<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30958_1</dcterms:identifier><dcterms:title>wegsleepverordening gemeente Harlingen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-08-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Harlinger Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>wegsleepverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-06-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>wegsleepverordening gemeente Harlingen 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;</al><al>voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al RVV 1990;</al><al>motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c
                        van de wet;</al><al>het college: het college van burgemeester en wethouders.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                            verwijderd,overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                            vrijhouden van wegen en weggedeelten</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten,bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de
                        wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen
                        voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde
                        soorten van wegen en weggedeelten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: C.L. internationaal Oude Trekweg 86</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats
                        zijn:
                    dagelijks van 00.00 tot 24.00 uur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats
                        bedragen: basistarief/voorrijkosten € 67,50. overbrengkosten € 67,50.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen: € 14,00 per etmaal of een gedeelte daarvan;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval
                            van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                            ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130,
                        vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1,
                        3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2009.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening gemeente
                        Harlingen 2009.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 juni 2009.</al></slotformulering><ondertekening>
          De voorzitter, De secretaris,
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting bij de wegsleepverordening gemeente Harlingen 2009</tussenkop><al/><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al/><al>Naar verwachting treden op 1 januari 2002 de Wet van 21 februari 1997,
                        houdende de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de
                        wijziging van de wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit
                        wegslepen van voertuigen in werking. Artikel 170 tot en met 173 WVW 1994
                        zijn geheel vervangen door nieuwe bepalingen. De wijzigingswet is bij de
                        Invoeringswet van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb),
                        deel II, nog aangepast in verband met de overgang van de bepalingen over de
                        uitvoering van bestuursdwang uit de Gemeentewet naar de Awb.</al><al>Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor gemeenten
                        het volgende in.</al><al>Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen Het uitvoeren van de
                        wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de burgemeester, maar van het
                        gehele college van burgemeester en wethouders. Het wegslepen van een
                        voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de
                        Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Deze
                        regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van
                        voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit de Awb niet van
                        toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat
                        op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open.</al><al>Uitgebreide werking</al><al>Op grond van de oude (lees steeds: huidige) WVW 1994 mochten op de weg
                        staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid
                        op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van
                        invalidenparkeerplaatsen. Op grond van de herziene regeling in de WVW 1994
                        en het daarop gebaseerde Besluit wegslepen van voertuigen is het
                        laatstgenoemde criterium uitgebreid. Zowel de VNG als een aantal grote(re)
                        gemeenten hebben hier sterk op aangedrongen bij zowel het ministerie van
                        Verkeer en Waterstaat als de Tweede Kamer. Er zijn immers meer locaties
                        denkbaar waar fout parkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren zonder dat de
                        veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding is.
                        Direct optreden tegen dergelijke fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde
                        gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd
                        parkeren op laad- en loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen,
                        voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten moeten eerst
                        nader worden aangewezen in een gemeentelijke verordening voordat gemeenten
                        gebruik kunnen maken van deze bevoegdheid.</al><al>In zowel in de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet
                        zonder meer kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria
                        wordt voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is
                        belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen
                        van het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van
                        een voertuig dat om 4.00 uur 's nachts in strijd met een van de genoemde
                        criteria is geparkeerd, zal doorgaans als niet of minder urgent moeten
                        worden beschouwd. In zo'n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door
                        een opsporingsambtenaar doorgaans volstaan.</al><al>Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang</al><al>Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
                        principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden.
                        Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet
                        administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via
                        het opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van
                        bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door
                        het college van burgemeester en wethouders. In de oude wegsleepregeling
                        bestond er een onlosmakelijk verband tussen beide vormen van optreden.
                        Voordat tot het wegslepen van een voertuig kon worden overgegaan, moest
                        altijd eerst een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder worden opgemaakt.
                        Indien het desbetreffende proces-verbaal werd geseponeerd of wanneer
                        vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden
                        ook de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig te worden
                        terugbetaald. In de nieuwe wegsleepregeling wordt deze koppeling losgelaten.
