<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR308801_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Rekenkamercommissie Schiedam-Vlaardingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.officielebekendmakingen.nl">www.officielebekendmakingen.nl, 27-11-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rekenkamercommissie Schiedam-Vlaardingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=81l&amp;g=2013-11-07">Gemeentewet, art. 81l</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 73/2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Rekenkamercommissie Schiedam-Vlaardingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Schiedam,</al><al>gelet op artikel 81oa van de Gemeentewet;</al><al>gelet op de inhoud van de tussen de gemeenten Schiedam en Vlaardingen te
                        sluiten Samenwerkingsovereenkomst rekenkamercommissie
                        Schiedam-Vlaardingen;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Verordening Rekenkamercommissie Schiedam-Vlaardingen</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>de raad: dit betreft de gemeenteraad van zowel de gemeente
                                    Vlaardingen als de gemeente Schiedam;</al></li><li nr="c."><al>rekenkamercommissie: de bij deze verordening ingestelde
                                    gemeentelijke rekenkamercommissie;</al></li><li nr="d."><al>de voorzitter: de voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="e."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders; </al></li><li nr="f."><al>het presidium: het gremium zoals omschreven in het Reglement van
                                    Orde van de raad van de gemeente;</al></li><li nr="g."><al>bestuursorgaan: de gemeenteraad, de colleges van burgemeester en
                                    wethouders van Schiedam en van Vlaardingen, de burgemeester van
                                    Schiedam en van Vlaardingen (tenzij handelend in zijn
                                    hoedanigheid van hoofd van de politie), alsmede gemeentelijke
                                    commissies waaraan bevoegdheden van de gemeenteraad of van
                                    burgemeester en wethouders zijn gedelegeerd; </al></li><li nr="h."><al>doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een
                                    organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde
                                    doelen of de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken;</al></li><li nr="i."><al>doelmatigheid of efficiency: het streven om met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste
                                    resultaat te bereiken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raden van de gemeenten wordt
                                ingesteld en wordt aangeduid als de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie doet onderzoek naar de (maatschappelijke)
                                effecten van het gemeentelijk beleid alsmede naar de doelmatigheid
                                en de doeltreffendheid van het gemeentelijke beheer en van de
                                gemeentelijke organisatie, alsmede van (gesubsidieerde) instellingen
                                waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de
                                gemeente worden bekostigd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt elk jaar voor 1 april een verslag op
                                van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Benoeming en samenstelling gemeentelijke
                                rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit 7 leden die op voordracht van het
                                presidium door de raad van zowel Vlaardingen als Schiedam worden
                                benoemd, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>drie externe leden;</al></li><li nr="b."><al>vier raadsleden, waarvan twee uit de gemeenteraad van
                                        Vlaardingen en twee uit de gemeenteraad van Schiedam;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorafgaand aan de benoemingen, bedoeld in het eerste lid onder a,
                                pleegt de raad overleg met de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie wijst uit haar drie externe leden een
                                voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. De voorzitter
                                draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de
                                vergaderingen van de rekenkamercommissie, het leiden van de
                                vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet
                                en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige
                                besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met
                                de onderzoekers en met het secretariaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 81o, derde lid van de wet, kan
                                een extern lid van de rekenkamercommissie niet tevens zijn lid van
                                de raad of van een door de raad ingesteld commissie, dan wel
                                medewerker of bestuurslid van een instelling welke met de gemeente
                                een financiële band heeft. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van de rekenkamercommissie die tevens raadsleden zijn,
                                worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad
                                aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De externe leden worden benoemd voor een periode van vier jaar en
                                kunnen maximaal één keer worden herbenoemd. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voorafgaand aan de vervulling van tussentijdse vacatures plegen de
                                raden overleg met de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Ten aanzien van de externe leden zijn de artikelen 81 g en 81 h van
                                de wet van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De leden van de rekenkamercommissie maken openbaar welke andere
                                functies zij vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad ontslaat de leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een raadslid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>indien het lid aftreedt als lid van de raad dan wel deel
                                        gaat uitmaken van een commissie waaraan bestuursbevoegdheden
                                        zijn toegekend;</al></li><li nr="c."><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer
                                        geschikt is de functie van lid van de rekenkamercommissie te
                                        vervullen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                        lidmaatschap van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk
                                        een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien het bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>door tijdsverloop van vier jaar;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De externe leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad
                                worden ontslagen bij gebleken ongeschiktheid en wanneer zij door
