<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR31055_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Ferwerderadiel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-12-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, t.w. Sawn Stjerren Nijs dd. 17-12-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, artikel 6.7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit ruimtelijke ordening, artikel 6.1.3.3.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-11-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-03-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11/49.08</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De “Procedureverordening planschadevergoeding Ferwerderadiel 2000”, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 oktober 2000, nummer 98, is ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Ferwerderadiel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al/><al>De raad van de gemeente Ferwerderadiel;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 november 2008,
                        nummer 11/49.08;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 6.7 Wet ruimtelijke ordening en artikel
                        6.1.3.3 Besluit ruimtelijke ordening alsmede op het bepaalde in artikel 149
                        van de Gemeentewet;</al><al/><al/><al>besluit:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade
                                als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient;</al></li><li nr="b."><al>adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te
                                wijzen persoon als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, Besluit
                                ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="c."><al>adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel
                                3, vijfde lid, van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>besluit: Besluit ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="e."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="f."><al>gemeente: gemeente Ferwerderadiel;</al></li><li nr="g."><al>planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede
                                lid, Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="h."><al>planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet
                                ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="i."><al>wet: Wet ruimtelijke ordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdrachtverstrekking</titel></kop><al>Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in
                        artikel 6.1.3.1 van het besluit verstrekt het college aan één of meerdere
                        adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te
                        brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het besluit
                        of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Adviseur of adviescommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt
                                door het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende
                                deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het
                                eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag
                                betrekking heeft op planschade vanwege inkomensderving en er, gezien
                                de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat
                                aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur
                                aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van
                                financieel economische bedrijfsvoering.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het
                                eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag
                                betrekking heeft op planschade vanwege waardevermindering van een
                                onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de
                                aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het
                                college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is ter zake van
                                de waardering van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan
                                als gevolg van een planologische verslechtering.</al></li><li nr="4."><al>Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid
                                van toepassing zijn, worden zowel de in het tweede als het derde lid
                                bedoelde adviseurs aangewezen.</al></li><li nr="5."><al>Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een
                                adviescommissie, waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur
                                voorzitter is.</al></li><li nr="6."><al>De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Deskundigheid en onafhankelijkheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college
                                verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring
                                deskundig te zijn met betrekking tot de in artikel 3, eerste, tweede
                                of derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet
                                beoordelen.</al></li><li nr="2."><al>Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijk van de
                                raad. Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de
                                planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing
                            adviseur of adviescommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in
                                artikel 2 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele
                                andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als
                                bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet
                                schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van:</al><lijst><li nr="a."><al>een adviseur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of</al></li><li nr="b."><al>meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 3, vijfde
                                        lid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de
                                belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid,
                                van de wet kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in
                                het eerste lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot
                                wraking van één of meerdere adviseurs bij het college indienen.</al></li><li nr="3."><al>Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in
                                het tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot
                                wraking van één of meerdere adviseurs.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Werkwijze adviseur of adviescommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de
                                aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de
                                beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de
                                adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen
                                aan die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de
                                adviesopdracht bijstaat.</al></li><li nr="3."><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één
                                of meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid
                                bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden
                                gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de
                                advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan
                                wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur
                                of de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken
                                bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel
                                6.4a, tweede en derde lid, van de wet worden eveneens in de
                                gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.</al></li><li nr="4."><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het
                                tijdstip waarop de adviseur of de adviescommissie de situatie ter
                                plaatse zal bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de
                                plaatsopneming uit.</al></li><li nr="5."><al>Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken
                                onroerende zaak, wordt door de adviseur of de voorzitter van de
                                adviescommissie met de aanvrager een afspraak gemaakt.</al></li><li nr="6."><al>Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde
                                lid bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder
                                verantwoordelijkheid van, de adviseur of de voorzitter van de
                                adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit
                                te brengen advies.</al></li><li nr="7."><al>Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de
                                adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de
                                opdracht tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de
                                aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de
                                belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid,
                                van de wet. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan
                                deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven
                                termijn met ten hoogste vier weken verlengen.</al></li><li nr="8."><al>De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de
                                belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid,
                                van de wet worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na
                                de toezending van het concept advies schriftelijk hierop te
                                reageren.</al></li><li nr="9."><al>In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of
                                de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in
                                het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college,
                                waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.</al></li><li nr="10."><al>In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de
                                adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken
                                van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het
                                college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag van
                                officiële bekendmaking van de vaststelling van deze verordening.
                            </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Procedureverordening voor
                                advisering tegemoetkoming in planschade 2008”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>LW</ondertekening><ondertekening>ALDUS besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ferwerderadiel van 20 november 2008.</ondertekening><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>, griffier.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>