<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR309791_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van Orde Blaricum 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-11-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hei en wei 8-11-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van Orde Blaricum 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-11-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-11-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2013/46</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Dit reglement treedt in werking op 1 november 2013.Op dat moment vervalt het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Blaricum, vastgesteld bij raadsbesluit van 16 december 2008 en sedertdien gewijzigd.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2019-5142">Toelichting Reglement van Orde</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van Orde Blaricum 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Blaricum,</al><al/><al>gelezen het voorstel d.d. 23 september 2013 van het presidium;</al><al/><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al> B E S L U I T : </al><al/><al> Tot vaststelling van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere
                        werkzaamheden van de gemeenteraad van Blaricum 2013 met ingang van 1
                        november 2013, inclusief de daarbij behorende toelichting; Tot intrekking
                        met ingang van 1 november 2013 van het Reglement van Orde voor de
                        vergaderingen van de raad van de gemeente Blaricum, vastgesteld bij
                        raadsbesluit van 16 december 2008 en sedertdien gewijzigd. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><al> voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger; amendement:
                            voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of
                            ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                            opgenomen; subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                            amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het
                            amendement, waarop het betrekking heeft; motie: korte en gemotiveerde
                            verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek
                            wordt uitgesproken; voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van
                            de vergadering; initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of
                            een ander voorstel. </al><al/><al>Artikel 2 De voorzitter</al><al>De voorzitter is belast met:</al><al> het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen
                            naleven van het reglement van orde; hetgeen de Gemeentewet of dit
                            reglement hem verder opdraagt. </al><al/><al>Artikel 3 De griffier</al><al> De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. Bij zijn
                            verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de
                            raad daartoe aangewezen ambtenaar. Hij kan, indien hij daartoe door de
                            voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit
                            reglement deelnemen. </al><al/><al>Artikel 4 De secretaris</al><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement.</al><al/><al>Artikel 5 Het presidium</al><al> De raad heeft een presidium. Het presidium bestaat uit de voorzitter
                            van de raad en de fractievoorzitters. De griffier is in elke vergadering
                            van het presidium aanwezig. De voorzitter kan voorstellen de secretaris
                            uit te nodigen voor het presidium. Elke fractievoorzitter wijst per
                            voorval (lees: ad hoc) een raadslid van zijn fractie aan, die hem bij
                            zijn afwezigheid in het presidium vervangt. Indien geen raadslid
                            beschikbaar is, wijst de fractievoorzitter een fractievertegenwoordiger
                            (zie artikel 52) van zijn fractie aan, die hem bij zijn afwezigheid in
                            het presidium vervangt. Elke fractievoorzitter, of zijn vervanger, heeft
                            één stem in het presidium. Het presidium stelt de voorlopige agenda van
                            de vergaderingen van de raad vast. Het presidium heeft, naast de taken
                            opgenomen in deze verordening, als taak aanbevelingen te doen aan de
                            raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad, zijn
                            commissies en rondetafelgesprekken. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders;
                            fracties</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</al><al> Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                            commissie in, bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                            onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van
                            nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus. De
                            commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk
                            verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit.
                            In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.
