<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR309744_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels behorende bij de verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente eemnes 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Rotonde 14-6-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels behorende bij de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>collegebesluit 5-2-2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Het Besluit behorende bij de Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning 2011 wordt ingetrokken gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>nadere regels behorende bij de verordening wet maatschappelijke ondersteuning
            gemeente eemnes 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van de gemeente Eemnes heeft de nadere regels behorende bij het
                        de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2013
                        vastgesteld.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In de nadere regels behorende bij de Verordening maatschappelijke
                            ondersteuninng Eemnes 2013 wordt verstaan onder:</al><al>a. a. Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge de verordening een
                            persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college
                            verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget
                            verschuldigd is.</al><al>b. Eigen aandeel: een door het college vast te stellen bijdrage, die bij
                            verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de
                            belanghebbende komt.</al><al>c. Eigen bijdrage: een door het college vast te stellen bijdrage, die
                            bij de verstrekking van een voorziening in natura en een
                            persoonsgebonden budget voor rekening van de belanghebbende komt.</al><al>d. Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of
                            gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te
                            bereiken resultaat.</al><al>e. Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten
                            behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt.</al><al>f. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te
                            bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.</al><al>g. Verordening: de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Eemnes 2013.</al><al>h. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning.</al><al>i. Alle begrippen die in de nadere regels behordende bij de Verordening
                            worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde
                            betekenis als in de wet, verordening en de Algemene wet bestuursrecht
                            (Awb).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Het Persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Compensatie via een pgb</titel></kop><al> Verstrekking van een individuele voorziening in de vorm van een
                            persoonsgebonden budget (hierna: pgb) vindt plaats op verzoek van
                            belanghebbende. Dit verzoek maakt onderdeel uit van de aanvraag. Wanneer
                            budgethouder gecompenseerd wordt via een pgb gelden in ieder geval de
                            volgende verplichtingen: Het pgb wordt uitsluitend gebruikt voor het
                            bereiken van het in de beschikking vastgelegd resultaat. Budgethouder
                            sluit een particuliere aansprakelijkheidsverzekering af voor schade die
                            door het gebruik van de compenserende maatregel aan derden kan ontstaan.
                            Indien budgethouder gecompenseerd wordt door een voorziening die een
                            motorrijtuig is in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering
                            motorrijtuigen (WAM), dan dient budgethouder die voorziening te
                            verzekeren overeenkomstig artikel 2 van die wet. Budgethouder bewaart de
                            rekening(en) en betalingsbewijs (betalingsbewijzen) van de met het pgb
                            verworven compenserende maatregel gedurende vijf jaar of, indien de
                            normale afschrijvingsduur langer is dan deze termijn, overeenkomstig
                            deze langere termijn en stelt deze op verzoek ter beschikking van het
                            college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte pgb</titel></kop><al> De hoogte van het pgb wordt bepaald als tegenwaarde van de dienst/zaak
                            die belanghebbende op dat moment ontvangen zou hebben als de dienst/zaak
                            in natura zou zijn verstrekt. Hierbij wordt rekening gehouden met
                            eventuele overheadkosten, een afschrijftermijn en onderhoud. Ten aanzien
                            van een pgb voor een dienst gaat het om de betaling van tijd/arbeid. Het
                            pgb moet tenminste het bruto uurloonbedrag zijn. De hoogte van het pgb
                            wordt voor de inkoop van diensten berekend naar het aantal minuten aan
                            ondersteuning, eventueel afgerond naar hele/halve uren, dat nodig is om
                            het beoogd resultaat te bereiken. Bij het bepalen van de hoogte van het
                            pgb wordt het tarief van ondersteuning in natura/de
                            goedkoopst-compenserende voorziening als vertrekpunt genomen. HHierbij
                            geldt dat het basisbedrag voor het pgb 80% van dit tarief bedraagt. Het
                            pgb wordt per jaar als volgt vastgesteld: tarief in
                            natura/goedkoopst-compenserende voorziening x 80 % x aantal uren/minuten
                            in de week in natura x aantal weken. Voor diensten kan een netto
                            persoonsgebonden budget worden uitbetaald aan budgethouder. Het netto
                            persoonsgebonden budget bedraagt het verschil tussen het bruto
                            persoonsgebonden budget en de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 19
                            lid 2 van de verordening. Wanneer er een netto pgb uitbetaald word kan
                            de eigen bijdrage voorlopig door het college berekend. Na ontvangst van
                            de vaststelling van de definitieve eigen bijdrage door het CAK wordt het
                            netto persoonsgebonden budget door het college definitief vastgesteld.
