<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR31092_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heuvelland Actueel, 26-01-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BP/172</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Verordening:</al><al>de Verordening individuele voorzieningen
                                                maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                                Gulpen-Wittem 2010 </al></li><li nr="b."><al>Het college: het college van burgemeester en
                                                wethouders gemeente Gulpen-Wittem. </al></li><li nr="c."><al>Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt
                                                voor permanente bewoning, waar de persoon met
                                                beperkingen zijn vaste woon,- en verblijfplaats
                                                heeft en in de gemeentelijke basisadministratie
                                                staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven,
                                                dan wel het feitelijke woonadres indien de persoon
                                                met beperkingen met een briefadres is ingeschreven.
                                            </al></li><li nr="d."><al>Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een
                                                woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden
                                                woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van
                                                de persoon met beperkingen vanaf de toegang tot de
                                                woning te bereiken. </al></li><li nr="e."><al>Collectieve vervoersvoorziening / CVV:</al><al>Vervoer op maat/regiotaxi gemeente
                                                Gulpen-Wittem</al></li><li nr="f."><al>Norminkomen:</al><al>Bijstandsnorm zoal bedoeld in artikel 21 t/m 29 van
                                                de Wet Werk en Bijstand. </al></li><li nr="g."><al>Eigen betaling:</al><al>Het ten laste van de aanvrager blijvende deel van de
                                                kosten van een voorziening waarvoor een financiele
                                                tegemoetkoming wordt verleend</al></li><li nr="h."><al>Forfaittaire vergoeding: een bijdrage ineens die los
                                                van het inkomen en los van de werkelijke kosten van
                                                een voorziening wordt verstrekt, al dan niet met
                                                inachtneming van een inkomensgrens;</al></li><li nr="i."><al>gemaximeerde vergoeding:</al><al>een vergoeding in de kosten van een voorziening die
                                                tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt, al dan
                                                niet met inachtneming van een inkomensgrens;</al></li><li nr="j."><al>besparingsbedrag: een door de aanvrager te betalen
                                                bedrag, gelijk aan het bedrag dat ten gevolge van de
                                                verstrekking van een voorziening door de aanvrager
                                                wordt bespaard omdat deze verstrekte voorziening een
                                                algemeen gebruikelijke voorziening geheel of
                                                gedeeltelijk vervangt of kan vervangen;</al></li><li nr="k."><al>budgetperiode: periode waarvoor een persoonsgebonden
                                                budget wordt verleend;</al></li><li nr="l."><al>gehuwd:gehuwd zijn voor de
                                                burgerlijke stand, een geregistreerd partnerschap of
                                                samenwonend met een fiscaal partnerschap</al></li><li nr="m."><al>Alfahulp</al><al>hier wordt verwezen naar het pgb in de vorm van een
                                                financiele vergoeding voor een arbeidsverhouding als
                                                bedoeld in artikel 5, eerste lid van de wet op de
                                                loonbelasting 1964.</al></li><li nr="n."><al>gemeente</al><al>met de gemeente wordt bedoeld de gemeente
                                                Gulpen-Wittem danwel een organisatie die door de
                                                gemeente gemandateerd is om werkzaamheden die
                                                samenhangen met de verstrekking van individuele
                                                voorzieningen als bedoeld in de verordening en het
                                                besluit uit te voeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en welke
                                        niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als
                                        in de Wet Maatschappelijk ondersteuning, de Verordening of
                                        de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="3."><al>Alle bedragen die in dit Besluit genoemd worden zijn
                                        totaalbedragen. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toekenning en weigering van een persoonsgebonden
                                    budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Verstrekking van een toegekende individuele voorziening, zoals
                                    bedoeld in artikel 3 van de Verordening , in de vorm van een
                                    persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de
                                    aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verstrekking van het persoonsgebonden budget, zoals bedoeld in
                                    artikel 6 en 7 van de verordening, vindt niet plaats
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek
                                            duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat
                                            dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met
                                            een persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="b."><al>op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek
                                            duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat
                                            dat de aanvrager niet kan voldoen aan lopende financiële
                                            verplichtingen.</al></li><li nr="c."><al> op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek
                                            duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat
                                            dat de verstrekking van het persoonsgebonden budget niet
                                            bijdraagt aan een adequate compensatie van de beperking.
                                        </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>verantwoording van een persoonsgebonden budget en controle op
                                    de besteding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><lijst><li nr="a."><al>De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de
                                        budgethouder aan het college vindt plaats aan de hand van
                                        door de budgethouder te overleggen relevante, originele en
                                        gedateerde facturen en/of betaalbewijzen en/of een overzicht
                                        van de salarisadministratie met bewijsmiddelen.</al></li><li nr="b."><al>Indien de in lid 1a van dit artikel genoemde bescheiden
                                        niet, of niet volledig overlegd kunnen worden of indien het
                                        persoonsgebonden budget niet aangewend is voor de bestemming
                                        waartoe deze is toegekend, kan het college het reeds
                                        verstrekte persoonsgebonden budget geheel of ten dele
                                        intrekken en terugvorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Alle persoonsgebonden budgetten dienen te worden verantwoord
                                        conform artikel 3, lid 1, sub a van dit besluit. </al></li><li nr="b."><al>Een additionele intensieve controle van de verantwoording
                                        van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het
                                        college, zoals bedoeld in artikel 6 onder lid 6 van de
                                        Verordening, vindt steekproefsgewijs plaats waarbij de
                                        steekproef minimaal een omvang heeft van 10% van de
                                        verstrekte persoonsgebonden budgetten, na afloop van de
                                        verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>de hoogte van de verstrekking en de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het persoonsgebonden budget voor individuele voorzieningen,
                                    met uitzondering van de hulp in de huishouding, wordt een bruto
                                    bedrag beschikbaar gesteld dat 100% is van het bedrag zoals de
                                    kosten van de te verstrekken voorziening in natura bedragen. De
                                    kosten in natura zijn de kosten zoals door de gemeente
                                    overeengekomen met de dienstverlenende organisatie die deze
                                    voorziening biedt, dan wel is vastgesteld op basis van de
                                    goedkoopst adequate offerte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter bepaling of een aanvrager in aanmerking komt voor een
                                    vervoersvoorziening en / of een eigen bijdrage (aandeel) in de
                                    kosten van een woonvoorziening dient te betalen, wordt per
                                    categorie de grens van 1,5 maal het norminkomen gehanteerd (zie
                                    tabel op bijlage 5). </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan personen aan wie maatschappelijke ondersteuning is
                                    verleend,wordt, voor zover deze ondersteuning bestaat uit het
                                    verstrekken van een individuele voorziening of een
                                    persoonsgebonden budget, een eigen bijdrage gevraagd, tenzij
                                    anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De maximale eigen bijdrage voor een woningaanpassing bedraagt 25
                                    % van de totale aanpassingskosten van de goedkoopst- adequate
                                    oplossing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De eigen bijdrage wordt geïnd in een tijdsbestek van maximaal 39
                                    perioden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>de draagkracht wordt in aanmerking genomen bij het berekenen van
                                    de verschuldigde eigen bijdrage. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>HULP BIJ HET HUISHOUDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>activiteiten hulp bij het huishouden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorziening Hulp bij het huishouden zoals bedoeld in
                                        artikel 8 van de Verordening kan bestaan </al><al>uit de volgende activiteiten:</al><lijst><li nr="I."><al>Activiteiten aan te bieden wanneer verondersteld
                                                wordt dat de cliënt in staat is tot zelfregie over
                                                de planning van activiteiten en waaronder de
                                                volgende werkzaamheden en taken kunnen vallen:</al><lijst><li nr="a."><al>schoonmaken van woonruimte, slaapruimte,
                                                  sanitair, keuken (dagelijks of wekelijks
                                                  onderhoud)</al></li><li nr="b."><al>verzorgen van textiel (wassen,strijken)</al></li><li nr="c."><al>onderhoud van kleding en schoeisel;</al></li><li nr="d."><al>zorg voor de voeding (voorbereiden, serveren,
                                                  afwassen, opruimen)</al></li><li nr="e."><al>bed opmaken;</al></li><li nr="f."><al>beperkte verzorging van huisdieren </al></li></lijst></li><li nr="II."><al>Activiteiten aan te bieden wanneer de werkzaamheden
                                                die beschreven worden in lid 1 onder a. t/m f.