                            Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de
                            raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling,
                            bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of
                            verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse
                            vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad
                            op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt
                            beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
                            Bij de benoeming van een wethouder wordt, overeenkomstig het eerste lid,
                            een commissie ingesteld, welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de
                            eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is
                            overeenkomstig het tweede lid. </al><al/><al>Artikel 7 Fractie</al><al> De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                            kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de
                            zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één
                            lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
                            Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de
                            fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding
                            boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste
                            vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in
                            de raad wil voeren. De namen van degenen die als voorzitter van de
                            fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                            doorgegeven aan de voorzitter. Indien: 1° één of meer leden van een
                            fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; 2° twee of meer fracties
                            als één fractie gaan optreden; 3° één of meer leden van een fractie zich
                            aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk
                            schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Met de onder a
                            beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de
                            eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><structuurtekst><al>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</al><al/><al>Artikel 8 Vergaderfrequentie</al><al> De vergaderingen van de raad kennen een meningvormend deel en een
                            besluitnemend deel, die aansluitend op elkaar plaatsvinden. De
                            vergaderingen van de raad vinden plaats volgens een jaarlijks door het
                            presidium vast te stellen vergaderrooster op basis van een in principe
                            4-wekelijkse cyclus; vangen aan om 20.00 uur en worden in principe
                            gehouden in de raadszaal van de BEL Combinatie. De voorzitter kan in
                            bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere
                            vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van
                            een spoedeisende situatie, overleg in het presidium. De vergaderingen
                            worden in de regel uiterlijk om 23.00 gesloten. Als de agenda op dat
                            tijdstip nog niet is afgehandeld, schorst de voorzitter de vergadering,
                            die zonder nadere oproeping wordt voortgezet op de eerstvolgende
                            werkdag, om 20.00 uur. </al><al/><al>Artikel 9 Oproep</al><al> De voorzitter zendt tenminste 7 dagen voor een vergadering de leden van
                            de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en
                            plaats van de vergadering. De voorzitter kan, ingeval van een van het
                            rooster afwijkende vergadering als bedoeld in artikel 8, lid 2, afwijken
                            van de in het eerste lid genoemde termijn. De voorlopige agenda en de
                            daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste
                            en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd
                            met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden. </al><al/><al>Artikel 10 Agenda</al><al> In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                            schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                            vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij
                            behorende stukken aan de leden van de raad verzonden, en openbaar
                            gemaakt. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                            voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de
                            vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de
                            agenda afvoeren. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de
                            openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college nadere
                            inlichtingen of advies vragen of het onderwerp verwijzen naar een
                            commissie of anderszins. Op voorstel van een lid van de raad of van de
                            voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                            wijzigen. </al><al/><al>Artikel 11 De wethouder</al><al>Voor de wethouders geldt een permanente uitnodiging om in de vergadering
                            aanwezig te zijn en desgevraagd aan de beraadslagingen deel te
                            nemen.</al><al/><al>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</al><al> Stukken, die dienen ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                            op de agenda, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke
                            oproep voor een ieder ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de
                            schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                            mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een
                            openbare kennisgeving. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk
                            wordt niet buiten de locatie gebracht. Indien omtrent stukken op grond
                            van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding
                            is opgelegd, worden deze niet ter inzage gelegd. </al><al/><al>Artikel 13 Openbare kennisgeving</al><al> De vergadering wordt zoveel mogelijk door aankondiging in de
                            Hei&amp;Wei en door plaatsing op de website van de gemeente openbaar
                            gemaakt. In de Hei&amp;Wei staat een permanente verwijzing naar de
                            website van de gemeente. De openbare kennisgeving vermeldt: de datum,
                            aanvangstijd en plaats van de vergadering; de wijze waarop en de plaats
                            waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan
                            inzien; De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                            indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. </al><al/><al>Paragraaf 2 Orde der vergadering</al><al/><al>Artikel 14 Presentielijst</al><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                            onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt
                            die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                            vastgesteld.</al><al/><al>Artikel 15 Zitplaatsen</al><al> De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste
                            zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang
                            van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. Indien daartoe
                            aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in
                            het presidium. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de
                            wethouders en overige personen, die voor de vergadering zijn
                            uitgenodigd. </al><al/><al>Artikel 16 Opening vergadering; quorum</al><al> De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het
                            daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de
                            presentielijst aanwezig is. Wanneer een kwartier na het vastgestelde
                            tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de
                            voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur
                            van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                            Gemeentewet. </al><al/><al>Artikel 17 Primus bij hoofdelijke stemming</al><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de
                            voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal
                            beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst
                            aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke
                            stemming.</al><al/><al>Artikel 18 Notulen en besluitenlijst</al><al> De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst, de
                            notulen - inclusief een geluidsopname - en de besluitenlijst van de
                            vergadering. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                            secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering van de notulen
