<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR30917_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Telecommunicatieverordening gemeente Uden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 23-06-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening gemeente Uden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet, art. 5, lid 4, Gemeentewet art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/29</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Telecommunicatieverordening van de gemeente Uden zoals vastgesteld door de Raad op 16 december 1999.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Telecommunicatieverordening gemeente Uden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        27 april 2010;</al><al>gelet op artikel 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en artikel
                        149 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="b."><al>openbaar elektronisch communicatienetwerk:
                                    telecommunicatienetwerk, zoals bedoeld in artikel 1.1, onder h,
                                    van de wet;</al></li><li nr="c."><al>kabels: kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de
                                    wet;</al></li><li nr="d."><al>voorzieningen: ondergrondse ondersteuningswerken als bedoeld in
                                    artikel 5.15 van de wet en kabels;</al></li><li nr="e."><al>openbare gronden: openbare wegen en wateren zoals bedoeld in
                                    artikel 1.1, onder aa, van de wet;</al></li><li nr="f."><al>aanbieder: aanbieder van een openbaar elektronisch
                                    communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1 van de wet;</al></li><li nr="g."><al>werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg,
                                    instandhouding of opruiming van kabels ten dienste van een
                                    openbaar elektronisch communicatienetwerk in of op openbare
                                    gronden.</al></li><li nr="h."><al>gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld
                                    in artikel 5.2, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="i."><al>College: College van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="j."><al>melding: melding als bedoeld in artikel 5.4 eerste lid, onder a,
                                    van de wet;</al></li><li nr="k."><al>instemmingsbesluit: besluit van het College als bedoeld in
                                    artikel 5.4 eerste lid, onder b, van de wet;</al></li><li nr="l."><al>huisaansluiting: het gedeelte van een kabel van minder dan 15
                                    meter in openbare gronden dat een openbaar elektronisch
                                    communicatienetwerk verbindt met een netwerkaansluiting als
                                    bedoeld onder artikel 1.1, onder k, van de wet;</al></li><li nr="m."><al>werkzaamheden van niet-ingrijpende aard: - het aanbrengen of
                                    verwijderen van kabels in reeds aangebrachte voorzieningen; -
                                    reparaties aan het openbare elektronische communicatienetwerk
                                    met een lengte van minder dan 15 meter en niet vallend onder
                                    artikel 3, eerste lid; - het maken van huisaansluitingen;</al></li><li nr="n."><al>handboek: door het College vastgestelde of nader vast te stellen
                                    regels betreffende ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en
                                    verwijdering van kabels en leidingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen
                                ten minste acht weken voor de aanvang aan het College met een door
                                het College vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                vooroverleg voeren met het College teneinde de melding, bedoeld in
                                het eerste lid van dit artikel voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een
                                andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het College uiterlijk
                                vier weken na ontvangst van de melding in het eerste lid
                                schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg
                                tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet-ingrijpende aard kan
                                de aanbieder volstaan met een melding aan het College minimaal twee
                                dagen voorafgaande aan de werkzaamheden met een daarvoor door het
                                College vastgesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel></kop><al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige
                            belemmering of storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6,
                            tweede lid, van de wet volstaat de aanbieder met een melding voorafgaand
                            aan de start van de werkzaamheden. De aanbieder maakt achteraf zo
                            spoedig mogelijk melding van de werkzaamheden via een door de
                            burgemeester vast te stellen formulier aan de burgemeester of een
                            daartoe gemachtigde ambtenaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze
                                verordening verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die
