingen worden gelegd tussen deze registraties. Gaat het
                    bijvoorbeeld om het leggen van een koppeling tussen bevolking en de
                    gebouwenregistratie, dan zou in principe het A-nummer uit de gemeentelijke
                    basisadministratie persoonsgegevens (GBA) moeten worden gerelateerd aan het
                    identificatienummer van een gebouw.</al><al>Deze relaties tussen identificaties zijn alleen te maken door hetzelfde adres
                    uit beide bestanden bij elkaar te zoeken en vervolgens de gevonden informatie
                    (records) aan elkaar te relateren. De adresgegevens moeten dan wel tot op de dag
                    nauwkeurig (actueel, betrouwbaar en compleet) in beide registraties voorkomen.
                    Dat laat te wensen over.</al><al>Het is zeker niet denkbeeldig dat de burger een vraag stelt die niet alleen
                    gebruikmaking van verschillende gemeentelijke registraties noodzakelijk maakt,
                    maar waarbij tevens gebruik moet worden gemaakt van registraties van buiten de
                    gemeentelijke organisatie. Zoals de kadastrale registratie van het Kadaster of
                    de bestanden van de Kamers van Koophandel. Ook dan moet het adresgegeven in
                    registraties van verschillende overheden actueel, betrouwbaar en compleet zijn
                    bijgehouden. Dat is vaak niet het geval.</al><al>Ondanks het feit dat het adres de 'harde kern' is van het stelsel van
                    overheidsregistraties is het dus slecht gesteld met de juistheid van adressen in
                    de registraties van overheden. Tot op heden worden in de verschillende
                    overheidsregistraties adressen nog op willekeurige momenten, naar eigen inzicht
                    van de beheerder, met verschillende specificaties en met afwijkende actualiteit,
                    compleetheid en betrouwbaarheid verwerkt. Koppelingen tussen verschillende
                    overheidsregistraties worden daardoor niet zelden verkeerd gelegd of zijn soms
                    in het geheel niet mogelijk. Dat staat bijvoorbeeld een goede dienstverlening
                    aan de burger en een snelle uitvoering van gemeentelijke taken in de weg. Er
                    bestaat een nauwe relatie tussen officiële documenten en registraties.
                    Documenten worden vaak opgemaakt met gegevens uit geautomatiseerde systemen,
                    maar omgekeerd worden registraties bijgewerkt op basis van officiële documenten.
                    In de volgende twee paragrafen wordt daar nader op ingegaan.</al><al><vet>4. </vet>Adres en overheidsregistraties</al><al>Door foute adresgegevens in documenten zijn registraties matig koppelbaar,
                    slecht toegankelijk en moeilijk onderhoudbaar. Dat leidt bijvoorbeeld tot
                    onnodige bezwaarschriften, foute beslissingen, onevenredig veel
                    capaciteitbeslag, te hoge systeemkosten, extra overleg etc. Ongerief op alle
                    niveaus dus. Niet onvermeld mag blijven dat in de loop van de tijd voor de
                    verschillende overheidsregistraties totstandgekomen wet- en regelgeving voor een
                    belangrijk deel heeft bijgedragen aan dit ongerief. De belangrijkste
                    overheidsregistraties zijn tot op heden in wetgevende zin (onder andere
                    systeemspecificaties) nooit als een logische eenheid beschouwd. Er zijn door de
                    rijksoverheid zelfs verschillende adresstandaards ontwikkeld, waarvan het
                    gebruik binnen het openbaar bestuur bovendien verplicht is voorgeschreven
                    (NEN-norm en GBA-norm). De registratie van adressen en het interbestuurlijk
                    gebruik daarvan moet dus met de nodige (wettelijke) zorg worden omgeven. De
                    zogeheten authentieke registraties - waarover zo meer - zullen daarin
                    verbetering moeten brengen. Men moet zich wel bedenken dat het adres, ook als
                    dat actueel, betrouwbaar en compleet is bijgehouden, in de verschillende
                    registraties steeds iets anders voorstelt. Het adres in de kadastrale
                    registratie is aan een andersoortig object gerelateerd dan in de
                    gebouwenregistratie.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="27*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="27*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Voor de duidelijkheid volgen hieronder enkele
                                        voorbeelden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>REGISTRATIE</al></entry><entry colname="col2"><al>OBJECT</al></entry><entry colname="col3"><al>OBJECTIDENT</al></entry><entry colname="col4"><al>TOEGANGSGEG.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>BELASTING BESTAND</al></entry><entry colname="col2"><al>BELASTING-OBJECT</al></entry><entry colname="col3"><al>WOZ-NUMMER</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GEBOUWEN- REGISTRATIE</al></entry><entry colname="col2"><al>VERBLIJFS EENHEID</al></entry><entry colname="col3"><al>NUMMER VERBLIJFSEENHEID</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>KADASTRALE REGISTRATIE</al></entry><entry colname="col2"><al>KADASTRAALPERCE EL</al></entry><entry colname="col3"><al>KADASTRAALPERCE ELNUMMER</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GEOMETRISCH BESTAND</al></entry><entry colname="col2"><al>VASTGOEDELEMENT</al></entry><entry colname="col3"><al>COCIRDINATEN ELEMENT</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GEMEENTELIJKE BASISREGISTR.</al></entry><entry colname="col2"><al>NATUURLIJK PERSOON</al></entry><entry colname="col3"><al>A-NUMMERI SOFINUMMER</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>HVS-REGISTERS KVK</al></entry><entry colname="col2"><al>RECHTSPERSOON</al></entry><entry colname="col3"><al>KVK-NUMMER</al></entry><entry colname="col4"><al>ADRES</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Afbeelding 1. Overzicht objecten, objectidentificaties en toegangsgegevens</al><al>Elke registratie bevat doorgaans één soort object van registratie. In de
                    WOZ-bestanden (waardering onroerende zaken) is het object van registratie het
                    'belastingobject', in de kadastrale registratie wordt het object gevormd door
                    het 'kadastraal perceel', terwijI in de geometrische bestanden het object van
                    registratie wordt gevormd door 'het element'. In de gebouwenregistratie is het
