<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR309743_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Rotonde 14-6-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2013-11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning 2011, vastgesteld op 22 november 2010. Artikel 27 bevat overgangsbepalingen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5319</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De gemeente Eemnes stelt de volgende verordening vast: Verordening wet
                        maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2013</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                                verstaan onder:</al><al/><al>1. Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het college
                                dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een
                                afspraak te maken voor een gesprek.</al><al/><al>2. Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te
                                komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te
                                bereiken in het kader van deze verordening.</al><al/><al>3. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet
                                speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door
                                anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet –
                                aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten.</al><al/><al>4. Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar
                                niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als
                                bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door
                                iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze
                                te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde
                                aanvraagprocedure.</al><al/><al>5. Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch
                                psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft
                                aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan
                                het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die
                                voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een
                                aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.</al><al/><al>6. Compenserende maatregel: Een voorziening die het college ten
                                behoeve van één persoon op basis van artikel 4 van de Wmo
                                treft.</al><al/><al>7. Chronisch psychisch probleem: aanhoudende storende of bedreigende
                                gevoelens, gedachten, gedragingen en/of lijden.</al><al/><al>8. Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt
                                verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt,
                                bijvoorbeeld het collectief vraagafhankelijk vervoer</al><al/><al>9. College: College van burgemeester en wethouders.</al><al/><al>10 Compensatieplicht: De plicht van het College aan personen met een
                                beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem
                                voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen met als
                                doel de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie te
                                vergroten en hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich
                                te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per
                                vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale
                                verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de wet het College
                                de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag
                                gelden en dat in het individuele geval maatwerk is.</al><al/><al>11. Eigen aandeel: een door het college vast te stellen bijdrage,
                                die bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor rekening
                                van de belanghebbende komt.</al><al/><al>12. Eigen bijdrage: een door het college vast te stellen bijdrage,
                                die bij de verstrekking van een voorziening in natura en een
                                persoonsgebonden budget voor rekening van de belanghebbende
                                komt.</al><al/><al>13. Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet
                                forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te
                                schaffen voor het te bereiken resultaat.</al><al/><al>14. Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van
                                het huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als
                                algemeen aanvaardbaar beschouwd wordt.</al><al/><al>15. Gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene
                                die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt
                                geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen
                                daarvan, de te bereiken resultaten, de eigen oplossingen,
                                oplossingen via het (sociale) netwerk en eventuele compenserende
                                maatregelen vanuit de gemeente en/of voorliggende oplossingen.</al><al/><al>16. Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor
                                permanente bewoning, waar belanghebbende zijn vaste woon- en
                                verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in de
                                gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan,
                                dan wel het feitelijk woonadres indien de belanghebbende met een
                                briefadres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat
                                of zal staan.</al><al/><al>17. Huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de belanghebbende een
                                duurzaam gemeenschappelijke huishouding voert.</al><al/><al>18. Individuele voorziening: een voorziening die door het college
                                ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt
                                verstrekt.</al><al/><al>19. Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel
                                1, lid 1 onder b van de wet biedt.</al><al/><al>20. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het
                                te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in
                                natura.</al><al/><al>21. Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van
                                zelfstandigheid en, met name een gebrek aan mogelijkheden tot
                                deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door
                                belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met