                        Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder, voordat tot
                        het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet meer vereist,
                        maar kan nog steeds wel samengaan. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk
                        is om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen
                        wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor
                        eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op grond van de Awb is het
                        verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te
                        leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan
                        van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel sepot,
                        vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de
                        rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden
                        om ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college van
                        burgemeester en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure een
                        zelfstandige afweging.</al><al>Verordening In artikel 170 e.v.</al><al>WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van burgemeester en
                        wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van
                        voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet
                        is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid gebruikmaken
                        wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over
                        de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid van de
                        wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval regels te
                        worden gesteld over:</al><al>1. de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden
                        bewaard;</al><al>2. de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het
                        wegslepen en bewaren van voertuigen;</al><al>3. de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van
                        artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden
                        weggesleept.</al><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de
                        nadere regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de
                        hiervoor genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van
                        burgemeester en wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de
                        verordening kan wel door het college van burgemeester en wethouders
                        geschieden (bijvoorbeeld door middel van beleidsregels).</al><al>Wegsleepwaardige overtredingen</al><al>Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de
                        oude WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het
                        belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het
                        vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen. In vele bestaande
                        wegsleepregelingen van de burgemeester is concreet aangegeven in welke
                        gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor
                        is vaak aansluiting gezocht bij de delictsomschrijvingen uit de WVW 1994 of
                        het RVV 1990. Zo'n aanpak kan uit praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn
                        omdat degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, direct
                        uit de regeling kan afleiden of een voertuig mag worden weggesleept. Toch
                        hebben wij gemeend bij het opstellen van een model-wegsleepverordening voor
                        een andere aanpak te moeten kiezen. Enerzijds omdat een gemeente zichzelf
                        nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer in de verordening zelf concreet
                        wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen worden onderscheiden.
                        Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994 kunnen immers
                        voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt overtreden én waarvan de
                        verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van:</al><al>a. de veiligheid op de weg of</al><al>b. de vrijheid van het verkeer of</al><al>c. het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</al><al>zonder meer worden weggesleept.</al><al>Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de
                        wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar
                        aansluiten. Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in
                        eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk
                        wordt gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten
                        worden geregeld. Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende
                        onderdelen van de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten
                        worden aangepast. Om die redenen hebben wij ervoor gekozen om de
                        delictsomschrijvingen niet in de modelverordening op te nemen, maar te
                        volstaan met een model-wegsleepverordening waarin alleen zaken zijn geregeld
                        die gemeenten aanvullend moeten en kunnen regelen.</al><al>Om gemeenten toch enig houvast te bieden bij de toepassing van de
                        wegsleepverordening hebben wij in een bijlage bij deze toelichting
                        aangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een
                        wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving.</al><al>Tot slot wijzen wij nog op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW 1994.
                        Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de
                        rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt
                        begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de
                        overbrenging wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan
                        dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de
                        takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder
                        bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel
                        zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden
                        kosten dienen te vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de
                        voorrijkosten van het sleepvoertuig en administratieve kosten.</al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;</al><al>voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder a1 RVV 1990;</al><al>motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c
                        van de wet;</al><al>het college: het college van burgemeester en wethouders.</al><al>Toelichting</al><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in
                        deze verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor
                        zich. Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.</al><al>Ad d. Voertuig</al><al>Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1, onder al RVV 1990 is omschreven,
                        is ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en
                        bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen
                        derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. Ook in de model-APV
                        is een bepaling opgenomen over de verwijdering van fietsen en bromfietsen
                        van de openbare weg (zie artikel 5.1.11). Deze bepaling is aanvullend op wat
                        de wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In artikel 5.1.11 van de
                        model-APV spelen namelijk andere belangen een rol, zoals de openbare orde en
                        veiligheid, het uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid.</al><al>Ad e. Motorrijtuig</al><al>Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat artikel 5 van de