                            aan de raad te doen, indien deze onjuistheden bevatten of niet duidelijk
                            weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering
                            dient 3 dagen voor de vergadering waarin de notulen worden vastgesteld,
                            bij de griffier te worden ingediend. De notulen moeten inhouden: de
                            namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden
                            en wethouders, alsmede van de leden die afwezig waren en overige
                            personen die het woord gevoerd hebben; een vermelding van de zaken die
                            aan de orde zijn geweest; een zakelijke samenvatting van het gesprokene
                            met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden; een
                            overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij
                            hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen
                            stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich
                            overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden; de tekst
                            van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en
                            burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen
                            en subamendementen; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in
                            artikel 24 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de
                            beraadslagingen. De notulen worden zoveel mogelijk in de eerstvolgende
                            vergadering vastgesteld, waarna deze door de voorzitter en de griffier
                            worden ondertekend. Er wordt een besluitenlijst opgesteld, die zo
                            spoedig mogelijk openbaar wordt gemaakt. </al><al/><al>Artikel 19 Ingekomen en uitgaande stukken</al><al> Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van
                            het college aan de raad en de namens de raad verzonden stukken, worden
                            door de griffier, met een voorstel tot wijze van afdoening, op een lijst
                            geplaatst. De raad stelt de lijst en de wijze van afdoening, vast. </al><al/><al>Artikel 20 Spreekregels en volgorde van sprekers</al><al> De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of
                            van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. Bij bijzondere
                            gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de
                            overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. Een lid van de raad
                            voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen
                            te hebben. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een
                            lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering. Als
                            een van de raadsleden meent dat sprake is van een “persoonlijk feit”,
                            zal de voorzitter dit raadslid de gelegenheid geven hierop te reageren. </al><al/><al>Artikel 21 Aantal spreektermijnen en spreektijd</al><al> De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                            hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Elke
                            spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Een lid mag in een
                            termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp
                            of voorstel, tenzij de raad anders beslist. Het derde lid is niet van
                            toepassing op: de rapporteur van een commissie; het lid dat een
                            (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend,
                            voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel; bij de
                            bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het
                            woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een
                            voorstel van orde. Per raadsvergadering heeft elke fractie maximaal 20
                            minuten spreektijd. Het college heeft maximaal 30 minuten spreektijd.
                            Bij het vaststellen van de voorlopige agenda kan het presidium hiervan
                            afwijken. </al><al/><al>Artikel 22 Handhaving orde; schorsing</al><al> Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de
                            voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te
                            herinneren; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                            spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. Indien een
                            spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft,
                            afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker
                            herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt
                            hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende
                            spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                            vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp
                            het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de
                            vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                            heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. De
                            voorzitter kan gebruik maken van de mogelijkheden van artikel 26 van de
                            Gemeentewet t.a.v. het doen verwijderen van toehoorders en van
                            raadsleden; bij herhaling van verstoring van de orde kan aan toehoorders
                            en aan raadsleden voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                            vergadering worden ontzegd. </al><al/><al>Artikel 23 Verzoek om schorsing van de vergadering</al><al> Als een raadslid verzoekt om schorsing van de vergadering, staat de
                            voorzitter dit toe. De verzoeker geeft aan hoe lang de gevraagde
                            schorsing zal duren; na het verstrijken van die termijn heropent de
                            voorzitter de vergadering. De verzoeker krijgt na de schoring als eerste
                            het woord; wanneer hij (nog) niet is teruggekeerd in de vergadering,
                            handelt de voorzitter naar eigen inzicht. </al><al/><al>Artikel 24 Beraadslaging</al><al> De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                            beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                            afzonderlijk te beraadslagen. Op verzoek van een lid van de raad of op
                            voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor
                            een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de
                            leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                            beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. </al><al/><al>Artikel 25 Deelname aan de beraadslaging door anderen</al><al> De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige
                            leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de
                            voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt
                            op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen
                            alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde
                            agendapunt een aanvang wordt genomen. </al><al/><al>Artikel 26 Stemverklaring</al><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                            overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                            motiveren.</al><al/><al>Artikel 27 Beslissing</al><al> Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                            voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad
                            anders beslist. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een
                            stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het
                            voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                            gevraagd. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                            plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen
                            eindbeslissing. </al><al/><al>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</al><al/><al>Artikel 28 Algemene bepalingen over stemming</al><al> De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming
                            wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de
                            voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is
                            aangenomen. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                            notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of
                            zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben
                            onthouden. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet
                            de voorzitter daarvan mededeling. De voorzitter roept de leden van de
                            raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid
                            dat daarvoor overeenkomstig artikel 17 is aangewezen. Vervolgens
                            geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. De
                            voorzitter brengt als hij lid van de raad is, als laatste zijn stem uit.