                                                tevens gerichte hulp bij de organisatie van het
                                                huishouden worden vereist, zoals:</al><lijst><li nr="a."><al>planning van het voeren van het huishouden
                                                  (wie doet wat)</al></li><li nr="b."><al>aandacht voor hygiëne in huis</al></li><li nr="c."><al>advies en hulp bij het kopen van
                                                  levensmiddelen</al></li><li nr="d."><al>beheer van de levensmiddelenvoorraad</al></li><li nr="e."><al>noodzakelijke opvang van thuiswonende
                                                  kinderen</al></li><li nr="f."><al>instructie en voorlichting die direct is
                                                  verbonden met activiteiten op het gebied van het
                                                  voeren van een huishouden, bijvoorbeeld
                                                  stimulering bij het deels zelf uitvoeren van
                                                  activiteiten. Enige begeleiding kan deel uitmaken
                                                  van deze prestatie, waaronder noodzakelijke
                                                  advisering aan informele zorgers van de
                                                  cliënt</al></li><li nr="g."><al>organisatie van het huishouden in verband met
                                                  chronische ziekte of beperking</al></li><li nr="h."><al>specifieke ondersteuning bij een ontregelde
                                                  huishouding i.v.m. psychische problemen.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een voorliggende voorziening voorhanden is, wordt
                                        verwezen naar deze voorliggende voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>vaststelling persoonsgebonden budget hulp bij het
                                    huishouden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp in de
                                        huishouding wordt een bedrag per uur beschikbaar
                                        gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:</al><lijst><li nr="a"><al>het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden
                                        basis</al></li><li nr="b"><al>het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden
                                        plus</al></li><li nr="c"><al>het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden
                                        door een alfahulp, </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het uurtarief in 2010 bedraagt:</al><lijst><li nr="a"><al>€ 15,07 voor het het persoonsgebonden budget voor hulp
                                        bij het huishouden basis</al></li><li nr="b"><al>€ 18,82 voor het persoonsgebonden budget voor hulp bij
                                        het huishouden plus</al></li><li nr="c"><al>€ 15,07 voor het persoonsgebonden budget voor hulp bij
                                        het huishouden door een alfahulp</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het persoonsgebonden budget ten behoeve van hulp bij het
                                        huishouden kent een vrij </al><al>besteedbaar bedrag, waarover geen verantwoording
                                        verschuldigd is. Dit bedraagt 1,5% van het totaal toegekende
                                        bedrag, met een minimum van € 250,00 en een maximum van €
                                        1.250,00 op jaarbasis. </al></li><li nr="5."><al>voor activiteiten als bedoeld onder artikel 5, I wordt een
                                        budget toegekend als bedoeld onder artikel 6 lid 2 sub a of
                                        c.</al></li><li nr="6."><al>voor activiteiten als bedoeld onder artikel 5, II, wordt een
                                        budget toegekend als bedoeld onder artikel 6 lid 2 sub
                                        b.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>verstrekking van het persoonsgebonden budget hulp bij het
                                    huishouden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verstrekking van een persoonsgebonden budget voor hulp
                                        bij het huishouden wordt na toekenning op basis van
                                        bevoorschotting als volgt uitgekeerd:</al><lijst><li nr="a."><al>tot € 2.500 op jaarbasis in één keer;</al></li><li nr="b."><al>tussen € 2.500 en € 5.000 op jaarbasis: per half
                                                jaar;</al></li><li nr="c."><al>tussen € 5.000 en € 25.000 op jaarbasis: per
                                                kwartaal;</al></li><li nr="d."><al>d boven € 25.000 op jaarbasis: maandelijks;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de ondersteuningsbehoevende aanspraak wil maken op
                                        een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden
                                        door een alfahulp, en deze ondersteuningsbehoevende tevens
                                        ondersteuning bij de werkgeverstaken wenst, dient hiertoe
                                        door deze ondersteuningsbehoevende een machtiging te worden
                                        ondertekend, waarna het budget door de gemeente wordt
                                        overgemaakt aan de door de gemeente gecontracteerde
                                        bemiddelingsorganisatie. </al></li><li nr="3."><al>De bemiddelingsorganisatie ondersteunt de rechthebbende
                                        vervolgens bij het uitvoeren van de werkgeverstaken,
                                        waaronder:</al><lijst><li nr="a."><al>bemiddeling tussen rechthebbende en alfahulp</al></li><li nr="b."><al>loonbetaling aan alfahulp</al></li><li nr="c."><al>loonadminstratie</al></li><li nr="d."><al>vervanging bij ziekte en/of vakantie alfahulp</al></li><li nr="e."><al>loondoorbetaling tijdens ziekte alfahulp</al></li><li nr="f."><al>aansprakelijkheidsverzekering. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien de ondersteuningsbehoevende die een overeenkomst
                                        heeft of zal aangaan met een alfahulp geen prijs stelt op de
                                        in lid 3 beschreven ondersteuning van werkgeverstaken en
                                        zodoende de in lid 2 beschreven machtiging niet ondertekent,
                                        wordt een budget toegekend op basis van een persoonsgebonden
                                        budget voor hulp bij het huishouden basis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>verantwoordingstermijnen van het persoonsgebonden budget hulp
                                    bij het huishouden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een ieder die een persoonsgebonden budget in het kader van
                                        hulp bij het huishouden toegekend heeft gekregen, legt hier
                                        verantwoording over af binnen zes weken na afloop van de
                                        verstrekking dan wel conform het onderstaande
                                        verantwoordingsritme: </al><lijst><li nr="a."><al>tot € 2.500 op jaarbasis: in één keer;</al></li><li nr="b."><al>tussen € 2.500 en € 5.000 op jaarbasis: per half
                                                jaar;</al></li><li nr="c."><al>boven € 5.000 op jaarbasis: per kwartaal;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>eigen bijdragen en eigen aandeel hulp bij het
                                    huishouden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het maximum van de verschuldigde eigen bijdrage en eigen
                                        aandeel in het kader van de hulp in de huishouding
                                        bedraagt:</al><lijst><li nr="a"><al>voor ongehuwde personen jonger dan 65:</al><lijst><li nr="·"><al>€ 16,60 per vier weken en</al></li><li nr="·"><al>15% van het inkomen boven € 16.137,00 gedeeld door
                                                dertien </al></li></lijst></li><li nr="b"><al>voor ongehuwde personen van 65 jaar of ouder:</al><lijst><li nr="·"><al>€ 16,60 per vier weken en</al></li><li nr="·"><al>15% van het inkomen boven € 14.162,00 gedeeld door
                                                dertien </al></li></lijst></li><li nr="c"><al>voor gehuwde personen indien een van beiden jonger is dan
                                        65 jaar: </al><lijst><li nr="·"><al>€ 23,80 per vier weken en</al></li><li nr="·"><al>15% van het inkomen boven € 20.810,00 gedeeld door
                                                dertien </al></li></lijst></li><li nr="d"><al>Voor gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder
                                        zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>€ 23,80 per vier weken en</al></li><li nr="·"><al>15% van het inkomen boven € 19.837,00 gedeeld door
