<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR31062_1</dcterms:identifier><dcterms:title>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HULPVERLENINGSDIENST FRYSLÂN</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noardeast-Fryslân</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noardeast-Fryslân</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad i.c. Sawn Stjerren
                Nijs</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Hulpverleningsdienst Fryslân</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">de Wet collectieve preventie volksgezondheid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de Infectieziektewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de Wet Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de Brandweerwet 1985</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de Wet Rampen en zware ongevallen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>9/36.06</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze gemeenschappelijke regeling is aangegaan met alle gemeenten in Fryslân.</al><al>Met ingang van 01-01-2007 (inwerkingtreding) zijn de volgende regelingen vervallen:</al><al>de gemeenschappelijke regeling Brandweer Fryslân;</al><al>de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Fryslân</al><al>Datum ondertekening inwerkingstredingbesluit 15-06-2006.</al><al>Bron ondertekening inwerkingstredingbesluit Gemeenteblad i.c. Sawn Stjerren Nijs.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HULPVERLENINGSDIENST FRYSLÂN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders en de
                        burgemeesters van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, het Bildt,
                        Boarnsterhim, Bolsward, Dantumadeel, Dongeradeel, Ferwerderadiel,
                        Franekeradeel, Gaasterlân-Sleat, Harlingen, Heerenveen, Kollumerland c.a.,
                        Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Lemsterland, Littenseradiel, Menaldumadeel,
                        Nijefurd, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Skarsterlân,
                        Smallingerland, Sneek, Terschelling, Tytsjerksteradiel, Vlieland,
                        Weststellingwerf, Wûnseradiel en Wymbritseradiel, ieder voor zover het hun
                        bevoegdheid betreft; </al><al/><al><vet>OVERWEGENDE DAT: </vet></al><al/><al><vet>GELET OP:</vet></al><al/><al><vet>BESLUITEN</vet>: </al><al/><al>de volgende gemeenschappelijke regeling te treffen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder: </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>het openbaar lichaam</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, lid 1
                                                van deze regeling</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>de raden: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>de raden van de deelnemende gemeenten </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>de colleges:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>de colleges van burgemeester en wethouders van de
                                                deelnemende gemeenten </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>de burgemeesters:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>de burgemeesters van de deelnemende gemeenten </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>de bestuursorganen: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>de raden, colleges van burgemeester en wethouders en
                                                burgemeesters van de deelnemende gemeenten </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>gedeputeerde staten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>gedeputeerde staten van de provincie Fryslân</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>de directie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>de directie van het openbaar lichaam</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>de regionaal commandant brandweer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>de functionaris als bedoeld in artikel 4, lid 1
                                                onder c van de Brandweerwet 1985</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>de regionaal geneeskundig functionaris</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>de functionaris als bedoeld in artikel 4, lid 1
                                                onder e van de Wet Geneeskundige Hulpverlening bij
                                                Ongevallen en Rampen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>het personeel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>het personeel in dienst van het openbaar
                                                lichaam</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het openbaar lichaam</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een openbaar lichaam genaamd Hulpverleningsdienst Fryslân.
                                    Het is gevestigd te Leeuwarden.</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>Ingevolge artikel 8, lid 1, van de Wet
                                        gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is het openbaar lichaam
                                        een rechtspersoon. Hierdoor kan het openbaar lichaam
                                        zelfstandig deelnemen aan het rechtsverkeer en bijvoorbeeld
                                        overeenkomsten aangaan. De Hulpverleningsdienst Fryslân
                                        treedt op als rechtsopvolger van Brandweer Fryslân en GGD
                                        Fryslân. Beide organisaties zullen als geheel opgaan in de
                                        Hulpverleningsdienst Fryslân.</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belangen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het openbaar lichaam heeft tot doel het behartigen van de
                                    belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de
                                    terreinen van:</al><lijst><li nr="a."><al>Collectieve preventie volksgezondheid en
                                            infectieziektenbestrijding</al></li><li nr="b."><al>Brandweerzorg</al></li><li nr="c."><al>Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en
                                            rampen</al></li><li nr="d."><al>Rampen- en crisisbeheersing</al></li><li nr="e."><al>Het instandhouden en beheren van een gemeenschappelijke
                                            meldkamer</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Ter behartiging van de in het eerste lid onder d. en e. genoemde
                                    belangen stemt het bestuur van het openbaar lichaam haar
                                    besluitvorming en de voorbereiding daarop in ieder geval af met
                                    het Regionaal College van de Politie Fryslân.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>Artikel 10, lid 1 t/m 3, Wgr schrijft voor dat de
                                        gemeenschappelijke regeling het belang of de belangen
                                        waarvoor ze wordt aangegaan, vermeldt. Onder ‘belang’ wordt
