<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR310873_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING INSPRAAK EN ELEKTRONISCHE BEKENDMAKINGEN WATERSCHAP HUNZE EN AA’S 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hunze en Aa's</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hunze en Aa's</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dagblad van het Noorden, 20-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inspraak en elektronische bekendmakingen waterschap Hunze en Aa's 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 73, 73a, 73b, 74, 79</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1470</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>inspraak</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Inspraakverordening waterschap Hunze en Aa's 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING INSPRAAK EN ELEKTRONISCHE BEKENDMAKINGEN WATERSCHAP HUNZE EN AA’S 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van het waterschap Hunze en Aa’s;</al><al>gelet op artikel 79 van de Waterschapswet, 2:14 tweede lid, 3:12 eerste lid
                        en 3:42 tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende Verordening inspraak en elektronische
                        bekendmakingen waterschap Hunze en Aa's 2014:</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijving</titel></kop><al>1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder belanghebbenden
                        verstaan: ingezetenen en in het gebied van het waterschap belanghebbende
                        natuurlijke personen en rechtspersonen.</al><al>2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder inspraak verstaan:
                        een door of namens het dagelijks bestuur geboden gelegenheid voor
                        belanghebbenden om hun zienswijze over te nemen besluiten van algemene
                        strekking en voorgenomen beleid van het waterschap kenbaar te maken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Objecten van inspraak</titel></kop><al>1. Onverminderd het bepaalde bij wet, algemene maatregel van bestuur of
                        provinciale verordening vallen onder de werking van deze verordening door
                        het algemeen en dagelijks bestuur te nemen besluiten van algemene strekking
                        en voorgenomen beleid, tenzij deze daarvoor naar hun aard, belang of
                        spoedeisendheid naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet in
                        aanmerking komen.</al><al>2. Voorstellen over onderstaande onderwerpen vallen in ieder geval, rekening
                        houdend met het bepaalde in het eerste lid, onder deze verordening:</al><al>a. Verordeningen met uitzondering van belastingverordeningen;</al><al>b. Algemene regels;</al><al>c. Peilbesluiten;</al><al>d. Projectplannen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Waterwet;</al><al>e. De legger;</al><al>f. Subsidie- of bijdrageregelingen;</al><al>g. Beleidsnota’s;</al><al>h. Beleidsregels.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Wijze van inspraak</titel></kop><al> De inspraak op grond van deze verordening wordt verleend door toepassing
                        van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Rapportage</titel></kop><al>1. In het bestuursvoorstel wordt melding gemaakt van de gehouden
                        inspraakprocedure en de beschouwingen over de ingekomen zienswijzen.</al><al>2. De ontwerp reactie op de ingediende zienswijze wordt zo spoedig mogelijk,
                        maar in ieder geval uiterlijk een week voor de betreffende vergadering van
                        het algemeen of dagelijks bestuur toegestuurd aan degene, die een zienswijze
                        heeft ingediend. In geval van het algemeen bestuur wordt ook het tijdstip
                        van de vergadering vermeld.</al><al>3. Het dagelijks bestuur brengt degenen, die een zienswijze hebben ingediend
                        op de hoogte van het genomen besluit of vastgesteld beleid en van de wijze
                        waarop de resultaten van de inspraak zijn verwerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Elektronische bekendmakingen</label></kop><al>1. Tenzij een wettelijk voorschrift of het dagelijks bestuur anders bepaalt,
                        vinden algemene bekendmakingen en de terinzagelegging van daarbij behorende
                        stukken uitsluitend plaats in het elektronisch waterschapsblad.</al><al>2. De bekendmaking in het elektronisch waterschapsblad is de rechtsgeldige
                        bekendmaking.</al><al>3. Het elektronisch waterschapsblad voldoet aan de daarvoor geldende
                        wettelijke regeling, wordt door het dagelijks bestuur uitgegeven en is voor