                        wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen.</al><al/><al/><al>Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                        verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                        vrijhouden van wegen en weggedeelten</al><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van
                        de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeenten aangewezen
                        voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde
                        soorten van wegen en weggedeelten.</al><al/><al>Toelichting</al><al>Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de
                        bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor
                        het wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de
                        vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden
                        aangewezen. Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de
                        gemeente gebruik worden gemaakt. Voor het wegslepen van voertuigen in het
                        belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van
                        artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid,
                        aanhef en onder c WVW 1994 bij gemeentelijke verordening wegen en
                        weggedeelten worden aangewezen. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van
                        voertuigen is nader aangegeven om welke soorten van wegen en weggedeelten
                        het kan gaan, zoals onder andere gehandicaptenparkeerplaatsen,
                        taxistandplaatsen, laad- en loshavens, parkeerplaatsen voor
                        vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke. Het is aan de
                        gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten aan te
                        wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid
                        gebruik kan maken. In de tekst van de modelverordening is de ruimste variant
                        opgenomen: alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente zijn aangewezen. In
                        de toelichting bij dit artikel zijn twee minder vergaande varianten
                        opgenomen. In alternatief 1 worden alleen de wegen en weggedeelten binnen de
                        bebouwde kom aangewezen. In alternatief 2 wordt een aantal wegen en
                        weggedeelten met name genoemd. In beide varianten kiest een gemeente er dus
                        expliciet voor om slechts in bepaalde delen van de gemeente voertuigen weg
                        te slepen die op taxistandplaatsen, gehandicaptenparkeerplaatsen en
                        dergelijke staan. Kortom, een voertuig kan in het belang van het vrijhouden
                        van wegen en weggedeelten slechts worden weggesleept wanneer deze wegen en
                        weggedeelten én behoren tot de soorten van wegen en weggedeelten, zoals
                        bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, én zijn
                        aangewezen in de wegsleepverordening.</al><al>Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een parkeerovertreding,
                        zoals in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer voldoende is om
                        over te gaan tot het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per
                        geval zal tevens moeten worden beoordeeld of de specifieke
                        parkeerovertreding het wegslepen en in bewaring stellen van het
                        desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien bijvoorbeeld een voertuig
                        midden in de nacht op een laad- en loshaven wordt geparkeerd terwijl alle
                        winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaal gesproken niet weggesleept
                        mogen worden. </al><al>Artikel 3 Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</al><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: het terrein van
                        C.L. internationaal, gelegen aan de Oude Trekweg 86;</al><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats zijn:
                        dagelijks van 00.00 tot 24.00 uur na telefonisch contact.</al><al/><al>Toelichting</al><al>De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege de redactie van artikel
                        173, tweede lid WVW 1994 moet de plaats van bewaring van voertuigen door de
                        gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester
                        en wethouders is niet mogelijk. In onvoorziene omstandigheden is het
                        denkbaar dat de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter
                        handhaving van de openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als
                        plaats van bewaring van voertuigen. Als plaats van bewaring van voertuigen
                        hebben wij gekozen voor het terrein van C.L. Internationaal aan de Oude
                        Trekweg 86 te Harlingen. C.L. Internationaal is tot op heden belast met de
                        werkzaamheden die verband houden met het verwijderen van in strijd met
                        artikel 170, eerste lid WVW 1994 op de weg staande voertuigen. Voor het in
                        bewaring stellen van deze weggesleepte voertuigen heeft genoemd bedrijf een
                        terrein beschikbaar. Het perceel Oude Trekweg 86 te Harlingen is goed
                        bereikbaar, ook met het openbaar vervoer. De openingstijden zijn ruim
                        gekozen.</al><al>Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</al><al>1. De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats
                        bedragen: </al><al>basistarief/voorrijkosten € 67,50.</al><al>overbrengkosten € 67,50.</al><al>2. De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen: </al><al>€ 14,00 per etmaal of een gedeelte daarvan;</al><al>Toelichting</al><al>In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is
                        geregeld welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in
                        bewaring stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het
                        gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband
                        houden met het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om
                        kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop,
                        eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de
                        taxatie van deze voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en
                        dergelijke.</al><al/><al>In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal
                        inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van
                        de kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en
                        de bewaring van deze voertuigen anderzijds. Uiteraard dienen de opgenomen
                        kosten wel in overeenstemming te zijn met de genoemde kostencomponenten. De
                        gemeente dient uiteraard wel voor zichzelf en eventueel derden inzicht te
                        hebben in de wijze waarop de genoemde kosten zijn berekend. Deze berekening
                        zal ook in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures de gerechtelijke toets
                        moeten kunnen doorstaan.</al><al>In het tweede lid van deze bepaling, waarin de kosten van bewaring van
                        voertuigen worden geregeld, wordt het begrip 'etmaal' gebruikt. Het etmaal,
                        zoals hier bedoeld, begint op het moment van in bewaring nemen van een
                        voertuig en eindigt 24 uur later.</al><al>Artikel 5 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval
                        van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                        ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</al><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, zoals bedoeld in artikel
                        130, vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn
                        artikel 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.</al><al/><al>Toelichting</al><al>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze
                        wet nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een
                        voertuig te laten wegslepen en in bewaring te laten stellen.