                                zijn sociale omgeving.</al><al/><al>22. Sociale Netwerk: een verzamelnaam voor het netwerk van mensen om
                                een persoon heen dat kan functioneren als ondersteuningsbron en kan
                                bijdragen aan het eigen welzijn en welbehagen.</al><al/><al>23. Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het
                                resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen, in
                                eigendom, of als persoonlijke dienstverlening.</al><al/><al>24. Voorliggende voorziening: een voorziening die voorgaat op een
                                individuele voorziening op grond van de Wmo en waar belanghebbende
                                gebruik van kan maken en die leidt tot het beoogd resultaat.</al><al/><al>25. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning.</al><al/><al>26. Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van
                                een andere wettelijke bepaling dan de Wet maatschappelijke
                                ondersteuning en die voor gaat op deze wet, waar belanghebbende
                                gebruik van kan maken en die leidt tot het beoogd resultaat.</al><al/><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2. De te bereiken resultaten</al><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet te bereiken resultaten
                                zijn:</al><al> Het wonen in een schoon en leefbaar huis. Het wonen in een geschikt
                                huis. Boodschappen doen en maaltijden aanreiken. Het beschikken over
                                schone, draagbare en doelmatige kleding. Het thuis kunnen zorgen
                                voor kinderen die tot het gezin behoren. Het zich in en om de woning
                                verplaatsen. Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Het
                                ontmoeten van medemensen en het aangaan/onderhouden van sociale
                                verbanden. </al><al/><al>Artikel 3. Aanspraak op compensatie</al><al>1. Een compenserende maatregel wordt getroffen indien:</al><al>a. er sprake is van een compensatienoodzaak;</al><al>b. belanghebbende niet of niet volledig in staat is om zelf en/of
                                via het sociale netwerk eigen oplossingen te realiseren;</al><al>c. de compenserende maatregel voldoende compensatie biedt en hierbij
                                leidt tot het te bereiken resultaat;</al><al>d. de compenserende maatregel als de goedkoopst-compenserende
                                voorziening aan te merken is.</al><al>2. Het college treft op grond van deze verordening geen
                                compenserende maatregel indien:</al><al>a. er geen sprake is van een compensatienoodzaak;</al><al>b. belanghebbende in staat is om eigen compenserende maatregelen te
                                treffen;</al><al>c. er sprake is van gebruikelijke zorg;</al><al>d. de compenserende maatregel, gelet op de persoonlijke situatie van
                                belanghebbende, als algemeen gebruikelijk aan te merken is;</al><al>e. er sprake is van een voorliggende en/of algemene voorziening die
                                voldoende compensatie biedt en leidt tot het te bereiken
                                resultaat.</al><al>f. indien belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Eemnes en
                                hier geen hoofdverblijf heeft.</al><al>g. belanghebbende reeds eerder in het kader van enige wettelijke
                                bepaling of regeling is gecompenseerd met een voorziening en de
                                normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken
                                is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is
                                gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn
                                toe te rekenen.</al><al>h. indien het college niet in staat wordt gesteld om op basis van
                                onderzoek de compensatienoodzaak vast te stellen. </al><al/><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4. Het wonen in een schoon en leefbaar huis</al><al>Als het gaat om een schoon en leefbaar huis kan ten aanzien van het
                                hoofdverblijf een compenserende maatregel getroffen worden voor het
                                huishoudelijke werk. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, in
                                gebruik zijnde slaapvertrekken, in gebruik zijnde berging, keuken en
                                sanitaire ruimten.</al><al/><al>Artikel 5. Het wonen in een geschikt huis</al><al>1. Als het gaat om het wonen in een geschikt huis kan ten aanzien
                                van het hoofdverblijf een compenserende maatregel worden getroffen
                                omtrent de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de
                                woning. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken,
                                keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon.</al><al>2. Indien de compensatienoodzaak het gevolg van een verhuizing is en
                                belanghebbende om die reden niet normaal gebruik kan maken van de
                                woning, kan het college besluiten geen compenserende maatregelen te
                                treffen.</al><al/><al>Artikel 6. Boodschappen doen en maaltijden aanreiken</al><al>Als het gaat om boodschappen doen en maaltijden aanreiken kan het
                                college een compenserende maatregel treffen ten aanzien van het
                                inkopen van levensmiddelen, schoonmaakmiddelen en toiletartikelen en
                                het bereiden en aanreiken van maaltijden.</al><al/><al>Artikel 7. Het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                kleding</al><al>Als het gaat om het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                kleding kan een compenserende maatregel worden getroffen ten aanzien
                                van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse
                                was.</al><al/><al>Artikel 8. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren</al><al>Als het gaat om het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                                gezin behoren, kan een compenserende maatregel worden getroffen ten
                                aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een
                                periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen
                                – vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen
                                zorgt.</al><al/><al>Artikel 9. Het zich in en om de woning verplaatsen</al><al>1. Als het gaat om het zich in en om de woning verplaatsen kan
                                belanghebbende via een door het college te treffen maatregel
                                gecompenseerd worden. Het zich in de woning verplaatsen betreft het
                                in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de
