<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR308691_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-1944.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dinburgering%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20160203%26epd%3d20160203%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dCapelle%2baan%2bden%2bIJssel%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=9&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad Jaargang 2014 Nr. 1944 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet Inburgering 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0032031/geldigheidsdatum_03-02-2016">Wet tot wijzinging van de Wet Inburgering, art. X</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020611/geldigheidsdatum_03-02-2016">artikelen 8, 19, vijfde en zesde lid, 23, derde lid, 24 e, 24f en 35 van de Wet inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>531232</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening Wet inburgering 2010.</al><al>De verordening Wet inburgering 2010zoals deze gold op 31 december 2012 wordt bij inwerkingtreding van de Verordening Wet inburgering 2013 ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op:</al><al>a. de handhaving van inburgeringsplichtigen van wie de inburgeringstermijn vóór 1 januari 2013 is begonnen;</al><al>b. de handhaving van vrijwillige inburgeraars met wie de gemeente vóór 1 januari 2013 een inburgeringsovereenkomst heeft gesloten.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>　</al><al>De raad van de gemeente Capelle aan den Ussel; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Capelle aan den Ussel; nr. 531213, inzake de vervanging van de
                        Verordening inburgering Capelle aan den Ussel 2010 door een nieuwe
                        verordening; </al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde en zesde lid, 23, derde lid, 24 e, 24f
                        en 35 van de Wet inburgering, zoals deze luidde op 31 december 2012 en
                        artikel X van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet
                        inburgering (2012, 430); </al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening is vastgesteld, alsmede dat de raad bij verordening
                        het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke boete die voor de
                        verschillende overtredingen kan worden opgelegd; </al><al>overwegende dat als gevolg van de wijziging van de Wet inburgering de taken
                        van gemeenten op het terrein van inburgering op termijn beëindigd zullen
                        worden; </al><al>overwegende dat gedurende een overgangsperiode gemeenten nog een aantal
                        taken op het terrein van inburgering zullen uitoefenen; </al><al>overwegende dat daarom de onder de Wet inburgering, zoals deze luidde op 31
                        december 2012 opgestelde verordening dient te worden vervangen door een
                        nieuwe verordening; </al><al>　</al><al>besluit per 1 januari 2013: </al><al/><al>a. de Verordening Wet Inburgering Capelle aan den Ussel 2010 in te trekken; </al><al>b. vast te stellen de volgende verordening: </al><al>Verordening wet inburgering Capelle aan den Ussel 2013 </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN INFORMATIEVERSTREKKING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Capelle aan den IJssel; </al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering zoals deze luidde op 31 december
                                        2012; </al></li><li nr="c."><al>de wetswijziging: de wet van 13 september 2012 tot wijziging
                                        van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband
                                        met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de
                                        inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430);</al></li><li nr="d."><al>inburgeringsplichtige: persoon, bedoeld in artikel X,
                                        2<sup>e</sup> t/m 5<sup>e</sup> lid van de
                                        wetswijziging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet, de wetswijziging en de daarop
                                berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in
                                deze verordening worden gebruikt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                            doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten
                            en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang
                            tot inburgeringsvoorzieningen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>DOELGROEPEN EN SAMENSTELLING VAN DE INBURGERINGS VOORZIENING OF TAALKENNISVOORZIENING </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inburgeringsaanbod</titel></kop><al>Het college biedt een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                            aan de inburgeringsplichtige, </al><al>te weten: </al><lijst><li nr="a."><al>de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28
                                    van de Vreemdelingenwet 2000 en </al></li><li nr="b."><al>de geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g van
                                    de wet, die geen oudkomer is als bedoeld in artikel 1, onderdeel
                                    c, van de wet, voor zover deze uiterlijk 31 december 2012
                                    inburgeringsplichtig is geworden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening of de
                                taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige bedoeld in
                                artikel 3 onder a af op het startniveau en de vaardigheden, de
                                persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a een
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt
                                het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a biedt het
                                college maatschappelijke begeleiding aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening kan, naast