                        Achtereenvolgens wordt hier gedoeld op:</al><al>het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
                        iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was van
                        drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164 WVW
                        1994);</al><al>de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk zichtbare
                        kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat motorrijtuig niet direct
                        te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan
                        voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan situaties dat er sprake
                        kan zijn van het 'knoeien' met kentekens in geval van autodiefstal.</al><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                        bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang.
                        Artikel 170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is
                        geregeld, is dan ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen.
                        In feite gaat het om een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het
                        strafrecht voorkomt.</al><al>Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X.
                        Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van overeenkomstige
                        toepassing verklaard. Het is raadzaam om ook in de wegsleepverordening de
                        artikelen over de bewaarplaats(en) van voertuigen en openingstijden (artikel
                        3) en de kosten van overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor
                        deze gevallen van overeenkomstige toepassing te verklaren.</al><al>Artikel 6 Inwerkingtreding</al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2009.</al><al/><al>Toelichting</al><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Bijlage bij toelichting van de wegsleepverordening gemeente Harlingen
                        2009</al><al>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer</al><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                        voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                        verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994)
                        noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:</al><al/><al>Plaats op de weg</al><al>een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad,
                        tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10
                        en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).</al><al/><al>Laten stilstaan</al><al>een voertuig is tot stilstand gebracht:</al><al>op een kruispunt, rotonde of een overweg;</al><al>op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook;</al><al>op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;</al><al>in een tunnel;</al><al>bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van de geblokte
                        markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van
                        minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het
                        onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers;</al><al>op de rijbaan langs een busstrook;</al><al>op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;</al><al>langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1
                        RVV 1990; </al><al>op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg of
                        autoweg, of - behoudens in noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven
                        of de berm van zo'n weg. (Zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en
                        bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.)</al><al>een voertuig is geparkeerd:</al><al>bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;</al><al>voor een inrit of een uitrit;</al><al>buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;</al><al>langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV
                        1990;</al><al>op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;</al><al>binnen een erf, waarbij - voorzover het een motorvoertuig betreft - geen
                        gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of
                        aangewezen;</al><al>op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt zonder dat de
                        voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld (zie artikel 24,
                        25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.).</al><al>een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een
                        aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare
                        ambtenaar of ander persoon (zie artikel 82 RVV 1990).</al><al/><al>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag</al><al>een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat
                        gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de
                        weg wordt of kan worden gehinderd (zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde
                        kapstokartikel).</al><al/><al>Toelichting</al><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                        wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de
                        verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de
                        algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld
                        moeten worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk
                        wegsleepwaardig is.</al><al>In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Bestuurders
                        van voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en
                        invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de
                        rijbaan. Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of
                        fietspad.</al><al>In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43,
                        tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.</al><al>In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24,
                        25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.</al><al>In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82
                        RVV 1990.</al><al>In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW
                        1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich
                        zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt
                        of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van
                        deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst
                        parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans
                        onder deze bepaling kan worden gebracht.</al><al>B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</al><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het
                        belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel
                        170, eerste lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen
                        van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig
                        geparkeerd is:</al><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het
                        RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in
                        artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een
                        parkeerverbod geldt;</al><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of
                        door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid
                        1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan
                        geldt;</al><al>op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan
                        niet met onderbord) voorzover:</al><al>het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen; -
                        het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd;</al><al>het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd.</al><al>op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij
                        het parkeren gebeurt met een taxi;</al><al>op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die
                        bijlage:</al><al>tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;</al><al>tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar
                        aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;</al><al>die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt
                        met dat voertuig.</al><al>op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met
                        uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het
                        voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen;</al><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voorzover
                        het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                        voertuigen;</al><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en
                        bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig
                        waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;</al><al>in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die bijlage
                        (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren.</al><al>Toelichting</al><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                        wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de
                        verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het
                        vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de oude wettelijke regeling werd
                        een specifiek voorbeeld van een locatie genoemd waar voertuigen mochten
                        worden weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd, namelijk
                        de gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk meer
                        locaties denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk
                        werd geacht zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of
                        belemmering van de doorstroming van het verkeer. In artikel 2 van het
                        Besluit wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten
                        wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van
                        het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze soorten wegen en weggedeelten
                        zijn eerder onder a tot en met i nader aangeduid.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>