                    object van registratie 'de verblijfseenheid' en bij handels-, verenigingen- en
                    stichtingenregistratie vormt de 'rechtspersoon' het object van registratie. In
                    een geautomatiseerde registratie wordt elk afzonderlijk object van registratie
                    geïdentificeerd of aangeduid met een unieke code, de zogeheten
                    objectidentificatie. In het belastingenbestand is dat het 'WOZ-nummer' en in de
                    gebouwenregistratie zou dat het 'verblijfseenheidnummer moeten zijn, terwijI in
                    het geometrisch bestand het vastgoedelement (bijvoorbeeld gebouw) wordt voorzien
                    van een set co&amp;dinaten of een vlak met bijbehorende gegevens. In de
                    kadastrale registratie wordt aan het perceel een kadastrale aanduiding
                    meegegeven. Ook in andere bestanden dan die voor vastgoed komt deze unieke
                    aanduiding per object voor. Zo wordt bijvoorbeeld in de GBA een natuurlijk
                    persoon aangeduid met een 'A-nummer' en met het 'sofi-nummer', terwijI in de
                    bestanden van de Kamers van Koophandel aan elke rechtspersoon een 'KVK-nummer'
                    is toegekend. In afbeelding 1 is een en ander overzichtelijk weergegeven. Het
                    adres zal doorgaans in de zes beschreven registraties wel te vinden zijn, maar
                    de daaraan gerelateerde gegevens zijn niet altijd bruikbaar.</al><al>Het adres leidt bijvoorbeeld in het belastingbestand en in de kadastrale
                    registratie naar een aantal kadastrale percelen, maar het zal niet in beide
                    gevallen om dezelfde percelen gaan. In het belastingbestand worden kadastrale
                    percelen gevonden die behoren tot het WOZ-object. In de kadastrale registratie
                    daarentegen gaat het om percelen die behoren tot de onroerende zaak. Daar kunnen
                    grote afwijkingen tussen bestaan. Waakzaamheid is geboden bij het leggen van
                    relaties op basis van het adres. Voor verdere informatie wordt verwezen naar het
                    VNG-handboek 'Benoemen, nummeren en begrenzen'.</al><al>5.Adres en brondocumenten</al><al>Als adresgegevens in vrijwel alle overheidsregistraties voorkomen, dan moeten
                    die gegevens ook in tal van (bron)documenten zijn terug te vinden. Als er
                    foutieve of niet actuele adressen in deze brondocumenten worden verwerkt, dan
                    leidt dat tot fouten in de registratie.</al><al>Dat heeft gevolgen voor de interbestuurlijke informatievoorziening. Louter als
                    voorbeeld - er zijn vele andere voorbeelden voorhanden - wordt in deze paragraaf
                    de opname van een adres in notariële akten beschreven. In notariële akten
                    betreffende onroerende zaken is sprake van een beschrijving van de feitelijke
                    toestand (onder andere het adres, aard en feitelijke gesteldheid). De feitelijke
                    omschrijving dient om de bedoeling van partijen bij de overdracht van een
                    onroerende zaak beter tot uitdrukking te brengen en met name door de
                    plaatselijke ligging, aard en gebruik nader aan te duiden of door de
                    terreinkenmerken te beschrijven.</al><al>Deze feitelijke omschrijving geeft maar al te vaak - in termen van bijvoorbeeld
                    aard, gebruik en adres - de feitelijkheden vaak niet goed weer. De in de
                    notariële akte opgenomen feitelijke omschrijving van partijen komt regelmatig
                    niet overeen met de door de gemeente formeel vastgestelde feitelijkheden. De
                    overdracht van de onroerende zaak zelf zal daar doorgaans weinig hinder van
                    ondervinden, maar via de akte komen foutieve adressen en onjuiste weergave van
                    aard en gesteldheid in de kadastrale registratie terecht. De kadastrale
                    informatie wordt op grote schaal binnen het openbaar bestuur gebruikt, inclusief
                    de feitelijke gegevens die afwijken van de door de gemeentelijk vastgestelde
                    feitelijkheden. Als voorbeeld een in een notariële akte aangetroffen
                    omschrijving:</al><al>winkelruimte met drie bovenliggende woningen cum annexis zoals ter plaatse</al><al>kennelijk is aangegeven met Dorpsstraat 10 en 11 te Zunderdorp</al><al>Een snelle blik in de Gebouwenkartotheek maakt duidelijk dat hier sprake is van
                    een winkelwoning (winkel met achterliggende woning) met slechts één
                    bovenliggende woning. De woning op de eerste etage heeft via een zogeheten door
                    de gemeente uitgevoerde herbeschrijving een bedrijfsbestemming gekregen en is
                    onderdeel van de winkel geworden. De woning achter de winkel heeft haar
                    bestemming gehouden. De woningen op de tweede en derde verdieping zijn eveneens
                    via een herbeschrijving samengevoegd tot één woning. Het gaat dus feitelijk om
                    een winkel op de begane grond en eerste verdieping met een achterliggende woning
                    op de begane grond, alsmede om één woning gelegen op de tweede en derde
                    verdieping. Controle van de in de akte genoemde plaatselijke aanduiding met het
                    adressenbestand van de gemeenten geeft aan dat nummer 10 is opgedeeld in 10a en
                    10b, respectievelijk 10a voor de winkelwoning en 10b voor de woning liggende op
                    de tweede en derde verdieping. Nummer 10 bestond dus vóór het opmaken van de
                    akte al niet meer. Nummer 11 is door de gemeente nooit uitgegeven. De oneven
                    nummers liggen trouwens aan de overzijde van de straat. De vervreemder bleek het
                    nummer eigenhandig op de gevel te hebben aangebracht. Het toekennen van een
                    nummering aan het bijgebouw was destijds door de gemeente geweigerd, omdat de
                    bouwkundige staat van het gebouw een bedrfifs- of woonbestemming niet toeliet.
                    Door het zelf aanbrengen van een niet-bestaand nummer wordt gesuggereerd dat het
                    bijgebouw een officiële bestemming of status heeft.</al><al>De notaris zou eigenlijk niet uitsluitend moeten afgaan op de feitelijke
                    toestand, zoals die door de voor hem verschijnende partijen wordt aangereikt.
