<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR309987_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Begraafplaatsrechten dierenbegraafplaats Zandvoort 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.zandvoortsecourant.nl">Zandvoortse Courant, d.d. 5 december 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Begraafplaatsrechten dierenbegraafplaats Zandvoort 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=216&amp;g=2013-11-05">Gemeentewet, art. 216</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=229&amp;g=2013-11-05">Gemeentewet, art. 229, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Zaaknr: 2013-004400, Registratienummer: Z2013-09/1033</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Wonen en leefomgevning</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Begraafplaatsrechten dierenbegraafplaats Zandvoort 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zandvoort: </al><al>gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 24
                        september 2013 Z2013-004400, nummer 2013//09/000641, </al><al>gelet op de overwegingen van de Gemeenteraad van 5 november 2013; </al><al>gelet op artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de
                        Gemeentewet; </al><al>besluit de volgende verordening, inclusief toelichting en tarieventabel,
                        vast te stellen:</al><al/><al><vet>Verordening Begraafplaatsrechten dierenbegraafplaats Zandvoort
                            2014</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1.1 BEGRIPSBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>dierenbegraafplaats: </vet>afgesloten deel op de algemene
                                    begraafplaats van de gemeente Zandvoort aan de Tollensstraat
                                    67;</al></li><li nr="b."><al><vet>huurgraf: </vet>voor het doen begraven van een overleden
                                    huisdier;</al></li><li nr="c."><al><vet>algemeen dierengraf: </vet>een graf bij de gemeente in
                                    beheer, waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het
                                    doen begraven van overleden huisdieren;</al></li><li nr="d."><al><vet>asbus: </vet>een bus ter berging van de as van een
                                    overleden huisdier;</al></li><li nr="e."><al><vet>urn: </vet>een voorwerp ter berging van één of meer
                                    asbussen;</al></li><li nr="f."><al><vet>huisdier: </vet>onder een huisdier wordt verstaan, een
                                    klein(er) dier dat door de mens als gezelschap in of om het huis
                                    wordt gehouden, zoals kat, hond, konijn, cavia , vogel
                                    e.d.;</al></li><li nr="g."><al><vet>het college: </vet>het college van Burgemeester en
                                    Wethouders van de gemeente Zandvoort;</al></li><li nr="h."><al><vet>ambtenaar belast met de heffing: </vet>de gemeenteambtenaar
                                    die door het college is aangewezen als ambtenaar belast met de
                                    heffing van de gemeentelijke belastingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2 NORMSTELLING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik
                            van de dierenbegraafplaats, en voor het door de gemeente verlenen van
                            diensten in verband met de dierenbegraafplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                                belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 1 van de
                                tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor
                                wordt afgekocht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten genoemd in de tarieventabel worden geheven bij wege van
                            aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke
                            aanslag kan worden opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt, bestaat geen aanspraak op ontheffing voor de rechten
                                bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>De rechten van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de
                            dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen,
                            werken of inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van
                                de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
                                van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                                beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de voorgaande
                                leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                            invordering van de Begraafplaatsrechten dierenbegraafplaats
                            Zandvoort.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de Begraafplaatsrechten dierenbegraafplaats
                            Zandvoort wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>De ‘ambtenaar belast met de heffing’ is belast met de uitvoering van
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening Begraafplaatsrechten dierenbegraafplaats 2013’
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2012 wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                    van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking op 1 januari 2014;</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014;</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
