<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>31043_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Ferwerderadiel 2009 (2e
                wijziging)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-11-28T11:10:32Z</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Ferwerderadiel
                2009</dcterms:alternative><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:source resourceIdentifier="">Drank- en Horecawet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de kansspelen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht.</dcterms:source><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, t.w. Sawn Stjerren Nijs dd.
                21-12-2011 </dcterms:isFormatOf><dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:publisher><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-09-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling. </overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10/58.11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Algemene Plaatselijke Verordening Ferwerderadiel 2009 (na 2e
            wijziging)</vet></intitule><regeling><officiele-inhoudsopgave><al><vet>Inhoud Algemene Plaatselijke Verordening Ferwerderadiel 2009</vet></al><al></al><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </vet></al><al></al><al>Artikel 1.1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 1.2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1.3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.7 Termijnen</al><al>Artikel 1.8 Weigeringsgronden </al><al></al><al><vet>Hoofdstuk 2. Openbare orde</vet></al><al></al><al><vet><cursief>Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden </cursief></vet></al><al>Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden </al><al><vet><cursief>Afdeling 2. Betoging </cursief></vet></al><al>Artikel 2.2 Optochten (vervallen) </al><al>Artikel 2.3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2.4 Afwijking termijn (vervallen; opgenomen in artikel 2.3)</al><al>Artikel 2.5 Te verstrekken gegevens (vervallen; opgenomen in artikel 2.3)</al><al><vet><cursief>Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken </cursief></vet></al><al>Artikel 2.6 Beperking aanbieden e.d. van beschreven of gedrukte stukken of
                    afbeeldingen</al><al><vet><cursief>Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg </cursief></vet></al><al>Artikel 2.7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (vervallen) </al><al>Artikel 2.8 Dienstverlening (vervallen) </al><al>Artikel 2.9 Straatartiest (vervallen) </al><al><vet><cursief>Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg </cursief></vet></al><al>Artikel 2.10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                    publieke functie ervan </al><al>Artikel 2.11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen
                    van een weg </al><al>Artikel 2.12 Omgevingsvergunning voor het maken, veranderen van een uitweg </al><al><vet><cursief>Afdeling 6. Veiligheid op de weg </cursief></vet></al><al>Artikel 2.13 Veroorzaken van gladheid</al><al>Artikel 2.14 Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2.15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp </al><al>Artikel 2.16 Openen straatkolken e.d. </al><al>Artikel 2.17 Kelderingangen e.d. (vervallen)</al><al>Artikel 2.18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen (vervallen)</al><al>Artikel 2.19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (vervallen)</al><al>Artikel 2.20 Vallende voorwerpen (vervallen) </al><al>Artikel 2.21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting </al><al>Artikel 2.22 Objecten onder hoogspanningslijn (vervallen) </al><al>Artikel 2.23 Veiligheid op het ijs. </al><al><vet><cursief>Afdeling 7. Evenementen </cursief></vet></al><al>Artikel 2.24 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2.25 Evenement </al><al>Artikel 2.26 Ordeverstoring </al><al><vet><cursief>Afdeling 8. Toezicht op horecabedrijven </cursief></vet></al><al>Artikel 2.27 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2.28 Exploitatievergunning horecabedrijf </al><al>Artikel 2.29 Sluitingstijd </al><al>Artikel 2.30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting </al><al>Artikel 2.31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Artikel 2.32 Handel in horecabedrijven </al><al>Artikel 2.33 Ordeverstoring </al><al>Artikel 2.34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al><al><vet><cursief>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                            nachtverblijf </cursief></vet></al><al>Artikel 2.35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2.36 Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2.37 Nachtregister </al><al>Artikel 2.38 Verschaffing gegevens nachtregister </al><al><vet><cursief>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden </cursief></vet></al><al>Artikel 2.39 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2.40 Speelautomatenhallen </al><al><vet><cursief>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </cursief></vet></al><al>Artikel 2.41 Betreden gesloten woning of lokaal </al><al>Artikel 2.42 Plakken en kladden </al><al>Artikel 2.43 Vervoer plakgereedschap e.d. (vervallen)</al><al>Artikel 2.44 Vervoer inbrekerswerktuigen (vervallen)</al><al>Artikel 2.45 Betreden van plantsoenen e.d. (vervallen) </al><al>Artikel 2.46 Rijden over bermen e.d.</al><al>Artikel 2.47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2.48 Verboden drankgebruik </al><al>Artikel 2.49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2.50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten </al><al>Artikel 2.51 Neerzetten van fietsen e.d. </al><al>Artikel 2.52 Gedrag op een brug</al><al>Artikel 2.53 Bespieden van personen</al><al>Artikel 2.54 Bewakingsapparatuur (vervallen)</al><al>Artikel 2.55 Nodeloos alarmeren (vervallen)</al><al>Artikel 2.56 Alarminstallaties (vervallen) </al><al>Artikel 2.57 Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie</al><al>Artikel 2.58 Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2.59 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2.60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2.60 a Geluidhinder door dieren </al><al>Artikel 2.61 Wilde dieren (vervallen)</al><al>Artikel 2.62 Loslopend vee en pluimvee</al><al>Artikel 2.63 Houden van duiven</al><al>Artikel 2.64 Bijen </al><al>Artikel 2.65 Berenklauwen</al><al><vet><cursief>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
                        </cursief></vet></al><al>Artikel 2.66 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2.67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2.68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                    Strafrecht </al><al>Artikel 2.69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (vervallen)</al><al>Artikel 2.70 Handel in horecabedrijven</al><al><vet><cursief></cursief></vet><vet><cursief>Afdeling 13. Vuurwerk </cursief></vet></al><al>Artikel 2.71 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2.72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                    verkoopdagen (vervallen)</al><al>Artikel 2.73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</al><al>Artikel 2.73.1 Gebruik van carbid </al><al><vet><cursief>Afdeling 14. Drugsoverlast </cursief></vet></al><al>Artikel 2.74 Drugshandel op straat</al><al>Artikel 2.74 a Blowverbod</al><al><vet><cursief>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                            cameratoezicht op openbare plaatsen </cursief></vet></al><al>Artikel 2.75 Bestuurlijke ophouding </al><al>Artikel 2.76 Veiligheidsrisicogebieden</al><al>Artikel 2.77 Cameratoezicht op openbare plaatsen </al><al></al><al></al><al><vet>Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. </vet></al><al></al><al><vet><cursief>Afdeling 1. Begripsbepalingen </cursief></vet></al><al>Artikel 3.1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3.2 Bevoegd bestuursorgaan </al><al>Artikel 3.3 Nadere regels </al><al><vet><cursief>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.