                            Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich
                            op grond van artikel 28 Gemeentewet niet van deelneming aan de stemming
                            moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. De leden brengen hun
                            stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige
                            toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist,
                            dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                            gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij
                            nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
                            aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
                            stemming brengt dit echter geen verandering. De voorzitter deelt de
                            uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal
                            voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling
                            van het genomen besluit. </al><al/><al>Artikel 29 Stemming over amendementen en moties</al><al> Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                            eerst over dat amendement gestemd. Indien op een amendement een
                            subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd
                            en vervolgens over het amendement. Indien twee of meer amendementen of
                            subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de
                            voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt
                            de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het
                            eerst in stemming wordt gebracht. Indien aangaande een aanhangig
                            voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd
                            en vervolgens over de motie. </al><al/><al>Artikel 30 Stemming over personen</al><al> Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of
                            het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben,
                            benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau. Ieder ter vergadering
                            aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet
                            onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes
                            dienen identiek te zijn. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er
                            personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan
                            op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden
                            samengevat op één briefje. Het stembureau onderzoekt of het aantal
                            ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
                            het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de
                            aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                            te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. Voor het bepalen van de
                            volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet
                            worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen
                            behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. In geval van twijfel over de
                            inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de
                            voorzitter. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                            onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. </al><al/><al>Artikel 31 Herstemming over personen</al><al> Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft
                            verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. Wanneer ook bij
                            deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is
                            verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij
                            de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij
                            de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen
                            verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee
                            personen de derde stemming zal plaatshebben. Indien bij tussenstemming
                            of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. </al><al/><al>Artikel 32 Beslissing door het lot</al><al> Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de
                            beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke,
                            geheel gelijke, briefjes geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij
                            door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in
                            een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter
                            een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje
                            voorkomt, is gekozen. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 33 Amendementen</al><al> Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen in de
                            meningvormende raadsvergadering amendementen indienen. Een amendement
                            kan ook het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer
                            onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                            plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die
                            ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend
                            hebben en in de vergadering aanwezig zijn. Ieder lid dat in de
                            vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid
                            is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). Elk
                            (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                            worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de
                            voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde
                            -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.
                            Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk,
                            tot dat de besluitvorming door de raad plaatsvindt. </al><al/><al>Artikel 34 Moties</al><al> Ieder lid van de raad kan, in het meningvormend deel, ter vergadering
                            een motie indienen, onverminderd hetgeen bepaald is in lid 6. Een motie
                            moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de
                            voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het
                            eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een
                            mondelinge indiening kan worden volstaan. De behandeling van een motie
                            over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de
                            beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. De behandeling van
                            een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats
                            nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.
                            Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk, tot dat de
                            besluitvorming door de raad plaatsvindt. Moties vreemd aan de orde van
                            de vergadering, worden drie dagen voor de vergadering bij de voorzitter
                            aangeleverd en - desgewenst onder embargo tot aan de raadsvergadering -
                            door de indiener(s) onverwijld ter kennis gebracht van de overige leden
                            van de raad en het college. </al><al/><al>Artikel 35 Voorstellen van orde</al><al> De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                            mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.
                            Een voorstel van orde kan uitsluitend de (technische) orde van de
                            vergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslist de raad
                            terstond. </al><al/><al>Artikel 36 Initiatiefvoorstel </al><al> Ieder lid van de raad kan de raad een initiatiefvoorstel voorleggen.
                            Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden 8
                            kalenderdagen voor de vergadering schriftelijk bij de voorzitter worden
                            ingediend. De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de
                            eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds
                            verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van
                            de daaropvolgende vergadering geplaatst. De behandeling van het voorstel
                            vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en
                            onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat: het voorstel
                            met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander
                            geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld, het
                            voorstel eerst dient te worden behandeld in een commissie of anderszins
                            het voorstel voor advies naar het college dient te worden gezonden. In
                            dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                            geagendeerd wordt. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en
                            behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                            verordening. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het
                            ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van
                            toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad
                            terstond aan de agenda toegevoegd worden. </al><al/><al>Artikel 37 Collegevoorstel</al><al> Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college
                            aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan
                            niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. Indien de raad
                            van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor
                            advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in
                            welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. </al><al/><al>Artikel 38 Interpellatie </al><al> Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                            naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48
                            uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter
                            ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het
                            onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen
                            vragen. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig
                            mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders.