                                slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging, de tuin of het
                                balkon te kunnen bereiken en er zich zodanig kunnen redden dat
                                normaal functioneren mogelijk is.</al><al>2. Het zich om de woning verplaatsen kan bestaan uit het kunnen doen
                                van dagelijkse boodschappen, het bezoeken van personen in de directe
                                leefomgeving en het doen van overige gewenste activiteiten binnen de
                                directe leefomgeving.</al><al/><al>Artikel 10. Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</al><al>Als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan
                                een compenserende maatregel, al dan niet collectief afgenomen,
                                worden getroffen ten aanzien van verplaatsingen over de korte
                                afstand rond de woning en verplaatsingen over de langere afstand
                                binnen de directe woon en leefomgeving.</al><al/><al>Artikel 11. Het ontmoeten van medemensen en het aangaan/onderhouden
                                van sociale verbanden</al><al>Als het gaat om de mogelijkheid om contacten te hebben met
                                medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                religieuze activiteiten kan een compenserende maatregel worden
                                getroffen.</al><al/><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 12. Aanmelding voor een gesprek</al><al>1. Aan een aanvraag voor een compenserende maatregel ex artikel 1,
                                lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een gesprek
                                vooraf.</al><al>2. Aan een gesprek gaat een aanmelding vooraf.</al><al>3. Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, mondeling,
                                telefonisch of digitaal worden gedaan bij het Wmo loket van de
                                gemeente Eemnes.</al><al/><al>4. Uiterlijk binnen 10 werkdagen na de aanmelding zal er een
                                afspraak voor het gesprek zijn gemaakt.</al><al>5. Nadat er een afspraak is gemaakt voor het voeren van een gesprek,
                                ontvangt belanghebbende hier een schriftelijke bevestiging van.</al><al/><al>Artikel 13. Het gesprek</al><al>1. Aan een aanvraag voor een compenserende maatregel gaat een
                                gesprek vooraf.</al><al>a. Het gesprek wordt afgestemd op de wensen en behoeften van
                                belanghebbende.</al><al>b. Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van een lijst met te
                                bespreken punten, op basis van de International Classification of
                                Functions, Disabilities and Impairments.</al><al>c. Voorafgaand aan het gesprek ontvangt de belanghebbende de lijst
                                met de te bespreken punten.</al><al/><al>Artikel 14. Het verslag. </al><al>1. Het gesprek wordt vastgelegd in een verslag. Het verslag bevat in
                                ieder geval:</al><al> Een omschrijving van de beperking, het chronisch psychisch probleem
                                en/of het psychosociaal probleem zoals ervaren door belanghebbende;
                                De mogelijkheden die belanghebbende heeft ondanks dit probleem; De
                                problemen die belanghebbende ondervindt op basis van dit probleem;
                                De resultaten die belanghebbende wil bereiken op de in artikel 4 lid
                                1 Wmo omschreven terreinen; Wat belanghebbende zelf, eventueel met
                                hulp van anderen/het netwerk kan doen om oplossingen te
                                bewerkstelligen. Wat belanghebbende zelf kan betekenen voor anderen.
                                Welke ondersteuning er van instanties/gemeente/hulpverleners nodig
                                is. </al><al>2. Nadat het gesprek heeft plaatsgevonden ontvangt belanghebbende
                                hier een verslag van.</al><al/><al>Artikel 15. De aanvraag.</al><al>1. De aanvraag voor een compenserende maatregel moet schriftelijk
                                plaatsvinden.</al><al>2. Een aanvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger is verplicht
                                aan het college of de door hen aangewezen adviesinstantie die
                                gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn
                                voor het vaststellen van de compensatienoodzaak en de beoordeling
                                van de aanvraag.</al><al>3. Op de aanvraag wordt binnen 8 weken beslist.</al><al>4. In afwijking van lid 3 geldt een beslistermijn binnen een termijn
                                van 16 weken met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de in
                                artikel 5 en 9 genoemde resultaten</al><al/><al/><al>Artikel 16. Het maken van een afweging.</al><al>1. Bij het beoordelen van de te treffen compensatie neemt het
                                college de bevindingen uit het gesprek als uitgangspunt.</al><al>2. Het college gaat uit van de persoonskenmerken en behoeften van de
                                aanvrager. Hierbij onderzoekt het college de compensatienoodzaak ten
                                behoeve van het te bereiken resultaat en de mate waarin
                                belanghebbende zelf in oplossingen kan voorzien.</al><al>3. In de afweging van de te treffen compenserende maatregel is het
                                te bereiken resultaat leidend.</al><al/><al>Artikel 17. Advisering</al><al>1. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn
                                voor de vaststelling van de compensatienoodzaak en de beoordeling
                                van de aanvraag, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij
                                gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten:</al><al>a. op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te
                                bepalen plaats en tijdstip en hem te ondervragen, rekening houdend
                                met de in de persoon gelegen mogelijkheden en/of beperkingen.</al><al>b. op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of
                                meer daartoe aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of
                                onderzoeken.</al><al/><al>Artikel 18. De inhoud van de beschikking</al><al>1. Bij het treffen van een compenserende maatregel worden de
                                volgende onderdelen in ieder geval bij beschikking vastgelegd:</al><al>a. De belangrijkste conclusies uit het gesprek.</al><al>b. Het te bereiken resultaat.</al><al>c. De eigen oplossingen van belanghebbende om het resultaat te
                                bereiken.</al><al>d. Welke compenserende maatregelen het college treft om het
                                resultaat te bereiken en de omvang daarvan.</al><al>e. In welke vorm de compensatie plaatsvindt: in natura, als