                        </cursief></vet></al><al>Artikel 3.4 Seksinrichtingen </al><al>Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder </al><al>Artikel 3.6 Sluitingstijd </al><al>Artikel 3.7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting </al><al>Artikel 3.8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder </al><al>Artikel 3.9 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3.10 Sekswinkels (vervallen)</al><al>Artikel 3.11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch
                    -pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke </al><al><vet><cursief>Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden </cursief></vet></al><al>Artikel 3.12 Beslissingstermijn </al><al>Artikel 3.13 Weigeringsgronden</al><al><vet><cursief>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer </cursief></vet></al><al>Artikel 3.14 Beëindiging exploitatie </al><al>Artikel 3.15 Wijziging beheer </al><al><vet><cursief>Afdeling 5. Overgangsbepaling </cursief></vet></al><al>Artikel 3.16 Overgangsbepaling (vervallen)</al><al></al><al><vet>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                        het uiterlijk aanzien van de gemeente </vet></al><al></al><al><vet><cursief>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting </cursief></vet></al><al>Artikel 4.1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al><al>Artikel 4.3 kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4.4 Verboden incidentele festiviteiten (vervallen)</al><al>Artikel 4.5 Onversterkte muziek binnen inrichtingen</al><al>Artikel 4.6 Overige geluidhinder</al><al>Artikel 4.6 a Geluidhinder door motorvoertuigen</al><al><vet><cursief>Afdeling 2. Bodem -, weg- en milieuverontreiniging </cursief></vet></al><al>Artikel 4.7 Straatvegen (vervallen)</al><al>Artikel 4.8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4.9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                    putten buiten gebouwen </al><al><vet><cursief>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden </cursief></vet></al><al>Artikel 4.10 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 4.11 Het kappen van bomen</al><al>Artikel 4.11 a Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</al><al>Artikel 4.11 b Niet kappen tijdens broedseizoen</al><al>Artikel 4.12 Bestrijding van iepziekte </al><al>Artikel 4.12 a Bescherming bomen</al><al>Artikel 4.12 b Herplant -/ instandhoudingsplicht </al><al><vet><cursief>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
                        </cursief></vet></al><al>Artikel 4.13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. </al><al>Artikel 4.14 Opslag landbouwproducten</al><al>Artikel 4.15 Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames e.d. </al><al>Artikel 4.16 Aanschrijving onveilige en hinderlijke reclame</al><al><vet><cursief>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen </cursief></vet></al><al>Artikel 4.17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 4.18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen </al><al>Artikel 4.19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al><al></al><al><vet>Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                        gemeente</vet></al><al></al><al><vet><cursief>Afdeling 1. Parkeerexcessen </cursief></vet></al><al>Artikel 5.1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5.3 Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5.4 Defecte voertuigen (vervallen) </al><al>Artikel 5.5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5.6 Kampeermiddelen e.a. </al><al>Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5.9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5.10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                    (vervallen)</al><al>Artikel 5.11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5.12 Overlast van fiets of bromfiets (vervallen) </al><al><vet><cursief>Afdeling 2. Collecteren </cursief></vet></al><al>Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen </al><al><vet><cursief>Afdeling 3. Venten </cursief></vet></al><al>Artikel 5.14 Begripsbepaling (vervallen)</al><al>Artikel 5.15 Venten e.d.</al><al>Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting (vervallen)</al><al><vet><cursief>Afdeling 4. Standplaatsen </cursief></vet></al><al>Artikel 5.17 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden </al><al>Artikel 5.19 Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen </al><al>Artikel 5.21 Aanhoudingsplicht </al><al><vet><cursief>Afdeling 5. Snuffelmarkten</cursief></vet></al><al>Artikel 5.22 Begripsbepaling (vervallen)</al><al>Artikel 5.23 Organiseren van een snuffelmarkt (vervallen)</al><al><vet><cursief>Afdeling 6. Openbaar water </cursief></vet></al><al>Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water </al><al>Artikel 5.25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen (vervallen)</al><al>Artikel 5.26 Aanwijzigen ligplaats (vervallen)</al><al>Artikel 5.27 Verbod innemen ligplaats (vervallen)</al><al>Artikel 5.28 Beschadigen van waterstaatwerken</al><al>Artikel 5.29 Reddingsmiddelen </al><al>Artikel 5.29 a Zwemmen in verband met scheepvaart </al><al>Artikel 5.30 Veiligheid op het water </al><al>Artikel 5.31 Overlast aan vaartuigen</al><al><vet><cursief>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                            natuurgebieden </cursief></vet></al><al>Artikel 5.32 Crossterreinen </al><al>Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden (vervallen) </al><al><vet><cursief>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken</cursief></vet></al><al>Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                    vuur te stoken</al><al><vet><cursief>Afdeling 9. Verstrooiing van as</cursief></vet></al><al>Artikel 5.35 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5.36 Verboden plaatsen </al><al>Artikel 5.37 Hinder of overlast </al><al><vet><cursief>Afdeling 10. Lijkbezorging </cursief></vet></al><al>Artikel 5.38 Tijdvak voor begraven </al><al>Artikel 5.39 Onbetamelijk gedrag op een begraafplaats </al><al>Artikel 5.40 Aanwijzingen </al><al>Artikel 5.41 Plaatsen grafzerken e.d.</al><al>Artikel 5.42 Onderhoud objecten </al><al><vet><cursief>Afdeling 11. Gebruik gemeentewapen en gemeentelogo </cursief></vet></al><al>Artikel 5.43 Gebruik gemeentewapen en gemeentelogo </al><al><vet><cursief>Afdeling 12. Huisvesting </cursief></vet></al><al>Artikel 5.44 Reikwijdte</al><al>Artikel 5.45 Samenvoegingsvergunning</al><al>Artikel 5.46 Splitsingsvergunning </al><al>Artikel 5.47 Onttrekkingsvergunning</al><al>Artikel 5.48 Voorschriften en voorwaarden </al><al>Artikel 5.49 Onoverdraagbaarheid vergunningen </al><al>Artikel 5.50 Overgangsbepaling </al><al><vet><cursief>Afdeling 13. Autogas </cursief></vet></al><al>Artikel 5.51 Verbod op gebruik van autogas voor alternatieve doeleinden </al><al></al><al></al><al><vet>Hoofdstuk 6. Straf -, overgangs- en slotbepalingen </vet></al><al></al><al>Artikel 6.1 Strafbepaling </al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders </al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening </al><al>Artikel 6.5 Toepassing paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht </al><al>Artikel 6.6 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 6.7 Citeertitel </al></officiele-inhoudsopgave><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ferwerderadiel; </al><al></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 november 2009,
                        nr. 9/53.09;</al><al></al><al>gelet op de Drank- en Horecawet, Wet op de kansspelen, de Gemeentewet en de
                        Algemene wet bestuursrecht;</al><al></al><al>besluit: </al><al></al><al>vast te stellen de volgende </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten
                                    de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede
                                    lid, van de Wegenwet;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
                                    ontvangst van de aanvraag. </al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                    verlengen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingrecht van toepassing indien beslist
                                    wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel
                                    2:10, vierde lid, artikel 2:11 of artikel 4:11a. Lid 1 is niet
                                    van toepassing indien voor de omgevings-vergunning de
                                    uitgebreide procedure dient te worden gevolgd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan vier weken vóór het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                    vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                    termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                    beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                    strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen
                                    in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. </al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                    verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na
                                    te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; </al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu;</al></li><li nr="e."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="f."><al>de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of
                                    goederen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een
                                        voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                        ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding
                                        gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                        dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is
                                        bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een
                                        ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de
                                        door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                        plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in
                                        het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                        wanordelijkheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare
                                        aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt
                                        gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en adres van degene die de betoging
                                                houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving
                                        valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag
                                        of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving
                                        gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                        voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                        eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                        kennisgeving in behandeling nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3).</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                        plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te
                                        gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan,
                                        als:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                                gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of
                                                voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan
                                                wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig
                                                beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                                eisen van welstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                        orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                        aanzien van terrassen en uitstallingen.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                        in het eerste lid gestelde.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
                                        het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                        activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
                                        onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht. </al></li><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder in afwijking van een vergunning van
                                        het college een weg aan te leggen, de verharding daarvan op
                                        te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of
                                        breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins
                                        verandering te brengen in de wijze van aanleg van een
                                        weg.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij
                                        het uitvoeren van hun publieke taak.</al></li><li nr="3."><al>De vergunning wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                                of voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen. </al><al></al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het maken, veranderen van een
                                    uitweg</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 2.1.5.3) </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd
                                        gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                                uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                                de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat. </al></li><li nr="3."><al>Een omgevingsvergunning kan worden geweigerd in het belang
                                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming en het uiterlijk aanzien van de
                                                omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                                gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de
                                        Verkeerswet tegen lintbebouwing, het Rijkswegenreglement of
                                        het Provinciaal Wegenreglement van toepassing is.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 2.1.6.1) </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg
                                        te werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel
                                        427, aanhef en onder 4e van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 2.1.6.3 Uitzicht belemmerende beplanting of
                                voorwerp)</al><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daardoor op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                        verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                        verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                        Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                                verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren
                                                of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde
                                                ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of
                                        de Provinciale vaarwegenverordening.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                                verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van
                                                deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                                de weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                        buurtbarbecue op een dag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                                personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 08.00 en 23.00 uur plaats
                                                vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08.00 uur
                                                of na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                                (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                                belemmering vormt voor het verkeer en de
                                                hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                                oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; </al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan
                                                het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                                burgemeester.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de
                                        melding besluiten het organiseren van een evenement als
                                        bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de
                                        openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of
                                        het milieu in gevaar komt.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd
                                        op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt
                                        voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                        1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in
                                        ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                        cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.