                            Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na
                            indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                            raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie
                            zal worden gehouden. De interpellant, de overige leden van de raad, de
                            burgemeester en de wethouders voeren niet meer dan tweemaal het woord. </al><al/><al>Artikel 39 Schriftelijke vragen </al><al> Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen
                            kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt
                            aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
                            Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per ommegaande
                            aan de indiener teruggestuurd. De vragen worden bij de griffier
                            ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk
                            ter kennis van de voorzitter en de overige leden van de raad en het
                            college of de burgemeester worden gebracht. Schriftelijke beantwoording
                            vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen,
                            nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt
                            plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet
                            binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid
                            van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij
                            de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.
                            Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De antwoorden van het
                            college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan
                            de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan, bij
                            schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij
                            mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling
                            van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen
                            omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord,
                            tenzij de raad anders beslist. </al><al/><al>Artikel 40 Inlichtingen </al><al> Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld
                            in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet
                            verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het
                            college of de burgemeester. De griffier draagt er zorg voor dat de
                            overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen. De
                            verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                            eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. De gestelde
                            vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin
                            de antwoorden zullen worden gegeven. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 41 Procedure begroting</al><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium,
                            vaststelt.</al><al/><al>Artikel 42 Procedure jaarrekening</al><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van
                            het presidium, vaststelt.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 43 Verslag en verantwoording</al><al> Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris,
                            die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur
                            van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
                            ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het
                            recht verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld
                            aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan
                            de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie of anderszins.
                            Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid,
                            schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                            schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 39, zijn van
                            overeenkomstige toepassing. Wanneer een lid van de raad een persoon als
                            bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn
                            wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
                            daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in
                            artikel 40, zijn van overeenkomstige toepassing. Dit artikel is van
                            overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin
                            de raad één van zijn leden heeft benoemd. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 44 Algemeen</al><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al><al/><al>Artikel 45 Notulen</al><al> De notulen van een besloten vergadering worden verzonden conform de
                            vastgestelde procedure voor niet-openbare stukken. Deze notulen worden
                            zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling
                            aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het
                            al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen
                            worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. </al><al/><al>Artikel 46 Geheimhouding</al><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al><al/><al>Artikel 47 Opheffing geheimhouding</al><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 48 Toehoorders en pers</al><al> De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. Het geven
                            van naar het oordeel van de voorzitter, storende tekenen van goed- of
                            afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde, is verboden. </al><al/><al>Artikel 49 Geluid- en beeldregistraties</al><al>Degenen die in de vergaderzaal voor of na afloop van de raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al><al/><al>Artikel 50 Verbod gebruik mobiele telefoons en andere
                            communicatiemiddelen</al><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet
                            toegestaan.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Rondetafelgesprekken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 51 Begripsomschrijvingen</al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al> het rondetafelgesprek: de bijeenkomst waarin over één onderwerp wordt