                                    Begraafplaatsrechten dierenbegraafplaats Zandvoort 2014’.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 november 2013,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>1.4 TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING BEGRAAFPLAATSRECHTEN DIERENBEGRAAFPLAATS ZANDVOORT 2014</label></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry nameend="colB" namest="colA"><al>Hoofdstuk 1: Verlenen van rechten</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>1.1</al></entry><entry><al>Voor het verlenen van het recht op een dierengraf van 0,70 x
                                        0,90 meter voor een periode van 5 jaar, inclusief
                                        onderhoudsrecht, wordt geheven:</al></entry><entry><al>€144,70</al></entry></row><row><entry><al>1.2</al></entry><entry><al>Voor het verlenen van het recht op een dierengraf van 1,20 x
                                        0,90 meter voor een periode van 5 jaar, inclusief
                                        onderhoudsrecht, wordt geheven:</al><al/></entry><entry><al>€221,40</al></entry></row><row><entry><al>1.3</al></entry><entry><al>Voor het verlengen van het recht op een dierengraf van 0,70
                                        x 0,90 meter voor een periode van 5 jaar, inclusief
                                        onderhoudsrecht, wordt geheven:</al></entry><entry><al>€144,70</al></entry></row><row><entry><al>1.4</al></entry><entry><al>Voor het verlengen van het recht op een dierengraf van 1,20
                                        x 0,90 metervoor een periode van 5 jaar, inclusief
                                        onderhoudsrecht, wordt geheven:</al><al/></entry><entry><al>€176,33</al></entry></row><row><entry nameend="colB" namest="colA"><al>Hoofdstuk 2: Begraven, bijzetten van asbussen, urnen en
                                        verstrooien van as</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>2.1</al></entry><entry><al>Voor het begraven van een klein huisdier in een dierengraf
                                        van 0,70 x 0,90meter wordt geheven:</al></entry><entry><al>€ 92,60</al></entry></row><row><entry><al>2.2</al></entry><entry><al>Voor het begraven van een groot huisdier in een dierengraf
                                        van 0,70 x 0,90meter wordt geheven:</al></entry><entry><al>€136,80</al></entry></row><row><entry><al>2.3</al></entry><entry><al>Voor het bijzetten van een asbus/urn met hierin de as van
                                        een huisdier wordt geheven:</al></entry><entry><al>€ 67,40</al></entry></row><row><entry><al>2.4</al></entry><entry><al>Voor het begraven van een kleiner huisdier in een dierengraf
                                        van 0,25 x 0,25 meter wordt geheven:</al><al/></entry><entry><al>€ 31,80</al></entry></row><row><entry><al>2.5</al></entry><entry><al>Voor het verstrooien van as op de verstrooiingsplaats wordt
                                        geheven: </al></entry><entry><al>€ 31,80</al></entry></row><row><entry><al>2.6</al></entry><entry><al>Voor het begraven op een buitengewoon uur wordt het tarief
                                        als bedoeld in artikel 2.1. t/m 2.5 verhoogd met:</al></entry><entry><al>€ 61,50</al></entry></row><row><entry><al>2.6.1</al></entry><entry><al>Onder buitengewoon uur wordt verstaan: het begraven van een
                                        huisdierbuiten de normale uren tussen 9.00 en 15.00 uur van
                                        maandag t/m vrijdag.</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>2.7</al></entry><entry><al>Op zaterdag geldt een extra toeslag van:</al></entry><entry><al>€133,00</al></entry></row><row><entry nameend="colB" namest="colA"><al>Hoofdstuk 3 Opgraven, ruimen, herbegraven</al><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>3.1</al></entry><entry><al>Voor het opgraven van de stoffelijke resten van een huisdier
                                        op verzoek wordt geheven:</al><al/></entry><entry><al>€ 75,60</al></entry></row><row><entry><al>3.2</al></entry><entry><al>Voor het op verzoek opgraven en herbegraven van de
                                        stoffelijke resten vaneen huisdier wordt geheven:</al><al/></entry><entry><al>€ 92,60</al></entry></row><row><entry><al>3.3</al></entry><entry><al>Voor het op verzoek opgraven of verwijderen van een asbus
                                        wordt geheven:</al></entry><entry><al>€ 61,50</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><nota-toelichting><kop><label>2 TOELICHTING OP DE VERORDENING</label></kop></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>2.1 ALGEMEEN</label></kop><al><vet>Wettelijke basis</vet></al><al>De Begraafplaatsrechten dierenbegraafplaats worden geheven op basis van artikel
                    229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b en tweede lid van de
                    Gemeentewet.</al><al>De verschillende rechten dragen zowel kenmerken van gebruik- als
                    genotsretributies in zich en op sommige punten hebben de rechten kenmerken van
                    leges (overigens een begrip dat vanaf de inwerkingtreding van de Wet materiële
                    belastingbepalingen niet meer in de Gemeentewet voorkomt).</al><al>Sommige rechten, zoals het recht voor het inschrijven van dierengraven, hebben
                    het karakter van leges. Ondanks dat karakter is gemeend uit een oogpunt van
                    overzichtelijkheid, die rechten te moeten opnemen in de verordening. Alle
                    heffingen voor het gebruik van de dierenbegraafplaats en voor de daarmee
                    samenhangende diensten worden zodoende in één verordening geregeld.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>2.2 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</label></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de verordening
                        voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1.