                                        Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit
                                        bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden.</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                        vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                        exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een
                                        geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de
                                        vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                        oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie
                                        in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op
                                        ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                        weigeringgrond houdt de burgemeester rekening met het
                                        karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf
                                        is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het
                                        horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter
                                        plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                        exploitatie.</al></li><li nr="5."><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een
                                        winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor
                                        zover de horeca een nevenactiviteit is van de
                                        winkelactiviteit;</al></li><li nr="6."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                        handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf
                                        enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                        overdraagt.</al></li><li nr="7."><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen;</al></li><li nr="b."><al>een horecabedrijf in musea, bezoekerscentra
                                                e.d.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de exploitant verboden het horecabedrijf voor
                                        bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het
                                        horecabedrijf te laten verblijven: op maandag tot en met
                                        vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en
                                        zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan door middel van een
                                        vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen
                                        voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend
                                        terras.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                        tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                        sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                        bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        van de Opiumwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                        handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf
                                        enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                        overdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 2.3.2.3 Nachtregister) </al><lijst><li nr="1."><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend
                                        persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel
                                        438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is
                                        ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde
                                        model.</al></li><li nr="2."><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend
                                        persoon is verplicht het in het eerste lid bedoelde register
                                        aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar
                                        over te leggen op een door de burgemeester te bepalen
                                        wijze.</al><al></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan
                                        onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet op de kansspelen (Stb. 1997, nr.63,
                                                zoals nadien gewijzigd);</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Speelautomatenbesluit 2000: KB van 23 mei 2000, uitgegeven
                                        30 mei 2000 (Stb.2000, nr. 223, zoals nadien
                                        gewijzigd);</al></li><li nr="c."><al>speelautomaat: een toestel als bedoeld in artikel 30, sub a,
                                        van de wet, ingericht voor de beoefening van een spel, dat
                                        bestaat uit een door de speler in werking gesteld
                                        mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het
                                        resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke
                                        uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het
                                        recht om gratis verder te spelen;</al></li><li nr="d."><al>behendigheidsautomaat: een toestel als bedoeld in artikel
                                        30, sub b, van de wet, waarvan het speelresultaat
                                        uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het
                                        recht op gratis spelen, en het proces, ook nadat het in
                                        werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en
                                        het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en
                                        behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen
                                        afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het
                                        recht op gratis spelen verkregen wordt;</al></li><li nr="e."><al>kansspelautomaat: een toestel als bedoeld in artikel 30, sub
                                        c, van de wet, zijnde een speelautomaat die geen
                                        behendigheidsautomaat is;</al></li><li nr="f."><al>hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in
                                        artikel 30, sub d, van de wet, zijnde een inrichting als
                                        bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en
                                        Horecawet,waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld in
                                        dat artikellid wordt uitgeoefend: 1e . waar het café- en het
                                        restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen andere
                                        activiteiten plaatsvinden, waaraan een zelfstandige
                                        betekenis kan worden toegekend en 2e . waarvan de
                                        activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen
                                        van 18 jaar en ouder;</al></li><li nr="g."><al>laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in
                                        artikel 30, sub e, van de wet, zijnde een inrichting als
                                        bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en
                                        Horecawet, waarin rechtmatig het horecabedrijf als bedoeld
                                        in dat artikellid wordt uitgeoefend, die geen hoogdrempelige
                                        inrichting is;</al></li><li nr="h."><al>speelautomatenhal: een inrichting, als bedoeld in artikel 30
                                        c, eerste lid, onder c, van de wet, zijnde een inrichting,
                                        bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door
                                        middel van speelautomaten te beoefenen, niet zijnde en laag-
                                        of hoogdrempelige inrichting;</al></li><li nr="i."><al>ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de
                                        speelautomatenhal exploiteert;</al></li><li nr="j."><al>beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de
                                        onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is
                                        belast;</al></li><li nr="k."><al>openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer
                                        openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin
                                        gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden
                                        behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de
                                        aan de wegen of paden liggende als zodanig aangeduide
                                        parkeerterreinen;</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 behendigheidsautomaten
                                        toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                        geheel niet zijn toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 4 speelautomaten
                                        toegestaan, waarvan maximaal 2 kansspelautomaten.</al></li><li nr="4."><al>Aan een vergunning kunnen door de burgemeester nadere
                                        voorschriften worden gesteld. In ieder geval wordt het
                                        voorschrift aan de vergunning verbonden, dat alleen
                                        speelautomaten mogen worden opgesteld, welke in eigendom
                                        toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in
                                        artikel 30 h, eerste lid van de Wet op de Kansspelen
                                        genoemde exploitatievergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomatenhallen</titel></kop><al></al><al>Het is verboden een speelautomatenhal te vestigen of te
                                exploiteren.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                        krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning,
                                        een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                                        woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                        krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een
                                        niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die
                                        woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                        toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                        betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                        bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen
                                                aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te
                                                bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                                constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                                hekheining of andere afslui-ting, verkeersmeubilair
                                                en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat
                                                aan weggebruikers of bewoners van nabij de weg
                                                gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                                veroorzaakt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt
                                        van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende
                                        drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en
                                        dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als
                                                bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
                                                krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van zo'n gebouw.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, bushokje, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Gedrag op een brug</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 2.4.12) </al><lijst><li nr="1."><al>Het is in andere gevallen dan welke reeds zijn voorzien in
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,
                                        verboden zich zonder noodzaak te bevinden binnen de
                                        afsluiting van een afgesloten brug of op het beweegbare
                                        gedeelte van een niet gesloten brug.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder toestemming van de brugwachter een
                                        beweegbare afsluiting van een brug in beweging te brengen,
                                        op te lichten of onnodig aan te raken. </al></li><li nr="3."><al>Het is verboden voorwerpen te plaatsen of te laten staan
                                        binnen het afsluitbare gedeelte van een brug.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel
                                        een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                        kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                        gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon,
                                        te bespieden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig
                                        ander optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen
                                        of woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 2.4.17)</al><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                        aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide
                                        of op een andere door het college aangewezen plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een
                                        door middel van tatoeage aangebracht identificatiemerk, die
                                        de eigenaar of houder duidelijk doen kennen;</al></li><li nr="d."><al>buiten de bebouwde kom zonder voldoende toezicht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                        zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                                bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen
                                                plaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd
                                        in het eerste lid, onder a niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of
                                        houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                        onmiddellijk worden verwijderd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats
                                        of op het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                                eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het
                                                die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een
                                                aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond
                                                noodzakelijk vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                                muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de