                        iedereen op de website van het waterschap Hunze en Aa's, www.hunzeenaas.nl,
                        toegankelijk. Alle uitgaven van het elektronisch waterschapsblad blijven
                        beschikbaar op die website.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Slotbepalingen</titel></kop><al>Deze Verordening inspraak en elektronische bekendmakingen waterschap Hunze
                        en Aa's 2014, zoals gewijzigd vastgesteld op 18 december 2013, treedt in
                        werking op 1 januari 2014.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van het
                        waterschap Hunze en Aa’s op 19 december 2012.</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van het
                        waterschap Hunze en Aa's op 18 december 2013.</ondertekening><ondertekening>Harm Küpers, Alfred van Hall, </ondertekening><ondertekening>Secretaris-directeur dijkgraaf</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel><onderstreept>ALGEMENE TOELICHTING</onderstreept></titel></kop><al><vet>1. Artikel 79 van de Waterschapswet</vet></al><al> Deze verordening is gebaseerd op artikel 79 van de Waterschapswet. Dat artikel
                    luidt:</al><al>1. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld
                    met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de
                    voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken. </al><al>2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van
                    afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover in de verordening
                    niet anders is bepaald.</al><al><vet>2. Aanvullende regeling</vet></al><al> De verordening moet worden beschouwd als een aanvulling op inspraakregelingen
                    die zijn opgenomen in formele wetten of provinciale verordeningen. Als
                    voorbeelden daarvan kan worden gewezen op de inspraakprocedures, die al zijn
                    geregeld in de Waterwet (b.v. voor bepaalde projectplannen), de Algemene wet
                    bestuursrecht (de inspraakprocedure van afdeling 3.4) en provinciale
                    omgevingsverordeningen (inspraak alleen voor verplichte peilbesluiten). De
                    Waterschapswet kent daarnaast nog een eigen inspraakprocedure voor de begroting
                    van het waterschap. Bij het opstellen van deze verordening is rekening gehouden
                    met de bepalingen die over de voorbereiding van besluiten zijn opgenomen in de
                    Algemene wet bestuursrecht. </al><al><vet>3. Te nemen besluiten van algemene strekking en voorgenomen beleid van
                        algemeen bestuur en dagelijks bestuur</vet></al><al>Deze verordening regelt niet alleen de inspraak op voorgenomen besluiten van
                    algemene strekking, maar ook op voorgenomen beleid en ook niet uitsluitend van
                    het algemeen bestuur, maar ook van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur
                    kan voor nadere uitwerking van zijn bevoegdheden ook beleid vaststellen, dat in
                    sommige gevallen voor inspraak in aanmerking komt. Naast de autonome
                    regelingsbevoegdheid van het waterschapsbestuur (art. 56 Waterschapswet) maakt
                    ook artikel 3:10 van de Algemene wet bestuursrecht een dergelijke regeling
                    mogelijk. Artikel 3:10 geeft aan dat afdeling 3.4 ook van toepassing is op de
                    besluiten die daartoe bij wettelijk voorschrift (lees ook:
                    waterschapsverordeningen) of bestuursbesluit zijn aangewezen. Het
                    waterschapsbestuur heeft daarmee de vrijheid om te bepalen welke te nemen
                    besluiten van algemene strekking onder de verordening vallen.</al><al><vet>4. Doel</vet></al><al>Het doel van inspraak is tweeledig. Aan de ene kant wordt belanghebbenden de
                    mogelijkheid geboden hun zienswijze kenbaar te maken. Aan de andere kant is het
                    voor het waterschap een belangrijk hulpmiddel om op basis van een evenwichtige
                    belangenafweging tot een besluit of beleid te komen. </al><al><vet>5. Randvoorwaarden</vet></al><al>Inspraak is slechts zinvol wanneer er voor het waterschapsbestuur een
                    keuzemogelijkheid is. Indien het waterschap geen keuze heeft, wat vooral voor
                    kan komen als het een gebonden besluit betreft dat voortvloeit uit een
                    voorschrift van een hoger gezag, kan het ook geen rekening houden met de
                    meningen van belanghebbenden. In deze situatie moet het hoger gezag inspraak
                    verlenen ten aanzien van zijn voorschrift.</al><al>Een ander belangrijk aspect is, dat inspraak het beste tot zijn recht komt