                                datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende
                                onderdelen bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>een taalstage voor inburgeringsplichtigen zonder werk of
                                        re-integratievoorziening; </al></li><li nr="b."><al>trajectbegeleiding bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>een module kennis van de Nederlandse samenleving;</al></li><li nr="d."><al>nader te ontwikkelen modules in het kader van de Wet
                                        participatiebudget.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet wordt
                            in ten hoogste 36 maandelijkse termijnen betaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 bij
                            beschikking een of meer van de </al><al>volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening; </al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan door het college geïnitieerde
                                    (voortgangs)gesprekken; </al></li><li nr="c."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald; </al></li><li nr="d."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>HET AANBOD VAN EEN INBURGERINGSVOORZIENING OF TAALKENNISVOORZIENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid
                            van de wet schriftelijk. </al><al>Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige
                            bedoeld in artikel 3 in de gemeentelijke basisadministratie is
                            ingeschreven, of persoonlijk overhandigd. </al><lijst><li nr="1."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening die wordt
                                    aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die
                                    aan die voorziening worden verbonden. </al></li><li nr="2."><al>De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod
                                    wordt gedaan, deelt binnen twee weken het college schriftelijk
                                    mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt. </al></li><li nr="3."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod
                                    aanvaardt, neemt het college binnen vier weken na ontvangst van
                                    deze mededeling het besluit tot vaststelling van de
                                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening overeenkomstig
                                    het gedane aanbod. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening; </al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald; </al></li><li nr="d."><al>de mogelijke consequenties indien het inburgeringsexamen niet
                                    voor de in sub c bedoelde datum is behaald;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage als
                                    bedoeld in artikel 5 van deze verordening. Indien het college de
                                    eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in
                                    de beschikking vastgelegd. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>DE BESTUURLIJKE BOETE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtige is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening
                                of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid van de
                                wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
                                verordening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a van de wet verlengde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding *</titel></kop><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 1.000,- indien de inburgeringsplichtige
                            niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet
                            vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsbepaling</titel></kop><al>Deze verordening treedt in op de dag na bekendmaking en werkt terug tot
                            1 januari 2013.</al><al>De verordening zoals deze gold op 31 december 2012 wordt bij
                            inwerkingtreding van onderhavige Verordening Wet inburgering 2013
                            ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijft
                            op:</al><lijst><li nr="a."><al>de handhaving van inburgeringsplichtigen van wie de
                                    inburgeringstermijn vóór 1 januari 2013 is begonnen;</al></li><li nr="b."><al>de handhaving van vrijwillige inburgeraars met wie de gemeente
                                    vóór 1 januari 2013 een inburgeringsovereenkomst heeft
                                    gesloten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Capelle aan den IJssel 2013. </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2013,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet inburgering gewijzigd.</al><al>In de wet zoals die gold tot 31 december 2012 was aan gemeenten een
                            aantal belangrijke taken toebedeeld. Door de gewijzigde wet vervallen de
                            taken van de gemeenten. Wel blijven de gemeenten op grond van het
                            overgangsrecht met name de eerste jaren na inwerkingtreding van de
                            wetswijziging een aantal taken uitoefenen. Dit betreft met name
                            inburgeraars die al met een traject gestart zijn in staat te stellen dit
                            af te maken. Daarnaast blijven de gemeenten de oude inburgeraars
                            handhaven.</al><al>De voor de gemeenten belangrijkste wijzigingen zijn:</al><al>­De verantwoordelijkheid voor inburgering wordt bij de
                            inburgeringsplichtige gelegd.</al><al>Dit betekent dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van de
                            inburgeringsplichtige behoort om te bepalen hoe hij aan zijn
                            inburgeringsplicht voldoet en dat hij daarvoor zelf de kosten draagt.
