<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR308335_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rioolheffing 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Koggenland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Koggenland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 12-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=108">Gemeentewet, art. 108</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>D14.006028</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR345835_1">Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater en mede het voor de
                                openbare dienst bestemde gemeentewater in eigendom, beheer of
                                onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                        indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                                        verder te noemen: gebruikersdeel</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel, niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4, voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Indien geen aanwijzing plaatsvindt volgens het eerste lid, wordt het
                                recht geheven van degene die gelegenheid biedt tot het hebben van
                                een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke
                                riolering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van de heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffing als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het soort perceel
                            conform de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken en het
                            aantal aansluitingen dat het perceel op de gemeentelijke riolering
                            heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van de in artikel 6 genoemde belastingtarieven, wordt
                            voor de bepaling van het soort perceel volgens het eerste lid, de
                            objectafbakening conform de uitvoering van de Wet waardering onroerende
                            zaken gevolgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De heffing bedraagt een vast bedrag per aansluiting per perceel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>De heffing als bedoeld in artikel 2, bedraagt per perceel en
                        belastingjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor iedere woning, per aansluiting: € 157,00;</al></li><li nr="b."><al>voor iedere niet-woning, naar aard en bestemming toegankelijk voor
                                derden, of waar 5 of meer personen werkzaam zijn, met uitzondering
                                van niet-commerciële sportaccommodaties en jeugdgebouwen, per
                                aansluiting: € 314,00;</al></li><li nr="c."><al>voor iedere niet-woning, naar aard en bestemming beperkt
                                toegankelijk voor derden, of waar minder dan 5 personen werkzaam
                                zijn, per aansluiting: € 157,00;</al></li><li nr="d."><al>voor iedere niet-woning, dat minder dan 3 m³ water per jaar
                                verbruikt, per aansluiting: € 40,00;</al></li><li nr="e."><al>het vaste bedrag van de leden a, b, c en d van dit artikel, wordt
                                voor iedere extra aansluiting vermeerderd met: € 40,00;</al></li><li nr="f."><al>voor ieder verzorgingstehuis per kamer: € 40,00;</al></li><li nr="g."><al>voor iedere vaste staanplaats op een camping € 114,00;</al></li><li nr="h."><al>voor iedere passantenplaats op een camping € 16,00.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle maanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij
                            het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,-.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor belastingbedragen van minder dan € 5,-- vindt geen invordering
                            plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op
                            één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De heffing wordt bij wege van aanslag dan wel bij wege van schriftelijke,
                        gedagtekende kennisgeving geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat, voor niet-natuurlijke belastingplichtigen minder dan
                            € 1.100,-- bedraagt en zo lang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                            aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt dan één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en
                            elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2013’,
                            wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                            ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft
                            op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de
                            datum van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Verordening rioolheffing
                            2014’.</al></lid></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>