                                        verstaan het beleidsterrein waarop wordt samengewerkt. Met
                                        het vastleggen van het belang of de belangen wordt het
                                        werkgebied van de gemeenschappelijke regeling
                                        afgebakend.</cursief></al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen heeft het
                                    openbaar lichaam de volgende taken en bevoegdheden:</al><lijst><li nr="a."><al>Het uitvoeren van de taken en bevoegdheden welke bij of
                                            krachtens de Wet collectieve preventie volksgezondheid
                                            en de Infectieziektenwet aan het openbaar lichaam zijn
                                            opgedragen</al></li><li nr="b."><al>Het uitvoeren van de taken en bevoegdheden welke bij of
                                            krachtens de Brandweerwet 1985 en de Wet rampen en zware
                                            ongevallen aan het openbaar lichaam zijn opgedragen</al></li><li nr="c."><al>Het uitvoeren van de taken en bevoegdheden welke bij of
                                            krachtens de Wet Geneeskundige Hulpverlening bij
                                            Ongevallen en Rampen aan het openbaar lichaam zijn
                                            opgedragen</al></li><li nr="d."><al>Het uitvoeren van overige taken en bevoegdheden welke
                                            door de deelnemende gemeenten aan het openbaar lichaam
                                            zijn opgedragen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Ter verwezenlijking van de in artikel 3.2 genoemde afstemming
                                    heeft het openbaar lichaam de volgende taken en
                                    bevoegdheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het sluiten en uitvoeren van een
                                            dienstverleningsovereenkomst met het Regionaal College
                                            van de Politie Fryslân over het instandhouden en beheren
                                            van een gemeenschappelijke meldkamer;</al></li><li nr="b."><al>het sluiten en uitvoeren van een convenant met het
                                            Regionaal College van de Politie Fryslân, andere
                                            overheden en derden over de samenwerking in het kader
                                            van de rampen- en crisisbeheersing.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>De taken van de Hulpverleningsdienst zijn de
                                                activiteiten die het samenwerkingsverband ontplooit
                                                in het kader van het te behartigen belang of de te
                                                behartigen belangen. Aan het bestuur van het
                                                openbaar lichaam worden de taken en bevoegdheden
                                                opgedragen als genoemd in:</cursief></al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>-</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Artikelen 2, 3 en 3a van de Wet collectieve
                                                  preventie volksgezondheid (zie bijlage)</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>-</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Artikel 4, lid 1 van de Brandweerwet 1985
                                                  (zie bijlage)</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>-</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Artikel 4 van de Wet Geneeskundige
                                                  Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (zie
                                                  bijlage)</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><cursief>Onderdeel 2.a. van dit artikel geeft de Hulpverleningsdienst de
                                taak en bevoegdheid om met de politie afspraken te maken over het
                                instandhouden en het beheer van een gemeenschappelijke meldkamer,
                                deze afspraken neer te leggen in een overeenkomst en vervolgens
                                hieraan uitvoering te geven.</cursief></al><al><cursief>In onderdeel 2.b. van dit artikel krijgt de
                                Hulpverleningsdienst de taak en bevoegdheid overeenkomsten af te
                            </cursief></al><al><cursief>sluiten met de regiopolitie, andere overheden en derden.
                                Hierdoor kan de samenwerking met andere </cursief></al><al><cursief>overheden, en dan met name met de politie, nader worden
                                ingevuld. Door middel van dit convenant wordt invulling gegeven aan
                                de Veiligheidsregio, conform het kabinetsstandpunt
                                Veiligheidsregio’s.</cursief></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>ORGANEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Organen</titel></kop><al>Het bestuur van de dienst bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>Het algemeen bestuur</al></li><li nr="b."><al>Het dagelijks bestuur</al></li><li nr="c."><al>De voorzitter</al></li><li nr="d."><al>Commissies</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>Artikel 12 Wgr schrijft voor dat een openbaar lichaam
                                        de volgende drie bestuursorganen heeft: een algemeen
                                        bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.
                                        Overeenkomstig de artikelen 24 en 25 Wgr kunnen er
                                        commissies worden ingesteld.</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>HET ALGEMEEN BESTUUR.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenstelling van het algemeen bestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester van een deelnemende gemeente is lid van het
                                    algemeen bestuur.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan bij afwezigheid worden vervangen door de
                                    loco-burgemeester.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>In dit artikel is vastgelegd dat de burgemeesters van
                                        de deelnemende gemeenten tezamen het algemeen bestuur
                                        vormen. Hierdoor kent het algemeen bestuur van de
                                        Hulpverleningsdienst dezelfde samenstelling als het
                                        Regionaal College van de politie, waardoor de samenwerking
                                        en afstemming tussen beide organen betrekkelijk eenvoudig
                                        is. Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester,
                                        treedt de loco-burgemeester namens zijn gemeente op als lid
                                        van het algemeen bestuur. Dit is op grond van de algemene
                                        waarnemingsregeling in artikel 77, eerste lid, Gemeentewet.