                    Het geeft vaak meer verwarring dan duidelijkheid. De notaris zou eigenlijk
                    verplicht het gemeentelijk adressenbestand moeten raadplegen, maar een sluitende
                    en landsdekkende gemeentelijke registratie van adressen is (nog) niet
                    voorhanden. In gevallen dat een gemeente wel over een dergelijk bestand
                    beschikt, dan is dat voor de notaris niet of niet eenvoudig toegankelijk. De
                    vraag rijst zelfs of de notaris in de toekomst hier wel de actiefste rol zou
                    moeten vervullen. De makelaar zou er immers voor kunnen zorgdragen dat aan het
                    koopcontract een uittreksel uit het gemeentelijk adressenbestand wordt
                    toegevoegd. Maar ook voor de makelaar geldt vooralsnog dat het gemeentelijk
                    adressenbestand - als het er al is - niet eenvoudig toegankelijk is.</al><al>Het is een van de vele voorbeelden van de functie van het adres in
                    brondocumenten, waaruit blijkt dat de gemeente de naamgeving en nummering met de
                    nodige zorg dient te regelen en dat deze gegevens voor derden op eenvoudige
                    wijze toegankelijk moeten worden gemaakt.</al><al>Dit alles is afhankelijk van het nauwgezet benoemen van delen van de openbare
                    ruimte (gemeentenaam, woonplaatsnaam en naamgeving openbare ruimte) en het
                    nummeren van objecten (gebouwen, ligplaatsen, standplaatsen en omheinde
                    terreinen). Er zijn maar een beperkt aantal gemeenten die terzake beleidsregels
                    hebben vastgesteld.Vandaar dat het VNG-handboek over naamgeving en nummering
                    handreikingen voor het opstellen van beleidsregels bevat. De VNG onderzoekt
                    thans of het opstellen van VNG-modelbeleidsregels realiseerbaar is.</al><al>6.Adres en het stelsel van basisregistraties</al><al>Het is nog nooit goed in kaart gebracht, maar deelonderzoeken hebben aangetoond
                    dat niet-sluitende procedures inzake het toekennen van adressen en de slechte
                    registratie daarvan leidt tot extra capaciteitsbeslag, rentederving,
                    afbreukrisico, ontevreden burgers, beroep- en bezwaarschriften en dergelijke.
                    Het is overigens een probleem dat de gemeenten - wegens tal van (wettelijke)
                    belemmeringen - niet zelf kunnen oplossen. Door het ministerie van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is daarom kortgeleden het initiatief genomen
                    om te komen tot het stroomlijnen van basisgegevens binnen de overheid. Voorlopig
                    is gekozen voor zes belangrijke registraties, want niet alles kan
                    tegelijkertijd.</al><al>Gewerkt wordt aan het stroomlijnen van gegevens over personen (GBA),
                    rechtspersonen (handels-, verenigingen- en stichtingenregister van de Kamers van
                    Koophandel), eigendomsgegevens inzake onroerende zaken (Kadaster), geometrische
                    gegevens (topografische kaart en mogelijk ook de GBKN), gebouwgegevens (door
                    gemeenten op te bouwen) en adresgegevens (door gemeenten op te bouwen). Deze zes
                    registraties worden verheven tot zogeheten authentieke basisregistraties,
                    waaronder wordt verstaan: 'een door de overheid officiële als zodanig aangewezen
                    registratie van gegevens, die in hun soort de enige grondslag vormen voor de
                    uitvoering van overheidstaken'. De basis voor dit stelsel van basisregistraties
                    is het adres, dat moet worden gezien als het enige verbindende element tussen
                    deze basisregistraties (zie ook paragraaf 3 van deze algemene toelichting). Dit
                    betekent dat de gemeente op termijn of krachtens wet in ieder geval de
                    registratie van adressen moet gaan bijhouden en dat de rest van de overheid deze
                    adresgegevens niet meer zelf mag verzamelen en registreren en verplicht gebruik
                    moet maken van de gemeentelijke authentieke basisregistratie adressen.</al><al>7.Wettelijke grondslag</al><al>Tot 1 januari 1994 was de plicht van gemeenten om een systematische registratie
                    van adressen bij te houden geregeld in artikel 41 e.v. van het Besluit
                    bevolkingsboekhouding. In dit artikel wordt aan de afdeling Bevolking opgedragen
                    een woningregister (actueel register van adressen) bij te houden. Het Besluit
                    bevolkingsboekhouding geeft niet aan welk organisatieonderdeel de benoeming van
                    namen aan de openbare ruimte en het nummeren van objecten moest uitvoeren. In
                    veel gemeenten is deze taak ook nooit door de afdeling Bevolking (Burgerzaken)
                    uitgevoerd. Het Besluit bevolkingsboekhouding spreekt verder uitsluitend over
                    'systematisch nummeren' en niet over 'namen'. In de afgelopen jaren is men ervan
                    uitgegaan dat de naamgeving werd geregeld in artikel 174 van de Gemeentewet
                    1851. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het zeer twijfelachtig is dat artikel
                    174 ook de naamgeving van de openbare ruimte omvatte (zie hiervoor verder de
                    VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren en begrenzen').</al><al>Na invoering van de GBA, die niet meer is geordend op adres- maar op basis van
                    subjectgegevens, is ook het belang van de afdeling Burgerzaken om zelf de
                    naamgeving en nummering te regelen sterk afgenomen. Men hoeft ook geen
                    woningregister meer bij te houden. In de afgelopen jaren is deze taak in veel
                    gemeenten dan ook overgegaan naar de afdeling die met de gemeentelijke
                    vastgoedregistratie is belast, bijvoorbeeld de afdeling Landmeten en
                    Cartografie, de afdeling Vastgoedinformatie of het bureau Gemeentekadaster.</al><al>Een goed verdedigbare stap, omdat het uitwerken van bouwkundige plannen tot
                    straten en nummers, het vervaardigen van naamtekeningen en nummerkaarten en
                    handhaven van de toegekende en geplaatste naam- en nummerborden geen taak is die
                    bij uitstek door de afdeling Burgerzaken dient te gebeuren. In toenemende mate
                    kiezen gemeenten ervoor om de naamgeving en nummering onder te brengen bij een
                    organisatieneutrale (onafhankelijke en dienstverlenende) afdeling.</al><al>In de Gemeentewet 1992 wordt het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren
                    van objecten onderdeel van de huishouding van de gemeente. De bevoegdheid van de
                    raad om de huishouding van de gemeente vorm te geven is geregeld in artikel 124,
                    eerste lid, Grondwet en in de Gemeentewet in de artikelen 108, eerste lid en
                    147. Kortom, het regelen van de huishouding van de gemeenten en de bevoegdheid
                    tot het maken van een verordening inzake het toekennen van namen en nummers
                    behoort tot de autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. Ook daar is verandering
                    in gekomen in het kader van het dualistische stelsel. De kern van het dualisme
                    is de ontvlechting van de positie en bevoegdheden van de raad en het college. De
                    kaderstellende en controlerende bevoegdheden worden bij de raad gelegd en de
                    bestuursbevoegdheden worden bij het college geconcentreerd.</al><al>Er kunnen drie typen bestuursbevoegdheden worden onderscheiden: de
                    bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen, de
                    bestuursbevoegdheden in medebewindwetten en de autonome bevoegdheden.</al><al>De bestuurlijke bevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen zijn met de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering van het gemeentebestuur (Stb. 2002, 111)
                    bij het college gelegd. De bevoegdheden die in medebewindwetten, zoals de Wet
                    gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, zijn opgenomen, zullen door
                    een wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindbevoegdheden aan het
                    college worden toegekend. Dit wetsvoorstel is in voorbereiding en zal naar
                    verwachting in 2003 in werking treden. Voor de toekenning van de autonome
                    bestuursbevoegdheden aan het college is een grondwetswijziging noodzakelijk.