                            Daarmee vervalt de plicht van gemeenten om voor
                            inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen te zorgen. De taken
                            die de gemeente heeft ten aanzien van het oproepen van (potentieel)
                            inburgeringsplichtigen en het doen van een onderzoek (intake) vervallen
                            daarmee eveneens.</al><lijst><li nr="­"><al>De doelgroep wordt beperkt tot vreemdelingen die op of na de
                                    inwerkingtreding van dit wetsvoorstel rechtmatig verblijf
                                    verkrijgen voor verblijf in Nederland en (direct of in een later
                                    stadium) een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd krijgen voor
                                    een niet-tijdelijk doel (asiel of gezinsvorming/hereniging) of
                                    als geestelijke bedienaar.</al></li><li nr="­"><al>De mogelijkheid voor gemeenten om vrijwillige inburgeraars
                                    (EU-onderdanen en genaturaliseerde Nederlanders) op grond van de
                                    Wet inburgering een inburgeringsvoorziening aan te bieden
                                    vervalt. Vrijwillige inburgeraars kunnen net als iedere andere
                                    burger via het reguliere onderwijs de noodzakelijke
                                    (taal)vaardigheid en kennis verwerven om volledig deel te kunnen
                                    nemen aan de samenleving.</al></li><li nr="­"><al>Het vervallen van bovengenoemde bevoegdheden van gemeenten en
                                    het verschuiven van de resterende bevoegdheden van gemeenten
                                    naar de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                                    (BZK).</al></li><li nr="­"><al>Een overgangsregeling, die erin voorziet:</al></li><li nr="­"><al>dat gemeenten diegenen die al een aanbod hebben gehad en zich
                                    momenteel voorbereiden op het inburgeringsexamen in staat
                                    stellen dit voort te zetten en het examen af te leggen;</al></li><li nr="­"><al>dat gemeenten handhaven dat inburgeraars die vóór 1 januari 2013
                                    inburgeringsplichtig zijn geworden aan hun inburgeringsplicht
                                    voldoen;</al></li><li nr="­"><al>dat gemeenten een aanbod doen aan asielgerechtigden en
                                    geestelijke bedienaren die voor 1 januari 2013
                                    inburgeringsplichtig zijn geworden maar nog geen aanbod hebben
                                    gehad voor die datum. Daarbij blijft ongewijzigd dat voor
                                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen een
                                    inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit
                                    maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid van de wet)
                                    bestaat.</al></li></lijst><al>Met ingang van 1 januari 2013 zullen de gemeenten per nieuwe
                            inburgeringsplichtige</al><al>asielgerechtigde van de regering een eenmalige bijdrage ontvangen van €
                            1.000,-. Dat bedrag</al><al>is tijdelijk verhoogd naar € 2.000,- (alleen voor inburgeringsplichtige
                            asielgerechtigden en</al><al>inburgeringsplichtige nareizende gezinsleden die gedurende 2013 hun
                            verblijfsvergunning</al><al>krijgen; daarna wordt de bijdrage weer € 1.000,-).</al><al>De verordening Wet inburgering 2013 is aangepast aan de gewijzigde wet. </al><al>In deze verordening wordt het bestaande aanbodstelsel gehandhaafd. Dit
                            stelsel houdt in dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod
                            doet en de voorziening vaststelt overeenkomstig het aanbod als de
                            inburgeringsplichtige het aanbod heeft aanvaard.</al><al>Op basis van het overgangsrecht kan de gemeente na 1 januari 2013 alleen
                            een aanbod doen aan asielgerechtigden en geestelijk bedienaren, die
                            uiterlijk 31 december 2012 inburgeringsplichtig zijn geworden en nog
                            geen voorziening hebben aangeboden gekregen. Aan anderen kunnen
                            gemeenten nog wel voorzieningen aanbieden maar niet meer op grond van de
                            Wet inburgering.</al><al>Gemeenten blijven de opdracht houden om de inburgeringsplichtigen in de
                            gemeente die onder het overgangsrecht vallen goed te informeren over de
                            rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet.</al><al>Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen
                            handhaven die onder het overgangsrecht vallen. Dit betreft
                            inburgeringsplichtigen die voor 1 januari hun inburgeringsplicht
                            opgelegd hebben gekregen en voor die datum een gemeentelijk aanbod
                            hebben gekregen.</al><al>Omdat na 1 januari 2013 zich nog geschillen kunnen voordoen tussen
                            gemeenten en degenen die op grond van de wet zoals die gold tot en met
                            31 december 2012 inburgeringsplichtig zijn, werken deze
                            handhavingsbepalingen ook door na 1 januari 2013.</al><al>In verband met deze taken draagt de wetswijziging gemeenten op om bij
                            verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen.</al><al>1.<vet>Regels over de informatieverstrekking aan
                                inburgeringsplichtigen</vet></al><al>Artikel 8 van de wet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels
                            vaststelt over de informatie-verstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de rechten en
                            plichten uit hoofde van de wet en informatie over het aanbod van
                            inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die voorzieningen.</al><al>2.<vet>R</vet><vet>egels met betrekking tot het aanbieden van
                                inburgeringsvoorzieningen</vet></al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                            inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                            inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen
                            door het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening. Onder het overgangsrecht zijn gemeenten verplicht
                            een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                            alle asielgerechtigde inburgeringsplichtigen en een
                            inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren (artikel 19, tweede
                            lid van de wet) die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn
                            geworden en nog geen voorziening hebben aangeboden gekregen. Een
                            inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het