                                    </cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Taken en bevoegdheden algemeen bestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur is belast met de volgende taken en
                                    bevoegdheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van de hoofdlijnen van het beleid ten
                                            aanzien van de in artikel 3 genoemde belangen</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen of wijzigen van de begroting</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen van de jaarrekening</al></li><li nr="d."><al>het vaststellen van de financiële beheersverordening als
                                            bedoeld in artikel 212 van de Gemeentewet alsmede het
                                            vaststellen van de controleverordening als bedoeld in
                                            artikel 213 van de Gemeentewet</al></li><li nr="e."><al>het benoemen, schorsen en ontslaan van de algemeen
                                            directeur, de directeur, de regionaal commandant
                                            brandweer en de regionaal geneeskundig
                                            functionaris.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Alle taken en bevoegdheden in het kader van deze regeling, die
                                    niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een commissie
                                    zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur. </al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>Dit artikel geeft het primaat van het algemeen bestuur
                                        weer.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn
                                    vergaderingen en overige werkzaamheden.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde reglement wordt aan de
                                    deelnemende gemeenten gezonden.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>In artikel 22, eerste lid, Wgr is geregeld dat het
                                        algemeen bestuur voor zijn vergaderingen een reglement van
                                        orde vaststelt. In het reglement van orde kan worden bepaald
                                        dat de vergaderingen van het algemeen bestuur en de
                                        vergaderingen van het regionaal college gelijktijdig
                                        plaatsvinden.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderingen algemeen bestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en
                                    voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit
                                    nodig oordeelt, of - binnen een termijn van drie weken nadat het
                                    schriftelijk verzoek is gedaan - indien tenminste zeven leden
                                    dat onder opgaaf van de te behandelen onderwerpen schriftelijk
                                    verzoeken. </al></li><li nr="2."><al>De uitnodiging voor de vergadering gaat uit van de voorzitter.
                                    De uitnodiging gaat vergezeld van een agenda met daarbij
                                    behorende stukken. </al></li><li nr="3."><al>De agenda en de daarbij behorende stukken worden, bijzondere
                                    omstandigheden daargelaten, tenminste 14 dagen voor de
                                    vergadering van het algemeen bestuur gezonden aan de leden en
                                    ter kennisneming aan de colleges. </al></li><li nr="4."><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De
                                    deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de
                                    aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig
                                    oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met
                                    gesloten deuren zal worden vergaderd.</al></li><li nr="5."><al>De algemeen directeur en de directeur, als bedoeld in artikel
                                    21, wonen de vergaderingen van het algemeen bestuur bij en
                                    hebben daarin een adviserende stem.</al></li><li nr="6."><al>Op uitnodiging van het algemeen bestuur kunnen overige adviseurs
                                    de vergadering bijwonen. </al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>Het artikel 22 Wgr regelt de orde van de vergadering.
                                    </cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>HET DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Samenstelling dagelijks bestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit 7 leden:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter, als bedoeld in hoofdstuk VI;</al></li><li nr="b."><al>6 leden uit en door het algemeen bestuur
                                            aangewezen;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur zorgt bij de aanwijzing van de leden van
                                    het dagelijks bestuur als bedoeld in het eerste lid voor een
                                    goede spreiding van de vertegenwoordigers over het
                                    samenwerkingsgebied.</al></li><li nr="3."><al>De zittingsperiode van de leden van het dagelijks bestuur is
                                    vier jaar. Zij blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip
                                    waarop het algemeen bestuur uit haar midden de leden voor het
                                    nieuwe dagelijks bestuur heeft aangewezen.</al></li><li nr="4."><al>De leden van het dagelijks bestuur mogen maximaal twee
                                    aaneengesloten zittingsperioden lid zijn van het dagelijks
                                    bestuur. </al></li><li nr="5."><al>Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt
                                    tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. Het algemeen
                                    bestuur voorziet zo spoedig mogelijk in de ontstane vacature in
                                    het dagelijks bestuur. </al></li><li nr="6."><al>Indien een lid van het dagelijks bestuur tussentijds aftreedt
                                    als lid van het dagelijks bestuur, voorziet het algemeen bestuur
                                    zo spoedig mogelijk in de ontstane vacature in het dagelijks
                                    bestuur.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>In gevolge artikel 12 Wgr is de voorzitter tevens
                                        voorzitter van het dagelijks bestuur. Omdat de voorzitter en
                                        plaatsvervangend voorzitter lid zijn van het dagelijks
                                        bestuur, geldt de regeling van de zittingsperiode in artikel
                                        10 van deze regeling ook voor deze functionarissen. Een
                                        loco-burgemeester kan zijn burgemeester niet vervangen als
                                        lid van het dagelijks bestuur. </cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur is belast met alle taken die niet zijn
                                    voorbehouden aan het algemeen bestuur zoals genoemd in artikel
                                    7. Tot deze taken behoren onder andere:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorbereiding van alles waarover in de vergadering
                                            van het algemeen bestuur zal worden beraadslaagd en