                                                dertien </al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>De bedragen genoemd onder lid 1 zijn gekoppeld aan de
                                        bedragen vermeld in artikel 4.1 lid 1 van het Besluit
                                        Maatschappelijke Ondersteuning (Algemene Maatregel van
                                        Bestuur). Indien de bedragen in dit Besluit Maatschappelijke
                                        Ondersteuning worden gewijzigd, worden de bedragen genoemd
                                        onder lid 1 geacht op gelijke wijze te zijn gewijzigd.</al></li><li nr="3."><al>Bij verstrekking van een voorziening welke genoemd wordt in
                                        artikel 8 van de Verordening, wordt een eigen bijdrage in
                                        rekening gebracht ter hoogte van:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien aan de ondersteuningsbehoevende de
                                                voorziening ‘hulp bij het huishouden’ in natura
                                                wordt geleverd, geldt het uurtarief dat de
                                                zorgaanbieder, die bij de ondersteuningsbehoevende
                                                de voorziening ‘hulp bij het huishouden’ levert, aan
                                                het college in rekening brengt, rekening houdend met
                                                het bepaalde in artikel 9.1 van dit Besluit. Deze
                                                uurtarieven zijn opgenomen in bijlage 7 van dit
                                                Besluit;</al></li><li nr="b."><al>Indien aan de ondersteuningsbehoevende de
                                                voorziening ' hulp bij het huishouden' in de vorm
                                                van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, als
                                                bedoeld in artikel 6 lid 2 sub a en sub c, geldt een
                                                tarief van € 15,07 per uur, rekening houdend met het
                                                bepaalde in artikel 9.1 van dit Besluit;</al></li><li nr="c."><al>Indien aan de ondersteuningsbehoevende de
                                                voorziening ' hulp bij het huishouden' in de vorm
                                                van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt als
                                                bedoeld in artikel 6 lid 2 sub b, geldt een tarief
                                                van € 18,82 per uur rekening houdend met het
                                                bepaalde in artikel 9.1 van dit Besluit .</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4</nr><titel>WOONVOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>algemeen gebruikelijke voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Conform het gestelde in artikel 2 , lid 2 sub b van de
                                        Verordening worden de volgende</al><al>woonvoorzieningen tenminste als algemeen gebruikelijk
                                        aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>toiletpot en verhoogd/hangend toiletpot </al></li><li nr="b."><al>toiletgelegenheid op de eerste etage </al></li><li nr="c."><al>airconditioning woonruimte</al></li><li nr="d."><al>kooktoestellen algemeen</al></li><li nr="e."><al>zonwering (binnen en buiten)</al></li><li nr="f."><al>alle vormen van kranen (eenhendel, mengkranen,
                                                thermostaatkranen en glijstangset)</al></li><li nr="g."><al>badkamer renovatie (vervangen lavet door
                                                douche)</al></li><li nr="h."><al>waterbed</al></li><li nr="i."><al>aanleg centrale verwarming</al></li><li nr="j."><al>douchecabine, douchecel, douchewand,
                                                seniorendouchebak</al></li><li nr="k."><al>intercom </al></li><li nr="l."><al>mechanische ventilatie (beluchten woning)</al></li><li nr="m."><al>afzuigkap boven kooktoestel </al></li><li nr="n."><al>beugels</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In individuele gevallen kan een in lid 1 genoemde
                                        voorziening, die op zichzelf als algemeen gebruikelijk kan
                                        worden beschouwd, vanwege omstandigheden aan de kant van de
                                        aanvrager toch niet als algemeen gebruikelijk worden
                                        beschouwd. Van een uitzondering is in ieder geval
                                        sprake:</al><lijst><li nr="a."><al> indien ten gevolge van een plotseling optredende
                                                beperking zaken die nog niet zijn afgeschreven
                                                moeten worden vervangen; </al></li><li nr="b."><al>als het inkomen van de aanvrager, mede ten gevolge
                                                van aantoonbare kosten ten gevolge van zijn
                                                beperking, onder het voor hem geldende
                                                bijstandsniveau zal komen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>vaststelling hoogte financiële tegemoetkoming in de kosten
                                    van woonvoorzieningen en persoonsgebonden budget
                                    woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming, zoals
                                                bedoeld in artikel 13. onder d van de Verordening,
                                                minus het eventuele eigen aandeel voor de
                                                woonvoorziening, wordt vastgesteld als tegenwaarde
                                                van het bedrag zoals vermeld in de door het college
                                                geaccepteerde offerte . </al></li><li nr="b."><al>De hoogte van of het persoonsgebonden budget zoals
                                                bedoeld in artikel 13. onder c van de Verordening
                                                minus de eventuele eigen bijdrage voor de
                                                woningvoorziening, wordt vastgesteld als tegenwaarde
                                                van het bedrag zoals vermeld in de door het college
                                                geaccepteerde offerte </al></li><li nr="c."><al>De hoogte van de door het college vast te stellen
                                                financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget
                                                voor de kosten van een woonvoorziening als bedoeld
                                                in artikel 13 van de Verordening, bedraagt bij
                                                inkomens tot en met de inkomensgrenzen zoals genoemd
                                                in artikel 4 lid 2 van het Besluit, 100% van de voor
                                                subsidie in aanmerking komende kosten.</al></li><li nr="d."><al>De hoogte van de vast te stellen financiële
                                                tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening
                                                als bedoeld in artikel 13 van de Verordening bij
                                                inkomens boven de inkomensgrenzen zoals genoemd in
                                                artikel 4 lid 2 van het Besluit, wordt de subsidie
                                                bepaald door de draagkracht in mindering te brengen
                                                op de voor vergoeding in aanmerking komende
                                                kosten.</al><al>e.Indien de stijging van de huur- of woonlasten als
                                                gevolg van hetgeen in artikel 11 lid 1 onder d is
                                                bepaald de draagkracht van betrokkene de
                                                gehandicapte te boven gaat, dan wordt de financiële
                                                tegemoetkoming zodanig verhoogd, dat de draagkracht
                                                niet wordt overschreden</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                        tegemoetkoming voor een woonvoorziening als bedoeld in
                                        artikel 15 onder a van de Verordening (verhuis- en
                                        herinrichtingskosten) bedraagt € 1360,-</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud,
                                        keuring en reparatie ten behoeve van een verstrekte
                                        voorziening zoals bedoeld in artikel 15 van de Verordening
