<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR308495_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Noorderkrant 13-11-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013 gemeente Ten Boer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>TB.13 3944662</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervallen van rechtswege</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definitiebepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt onder een recidiveboete, een bestuurlijke boete
                        verstaan als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Wet werk en
                        bijstand. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening</titel></kop><al>Het college verrekent het openstaande boetebedrag met de algemene bijstand
                        gedurende de eerste drie maanden na dagtekening van het besluit tot
                        oplegging van een recidiveboete zonder dat het bepaalde in artikel 4:93,
                        vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in acht wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verzoek tot doorbetaling huur/hypotheekrente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belanghebbende kan verzoeken om, in afwijking van het bepaalde in
                            artikel 2, de huur dan wel hypotheekrente na aftrek van huurtoeslag
                            respectievelijk hypotheekrenteaftrek, gedurende de in artikel 2 genoemde
                            periode direct vanuit de bijstand te voldoen. Indien dit verzoek wordt
                            toegekend wordt de verrekening daarop aangepast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval afgewezen
                            indien belanghebbende(n) redelijkerwijs over voldoende gelden kan
                            beschikken om de genoemde drie maanden in zijn levensonderhoud te
                            voorzien dan wel redelijkerwijs deze gelden op korte termijn kan
                            verwerven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming van artikel 4:93, vierde lid van de
                            Algemene wet bestuursrecht</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2 verrekent het college het openstaande boetebedrag
                        met inachtneming van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet
                        bestuursrecht voorzover:</al><lijst><li nr="a."><al>toepassing van artikel 2 en 3 onaanvaardbare consequenties heeft
                                voor de eventuele minderjarige belanghebbende(n); dan wel</al></li><li nr="b."><al>de gezondheidstoestand van (een van de) belanghebbende(n) naar het
                                oordeel van het college ernstig wordt bedreigd doordat mogelijkheden
                                ontbreken om de noodzakelijke medicatie of behandeling te
                                financieren. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, in afwijking van artikel 2, op verzoek van
                            belanghebbende in een individueel schrijnend geval het openstaande
                            boetebedrag zodanig verrekenen dat belanghebbende voor bepaalde kosten
                            bijstand blijft ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij besluit nadere beleidsregels vaststellen voor
                            schrijnende gevallen waarin het bepaalde in artikel 2 met betrekking tot
                            bepaalde kosten buiten werking wordt gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking van
                        dit besluit en werkt terug tot en met 1 januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke
                        boete bij recidive 2013 gemeente Ten Boer.</al><al>t</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><divisie><kop><label> Algemene Toelichting</label></kop><al>Per 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhaving- en sanctiebeleid
                        SZW-wetgeving in werking getreden. Met de wet krijgt het college de plicht
                        om een boete op te leggen indien sprake is van schending van de
                        inlichtingenplicht. De eerdere bevoegdheid om een maatregel in deze situatie
                        op te leggen verdwijnt. De hoogte van de boete is daarbij in beginsel gelijk
                        aan het bedrag dat belanghebbende te veel aan (netto) bijstand heeft
                        ontvangen. </al><al/><al>Is sprake van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht
                        (recidive) dan wordt deze boete in beginsel verhoogd tot 150% van het te
                        veel ontvangen bedrag. Naast deze verhoging krijgt het college daarbij ook
                        de bevoegdheid om in de eerste drie maanden na oplegging van de boete (na
                        recidive) de bijstand volledig te verrekenen met de openstaande
                        boetevordering. </al><al/><al>In eerste instantie had de wetgever in dit geval voorzien in een
                            <cursief>plicht</cursief> tot volledige verrekening van de
                        boetevordering. Bij amendement is deze verplichting echter omgezet in een
                        bevoegdheid, zodat de gemeente de mogelijkheid heeft om daar waar volledige
                        verrekening onwenselijke effecten heeft (denk bijvoorbeeld aan hogere
                        maatschappelijke kosten vanwege uithuisplaatsing) de verrekening aan te
                        passen. Over deze bevoegdheid wordt in Kamerstuk 33207-C op pagina 10
                        opgemerkt dat de gemeenten nu de bevoegdheid hebben om bij herhaalde fraude
                        in de bijstand een afweging te maken of in de individuele omstandigheden van
                        het geval, moet worden overgegaan tot de robuuste wijze van incasso waarbij
                        de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking wordt gesteld. Per geval moet
                        hierop worden getoetst. Van gemeenten wordt verwacht dat waar nodig van deze
                        robuuste wijze van incasso gebruik wordt gemaakt. De Wet werk en bijstand
                        verplicht de gemeenteraad in dit kader bij verordening nadere regels te
                        stellen met betrekking tot het gebruik van deze bevoegdheid. </al><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikelgewijze toelichting </label></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Behoeft geen nadere toelichting</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Artikel 4:93, vierde lid, van Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat
                        verrekening niet mogelijk is voorzover beslag op de vordering nietig zou
