<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3107_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="www.zevenaar.nl">Zevenaar Post, 19 januari 2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 82.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-01-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-11-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>05.003</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Raadsbesluit instellen commissies</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>hernieuwd bij gemeentelijke herindeling 2005</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Zevenaar;</al><al>gelezen het voorstel van de colleges van burgemeester en wethouders van
                        Angerlo en Zevenaar, verenigd in de stuurgroep herindeling Angerlo en
                        Zevenaar, van 21 december 2004;</al><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de:</al><al>Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van een raadscommissie</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie;</al></li><li nr="f."><al>commissie: raadscommissie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan besluiten tot het instellen van commissies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er zijn in elk geval de volgende commissies: een commissie Ruimte,
                                een commissie Samenleving en een commissie Middelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het werkterrein van de commissie Ruimte betreft de onderwerpen van
                                het beleidsterrein van de sector Ruimte, van de commissie
                                Samenleving die van de sector Samenleving, van de commissie Middelen
                                die van de sector Middelen, stafafdeling Personeelszaken en alle
                                overige aangelegenheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>advies uit te brengen aan de raad over
                                        raadsvoorstellen;</al></li><li nr="b."><al>de raad overigens gevraagd en ongevraagd te adviseren over
                                        alle onderwerpen van het werkterrein van de commissie;</al></li><li nr="c."><al>in overleg te treden met het college of de burgemeester over
                                        het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur
                                        over onderwerpen die het werkterrein van de commissie
                                        betreffen;</al></li><li nr="d."><al>in overleg te treden met het college of de burgemeester
                                        teneinde inlichtingen te verkrijgen over de onderwerpen die
                                        het werkterrein van de commissie betreffen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere commissies aangaat, kan het presidium
                                besluiten op welke wijze het in de commissies wordt behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij de raad anders besluit, bestaat een commissie per fractie uit
                                het aantal raadszetels gedeeld door drie, afgerond naar boven. Bij
                                staken van stemmen gaat het voorstel door.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op
                                voordracht van de fracties benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voordracht dient te geschieden uit de kring van raadsleden,
                                aangevuld met per fractie maximaal twee personen die geen raadslid
                                zijn, maar wel lid van de partij van de fractie door wie zij worden
                                voorgedragen. De artikelen 10, 11,12 13 en 15 van de Gemeentewet
                                zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van de commissie.
                                Artikel 14 is eveneens van overeenkomstige toepassing, met dien
                                verstande dat de eed wordt afgelegd in de commissie in handen van de
                                voorzitter, en waarbij voor raad en gemeentebestuur commissie wordt
                                gelezen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De fractie regelt in geval van verhindering of ontstentenis van een
                                lid, als bedoeld in het eerste lid, vervanging. Het plaatsvervangend
                                lid voldoet aan de in het derde lid, genoemde vereisten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd. De
                                plaatsvervangend voorzitter wordt door de commissie uit haar midden
                                benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter heeft voor het vervullen van zijn taak overeenkomstige
                                bevoegdheden als de voorzitter van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                derde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijke mededeling in of
                                zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert een ambtenaar
                                als commissiegriffier. De ambtenaar wordt (gehoord de secretaris)
                                voorgedragen door het college en benoemd door het presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan de burgemeester en één of meer wethouders
                                uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn, voor het geven van
                                inlichtingen en om aan de beraadslagingen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de burgemeester of een wethouder bij een vergadering aanwezig
                                wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe
                                een verzoek aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op
                                het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat
                                de burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering
                                aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester en de wethouders kunnen zich in de vergadering laten
                                bijstaan door ambtenaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gemeentesecretaris</titel></kop><al>De raadscommissie kan het college verzoeken de secretaris aanwezig te
                            laten zijn in de vergadering, voor het geven van inlichtingen en om deel
                            te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in deze
                            verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissies vergaderen in de regel één maal per maand,
                                    volgens een door het presidium vast te stellen schema.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                    nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk
                                    met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter zorgt voor tijdige toezending van stukken en de
                                    voorlopige agenda.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de wijze van vergaderen is zoveel mogelijk het bepaalde voor
                                    de vergaderingen van de raad van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor het uitbrengen van een advies is een quorum vereist van
                                    meer dan de helft van de leden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen buiten de kring van
                                    het gemeentebestuur mogen deelnemen aan de beraadslaging. Een
                                    beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een
                                    lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het
                                    aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt,
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies. In het advies worden de standpunten van alle
                                    fracties en buitengewone leden opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie bij de
                                    vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen
                                    of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie de
                                    volgorde van de behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de commissie een raadsvoorstel onvoldoende voor
                                    beraadslaging in de raad voorbereid acht kan zij het presidium
                                    adviseren het voorstel niet op de agenda van de eerstvolgende
                                    raadsvergadering te plaatsen. Het presidium beslist hierover en
                                    verzoekt zo nodig het college of de burgemeester om nadere
                                    inlichtingen of advies of een nader voorstel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer de commissie een onderwerp onvoldoende voor
                                    beraadslaging in de commissie voorbereidt acht, kan zij aan het
                                    college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen
                                    en bepalen dat het onderwerp op een door de commissie te bepalen
                                    tijdstip wordt geagendeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging
                                    melding in de openbare kennisgeving, bedoeld in artikel 12.