                                        individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                                        onder b, c en d wordt verstrekt indien;</al><lijst><li nr="a."><al>de woonvoorziening nog in het kader van de
                                                verordening Wet Voorzieningen Gehandicapten is
                                                verleend of;</al></li><li nr="b."><al>de woonvoorziening in het kader van de Verordening
                                                individuele voorzieningen maatschappelijke
                                                ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2007 is
                                                verleend;</al></li><li nr="c."><al>de woonvoorziening in het kader van de Verordening
                                                individuele voorzieningen maatschappelijke
                                                ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010 is
                                                verleend</al></li><li nr="d."><al>en de woonvoorziening voorkomt op de in bijlage 2
                                                genoemde voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>en de aanvrager ten tijde van het onderhoud, keuring
                                                of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf heeft
                                                en bewoont. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het
                                                bezoekbaar maken van de woonruimte, zoals bedoeld in
                                                artikel 19 lid 4 van de Verordening bedraagt €
                                                3.000,00. </al></li><li nr="b."><al>De financiële tegemoetkoming kan worden toegekend
                                                voor het bezoekbaar maken van maximaal één
                                                woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de toekenning van het persoonsgebonden budget of de
                                        financiele tegemoetkoming wordt de economische levensduur
                                        van de voorziening in aanmerking genomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de technische levensduur van de woonwagen ten tijde
                                        van de indiening van de aanvraag minder dan 5 jaar is, of de
                                        standplaats van de woonwagen binnen 5 jaar voor opheffing in
                                        aanmerking komt, bedraagt de hoogte van de aanpassingskosten
                                        de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,00. Indien
                                        de technische levensduur van de woonwagen ten tijde van de
                                        indiening van de aanvraag meer dan 5 jaar is, dan bedragen
                                        de maximale aanpassingskosten € 13.650,-</al><al>Het in artikel 21 van de Verordening genoemde
                                        afschrijvingsschema luidt als volgt: terugbetaling: in het
                                        eerste jaar 100% van de meerwaarde van de woning na
                                        subsidie</al><al>in het tweede jaar 90% van de meerwaarde van de woning na
                                        subsidie</al><al>in het derde jaar 80% van de meerwaarde van de woning na
                                        subsidie</al><al>in het vierde jaar 70% van de meerwaarde van de woning na
                                        subsidie</al><al>in het vijfde jaar 60% van de meerwaarde van de woning na
                                        subsidie</al><al>in het zesde jaar 50% van de meerwaarde van de woning na
                                        subsidie</al><al>in het zevende jaar 40% van de meerwaarde van de woning na
                                        subsidie</al><al>in het achtste jaar 30% van de meerwaarde van de woning na
                                        subsidie</al><al>in het negende jaar 20% van de meerwaarde van de woning na
                                        subsidie</al><al>in het tiende jaar 10% van de meerwaarde van de woning na
                                        subsidie</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Indien de kosten van de woningaanpassing € 13.650,-
                                                of meer bedragen, dient de betrokkene te verhuizen
                                                naar een voor hem/haar geschikte aangepaste woning.
                                                Een en ander conform artikel 16 lid 1 van de
                                                Verordening. </al></li><li nr="b."><al>De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 11 lid 2
                                                van dit Besluit(verhuiskostenvergoeding) wordt</al><al>alsdan verstrekt. </al></li><li nr="c."><al>De tegemoetkoming in artikel 11 lid 2 van dit
                                                Besluit kan ook worden verstrekt indien de kosten
                                                van</al><al>de woningaanpassing lager zijn dan € 13.650,-. </al></li><li nr="d."><al>bij gelijkblijvende beperkingen geldt het onder
                                                artikel 11, lid 7 sub a vermelde bedragen voor een
                                                periode van 3 jaar.</al></li><li nr="e."><al>van deze periode kan afgeweken worden indien een
                                                aanpassing noodzakelijk is, zonder dat deze vooraf
                                                voorzien kon worden<vet>. </vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>verstrekking van de financiële tegemoetkoming in de kosten
                                    van dewoonvoorzieningen en persoonsgebonden budget
                                    woonvoorzieningen</titel></kop><al>De financiële tegemoetkoming in de kosten van de woonvoorzieningen
                                en het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt in één
                                keer vooraf na toekenning van het persoonsgebonden budget
                                verstrekt.</al><al>;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>wijze van verantwoording van de financiële tegemoetkoming in
                                    de kosten van dewoonvoorzieningen en persoonsgebonden budget
                                    woonvoorzieningen</titel></kop><al>De financiële tegemoetkoming in de kosten van de woonvoorzieningen
                                en persoonsgebonden budget woonvoorzieningen wordt verantwoord na
                                ontvangst van de verstrekking of afronding van de aanpassing</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>5</nr><titel>HET ZICH LOKAAL VERPLAATSEN PER VERVOERMIDDEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>vaststelling persoonsgebonden budget en financiële
                                    tegemoetkoming vervoersvoorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de verstrekking of toekenning van een algemene of
                                        individuele vervoersvoorziening geniet de voorziening in
                                        natura, zoals bedoeld in artikel 22, onder a (collectief
                                        vervoer) en b (scootermobiel) van de Verordening, altijd het
                                        primaat boven de verstrekking van een persoonsgebonden
                                        budget. Uitzondering hierop zijn de vervoersvoorzieningen
                                        die om een medische reden en/of andere zwaarwegende redenen
                                        niet ingevuld kunnen worden door de verstrekking van een
                                        collectieve vervoersvoorziening en scootmobielen. </al></li><li nr="2."><al>Het persoonsgebonden budget voor een scootermobiel
                                        wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de
                                        huurprijs van de goedkoopst- adequate voorziening inclusief
                                        onderhoud en reparatie zoals dat door het college aan de
                                        leverancier wordt betaald.</al></li><li nr="3."><lijst><li nr="a."><al>De hoogte van een door het college te verlenen
                                                financiële tegemoetkoming voor de aanpassing van een
                                                eigen auto wordt vastgesteld als tegenwaarde van het
                                                bedrag zoals vermeld in de door het college
                                                geaccepteerde offerte dan wel het door het college
                                                voor dergelijke voorziening vastgesteld
                                                maximum.</al></li><li nr="b."><al>De vergoeding wordt eenmaal per 5 jaar verstrekt.