                            beraadslaagd. De volgende rondetafelgesprekken worden onderscheiden:
                            beeldvormend, presentatie, informerend en adviserend. leden
                            rondetafelgesprek: raadsleden en fractievertegenwoordigers;
                            rtg-voorzitter: voorzitter van het rondetafelgesprek; rtg-griffier: de
                            griffier van het rondetafelgesprek of diens plaatsvervanger; </al><al/><al>Artikel 52 Fractievertegenwoordigers </al><al> Iedere fractie kan bij de raad maximaal twee personen als
                            fractievertegenwoordiger voordragen. De fractievertegenwoordiger wordt
                            door de raad benoemd en legt in de raad de eed of belofte af. Als
                            fractievertegenwoordiger kan worden benoemd een ieder die voorkomt op de
                            kandidatenlijst als bedoeld in de Kieswet en heeft ingestemd met en
                            voldaan aan dezelfde voorwaarden als een raadslid. De
                            fractievertegenwoordiger kan deelnemen aan de openbare- en niet-openbare
                            gesprekken. De fractievertegenwoordigers krijgen toegang tot alle
                            beschikbare informatie over de geagendeerde onderwerpen van de openbare-
                            en niet-openbare gesprekken. De gedragscode voor de leden van de raad is
                            voor zover relevant van overeenkomstige toepassing op de
                            fractievertegenwoordigers. De benoeming van een fractievertegenwoordiger
                            vervalt: bij verkiezingen, gelijk met de raadsleden; op eigen verzoek;
                            bij verhuizing naar een andere gemeente; op aangeven van de
                            fractievoorzitter, indien hij gedurende tenminste een half jaar geen
                            vergadering van raad of rtg heeft bijgewoond. </al><al/><al>Artikel 53 Doel en aard van het rondetafelgesprek </al><al>De raad onderscheidt verschillende rondetafelgesprekken die in principe
                            in het gemeentehuis van Blaricum plaatsvinden.</al><al> Beeldvormende rondetafelgesprekken Beeldvormende rondetafelgesprekken
                            hebben als doel het verzamelen van informatie ten behoeve van een goede
                            oordeelsvorming door de fracties ten aanzien van aan de orde zijnde
                            onderwerpen die op de raadsagenda komen. Een kort en bondig weergegeven
                            mening is toegestaan. Van elke fractie neemt maximaal één raadslid of
                            fractievertegenwoordiger deel. Burgers en belanghebbenden kunnen in
                            principe aan tafel meepraten over reeds geagendeerde onderwerpen. Zij
                            kunnen zich tot aanvang van het gesprek bij de voorzitter of de griffier
                            melden. Ook kunnen zij zich schriftelijk melden bij de griffier met
                            onderwerpen die niet geagendeerd zijn. De gedragsregel voor een niet
                            geagendeerd onderwerp is als volgt: Over onderwerpen, die niet zijn
                            geagendeerd voor de betrokken vergadering, kan het woord worden gevoerd,
                            mits hiervoor een schriftelijk verzoek is ingediend bij de griffier,
                            uiterlijk de maandag (12:00 uur) vóór de betrokken vergadering. Hij
                            vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer. In het verzoek
                            wordt melding gemaakt van het onderwerp en een korte samenvatting van de
                            gewenste inbreng. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit
                            van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft
                            opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                            personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Elke spreker
                            krijgt maximaal vijf minuten het woord. Zijn er meer dan zes insprekers
                            dan wordt de beschikbare tijd van een half uur gelijk verdeeld over de
                            insprekers. Presentatie rondetafelgesprekken Presentatie
                            rondetafelgesprekken hebben als doel de raad te informeren door het
                            geven van een presentatie. Deze presentaties zijn puur informatief.
                            Doorgaans wordt dan ook niet over standpunten gesproken en ook worden
                            geen meningen gegeven. Alle raadsleden en fractievertegenwoordigers
                            kunnen deelnemen. Ook burgers en belanghebbenden kunnen aan tafel
                            meepraten. Informerende rondetafelgesprekken Informerende
                            rondetafelgesprekken hebben als doel het informeren van de raad. Deze
                            gesprekken zijn niet zozeer een voorbereiding van raadsbesluiten, als
                            wel een gelegenheid waarbij het college de raad informeert. Alle
                            raadsleden en fractievertegenwoordigers kunnen deelnemen. Bij de
                            rondvraag kunnen raadsleden en collegeleden elkaar informeren over hun
                            vertegenwoordigende functie(s) of anderszins en vragen stellen aan
                            elkaar en het college. In dit gesprek heeft het college evenzo de
                            gelegenheid om aan zijn actieve informatieplicht te voldoen. Burgers en
                            belanghebbenden kunnen niet meepraten. Adviserende rondetafelgesprekken
                            Bieden het college de gelegenheid de raad om zijn mening te vragen over
                            een kwestie waarover het college nog moet besluiten of een kwestie
                            waarover het college met de raad wil overleggen. Het gaat hier om
                            onderwerpen die tot de beslisbevoegdheid van het college behoren. Alle
                            raadsleden en fractievertegenwoordigers kunnen deelnemen. Burgers en
                            belanghebbenden kunnen niet meepraten. </al><al/><al>Artikel 54 Het presidium </al><al> Het presidium stelt de agenda(s) vast voor de avond(en) waarop de
                            rondetafelgesprekken plaatsvinden. Het presidium stelt de agenda(s),
                            inclusief de te behandelen stukken, beschikbaar vóór het weekend
                            voorafgaand aan de avond waarop de rondetafelgesprekken plaatsvinden.