                    indien het voorgenomen besluit of beleid, c.q. de praktische consequenties van
                    de verschillende keuzemogelijkheden zo concreet mogelijk zijn aangegeven. Dit
                    betekent dat ambtelijke en bestuurlijke gedachtenvorming over het te nemen
                    besluit of voorgenomen beleid moet hebben plaatsgevonden en dat eventuele
                    keuzemogelijkheden voor de insprekers duidelijk zijn aangegeven.</al><al>In dit verband wordt opgemerkt, dat het in veel gevallen zinvol is om in een
                    vroeg stadium, bijvoorbeeld in het kader van de ambtelijke voorbereiding,
                    voorlichting te geven over het te nemen besluit of voorgenomen beleid, dan wel
                    om daarover overleg te voeren met de meest direct betrokken belanghebbenden of
                    belangenorganisaties. Op die manier kunnen zij immers al in een vroeg stadium
                    kennis nemen van voornemens van het waterschap, en vooral door het aandragen van
                    informatie er mede zorg voor dragen dat het waterschap een ontwerpbesluit of
                    –beleid in de inspraak brengt, dat op een juiste wijze inzicht geeft in de
                    diverse aspecten ervan.</al><al>Voor bepaalde zaken is zowel besluitvorming nodig van het waterschap als van
                    andere overheden. Te denken valt aan een dijkverbetering/-versterking of
                    omvangrijke waterbeheersingswerken. Hiervoor is vaak wijziging van het
                    bestemmingsplan nodig. Indien voor beide besluiten inspraakprocedures moeten
                    worden gehouden, zou uit oogpunt van doelmatigheid gestreefd moeten worden naar
                    coördinatie van die procedures. Daarbij kan gedacht worden aan gezamenlijke
                    publicatie, gelijktijdige terinzagelegging, afspraken over de ingekomen
                    reacties, gezamenlijke hoorzitting, etc.</al><al><vet>6. Elektronische bekendmakingen</vet></al><al>Met ingang van 1 januari 2014 moet de rechtsgeldige bekendmaking van
                    verordeningen elektronisch op een website plaats vinden. Dat is wettelijk
                    bepaald. Tot dan toe dient die publicatie in de krant of een huis-aan-huisblad
                    te gebeuren.</al><al>Andere bekendmakingen mogen volgens artikel 2:14, tweede lid in samenhang met
                    3:42, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht niet uitsluitend elektronisch
                    gepubliceerd worden, behalve als dat in een wettelijk voorschrift is bepaald.
                    Deze verordening regelt dat, d.w.z. dat in principe alle algemene bekendmakingen
                    uitsluitend elektronisch bekend gemaakt worden.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING PER ARTIKEL</titel></kop><al>Voor zover nodig volgt hierna een artikelsgewijze toelichting</al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijving</vet></al><al>De omschrijving van de begrippen belanghebbenden en inspraak is ontleend aan
                    artikel 79 van de Waterschapswet.</al><al>In het algemeen deel van de toelichting is het doel en het belang van de
                    inspraak al aan de orde geweest. De verantwoordelijkheid voor de inspraak is
                    gelegd bij het dagelijks bestuur, omdat het hierbij gaat om de uitvoering van
                    een verordening en dat is een taak van het dagelijks bestuur.</al><al>Ingezetenen zijn volgens artikel 11 van de Waterschapswet degenen die hun
                    werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap hebben. Een omschrijving
                    van het begrip “in het gebied van het waterschap belanghebbende natuurlijke
                    personen en rechtspersonen” is nauwelijks te geven. Onder dit begrip vallen in
                    de eerste plaats alle natuurlijke personen en rechtspersonen, voor zover al niet
                    vallende onder het begrip ingezetenen, die in het gebied van het waterschap
                    gebouwde en onroerende zaken in eigendom hebben, pachter zijn of gebruiker van
                    een bedrijfsruimte zijn. Het is duidelijk dat deze personen in het algemeen
                    belanghebbend (kunnen) zijn bij besluiten van het waterschap. Over organisaties,
                    niet behorend tot de hiervoor genoemde categorieën, kan worden opgemerkt dat
                    volgens artikel 1:2, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van
                    rechtspersonen als hun belangen mede worden beschouwd de algemene en collectieve
                    belangen die zij op grond van hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke
                    werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Ook deze organisaties, bijvoorbeeld