                                ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te
                                vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de externe leden van de
                                rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De externe leden van de rekenkamercommissie ontvangen een vergoeding
                                voor het bijwonen van de vergaderingen van de rekenkamercommissie.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding voor de externe leden van de rekenkamercommissie
                                bedraagt per vergadering € 175,--, welk bedrag per 1 januari van elk
                                jaar wordt gewijzigd op basis van het door het Centraal Bureau voor
                                de Statistiek voor de maand september van het voorafgaande
                                kalenderjaar vastgestelde indexcijfer CAO lonen overheid inclusief
                                bijzondere beloningen; het bedrag voor de voorzitter wordt verhoogd
                                met € 25,-- per vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onkosten worden vergoed op basis van declaratie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoeding van reiskosten van de voorzitter en de externe leden
                                van de rekenkamercommissie bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        noodzakelijk gemaakte reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen motorvoertuig: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten
                                        overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling
                                        binnenland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten worden
                                vergoed tot ten hoogste de bedragen, vastgesteld bij of krachtens
                                het Reisbesluit binnenland.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergoedingen genoemd in dit artikel komen ten laste van het
                                budget van de rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>De ambtelijk secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raden wijzen een ambtelijk secretaris van de rekenkamercommissie
                                aan. Aanwijzing gebeurt in overleg met de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris staat de rekenkamercommissie bij de
                                uitvoering van haar taken terzijde en draagt daarbij onder meer zorg
                                voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de procescoördinatie van de onderzoeken;</al></li><li nr="b."><al>de organisatie van de vergaderingen in overleg met de
                                        voorzitter, verslaglegging van de vergaderingen en de
                                        correspondentie van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>de vorming van dossiers.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de
                                rekenkamercommissie over de wijze waarop de ondersteunende taken
                                worden verricht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Het reglement van orde</titel></kop><al>De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar
                            vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na
                            vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt,
                                formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                                rekenkamercommissie ter kennisneming aan de raden verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan zogenaamde quick scans uitvoeren welke
                                betrekking hebben op een beperkter terrein of gepaard gaan met
                                kleinere acties dan de onderzoeken welke normaliter worden
                                uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan de raad gevraagd en ongevraagd
                                adviseren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Initiatief met betrekking tot het uitvoeren van onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gemotiveerde verzoeken tot het verrichten van een onderzoek kunnen
                                worden gedaan door:</al><lijst><li nr="a."><al>de gemeenteraad van Schiedam en van Vlaardingen, zowel
                                        gezamenlijk als afzonderlijk;</al></li><li nr="b."><al>de gemeenteraad van Schiedam voor specifiek op Schiedam
                                        gerichte onderzoeken. Het onderwerp dient voor 31 december
                                        van elk jaar aan de Rekenkamercommissie te worden opgegeven
                                        om in aanmerking te komen om in het daarop volgende jaar te
                                        worden onderzocht;</al></li><li nr="c."><al>commissies als bedoeld in artikel 82 van de
                                        Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>de colleges van burgemeester en wethouders van Schiedam en
                                        Vlaardingen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inwoners van en organisaties in de gemeente kunnen de
                                rekenkamercommissie gemotiveerd attenderen op
                                onderzoeksonderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indieners van een gemotiveerd verzoek tot het verrichten van een
                                onderzoek krijgen schriftelijk bericht over wat er met het verzoek
                                wordt gedaan. Indien de rekenkamercommissie niet aan het verzoek
                                voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan de verzoeker tot het verrichten van een
                                onderzoek tussentijds informeren over de voortgang van een
                                onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rekenkamercommissie doet geen onderzoek dat krachtens lid 2 is
                                aangemeld indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het een klacht betreft in de zin van hoofdstuk 9 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van een
                                        bestuursorgaan;</al></li><li nr="b."><al>het een bezwaar betreft in de zin van hoofdstuk 7 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van een
                                        bestuursorgaan, of</al></li><li nr="c."><al>het een vraag betreft over het gemeentelijk beleid en/of de
                                        uitvoering daarvan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Over het krachtens artikel 1, onder b ingediende onderwerp vindt
                                overleg plaats tussen de auditcommissie van de gemeente Schiedam en
                                de rekenkamercommissie. Dit overleg is gericht op de haalbaarheid
                                van het voorgestelde onderzoek en tevens wordt besproken voor welke
                                datum de gemeenteraad over de uitkomsten van het onderzoek wil
                                beschikken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Werkwijze en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen
                                van de rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het