                            Het verschil wordt nabetaald danwel verrekend of teruggevorderd. Voor
                            het pgb voor de inkoop van diensten kan belanghebbende, indien gewenst,
                            ondersteund worden door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ten aanzien
                            van de werkgevers-en opdrachtgeverstaken. Bij de berekening van de
                            hoogte van het pgb wordt voor de inkoop van goederen en voor bouwkundige
                            of woontechnische woonvoorzieningen het tarief van de voorziening in
                            natura/de goedkoopst-compenserende voorziening als vertrekpunt genomen.
                            Hierbij wordt uitgegaan van de koopprijs. Het basisbedrag voor het
                            pgbHierhhhs omvat 90% van het bedrag van de voorziening in natura/de
                            goedkoopst-compenserende voorziening. Indien een pgb wordt verstrekt
                            voor de aanschaf van goederen dan kan er een financiële tegemoetkoming
                            per jaar worden verstrekt voor onderhouds- en reparatiekosten. Hierbij
                            worden de kosten op declaratiebasis vergoed. De maximale vergoeding
                            staat gelijk aan wat gemiddeld aan onderhouds- en reparatiekosten van de
                            goedkoopst meest compenserende voorziening betaald wordt. Indien
                            budgethouder op basis van het in lid 3 en lid 4 bepaalde aantoonbaar
                            niet in staat wordt gesteld om de nodige ondersteuning te verwerven,
                            wordt van de genoemde percentages afgeweken. De hoogte van het pgb wordt
                            dan aangepast aan het geldbedrag dat nodig is om de ondersteuning te
                            verwerven. Het tarief voor ondersteuning in natura wordt jaarlijks
                            geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het
                            Centraal Bureau van de Statistiek en de NEA-index. Hier wordt bij de
                            uitbetaling van het pgb rekening mee gehouden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Bijzondere verplichtingen voor het pgb</titel></kop><al>1. Bij de toekenning van een pgb waarmee budgethouder een dienst
                            inkoopt, worden budgethouder de volgende bijzondere verplichtingen
                            opgelegd:</al><al>a. budgethouder sluit een schriftelijke overeenkomst met de persoon of
                            instantie bij wie hij de ondersteuning betrekt waarin ten minste de
                            volgende afspraken zijn opgenomen:</al><al> 1. declaraties voor de ondersteuning worden niet betaald indien zij
                            niet binnen zes weken na de maand waarin de ondersteuning is verleend
                            bij belanghebbende zijn ingediend, 2. een declaratie van een persoon bij
                            wie de budgethouder de ondersteuning betrekt bevat een overzicht van de
                            dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren, het
                            sociaal-fiscaal nummer/burgerservicenummer en de naam en het adres van
                            de persoon bij wie belanghebbende de ondersteuning betrekt en wordt door
                            deze persoon ondertekend, 3. een declaratie van een instantie bij wie de
                            budgethouder de ondersteuning betrekt, bevat het BTW-nummer van die
                            instantie, een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het tarief, het
                            aantal te betalen uren, dagdelen of etmalen en de naam en het adres van
                            de instantie en wordt namens de instantie ondertekend. </al><al>b. budgethouder bewaart de in onderdeel a bedoelde originele
                            overeenkomsten en declaraties</al><al>en bewijsstukken van de loonbetaling gedurende vijf jaar en stelt
                            kopieën hiervan op verzoek ter beschikking van het college.</al><al>c. Indien budgethouder een pgb voor de inkoop van een dienst ontvangt en
                            deze tijdelijk niet gebruikt, meldt budgethouder dit bij het Wmo loket.