                    natuur- en milieuorganisaties, kunnen daarom bij de inspraak betrokken
                    worden.</al><al><vet>Artikel 2 Objecten van inspraak</vet></al><al>In het eerste lid is in algemene bewoordingen aangegeven, dat onder de werking
                    van de Inspaakverordening in principe vallen alle te nemen besluiten van
                    algemene strekking en voorgenomen beleid van het algemeen bestuur en van het
                    dagelijks bestuur. Met dien verstande dat de inspraakprocedure niet hoeft te
                    gelden als het dagelijks bestuur vindt als dat niet nodig is in verband met de
                    aard of het belang of niet kan wegens spoedeisendheid.</al><al>Daarbij kan aan het volgende worden gedacht. In de eerste plaats zijn er
                    besluiten die rechtstreeks voortvloeien uit voorschriften van hoger gezag,
                    waarbij er voor het waterschap geen keuzemogelijkheden zijn. Andere
                    uitzonderingen betreffen besluiten of beleid die uitsluitend interne werking
                    voor het waterschap hebben (bijvoorbeeld regelingen met betrekking tot de
                    rechtspositie van ambtenaren), besluiten of beleid van zeer gering belang
                    (bijvoorbeeld met betrekking tot de uitvoering van waterstaatswerken) en
                    belastingverordeningen. Verder ligt het in de rede, dat inspraakmogelijkheden
                    uitsluitend van belang zijn bij besluiten van algemene strekking en beleid, voor
                    zover de aard en het belang van deze besluiten dit zich met zich mee brengen.
                    Voor een besluit of beleid dat één of slechts een beperkte groep belanghebbenden
                    treft is een algemene inspraakprocedure niet noodzakelijk. Het dagelijks bestuur
                    zal echter moeten kunnen motiveren waarom een bepaald besluit van algemene
                    strekking of beleid niet onder de werking van de verordening valt. Besluiten of
                    beleid, die bepalend zijn voor de omslag en belangrijke </al><al>besluiten of beleid op het gebied van het operationele waterstaatkundig beheer
                    worden in principe steeds onder de werking van de verordening gebracht.</al><al>Een andere, ook weer door het dagelijks bestuur te motiveren, uitzondering op
                    inspraak is spoedeisendheid. Zo kan het zijn dat er in verband met gebleken
                    tekortkoming na een wateroverlastperiode met de grootste spoed een nieuw gemaal
                    moet worden gebouwd ter voorkoming van nieuwe problemen. Het volgen van de
                    inspraakprocedure volgens deze verordening neemt enkele maanden in beslag en het
                    bestuur kan van oordeel zijn, dat zo’n tijdsverlies niet verantwoord is.</al><al>Hierna wordt ingegaan op de expliciet in de verordening genoemde besluiten en
                    beleid waarop de inspraakprocedure van toepassing is. </al><al><onderstreept>a. </onderstreept><onderstreept>Verordeningen met uitzondering van
                        belastingverorde</onderstreept><onderstreept>ningen</onderstreept></al><al>De belastingverordeningen, die met name als
                    uitzonderingen genoemd worden, zijn die over de watersysteemheffing, de
                    zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing. Die gaan in hoofdzaak over het
                    vaststellen van tarieven. De tariefstelling vloeit voort uit de begroting en de
                    kostentoedelingsverordening. Voor de vaststelling van de begroting geldt de
                    procedure genoemd in artikel 100 van de Waterschapswet. De
                    kostentoedelingsverordening is geen belastingverordening en valt dus onder de
                    werking van deze verordening. De Legesverordening is ook een
                    belastingverordening. Het vaststellen van verordeningen is een bevoegdheid van
                    het algemeen bestuur.</al><al><onderstreept>b. Algemene regels</onderstreept></al><al>Inmiddels zijn op grond van de Keur enkele
                    algemene regels vastgesteld, die de verplichting vervangen om voor bepaalde
                    activiteiten een watervergunning te hebben. Mits aan de in de algemene regels
                    opgenomen voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vergunningplicht. Het ligt in de
                    lijn dat er meer algemene regels vastgesteld zullen worden. Het niet meer hoeven
                    aan te vragen van een vergunning en het formuleren van voorwaarden waaraan bij
                    het uitvoeren van werken zonder vergunning moet worden voldaan is van belang
                    voor ingelanden en bedrijven. Het ligt daarom voor de hand inspraak te verlenen.