                    Deze grondwetswijziging zal nog enige tijd op zich laten wachten, aangezien dit
                    wetsvoorstel nog in voorbereiding is en daarna in twee lezingen door de Tweede
                    Kamer en Eerste Kamer moet worden aanvaard.</al><al>De naamgeving en nummering kan aangemerkt worden als een autonome
                    bestuursbevoegdheid. Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen. Pas na
                    de aanvaarding van de grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108
                    en 147 van de Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college worden toegekend.
                    Wel kan de raad ervoor kiezen - zij doet daar ook verstandig aan - om
                    vooruitlopend op deze wijziging de bevoegdheid tot naamgeving en nummering aan
                    het college te delegeren. Ter volmaking van het dualistische stelsel ligt dit
                    ook in de rede. Wel blijft ook in het dualistische stelsel de verordende
                    bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent dat de bevoegdheid tot vaststelling
                    van een verordening op de naamgeving en nummering bij de raad blijft berusten.
                    De raad kan er echter ook nu al voor kiezen om de verordende bevoegdheid ter
                    zake van naamgeving en nummering op grond van artikel 156 Gemeentewet ook aan
                    het college te delegeren.</al><al>8.Naamgeving door medeoverheden</al><al>Het komt nog steeds voor dat niet-gemeentelijke overheden namen geven aan delen
                    van de openbare ruimte. Zonder overleg met de gemeenten worden bijvoorbeeld door
                    Rijkswaterstaat namen bedacht voor viaducten, bruggen, tunnels, afritten en
                    verkeersknooppunten. Rijkswaterstaat beschikt niet over een wettelijke
                    bevoegdheid om namen aan deze objecten toe te kennen, omdat deze objecten
                    onderdeel zijn van de openbare ruimte in de gemeente. In de gemeentelijke
                    modelverordening is immers bepaald dat het anderen verboden is delen van de
                    openbare ruimte te benoemen en nummers aan objecten toe te kennen. Wel zouden de
                    hogere overheden deze bevoegdheid aan zich kunnen trekken, maar daarvoor is wel
                    een bijzondere wetsbepaling nodig.</al><al>Tot de invoering van een dergelijk wetsbepaling zal het wel nooit komen, omdat
                    dit een onderwerp is dat tot de gemeentelijke huishouding behoort en daarmee tot
                    de gemeentelijke autonomie.</al><al>Er zijn voorbeelden van gemeenten die hierover fikse aanvaringen hebben gehad
                    met andere overheden. Na ampel beraad moesten deze overheden toegeven, dat zij
                    geen wettelijke bevoegdheid hebben tot het toekennen van namen. Gemeenten
                    handelen overigens niet voortvarend als het gaat om het bestrijden van
                    naamgeving van de openbare ruimte door medeoverheden en dat leidt tot
                    precedentwerking. De gemeente heeft in principe de bevoegdheid andere
                    overheidsinstanties te dwingen eventueel door hen toegekende en zichtbaar ter
                    plaatse aangegeven namen voor delen van de openbare ruimte in te trekken. De
                    vraag is of dat een goede werkwijze is. Beter is het om voortaan in vroeg
                    stadium zelf met naamvoorstellen te komen. Oude gevallen van naamtoekenning door
                    derden alsnog laten intrekken heeft weinig zin; een reeds geaccepteerde
                    officieuze</al><al>naam kan dan beter worden geformaliseerd door alsnog voor deze naam een
                    naambesluit te nemen. Dat besluit moet ook worden toegezonden aan de overheid
                    die deze naam destijds ten onrechte heeft toegekend. Gemeenten zouden deze twee
                    mogelijkheden vaker moeten toepassen, maar van deze mogelijkheden wordt te
                    weinig gebruikgemaakt. Het toepassen van bevoegdheid tot intrekking van
                    officieuze namen is pas aan de orde als men de voorstellen en oplossingen van de
                    gemeente doelbewust negeert.</al><al>9.Modelverordening en uitvoeringsvoorschriften</al><al>Op aandringen van onder andere gemeentelijke vastgoeddeskundigen en
                    coiSrdinatoren Informatievoorziening en Automatisering (I&amp;A) is bij het
                    opstellen van de modelverordening voor naamgeving en nummering de mogelijkheid
                    opgenomen om verschillende zaken van uitvoerende aard in afzonderlijke
                    uitvoeringsvoorschriften te regelen. Dit komt de overzichtelijkheid van de
                    verordening ten goede. Uitvoeringsvoorschriften kunnen per gemeente verschillen
                    en zijn derhalve maar op enkele onderdelen uitgewerkt. Gemeenten dienen deze
                    uitvoeringsvoorschriften aan te vullen met bepalingen die aansluiten bij de
                    situatie in de gemeente.</al><al>Algemene wet bestuursrecht</al><al>Het toekennen van een naam of een nummer op grond van de verordening is een
                    beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De beschikking
                    zal aan de formele en materiële eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de
                    Awb is het mogelijk tegen een beschikking een bezwaarschrift in te dienen bij
                    het beschikkende bestuursorgaan. Daarna staat de mogelijkheid open om een
                    beroepschrift in te dienen bij de sector Bestuursrecht van de
                    arrondissementsrechtbank. Het besluit tot hernummering of tot intrekking van een
                    nummer is ook een beschikking. In geval van naamgeving rijst vaak de vraag of er
                    wel sprake is van een beschikking. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord,
                    omdat het besluit zich richt op bepaalde, concreet aanwijsbare objecten en het
                    besluit gebaseerd is op een publiekrechtelijke regeling, die een gedoogplicht
                    inhoudt voor de rechthebbende op onroerende zaken in verband met het op deze
                    objecten aanbrengen van naam- en nummerborden. Op grond van deze verordening zal
                    derhalve in de regel sprake zijn van een beschikking tot naamgeving. Indien een
                    aanvraag tot naamgeving of nummering afgewezen zou moeten worden of een besluit
                    tot naamgeving of nummering een belanghebbende treffen zou, moet worden bezien
                    of artikel 4:7 dan wel artikel 4:8 van de Awb van toepassing is. Deze artikelen
                    houden de verplichting in de aanvrager of belanghebbende te horen voordat het
                    besluit wordt genomen.</al><al>11.Beleidsregels</al><al>Het college kan met betrekking tot de aan haar opgedragen taken in de
                    Modelverordening naamgeving en nummering beleidsregels vaststellen. Andere
                    gemeentelijke bestuursorganen, waaronder de commissie voor de naamgeving, moeten
                    bij de uitoefening van hun bevoegdheden rekening houden met deze
                    beleidsregels.</al><al>Deze regels gaan bijvoorbeeld over de wijze waarop belangen worden afgewogen, de
                    methode waarop feiten worden vastgesteld of over de in acht te nemen
                    uitgangspunten. Het vaststellen van beleidsregels ten aanzien van het toekennen
                    van namen aan delen van de openbare ruimte en het toekennen van nummers aan