                                                houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
                                                gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
                                                muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                                noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt
                                        voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                        voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet
                                        verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de
                                        buikwand.</al></li><li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige
                                                kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen,
                                                die door middel van een stevige leren riem rond de
                                                hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder
                                                toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig
                                                is ingericht dat de drager geen mens of dier kan
                                                bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een
                                                geringe opening van de bek toelaat en dat geen
                                                scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn; </al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn
                                                met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die
                                                niet langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Aartikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                        verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                                de door hen gestelde regels,</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                                aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                        aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in
                                        een groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.60 a</nr><titel>Geluidhinder door dieren</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.1.7 a)</al><al>Het is verboden dieren zodanig te houden, dat voor de omgeving
                                kennelijk geluidhinder ontstaat, warbij de geluidswaarden op de in
                                de tabel genoemde tijdstippen, gemeten op de gevel van gevoelige
                                gebouwen niet meer bedragen dan de in de tabel aangegeven waarden: </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="47*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"></colspec><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Binnen bebouwde kom</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>avondperiode van 19.00 tot 23.00 uur*)</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>nachtperiode van 23.00*) tot 07.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAeq op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>45</al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry><entry colname="col4"><al>35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>65</al></entry><entry colname="col3"><al>60</al></entry><entry colname="col4"><al>45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Buiten bebouwde kom</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>avondperiode van 19.00 tot 23.00 uur*)</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>nachtperiode van 23.00*) tot 07.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAeq op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>40</al></entry><entry colname="col3"><al>35</al></entry><entry colname="col4"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>60</al></entry><entry colname="col3"><al>55</al></entry><entry colname="col4"><al>40</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee en pluimvee</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 2.4.22)</al><al>De rechthebbende op vee of pluimvee, dat zich bevindt in een aan een
                                weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden
                                door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat
                                zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee of pluimvee die
                                weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Houden van duiven</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 2.4.23)</al><al>Het is de rechthebbende op duiven verboden deze te laten uitvliegen,
                                indien het college hem heeft bekendgemaakt dat zij in dit verband
                                met de plaats, waar de duiven gehouden worden, hinderlijk of
                                schadelijk voor de omgeving achten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Berenklauwen</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 2.4.25) </al><lijst><li nr="1."><al>Rechthebbenden van gronden zijn verplicht deze te zuiveren
                                        of te doen zuiveren van berenklauwen, behorende tot de soort
                                        Heracleum sphondylium, nadat zij van het college der
                                        gemeente, waarin de gronden zijn gelegen, een daartoe
                                        strekkende aanschrijving hebben ontvangen. De aanschrijving
                                        vermeldt de termijn, binnen welke aan de verplichting moet
                                        zijn voldaan.</al></li><li nr="2."><al>In lid 1 wordt onder rechthebbende verstaan: De gebruiker ,
                                        of, bij ontstentenis van deze, de eigenaar, met dien
                                        verstande, dat wanneer de gronden in vruchtgebruik,
                                        erfpacht, of opstal zijn uitgegeven, de zakelijk gerechtigde
                                        voor de eigenaar in plaats treedt.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                        vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                                het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het
                                                goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen –
                                                voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer
                                                van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                                overdracht van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                                verkregen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                        verplichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="1."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="b."><al>van een verandering van de onder a, sub 1º, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="c."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="d."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="3."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73 a</nr><titel>Gebruik van carbid</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 2.7.4)</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Het is verboden acetyleengas afkomstig van een
                                                  reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water
                                                  of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op
                                                  explosieve wijze te verbranden op zodanige wijze
                                                  dat gevaar, schade of hinder voor de omgeving kan
                                                  worden veroorzaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Het verbod gesteld in het eerste lid geldt niet
                                                  indien:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of
                                                  dergelijke voorwerpen met een maximale inhoud van
                                                  50 liter, met gebruikmaking van acetyleengas
                                                  afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide
                                                  (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                                                  eigenschappen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>het gebruik plaatsvindt op 31 december tussen
                                                  10.00 uur en 1 januari 02.00 uur;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>hiervan uiterlijk op 14 december schriftelijk
                                                  melding is gedaan aan het college.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>de melding is vergezeld van een schriftelijke
                                                  toestemming van de eigenaar van het terrein van
                                                  waaraf wordt geschoten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>de melding tevens is voorzien van een kaart
                                                  waarop de betreffende locatie is ingetekend en
                                                  waarop de schootsrichting is aangegeven;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>de plaats vanwaar geschoten wordt is
                                                  gelegen:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al>1.</al></entry><entry colname="col4"><al>op een afstand van tenminste 75 meter van
                                                  woonbebouwingen en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al>2.</al></entry><entry colname="col4"><al>op een afstand van tenminste 300 meter van in
                                                  gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van
                                                  dieren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>De afstand van tenminste 75 meter, zoals bedoeld
                                                  in lid 2 onder f1, is niet van toepassing wanneer
                                                  het die woonbebouwing betreft, waarvan de
                                                  hoofdbewoner de melding als bedoeld in het vorige
                                                  lid heeft gedaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover in
                                                  het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                                  de Wet Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de
                                                  Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer
                                                  gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                                  Strafrecht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74 a</nr><titel>Blowverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg en overige voor het publiek
                                        toegankelijke plaatsen die deel uitmaken van een door de
                                        burgemeester aangewezen gebied, softdrugs te gebruiken of
                                        openlijk voorhanden te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is het in een
                                        straal van 200 meter rondom onderwijsinstellingen en
                                        sportaccommodaties waar onderwijs wordt gegeven, verboden op
                                        de weg softdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te
                                        hebben.</al></li><li nr="3."><al>Onder softdrugs wordt verstaan: de middelen, genoemd in
                                        lijst 2, onderdeel b, behorende bij de Opiumwet.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:47 t/m 2:50 en 2:52 van de
                                Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><cursief>prostitutie</cursief>: het zich beschikbaar stellen
                                        tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                        tegen vergoeding;</al></li><li nr="2."><al><cursief>prostituee</cursief>: degene die zich beschikbaar
                                        stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
                                        ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="3."><al><cursief>seksinrichting</cursief>: de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="4."><al><cursief>escortbedrijf</cursief>: de natuurlijke persoon,
                                        groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                        die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="5."><al><cursief>sekswinkel</cursief>: de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                        van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="6."><al><cursief></cursief><cursief>exploitant</cursief>: de natuurlijke
                                        persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die
                                        een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel
                                        exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                        rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon
                                        of personen;</al></li><li nr="7."><al><cursief>beheerder</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                        personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent,
                                        dan wel uitoefenen in een seksinrichting of
                                        escortbedrijf;</al></li><li nr="8."><al><cursief>bezoeker</cursief>: degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de prostituee;</al></li><li nr="d."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="e."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="f."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><al>(Oude tekst:artikel 3.2.1)</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of een escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval
                                        vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="e."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                                inrichting door middel van een situatietekening met
                                                een schaal van ten minste 1:1000;</al></li><li nr="f."><al>de plattegrond van de inrichting door middel van een
                                                tekening met een schaal van ten minste 1:1000;</al></li><li nr="g."><al>bewijs van inschrijving in het handelsregister bij
                                                de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="h."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                                is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de
                                                seksinrichting.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>De exploitant en de beheerder:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit
                                                  de ouderlijke macht of de voogdij;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>is niet in enig opzicht van slecht
                                                  levensgedrag;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar
                                                  bereikt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de