                                            besloten, tenzij de voorzitter hiermee is belast. </al></li><li nr="b."><al>de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur;
                                        </al></li><li nr="c."><al>het beheer van de activa en passiva van de dienst; </al></li><li nr="d."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen,
                                            voor de controle op het geldelijk beheer en de
                                            boekhouding; </al></li><li nr="e."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in
                                            als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is
                                            ter voorkoming van verjaren en verlies van recht of
                                            bezit; </al></li><li nr="f."><al>de benoeming, de schorsing, het ontslag, dan wel de
                                            indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                            recht van het personeel, een en ander overeenkomstig het
                                            bepaalde in artikel 24 en verder voor zover het algemeen
                                            bestuur zich de betreffende bevoegdheden niet heeft
                                            voorbehouden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van de toedeling van bevoegdheden aan het dagelijks bestuur zijn
                                    in ieder geval uitgezonderd: </al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen of wijzigen van de begroting; </al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de rekening. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur kan bevoegdheden mandateren aan de
                                    directie als bedoeld in artikel 21.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde vaststellen voor zijn
                            vergaderingen en overige werkzaamheden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergaderingen dagelijks bestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter dit
                                    nodig oordeelt, of zulks schriftelijk door één lid onder opgave
                                    van de te behandelen onderwerpen wordt verzocht.</al></li><li nr="2."><al>In de eerste vergadering van elke zittingsperiode stelt het
                                    dagelijks bestuur een taakverdeling voor zijn leden vast.</al></li><li nr="3."><al>De algemeen directeur en de directeur, als bedoeld in artikel
                                    21, wonen de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij en
                                    hebben daarin een adviserende stem.</al></li><li nr="4."><al>Op uitnodiging van het dagelijks bestuur kunnen overige
                                    adviseurs de vergadering bijwonen. </al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>De voorzitter heeft in vergaderingen van het dagelijks
                                        bestuur een doorslaggevende stem als de stemmen staken bij
                                        zakelijke voorstellen (nadat eerst opnieuw is gestemd). Dit
                                        is op grond van artikel 59 Gemeentewet. Deze
                                        besluitvormingsregel voor het college van burgemeester en
                                        wethouders is ook van toepassing op het dagelijks bestuur
                                        van een openbaar lichaam.</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>DE VOORZITTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden
                                    aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Bij verhindering of ontstentenis wordt hij vervangen door een
                                    lid van het dagelijks bestuur, aangewezen door het algemeen
                                    bestuur. </al></li><li nr="3."><al>Het voorzitterschap eindigt indien betrokkene ophoudt lid van
                                    het algemeen bestuur te zijn. Alsdan voorziet het algemeen
                                    bestuur ten spoedigste in de vervanging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Taken en bevoegdheden voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van
                                    het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. </al></li><li nr="2."><al>Hij draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken en tekent
                                    alle stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur
                                    uitgaan. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten
                                    rechte. Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem
                                    gemachtigde opdragen. In rechtsgedingen tussen de dienst en de
                                    gemeente, waaruit de voorzitter afkomstig is, wordt hij
                                    vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>COMMISSIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Adviescommissies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter
                                    kunnen, overeenkomstig artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke
                                    regelingen, commissies van advies instellen.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie
                                    Openbare Gezondheidszorg in en wijst uit het dagelijks bestuur
                                    een voorzitter voor deze commissie aan.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur neemt geen besluiten over het uitvoeren van
                                    de taken en bevoegdheden welke bij of krachtens de Wet
                                    collectieve preventie volksgezondheid en de Infectieziektewet
                                    aan het openbaar lichaam zijn opgedragen, als bedoeld in artikel
                                    4.a, alvorens advies te hebben ingewonnen van de adviescommissie
                                    Openbare Gezondheidszorg</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>In artikel 24 van de Wgr is bepaald dat het algemeen
                                        bestuur van het openbaar lichaam commissies van advies kan
                                        instellen. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de
                                        samenstelling. In de adviescommissie Openbare
                                        Gezondheidszorg hebben de leden van de colleges van B&amp;W
                                        van de deelnemende gemeenten met de portefeuille Openbare
                                        Gezondheidszorg zitting. </cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>DE SECRETARIS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De algemeen directeur is tevens secretaris van het algemeen en
                                    dagelijks bestuur.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris is, in overleg met de voorzitter, belast met de
                                    voorbereiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en
                                    het dagelijks bestuur. </al></li><li nr="3."><al>De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de
                                    vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur
                                    en ondertekent mede alle stukken die van het algemeen bestuur en
                                    het dagelijks bestuur uitgaan. </al></li><li nr="4."><al>Het dagelijks bestuur voorziet in de plaatsvervanging van de