                    Het vaststellen van algemene regels is een bevoegdheid van het dagelijks
                    bestuur.</al><al><onderstreept>c. Peilbesluiten</onderstreept></al><al>In peilbesluiten wordt opgenomen welk oppervlaktewaterpeil voor een bepaald
                    gebied wordt gehanteerd. Dat is uiteraard van belang voor degenen, die in zo’n
                    gebied wonen en voor het gebruik van hun grond. Inspraak is dus op z’n plaats.
                    Peilbesluiten worden vastgesteld door het algemeen bestuur.</al><al><onderstreept>d. Projectplannen </onderstreept><onderstreept>als bedoeld in
                        hoofdstuk 5 van de Waterwet.</onderstreept></al><al>Volgens artikel 5.4 van de Waterwet is voor de
                    aanleg of wijziging van een waterstaatswerk een projectplan nodig. Dit geldt
                    b.v. bij de aanleg van een nieuwe kade of van een stuw. Het plan beschrijft in
                    elk geval het werk, dat wordt uitgevoerd en de wijze waarop dat gebeurt. Ook
                    hier is er een impact voor de omgeving en is het verlenen van inspraak op zijn
                    plaats. </al><al>Projectplannen worden in principe vastgesteld door het algemeen bestuur. Het
                    algemeen bestuur heeft aan het dagelijks bestuur het opstellen van
                    projectplannen gedelegeerd, die niet in betekenende mate een wijziging van de
                    bestaande waterstaatkundige situatie tot gevolg hebben. Ook voor deze plannetjes
                    is het van belang om vóór de definitieve besluitvorming te weten wat ingelanden
                    er van vinden. Daarom wordt er voor het toepassen van de verordening bij
                    voorbaat geen verschil gemaakt tussen belangrijke en minder belangrijke
                    projectplannen. Indien vooraf inspraak wordt verleend is er geen mogelijkheid
                    meer tegen het projectplan zelf bezwaar te maken bij het waterschap. De indiener
                    van een zienswijze kan dan direct beroep indienen bij de rechtbank. Dat – geen
                    bezwaarmogelijkheid, maar rechtstreeks beroep op de rechtbank - geldt trouwens
                    voor alle besluiten, die met toepassing van de inspraakprocedure zijn
                    voorbereid.</al><al><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>. Besluiten betreffende de
                        legger</onderstreept></al><al>Het vaststellen van leggers is geregeld in artikel 78 van de Waterschapswet en
                    artikel 5.1 van de Waterwet. Volgens het tweede lid van artikel 78 stelt het
                    algemeen bestuur de legger vast, waarin de onderhoudsplichtigen of
                    onderhoudsverplichtingen worden aangewezen. Artikel 5.1 van de Waterwet bepaalt
                    dat het waterschap een legger vaststelt, waarin is omschreven waaraan
                    waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. In
                    de praktijk wordt één leggerdocument door het algemeen bestuur vastgesteld,
                    waarin beide leggers zijn opgenomen. </al><al>Het is voor ingelanden van belang te weten wie onderhoudsplichtig is van
                    waterstaatswerken en wat de onderhoudsplicht inhoudt. Dat geldt ook voor de
                    afmeting etc. van waterstaatswerken. Dat over het vaststellen van een legger
                    inspraak wordt verleend is dus logisch.</al><al><onderstreept>f</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>Besluiten
                        tot het vaststellen van
                        subsidie-/</onderstreept><onderstreept>bijdrageregelingen</onderstreept></al><al>De aard en het belang van dergelijke besluiten
                    brengt met zich mee dat inspraak zinvol is. Dergelijke besluiten raken een
                    grotere groep van belanghebbenden. Deze regelingen worden door het algemeen
                    bestuur vastgesteld.</al><al><onderstreept>g. Beleidsnota’s</onderstreept></al><al>Zowel het algemeen bestuur, maar ook het dagelijks bestuur stelt beleidsnota’s
                    op over uiteenlopende onderwerpen. De nota’s bevatten een visie over hoe in de
                    toekomst om te gaan met onderdelen van onze taak, zoals b.v. over de schouw, het
                    stedelijk waterbeheer of over het onttrekken van water aan
                    oppervlaktewaterlichamen. Deze nota’s raken rechtstreeks de belangen van de
                    inwoners, overheden of bedrijven in ons gebied. Dus ook hier ligt het volgen van
                    een inspraakprocedure bij de voorbereiding voor de hand. </al><al><onderstreept>h. Beleidsregels</onderstreept></al><al>Beleidsregels bevatten meer concrete afwegingen en voorwaarden met betrekking
                    tot het uitvoeren van een taak. Zo kunnen voor wat betreft het verlenen van
                    watervergunningen beleidsregels worden vastgesteld, waarin te vinden is onder
                    welke voorwaarden bepaalde vergunningen kunnen worden verleend en waarom. Voor
                    de motivering van het al of niet verlenen van een watervergunning en van de op
                    te nemen voorschriften kan worden volstaan met verwijzing naar de beleidsregel.