                        Veel begrippen zullen ook gedefinieerd zijn in de beheersverordening
                        dierenbegraafplaats. De omschrijving van gelijkluidende begrippen uit beide
                        verordeningen dient identiek te zijn.</al><al>Ad g Artikel 231 lid 2 sub b van de Gemeentewet regelt dat de bevoegdheden
                        en verplichtingen die op rijksniveau gelden voor de inspecteur
                        overeenkomstig gelden voor de ambtenaar die belast is met de heffing van de
                        gemeentelijke belastingen. Deze ambtenaar wordt op grond van artikel 232 lid
                        2 sub a van de Gemeentewet aangewezen door het college.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>De verordening kent zeer uiteenlopende diensten waarvoor rechten worden
                        geheven. Er is voor gekozen om in artikel 2 een zeer algemene omschrijving
                        van het belastbaar feit op te nemen. Naast deze algemene omschrijving is
                        voor iedere dienst afzonderlijk een verdere omschrijving van het belastbare
                        feit opgenomen in de tarieventabel.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Vanwege het uiteenlopende karakter van de verschillende diensten is gekozen
                        voor een ruime omschrijving van de belastingplicht om te voorkomen dat in
                        bepaalde situaties geen belastingplichtige aangewezen zou kunnen
                        worden.</al><al>Aannemelijk is dat de aanvrager van het gebruik van de dierenbegraafplaats
                        en van de diensten, verleend bij het begraven, belastingplichtig is. De
                        kring van belastingplichtigen omvat onder meer de belanghebbende,
                        uitvaartondernemers en instellingen van weldadigheid welke zich, behoudens
                        vrijstelling ter zake, belasten met dierenuitvaart. Ten tweede is er de
                        belastingplicht voor rechten voor het gebruik van de dierenbegraafplaats en
                        de diensten verleend na de voltooiing van de begrafenis. Dit zijn met name
                        de vijfjaarlijks terugkerende onderhoudsrechten.</al><al>Belastingplichtig is de belanghebbende, omdat ten behoeve van hen de dienst
                        wordt verleend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>Voor de maatstaf van heffing en de belastingtarieven is verwezen naar de
                        tarieventabel. De reden waarom voor een tarieventabel is gekozen is gelegen
                        in het feit dat het eenvoudiger is om de verordening aan te passen aan de
                        omstandigheden.</al><al/><al><vet>Kostendekkendheid</vet></al><al>Op 1 januari 1990 is in werking getreden de Wet van 3 juli 1989 (Stb. 1989,
                        302) tot wijziging van de gemeentewet op het stuk der belastingen
                        (limitering onroerendgoedbelastingen, leges en rechten). Deze wet had tot
                        gevolg dat vanaf 1 januari 1990 een verordening Begraafplaatsrechten
                        dierenbegraafplaats niet wordt goedgekeurd indien de geraamde baten van die
                        rechten uitgaan boven de</al><al>geraamde gemeentelijke lasten ter zake. Het maken van een matige winst is
                        daarmee niet langer toegestaan. Dit is geregeld in artikel 229b van de
                        Gemeentewet. Tot 1 januari 1994 gold een overgangsregeling. Vanaf die datum
                        mag de verordening dus maximaal kostendekkend zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Voor zover in de verordening tarieven zijn opgenomen die per jaar worden
                        geheven is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. Het betreft
                        hier bijvoorbeeld de rechten voor het plaatsen van voorwerpen op een
                        dierengraf.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>De rechten als bedoeld in hoofdstuk 1 van de</al><al>tarieventabel worden afgekocht voor een periode van vijf jaar. De regeling
                        heeft daarmee een fiscaal gelegitimeerd karakter. Er is geen sprake van een
                        vooruitbetaling van onderhoudsrechten, omdat in het fiscale geen betaling
                        mogelijk is voor belastbare feiten die zich kunnen voordoen in
                        belastingtijdvakken die nog niet zijn aangevangen. Derhalve was een regeling