                                        de kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert of
                                        exploiteert.</al></li><li nr="b."><al>een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met
                                        kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het
                                        aantal buizen dat leeg wordt aangebracht;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf in
                                        kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang,
                                        beëindiging en de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al><lijst><li nr="1."><al>een opgave van het gewenste tracé met daarbij
                                                duidelijke (digitale) tekeningen (schaal 1:500) en
                                                daarop aangegeven wat de te verbinden locaties zijn;
                                            </al></li><li nr="2."><al>een opgave van de objecten die ten tijde van de
                                                werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de
                                                gewenste situering daarvan;</al></li><li nr="3."><al>een opgave wanneer werkzaamheden aanvangen en
                                                wanneer de werkzaamheden eindigen;</al></li><li nr="4."><al>een omschrijving van de opbrekingen van de
                                                verharding;</al></li><li nr="5."><al>de doorsnede van de kabel en indien van toepassing
                                                de kabelgoot;</al></li><li nr="6."><al>de lengte en breedte van de kabelgoot; </al></li><li nr="7."><al>de opgave van ondergrondse (handholes en dergelijke)
                                                of bovengrondse kasten waarvoor geen bouwvergunning
                                                noodzakelijk is, alsmede de situering en afmetingen
                                                daarvan;</al></li><li nr="8."><al>naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer van de
                                                contactpersoon, aannemers of onderaannemers die
                                                belast zijn met de werkzaamheden en van een door hen
                                                aangewezen contactpersoon die ten tijde van de
                                                uitvoering van de werkzaamheden vierentwintig uur
                                                per dag bereikbaar is in verband met mogelijke
                                                calamiteiten;</al></li><li nr="9."><al> de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de
                                                openbare grond aanwezige kabels en leidingen
                                                waarborgen;</al></li><li nr="10."><al>de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de
                                                nabijheid van de uit te voeren werkzaamheden;</al></li><li nr="11."><al>alle overige van belang zijnde feiten en
                                                omstandigheden gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en
                                                3 van de wet genoemde belangen;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan nadere regels stellen met betrekking tot de gegevens
                                die bij de melding worden verstrekt alsook over de wijze waarop deze
                                gegevens worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvullende verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanbieder is verplicht omwonenden en bedrijven ter plaatse van de
                                uit te voeren werkzaamheden schriftelijk op de hoogte te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde brief dient minimaal twee dagen
                                voorafgaand aan de werkzaamheden te zijn verzonden. Een kopie van
                                deze brief moet ook aan de gemeente worden verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beslistermijn en aanhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                                van deze verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na ontvangst
                                van de melding. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan
                                worden afgegeven, deelt het College dit aan de aanvrager mede en
                                noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking
                                wel tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel
                                houdt het College de beslissing aan, indien er in verband met
                                werkzaamheden ten behoeve van het openbare elektronisch
                                communicatienetwerk een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het instemmingsbesluit heeft een maximale werkingsduur van zes
                                maanden. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen drie maanden
                                na aanvang van de werkzaamheden, tenzij in het instemmingsbesluit
                                anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de
                                plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud,
                                verplaatsing en opruiming van kabels, het bevorderen van medegebruik