                    objecten is aan te bevelen. In de afgelopen periode is, bij de behandeling van
                    beroeps- en bezwaarschriften en bij beroep op de administratief rechter, het
                    ontbreken van een vast gemeentelijk beleid (vastgestelde beleidsregels) nadelig
                    gebleken. In de VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren en begrenzen' worden
                    handreikingen gedaan die richtinggevend zijn voor de ontwikkeling en vormgeving
                    van een vast gemeentelijk beleid inzake naamgeving en nummering. Het hanteren
                    van de door het bestuursorgaan vastgelegde beleidsregels impliceert dat het
                    bestuursorgaan ook aan deze regels is gebonden. Afwijken van de gestelde regels
                    is niet zonder meer mogelijk. Wijziging van de beleidsregels is slechts mogelijk
                    met inachtneming van het zorgvuldigheidsbeginsel. Bovendien kunnen burgers
                    rechten aan de vastgestelde beleidsregels ontlenen. Afwijking van de
                    vastgestelde beleidsregels zonder voldoende motivering is strijdig met het
                    vertrouwensbeginsel.</al><al>12 Regelen van de gevolgen</al><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college
                    rekening houden met de belangen van met name bewoners en bedrijven. Wijziging
                    van de naam of het nummer treft de belangen van bewoners en bedrijven. In
                    bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot het
                    regelen van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten.</al><al>Een aantal punten is hierbij van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient
                            voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de
                            gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer
                            deze periode is, hoe minder de gemeente gehouden is tot compenserende
                            maatregelen. In artikel 11 is een periode van een jaar genoemd,
                            waarbinnen de oude en de nieuwe naam of het oude en het nieuwe nummer
                            naast elkaar kunnen worden gebruikt (derde lid). Deze periode kan voor
                            gewone gevallen als een redelijke voorbereidingsperiode worden gezien.
                            Gevallen die hiervan afwijken, zoals sterk naar buiten tredende
                            bedrijven met een groot klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden
                            bezien. In het algemeen verdient het aanbeveling in een vroeg stadium
                            contact op te nemen met de betrokken bedrijven. De Awb kent deze
                            verplichting op grond van artikel 4:8.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het
                            vergoeden van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven
                            waaruit de hoogte of vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                            voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal
                            adreswijzigingskaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm van
                            schadeloosstelling.</al></li><li nr="4."><al>Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onevenredig
                            in hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op
                            vergoeding van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de
                            volgende aspecten te overwegen:</al><lijst><li nr="-"><al>de bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te
                                    besluiten;</al></li><li nr="-"><al>het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge toe te
                                    rekenen is; - de lengte van de voorbereidingsperiode;</al></li><li nr="-"><al>de specifieke aspecten van het bedrijf;</al></li><li nr="-"><al>de voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en
                                    productonderdelen met adresvermelding;</al></li></lijst></li></lijst><al>de actualiteit van de onder e genoemde zaken;</al><al>het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder e genoemde
                    zaken;</al><al>de mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van de onder e
                    genoemde zaken.</al><al>B.<vet>Artikelsgewijze toelichting Artikel 1</vet></al><al>In artikel 1 is een nummer gedefinieerd als een cijferreeks dat bestaat uit een
                    of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of
                    cijfercombinatie. Het is ongebruikelijk in het nummer Romeinse cijfers op te
                    nemen. Desondanks laat het 'Logisch ontwerp GBA' deze mogelijkheid open. Het
                    begrip 'bouwwerk' is opgenomen, omdat het van belang is voor de naamgeving. Aan
                    bijvoorbeeld bruggen en viaducten, als onderdeel van de openbare ruimte, kan de
                    gemeente namen toekennen. Aan bouwwerken worden overigens geen nummers
                    toegekend, omdat zij geen voor mensen toegankelijke ruimte bevatten.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Na lange periode van discussie over de bevoegdheid tot het vaststellen van de
                    gemeentenaam is de Gemeentewet 1992 daar duidelijk over. Artikel 158 van de
                    Gemeentewet bepaalt - ook na de dualisering van het gemeentebestuur in 2002 -
                    dat de raad de naam van de gemeente kan wijzigen. Deze bevoegdheid geldt
                    ongeacht of de naam eerder bij wet is vastgesteld.</al><al>De gemeenteraad zal de gevolgen daarvan, zowel maatschappelijke als financiële,
                    in zijn besluitvorming mee moeten wegen. Wel moet een raadsbesluit tot wijziging
                    van de gemeentenaam ter kennis worden gebracht van de minister van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties en het provinciaal bestuur. Tevens is bepaald dat
                    de in het raadsbesluit genoemde ingangsdatum moet zijn gelegen ten minste een
                    jaar na de datum van het raadsbesluit. De voorgeschreven termijn van invoering
                    stelt de minister en het provinciaal bestuur in staat zonodig bepaalde
                    werkzaamheden uit te voeren. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het
                    vervaardigen van een nieuw of aangepast gemeentewapen en de registratie daarvan
                    bij de Hoge Raad van Adel. Maar de termijn van een jaar is ook nuttig voor de
                    gemeente, omdat verandering van de naam de nodige gevolgen zal hebben voor de
                    administratieve organisatie. Alleen al uit registratieve overwegingen is het
                    dringend gewenst een nieuwe gemeentenaam op 1 januari te laten ingaan. In de
                    verordening is het geven van een naam aan de gemeente niet meegenomen, omdat dit
                    is geregeld in de Gemeentewet (de gemeentenaam is ook nog geen onderdeel van het
                    adres).</al><al>Over de woonplaats en woonplaatsgrens bestaat veel onduidelijkheid. De komgrens,
                    zoals vervat in de Wegenwet, wordt vaak aangezien voor een woonplaatsgrens, maar
                    dat is onjuist. De woonplaatsgrens valt soms samen met de komgrens, maar dat is
                    een gelukkige coïncidentie. Het is veelal onduidelijk waar de grenzen van
                    woonplaatsen lopen. Wie bijvoorbeeld binnen de gemeente Dronten van