                            staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal
                            kosteloos afleggen van dat examen. De inburgeringsplichtige is verplicht
                            een eigen bijdrage van € 270,- te betalen. </al><al>Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van
                            de Nederlands taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                            mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid van de wet).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een
                            inburgeringsvoorziening of een</al><al>taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel 19,
                            zesde lid van de wet).</al><al>De wet draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen
                            met betrekking tot het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of een
                            taalkennisvoorziening (artikel 19, vijfde lid, en</al><al>artikel 23, derde lid van de wet). In de wet is ook vastgelegd over
                            welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld.</al><lijst><li nr="­"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen
                                    van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde
                                    lid, onderdeel a van de wet).</al></li><li nr="­"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod
                                    aan inburgeringsplichtigen artikel 19, vijfde lid, onderdeel a
                                    van de wet).</al></li><li nr="­"><al>De vaststelling door het college van een passende
                                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip
                                    van de totstandkoming en de samenstelling van die voorziening
                                    (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b van de wet).</al></li><li nr="­"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld.
                                    Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de
                                    eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling
                                    in termijnen (artikel 23, derde lid van de wet).</al><lijst><li nr="3."><al><vet>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke
                                                boete</vet></al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 35 van de wet draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van
                            de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                            overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het
                            bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al>NB: In de Wet inburgering worden de begrippen “inburgeringsvoorziening”
                            en</al><al>“taalkennisvoorziening”gebruikt. In de hieronder staande toelichting
                            worden beide begrippen waar mogelijk afzonderlijk genoemd. In een enkel
                            geval wordt uit overweging van leesbaarheid het woord “voorziening”
                            gehanteerd, waarmee zowel inburgeringsvoorziening als
                            taalkennisvoorziening wordt aangeduid.</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die
                            worden gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit
                            inburgering en de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze
                            verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente
                            goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de
                            Wet inburgering en over het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen
                            op welke wijze de informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen
                            wordt georganiseerd. Wel bepaalt artikel 8 van de wet dat de
                            gemeenteraad bij verordening hiervoor regels vaststelt.</al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. Gelet op de
                            afnemende taakstelling van de gemeente is ervoor gekozen om in de
                            verordening alleen het kader vast te stellen voor een adequate
                            informatievoorziening door het college aan de
                            inburgeringsplichtigen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inburgeringsaanbod</titel></kop><al>Vanaf 1 januari 2013 is het college alleen verplicht een
                            inburgeringsvoorziening of een</al><al>taalkennisvoorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en een
                            inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren die voor 1 januari
                            2013 inburgeringsplichtig zijn geworden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                            vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening
                            of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en
                            samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b,
                            WI). In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college
                            de opdracht heeft voor de asielgerechtigde inburgeringsplichtige, een op
                            de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen.</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een
                            passende inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening moet
                            vaststellen. Bij het bepalen van de geschiktheid van een voorziening
                            kunnen de volgende factoren een rol spelen:</al><lijst><li nr="­"><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal
                                    en de Nederlandse samenleving en zijn of haar
                                    leercapaciteit.</al></li><li nr="­"><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of
                                    gaat vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden
                                    gedacht aan het verrichten van betaalde arbeid en/of het
                                    opvoeden van kinderen.</al></li><li nr="­"><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij
                                    kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                                    inburgeringsplichtige moet vervullen.</al></li></lijst><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke
                            bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben
                            dus niet de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan
                            geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een
                            voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen
                            opleveren de inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt
                            is wel, zo blijkt uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod
                            voor een inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde
                            inburgeringsplichtige niet wordt gedaan, indien dat diens
                            arbeidsinschakeling belemmert.</al><al>De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd
                            moet worden met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                            (reïntegratievoorziening) als een inburgeringsvoorziening wordt
                            aangeboden aan een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of
                            een uitkering ontvangt op grond van een andere socialezekerheidswet of
                            socialezekerheidsregeling én die verplicht is om arbeid te verkrijgen of
                            te aanvaarden (artikel 20, eerste lid van de wet). Het college is
                            verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                            inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid van de wet). Het tweede
                            lid van artikel 4 van de verordening draagt het college op om er voor te
                            zorgen dat de inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de
                            re-ïntegratievoorziening.</al><al>Aangezien deze voorzieningen in het kader van de uitkeringsverstrekking
                            op grond van</al><al>socialezekerheidswetten of –regelingen ook door andere partijen dan het
                            college (kunnen) worden verstrekt, zal het college afspraken moeten
                            maken met de verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet
                            of –regeling: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),
                            eigenrisicodragers of overheidswerkgevers (artikel 21 van de wet).</al><al>Het derde en vierde lid regelen de bijkomende faciliteiten die het
                            college als onderdeel van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening kan opnemen. In de wet is geregeld waaruit een
                            inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan: een cursus die
                            toeleidt naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als
                            tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos afleggen van het
                            desbetreffende examen (artikel 19, derde lid van de wet).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen maakt ook maatschappelijke
                            begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening
                            of de taalkennisvoorziening (artikel 19, zesde lid van de wet). Wat
                            betreft de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel van de
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan de
                            inburgeringsplichtigen kan opnemen, kan worden gedacht aan
                            trajectbegeleiding of het (periodiek) houden van voortgangsgesprekken
                            met de inburgeringsplichtingen. Ook kan worden gedacht aan een
                            uitbreiding van de opleiding, bijvoorbeeld in de vorm van een
                            maatschappelijke stage of een aparte module die gericht is op het
                            verwerven van kennis van de Nederlandse samenleving. Trajectbegeleiding
                            en het houden van voortgangsgesprekken zullen vooral van belang zijn bij
                            inburgeringsplichtigen die geen inburgeringsvoorziening in combinatie
                            met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling krijgen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op
                            de inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het
                            college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde
                            lid van de wet). De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet
                            en bedraagt € 270,-. Dit bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur
                            worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid van de wet). Voor de betaling
                            is gekozen is voor een maximum van ten hoogste 36 maandelijkse
                            termijnen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid van de wet dat
                            bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten
                            en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Dit
                            artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen
                            die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het
                            kader van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening op te
                            leggen. Het college legt in de beschikking tot de vaststelling van de
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening deze</al><al>verplichtingen vast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die ervoor moeten zorgen
                            dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van
                            belang omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het
                            goed is – leidt tot een besluit tot het toekennen van een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening.</al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het
                            aanbod van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan de
                            inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet en dat het aanbod
                            wordt toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat
                            ingeschreven in de GBA. Daarnaast is de mogelijkheid opgenomen om het
                            aanbod persoonlijk te overhandigen. In de praktijk blijkt het vaak beter
                            een dergelijk aanbod direct te overhandigen aan de inburgeringsplichtige
                            zodat dit direct doorgesproken en geaccepteerd kan worden. Dit bevordert
                            de snelheid waarmee een voorziening van start kan gaan. Het komt zelden
                            voor dat een aanbod geweigerd wordt. Bovendien mag de gemeente per
                            januari 2013 nog slechts een aanbod doen aan asielgerechtigden die
                            uiterlijk 31 december 2012 een verblijfsvergunning toegekend hebben
                            gekregen. Asielgerechtigden die zich voor het eerst in een gemeente
                            vestigen ontvangen over het algemeen een bijstandsuitkering en zullen
                            vanuit de WWB verplicht worden het aanbod aan te nemen. Mocht het nodig
                            zijn, dan kan een aanbod alsnog verzonden worden.</al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                            uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming
                            met het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking
                            tot het vaststellen van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd).