                                    secretaris. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de
                                    raden, uiterlijk binnen een maand, alle inlichtingen die door
                                    één of meer leden van die raden worden verlangd.</al></li><li nr="2."><al>De leden van het dagelijks bestuur geven - tezamen dan wel
                                    afzonderlijk - aan het algemeen bestuur, wanneer dit algemeen
                                    bestuur of één of meer leden daarvan hierom vragen, schriftelijk
                                    en - indien daartoe wordt verzocht - mondeling, uiterlijk binnen
                                    een maand, alle gevraagde inlichtingen. </al></li><li nr="3."><al>Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan de raad van
                                    zijn/haar gemeente schriftelijk en - indien daartoe wordt
                                    verzocht - mondeling, uiterlijk binnen een maand, alle
                                    inlichtingen die door die raad, of één of meer leden daarvan,
                                    worden verlangd.</al></li><li nr="4."><al>Het college van elke gemeente verstrekt aan het algemeen
                                    bestuur, het dagelijks bestuur dan wel de voorzitter of de door
                                    deze organen aangewezen ambtenaren alle inlichtingen die deze
                                    organen of ambtenaren nodig achten voor de uitvoering van de in
                                    artikel 4 genoemde taken.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>De artikelen 16 en 17 van de Wgr schrijven voor dat een
                                        gemeenschappelijke regeling bepalingen bevat over het
                                        verstrekken van informatie. Daarbij gaat het zowel om de
                                        informatieplicht binnen de gemeenschappelijke regeling (de
                                        relatie tussen het dagelijks bestuur en het algemeen
                                        bestuur) als om de informatieplicht van het bestuur van de
                                        gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de (raden van
                                        de) de deelnemende gemeenten. </cursief></al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verantwoording en ontslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                    afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording
                                    verschuldigd voor het door hen gevoerde beleid. </al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur kan een door hem aangewezen lid van het
                                    dagelijks bestuur ontslaan als dit het vertrouwen van het
                                    algemeen bestuur niet meer bezit. Daarbij wordt gehandeld
                                    overeenkomstig de bepalingen van de Gemeentewet terzake.</al></li><li nr="3."><al>Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd
                                    aan de raad van zijn/haar gemeente, voor het door hem in het
                                    algemeen bestuur gevoerde beleid, op een wijze zoals dat in het
                                    artikel 8 benoemde reglement van orde is bepaald. </al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>Artikel 16 van de Wgr schrijft voor dat een
                                        gemeenschappelijke regeling bepalingen bevat over het
                                        afleggen van verantwoording. Daarbij gaat het zowel om de
                                        verantwoordingsplicht binnen de gemeenschappelijke regeling
                                        (de relatie tussen het dagelijks bestuur en het algemeen
                                        bestuur) als om de verantwoordingsplicht van het bestuur van
                                        de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de (raden
                                        van de) de deelnemende gemeenten. </cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>DE AMBTELIJKE ORGANISATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Organisatiestructuur</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur regelt de inrichting van de ambtelijke organisatie
                            en stelt hiertoe een organisatieverordening vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>De directie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leiding van de ambtelijke organisatie berust bij de directie,
                                    welke bestaat uit een algemeen directeur en een directeur.</al></li><li nr="2."><al>De directie wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het
                                    algemeen bestuur. De algemeen directeur wordt, bij diens
                                    afwezigheid, vervangen door de directeur.</al></li><li nr="3."><al>De taken en bevoegdheden van de directie zijn vastgelegd in het
                                    door het dagelijks bestuur vast te stellen directiestatuut.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>Er is sprake van een tweehoofdige directie.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>De regionaal commandant brandweer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een regionaal commandant brandweer, die wordt benoemd,
                                    geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur. Het algemeen
                                    bestuur regelt de vervanging van de regionaal commandant.</al></li><li nr="2."><al>De regionaal commandant is belast met de uitvoering van de taken
                                    welke bij of krachtens de Brandweerwet 1985 aan het openbaar
                                    lichaam zijn opgedragen</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>De functie regionaal commandant brandweer is een
                                        wettelijk verplichte functie (artikel 4 brandweerwet 1985),
                                        wat onverlet laat dat het bestuur kan besluiten deze functie
                                        te combineren met de functies die genoemd zijn in de
                                        artikelen 21 en/of 23. </cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>De regionaal geneeskundig functionaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een regionaal geneeskundig functionaris die wordt benoemd,
                                    geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur. Het algemeen
                                    bestuur regelt de vervanging van de regionaal geneeskundig
                                    functionaris.</al></li><li nr="2."><al>De regionaal geneeskundig functionaris is belast met de
                                    uitvoering van de taken welke bij of krachtens de Wet
                                    Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen aan het
                                    openbaar lichaam zijn opgedragen.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>De functie regionaal geneeskundig functionaris is een
                                        wettelijk verplichte functie (artikel 4 wet geneeskundige
                                        hulpverlening bij ongevallen en rampen), wat onverlet laat
                                        dat het bestuur kan besluiten deze functie te combineren met
                                        de functies die genoemd zijn in de artikelen 21 en/of 22.