                                                  exploitant en de beheerder niet:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek
                                                  van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis
                                                  geplaatst of met toepassing van artikel 37a van
                                                  het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                                  gesteld;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                                  veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                                  vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                                  rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of
                                                  Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een
                                                  misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel
                                                  tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                                  eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                                  toegelaten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                                  rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                  tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro
                                                  of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld
                                                  in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek
                                                  van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens
                                                  overtreding van: </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al></al></entry><entry colname="col4"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al></al></entry><entry colname="col4"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al></al></entry><entry colname="col4"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al></al></entry><entry colname="col4"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al></al></entry><entry colname="col4"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al></al></entry><entry colname="col4"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede
                                                  lid wordt gelijk gesteld:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld
                                                  in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek
                                                  van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a
                                                  van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                                  tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                                  bedraagt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                  voorwaardelijke straf.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede
                                                  lid, wordt:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>bij de weigering van een vergunning
                                                  teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de
                                                  aanvraag van de vergunning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>bij de intrekking van een vergunning
                                                  teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van
                                                  deze vergunning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>De exploitant of de beheerder is binnen de
                                                  laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder
                                                  geweest van een seksinrichting of escortbedrijf
                                                  die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                                  bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                                  vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, is
                                                  ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter
                                                  zake geen verwijt treft.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 06.00
                                                uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 06.00
                                                uur.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een
                                        voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een
                                        afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                        vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
                                        artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                        voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                        voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                                  genoemde belangen of in geval van strijdigheid met
                                                  de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                                                  bestuursorgaan:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6,
                                                  eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren
                                                  vaststellen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                                  tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                                  bevelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de
                                                  Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd
                                                  bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde
                                                  besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel
                                                  3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend
                                        te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de
                                        vergunning vermelde exploitant of beheerder in de
                                        seksinrichting aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                                ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                                (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
                                                de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                                (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van
                                                het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de
                                                Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                                strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                        op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
                                        te nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen
                                                wegen of gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                                tijden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
                                        gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                        verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                        belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                        bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het
                                        eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in
                                        een bepaalde richting te verwijderen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13,
                                        tweede lid, genoemde belangen perso-nen aan wie ten minste
                                        eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid
                                        bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn,
                                        anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden
                                        op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste
                                        lid.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde
                                        verbod indien dat in verband met de persoonlijke
                                        omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                        burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde
                                        lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeel-dingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag
                                        om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen
                                        twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                        twaalf weken verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                                artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                                of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                                bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                                leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn
                                                in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
                                                Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                        artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of
                                        vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden
                                        geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het
                                                woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al><al></al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                        vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                        seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                        beëindigd</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis
                                        aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g,
                                        het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan
                                        binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                        schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                        indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                        exploitant heeft besloten de verleende vergunning
                                        overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het
                                        bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan
                                        het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder
                                        zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede
                                        lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                        besloten.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van ge-bouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: alle muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt. Indien versterkte elementen worden gecombineerd
                                        met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel
                                        beschouwd als versterkte muziek.</al><al></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                                        2.20 van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                        kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                        gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                        van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                        4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
                                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen. </al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede
                                        lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt
                                        voor een bepaalde locatie. </al></li><li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al></li><li nr="5."><al>Het college kan waneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen. </al></li><li nr="6."><al>Voor de begintijd en na de eindtijd van de festiviteit geldt
                                        het Besluit;</al></li><li nr="7."><al>Voor het equivalente geluidniveau (L Aeq) veroorzaakt door
                                        de gehele inrichting geldt dat de niveaus op de in tabel
                                        genoemde plaatsen en tijdstippen tijdens de festiviteit,
                                        gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen, dan wel op 50
                                        meter afstand van de inrichting op een hoogte van 1,5 meter
                                        niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven
                                        waarden:</al><al></al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"></colspec><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="23*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Avondperiode van 19.00 tot 23.00 uur *</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>L Aeq op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al></al><al>70</al></entry><entry colname="col3"><al></al><al>70</al></entry><entry colname="col4"><al></al><al>45</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><al></al><al>* voor de vrijdag en zaterdag en dagen voorafgaand aan algemene
                                erkende zon- en feestdagen wordt het tijdstip waarop de nachtperiode
                                begint en de avondperiode eindigt met 2,5 uren verschoven naar
                                01.30;</al><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>De geluidswaarde als bedoeld in het vorige lid
                                                  is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10
                                                  dB(A) toeslag vanwege hoorbare muziek. Tevens
                                                  wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschou-wing
                                                  gelaten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid
                                                  blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor
                                                  het onmiddellijk doorlaten van personen of
                                                  goederen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 4 incidentele
                                        festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                        geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van
                                        de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                        festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. In
                                        afwijking van deze bepaling kan het college voor bepaalde
                                        inrichtingen bepalen dat het maximaal aantal toegestane