                                bewaken van de uitgangspunten en werkwijze, waaronder de naleving
                                van deze verordening en het bevorderen van een zorgvuldige
                                besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met
                                degenen die het onderzoek uitvoeren en met het secretariaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van de rekenkamercommissie worden als regel in het
                                openbaar gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorzitter van de rekenkamercommissie of één van de
                                aanwezige leden dat nodig oordeelt, wordt de vergadering voor het
                                publiek gesloten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rekenkamercommissie besluit vervolgens of in besloten vergadering
                                zal worden beraadslaagd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Over de punten, in besloten vergadering behandeld, kunnen besluiten
                                worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                                uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door
                                haar vastgestelde onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad
                                tussentijds te informeren doch informeert zeker tussentijds wanneer
                                hier uitdrukkelijk om gevraagd is vanuit de raad.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd bij alle leden van het
                                gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen in te winnen, die zij nodig acht voor de
                                uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en
                                de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde
                                inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn
                                te verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd bij de besturen en of directies
                                van de hierna genoemde organisaties de mondelinge en schriftelijke
                                inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van
                                het onderzoek, het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld
                                        krachtens de Wet Gemeenschappelijke regelingen waaraan de
                                        gemeente deelneemt;</al></li><li nr="b."><al>instellingen die een subsidie, lening of garantie van de
                                        gemeente ontvangen;</al></li><li nr="c."><al>naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen waarvan
                                        de gemeente tenminste 50% van het aandelenkapitaal
                                        houdt;</al></li><li nr="d."><al>rechtspersonen die een bij of krachtens de wet geregelde
                                        taak uitoefenen en daartoe geheel of gedeeltelijk worden
                                        bekostigd uit de opbrengst van bij of krachtens de wet
                                        ingestelde heffingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd bij de betrokken instelling nadere
                                inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking
                                hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben
                                gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die
                                instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer
                                documenten ontbreken, kan de rekenkamercommissie van de betrokken
                                instelling de overlegging daarvan vorderen.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De rekenkamercommissie kan, indien de documenten, bedoeld in het
                                tiende lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling
                                dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de
                                instelling voert, een onderzoek instellen. De rekenkamercommissie
                                stelt de raden en de colleges van haar voornemen een dergelijk
                                onderzoek in te stellen in kennis.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>De rapporten van de rekenkamercommissie zijn openbaar. Op grond van
                                de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van
                                Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan raad worden
                                voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. </al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>Om de onderzoeken van de rekenkamercommissie naar behoren te kunnen
                                uitvoeren zijn de stukken, die onder oplegging van geheimhouding aan
                                de rekenkamercommissie ter beschikking worden gesteld, ook
                                beschikbaar voor de ambtelijk secretaris van de rekenkamercommissie
                                en de door de rekenkamercommissie aangewezen deskundigen. </al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamercommissie, met
                                inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus
                                inschakelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Besluitvorming in de rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In vergaderingen van de rekenkamercommissie wordt besloten bij
                                meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter
                                doorslaggevend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie past ambtelijk en bestuurlijk hoor en
                                wederhoor toe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt de betrokkenen in het kader van het
                                ambtelijk hoor en wederhoor in de gelegenheid om binnen een door
                                haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun
                                zienswijze op het concept onderzoeksrapport aan de
                                rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier
                                taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De
                                rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden
                                aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie stelt de colleges van burgemeester en
                                wethouders in het kader van het bestuurlijk hoor en wederhoor in de
                                gelegenheid om binnen een termijn van vier weken hun zienswijze op
                                een concept onderzoeksrapport aan de rekenkamercommissie kenbaar te
                                maken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Binnen de termijn genoemd in lid 3 kan een college verzoeken deze
                                termijn met twee weken te verlengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wordt door de rekenkamercommissie geen reactie binnen de in lid 3 of
                                binnen de verlengde termijn krachtens lid 4 ontvangen, dan wordt