                                van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden
                                met beheerders van overige in de grond aanwezige werken, alsook over
                                de afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren, behorende
                                bij een openbaar elektronisch communicatienetwerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien binnen vijf jaren na groot onderhoud of herinrichting van de
                                openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het
                                College bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee
                                gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de aanbieder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan herstel van bijzondere bestrating kan het College nadere
                                voorwaarden stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in
                                    openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van
                                    bestaande, hetzij door andere aanbieders dan wel door of in
                                    opdracht van het College aangelegde voorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dan wel
                                    een door het College opgestart overleg naar aanleiding van een
                                    melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is er mede op
                                    gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé
                                    gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te
                            maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen,
                            kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht om
                            voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen
                            gebruik te maken.</al></li><li nr="4."><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
                            nieuwe kabels, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen, of
                            aan andere aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik van de kabels
                            te doen, op grond van artikel 5.12, van de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Melding wijzigingen voorzieningen</titel></kop><al>De aanbieder stelt het College onverwijld schriftelijk in kennis van het
                            feit dat de eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel
                            verandert of dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar
                            elektronisch telecommunicatienetwerk in of op openbare gronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het College aangewezen
                            personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De op 16 december 1999 vastgestelde “Telecommunicatieverordening van de
                            gemeente Uden” wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 11 genoemde verordening blijft van kracht op meldingen
                                waarop reeds krachtens diezelfde verordening is beslist, maar
                                waarvan de uitvoering op het moment van inwerkingtreding van de
                                onderhavige verordening nog niet is gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een melding is gedaan op grond van de in artikel 11 bedoelde
                                verordening maar waarop nog niet is beslist, wordt daarop de
                                onderhavige verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Telecommunicatieverordening
                            gemeente Uden. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 3 juni 2010.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>drs. M.A.H. Heffels drs. H.A.G. Hellegers </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet><onderstreept>Inhoudsopgave</onderstreept></vet></al><al><onderstreept>Bla</onderstreept><onderstreept>d</onderstreept><onderstreept>zijde</onderstreept></al><al><vet>Telecommunicatieverordening gemeente Uden</vet></al><al> Artikel 1. Begripsomschrijving 1</al><al> Artikel 2. Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden 2</al><al> Artikel 3. Ernstige belemmeringen en storingen .2</al><al> Artikel 4. Gegevensverstrekking 2</al><al> Artikel 5. Aanvullende verplichtingen 3</al><al> Artikel 6. Beslistermijn en aanhouding 3</al><al> Artikel 7. Voorschriften en beperkingen bij instemming 3</al><al> Artikel 8. (Mede)gebruik van voorzieningen 3</al><al> Artikel 9. Melding wijzigingen voorzieningen 3</al><al> Artikel 10. Toezichthouders 4</al><al> Artikel 11. Intrekking oude verordening .4</al><al> Artikel 12. Overgangsrecht 4</al><al> Artikel 13. Inwerkingtreding 4</al><al> Artikel 14. Citeertitel 4</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Telecommunicatieverordening gemeente Uden</tussenkop><al><vet>Algemeen</vet> 6</al><al> Lege buizen 6</al><al> Gedoogplicht openbare gronden .6</al><al> Aanbieder netwerk 6</al><al> Medegebruik 6</al><al> Gedoogplicht lege buizen 10 jaar 6</al><al> Publiekrechtelijke instemming versus privaatrechtelijke toestemming 7</al><al> Instemmingsbesluit telecommunicatieverordening 7</al><al> Afstemming instemmingsbesluit en andere benodigde vergunningen 7 Herstraten