                                    </cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Overig personeel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat het overig
                                    personeel, de directie gehoord. Het dagelijks bestuur kan voor
                                    het personeel de nodige instructies vaststellen.</al></li><li nr="2."><al>Voor het personeel, daaronder begrepen de directie, zijn van
                                    toepassing de Collectieve Arbeidsvoorwaarden Regeling (CAR) en
                                    de Uitwerkingsovereenkomst (UWO)</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XI</nr><titel>BIJSTAND, HULPVERLENING &amp; OPERATIONELE LEIDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Bijstand en hulpverlening</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Met inachtneming van de gegeven richtlijnen bepaalt de regionaal
                                    commandant brandweer indien om bijstand wordt gevraagd, welke
                                    gemeente deze moet verlenen, afhankelijk van de aard van de
                                    melding, de situatie van en in de bijstand verkrijgende
                                    gemeente, de situatie van en in de bijstand verlenende gemeente
                                    en de situatie in de omliggende gemeenten op het moment dat
                                    bijstand wordt gevraagd. Hij bepaalt tevens de omvang van de
                                    gevraagde bijstand.</al></li><li nr="2."><al>Hij is bevoegd de brandweer van een deelnemende gemeente zonodig
                                    in staat van verhoogde paraatheid te doen brengen en zolang als
                                    nodig is te doen houden.</al></li><li nr="3."><al>Elke gemeente voldoet aan een verzoek van de regionaal
                                    commandant brandweer tot het verlenen van bijstand of het in
                                    staat van verhoogde paraatheid brengen van haar brandweer. </al></li><li nr="4."><al>Elke brandweereenheid, die tot het verlenen van bijstand is
                                    uitgerukt, stelt zich ter beschikking van de leiding ter
                                    plaatse.</al></li><li nr="5."><al>Het aanvragen van bijstand geschiedt door de leiding ter
                                    plaatse.</al></li><li nr="6."><al>De aanvraag en uitvoering van interregionale bijstand verloopt
                                    via de regionaal commandant.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>Conform artikel 4, tweede lid van de brandweerwet 1985
                                        bevat deze regeling bepalingen omtrent onderlinge bijstand
                                        bij het beperken en bestrijden van brand en bij
                                        hulpverlening bij ongevallen en rampen. </cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Operationele leiding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de uitoefening van de operationele leiding over
                                    de brandweer in de deelnemend gemeenten stelt het algemeen
                                    bestuur de commando- en adviesstructuur vast.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur gaat niet over tot vaststelling als bedoeld
                                    in het eerste lid alvorens de colleges van de deelnemende
                                    gemeenten in de gelegenheid te hebben gesteld hun oordeel te
                                    geven</al><al/><al>Toelichting</al><al>Conform artikel 4, tweede lid van de brandweerwet 1985 bevat
                                    deze regelingbepalingen omtrent de feitelijke leiding over de
                                    brandweer bij het optreden in groter verband.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XII</nr><titel>FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Financieel beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de
                                    organisatie van de administratie en het beheer van
                                    vermogenswaarden en de controle. De artikelen 212 en 213 van de
                                    Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Met inachtneming van de regels als bedoeld in lid 1 is het
                                    dagelijks bestuur bevoegd tot het aangaan van geldleningen en
                                    overeenkomsten in rekening-courant, al dan niet met een daaraan
                                    verbonden kredietfaciliteit. Het dagelijks bestuur doet het
                                    algemeen bestuur mededeling van aangegane overeenkomsten als
                                    bedoeld in dit lid.</al></li><li nr="3."><al>Voor het betalen van rente en aflossing van aangegane
                                    geldleningen en in rekening-courant opgenomen gelden, alsmede
                                    voor de exploitatietekorten van het openbaar lichaam staan de
                                    deelnemende gemeenten volledig en onvoorwaardelijk garant.</al><al/><al><cursief>Toelichting</cursief></al><al><cursief>Op grond van dit artikel stelt het algemeen bestuur bij
                                        verordening de uitgangspunten van de organisatie van de
                                        financiële administratie en van het beheer van de
                                        geldmiddelen vast. Tevens stelt het algemeen bestuur bij
                                        verordening regels vast voor de controle op het financiële
                                        beheer en de inrichting van de financiële administratie.
                                    </cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Begroting en meerjarenraming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks een ontwerpbegroting voor
                                    het volgend dienstjaar, alsmede een meerjarenraming voor
                                    tenminste drie op dat dienstjaar aansluitende jaren aan. De
                                    ramingen in de ontwerpbegroting en de meerjarenraming worden
                                    toegelicht. Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming
                                    worden zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden
                                    aangeboden door het dagelijks bestuur toegezonden aan de raden.
                                </al></li><li nr="2."><al>De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een
                                    ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen
                                    verkrijgbaar gesteld. Artikel 190 lid 2 van de Gemeentewet is
                                    van overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="3."><al>De raden kunnen over de ontwerpbegroting en de meerjarenraming
                                    het dagelijks bestuur van hun zienswijze doen blijken. Het
                                    dagelijks bestuur voegt de commentaren bij de ontwerpbegroting,
                                    zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. </al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming
                                    vast voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de
                                    begroting moet dienen. </al></li><li nr="5."><al>Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur, zonodig,
                                    de begroting en de meerjarenraming aan de raden. Deze kunnen van
                                    hun zienswijze doen blijken bij gedeputeerde staten. </al></li><li nr="6."><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming
                                    binnen twee weken doch in ieder geval voor 15 juli aan
                                    gedeputeerde staten.</al></li><li nr="7."><al>In de begroting wordt voor elke gemeente voor het jaar waarop de
                                    begroting betrekking heeft de verschuldigde bijdrage aangegeven.