                                persoonsgebonden budget of als financiële tegemoetkoming.</al><al>f. Per wanneer de compensatie ingaat en de duur daarvan.</al><al>g. Bij ondersteuning in natura: welke organisatie de ondersteuning
                                levert.</al><al>h. De voorwaarden waaronder de compensatie plaatsvindt</al><al>i. De vermelding van de eigen bijdrage of van het eigen
                                aandeel.</al><al>j. De regels die gelden ten aanzien van de verantwoording van het
                                pgb/de financiële tegemoetkoming.</al><al>k. Indien van toepassing het totaal aantal uren (huishoudelijke)
                                zorg, inclusief het aantal uren mantelzorg.</al><al/><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Bepalingen ten aanzien van de te treffen compenserende
                                maatregelen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 19. Vorm van de compensatie</al><al>1. De compenserende maatregelen kunnen in natura, als financiële
                                tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget worden verstrekt.</al><al>2. Indien tegen het compenseren via een persoonsgebonden budget
                                overwegende bezwaren bestaan zal het college geen persoonsgebonden
                                budget verstrekken. Het college kan hierover nadere regels
                                stellen.</al><al>3. Het college kan steekproefsgewijs een controle uitvoeren naar een
                                rechtmatige besteding van het persoonsgebonden budget/de financiële
                                tegemoetkoming.</al><al>4. Belanghebbende is verplicht gedurende een periode van vijf jaar
                                alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de
                                compensatie beschikbaar te houden.</al><al/><al>Artikel 20. Eigen bijdragen en eigen aandeel</al><al>1. Bij het treffen van een compenserende maatregel als individuele
                                voorziening op grond van de wet, is de aanvrager een eigen bijdrage
                                of eigen aandeel verschuldigd.</al><al>2. De omvang van de verschuldigde eigen bijdrage wordt vastgesteld
                                op de maximale eigen bijdrage binnen de kaders van artikel 4.1 en
                                4.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning.</al><al>3. De omvang van het eigen aandeel in de kosten bij de toekenning
                                van een financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld op het maximale
                                eigen aandeel binnen de kaders van artikel 4.1 en 4.2 van het
                                Besluit maatschappelijke ondersteuning.</al><al/><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Procedurele bepalingen </titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 21. Wijziging situatie</al><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een compenserende
                                maatregel is verstrekt, is verplicht direct aan het college
                                mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn
                                de op de compensatienoodzaak en/of de aanspraak op
                                ondersteuning.</al><al/><al>Artikel 22. Heronderzoek</al><al>Het college kan een heronderzoek instellen naar de aanwezigheid van
                                een compensatienoodzaak en de mate waarin belanghebbende in eigen
                                oplossingen kan voorzien.</al><al/><al>Artikel 23. Intrekking.</al><al>1. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze
                                verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><al>a. niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of
                                krachtens deze verordening,</al><al>b. Indien de compenserende maatregel niet binnen een termijn van
                                maximaal zes maanden is aangeschaft en/of in gebruik is
                                genomen.</al><al>c. op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens
                                zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest,
                                een andere beslissing zou zijn genomen.</al><al/><al/><al>Artikel 24. Terugvordering.</al><al>1. Indien het recht op een compenserende maatregel is ingetrokken
                                kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming
                                of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.</al><al>2. Ingeval het recht op een compenserende maatregel is ingetrokken
                                kan deze worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op
                                basis van onjuiste gegevens.</al><al/><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 25. Hardheidsclausule.</al><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                                afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing
                                van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                                leidt.</al><al/><al>Artikel 26. Nadere regels en indexering.</al><al>1. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het
                                bepaalde in deze verordening.</al><al>2. Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                                verordening en het op deze verordening berustende gemeentelijk
                                nadere regels behorende bij de Verordening wet maatschappelijk
                                ondersteuning gemeente Eemnes 2013, geldende bedragen verhogen of
                                verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het
                                Centraal Bureau van de Statistiek en de NEA-index.</al><al/><al>Artikel 27. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen.</al><al>1. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na
                                bekendmaking.</al><al>2, Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                Eemnes 2011.</al><al>3. Een besluit, genomen op grond van de Voorzieningenverordening
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2011, blijft na
                                inwerkingtreding van deze verordening, voor de duur van dat besluit
                                van kracht.</al><al>4. Op aanvragen en bezwaarschriften, ingediend vóór de
                                inwerkingtreding van deze verordening, waarop nog geen besluit is
                                genomen, is deze verordening direct van toepassing.</al><al/><al>Artikel 28. Citeertitel.</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening wet
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2013”.</al><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Eemnes in zijn openbare
                        vergadering van 27 mei 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>J.A. de Bruijn R. van Benthem RA</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Eemnes/i231668.pdf">Toelichting op de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemnes 2013</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>