                    7</al><al> Verplaatsen van kabels 7</al><al> Telecomkabels versus andere nutsleidingen .7</al><al> Exploitatie van openbare elektronische communicatienetwerken 8</al><al> Eigendom netwerken 8</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al> Artikel 1. Begripsomschrijving 9</al><al> Artikel 2. Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden 9</al><al> Artikel 3. Ernstige belemmeringen en storingen .9</al><al> Artikel 4. Gegevensverstrekking 10</al><al> Artikel 5. Aanvullende verplichtingen 10</al><al> Artikel 6. Beslistermijn en aanhouding 10</al><al> Artikel 7. Voorschriften en beperkingen bij instemming 10</al><al> Artikel 8. (Mede)gebruik van voorzieningen 11</al><al> Artikel 9. Melding wijzigingen voorzieningen 11</al><al> Artikel 10. Toezichthouders 11</al><al> Artikel 11. Intrekking oude verordening .11</al><al> Artikel 12. Overgangsrecht 11</al><al> Artikel 13. Inwerkingtreding 11</al><al> Artikel 14. Citeertitel 11</al><tussenkop>Toelichting Telecommunicatieverordening gemeente Uden </tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op 1 februari 2007 is in werking getreden een wijziging van de
                    Telecommunicatiewet (Stb. 2007,17). De wijzingen betreffen met name hoofdstuk 5
                    van de wet: De aanleg, instandhouding en opruiming van kabels. In dit hoofdstuk
                    is onder meer geregeld de gedoogplicht van de gemeente voor
                    telecommunicatiekabels in de openbare gronden met het adagium ‘leggen om niet,
                    verleggen om niet’. De wetswijziging is er mede op gericht de belangen van
                    gemeenten als beheerder van de openbare gronden en de telecombedrijven meer in
                    evenwicht te brengen. De belangrijkste wijzigingen betreffen kort de volgende
                    onderwerpen:</al><tussenkop>Lege buizen</tussenkop><al>In de eerste plaats is met het wetsontwerp een technisch-juridische fout
                    goedgemaakt. Daardoor vallen lege buizen die bestemd zijn voor telecomkabels,
                    alsnog onder hetzelfde juridische regime als 'gevulde' buizen. Dit betekent dat
                    ook het verplaatsen van de lege buizen bij de uitvoering van werken of de
                    oprichting van gebouwen op kosten van het telecommunicatiebedrijf (hierna:
                    telecombedrijf) moet gebeuren.</al><tussenkop>Gedoogplicht openbare gronden</tussenkop><al>Artikel 5.2, eerste lid, bepaalt dat de gedoogplicht geldt voor openbare gronden
                    in de gemeente. Als door een bestemmingswijziging de grond zijn openbaarheid
                    verliest vervalt de gedoogplicht, ook al blijft de grond daarbij in eigendom van
                    de gedoogplichtige. Een voorbeeld: een woonwijk wordt helemaal opnieuw
                    ingericht, waardoor de telecomkabels in tuinen van nieuw te bouwen woningen
                    komen te liggen. Geldt dan nog de gedoogplicht? Nee, de gedoogplicht vervalt
                    puur op basis van het feit dat de grond niet meer openbaar is. Op basis van lid
                    1 van artikel 5.2 doet het er niet toe of er sprake is van uitvoering van werken
                    of de oprichting van gebouwen op die locatie. Hoe dit in de praktijk gaat werken
                    is nog onduidelijk. Zo is het de vraag of de kabel echt verwijderd moet worden
                    als deze geen hinder oplevert.</al><tussenkop>Aanbieder netwerk</tussenkop><al>Artikel 5.1 breidt het begrip 'aanbieder netwerk' uit tot een aanlegger van een
                    netwerk die dit niet zelf gaat exploiteren. Dat is bijvoorbeeld een aannemer die
                    voor eigen rekening en risico een telecommunicatienetwerk (hierna:
                    telecomnetwerk) aanlegt om het te verkopen of te verhuren. Het netwerk dient wel
                    binnen 10 jaar in gebruik te zijn genomen als ‘openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk’.</al><tussenkop>Medegebruik</tussenkop><al>Volgens artikel 5.2, zevende lid, dient het telecombedrijf op verzoek van de
                    gedoogplichtige gebruik te maken van reeds aanwezige mantelbuizen indien deze
                    tegen een marktconforme prijs ter beschikking worden gesteld. Die mantelbuizen
                    kunnen zijn aangelegd door de gemeente zelf of door een ander telecombedrijf.
                    Doel hiervan is te voorkomen dat er overbodig wordt gegraven in gemeentegrond.
                    De minister van EZ kan in verband met het medegebruik aanvullende voorwaarden
                    stellen bij de aanleg van netwerken. De verplichting tot mede gebruik wordt
                    opgelegd in het instemmingsbesluit.</al><tussenkop>Gedoogplicht lege buizen 10 jaar</tussenkop><al>Op grond van artikel 5.2, lid 8, dienen lege buizen binnen 10 jaar in gebruik te
                    zijn genomen voor openbare telecommunicatiediensten. Het telecombedrijf moet het
                    in gebruik nemen schriftelijk melden aan de gemeente. Heeft deze dit binnen
                    genoemde periode niet gedaan, dan is de gedoogplicht vervallen en kan de
                    gemeente de verwijdering van de lege buizen op kosten van het telecombedrijf
                    vorderen of precario heffen.</al><al>Voor reeds liggende lege buizen geldt op basis van het tweede lid van artikel
                    20.5 van de wet, een overgangsmaatregel. Tot 1 januari 2018 moeten deze worden
                    gedoogd, tenzij deze gevaar of ernstige hinder opleveren. De telecombedrijven