                        noodzakelijk waarin het belastingtijdvak wordt afgestemd op de periode
                        waarvoor wordt afgekocht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Ingevolge artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen
                        worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of
                        op andere wijze. In de verordening is gekozen voor de heffing bij wege van
                        aanslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang Eerste
                            lid</titel></kop><al>Blijkens de redactie van het eerste lid zijn de rechten verschuldigd bij het
                        begin van het belastingjaar volgend op dat, waarin het voorwerp werd
                        geplaatst.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>In lid twee zijn regels gegeven die betrekking hebben op wijzigingen
                        gedurende het belastingtijdvak in de belastingplicht. Geen ontheffing wordt
                        verleend indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                        eindigt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel></kop><al>De overige rechten van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van
                        de dienstverlening dan wel bij de aanvang van het gebruik van de
                        bezittingen, werken</al><al>of inrichtingen. Dit betekent dat op dat moment tot heffing wordt
                        overgegaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Er bestaat een wettelijke regeling omtrent de betaaltermijnen. Deze is
                        opgenomen in artikel 9van de Invorderingswet 1990. Op grond van artikel 250
                        van de Gemeentewet kan hiervan in de belastingverordening worden afgeweken.
                        In het eerste lid van artikel is afgeweken van de wettelijke
                        betalingstermijn om doelmatigheidsredenen ten aanzien van de invordering. Er
                        is voor gekozen dat de aanslagen betaald worden uiterlijk op de laatste dag
                        van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                        aanslagbiljet is vermeld.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Met betrekking tot de bij het vaststellen van een belastingaanslag op te
                        leggen boete zijn de betaaltermijnen gelijk aan die voor de
                        belastingaanslag, ook indien in de belastingverordening van artikel 9 van de
                        Invorderingswet 1990 afwijkende betaaltermijnen zijn opgenomen. Dit volgt
                        uit artikel 9, derde lid, van de Invorderingswet 1990. Het is dus niet nodig
                        om in de belastingverordening betaaltermijnen voor bestuurlijke boeten op te
                        nemen.</al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>De Algemene termijnenwet (ATW) is van toepassing op in een wet gestelde
                        termijnen (artikel 1). Hiermee wordt een wet in formele zin bedoeld. Artikel
                        9, tiende lid, van de Invorderingswet 1990 bepaalt echter dat de ATW niet
                        van toepassing is op de in de leden 1 tot en met 9 gestelde termijnen.
                        Indien gemeenten afwijkende termijnen in de belastingverordening hebben
                        opgenomen en dus artikel 9, tiende lid, van de Invorderingswet 1990 niet
                        geldt, is voor de betaling van de definitieve aanslag de ATW wel van
                        toepassing. Dit volgt ook uit artikel 145 van de Gemeentewet, waarin is
                        bepaald dat de ATW van toepassing is op in eenverordening gestelde
                        termijnen, tenzij in de verordening anders is bepaald.</al><al>Indien voor de betaling van aanslagen een regeling is getroffen in de
                        belastingverordening en voor voorlopige aanslagen, navorderingsaanslagen of
                        naheffingsaanslagen niet, betekent dit dat voor de laatste drie genoemde
                        aanslagen artikel 9 van de Invorderingswet 1990 geldt. In dat geval is de
                        ATW wel van toepassing op de betaaltermijnen voor aanslagen en niet van
                        toepassing op de betaaltermijnen voor voorlopige aanslagen,
                        navorderingsaanslagen en naheffingsaanslagen. Teneinde te voorkomen dat voor
                        de verschillende belastingaanslagen een verschillend juridisch regime geldt,