                                            </al></li><li nr="c."><al>Indien als gevolg van toepassing van dit artikel
                                                extra verzekeringskosten en hogere kosten
                                                i.v.m.</al><al>de motorrijtuigenbelasting ontstaan, komen deze
                                                meerkosten voor vergoeding in aanmerking. </al></li><li nr="d."><al>Bij tussentijdse hernieuwde aanvraag (aanschaf
                                                andere auto) wordt naar rato van de verstreken tijd
                                                een vergoeding verleend. Op de vergoeding wordt dan
                                                een mindering toegepast gebaseerd op de eerdere
                                                vergoeding voor hetzelfde type uitvoering van de
                                                auto. </al></li><li nr="e."><al>De korting wordt niet toegepast indien de hernieuwde
                                                aanvraag een gevolg is van een calamiteit. </al></li></lijst></li><li nr="4."><lijst><li nr="a."><al>Het bedrag dat verstrekt wordt voor het gebruik van
                                                vervoersvoorziening zoals bedoeld in artikel 22
                                                onder c van de Verordening bedraagt voor het gebruik
                                                van een eigen auto per kilometer een vergoeding die
                                                gelijk aan het huidige algemeen gehanteerde bedrag
                                                voor reiskostenvergoeding werkverkeer (per 2007 €
                                                0,28 per km.) met een maximum van 2.000 kilometer
                                                per jaar. </al></li><li nr="b."><al>b Dit bedrag zal, indien van toepassing , jaarlijks
                                                worden aangepast aan de wettelijke fiscale
                                                bepalingen. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen,
                                        wordt bij een voorziening zoals bedoeld onder artikel 22
                                        onder c van de Verordening, niet meer dan anderhalf maal een
                                        enkele vergoeding zoals genoemd in dit besluit onder artikel
                                        15 lid 4 toegekend</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>verstrekking persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Het persoonsgebonden budget voor rolstoelen, scootmobielen en andere
                                verplaatsingsvoorzieningen wordt op basis van de maandelijkse
                                huurprijs van de leverancier verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>verantwoording persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Het persoonsgebonden budget voor rolstoelen, scootmobielen en andere
                                verplaatsingsvoorzieningen wordt maandelijks na ontvangst van de
                                verstrekking verantwoord.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>eigen bijdragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het inkomen, zoals bedoeld onder artikel 1 lid t van
                                        de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke
                                        ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2007 van een ongehuwde
                                        persoon of het gezamenlijk inkomen van gehuwde personen,
                                        meer bedraagt dan 1,5 maal de in artikel 4 lid 8 van dit
                                        Besluit voor de diverse categorieën genoemde
                                        inkomensgrenzen, wordt de aanvrager geacht de kosten van het
                                        lokaal vervoer of het bezit en gebruik van een auto zelf te
                                        kunnen dragen en derhalve algemeen gebruikelijk geacht,
                                        zodat een auto of een met een auto vergelijkbare voorziening
                                        en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten
                                        niet in aanmerking komen voor verstrekking of vergoeding.
                                    </al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de eigen bijdrage voor vervoersvoorzieningen
                                        als bedoeld in artikel 22, onder b van de Verordening (een
                                        scootermobiel) bedraagt € 45,- </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>besparingsbijdrage</titel></kop><al>Het bedrag dat door de aanvrager ten gevolge van de verstrekking van
                                een voorziening door de aanvrager wordt bespaard omdat deze
                                verstrekte voorziening een algemeen gebruikelijke voorziening
                                vervangt of kan vervangen, wordt <vet>niet</vet> in mindering
                                gebracht op de hoogte van de financiële tegemoetkoming danwel bij de
                                aanvrager in rekening gebracht.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>6</nr><titel>Verplaatsen in en om de woning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>vaststellen van het persoonsgebonden budget of de financiele
                                    tegemoetkoming</titel></kop><al>Indien de rolstoelvoorziening of een hulpmiddel in de vorm van een
                                persoongebonden budget verstrekt wordt, wordt de hoogte van de
                                vergoeding bepaald door het gestelde zoals opgenomen in artikel 4
                                lid 1 van dit besluit, uitgaande van de goedkoopste adequate
                                voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verstrekking vna het persoonsgebonden budget of de financiele
                                    tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het persoonsgebonden budget voor rolstoelen, scootmobielen
                                        en andere verplaatsingsvoorzieningen wordt maandelijks op
                                        grond van de huurprijs van de leverancier verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Het wederom verstrekken van een persoonsgebonden budget voor
                                        een reeds eerder verstrekte soortgelijke rolstoelvoorziening
                                        of (verplaatsings)hulpmiddel, kan slechts dan geschieden
                                        indien de economische afschrijvingstermijn, zoals deze
                                        gelden bij het verstrekken van een voorziening in natura,
                                        aan de betreffende rolstoelvoorziening of hulpmiddel
                                        verstreken is. </al></li><li nr="3."><al>In uitzondering op het gestelde in artikel 2 van dit besluit
                                        wordt een sportrolstoel altijd als financiële
                                        tegemoetkoming/persoonsgebonden budget verstrekt. De hoogte
                                        van een door het college te verlenen financiële
                                        tegemoetkoming/persoonsgebonden budget voor een
                                        sportrolstoel zoals bedoeld in artikel 27 onder c, van de
                                        Verordening, is een vaste financiële tegemoetkoming en
                                        bedraagt € 2120, per 3 jaar. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verantwoording van het pgb of de financiele
                                    tegemoetkoming</titel></kop><al>Het persoonsgebonden budget voor rolstoelen, scootmobielen en andere
                                verplaatsingsvoorzieningen: wordt maandelijks na ontvangst van de
                                verstrekking verantwoord.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>7</nr><titel>ADVISERING EN SAMENHANGENDE AFSTEMMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Advisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bedrag waarboven ingevolge artikel 32 onder lid 2 van de
                                    Verordening, advisering moet worden gevraagd bedraagt: €
                                    25.000,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De advisering dient te geschieden door een onafhankelijk extern
                                    medisch adviesorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Samenhang en afstemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af
                                    te stemmen op de situatie van de aanvrager wordt bij het
                                    onderzoek ex artikel 33 van de Verordening, indien van
                                    toepassing aandacht besteed aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de algemene gezondheidstoestand van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de beperkingen die de aanvrager in zijn of haar
                                            functioneren ondervindt als gevolg van ziekte of
                                            gebrek;</al></li><li nr="c."><al>de woning en woonomgeving van de aanvrager;</al></li><li nr="d."><al>de psychisch en sociaal functioneren van de