                    zijn verplicht na inwerkingtreding van het wetsontwerp de lege buizen
                    schriftelijk aan de gemeente te melden.</al><tussenkop>Publiekrechtelijke instemming versus privaatrechtelijk
                    toestemming</tussenkop><al>Voor het aanleggen van een netwerk heeft het telecombedrijf in principe zowel
                    een publiekrechtelijke instemming van de gemeente nodig op grond van de
                    Telecommunicatiewet, als een privaatrechtelijke toestemming van de gemeente als
                    eigenaar/beheerder van de openbare grond. Om "dubbel werk" te voorkomen is in de
                    wet bepaald dat het instemmingsbesluit van de gemeente tevens de
                    privaatrechtelijke toestemming inhoudt. Dit is geregeld in artikel 5.4, lid 7
                    van de Telecommunicatiewet.</al><tussenkop>Instemmingsbesluit telecommunicatieverordening</tussenkop><al>Artikel 5.4 van de wet gaat gedetailleerd in op de instemmingsprocedure. Hierbij
                    is meer rekening gehouden met de belangen van de gedoogplichtige gemeente. Zo
                    moet het tijdstip van start van de werkzaamheden aan de kabel(s) liggen binnen
                    12 maanden na datum van het instemmingsbesluit, tenzij er zwaarwichtige redenen
                    zijn van publiek belang om de werkzaamheden later te starten.</al><tussenkop>Afstemming instemmingsbesluit en andere benodigde
                    vergunningen</tussenkop><al>Artikel 5.5 van de wet legt gemeente de verplichting op zorg te dragen van de
                    inhoudelijke afstemming tussen het gemeentelijke instemmingsbesluit en andere
                    voor het tracé benodigde vergunningen van een ander bestuursorgaan, bijvoorbeeld
                    indien de kabel moet worden gelegd in een dijk in beheer van een
                    waterschap.</al><tussenkop>Herstraten</tussenkop><al>Artikel 5.7 geeft antwoord op de vraag wie herstraat na beëindiging van de
                    werkzaamheden. Dit is de aanlegger, tenzij de gemeente heeft aangegeven dit zelf
                    te willen doen. De gemeente dient hiervoor marktconforme tarieven in rekening te
                    brengen.</al><tussenkop>Verplaatsen van kabels</tussenkop><al>Artikel 5.8 van de wet geeft een uitbreiding van de plicht tot het nemen van
                    maatregelen dan wel het verplaatsen op kosten van het telecombedrijf bij de
                    uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen. Deze verplichting geldt ook
                    als de gemeente (op basis van bijvoorbeeld een overeenkomst met een
                    projectontwikkelaar) de plicht heeft de grond te leveren zonder concrete
                    problemen vanwege telecomkabels in verband met de oprichting van gebouwen door
                    deze projectontwikkelaar. Indien echter de gebouwen niet worden gerealiseerd
                    dient de gemeente de verplaatsingskosten te vergoeden.</al><al>Indien een verzoek tot het nemen van maatregelen of het verplaatsing van kabels
                    door de gemeente wordt gedaan binnen vijf jaar nadat op basis van een
                    instemmingsbesluit deze kabels zijn gelegd, dan komen de kosten daarvan voor
                    rekening van de verzoekende gemeente.</al><al>Het telecombedrijf dient binnen 16 weken na ontvangst van het verzoek tot het
                    nemen van maatregelen over te gaan. Betreft het een verzoek tot verplaatsen van
                    de kabels dan dient telecombedrijf binnen 12 weken na het beschikbaar komen van
                    een plaats waarheen de kabels verlegd kunnen worden, te starten met de
                    werkzaamheden. Indien de gemeente en een telecombedrijf het niets eens zijn over
                    de vraag wie de verplaatsingskosten moet betalen, kan dit geschil zowel door de
                    gemeente als het telecombedrijf worden voorgelegd aan de OPTA, die binnen acht
                    weken uitspraak doet.</al><tussenkop>Telecomkabels versus andere nutsleidingen</tussenkop><al>Artikel 5.9 van de wet bepaalt dat de aanleg, instandhouding of opruiming van
                    telecomkabels de aanwezige andere (nuts)leidingen of andere telecomkabels zo min
                    mogelijk mag hinderen of in gevaar brengen. Het telecombedrijf is verplicht op
                    zijn kosten aan deze hinder of gevaar een einde te maken. Geschillen hierover
                    kunnen worden voorgelegd aan de OPTA. Voor telecomkabels die reeds zijn
                    aangelegd op het tijdstip van ingang van het wetsontwerp, blijft gelden dat -
                    indien deze hinder of gevaar opleveren - dit moet worden opgelost via de
                    privaatrechtelijke weg van de onrechtmatige daad.</al><tussenkop>Exploitatie van openbare elektronische communicatienetwerken</tussenkop><al>Het is gemeenten verboden openbare elektronische communicatienetwerken te
                    exploiteren. Echter, wanneer een gemeente kan aantonen dat een breedbandig
                    openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk niet tot stand komt door de markt,
                    dan mag zij onder strikte voorwaarden genoemd in artikel 5.14 van de
                    Telecommunicatiewet, een belang hebben in een dergelijke onderneming.</al><tussenkop>Eigendom netwerken</tussenkop><al>De Telecommunicatiewet bepaalt dat het telecombedrijf eigenaar is van zijn
                    netwerk. Voor andere netwerken van nutsleidingen als water, elektriciteit, etc.