                                </al></li><li nr="8."><al>Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage
                                    wordt het nadelig saldo volgens de begroting over de gemeenten
                                    verdeeld naar verhouding van het inwonertal van de gemeenten op
                                    1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de
                                    bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de
                                    inwoneraantallen worden aangehouden de door het Centraal Bureau
                                    voor de Statistiek terzake bekend gemaakte cijfers. </al></li><li nr="9."><al>De bijdrage volgens de begroting van een bij contract opgedragen
                                    uitvoerende taak wordt berekend op basis van de kostprijs welke
                                    aan die uitvoerende taak ten grondslag ligt. </al></li><li nr="10."><al>De betaling van de bijdragen, of voorschotten daarop, vindt
                                    plaats op de wijze en op het tijdstip door het algemeen bestuur
                                    te bepalen. </al><al/><al><cursief>Toelichting:</cursief></al><al><cursief>De artikelen 186 tot en met 213 van de (gedualiseerde)
                                        Gemeentewet zijn ook van toepassing verklaard op
                                        gemeenschappelijke regelingen. Deze artikelen hebben
                                        betrekking op de begroting, jaarrekening, administratie en
                                        de controle. Ook het Besluit begroting en verantwoording
                                        provincies en gemeenten (BBV) is van toepassing op
                                        gemeenschappelijke regelingen. Dit betekent onder andere dat
                                        de begroting die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld
                                        moet worden opgezet op basis van een indeling in programma’s
                                        (programmabegroting). Het dagelijks bestuur stelt vervolgens
                                        op basis van de programmabegroting de productenraming vast.
                                    </cursief></al><al/><al><cursief>Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming worden
                                        zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden
                                        aangeboden door het dagelijks bestuur toegezonden aan de
                                        raden. De raden kunnen over de ontwerpbegroting en de
                                        meerjarenraming het dagelijks bestuur van hun zienswijze
                                        doen blijken. De termijn waarop de begroting uiterlijk moet
                                        zijn vastgesteld door het algemeen bestuur (1 juli) stelt
                                        gemeenten in staat de uitgaven die gemoeid zijn met de
                                        Hulpverleningsdienst in de eigen begroting te verwerken. Het
                                        gaat immers om verplichte uitgaven. Artikel 34, tweede lid,
                                        Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat de begroting
                                        vóór 15 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar
                                        waarvoor deze geldt, aan Gedeputeerde Staten moet zijn
                                        toegezonden. </cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Begrotingswijzigingen</titel></kop><al>Met betrekking tot het wijzigen van de begroting is het bepaalde in
                            artikel 28 van overeenkomstige toepassing voorzover dit gevolgen heeft
                            voor de in artikel 28, lid 7 genoemde gemeentelijke bijdrage. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Rekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks voor 1 juni de rekening
                                    over het afgelopen jaar, met alle bijbehorende bescheiden, ter
                                    vaststelling aan het algemeen bestuur aan. Tevens wordt de
                                    rekening aan de raden aangeboden. Daarbij wordt eveneens
                                    aangeboden het verslag van bevindingen als bedoeld in artikel
                                    213, lid 2, van de Gemeentewet. </al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar
                                    vast voor 1 juli volgende op het jaar, waarvoor de rekening
                                    geldt. </al></li><li nr="3."><al>Van de vaststelling door het algemeen bestuur doet het dagelijks
                                    bestuur mededeling aan de raden van de gemeenten. Tevens zendt
                                    het dagelijks bestuur de vastgestelde rekening met alle daarbij
                                    behorende stukken binnen twee weken na de vaststelling doch in
                                    ieder geval voor 15 juli aan gedeputeerde staten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Gemeentelijke bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 30 bedoelde rekening bevat een voorstel van het
                                    dagelijks bestuur omtrent het bestemmen van het saldo van de
                                    rekening. </al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur neemt bij het doen van voorstellen omtrent
                                    het bestemmen van het saldo van de rekening het door het
                                    algemeen bestuur vastgestelde beleid met betrekking tot reserves
                                    en voorzieningen in acht.</al></li><li nr="3."><al>Bij verrekening van het saldo van de vastgestelde rekening met
                                    de deelnemende gemeenten, vindt verrekening plaats naar
                                    evenredigheid van het aantal inwoners op 1 januari van het
                                    betrokken dienstjaar.</al></li><li nr="4."><al>Voor de vaststelling van de inwoneraantallen worden aangehouden
                                    de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde
                                    cijfers.</al><al/><al><cursief>Toelichting:</cursief></al><al><cursief>De uitgaven ten behoeve van een gemeenschappelijke
                                        regeling zijn verplichte uitgaven voor gemeenten. Als blijkt
                                        dat een gemeente weigert de financiële bijdrage in haar
                                        begroting op te nemen of tot betaling daarvan over te gaan,
                                        kunnen Gedeputeerde Staten ingrijpen op grond van
                                        respectievelijk artikel 194 en 195 van de Gemeentewet.