                                            aanvrager;</al></li><li nr="e."><al>de sociale omstandigheden van de aanvrager.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de besluitvorming en de motivering van het besluit wordt
                                    door het college bij deze bevindingen aangesloten.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>8</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald als: 'Besluit individuele
                                voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem
                                2010’</al><al>Het besluit wet maatschappelijke ondersteuning treedt in werking op
                                1 januari 2010.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het college van de Gemeente Gulpen-Wittem op
                        22 december 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De Burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Drs. A.R.B. van den Tillaar </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening>mr. L.P.M. Keulemans </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage I</label><nr/><titel>ICF Schema</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i34cceaf5-5833-440f-9b58-e8bce2dac122" naam="i2639i34cceaf5-5833-440f-9b58-e8bce2dac122.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.7cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="i00a8e921-756e-4d1c-ada4-48b0ec0a594a" naam="i2640i00a8e921-756e-4d1c-ada4-48b0ec0a594a.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.7cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="if8e4f0af-c8bf-4617-87e6-b152ae4f5174" naam="i2641if8e4f0af-c8bf-4617-87e6-b152ae4f5174.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.7cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="id5ccc97e-97b1-48d6-9730-bc622a739b21" naam="i2642id5ccc97e-97b1-48d6-9730-bc622a739b21.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.7cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><tussenkop>Bijlage 2</tussenkop><tussenkop>Vergoeding voor kosten van onderhoud, keuring en reparatie ingevolge
                    artikel 8 lid 3. </tussenkop><al>Alleen de werkelijk gemaakte kosten van keuring, onderhoud (met een maximum van
                    de in de tabel genoemde bedragen) en reparatie (niet expliciet gebonden aan een
                    maximum) aan de hieronder genoemde onderdelen komen in aanmerking voor een
                    financiële tegemoetkoming.</al><lijst><li nr="a."><al>stoelliften;</al></li><li nr="b."><al>rolstoel- of sta-plateauliften;</al></li><li nr="c."><al>woonhuisliften;</al></li><li nr="d."><al>hefplateauliften;</al></li><li nr="e."><al>balansliften;</al></li><li nr="f."><al>de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte
                            verstelbaar keukenblok, bad of wastafel;</al></li><li nr="g."><al>elektromechanische openings- en sluitingsmechanisme van deuren.</al></li></lijst><al>De maximale vergoeding van kosten voor onderhoud en keuring van diverse soorten
                    liften in woningen en trappenhuizen bedraagt: </al><tussenkop>Keuringen onderhoud</tussenkop><table><tgroup cols="5"><tbody><row><entry colname="col1"><al>Soorten liften</al></entry><entry colname="col2"><al>Frequentie</al><al>keuring</al></entry><entry colname="col3"><al>Kosten excl. BTW</al></entry><entry colname="col4"><al>Frequentie onderhoud</al></entry><entry colname="col5"><al>Kosten excl. BTW</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stoellift</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per 4 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 216,20</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 443,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rolstoel-plateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per 4 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 263,40</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 443,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonhuisliften</al></entry><entry colname="col2"><al>1 x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 263,40</al></entry><entry colname="col4"><al>2x per jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 886,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hefplateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 267,20</al></entry><entry colname="col4"><al>2x per jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 886.60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Balanslift *</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 76,50</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 443,30</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>*</vet>Balansliften worden niet meer nieuw gemaakt. Bestaande
                    balansliften kunnen nog wel gewoon gekeurd en onderhouden worden. Het
                    lifteninstituut berekent de kosten voor periodieke keuring van balansliften op
                    grond van een uurtarief van € 76,50</al><al>maximale toeslagen op bovengenoemde tarieven;</al><lijst><li nr="-"><al>50% voor installaties geplaatst buiten de woning;</al></li><li nr="-"><al>50% voor installaties die meer dan 1 verdieping overbruggen;</al></li><li nr="-"><al>50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus
                            en/of</al><al> afrijdbeveiliging resp. elektrisch wegklapbare
                            raildelen<vet>.</vet></al></li></lijst><tussenkop>Bijlage 3</tussenkop><al>Tabel norminkomens ( per 01-01-2010) </al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>&lt; 65 jaar</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bijstandsnorm netto per maand</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Inkomensgrens netto per maand</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Echtpaar</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.299,04</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.948,56</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Één ouder</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.169,36</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.754,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Alleenstaand </vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 909,33</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.364,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Instelling gehuwd</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 449,92</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 674,88</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Instelling alleen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 289,26</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 429,39</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>&gt; 65 jaar</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bijstandsnorm netto per maand</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Inkomensgrens netto per maand</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Alleenstaand</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 999,17</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.498,76</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Één ouder</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.255,47</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.883,21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Gehuwd beide ouder dan 65 jaar</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.374,32</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.811,54</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Gehuwd één ouder dan 65+</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.374,32</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.061,48</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Bijlage 5 Cumulatie van eigen bijdragen</tussenkop><al>In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel Wmo is aangegeven dat de
                    regering de extramurale eigen bijdrageregeling AWBZ en de regeling Wmo goed op
                    elkaar wil laten aansluiten om een mogelijke stapeling van eigen bijdragen voor
                    individuen te beperken. </al><al>Met de extramurale eigenbijdragen AWBZ worden bedoeld de eigen bijdragen die op
                    grond van de AWBZ zijn verschuldigd voor persoonlijke verzorging en verpleging,
                    zonder dat er sprake is van verblijf in een AWBZ-instelling. Er is voor gekozen
                    om de grenzen voor de eigenbijdrage Wmo te enten op grenzen van de eigenbijdrage
                    die geldt voor de extramurale AWBZ. Behalve regels met betrekking tot de eigen
                    bijdrage in het kader van de Wmo, wijzigt het onderhavige besluit daarom ook de
                    extramurale eigen bijdrage AWBZ. De begrenzing aan de stapeling is geregeld door
                    het anticumulatiebeding zoals dat onder de Wvg gold, ook voor de Wmo te regelen.
                    Anders dan bij de Wvg gaat de Wmo-bijdrage thans voor op de AWBZ. dit betekent
                    dat burgers die voor een bepaalde Wmo-voorziening reeds een eigen bijdrage
                    betalen, maar daarvoor het maximum nog niet hebben bereitk, voor de AWBZ slechts
                    een eigen bijdrage betalen tot dat voor hen geldende maximum. Dit geldt ook voor
                    de eigen bijdrage die in mindering wordt gebracht op het persoonsgebonden budget
                    op grond van de AWBZ. In de AWBZ is een anticumulatie voor de eigen bijdrage
                    voor extramurale zorg met de zorg ingeval er sprake is van zorg met verblijf in
                    een AWBZ-instelling. Een samenloop kan vooral aan de orde zijn indien een van de
                    partners verblijft in een AWBZ –instelling en de ander thuis AWBZ-zorg ontvangt.