                    bestond de vraag of de grondeigenaar door zogenaamde verticale natrekking
                    eigenaar is, of het nutsbedrijf door horizontale natrekking. In het wetsontwerp
                    is een wijziging van het Burgerlijk Wetboek opgenomen waardoor het nu vaststaat
                    dat netwerken eigendom zijn van de bevoegde aanlegger. Dit geldt ook voor reeds
                    aangelegde netwerken.</al><al>Voor een uitgebreide toelichting kan worden verwezen naar de website van de VNG,
                    www.vng.nl en die van het Gemeentelijke Platform Kabels en Leidingen (GPKL),
                    www.gpkl.nl.</al><al>Evenals de oude wet heeft het telecombedrijf op basis van artikel 5.4, lid 1,
                    voorafgaand aan de start van de werkzaamheden voor het leggen, instandhouding of
                    verwijderen van kabels in de openbare grond een instemmingsbesluit van het
                    College. De leden 2 en 3 bepalen welke voorschriften het College aan het
                    instemmingsbesluit kunnen verbinden. De leden 4 en 5 leggen de verplichting op
                    aan de gemeenteraad tot het bij verordening regels vast te stellen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden,
                            waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;</al></li><li nr="b."><al>de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het
                            uitvoeringsplan;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg, instandhouding
                            en opruiming;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van
                            overige in de grond aanwezige werken;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in
                            verband met ernstige belemmeringen of storing van de communicatie.</al></li></lijst><al>In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden van al dan niet
                    ingrijpende aard.</al><al>Dit artikel noodzaakt tot een herzien van de telecommunicatieverordening.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</tussenkop><tussenkop>Ad b. Openbaar telecommunicatie elektronisch
                    communicatienetwerk</tussenkop><al>De gedoogplicht van de gemeente geldt slechts voor openbare elektronische
                    communicatienetwerken, in artikel 1.1 h van de Telecommunicatiewet gedefinieerd
                    als een ‘elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt
                    gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder
                    mede begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma’s voor
                    zover dit aan het publiek geschiedt.</al><tussenkop>Ad c. Kabels</tussenkop><al>Onder kabels verstaat de Telecommunicatiewet het geheel van voorzieningen ten
                    behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, dus de
                    ondersteuningswerken (buizen), maar ook de benodigde kasten en dergelijke.</al><tussenkop>Ad d. Voorzieningen</tussenkop><al>Voorzieningen, niet in gebruik voor een openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk, vallen volgens artikel 5.15 van de wet ook onder de
                    gedoogplicht met dien verstande dat de gedoogplicht eindigt, indien niet na 10
                    jaar de ondersteuningswerken deel zijn gaan uitmaken van een openbaar
                    elektronisch communicatienetwerk (artikel 5.2, lid 8 van de wet).</al><tussenkop>Ad m. Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</tussenkop><al>Met het apart definiëren van dergelijke werkzaamheden wordt gevolg gegeven aan
                    artikel 5.4, lid 5, van de Telecommunicatiewet. </al><tussenkop>Artikel 2. Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</tussenkop><al>De algemene melding voor de uitvoering van werkzaamheden dient, in samenhang met
                    artikel 6, eerste lid, van de verordening en artikel 5.3, vierde lid, van de
                    wet, te geschieden acht weken voor de aanvang van de werkzaamheden.</al><al>In het tweede lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de melding
                    overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde komen het mogelijk
                    medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de werkzaamheden bij
                    omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd dat de termijn van acht
                    weken ook werkelijk kan worden gehaald.</al><al>Het vierde lid geeft de mogelijkheid van een eenvoudige melding van twee dagen
                    voor de aanvang van de werkzaamheden aan de hand van een nader vast te stellen
                    formulier.</al><tussenkop>Artikel 3. Ernstige belemmeringen en storingen</tussenkop><al>In dit artikel wordt aan artikel 5.4, lid 4, sub f en artikel 5.6 van de
                    Telecommunicatiewet voldaan. In dit geval kan worden volstaan aan een melding