                    Het waterschap heeft een Beleidsregel voor het dempen van watergangen, waarin is
                    aangegeven onder welke voorwaarden vergunning kan worden verleend voor demping.
                    In de bewoordingen van de Algemene wet bestuursrecht zijn beleidsregels (art.
                    1:3, 4<sup>e</sup> lid<cursief>): </cursief><cursief>“</cursief><cursief>Een bij
                        besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend
                        voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of
                        de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid
                        van een bestuursorgaan</cursief><cursief>”</cursief><cursief>.</cursief>
                    Beleidsregels zullen in de praktijk meestal worden opgesteld door het dagelijks
                    bestuur, omdat ze met name betrekking hebben op uitvoerende taken en minder op
                    de regelgevende bevoegdheden van het algemeen bestuur.</al><al><vet>Artikel 3 Wijze van inspraak</vet></al><al>Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure voor besluiten. Deze procedure is van toepassing, indien
                    dit bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald.
                    Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het bepaalde in artikel 79 van de
                    Waterschapswet en de Algemene wet bestuursrecht wordt er in deze verordening
                    voor gekozen afdeling 3.4. Algemene wet bestuursrecht van toepassing te
                    verklaren. Deze afdeling regelt de terinzagelegging en de wijze van publicatie
                    van het ontwerp besluit of –beleid. De termijn van terinzagelegging bedraagt zes
                    weken.</al><al>Voorafgaand aan de ter inzage legging wordt het ontwerp voorstel bekend gemaakt
                    in een krant, huis-aan-huisblad of op een ander geschikte wijze (b.v.
                    internetsite). Vermeld wordt de zakelijke inhoud, wie een zienswijze kunnen
                    indienen en hoe dat moet. De strekking van het ontwerp dient in de publicatie of
                    op internet te worden vermeld, omdat immers duidelijk moet zijn wat het
                    waterschap wil. Het indienen van een zienswijze kan schriftelijk of mondeling.
                    Het mondeling indienen van een zienswijze is vormvrij. Dat kan telefonisch of in
                    een gesprek met een medewerker of een DB-lid dan wel, als er meerdere mondelinge
                    zienswijzen te verwachten zijn, eventueel op een hoorzitting. Van wat mondeling
                    naar voren wordt gebracht moet door het waterschap een verslag worden gemaakt.