                    Hoewel de anticumulatie ingeval van verblijf in een AWBZ-instelling niet kende,
                    is een dergelijke anticumulatie met dit besluit ook geregeld voor de Wmo. Dat
                    lag alleen al voor de hand omdat de huishoudelijke verzorging per 1 januari 2007
                    is overgegaan naar de Wmo. Ook hiervoor is geregeld dat de Wmo voorgaat. </al><al>Tot nu toe was het bedrag dat maximaal aan eigen bijdrage moest worden betaald
                    gemaximeerd tot een bepaald nominaal bedrag per vier weken. Dit bedrag bedroeg
                    in 2006 € 544,20. Dit maximum is komen te vervallen. Daarmee is op dit punt
                    eveneens aangesloten bij de eigen bijdrageregeling op grond van de Wvg, die een
                    dergelijk maximum ook niet kende. De vaststelling en de inning van de
                    extramuraleeigen bijdragen AWBZ wordt gedaan door het Centraal
                    Administratiekantoor Zorgkosten(CAK).Het CAK heeft derhalve ervaring en
                    deskundigheid ten aanzien van het berekenen, vaststellen en innen van eigen
                    bijdragen Wmo te geven(Kamerstukken II 2005/05, 30313, nr 36) </al><al/><tussenkop>Bijlage 6</tussenkop><tussenkop>Collectief vraagafhankelijk vervoer</tussenkop><al>Collectief vraagafhankelijk vervoer is een vorm van openbaar vervoer waarvan
                    iedereen binnen het vervoersgebied gebruik kan maken en dat tevens voorziet in
                    het deur tot deur vervoer van betrokkenen al dan niet gebruik makend van een
                    rolstoel.</al><al>Het CVV kent beperkingen die inherent zijn aan het systeem. Het collectief
                    vraagafhankelijk vervoersysteem kan doorgaans niet garanderen dat iemand stipt
                    op tijd wordt opgehaald. Het gezamenlijk reizen met anderen kan voor sommige
                    cliënten een belasting zijn. Met deze kenmerken moet rekening gehouden worden
                    bij het vaststellen of een CVV systeem voor de gehandicapte een adequate
                    oplossing biedt.</al><al>Elke reiziger, ook de WMO-geïndiceerde reiziger is in het CVV een
                    reizigersbijdrage verschuldigd.</al><al>De prijs die de gehandicapte in het CVV betaalt is evenwel aanmerkelijk lager
                    dan de prijs die de niet WMO-geïndiceerde gebruiker moet betalen. De
                    verschuldigde bijdrage per openbaar vervoer zone komt overeen met het blauwe
                    strippenkaarttarief in het reguliere openbaar vervoer.</al><al>De niet WMO-geïndiceerde reiziger in het CVV betaalt een hogere prijs maar
                    krijgt daarvoor vervoer van deur tot deur aangeboden. </al><al>Op grond van het gestelde in artikel 22 onder a van de Verordening individuele
                    voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem kan de
                    gehandicapte tegen het gereduceerde tarief onbeperkt reizen binnen het geldende
                    vervoersgebied.</al><al>In het algemeen wordt een vervoersvoorziening getroffen als het
                    verplaatsingsgedrag van de gehandicapte in belangrijke mate is verstoord vanwege
                    de ondervonden belemmeringen. Van een dergelijke verstoring is geen sprake als
                    slechts incidenteel verplaatsingsmoeilijkheden optreden.</al><tussenkop>Algemeen.</tussenkop><al>De belangrijkste oorzaak van het mobiliteitsprobleem is het gegeven dat het
                    openbaar vervoer onvoldoende toegankelijk is voor gehandicapten. Om deze reden
                    is het noodzakelijk dat er aan gehandicapten een alternatief wordt aangeboden om
                    zich te kunnen verplaatsen. Een mogelijkheid die in het WMO-beleid bestaat is de
                    collectieve aanpak, waarbij opgemerkt dient te worden dat voorkomen moet worden
                    dat WMO-middelen indirect worden ingezet om de problemen op te lossen waar het
                    openbaar vervoer in algemene zin mee kampt.</al><al>De in het kader van de WMO te verstrekken vervoersvoorziening dient in ieder
                    geval adequaat te zijn en te voldoen aan een aantal kwaliteitseisen, waarbij er
                    sprake is van verminderen van mobiliteitsproblemen en niet van het wegnemen
                    daarvan.</al><al>De selectie van de goedkoopst adequate vervoersvoorziening hangt af van:</al><lijst><li nr="-"><al>de ondervonden belemmeringen;</al></li><li nr="-"><al>het verplaatsingsmotief van de gehandicapte;</al></li><li nr="-"><al>de verplaatsingsbestemming;</al></li><li nr="-"><al>de frequentie van verplaatsingen;</al></li><li nr="-"><al>de wijze van verplaatsen.</al></li></lijst><al>Hoewel tot op zekere hoogte verwacht mag worden dat een gehandicapte zijn
                    verplaatsingspatroon aanpast aan de handicap (de handicap op zich dwingt
                    hiertoe), zal een WMO-voorziening verstrekt worden teneinde de deelname aan het
                    maatschappelijk verkeer te bevorderen en waar mogelijk de belemmeringen en
                    beperkingen ten gevolge van de handicap te compenseren,</al><al>Het leven van alle dag.</al><al>Met het verstrekken van een vervoersvoorziening wordt beoogd te bereiken dat de
                    aanvrager in staat wordt gesteld in ieder geval datgene te doen wat mensen van
                    dag tot dag plegen te doen. Voor het grootste deel zijn dat
                    routine-verplaatsingen (dagelijkse boodschappen, bezoeken van familie en
                    kennissen, het zomaar buiten zijn). Dergelijke verplaatsingen bevinden zich in
                    de regel in de directe woon- en leefomgeving van de gehandicapte.</al><al>De voorziening is er op gericht gehandicapten de mogelijkheid te bieden nog in
                    zo’n volledig mogelijke mate deel te nemen aan het leven van alle dag. De
                    vervoersvoorziening heeft betrekking op de directe woon- en leefomgeving van de
                    gehandicapte, tenzij het gaat om wezenlijk contact buiten dat gebied dat alleen
                    onderhouden kan worden door persoonlijk bezoek van de gehandicapte en wanneer
                    het wegvallen van dat contact zou leiden tot vereenzaming.</al><al>Voor verplaatsingen buiten het vervoersgebied van 5 OV zones is er een algemene
                    voorziening in de vorm van het landelijk systeem voor bovenregionaal vervoer
                    “Valys”. Mensen met een WMO indicatie voor vervoer of voor een rolstoel, kunnen
                    na aanmelding gebruik maken van dat systeem.</al><al>Recreatieve bestemming kan onderdeel vormen van het dagelijkse patroon van het
                    leven van alle dag, in welk geval met het treffen van een
                    WMO-vervoersvoorziening dan ook rekening wordt gehouden. Een hulpmiddel dat
                    aangevraagd wordt met het oog op recreatie en ontspanning alleen, wordt niet in
                    het kader van de WMO verstrekt.</al><al>Het vervoer naar bijvoorbeeld dagopvang of dagverzorging valt niet onder de WMO.