                        is in artikel 9 derde lid, overeenkomstig artikel 9, tiende lid, van de
                        Invorderingswet – de ATW buiten toepassing verklaard.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften door het college</titel></kop><al>Op grond van artikel 231 van de Gemeentewet zijn bij de heffing en de
                        invordering van gemeentelijke belastingen onder meer de Algemene wet inzake
                        rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet 1990 van toepassing. De
                        heffingsbevoegdheden komen toe aan de daartoe aangewezen heffingsambtenaar
                        en de invorderingsbevoegdheden aan de daartoe aangewezen
                        invorderingsambtenaar. De AWR en de Invorderingswet 1990 kennen ook
                        bepalingen op grond waarvan de minister van Financiën de bevoegdheid wordt
                        toegekend nadere regels te geven over bepaalde heffings- en
                        invorderingsaangelegenheden. Voor de gemeentelijke belastingen komt die
                        bevoegdheid op grond van artikel 231 toe aan het college. Verder is het
                        college als bestuursverantwoordelijke voor de heffings- en</al><al>invorderingsambtenaar bevoegd om beleidsregels vast te stellen (artikel 4:81
                        Algemene wet bestuursrecht, hierna Awb). Op grond van artikel 160, eerste
                        lid, onderdeel b, van de Gemeentewet is het college eveneens bevoegd
                        beslissingen van de raad (lees: belastingverordeningen) uit te voeren. Met
                        het oog hierop kan het college over uitvoeringsaangelegenheden regels
                        stellen. Te denken valt hierbij aan het vaststellen van de modellen voor het
                        formulier van de onderscheiden aangiftebiljetten. Met de inwerkingtreding
                        van de derde tranche Awb op 1 januari 1998 is een aantal bevoegdheden van de
                        raad op belastinggebied overgegaan op het college. In verband hiermee is in
                        elke belastingverordening een bepaling opgenomen dat het college nadere
                        regels kan geven met betrekking tot de heffing en invordering van de
                        betreffende belasting.</al><al>Op deze wijze is het voor de belastingplichtigen duidelijk dat er nog nadere
                        regels kunnen gelden. In de (uitvoerings)regeling gemeentelijke belastingen
                        is een en ander uitgewerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Op grond van artikel 255 van de Gemeentewet volgen gemeenten het
                        kwijtscheldingsbeleid van de rijksoverheid zoals dat is geregeld in de
                        Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Indien gemeenten niets regelen
                        geldt</al><al>deze ministeriële regeling automatisch voor alle gemeentelijke
                        belastingen.</al><al>Artikel 255 van de Gemeentewet biedt echter de mogelijkheid om van de
                        ministeriële regeling af te wijken. Omdat geen kwijtschelding bij de
                        invordering van Begraafplaatsrechten dierenbegraafplaats wordt verleend is
                        dit expliciet opgenomen in artikel 11.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>In het eerste lid wordt de oude verordening ingetrokken, in het tweede lid
                        wordt de inwerkingtreding geregeld, in het derde lid de datum van ingang van
                        de heffing en in het vierde lid de citeertitel.</al><al>Het eerste lid regelt dat de oude verordening wordt ingetrokken met ingang
                        van de datum van ingang van de heffing. De oude verordening blijft van
                        toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan. Voor die belastbare feiten blijft heffing dus mogelijk op basis
                        van de oude verordening, ook al is die verordening ingetrokken.</al><al>Ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet moeten gemeenten de besluiten tot
                        het vaststellen, wijzigen of intrekken van belastingverordeningen bekend
                        maken. Het niet voldoen aan de bekendmakingsplicht kan leiden tot
                        onverbindendheid van de belastingverordening (HR 31 maart 1993, nr. 28.034,
                        BNB 1993/182, Belastingblad 1993, blz. 274; Hoge Raad 10 augustus 1998, nr.