                    aan de burgemeester of een door hem of haar aan te stellen ambtenaar. Ernstige
                    belemmeringen of storingen in de communicatie zijn niet nader omschreven, wel
                    wordt in de toelichting op de wet als voorbeeld gegeven de situatie van een
                    kabelbreuk. Het gemeentebestuur zal moeten beoordelen of een ernstige
                    belemmering of storing in de communicatie voor één individuele aansluiting
                    voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt. Om onduidelijkheid
                    te voorkomen is het raadzaam om deze overweging kenbaar te maken aan de in de
                    gemeente opererende telecombedrijven.</al><al>Artikel 5.6, lid 5 van de Telecommunicatiewet geeft de mogelijkheid in de
                    verordening gebieden aan te wijzen waar om redenen van veiligheid dit artikel
                    niet van toepassing is. Hierbij is gedacht aan bijvoorbeeld industriegebieden
                    met daarin liggende buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen. In
                    dergelijke gebieden is het niet aanvaardbaar dat daar zonder toezicht van de
                    gemeente wordt gegraven. Voor de gemeente Uden zijn dergelijke gebieden niet
                    aangewezen. </al><tussenkop>Artikel 4. Gegevensverstrekking</tussenkop><al>Dit artikel is een invulling van artikel 5.4, vierde lid van de
                    Telecommunicatiewet.</al><tussenkop>Artikel 5. Aanvullende verplichtingen</tussenkop><al>Dit artikel wijst er wellicht ten overvloede op, indien een dergelijke
                    verplichting onderdeel is van gemeentelijk beleid, dat de aanbieder verplicht is
                    omwonenden en bedrijven ter plaatse van de werkzaamheden te informeren. </al><tussenkop>Artikel 6. Beslistermijn en samenloop</tussenkop><al>Aansluitend op artikel 4:13 van de Algemene Wet Bestuursrecht dient het College
                    uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding de beslissing te nemen en
                    indien dit niet mogelijk is een redelijke termijn te noemen waar binnen de
                    beslissing tegemoet kan worden voorzien.</al><al>Het tweede lid regelt dat het College de beslissing aanhoudt indien er een
                    omgevingsvergunning van een al dan niet ander bestuursorgaan (bevoegd gezag)
                    nodig is, op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze
                    vergunning kan noodzakelijk zijn indien bijvoorbeeld “kasten” een dergelijke
                    omvang hebben dat een omgevingsvergunning is vereist voor de activiteit bouw.
                    Ook kan een omgevingsvergunning noodzakelijk zijn op grond van een plaatselijke
                    verordening voor bijvoorbeeld het kappen van een boom. Artikel 5.5 van de
                    Telecommunicatiewet bepaalt dat het College zorg draagt voor inhoudelijke
                    afstemming tussen de betrokken bestuursorganen (bevoegd gezag).</al><tussenkop>Artikel 7. Voorschriften en beperkingen bij instemming</tussenkop><al>In de oude vergunning was opgenomen, welke voorschriften het College aan het
                    instemmingsbesluit kon verbinden. In aansluiting hierop heeft de wetgever deze
                    voorschriften nu in de wet opgenomen, zodat deze niet nogmaals in de verordening
                    zijn opgenomen.</al><al>Het gaat om de volgende bepalingen:</al><al>Artikel 5.4 leden 2 en 3 van de Telecommunicatiewet:</al><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van openbare orde,
                            veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid
                            van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het
                            instemmingsbesluit voorschriften opnemen.</al></li><li nr="3."><al>De voorschriften kunnen slecht betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de plaats van de werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het
                                    toegestane tijdstip van aanvang van aanvang, behoudens zeer
                                    zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het
                                    tweede lid, niet later mag plaatsvinden dan 12 maanden na de
                                    datum van afgifte van het instemmingsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van de voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van overig in de grond aanwezige werken.</al></li></lijst></li></lijst><al>Deze bepalingen dient het College in acht te nemen bij het geven van
                    voorschriften bij het instemmingbesluit. Hierbij moet worden bedacht dat het
                    instemmingsbesluit een beschikking is in het kader van de Algemene wet
                    bestuursrecht en de aanbieder, indien deze het niet eens is met de gegeven
                    voorschriften bij het instemmingsbesluit, in bezwaar en beroep kan gaan resp.