                    In de praktijk wordt het verslag ter goedkeuring gestuurd naar degene, die een
                    mondelinge zienswijze heeft ingediend. </al><al><vet>Artikel 4 Rapportage</vet></al><al>Dit artikel geeft aan op welke wijze de rapportage over de gehouden
                    inspraakprocedure is geregeld. De rapportage kan gezien worden als een
                    terugkoppeling naar het bestuursorgaan, dat het besluit gaat nemen of het beleid
                    vast stellen. Het is goed mogelijk, dat het algemeen bestuur bij zijn
                    besluitvorming inspraakreacties in aanmerking neemt die voor het dagelijks
                    bestuur in eerste instantie geen aanleiding zijn geweest om het ontwerpbesluit
                    te wijzigen.</al><al>In artikel 4 is eveneens geregeld dat de indiener van een zienswijze, voordat
                    het bestuur een besluit neemt, op de hoogte wordt gesteld van wat er met zijn
                    zienswijze wordt gedaan. Bij het algemeen bestuur wordt dan tevens datum en
                    tijdstip van de vergadering vermeld. Bij het dagelijks bestuur heeft dat geen
                    zin, want die vergaderingen zijn niet openbaar.</al><al>Ook moet de indiener van een zienswijze worden geïnformeerd over wat er
                    uiteindelijk is besloten. Dit sluit aan bij artikel 3:42 van de Algemene wet
                    bestuursrecht over algemene bekendmaking van besluiten en artikel 3:43 en 3:44
                    over het informeren van degenen, die een zienswijze hebben ingediend.</al><al><vet>Artikel 5 Elektronische bekendmakingen</vet></al><al>Algemene bekendmakingen zijn berichten, die niet tot één of enkele
                    geadresseerden zijn gericht, b.v.:</al><al>-het bekendmaken van een ontwerp van of en vastgesteld peilbesluit, projectplan,
                    legger of beleidsregel of bepaalde (ontwerp) watervergunningen;</al><al>-algemene mededelingen, zoals over de schouw, bestuursvergaderingen en sluiting
                    van het waterschapskantoor.</al><al>Sporadisch wordt in een wet nog de publicatie in een dag-, nieuws-, of
                    huis-aan-huisblad voorgeschreven, zoals b.v. ten aanzien van beslissingen van
                    het stembureau op basis van het Waterschapsbesluit. Die wettelijke bepalingen
                    kunnen niet door een waterschapsverordening worden overruled.</al><al>Het dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten een bekendmaking aanvullend ook
                    nog in de krant of een huis-aa-huisblad te plaatsen als service aan het publiek
                    of stukken fysiek ter inzage te leggen, b.v. als ze te omvangrijk zijn. Dit zal
                    tot incidentele gevallen beperkt moeten blijven, omdat anders de regeling haar
                    doel - eenduidigheid en kostenbesparing - voorbij schiet. Deze bevoegdheid van
                    het dagelijks bestuur kan worden gemandateerd naar een ambtelijk niveau.</al><al>De digitale bekendmakingen moeten plaatsvinden in een zogenaamd elektronisch
                    waterschapsblad, dat voldoet aan de daarvoor geldende Regeling elektronische
                    bekendmakingen en beschikbaarstelling regelgeving decentrale overheden. Daarin
                    staan o.a. voorschriften over de betrouwbaarheid, de beveiliging, de
                    continuïteit van het systeem en over de registratie en de archivering van
                    publicaties.</al><al>De elektronische publicatie moet de aanduiding "waterschapsblad" bevatten, de
                    naam van het bestuursorgaan, dat het uitgeeft, de datum van publicatie en een
                    nummer. Het is gebruikelijk, dat elke publicatie in een afzonderlijke aflevering
                    wordt opgenomen. Er kunnen meerdere bladen op een dag worden uitgegeven.</al><al>De bekendmaking in het elektronisch waterschapsblad is de rechtsgeldige
                    bekendmaking. De bekendmakingen worden gepubliceerd op de website van het
                    waterschap Hunze en Aa's (www.hunzeenaas.nl) en doorgelinkt naar
                    www.overheid.nl. Via die site kunnen belangstellenden ook gratis een
                    "abonnement" nemen op de digitale attenderingsservice. Met deze service
                    ontvangen zij per bestuursorgaan en/of soort bekendmaking de bekendmaking per
                    e-mail of sms.</al><al><vet>Artikel 6 Bekendmaking en inwerkingtreding</vet></al><al>Op de bekendmaking en inwerkingtreding zijn de bepalingen van de Waterschapswet
                    (artikelen 73, 73a, 73b een 74) van toepassing. De verordening verbindt pas
                    nadat deze bekend is gemaakt. De verordening treedt in werking met ingang van de
                    achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij de verordening een ander tijdstip
                    aangeeft. </al><al>De Inspraakverordening waterschap Hunze en Aa's 2013 is in werking getreden op 1
                    januari 2013. De vorige uit 2006 is toen vervallen.</al><al>Het op 18 december 2013 ingevoegde nieuwe artikel 5 c.a. met betrekking tot de
                    elektronische bekendmakingen treedt in werking op 1 januari 2014. Vanaf die
                    datum heet de verordening de Verordening inspraak en elektronische
                    bekendmakingen waterschap Hunze en Aa's 2014.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>