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar wordt gesteld op
                                        10. </al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
                                        langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten
                                        waarbij artikel 4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van
                                        toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Voor de begintijd en na de eindtijd van de festiviteit geldt
                                        het Besluit.</al></li><li nr="7."><al>Voor het equivalente geluidniveau (L Aeq) veroorzaakt door
                                        de gehele inrichting geldt dat de niveaus op de in tabel
                                        genoemde plaatsen en tijdstippen tijdens de festiviteit,
                                        gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen, dan wel op 50
                                        meter afstand van de inrichting op een hoogte van 1,5 meter
                                        niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden: </al><al></al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"></colspec><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="23*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Avondperiode van 19.00 tot 23.00 uur *</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>L Aeq op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al></al><al>70</al></entry><entry colname="col3"><al></al><al>70</al></entry><entry colname="col4"><al></al><al>45</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><al>* voor de vrijdag en zaterdag en zaterdag en dagen voorafgaand aan
                                algemene erkende zon- en feestdagen wordt het tijdstip waarop de
                                nachtperiode begint en de avondperiode eindigt met 2,5 uren
                                verschoven naar 01.30;</al><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>De geluidswaarde als bedoeld in het vorige lid
                                                  is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10
                                                  dB(A) toeslag vanwege hoorbare muziek. Tevens
                                                  wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing
                                                  gelaten. 9.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.</al></entry><entry colname="col2"><al> Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid
                                                  blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor
                                                  het onmiddellijk doorlaten van personen of
                                                  goederen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek binnen inrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 2.18 eerste lid onder f van het
                                        Besluit wordt bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld
                                        in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit, het ten
                                        gehore brengen van onversterkte muziek wel beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid blijft bij het bepalen van
                                        de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                                        2.20 van het Besluit, voor de duur van 5 uur in de week,
                                        waarvan maximaal 2,5 uur per week in de periode van 19.00
                                        tot 22.00 uur, het ten gehore brengen van onversterkte
                                        muziek in een inrichting ten behoeve van het oefenen zonder
                                        publiek door muziekgezelschappen (zoals orkesten, harmonie-
                                        en fanfaregezelschappen e.d.) buiten beschouwing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten
                                        in werking te hebben of handelingen te verrichten op een
                                        zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                        Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                                        Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6 a</nr><titel>Geluidhinder door motorvoertuigen</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.1.7 b)</al><al>Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig
                                te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving geluidhinder ontstaat.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem -, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.5.1)</al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>boom</cursief>: een houtachtig ,
                                                overblijvend gewas met een diameter van de stam van
                                                minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het
                                                maaiveld. In het geval van meerstammigheid geldt de
                                                diameter van de dikste stam. In het kader van een
                                                herplant- of instandhoudingplicht kunnen
                                                voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden
                                                voor bomen kleiner dan 10 centimeter op 1,3 meter
                                                boven de grond;</al></li><li nr="b."><al><cursief>houtopstand</cursief>: hakhout, een houtwal
                                                of een of meer bomen;</al></li><li nr="c."><al><cursief></cursief><cursief>iepziekte</cursief>: de
                                                aantasting van iepen door de schimmel Ophiostima
                                                ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                                (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="d."><al><cursief>iepenspintkever</cursief>: het insect, in
                                                elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten
                                                Scolytus scolytus (F) en Scolytus multistriatus
                                                (Marsh) en Scolytus pymaeus.</al></li><li nr="e."><al><cursief>lijst van beschermingswaardige bomen in
                                                  Ferwerderadiel</cursief>: een door het college
                                                opgestelde lijst waarin zijn opgenomen alle bomen
                                                die naar hun mening bescherming verdienen vanwege
                                                hun boomwaarde, beeldbepalende uitstraling,
                                                betekenis voor het straatbeeld en/of dorpsaanzicht,
                                                grote ouderdom en gezondheid of anderszins. Deze
                                                bomen worden in de lijst aangeduid met soortnaam,
                                                geschatte ouderdom, locatie naar adres verbijzonderd
                                                naar plaatsing op erf of afstand van vaste,
                                                herkenbare punten in de omgeving. De lijst wordt
                                                éénmaal per jaar op actualiteit bezien en zo nodig
                                                aangepast bij collegebesluit.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of
                                        ernstige beschadi-ging of ontsiering van houtopstand ten
                                        gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Het kappen van bomen</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.5.2)</al><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft een boom of houtopstand te
                                        (doen) vellen, moet daarvan tenminste drie weken van tevoren
                                        kennis geven aan het college.</al></li><li nr="2."><al>Zolang van gemeentewege niet op de onder lid 1 bedoelde
                                        kennisgeving is gereageerd, mag niet tot het kappen van de
                                        boom of houtopstand worden overgegaan.</al></li><li nr="3."><al>Toestemming wordt slechts geweigerd indien de te vellen boom
                                        of houtopstand waarop de ken-nisgeving betrekking heeft,
                                        voorkomt op de door het college vastgestelde lijst van
                                        beschermings-waardige bomen in Ferwerderadiel. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11 a</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.5.2 a)</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd
                                        gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan
                                        vermeld op de lijst van beschermingswaardige bomen in
                                        Ferwerderadiel, zoals bedoeld in artikel 4: 10, lid 1, sub
                                        e.</al></li><li nr="2."><al>De omgevingsvergunning kan worden geweigerd op grond
                                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de
                                                houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de
                                                houtopstand.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan onder nader te stellen voorwaarden een
                                        herplant plicht opleggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11 b</nr><titel>Niet kappen tijdens broedseizoen</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.5.2 b)</al><al>Overeenkomstig het bepaalde in de Flora- en faunawet mag er in
                                verband met het broedseizoen niet worden gekapt in de periode tussen
                                15 maart en 15 juli.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Bestrijding van iepziekte</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.5.3)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen
                                                  bevinden die naar het oordeel van het college
                                                  gevaar opleveren van verspreiding van de
                                                  iepenziekte of voor vermeerdering van de
                                                  iepenspint-kevers, is de rechthebbende, indien hij
                                                  daartoe door het college is aangeschreven,
                                                  verplicht binnen de bij aanschrijving vast te
                                                  stellen termijn:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>indien de iepen in de grond staan, deze te
                                                  vellen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>de iepen te ontbasten en de bast binnen 5
                                                  werkdagen te vernietigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>of de niet ontbaste iepen of delen daarvan te
                                                  vernietigen of zodanig te behandelen dat
                                                  verspreiding van de iepenziekte wordt
                                                  voorkomen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>a. Het is verboden gevelde iepen of delen
                                                  daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                                  vervoeren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>het verbod is niet van toepassing op geheel
                                                  ontbast iepenhout en op iepenhout met een
                                                  doorsnede van 4 centimeter;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>het college kan ontheffing verlenen van het
                                                  onder a. van dit lid gestelde verbod.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12 a</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.5.4)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het is verboden om houtopstanden die openbaar
                                                  eigendom zijn:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>te beschadigen, te bekladden of te
                                                  beplakken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door
                                                  ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen
                                                  boomverzorgende taak;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of
                                                  aan een openbare houtopstand aan te brengen of
                                                  anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van
                                                  het college.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12 b</nr><titel>Herplant -/ instandhoudingsplicht</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.5.5)</al><lijst><li nr="1."><al>Indien een boom of houtopstand, zonder formele toestemming
                                        van het college is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
                                        gegaan, kan het college aan de zakelijke gerechtigde van de
                                        grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene
                                        die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                        bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
                                        overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
                                        door hen te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
                                        opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke
                                        termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
                                        beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien een boom of houtopstand in het voortbestaan ernstig
                                        wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijke gerechtigde
                                        van de grond waarop de houtopstand zich bevindt dan wel aan
                                        degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                        voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                        overeenkomstig de door hen te geven aanwijzing binnen een
                                        door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
                                        waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld als bedoeld in
                                        het eerste, tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens
                                        rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in
                                        de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te
                                        slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                                onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                                hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                                anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen;</al></li><li nr="e."><al>dieselolie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        een bepaald voorwerp of bepaalde stof:op te slaan, te