                    Biddinghuizen naar Swifterbant reist, zal ergens halverwege - men heeft dan de
                    komgrens al gepasseerd - de woonplaats Biddinghuizen verlaten en woonplaats
                    Swifterbant binnengaan. De woonplaatsgrens ligt dus veelal in wat in het
                    spraakgebruik wordt aangeduid met het buitengebied. Toch heeft elke gemeente een
                    woonplaatsgrens vastgesteld. Destijds heeft PTT Post (hierna te noemen TPG Post)
                    in overleg met elke gemeente een voorstel gemaakt over de woonplaatsgrenzen. TPG
                    Post heeft namelijk haar postcoderegistratie gebaseerd op woonplaatsen. Het
                    gemeentebestuur is vervolgens gevraagd formeel in te stemmen met dit voorstel.
                    Begin jaren zeventig zijn alle gemeenten - soms na wat aanpassingen -
                    schriftelijk akkoord gegaan met de voorstellen van TPG Post.</al><tussenkop>De overeengekomen woonplaatsgrens heeft gevolgen voor de gemeente.
                    Gemeenten moeten bij het toekennen van namen aan delen van de openbare ruimte en
                    het toekennen van nummers aan objecten namelijk rekening houden met deze
                    woonplaatsgrenzen. Indien een nummerbeschikking leidt tot wijziging van de
                    postcoderegistratie - hiervan is sprake als de nummering van een ene woonplaats
                    doorloopt op het gebied van een andere woonplaats - worden de kosten daatvan bij
                    de gemeente in rekening gebracht. Er zijn overigens door TPG Post en de VNG
                    afspraken gemaakt over wijzigingen waarop de kostenverrekening al dan niet van
                    toepassing is (zie hiervoor het convenant tussen de VNG en PTT Post BV in
                    hoofdstuk 6, paragraaf 9 van de VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren en
                    begrenzen). Er is een aantal gemeenten die de woonplaatsgrenzen, al dan niet in
                    samenhang met de wijk-en buurtindeling, bij raadsbesluit (hebben) laten
                    vaststellen. Het streven van de gemeente moet er immers op zijn gericht om
                    wijzigingen van woonplaatsgrenzen waar mogelijk te voorkomen of tot een minimum
                    te beperken.</tussenkop><al>Naast het vaststellen van de grenzen van een woonplaats zal ook een naam voor
                    dat gebied moeten worden bedacht. Het toekennen van namen aan woonplaatsen wijkt
                    niet af van het proces van naamgeving van de openbare ruimte. Het is ook
                    wenselijk om dezelfde procedure te volgen. Het benoemen van woonplaatsen komt
                    relatief zeer weinig voor, maar juist hier geldt dat de naam met zorg moet
                    worden gekozen. De naam moet veelal generaties lang mee. Het is verstandig om
                    bij het vaststellen van een woonplaatsnaam vooraf contact op te nemen met TPG
                    Post (zie ook hoofdstuk 6, paragraaf 9 van de VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren
                    en begrenzen').</al><al>In het kader van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale
                    planologische diensten en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een
                    gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid met de term 'CBS-wijk- en
                    buurtindeling'.</al><al>Deze indeling werd noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en landelijk niveau
                    behoefte bestond aan inzicht in de onderverdeling van het gemeentelijk
                    grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter ontbroken aan systematisch
                    interbestuurlijk overleg over dit onderwerp, waardoor onduidelijkheid kon
                    ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. Zo is gebleken dat tal van
                    veranderingen in de wijk- en buurtindeling die door gemeenten zijn doorgevoerd,
                    niet bekend zijn bij het CBS. Ook is gebleken dat veel van de veranderingen in
                    de wijk- en buurtindeling wel bij het CBS bekend zijn, maar door het CBS zelf
                    zijn afgeleid uit de sinds 1980 ingevoerde jaarlijkse opgave van gemeenten. Op
                    provinciaal en landelijk niveau heeft een en ander geleid tot het ontstaan van
                    onzekerheid over de actualiteitswaarde en vergelijkbaarheid van aan wijk- en
                    buurtindelingen gerelateerde gegevens van verschillende gemeenten. Dit heeft het
                    Interprovinciaal Overleg (IPO) voor de ruimtelijke ordening ertoe aangezet de
                    minister van Economische Zaken te vragen om het CBS te verzoeken zijn
                    coe•rdinerende rol qua wijk- en buurtindeling te reactiveren. De minister heeft
                    dit verzoek ingewilligd. Dit heeft echter tot op heden nog niet geleid tot
                    nadere bijhoudingsregels voor de wijk- en buurtindeling. Gemeenten dienen zich
                    dan ook te houden aan de CBS-wijk- en buurtindeling uit 1970. In de verordening
                    komt derhalve het benoemen van de wijken en buurten terug, wat tot de
                    bevoegdheid van het college wordt gerekend.</al><al>In veel gemeenten wordt de wijk- en buurtindeling verfijnd tot bouwblokken. Een
                    indeling naar bouwblok wordt van belang gevonden voor de verwerving van
                    onroerende zaken, het bouwblokonderzoek, het uitvoeren van bestemmingsplannen,
                    het opstellen van voorbereidingsbesluiten, de stratentabellen en het statistisch
                    onderzoek, maar ook voor de vuilophaaldienst, inentingsdistricten,
                    gebiedsindeling van sociale instellingen etc. Er bestaan geen voorschriften voor
                    de aanduiding van bouwblokken. Dit betekent dat gemeenten die de wijk- en
                    buurtindeling willen verfijnen tot bouwblokken naar eigen inzicht nummers kunnen
                    hanteren bij het aanduiden van de bouwblokken. De wijknamen worden vaak in een
                    kleiner lettersoort onder de naam op het naambord weergegeven. Een afzonderlijk
                    onder het naambord opgehangen wijkbordje heeft overigens de voorkeur.</al><al>In het tweede lid is het benoemen van delen van de openbare ruimte geregeld. De
                    openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo worden
                    bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwateren, bruggen, viaducten, metrostations,
                    dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien. Het benoemen van de
                    openbare ruimte is een bevoegdheid van het college. Dit benoemt delen van de
                    openbare ruimte indien dat naar zijn oordeel nodig is, maar de meeste gemeenten
                    streven ernaar om de totale openbare ruimte van namen te voorzien. De in het
                    tweede lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot
                    het benoemen van de openbare ruimte bij het college indienen. Zo'n aanvraag kan
                    in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een
                    besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn in ieder geval hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van
                    toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten).</al><al>Het derde lid bepaalt dat onder vaststellen, toekennen en verdelen, zoals vervat
                    in het eerste en tweede lid, tevens het wijzigen en intrekken wordt bedoeld.
