<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30959_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-08-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Harlinger courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">de artikel 108 en 150 van de Gemeentewet en artikel 6 van de Wegenverkeerswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-08-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-08-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>“Parkeerverordening 2006" vervalt</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-27771</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Raad : 20 augustus 2008</al>
          <al>Agendanr. :</al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al>. .</al>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
          <al>. .</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>DE RAAD DER GEMEENTE HARLINGEN;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ………2008;</al>
          <al/>
          <al>gelet op de artikel 108 en 150 van de Gemeentewet en artikel 6 van de
                        Wegenverkeerswet;</al>
          <al/>
          <al>b e s l u i t:</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de
                        verlening van vergunningen voor het parkeren.</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al/>
            <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <al>a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                            staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor
                            en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen
                            dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de
                            gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                            weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                            wettelijk voorschrift is verboden;</al>
            <al>b. motorvoertuig : hetgeen hieronder wordt verstaan in het Reglement
                            Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459 (RVV 1990)
                            dan wel de Wegenverkeerswet van 21 april 1994, Stb. 475 (WVW 1994);</al>
            <al> voertuig : idem;</al>
            <al> bromfiets : idem;</al>
            <al> brommobiel : idem;</al>
            <al> gehandicaptenvoertuig : idem;</al>
            <al> aanhangwagen : idem;</al>
            <al>c. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig
                            moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig of
                            brommobiel dat is ingeschreven in het krachtens de WVW 1994 aangehouden
                            register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op
                            wiens naam het voor het motorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken
                            ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven dan wel
                            degene, die middels een leasecontract of werkgeversverklaring aan kan
                            tonen houder te zijn;</al>
            <al>d. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                            staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor
                            en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen
                            dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de
                            gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                            weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                            wettelijk voorschrift is verboden;</al>
            <al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van
                            verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                            overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al>
            <al>f. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                            parkeerapparatuur; </al>
            <al>g. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al>
            <al>1. aangeduid is met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, of</al>
            <al>2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van
                            het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                            uitgezonderd;</al>
            <al>h. vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning,
                            krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig of brommobiel te
                            parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                            belanghebbendenplaatsen; </al>
            <al>i. vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                            vergunning is verleend;</al>
            <al>j. wonen: opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie van
                            Harlingen.</al>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen.</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>1. Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit,
                            weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                            vergunninghouders.</al>
            <al>2. Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit,
                            tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                            toegestaan.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>1. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek
                            een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                            parkeerapparatuurplaatsen.</al>
            <al>2. Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                            motorvoertuig of brommobiel wanneer deze</al>
            <al>a. woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door
                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn,
                            dan wel</al>
            <al>b. een beroep of bedrijf, blijkens inschrijving in het handelsregister,
                            uitoefent gevestigd in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of
                            mede door vergunninghouder te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                            aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang van diens beroep- of
                            bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig of
                            brommobiel te parkeren.</al>
            <al>3. De eigenaar of houder van een motorvoertuig of brommobiel die voldoet
                            aan beide in het tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat betreft
                            de eerste aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden aan de onder a
                            genoemde voorwaarde.</al>
            <al>4. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                            vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen of
                            brommobielen die niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde
                            voorwaarden.</al>
            <al>5. Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                            betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
                            tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al>
            <al>6. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere
                            voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                            beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een
                            goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>1. Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde
                            in de volgende leden van dit artikel, regels geven voor het aanvragen en
                            verlenen van een vergunning.</al>
            <al>2. Burgemeester en wethouders beslissen binnen 2 maanden na ontvangst
                            van een aanvraag voor een vergunning.</al>
            <al>3. Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                            termijn met ten hoogste een maand verlengen.</al>
            <al> Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in
                            kennis gesteld.</al>
            <al>4. Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed. De
                            aanvrager wordt van deze afwijzing schriftelijk in kennis gesteld.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>1. Een vergunning wordt voor ten hoogste 12 maanden verleend.</al>
            <al>2. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al>
            <al>a. de periode waarvoor de vergunning geldt;</al>
            <al>b. het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al>
            <al>c. de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het motorvoertuig
                            of brommobiel waarvoor de vergunning is verleend.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>1. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al>
            <al>a. op verzoek van de vergunninghouder;</al>
            <al>b. wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is
                            verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf
                            beëindigt;</al>
            <al>c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                            die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al>
            <al>d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt
                            te vervallen;</al>
            <al>e. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                            vergunning verbonden voorschriften;</al>
            <al>f. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                            gegevens zijn verstrekt;</al>
            <al>g. om redenen van openbaar belang.</al>
            <al>2. Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met
                            redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen van
                            de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Verbodsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>1. Het is verboden om een fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuig dan
                            wel materialen, goederen of voorwerpen te plaatsen of te laten
                            staan:</al>
            <al>a. op een parkeerapparatuurplaats;</al>
            <al>b. op een belanghebbendenplaats.</al>
            <al>2. Het is verboden een fiets, bromfiets of enig ander voorwerp op
                            zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten
                            staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of
                            verhinderd.</al>
            <al>3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                            bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                            belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar
                            een voertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al>
            <al>a. zonder vergunning;</al>
            <al>b. zonder dat het motorvoertuig of brommobiel duidelijk zichtbaar is
                            voorzien van het vergunningbewijs;</al>
            <al> c. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al>
            <al>2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                            bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Strafbepaling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al>
            <al/>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>V</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, derhalve
                            de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door burgemeester en wethouders aangewezen
                            ambtenaren belast.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Parkeerverordening
                            2009”.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel/>
            </kop>
            <al>1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009.</al>
            <al>2. Op 1 januari 2009 vervalt de “Parkeerverordening 2006”.</al>
            <al/>
            <al/>
            <al/>
            <al> Vastgesteld door de raad in zijn</al>
            <al> vergadering van 20 augustus 2008.</al>
            <al/>
            <al/>
            <al> , de voorzitter.</al>
            <al/>
            <al/>
            <al> , de raadsgriffier.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Harlingen/i2335.pdf">verordening Parkeerverordening 2009 artikel 21</extref>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>