                                        plaatsen of aanwezig te hebben.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste
                                        en tweede lid nadere regels stellen.</al></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Opslag landbouwproducten</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.7.1 a)</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, anders dan op de bij besluit van het
                                        college aan te wijzen plaatsen, op de openbare weg of andere
                                        gemeente-eigendommen, landbouwproducten op te slaan.</al></li><li nr="2."><al>Het in vorenstaand lid genoemde besluit van het college
                                        dient aan te geven:</al><lijst><li nr="a."><al>de permanente opslagplaatsen voor landbouwproducten,
                                                voorzien van de plaatselijke en kadastrale
                                                aanduiding;</al></li><li nr="b."><al>de eventueel tijdelijke opslagplaatsen, eveneens
                                                voorzien van de plaatselijke en kadastrale
                                                aanduiding en de periode waarvoor de tijdelijke
                                                aanwijzing geldt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is verboden de in het eerste lid genoemde plaatsen voor
                                        andere doeleinden te gebruiken dan de opslag van
                                        landbouwproducten.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in dit artikel
                                        vervatte verboden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames e.d.</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.7.2)</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"></colspec><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak
                                                  alsmede de hoofdgebruiker van die zaak verboden
                                                  zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                                  deze zaak of een daarop aanwezige zaak te
                                                  gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor
                                                  het maken van handelsreclame met behulp van een
                                                  opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                                  vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere
                                                  voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar
                                                  is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                                  ten aanzien van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in
                                                  het inwendige gedeelte van een onroerende
                                                  zaak;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>opschriften en aankondigingen op zuilen, borden,
                                                  muren of andere constructies, aangewezen door de
                                                  overheid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>opschriften en aankondigingen betrekking hebbend
                                                  op:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop,
                                                  verhuur of verpachting van een onroerende zaak
                                                  voor zolang zij feitelijk betekenis hebben;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al></al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of
                                                  op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of
                                                  waarvoor die zaak is bestemd, zomede op
                                                  naamborden, mits deze opschriften en
                                                  aankondigingen gezamenlijk geen grotere
                                                  oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en geen van alle
                                                  een grotere afmeting in een richting hebben dan
                                                  1,00 meter en mits deze opschriften en
                                                  aankondigingen zijn aangebracht op of aan een
                                                  onroerende zaak;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>opschriften betrekking hebbend op de naam en/of
                                                  aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op
                                                  de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de
                                                  uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits
                                                  deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of
                                                  op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet
                                                  verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijk
                                                  betekenis hebben;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>opschriften en aankondigingen aan gebouwen en
                                                  inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze
                                                  zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>opschriften en aankondigingen van kennelijk
                                                  tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke
                                                  betekenis hebben, mits van het aanbrengen ervan
                                                  tevoren door of vanwege de rechthebbende of de
                                                  hoofdgebruiker van de onroerende zaak schriftelijk
                                                  kennisgeving is gedaan aan het college en dit
                                                  college niet binnen twee weken na ontvangst van
                                                  die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen
                                                  blijken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Zodanige opschriften en aankondigingen worden
                                                  geacht hun tijdelijk karakter te hebben verloren,
                                                  wanneer deze gedurende meer dan 9 weken op de
                                                  onroerende zaak aanwezig zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt
                                                  voorts niet voor zover de Woningwet, op de Wet
                                                  Milieubeheer gebaseerde voorschriften, de
                                                  Monumentenwet, een provinciale verordening, een
                                                  provinciaal reglement, de gemeentelijke
                                                  monumentenverordening of artikel 2:10 van
                                                  toepassing is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Een omgevingsvergunning bedoeld in het eerste
                                                  lid kan worden geweigerd:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                                  verband met de omgeving, niet voldoet aan de
                                                  redelijke eisen van welstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                  overlast voor gebruikers van de in nabijheid
                                                  gelegen onroerende zaak.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Aanschrijving onveilige en hinderlijke reclame</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 4.7.3)</al><al>Indien door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in
                                het tweede lid van artikel 4:15, dan wel aangebracht voor een ander
                                doel dan handelsreclame, de veiligheid van het verkeer in gevaar
                                wordt gebracht of ernstige hinder voor de omgeving wordt
                                veroorzaakt, is het college bevoegd de rechthebbende
                                onderscheidenlijk de hoofdgebruiker van de onroerende zaak aan te
                                schrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming, ter
                                beperking of ter opheffing van dit gevaar of deze hinder. Degene tot
                                wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger, is
                                verplicht deze aanschrijving op te volgen.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning in de zin van artikel
                                2.2 van de Wabo is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
                                        bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
                                        terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een dorpsgezicht.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van
                                        artikel 4:18, eerste lid niet geldt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang
                                        van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huidhouding der gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al></li><li nr="3."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                                gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt
                                                voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het
                                                derde lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                middelpunt een van deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                        voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan
                                        te bieden of te verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
                                        anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
                                                plaatsen of te hebben op een door het college
                                                aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel
                                                buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                                beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het
                                                uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te
                                                parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                        Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college
                                        aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                        voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                        08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun
                                        anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te
                                        doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                        gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                                door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                                bestemd. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>(Vervallen).</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan onder door hen te stellen voorschriften
                                        vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde
                                        verbod voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij
                                        aangewezen instellingen.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Venten e.d.</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 5.2.2)</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in de
                                        uitoefening van de handel op of aan de weg of aan openbaar
                                        water, aan een huis dan wel op een andere – al dan niet met
                                        enige beperking- voor het publiek toegankelijke en in de
                                        openlucht gelegen plaats goederen te koop aan te
                                        bieden.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of
                                                afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin
                                                gedachten of gevoelens worden geopenbaard als
                                                bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                                Grondwet;</al></li><li nr="b."><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren
                                                van goederen door – of door huisgenoten of personeel
                                                van – hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn
                                                winkel, bedoeld in artikel 1 van de
                                                Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="c."><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen
                                                op de plaats die is aangewezen voor het houden van
                                                een door de gemeenteraad ingestelde markt, zulks
                                                gedurende de tijden waarop die markt gehouden
                                                wordt;</al></li><li nr="d."><al>voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren
                                                van goederen op een standplaats bedoeld in artikel
                                                5:17.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang de verkeersvrijheid of
                                                –veiligheid;</al></li><li nr="d."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel der gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consumenten ter plaatse in
                                                gevaar komt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><al>(Vervallen).</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                                        middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
                                                bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder
                                                h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                                artikel 2:24.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                                redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel van de gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning voor een standplaats voor
                                                het verkopen van goederen een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                                gevaar komt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                        wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a,
                                        geldt niet voor bouwwerken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>(Vervallen).</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al>(Vervallen).</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water. </al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college. </al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp. </al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de