                            Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (het
                            vierde lid).</al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de
                            inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit
                            schriftelijk aan de gemeente meedeelt (het derde lid). Het meest
                            praktisch is dat deze schriftelijke mededeling geschiedt in de vorm van
                            het laten ondertekenen door de inburgeringsplichtige van een verklaring
                            die door de gemeente is opgesteld. </al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de
                            gemeente meldt dat hij wel een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening wil, maar dat hij gelet op zijn situatie bepaalde
                            wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod van de
                            gemeente.</al><al>Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het gedane aanbod
                            moeten aanpassen.</al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert
                            de inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                            voorbereiden op het inburgeringsexamen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening is een beschikking. Dit betekent dat de
                            inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar
                            en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in
                            ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende voorziening en de daaraan
                            verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig
                            moeten worden vermeld (onderdelen a en b).</al><al>De inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan
                            de uitvoering van de</al><al>inburgeringsvoorziening (artikel 23, eerste lid van de wet). Handhaving
                            hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van de
                            inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene
                            (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt.</al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen
                            moet hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, van de
                            wet). In de beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding
                            worden gemaakt (onderdeel c).</al><al>Onderdeel e bepaalt dat in de beschikking moet worden vastgelegd in
                            hoeveel termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze
                            de betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                            bijstandsuitkering). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 van de wet draagt de gemeenteraad op bij verordening de
                            hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn
                            voor de verschillende overtredingen de maximumbedragen van de
                            bestuurlijke boete vastgelegd.</al><al>De gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening overnemen, maar
                            ze kan ook lagere bedragen vaststellen.</al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn
                            maximumbedragen en géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke
                            overtreding de bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de
                            overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden
                            verweten. </al><al>Bovendien moet het college daarbij ook zonodig rekening houden met de
                            omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede
                            lid van de wet).</al><al>Deze bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen
                            bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de
                            individuele omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige.</al><al>Er is voor gekozen om de maximale bedragen te hanteren om zodoende het
                            college de grootst mogelijke bandbreedte te geven bij het bepalen van de
                            hoogte van de boete.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn
                            het inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een
                            bestuurlijke boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd is
                            neergelegd in artikel 9, derde lid van de verordening. Op grond van
                            artikel 32 van de wet moet het college in de boetebeschikking een nieuwe
                            termijn vaststellen waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het
                            inburgeringsexamen moet behalen. Als de inburgeringsplichtige ook binnen
                            deze nieuwe termijn het inburgeringsexamen verwijtbaar niet heeft
                            behaald, is in artikel 10 geregeld dat het college een boete van
                            maximaal € 1.000,- (artikel 34, onderdeel d van de wet) vaststelt. In de
                            boetebeschikking zal weer een nieuwe termijn moeten worden opgenomen
                            waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet behalen.
                            Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het
                            inburgeringsexamen niet heeft behaald, kan een boete van wederom
                            maximaal € 1.000,- worden opgelegd. Deze maximumboete geldt ook voor
                            alle hierop volgende overschrijdingen van termijnen door
                                inburgeringsplichtige<vet>. </vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsbepaling</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>