                    Naar de huidige opvattingen impliceert vaststellen, toekennen en verdelen dat
                    men ook kan wijzigen en intrekken. Bij de behandeling van beroep- en
                    bezwaarschriften is dat echter vaak een punt van discussie. Vandaar dat ervoor
                    is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken een afzonderlijk lid
                    op te nemen.</al><tussenkop>Arti kel 3</tussenkop><al>Dit artikel regelt het toekennen van nummers aan gebouwen, complexen,
                    afgebakende terreinen, ligplaatsen en standplaatsen door het college. Hier is
                    niet voor de term 'huisnummer' gekozen omdat bij een afgebakend terrein of
                    ligplaatsen en standplaats niet kan worden gesproken van het nummeren van een
                    huis. Het toekennen van nummers aan lig- en standplaatsen raakt meer in zwang,
                    omdat woonschepen en woonwagens wettelijk worden beschouwd als woonruimte in de
                    zin van de Woningwet.</al><al>Veelal bestaat een gebouw uit verschillende zelfstandige delen. Voor een goede
                    bereikbaarheid qua dienstverlening (postbezorging, brandbestrijding,
                    politiehulp, ambulancediensten etc.) is het noodzakelijk deze zelfstandige delen
                    van een afzonderlijk nummer te voorzien. De registratie van woonadressen in de
                    GBA noodzaakt in de meeste gevallen al tot het afzonderlijk nummeren van deze
                    delen. Uitgangspunt daarbij is wel dat achter de voordeur door de gemeente niet
                    wordt genummerd. Kamers in verpleeghuizen, bejaardenhuizen, verpleegstershuizen,
                    alsmede kantoorunits, ruimten ten behoeve van inwoning en dergelijke worden niet
                    van gemeentewege genummerd.</al><al>De in het eerste lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een
                    aanvraag tot nummertoekenning bij het college kunnen indienen. Ook deze aanvraag
                    kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een
                    besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook opnieuw in ieder geval hoofdstuk 3 en 4
                    van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over
                    besluiten).</al><al>In het tweede lid is vastgelegd dat een object een door het college toegekend
                    nummer ook feitelijk moet dragen. Daarmee wordt het college de mogelijkheid
                    geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers aan objecten.
                    Met het oog op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de nummers die
                    door het college zijn toegekend ook ter plaatse terug zijn te vinden. Het ligt
                    niet voor de hand dat een gemeente de kosten die gepaard gaan met de uitwerking
                    van dit artikel, bij de eigenaar van het desbetreffende object in de vorm van
                    leges in rekening brengt. Er is immers niet duidelijk sprake van een individueel
                    belang.</al><al>Het derde lid bepaalt dat onder toekennen, zoals vervat in het eerste lid,
                    tevens wijzigen en intrekken moet worden verstaan. Naar de huidige opvattingen
                    impliceert toekennen dat men ook kan wijzigen en intrekken. Desondanks is dat
                    bij de behandeling van beroep- en bezwaarschriften vaak een punt van discussie.
                    Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken
                    een afzonderlijk lid op te nemen.</al><al>Arti kel 4</al><al>Dit artikel regelt dat naamborden overeenkomstig de wens van het college zullen
                    worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. Het
                    tweede lid verbiedt eenieder op eigen initiatief namen en nummers toe te kennen
                    door deze namen en nummers aan te brengen.</al><al>Vooral het door de burgers aanbrengen van zelfbedachte nummers aan de bij hen in
                    gebruik zijnde onroerende zaken is de laatste decennia hand over hand
                    toegenomen. Bovendien heeft recent onderzoek van een grote gemeente aangetoond
                    dat niet alleen 'eigen nummers' worden toegekend aan objecten, maar dat dikwijIs
                    ook nummers ontbreken, niet leesbaar zijn of zo abstract zijn vormgegeven dat
                    zij niet meer aan de criteria van doeltreffendheid voldoen. De criteria van
                    doeltreffendheid dienen te worden uitgewerkt in de nadere
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7 van de verordening.