                                        daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek
                                        van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaart-politiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening,
                                        de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                        zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden,
                                        trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                        duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                        stootpalen, bakens of sluizen. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29a</nr><titel>Zwemmen in verband met scheepvaart</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 5.3.7)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"></colspec><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"></colspec><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het is verboden te baden of te zwemmen in de
                                                  Dokkumer Ee te Burdaard tussen de beide beweegbare
                                                  bruggen, met inbegrip van de passanten- haven,
                                                  alsmede binnen een afstand van 100 meter van één
                                                  van die bruggen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is
                                                  het aan een ieder, die zich als bader of zwemmer
                                                  in een openbaar water ophoudt, verboden:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>bij benadering van een vaartuig zich in de
                                                  koerslijn van dat vaartuig of in de onmiddellijke
                                                  nabijheid van die koerslijn te bevinden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>zich zodanig te gedragen, dat dit voor de
                                                  scheepvaart hinderlijk kan zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>3.</al></entry><entry colname="col3"><al>De burgemeester kan in geval van een evenement
                                                  ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                                  gestelde verbod.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegen-verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan
                                        een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich
                                        daarop of daarin te begeven of te bevinden. </al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken. </al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                        training- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                                aanzien van de omgeving en ter bescherming van
                                                andere milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers
                                                van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en
                                                ritten of van het publiek. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat. </al><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><al>(Vervallen).</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                dergelijke; </al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                                geen afvalstoffen worden verbrand; </al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat
                                                geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                                oplevert. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. </al><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
                                        het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening. </al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg; </al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                                crematoriumterreinen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                        termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in
                                        het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg
                                        draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Lijkbezorging</titel></kop><structuurtekst><al>(Oude tekst: 5.7.1 t/m 5.7.5)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Tijdvak voor begraven</titel></kop><al>Het is verboden te begraven of urnen met asbus bij te zetten buiten
                                het tijdvak van 08.00 uur tot 18.00 uur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Onbetamelijk gedrag op een begraafplaats</titel></kop><al>Het is verboden op een begraafplaats nodeloos rumoer te maken of
                                zich anderszins onbetamelijk te gedragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Aanwijzingen</titel></kop><al>Een ieder is verplicht de aanwijzingen op te volgen, die door of
                                namens de rechthebbende op een begraafplaats gegeven worden met
                                betrekking tot het uitvoeren van werkzaamheden of in het belang van
                                de orde en rust op de begraafplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Plaatsen grafzerken e.d</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op een algemene
                                begraafplaats een gedenkteken, zerk of kruis te plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:42</nr><titel>Onderhoud objecten</titel></kop><al>De rechthebbende op een in artikel 5:41 genoemd object op een
                                begraafplaats is verplicht dit naar behoren te onderhouden.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Gebruik gemeentewapen en gemeentelogo</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:43</nr><titel>gebruik gemeentewapen en gemeentelogo</titel></kop><al>(Oude tekst: artikel 5.10.1)</al><lijst><li nr="1."><al>Het is aan derden verboden, zij het ook met een geringe
                                        afwijking, het wapen van de gemeente en/of het logo van de
                                        gemeente te vervoeren of te gebruiken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid vervatte verbod.</al><al></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Huisvesting</titel></kop><structuurtekst><al>(Oude artikelen: 5.9.1 t/m 5.9.7)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:44</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>De in deze afdeling vastgestelde regelingen zijn, ter bescherming
                                van de samenstelling en rechtvaardige verdeling van het
                                woningbestand en de leefbaarheid en redelijke eisen van welstand van
                                de bebouwde omgeving, van toepassing op alle gebouwen of die bestemd
                                of geschikt zijn voor bewoning door een huishouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:45</nr><titel>Samenvoegingsvergunning</titel></kop><al>Het is, zonder een door het college verleende
                                samenvoegingsvergunning als bedoeld in artikel 30 van de
                                Huisvestingswet, verboden twee of meer zelfstandige woonruimten
                                samen te voegen tot één zelfstandige woonruimte, of één of meer
                                zelfstandige woonruimten te veranderen in niet- zelfstandige
                                woonruimten, als bedoeld in artikel 30 lid 2 van de Huisvestingswet.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:46</nr><titel>Splitsingsvergunning</titel></kop><al>Het is, zonder een door het college verleende splitsingsvergunning
                                als bedoeld in artikel 30 van de Huisvestingswet, verboden een
                                zelfstandige woning te splitsen in twee of meer al of niet
                                zelfstandige woonruimten als bedoeld in artikel 30 lid 2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:47</nr><titel>Onttrekkingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is, zonder een door het college verleende
                                        onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel 30 van de
                                        Huisvestingswet, verboden woonruimte, gebouw of getimmerte
                                        of een gedeelte daarvan te gebruiken dan wel middellijk of
                                        onmiddellijk op enigerlei wijze, in welke vorm en onder
                                        welke benaming ook, in gebruik te geven of in gebruik te
                                        nemen of te doen of te laten gebruiken anders dan voor
                                        daadwerkelijke permanente bewoning.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet ten aanzien van
                                        woningruil in vakantieperioden of daarmee vergelijkbare
                                        gevallen van tijdelijke aard.</al></li><li nr="3."><al>Het college verleent een onttrekkingvergunning ten behoeve
                                        van recreatiebewoning op grond van de “Notitie Tweede
                                        Woningen”, door de raad vastgesteld op 19 december 1991, en
                                        zoals die sindsdien gewijzigd is of wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:48</nr><titel>Voorschriften en voorwaarden</titel></kop><al>Aan een onttrekkingsvergunning, splitsingsvergunning of
                                samenvoegingsvergunning kunnen voorwaarden en voorschriften
                                verbonden worden die strekken tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de bepaling van een termijn waarbinnen de vergunning geldig
                                        is;</al></li><li nr="b."><al>behoud van de goede staat van onderhoud van gebouwen en
                                        erf;</al></li><li nr="c."><al>de handhaving of het herstel van de indeling van de
                                        woning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:49</nr><titel>Onoverdraagbaarheid vergunningen</titel></kop><al>De onttrekkingvergunning,splitsingsvergunning of
                                samenvoegingvergunning zijn persoonsgebonden en geldig voor slechts
                                één geval, woning of woonruimte, in de vergunning gespecificeerd. De
                                vergunning kan op geen enkele wijze op een ander natuurlijk of
                                niet-natuurlijk persoon overgaan, noch van toepassing verklaard of
                                geacht worden voor de onttrekking aan het woningenbestand, splitsing
                                of samenvoeging van enige andere woning(en) of woonruimte(n) dan
                                waarvoor de vergunning verleend is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:50</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Het in artikel 5:46 vervatte verbod wordt niet van toepassing geacht
                                te zijn op personen die reeds vóór 1 juni 1998 een woning
                                niet-permanent bewoonden of lieten bewonen, voor zover sindsdien
                                niet van woning en niets aan de bewonerssamenstelling veranderd
                                is.</al><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Autogas</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:51</nr><titel>Verbod op gebruik van autogas voor alternatieve
                                    doeleinden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden autogas (LPG) op een andere wijze te
                                        gebruiken dan als wettelijk toegestane brandstof voor een
                                        motorvoertuig.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        de Wet milieubeheer, een provinciale verordening of
                                        provinciaal reglement van toepassing is.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf -, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen
                                    bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                    voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van
                                    ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie:
                                    artikel 2:1, 2:3, 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:16, 2:21, 2:23,
                                    2:25, 2:26, 2:28, 2:29, 2:32, 2:33, 2:36, 2:38, 2:41, 2:42,
                                    2:57, 2:59, 2:60, 2:73, 2:73 a, 2:74, 2:74 a, 3:4, 3:6, 3:8,
                                    3:9, 3:11, 4:6, 4:6 a, 4:6 b, 4:9, 4:11, 4:11 a, 4:13, 4:14,
                                    4:15, 4:16, 5:13, 5:15, 5:18, 5:45, 5:46, 5:47 en 5:51.</al></li><li nr="2."><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen
                                    bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                    voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete
                                    van de eerste categorie: artikel 2:6, 2:31, 2:46, 2:47, 2:48,
                                    2:49, 2:50, 2:51, 2:52, 2:53, 2:58, 2:62, 2:63, 2:64, 2;65, 4:8,
                                    4:12, 4:12 b, 4:18, 5:2, 5:3, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11,
                                    5:24, 5:28, 5:29 a, 5:30, 5:31, 5:32, 5:34, 5:36, 5:40, 5:41, en
                                    5:43. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de ambtenaren, werkzaam
                                    bij het bureau handhaving van de Middelsee gemeenten (het Bildt,
                                    Menaldumadeel, Ferrwerderadiel, Leeuwarderadeel).</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordeningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente
                                    Ferwerderadiel vastgesteld bij besluit op 17 mei 2001 zoals
                                    laatstelijk gewijzigd bij raadbesluit van 22 mei 2008 wordt
                                    ingetrokken op de datum dat de nieuwe Algemene Plaatselijke
                                    Verordening in werking treedt. </al></li><li nr="2."><al>De Speelautomatenverordening, vastgesteld bij besluit van 18
                                    oktober 2001, wordt ingetrokken op de datum dat de nieuwe
                                    Algemene Plaatselijke Verordening in werking treedt. </al></li><li nr="3."><al>Deze nieuwe verordening treedt in werking op de achtste dag na
                                    die waarop zij is bekendgemaakt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Toepassing paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                bestuursrecht</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van
                                    toepassing op de artikelen 2:10, 2:11, 2:12, 4:6, 5:3, 5:6, 5:7,
                                    5:8, 5:11, 5:18 en 5:34 van deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing op de artikelen 2:25, 2:39, 3:4 en 4:18 van deze
                                    verordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene Plaatselijke
                            Verordening Ferwerderadiel 2009”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>ALDUS</al><al>besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Ferwerderadiel van 19 november 2009</al><al></al><al>,voorzitter.</al><al></al><al>,griffier.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>