                                    Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter
                                    inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                    leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in een nieuwsblad en door
                                    plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zittinghebbende leden
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echte over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                                    blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vergaderorde</titel></kop><al>Op de wijze van vergaderen is het bepaalde voor de vergaderingen van
                                de raad van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers
                                    gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren
                                    over geagendeerde onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden:</al><lijst><li nr="a."><al>Over een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                            bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft
                                            opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>Over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                            van personen;</al></li><li nr="c."><al>Indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht kan of kon worden ingediend;</al></li><li nr="d."><al>Over de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten
                                    minste 6 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier.
                                    Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het
                                    onderwerp waarover hij het woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                    voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als
                                    er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter stelt de leden in de gelegenheid de
                                    burger na afloop van de inbreng nadere vragen te stellen. De
                                    voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de
                                    behandeling van de inbreng van de burger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag wordt opgesteld door de commissiegriffier, en bevat
                                    in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                            commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, de
                                            secretaris en de ter vergadering aanwezig leden, allen
                                            voorzover aanwezig, alsmede van de overige personen die
                                            het woord gevoerd hebben. Afzonderlijk wordt vermeld
                                            welke leden afwezig waren; </al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene en de
                                            standpuntbepaling met vermelding van de namen der
                                            aanwezigen die het woord voerden;</al></li><li nr="d."><al>een samenvatting van het advies aan de raad, nader
                                            gespecificeerd onder vermelding van namen indien het
                                            advies niet eensluidend is;</al></li><li nr="e."><al>een lijst met tijdens de vergadering niet beantwoorde
                                            vragen, die per ommegaand voor beantwoording aan het
                                            college ter beschikking wordt gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de
                                    griffier. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de
                                    commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het concept-verslag van een besloten vergadering wordt aan de leden
                                van de raad toegezonden en gelijktijdig aan de overige personen die
                                het woord gevoerd hebben. De voorzitter kan in afwijking hiervan
                                bepalen dat de notulen enkel voor de deelnemers aan de vergadering
                                ter inzage worden gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt terstond in werking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering
                        van 3 januari 2005,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de verordening op de raadscommissies</label></kop><tussenkop>ToelichtingAlgemeen</tussenkop><al>In de Gemeentewet zoals gewijzigd door de inwerkingtreding van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur is een nieuw commissiestelsel geïntroduceerd. Er
                    wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies, bestuurscommissies en andere
                    commissies (resp. artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de
                    besluitvorming in de raad voor en voeren overleg met het college en de
                    burgemeester. Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van de
                    raad, het college of de burgemeester worden overgedragen. Andere commissies
                    kunnen alle mogelijke denkbare taken hebben. Er kan gedacht worden aan
                    adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden.</al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies
                    instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden
                    van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht overigens niet tot het instellen
                    van raadscommissies. Hier is gekozen voor de instelling van in elk geval drie
                    raadscommissies. De commissies hebben een voorbereidende taak, de bedoeling is
                    dat het politieke debat vooral in de raad plaatsvindt.</al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Er is, overeenkomstig het gebruik bij beide oude gemeenten, gekozen voor drie
                    raadscommissies, die parallel lopen met de drie belangrijkste beleidsvelden. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. De bedoeling is dat een
                    raadscommissie vooral gericht is op voorbereiding en informatievoorziening en
                    dat het politieke debat plaatsvindt in de raad.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van artikel 4 voor dat
                    een raadscommissie bestaat uit ten minste een en maximaal 3 leden per fractie
                    naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad.</al><al>Zoals ook uit het derde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                    raadslid te zijn. Wel is er in deze bepaling vanuit gegaan dat de politieke
                    groeperingen (fracties) deze leden voordragen. Zij hoeven niet op de
                    kandidatenlijst van een fractie te hebben gestaan, maar dienen wel lid van die
                    partij te zijn.</al><al>Op grond van het derde lid moeten alle leden van de commissie voldoen aan
                    hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet.