                            De uitbetaling van het pgb kan, afhankelijk van hoe lang budgethouder
                            geen gebruik maakt van de dienst voor bepaalde tijd worden
                            stopgezet.</al><al>2. Bij de toekenning van een pgb voor het inkopen van goederen en voor
                            bouwkundige of woontechnische woonvoorzieningen bewaart belanghebbende
                            de volgende stukken voor een periode van vijf jaar:</al><al> 1. De originele nota/factuur van de aangeschafte voorziening. 2. Het
                            betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvangsdatum en gebruik pgb Hulp bij het Huishouden</titel></kop><al>1. Een pgb wordt toegekend voor een periode die aanvangt op de dag van
                            het besluit tot toekenning van de ondersteuning, danwel de eerstvolgende
                            periode.</al><al>2. Het pgb kan op voorschot in vierwekelijkse termijnen worden
                            uitbetaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>De financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Hoogte financiële tegemoetkoming</titel></kop><al>1. De hoogte van een door het college te verlenen financiële
                            tegemoetkoming wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals
                            vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het eigen aandeel
                            in de kosten kan hierop in mindering worden gebracht.</al><al>2. De financiële tegemoetkoming wordt op declaratiebasis betaalbaar
                            gesteld. Belanghebbende is verplicht gedurende een periode van vijf jaar
                            alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de compensatie
                            beschikbaar te houden.</al><al>3. Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming in
                            de verhuis en inrichtingskosten, dan bedraagt de tegemoetkoming maximaal
                            € 2500.</al><al>4.Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming in de
                            kosten van gebruik van een (rolstoel)taxi, bedraagt de tegemoetkoming
                            maximaal € 2855 per jaar.</al><al>5. Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming in
                            de kosten van gebruik van een eigen auto bedraagt de tegemoetkoming
                            maximaal € 750 per jaar.</al><al>6.Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming in de
                            kosten van aanpassing van een eigen auto is de tegemoetkoming gelijk aan
                            de door het college geaccepteerde offerte. Belanghebbende is verplicht
                            om minimaal twee offertes te vragen.</al><al>7.Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming in
                            tijdelijke huisvesting of dubbele woonlasten, dan is de tegemoetkoming
                            gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, met als maximum de maximale
                            huurgrens als genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.</al><al>8. Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming in
                            de kosten van keuring/inspectie, is de tegemoetkoming gelijk aan de
                            kosten zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte.</al><al>9. Indien belanghebbende gecompenseerd wordt voor het bezoekbaar maken
                            van een woonruimte, niet zijnde een hoofdverblijf, dan bedraagt de
                            financiële tegemoetkoming maximaal € 5.000. Indien belanghebbende
                            gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming voor een sportvoorziening,
                            dan bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 2.500. Dit bedrag betreft de
                            aanschaf, onderhoud en reparatie voor een periode van 3 jaar.</al><al>11.De financiële tegemoetkoming als bedoeld in lid 2 en 4 tot en met 9
                            wordt tot een bedrag van maximaal € 375 betaalbaar gesteld. De
                            uitbetaling van de financiële tegemoetkoming als bedoeld in lid 2 tot en
                            met 9 gebeurt op declaratiebasis en kan na afloop van het kwartaal
                            betaalbaar worden gesteld.</al><al>12. Indien belanghebbende op basis van de in dit artikel genoemde
                            maximale bedragen aantoonbaar niet voldoende gecompenseerd wordt, kan
                            het college afwijken van de in dit artikel maximale bedragen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>De eigen bijdrage en het eigen aandeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Bedragen eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><al>1. De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage of
                            eigen aandeel zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning, Stb.2006 nr. 450, artikel 4.1 en 4.2,
                            zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
                            en Sport.</al><al>2. Wanneer belanghebbende via het collectief vraagafhankelijk vervoer
                            gecompenseerd wordt voor mobiliteitsbeperkingen dan is er geen sprake
                            van een eigen bijdrage zoals bedoeld in het vorige lid. Er is dan sprake
                            van een reizigersbijdrage die overeenkomt met de geldende tarieven van
                            het reguliere OV.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. De nadere regels treden in werking gelijktijdig met de
                            inwerkintreding van de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Eemnes 2013.</al><al>2. Het Besluit behorende bij de Voorzieningenverordening
                            maatschappelijke ondersteuning 2011 wordt ingetrokken gelijktijdig met
                            de inwerkintreding van de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Eemnes 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald als: “Nadere regels behorende bij de
                            Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes
                            2013”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Eemnes
                        in de vergadering van 5 februari 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>ing. P.H. van Dijk R. van Benthem RA</ondertekening><ondertekening>secretaris burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>