                        zijn. Concreet houdt dit in dat bij verrekening in beginsel rekening moet
                        worden gehouden met de beslagvrije voet zoals deze zijn regeling vindt in
                        artikel 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                        Rechtsvordering. Zoals reeds aangegeven geeft de Wet werk en bijstand het
                        college de bevoegdheid om deze bepaling in de eerste drie maanden na
                        oplegging van de boete buiten toepassing te laten. Dit houdt in dat de
                        openstaande boetevordering (zowel de recidiveboete als een wellicht nog
                        openstaand bedrag in verband met de eerdere boete) in deze eerste drie
                        maanden volledig met een eventueel bijstandsrecht kan worden verrekend. Dit
                        wordt de robuuste wijze van incasso genoemd. </al><al>In deze verordening is er voor gekozen om in lijn met de aanvankelijke
                        bedoeling van de wetgever uit te gaan van het principe van volledige
                        verrekening, om vervolgens in artikel 3, 4 en 5 de mogelijkheden te benoemen
                        om van dit principe af te wijken. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Zoals in de toelichting op artikel 2 aangegeven zijn in artikel 3, 4 en 5 de
                        mogelijkheden om van het in artikel 2 benoemde principe af te wijken nader
                        uitgewerkt. Artikel 3 voorziet daarbij in de mogelijkheid voor
                        belanghebbende om het college te verzoeken om in ieder geval de huur (en bij
                        een eigendomswoning de hypotheekrente onder aftrek van de in dit kader
                        ontvangen belastingteruggave en eventueel ontvangen bijzondere bijstand) via
                        de bijstand te laten doorbetalen. Gedachte hierachter is dat met name moet
                        worden gevreesd dat belanghebbende wanneer hij drie maanden van bijstand
                        verstoken blijft het risico loopt dat hij vanwege de ontstane achterstand in
                        de woonlasten uit huis wordt geplaatst met allerlei eventuele extra kosten
                        voor de maatschappij. Om dit te voorkomen voorziet deze bepaling in de
                        mogelijkheid dat het college het te verrekenen bedrag kan aanpassen, zodat
                        alsnog vanuit de bijstand de woonlasten kunnen worden doorbetaald. Wel is
                        gekozen voor een directe doorbetaling aan de verhuurder/hypotheekverstrekker
                        om te voorkomen dat de bijstand voor andere zaken wordt ingezet, waardoor
                        alsnog het risico van uithuisplaatsing reëel blijft. </al><al/><al>In het tweede lid van artikel 3 is daarnaast bepaald dat een verzoek tot
                        doorbetaling zonder meer wordt geweigerd indien belanghebbende in
                        redelijkheid over voldoende gelden kan beschikken om de genoemde drie
                        maanden in zijn levensonderhoud te voorzien dan wel in redelijkheid deze
                        gelden op korte termijn kan verwerven. </al><al/><al>Gesproken wordt over gelden, niet over middelen. Van het in de Wet werk en
                        bijstand gedefinieerde middelen begrip zijn immers een aantal posten
                        uitgesloten. Denk dan bijvoorbeeld aan bedragen die belanghebbende heeft
                        ontvangen in het kader van een immateriële schadevergoeding of bedragen
                        waarover belanghebbende wel beschikt, maar die bij saldering met de
                        openstaande schulden geen aan te spreken vermogen opleveren. Dit zijn echter
                        wel gelden die belanghebbende in deze situatie kan aanspreken voor zijn
                        levensonderhoud, voor zover hij er in ieder geval in redelijkheid over kan
                        (gaan) beschikken. </al><al/><al>Iemand kan onder andere redelijkerwijs over gelden gaan beschikken, indien
                        het redelijk is dat hij ofwel binnen afzienbare tijd vermogensbestanddelen
                        te gelde weet te maken ofwel op korte termijn werk weet te aanvaarden. </al><al/><al>Belanghebbende kan natuurlijk altijd al zijn bezittingen verkopen en op die
                        wijze over gelden gaan beschikken, maar het is niet redelijk dat het college
                        in deze van belanghebbende verlangt dat hij bezittingen verkoopt die naar
                        hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn (denk aan z’n meubels of bed).
                        En natuurlijk kunnen inkomsten worden verworven door werk te aanvaarden,
                        maar indien belanghebbende’s afstand tot de arbeidsmarkt heel groot is, is
                        het niet reëel om te verwachten dat hem dit op zeer korte termijn zal
                        lukken. In dit soort situaties kan dus niet met een beroep op het tweede lid
                        een verzoek tot doorbetaling zonder meer worden afgewezen. </al><al>Dat gesproken wordt over een verzoek houdt in dat belanghebbende zelf in
                        actie moet komen zo hij de verrekening wil laten aanpassen. Dat houdt tevens
                        in dat zo’n verzoek ook lopende de drie maanden van verrekening kan worden
                        gedaan, mocht bijvoorbeeld plots blijken dat uithuiszetting dreigt of dat
                        verwachte inkomsten uitblijven. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>In artikel 4 is een tweetal situaties benoemd waarin het college ondanks de
                        in de wet opgenomen bevoegdheid toch de beslagvrije voet, voorzover nodig,
                        bij verrekening in acht neemt. De genoemde omstandigheden betreffen
                        situaties die ook tijdens de parlementaire behandeling expliciet zijn
                        benoemd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Dit artikel is bedoeld als een vangnetartikel. In een bijzonder schrijnend
                        geval kan er sprake zijn van een situatie waarin deze verordening nog niet
                        voorziet. In dat geval moet het college over de bevoegdheid beschikken om
                        direct een beslissing te nemen die voor die situatie een oplossing biedt. Om
                        redenen van rechtsgelijkheid en algemeen belang moeten deze nieuwe situaties
                        zoveel mogelijk worden uitgewerkt in beleidsregels. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6 en 7</nr></kop><al>Behoeven geen nadere bespreking.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>