                        33.632). Deze verordening is bekend gemaakt in de Zandvoortse Courant.</al><al>De belastingverordening treedt in werking op 1 januari van het betreffende
                        belastingjaar waarop de verordening betrekking heeft. Als voorbeeld:</al><al>Op 1 november 2007 stelt de gemeenteraad de verordening vast met als datum
                        van inwerkingtreding 1 januari 2008 (tweede lid) en als tijdstip van ingang
                        van de heffing eveneens 1 januari 2008 (derde lid).</al><al>In het vierde lid is in de citeertitel een jaartal opgenomen. Dit jaartal
                        wordt opgenomen, omdat de gemeente ieder jaar een nieuwe verordening
                        vaststelt. Door het jaartal op te nemen is duidelijk voor welk jaar de
                        verordening bedoeld is.</al><al/><al><vet>Ondertekening</vet></al><al>Alle stukken die van de raad uitgaan moeten sinds 19 februari 2003 c.q. 7
                        maart 2003 worden ondertekend door de burgemeester (artikel 75, eerste lid,
                        Gemeentewet) en griffier (artikel 107c Gemeentewet).</al><al/></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>3 TOELICHTING OP TARIEVENTABEL</label></kop><divisie><kop><label>3.1 TOELICHTING PER HOOFDSTUK</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten</label></kop><al/><al>In dit hoofdstuk is een regeling opgenomen voor het verlenen van een
                        uitsluitend recht op een dierengraf. Een recht op een dierendierengraf kan
                        ingevolge de Beheersverordening dierenbegraafplaats Zandvoort 2014 gevestigd
                        worden, voor de tijd van minstens 5 jaren. Een voor bepaalde tijd verleend
                        recht op een dierengraf kan worden verlengd voor ten hoogste 5 jaren. Het
                        verlenen van het recht om met uitsluiting van anderen dieren in een bepaald
                        dierengraf te doen begraven en begraven te houden is de belaste dienst en
                        niet het begraven zelf. De Beheersverordening dierenbegraafplaats Zandvoort
                        2014 noemt niet met zoveel woorden de mogelijkheid om een recht te vestigen
                        op de ruimte waar een asbus is bijgezet of de plaats waarop as wordt
                        verstrooid. Dit is de reden dat de term 'uitsluitend recht' is gereserveerd
                        voor dierengraven. Het verstrooien van as is alleen mogelijk op een
                        permanent daartoe aangewezen terrein of plaats. Het verstrooien van as in
                        een dierengraf is dus alleen mogelijk als dat dierengraf is gelegen op een
                        (deel van een) dierenbegraafplaats dat daartoe permanent is aangewezen.</al><al/><al>De kosten van het onderhoud van de algemene voorzieningen van de
                        begraafplaats mogen in aanmerking worden genomen voor heffing. Deze kosten
                        zijn in het tarief opgenomen. Deze voorzieningen staan mede ten dienste van
                        de graven, door onder andere bezoek te faciliteren en ongewenst bezoek te
                        weren (Hof Leeuwarden 24- 12-1999 nr. 391/99). Het is volgens de Hoge Raad
                        niet mogelijk om voor het algemene onderhoud aan de begraafplaats alleen te
                        heffen bij eigen graven en niet bij algemene graven. Het karakter van het
                        Grafrecht laat een differentiatie in het tarief voor het algemene onderhoud
                        van de begraafplaats slechts toe indien die differentiatie zich richt naar
                        het genot dat een</al><al>rechthebbende tot een graf heeft van dit onderhoud (Hoge Raad 28 februari
                        2003, nr. 37716, LJN: AF5108, VN 2003/15.31). Dit arrest wijkt af van de
                        uitspraak van de Hoge Raad van 25 oktober 2002, nr. 36638, LJN: AD8499,
                        Belastingblad 2002, blz. 1226 (Spijkenisse), inzake rioolrecht. Daarin heeft
                        de Hoge Raad beslist dat het karakter van een retributie zich niet verzet
                        tegen een differentiatie van het tarief anders dan naar het genot.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 2 Begraven, bijzetten van asbussen, urnen en verstrooien as</label></kop><al/><al>In dit hoofdstuk is een regeling opgenomen voor het begraven van huisdieren,
                        het bijzetten van een asbus of urn en het verstrooien van as. Voor het
                        begraven e.o. op een buitengewoon uur is een apart tarief opgenomen. Voor
                        het begraven e.o. op zaterdag wordt een extra toeslag geheven. Gezien de
                        extra kosten, zoals gemaakte overuren door het gemeentepersoneel, is het
                        mogelijk hiervoor een hoger recht te heffen. Wat onder buitengewone uren
                        wordt verstaan is in de tabel ingevuld.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk 3 Opgraven, ruimen en herbegraven</label></kop><al>In dit hoofdstuk is een regeling opgenomen voor het opgraven en mogelijk
                        ruimen van stoffelijke resten van een huisdier of asbus en het eventueel
                        opnieuw begraven.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>