                    Overtreding van het tweede lid wordt strafbaar gesteld.</al><al>Artikel 5</al><al>In verband met de dienstverlening dienen naamborden door of namens de gemeente
                    ter plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk door de
                    naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen van derden of
                    paaltjes die op andermans terrein ten behoeve van de naamgeving mogen worden
                    geplaatst. Het artikel houdt echter ook rekening met de omstandigheid dat de
                    borden niet door de gemeente zelf, maar door derden worden aangebracht. Om te
                    voorkomen dat de leesbaarheid van de aangebrachte naamborden door hoog
                    opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt belemmerd, is bepaald
                    dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare
                    weg leesbaar blijven.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Het aanbrengen van nummerbordjes is per gemeente verschillend geregeld. Sommige
                    gemeenten brengen de nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers wordt in
                    bepaalde gevallen echter ook uitbesteed of overgelaten aan de aannemer, als
                    onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte kan het ook aan de
                    eigenaar worden overgelaten om de nummers, conform de nadere gemeentelijke
                    voorschriften, aan te brengen.</al><al>In de modelverordening is gekozen voor een formulering waarbij de eigenaar het
                    nummer dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste kan
                    bijvoorbeeld het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform
                    uitgevoerde nummering wenselijk wordt geacht. Het verdient aanbeveling de
                    verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een nummer in de tekst van de
                    nummerbeschikking te regelen.</al><al>In het tweede lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer binnen
                    een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het object nog
                    niet is voltooid, is in het derde lid een andere termijn gesteld. Het vierde lid
                    geeft het college de mogelijkheid de in het eerste en derde lid genoemde
                    termijnen te verlengen.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Dit artikel geeft het college de mogelijkheid nadere uitvoeringsvoorschriften te
                    stellen. Er kan in dit verband worden gedacht aan algemene eisen aan het te
                    gebruiken materiaal (bestand tegen weersinvloeden), alsmede aan andere
                    technische zaken, zoals de methode van nummering en maatvoering van de borden.
                    Ook kunnen de uitvoeringsvoorschriften een bepaling omvatten dat naast een
                    zelfvervaardigde nummerdrager - van geschilderde dakpannen tot ceramische tegels
                    en van zuiltjes tot deurschilderingen - het voorgeschreven nummerbordje altijd
                    aanwezig moet zijn op de bij verordening voorgeschreven plaats. Naast meer
                    technische uitvoeringsvoorschriften kan om verschillende redenen ook worden
                    gedacht aan uitvoeringsvoorschriften van administratieve aard. I n de eerste
                    plaats vervullen naam- en nummergegevens een zeer wezenlijke functie in het
                    maatschappelijk verkeer. De dienstverlening (brandbestrijding, ambulancevervoer,
                    postbezorging etc.) kan niet zonder een goedsluitende registratie van namen en
                    nummers (adres).</al><al>In de tweede plaats zijn tal van gemeentelijke registraties geordend naar
                    volgorde van naam en nummer (adres). In de derde plaats is een systematische en
                    eenduidige verstrekking van naam- en nummergegevens aan instanties noodzakelijk.
                    Zo bestaan er verplichtingen tot levering van adresgegevens aan afnemers en
                    derden in de zin van de Wet GBA en aan bijvoorbeeld waterschappen en de
                    Rijksbelastingdienst voor hun belastingheffing. In de vierde plaats is een goede
                    registratie van adressen noodzakelijk om gemeentelijke bestanden te kunnen
                    raadplegen en op elkaar af te stemmen. Ten slotte vervullen de adresgegevens een
                    belangrijke rol bij de uitkering uit het gemeentefonds. Redenen genoeg om ook
                    administratieve uitvoeringsvoorschriften te formuleren (zie ook het algemeen
                    deel, paragraaf 1, van de toelichting).</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen
                    zin wanneer ze ook kunnen worden afgedwongen zodra de regels worden overtreden.
                    Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste
                    categorie te verbinden. In het tweede lid kunnen bijvoorbeeld medewerkers van
                    Bouw- en Woningtoezicht (BWT) worden aangewezen om op naleving van de
                    verordening toe te zien. Het voorbereiden van nummer-en naambeschikkingen en het
                    aanbrengen van de naamborden etc. zijn doorgaans taken waarmee medewerkers van
                    BWT zijn belast. De controle op de naleving kan dan ook beter aan deze
                    medewerkers worden opgedragen.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Tot 1 januari 2002
                    traden alle verordeningen in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij
                    een ander tijdstip daarvoor was aangewezen (artikel 142 van de Gemeentewet).
                    Hierin is verandering gekomen door de inwerkingtreding van de Tijdelijke
                    referendumwet (Trw) op 1 januari 2002. Deze wet maakt referenda mogelijk over
                    onder andere de vaststelling, wijziging of intrekking van verordeningen. Wel
                    zijn enkele verordeningen uitgezonderd, maar die zijn hier niet van belang. De
                    vaststelling, wijziging of intrekking van bijvoorbeeld een APV of de verordening
                    inzake naamgeving en nummering is een besluit waarover een referendum kan worden
                    gehouden. Verordeningen waarvoor op grond van de Trw een referendum kan worden
                    gehouden treden, in afwijking van artikel 142 van de Gemeentewet, niet eerder in
                    werking dan zes weken na bekendmaking van de verordening (artikel 22 Trw). De
                    termijn van zes weken hangt ermee samen dat, na bekendmaking van de verordening
                    en na de mededeling dat over deze verordening een referendum kan worden
                    gehouden, een verzoek tot het houden van een referendum kan worden ingediend.
                    Wel kan worden gekozen voor een later tijdstip van inwerkingtreding.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude regels en voorschriften. Deze
                    regels en voorschriften dienen met name te worden genoemd. Er kan niet worden
                    volstaan met de zinsnede 'met de inwerkingtreding van deze verordening komen
                    alle eerdere regels en voorschriften te vervallen'. Het artikel spreekt verder
                    voor zich.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Het principe van het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren
                    van gebouwen, complexen, onbebouwde terreinen, ligplaatsen en standplaatsen
                    dateert al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren hebben vele voorschriften
                    gegolden. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat
                    alle namen en nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals geregeld krachtens artikel 7. Nummers die onder
                    het oude regime tot stand zijn gekomen blijven gehandhaafd. Het college heeft
                    wel de mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen. Lid 3 is een nadere
                    uitwerking van lid 2.</al><al>)</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>De term 'huisnummer' is in principe geen juiste term voor het nummeren van
                    bijvoorbeeld afgebakende terreinen of standplaatsen en ligplaatsen en de term
                    'straatnaamgeving' is geen goede term voor het benoemen van openbaar (sier)water
                    en bouwwerken. Vandaar dat de titel van de modelverordening is veranderd in
                    'naamgeving en nummering (adressen)'.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>