                    bij de OPTA en vervolgens bij de Rechtbank en het College van Beroep voor het
                    bedrijfsleven. (Artikelen 12.2 en 17.1 Telecommunicatiewet.) Het derde lid van
                    artikel 7 van de verordening geeft invulling aan artikel 5.4, tweede en derde
                    lid van de wet.</al><al>Het eerste lid van artikel 7 beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit
                    om te voorkomen dat een aanbieder nog gebruik maakt van een dergelijk besluit
                    geruime tijd na afgifte. Immers het intussen gewijzigde gebruik van de openbare
                    gronden kan het aanleggen van een telecomkabel onwenselijk maken. Een suggestie
                    is om de werkingsduur van een instemmingsbesluit te stellen op 6 maanden en dat
                    de werkzaamheden moeten zijn voltooid 6 maanden na aanvang.</al><al> Het tweede lid geeft als aanvulling dat het College naast voorschriften over
                    tijdstip plaats en dergelijke met betrekking tot de uitvoering ook voorschriften
                    opstellen over de uitstraling, vormgeving, kleur, situering en afmetingen van
                    voorzieningen als kasten handholes en dergelijke behorende bij het netwerk.</al><al>Het derde lid heeft betrekking op de situatie dat er een kabel dient te worden
                    gelegd in openbare gronden die recent zijn geherstructureerd, bijvoorbeeld
                    herstraat. In dat geval heeft het College de mogelijkheid extra voorschriften te
                    stellen boven de gebruikelijk gehanteerde voorschriften (natuurlijk wel binnen
                    het kader van artikel 5.4 leden 2 en 3 van de wet).</al><al>Het vierde lid heeft betrekking op het geval dat kabels dienen te worden gelegd
                    in bijvoorbeeld een winkelgebied met sierbestrating.</al><tussenkop>Artikel 8. (Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</tussenkop><al>Zoals aangeven kunnen de voorschriften bij het instemmingsbesluit het
                    medegebruik van voorzieningen bevorderen. Het medegebruik beperkt het graven in
                    de openbare gronden en strekt daarmee tot voordeel van de gemeente. Het
                    medegebruik kan aan de orde komen in het vooroverleg over het af te geven
                    instemmingsbesluit. In lid 3 is de verplichting voor de aanbieder opgenomen van
                    vooraangelegde voorzieningen, indien daartoe een redelijk aanbod wordt gedaan.
                    De vraag wat een redelijk aanbod is kan worden beantwoord als volgt: de
                    aanwezige voorziening is zowel in kwaliteit als in kosten een volwaardig
                    alternatief voor het eigen graafrecht van de aanbieder.</al><al>Het vierde lid behandelt de situatie indien de gemeentelijke leidingprofielen
                    geen ruimte bieden voor de aanleg van kabels.</al><tussenkop>Artikel 9. Melding wijziging voorzieningen</tussenkop><al>De rechter heeft uitgesproken dat de werking van het instemmingsbesluit eindigt
                    zodra de werkzaamheden waarvoor instemming is gevraagd zijn, beëindigd. Dit
                    betekent dat het College geen verplichtingen op basis van het instemmingsbesluit
                    aan de aanbieder kan opleggen nadat deze zijn werkzaamheden heeft beëindigd.
                    Echter het instemmingsbesluit dient voor de gemeente ook om een registratie
                    up-to-date te houden van de in het openbaar gebied liggende kabels en de
                    beheerders/eigenaren daarvan. Om deze reden is artikel 9 in de verordening
                    opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 10. Toezichthouders</tussenkop><al>Toezichthouders zijn personen die bij op krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig
                    wettelijk voorschift. Dit vloeit voort uit artikel 5:11 van de Awb. Bij of
                    krachtens enig wettelijk voorschrift houdt in dat in de verordening moet zijn
                    opgenomen wie bevoegd is toezichthouders aan te wijzen. De bevoegdheden van de
                    toezichthouders vloeien voort uit afdeling 5.2 Awb.</al><tussenkop>Artikel 11. Intrekking oude verordening</tussenkop><al>De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de verordening in
                    werking treedt.</al><tussenkop>Artikel 12. Overgangsrecht</tussenkop><al>Een overgangsregeling als hier opgenomen, is noodzakelijk voor de
                    rechtszekerheid van de betrokkenen. Het is van belang oude rechten te
                    eerbiedigen. </al><tussenkop>Artikel 13. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Op grond van artikel 142 Gemeentewet treden bekendgemaakte besluiten in werking
                    met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij in deze
                    besluiten daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. </al><tussenkop>Artikel 14. Citeerartikel</tussenkop><al>De citeertitel is de naam waaronder de verordening kan worden aangehaald.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>