                            Alle relevante stukken liggen vanaf dat moment in het gemeentehuis ter
                            inzage. De agenda wordt via een huis aan huis publicatie en/of via de
                            website openbaar gemaakt. Het presidium draagt zorg voor de
                            uitnodigingen van belanghebbenden. </al><al/><al>Artikel 55 De voorzitter </al><al> De raad benoemt en ontslaat voorzitters van het rondetafelgesprek. Het
                            presidium wijst per rondetafelgesprek een voorzitter aan. De voorzitter
                            is belast met het leiden van het gesprek, het handhaven van de orde en
                            het doen naleven van het reglement van orde. De voorzitter nodigt
                            belanghebbenden, deskundigen en het college uit aan tafel. De voorzitter
                            verleent het woord. Daarvoor hanteert hij zoveel mogelijk de vooraf
                            bepaalde volgorde van sprekers. De voorzitter sluit het gesprek met het
                            verwoorden van de conclusie. </al><al/><al>Artikel 56 De RTG-griffier </al><al> In ieder beeldvormend rondetafelgesprek is de griffier of een
                            RTG-griffier, die functioneert onder de zorg van de griffier, aanwezig.
                            Bij verhindering of afwezigheid van de RTG-griffier draagt de griffier
                            zorg voor vervanging. De griffier of de RTG-griffier kan aan het gesprek
                            deelnemen. </al><al/><al>Artikel 57 Het college</al><al>Voor de collegeleden geldt een permanente uitnodiging om in het
                            rondetafelgesprek aanwezig te zijn en desgevraagd aan de beraadslagingen
                            deel te nemen.</al><al/><al>Artikel 58 Vergaderfrequentie</al><al> In de regel vinden de rondetafelgesprekken plaats op één of twee
                            dinsdagavonden per cyclus in het gemeentehuis. Het eerste
                            rondetafelgesprek van de avond vangt aan om 20:00 uur. Het presidium kan
                            extra rondetafelgesprekken beleggen en zo nodig afwijken van de vaste
                            dag en of aanvangstijd. </al><al/><al>Artikel 59 Verslag </al><al> De RTG-griffier maakt een beknopt verslag van het beeldvormend
                            rondetafelgesprek. Het verslag bevat tenminste: de namen van de
                            voorzitter, de RTG-griffier en alle deelnemers aan het gesprek; een
                            vermelding van alle nieuwe informatie die naar voren is gebracht; de nog
                            openstaande vragen en de toezeggingen van het college; de conclusie van
                            het gesprek, cq het advies aan de raad. Een voorstel tot wijziging van
                            het verslag dient 3 dagen voor de vergadering waarin het verslag wordt
                            vastgesteld, bij de griffier te zijn ingediend. Het verslag wordt zoveel
                            mogelijk vastgesteld in de eerstvolgende raadsvergadering. </al><al/><al>Artikel 60 Besloten </al><al>Op een besloten rondetafelgesprek zijn de bepalingen van deze
                            verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen
                            niet strijdig zijn met het besloten karakter ervan.</al><al/><al>Artikel 61 Toehoorders en pers </al><al>De artikelen 48, 49 en 50 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 62 Uitleg reglement</al><al> Indien er zich gevallen voordoen, betreffende de raadsvergadering,
                            waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing
                            van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Indien
                            er zich gevallen voordoen, betreffende het rondetafelgesprek, waarin dit
                            reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het
                            reglement, beslist de voorzitter. </al><al/><al>Artikel 63 Citeertitel</al><al>Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van Orde Blaricum
                            2013”.</al><al/><al>Artikel 64 In werking treden</al><al>Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 november 2013.</al><al>Met ingang van 1 november 2013 vervalt het Reglement van Orde voor de
                            vergaderingen van de raad van de gemeente Blaricum, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 16 december 2008 en sedertdien gewijzigd.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 15 oktober
                        2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>P.C.M. de Groot mevrouw J.N. de Zwart-Bloch</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i231992.pdf">Toelichting Reglement van Orde</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>