                    Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                    verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen
                    functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen, de eed afleggen en niet in
                    strijd mogen handelen met artikel 15.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters 'uit zijn midden' benoemt. Om praktische reden
                    wordt de plaatsvervangend voorzitter door de commissie aangewezen. </al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter (niet de plaatsvervangend
                    voorzitter) geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze
                    wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch)
                    voorzitter. Omdat de plaatsvervanging normaliter tijdelijk is, is hieraan niet
                    die eis gesteld.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden, de eventuele buitengewone leden, de voorzitters
                    en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden,
                    in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad
                    hoeft hen niet te ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het (buitengewoon) lidmaatschap van een
                    raadscommissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de
                    in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op
                    voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                    voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende
                    lid).</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. Er is in deze bepaling
                    niet voorzien in een ontslagregeling voor buitengewone leden, deze hebben in
                    principe 4 jaar zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                    vierde lid, gestelde eisen, ontslag nemen of overlijden. Desgewenst kan de raad
                    er voor kiezen om hiervoor een vergelijkbare ontslagregeling als voor de
                    voorzitter op te nemen door aanvulling van het vierde lid. De (plaatsvervangend)
                    voorzitter van een raadscommissie kan de raad ook zonder voorstel van een
                    fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze (plaatsvervangend) voorzitter niet
                    meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het vijfde en zesde
                    lid voorzien in de situatie van tussentijdse vacature, hetzij door ontslag het
                    zij door overlijden.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. De
                    commissiegriffier is een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie. Het
                    college doet als werkgever een voordracht. In de praktijk zal hierover uiteraard
                    overleg plaatsvinden, tussen college en presidiu, c.q. secretaris en
                    griffier.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Deze regeling is overeenkomstig die voor de raad</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Idem als artikel 8.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Het presidium stelt de concept-agenda vast, de raadscommissie bepaalt
                    uiteindelijk haar eigen agenda. Die agenderende rol van een raadscommissie komt
                    in dit artikel tot uitdrukking.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor.</al><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16
                    voorziet hierin.</al><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>Deze bepaling is hetzelfde als die voor de raad. Denkbaar is dat de inspraak bij
                    de raadscommissie een wat informeler karakter heeft.</al><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al>Het verslag is een verslag van de commissie. Het college krijgt het verslag en
                    het concept-verslag enkel ter kennisname aangeboden. Onbeantwoorde vragen worden
                    apart en direct aan het college doorgegeven, die verantwoordelijk is voor het
                    antwoord. Het verslag is beknopt. Het dient enkel ter voorbereiding van de
                    raadsvergadering.</al><tussenkop>Artikel 19 en 20</tussenkop><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen, de vraag wanneer de deuren gesloten
                    kunnen worden, bevat deze verordening geen aparte bepaling, aangezien artikel
                    82, vijfde lid, hierin voorziet. In deze bepaling wordt artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies. Dit betekent dat de
                    vergaderingen van de raadscommissies in de regel in het openbaar plaatsvinden.
                    Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een raadscommissie of de
                    voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te
                    vergaderen.</al><al>Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet schrijft voor dat van een
                    besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar
                    wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist.
                    De raadscommissie beslist over het openbaar maken van deze notulen.</al><tussenkop>Artikel 21</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft.</al><tussenkop>Artikel 22</tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 21 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><tussenkop>Artikel 23</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 24</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>