                                geacht dat het desbetreffende college geen gebruik heeft willen
                                maken om te reageren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rekenkamercommissie deelt aan de raden, colleges en, indien van
                                toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en
                                bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van
                                belang acht. Aan de raden of de colleges kan zij terzake voorstellen
                                doen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De rapporten en de verslagen van de rekenkamercommissie zijn
                                openbaar. Op grond van belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                                Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten en
                                verslagen die aan de raden worden voorgelegd of gedeelten daarvan
                                als geheim aanmerken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het
                                onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de
                                zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder
                                toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de
                                raad aangeboden. Indien zij met toepassing van artikel 10, leden 9
                                tot en met 11 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de
                                rekenkamercommissie tevens een afschrift van het rapport aan de
                                betrokken rechtspersoon of het betrokken openbaar lichaam.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt in openbaarheid de onderzoeksresultaten, de
                                conclusies en aanbevelingen vast. Hieraan gaat een behandeling in de
                                betreffende raadscommissie vooraf.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>10.De gemeenteraad en/of raadscommissie bespreekt ten minste
                                jaarlijks de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de
                                aanbevelingen van de onderzoeken van de rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Het budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen het haar bij de begroting
                                van de gemeenten Vlaardingen en Schiedam beschikbaar gestelde budget
                                uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. De
                                voorzitter van de rekenkamercommissie is budgethouder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het vorige lid bedoelde budget worden de kosten
                                gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoeding aan de leden, als bedoeld in artikel 5, lid 2,
                                        van deze verordening; </al></li><li nr="b."><al>de kosten van de ambtelijk secretaris en van eventuele
                                        interne onderzoeksmedewerkers, tenzij hierin door middel van
                                        andere begrotingsposten is voorzien;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van externe deskundigen;</al></li><li nr="d."><al>eventuele andere uitgaven die de rekenkamercommissie nodig
                                        acht voor de uitoefening van haar taak. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget
                                uitsluitend verantwoording schuldig aan de raad. Bij het ingevolgde
                                artikel 185, lid 3 van de wet uit te brengen jaarverslag rapporteert
                                de rekenkamercommissie over de besteding van het budget. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Voorziening</titel></kop><al>In alle gevallen, waarin deze overeenkomst niet voorziet, beslist de
                            rekenkamercommissie de gemeenteraad gehoord.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2014.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Samenwerkingsovereenkomst betreffende een gezamenlijke lokale
                                rekenkamercommissie voor de gemeente Schiedam en de gemeente
                                Vlaardingen” wordt met ingang van 1 januari 2014 ingetrokken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                            Rekenkamercommissie Schiedam-Vlaardingen. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Schiedam
                        d.d. 7 november 2013</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.Gordijn C.H.J. Lamers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde
                            begrippen telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van
                            artikel 81o van de Gemeentewet regels vast voor de uitoefening van de
                            rekenkamerfunctie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Anders dan bij de rekenkamer kunnen naast externen ook raadsleden deel
                            uitmaken van de rekenkamercommissie. Uit oogpunt van onafhankelijkheid
                            is er voor gekozen dat ook niet-raadsleden deelnemen in de
                            rekenkamercommissie. </al><al>Lid 9: de verplichting de eed of belofte af te leggen vloeit voor de
                            rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze
                            bepaling wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de externe
                            leden van de rekenkamercommissie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de
                            mogelijkheid (of soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in
                            bepaalde situaties.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>In dit artikel is vastgelegd dat de externe leden voor hun werkzaamheden
                            een vergoeding ontvangen. </al><al>De vergoeding is gelijkgesteld aan de vergoeding die de leden van de
                            commissie bezwaarschriften van de gemeente Vlaardingen (gaan)
                            ontvangen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. </al><al>De rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het derde
                            lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de
                            secretaris ten opzichte van de rekenkamercommissie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>In het reglement van orde moeten/kunnen zaken als de verhouding
                            secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij onderzoeken,
                            hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te verrichten
                            enzovoorts geregeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze
                            onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de
                            onderzoeksonderwerpen kan kiezen. Het in handen van de commissie leggen
                            van de uitwerking van de vraagstelling en de vaststelling van de
                            onderzoeksopzet bevordert de onafhankelijkheid. </al><al>De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek
                            instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen.