                    Deze bestemmingen zijn niet te vatten onder de verplaatsingen die mensen in het
                    algemeen van dag tot dag plegen te doen.</al><al>Individuele invulling van het leven van alle dag.</al><al>De gemeente dient een zorgvuldig onderzoek te doen naar het verplaatsingspatroon
                    van de gehandicapte om vast te stellen welke verplaatsingen voor de gehandicapte
                    van belang zijn voor het onderhouden van de voor hem noodzakelijke sociale
                    contacten. Zijn de door de gehandicapte regelmatig af te leggen afstanden
                    uitzonderlijk hoog en/of is de frequentie waarmee die afstanden worden afgelegd
                    uitzonderlijk hoog, dan wordt daarmee bij het vaststellen van de
                    goedkoopst-adequate voorziening rekening gehouden.</al><al>Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de betrokkene tijdelijk vanwege
                    familie-omstandigheden extra verplaatsingen over grotere afstanden moet maken,
                    bijvoorbeeld van opname van een naaste in een bepaald ziekenhuis of in een
                    AWBZ-instelling. In zo’n geval kan tijdelijk een verhoging van de omvang van de
                    te verstrekken vervoersvoorziening/vergoeding aan de orde zijn.</al><al>Ook kan de situatie zich voordoen dat het verplaatsingsgedrag van de
                    gehandicapte uitzonderlijk laag is, waarmee dan ook rekening gehouden kan
                    worden. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als iemand woonachtig is in een
                    woonomgeving waar in de zeer directe nabijheid de meest noodzakelijke
                    voorzieningen en dagbesteding aanwezig zijn, bv een verzorgingstehuis met de
                    nodige faciliteiten. Een beperking van de omvang van de voorziening kan dan ook
                    gemotiveerd zijn. </al><al>Openbaar vervoer niet kunnen bereiken en/of gebruiken.</al><al>Een gehandicapte kan voor een WMO-vervoersvoorziening in aanmerking komen
                    wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het gebruik of
                    het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken. Hierbij wordt in de
                    praktijk uitgegaan van de toegankelijkheid van de (stads-) bus. In de regel is
                    de loopafstand tussen de woning en de bushalte bepalend, waarbij
                    gebruiksmogelijkheden van fiets, brom- of snorfiets mede van invloed zijn.</al><al>Het betreft niet alleen lichamelijke, functionele belemmeringen. Ook psychische
                    beperkingen kunnen aanleiding zijn voor het verstrekken van een
                    WMO-vervoersvoorziening.</al><al>Psychische stoornissen kunnen alleen dan een criterium zijn om in aanmerking te
                    komen voor een WMO-voorziening als de cliënt voor de stoornis onder
                    specialistische behandeling is (geweest) die tot nu toe zonder resultaat
                    is.</al><tussenkop>Primaat bij het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer.</tussenkop><al>Binnen de gemeente Gulpen-Wittem is in het verstrekkingenbeleid het primaat
                    gelegd bij het Collectief VraagafhankelijkVervoer (CVV). </al><al>Gehandicapten die geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer, kunnen in
                    aanmerking worden gebracht voor het collectief vervoersysteem. Wanneer dat
                    systeem niet de goedkoopst-adequate oplossing biedt, dan kan de gehandicapte
                    voor een van de andere vervoersvoorzieningen in aanmerking komen.</al><tussenkop>Algemeen gebruikelijk.</tussenkop><al>Het begrip “algemeen gebruikelijk” wordt bij de verstrekking van
                    vervoersvoorzieningen ingevuld door voor enkele voorzieningen een inkomensgrens
                    te stellen. Heeft men een inkomen onder de inkomensgrens, dan kan men in
                    principe in aanmerking komen voor deze voorzieningen. Heeft men een inkomen
                    boven de inkomensgrens, dan wordt gesteld dat met de voorziening samenhangende
                    kosten algemeen gebruikelijk zijn.</al><al>Voorzieningen die niet algemeen gebruikelijk zijn, zoals aanpassingen van een
                    auto of een speciaal voertuig voor gehandicapten, worden wel verstrekt aan
                    gehandicapten met een inkomen boven de inkomensgrens.</al><al>Verder zijn in relatie tot vervoersvoorzieningen als algemeen gebruikelijk aan
                    te merken de volgende hulpmiddelen: Bromfietsen, rijwielen en rijwielen met
                    hulpmotor. Eventuele kosten van aanpassing van voornoemde voorzieningen zijn
                    mogelijk wel voor rekening van de WMO te nemen.</al><al>Een aangepaste driewielfiets wordt, gezien het depotkarakter c.q.
                    herverstrekkingsmogelijkheden, als verstrekking in bruikleen gegeven zonder
                    toepassing van een algemeen gebruikelijke factor.</al><al>Ten aanzien van een tandem is, gezien de incidentele verstrekking, uit te gaan
                    van meerkosten t.o.v. een algemeen gebruikelijke, vergelijkbare fiets.</al><tussenkop>De achtergrond van de omvang van de voorziening in relatie tot het
                    compensatiebeginsel.</tussenkop><al>Ten aanzien van de omvang van de voorziening is in het algemeen te stellen dat
                    de gemeente Gulpen- Wittem een relatie legt tussen de vervoersbehoefte van
                    betrokkene en a. de leeftijd en b. het gebruik van andere
                    vervoersvoorzieningen.</al><al>Ad a: </al><al>Binnen de gemeente wordt beleid betreffende de relatie tussen de
                    vervoersbehoefte en de leeftijd als volgt gehanteerd:</al><al>Indien in individuele gevallen het tegendeel niet blijkt wordt ervan uitgegaan
                    dat:</al><lijst><li nr="-"><al>er bij kinderen jonger dan 5 jaar geen sprake is van vervoersproblemen,
                            omdat de ouders hen meenemen, zoals ook gebruikelijk is bij
                            niet-gehandicapte kinderen;</al></li><li nr="-"><al>kinderen van 5 tot 12 jaar een geringe zelfstandige vervoersbehoefte
                            hebben, omdat zij veelal door hun ouders worden begeleid, zoals ook
                            gebruikelijk is met niet-gehandicapte kinderen;</al></li><li nr="-"><al>kinderen van 12 tot 15 jaar zich ontwikkelen in de richting van
                            volwassen verplaatsingsgedrag;</al></li><li nr="-"><al>kinderen vanaf 15 jaar een zelfstandige vervoersbehoefte hebben die
                            overeenkomt met die van volwassenen.</al></li></lijst><al>Voornoemde uitgangspunten hebben tot gevolg dat in de regel:</al><lijst><li nr="-"><al>aan gehandicapte kinderen tot 5 jaar geen PGB-vervoersvoorziening wordt
                            verstrekt;</al></li><li nr="-"><al>aan gehandicapte kinderen van 5 tot 12 jaar een halve
                            PGB-vervoersvoorziening wordt verstrekt;</al></li><li nr="-"><al>aan gehandicapte kinderen van 12 tot 15 jaar een ¾ PGB-
                            vervoersvoorziening wordt verstrekt;</al></li><li nr="-"><al>aan gehandicapte kinderen van 15 tot 18 jaar een volledige PGB-
                            vervoersvoorziening wordt verstrekt.</al></li></lijst><al>Deze beperkingen gelden niet bij de toekenning van het CVV, wel bij andere
                    individuele vervoersvoorzieningen.</al><al>Ad b:</al><al>Binnen de gemeente wordt beleid betreffende de relatie tussen de
                    vervoersbehoefte en het gebruik </al><al>van andere en/of meerdere voorzieningen als volgt gehanteerd:</al><lijst><li nr="-"><al>Indien de gehandicapte een substantiële vervoersbehoefte heeft in de
                            directe woonomgeving en daarvoor een open elektrische buitenwagen
                            (elektrische rolstoel, scootermobiel e.d.) ter beschikking heeft
                            gekregen vanuit de WMO of de AAW, is afhankelijk van de handicap,
                            situatie en vervoersbehoefte een gedeeltelijke verstrekking van een
                            andere vervoersvoorziening (o.a. CVV, individuele voorziening,
                            overgangsregeling) aan de orde. De bedoelde andere voorziening wordt dan
                            gekort met 25%.</al></li><li nr="-"><al>Samenloop van korting vanwege voornoemde is per gehandicapte te bepalen
                            op maximaal 25%.</al></li></lijst><al>-Verstrekking van een voorziening(-en) in de vorm van een elektrische
                    buitenrolstoel met bediening achterop (specifiek bedoeld voor de begeleider),
                    een tandem, een aangepaste driewielfiets, een handbike, een handbewogen
                    rolstoel/duwwandelwagen, aangepaste buggy leiden niet tot een korting.</al><tussenkop>Bijlage 7 tarieventabel</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>Zorg in Natura</al></entry><entry colname="col2"><al>Groene Kruis Domicura</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 23,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Orbis (onderaannemer Thuis voor Mensen)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 23, 50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ambulante Thuiszorg</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 23,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alfahulp</al></entry><entry colname="col2"><al>Alfahulp</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,07</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Persoonsgebonden budeget</al></entry><entry colname="col2"><al>Basis</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,07</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Plus</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 18,82</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>