                                    </cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIII</nr><titel>ARCHIEFBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Archiefbescheiden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de bewaring en
                                    het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam,
                                    overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming
                                    van artikel 40 lid 1 en 2 van de Archiefwet 1995, vast te
                                    stellen regeling. </al></li><li nr="2."><al>De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de
                                    archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de
                                    door het algemeen bestuur vast te stellen regeling. </al></li><li nr="3."><al>Bij opheffing van deze regeling worden de archiefbescheiden
                                    overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente
                                    Leeuwarden.</al></li><li nr="4."><al>Gedeputeerde staten oefenen overeenkomstig het bepaalde in het
                                    Archiefbesluit het toezicht uit op de zorg en het beheer van de
                                    archiefbescheiden. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIV</nr><titel>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Toetreding van gemeenten tot of uittreding van gemeenten uit de
                                    regeling is slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van
                                    gemeenten in regio’s, als bedoeld in het Besluit territoriale
                                    indeling Brandweer- en GHOR-regio’s. </al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op taken en bevoegdheden
                                    die geen betrekking hebben op de verplichte samenwerking op
                                    grond van het Besluit territoriale indeling Brandweer- en
                                    GHOR-regio’s</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en
                                    uittreding.</al></li><li nr="4."><al>Aan de toetreding kan door het algemeen bestuur voorwaarden
                                    worden verbonden. </al><al/><al><cursief>Toelichting:</cursief></al><al><cursief>Een gemeenschappelijke regeling dient een regeling te
                                        bevatten omtrent de toetreding en uittreding (artikel 9
                                        Wgr). In het Besluit territoriale indeling brandweer- en
                                        GHOR-regio’s zijn de gemeenten aangewezen waarvan de
                                        colleges van burgemeester en wethouders een
                                        gemeenschappelijke regeling moeten treffen terzake van de
                                        regionale brandweer en de geneeskundige hulpverlening bij
                                        ongevallen en rampen. </cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Wijziging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze regeling kunnen wijzigingen worden aangebracht bij
                                    gelijkluidend besluit van tenminste vierentwintig van de
                                    bestuursorganen van de deelnemende gemeenten, zij het dat een
                                    wijziging van Hoofdstuk II en van dit artikel uitsluitend kan
                                    worden aangebracht bij gelijkluidend besluit van de
                                    bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten. </al></li><li nr="2."><al>Voorstellen tot wijziging als bedoeld in het eerste lid kunnen
                                    worden gedaan door het algemeen bestuur en door de
                                    bestuursorganen van één of meer der deelnemende gemeenten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Opheffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan slechts worden opgeheven na het vervallen van
                                    de verplichting tot samenwerking als bedoeld in de Brandweerwet
                                    1995 en de Wet Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en
                                    Rampen.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op taken en bevoegdheden
                                    die geen betrekking hebben op de verplichte samenwerking op
                                    grond van het Besluit territoriale indeling Brandweer- en
                                    GHOR-regio’s</al></li><li nr="3."><al>In geval van opheffing wordt het dagelijks bestuur met de
                                    liquidatie van de regeling belast. Het liquidatieplan wordt door
                                    het algemeen bestuur, de raden gehoord, vastgesteld. </al></li><li nr="4."><al>Ter uitvoering van de liquidatie blijft het dagelijks bestuur,
                                    zonodig na het tijdstip van opheffen van de regeling, in
                                    functie. </al></li><li nr="5."><al>In geval van opheffing zijn de deelnemende gemeenten verplicht
                                    tot participatie in de volledige financiële gevolgen daarvan.
                                    Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo komt ten laste
                                    van de deelnemende gemeenten. Dit batig dan wel nadelig saldo
                                    wordt naar verhouding van het aantal inwoners van de gemeente op
                                    1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de
                                    regeling wordt opgeheven, vastgesteld. Voor de vaststelling van
                                    de inwoneraantallen worden aangehouden de door het Centraal
                                    Bureau voor de Statistiek terzake bekend gemaakte cijfers. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XV</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Nadere overgangsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding neemt deze regeling de
                                    rechten en plichten op zich van: </al><lijst><li nr="a."><al>de Brandweer Fryslân; </al></li><li nr="b."><al>de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Fryslân</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vaststelling van de omvang van deze rechten en verplichtingen
                                    vindt door het algemeen bestuur plaats, waarbij de raden van de
                                    deelnemende gemeenten worden gehoord. </al></li><li nr="3."><al>De roerende en onroerende zaken van de in lid 1 genoemde
                                    instellingen worden tegen boekwaarde overgedragen. </al></li><li nr="4."><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling wordt
                                    opgeheven: </al><lijst><li nr="a."><al>de gemeenschappelijke regeling Brandweer Fryslân; </al></li><li nr="b."><al>de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke
                                            Gezondheidsdienst Fryslân</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In alle gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, wordt -
                            onverminderd het bepaalde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen - door het algemeen bestuur een voorziening getroffen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De regeling kan worden aangehaald als: </al><al>Gemeenschappelijke regeling “Hulpverleningsdienst Fryslân”</al><al/><al>RAADSBESLUIT NR. 36 </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering, gehouden op 15 juni
                        2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>(C.J. Corsèl) </ondertekening><ondertekening>de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>(mr. W. van den Berg)</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>COLLEGEBESLUIT </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het College van B &amp; W, gehouden
                        op 23 mei 2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de gemeentesecretaris,</ondertekening><ondertekening>(mr. R.M. Kammer)</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>(mr. W. van den Berg)</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld op 23 mei 2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de Burgemeester, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>(mr. W. van den Berg)</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>