                            Uitzondering op deze regel vormen de onder artikel 9, lid 1b. genoemde
                            verzoeken. </al><al>De in lid 4 genoemde quick scans kunnen een vervolg krijgen door het
                            geven van commentaar op ontwikkelingsprocessen die binnen een gemeente
                            lopen. Dit commentaar kan dan in de vorm van een brief naar de
                            betreffende gemeenteraad.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Zie ook toelichting bij artikel 8. Het verzoek van de raad wordt in
                            artikel 182, tweede lid van de Gemeentewet expliciet genoemd. Doordat
                            deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een
                            bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de
                            rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek zal
                            zij daarvoor goede gronden moeten aanvoeren. De in lid 1b. genoemde
                            verzoeken worden besproken met de auditcommissie en overeenkomstig de
                            wens van de raad uitgevoerd. </al><al>Het toe te kennen budget kan in overleg met de RKC gebruikt worden voor: </al><lijst><li nr="a."><al>onderzoek naar de resultaten en effecten die het beleid heeft
                                    opgeleverd, of ter ondersteuning van de controlerende taak van
                                    de gemeenteraad;</al></li><li nr="b."><al>voor onderzoeken meer gericht op de ondersteuning van de
                                    kaderstellende rol van de raad;</al></li><li nr="c."><al>maatschappelijke verkenningen;</al></li><li nr="d."><al>beleidsverkenningen;</al></li><li nr="e."><al>het organiseren van expertsessies gericht op factfinding,
                                    duiding van ontwikkelingen, analyse en
                                    scenario-ontwikkeling;</al></li><li nr="f."><al>het instellen van panels van belanghebbenden, gericht op het
                                    vinden van percepties, normen en waarden en om draagvlak voor
                                    beleid te toetsen;</al></li><li nr="g."><al>waarnemingen via social media;</al></li><li nr="h."><al>het bij burgers uitzetten van webenquêtes;</al></li><li nr="i."><al>het houden van rondetafelgesprekken; </al></li><li nr="j."><al>het uitvoeren van benchmarks niet gericht op het vinden van de
                                    afwijking van de gemiddelde prestaties van de gemeente, maar
                                    juist gericht op het in kwalitatieve termen aangeven wat de
                                    sterktes en zwaktes en de achterliggende factoren zijn van het
                                    gemeentelijk beleid. </al></li></lijst><al>Bovengenoemde onderzoeken c.a. activiteiten moeten bijdragen aan het
                            verbeteren van de kaders en de uitvoering van het beleid van de
                            gemeente. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar
                            onderzoek voor het vormen van objectieve oordelen over voldoende en
                            relevante gegevens kan beschikken, is het van belang over zo ruim
                            mogelijke bevoegdheden tot het inwinnen van informatie te beschikken.
                            Daarom is voorzien in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van
                            alle leden van de gemeentelijke bestuursorganen en van alle ambtenaren
                            van beide gemeenten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de
                            onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet
                            gepubliceerde) ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats
                            waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan
                            de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag eventuele
                            onjuistheden uit te halen en te corrigeren. Indien van toepassing wordt
                            de verantwoordelijke wethouder of het college de gelegenheid geboden om
                            te reageren op de conceptaanbevelingen die de rekenkamer verbindt aan de
                            (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de rekenkamer een
                            definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en eventueel
                            aanbevelingen.</al><al>Ook kan de rekenkamercommissie variatie aanbrengen in de manier waarop
                            de uitkomsten van onderzoek naar buiten worden gebracht. Naast rapporten
                            kan worden gedacht aan het organiseren van conferenties en workshops of
                            zelfs het publiceren van handreikingen. Vanzelfsprekend zal hieraan een
                            rapportage ten grondslag dienen te liggen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding
                            van het budget dat beschikbaar is voor de uitvoering van haar taak. Ten
                            laste van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten
                            gebracht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>tot en met 16</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>